CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag Oordeelsvorming 22.6.2023 CONCEPT.pdf

Oordeelsvormende vergadering Papendrecht 14 september 2023, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 4: Vaststellen verslag7.511 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 22 juni 2023

BESLUITENLIJST VAN DE OPENBARE OORDEELSVORMENDE VERGADERING d.d. 22 juni 2023 (reguliere aanvang 20.00 uur). Een integrale geluidsopname van deze vergaderingen is te beluisteren op www. papendrecht.nl Aanwezig: De heer P.J. van der Giessen, voorzitter; De heer M.H.A. Verweij (PAB), mevrouw H.M. van Wijngaarden (PAB), de heer A. Tieleman (PAB), de heer L. Bruijniks (PAB), mevrouw A. Bokma (VVD), de heer H.D. Stouthart (VVD), mevrouw K.E. Middelkoop-Van den Adel (CDA), de heer R. Schuil (CDA), de heer H. Bezemer (CU), mevrouw A.A.S. Stigter (CU), mevrouw T.C. van Es (D66), de heer N. van Heteren (D66), de heer A. Boersma (SGP), de heer K. Leenhouts (SGP), mevrouw D. Yildiz-Karso (PvdA), mevrouw A. van Hofwegen (PvdA), de heer P.C. Grimmius (GroenLinks), de heer B.H. Grimmius (GroenLinks), J.C. van den Boogaart (GroenLinks). Mevrouw S.H. de Keizer, portefeuillehouder; De heer J.D. Van der Borg, portefeuillehouder; De heer J.L. van Erk, portefeuillehouder; De heer A.M.J.M. Janssen, portefeuillehouder; De heer A.J. Kosten, portefeuillehouder. De heer N. den Braven, raadsadviseur. Afwezig: Mevrouw M.J.M. van Driel, burgemeester. 01.

Opening. De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom.

02.

Vaststelling van de agenda. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

03.

Mededelingen. Er zijn geen mededelingen.

04.

Vaststellen van het verslag van 25.5.2023. Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.

05.

Vragenkwartier.

1

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 22 juni 2023

Mevrouw VAN WIJNGAARDEN geeft aan dat onlangs een (oudere) inwoner lelijk ten val kwam op een trottoir, waar eerder door Delta glasvezel was aangelegd en de bestrating was hersteld. Doordat er onder een tegel geen/niet genoeg zand bleek te liggen, kantelde de tegel. Gevolgen, behalve de val: uiteraard schrik, maar ook diverse verwondingen en een beschadigde lange broek. De inwoner meldde zich (naar de mening van de PAB-fractie terecht) bij het gemeentehuis, maar werd daar door de medewerker verwezen naar het kantoor van Delta op De Meent. Aldaar werd meneer weer verwezen naar de gemeente, die volgens Delta aansprakelijk zou zijn voor de schade. Meneer gaf het op dat moment maar even op. Omdat er overal in het dorp dergelijke situaties zich kunnen voordoen of al hebben gedaan, heeft de PAB-fractie hierover de volgende vragen. 1. Wie is er verantwoordelijk in gevallen zoals het zojuist genoemde? 2. Als dit – zoals verwacht – de gemeente is, kan de gemeente met terugwerkende kracht alsnog met deze inwoner te praten over de ontstane schade? (Naam is bij de fractie bekend). 3. Kan er in zijn algemeenheid nog eens aandacht worden besteed in gemeentenieuws en media om een en ander uit te leggen? Wethouder JANSSEN merkt op dat de afhandeling aan de balie niet goed is gegaan, dat zulke zaken altijd kunnen worden gemeld en de gemeente hiervoor het eerste aanspreekpunt is.

Daarbij merkt hij op dat het, om eventuele foto’s en verklaring te vermelden, beter is dit schriftelijk te melden. De gemeente zal uitzoeken of de claim terecht is en wie er aansprakelijk is, in dit geval is het mogelijk Delta Glasvezel. Hij hoopt dat de inwoner bereid is de klacht nogmaals te melden. M.b.t. de communicatie merkt de wethouder op dat men hier tot nu toe in het gemeentenieuws regelmatig aandacht aan heeft besteed en dit ook zal blijven doen. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN heeft begrepen dat het afgelopen VNG-congres, waar ook Papendrecht bij is aangesloten en aanwezig was, onder andere heeft opgeleverd dat de nieuwe vicevoorzitter van het bestuur er een is uit de M50 (middelgrote gemeenten van Nederland), in tegenstelling tot wat jarenlang gebruikelijk was, namelijk een bestuur met vertegenwoordigers uit de grootste gemeenten. De PAB-fractie stelt de volgende vragen: 1.Klopt het bovenstaande? En zo ja wat zijn precies de voordelen voor Papendrecht hiervan? 2. Kan er nog meer positief nieuws voor Papendrecht worden gemeld over dit congres? Wethouder VAN DEN BORG zegt dat het inderdaad klopt dat de burgemeester van Doetinchem als vicevoorzitter van de VNG is verkozen. Dit is ook goed nieuws voor Papendrecht, als signaal dat er ook een burgemeester uit een van de kleinere gemeenten vicevoorzitter kan worden.

Nog meer positief nieuws is dat de gemeente Papendrecht voor het eerst (sinds jaren/ooit) een motie heeft ingediend op een VNG-congres inzake de werkkostenregeling, die bij acclamatie is aangenomen. Dit omdat een 2

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 22 juni 2023

onevenredig deel van de vrije onbelaste ruimte in de werkkostenregeling wordt gebruikt voor de vergoeding van politieke ambtsdragers en er te weinig ruimte overblijft voor de onbelaste vergoeding van werknemers. Daarnaast is ook de hervormingsagenda Jeugd aangenomen, die vraagt om een nadere uitwerking maar diverse positieve punten bevat, zoals de afbakening van de jeugdhulp. Mevrouw STIGTER merkt op dat vanavond een journalist is geweigerd bij de bewonersavond inzake de Poldermolen 8. Haar fractie wenst hun verbazing uit te spreken over de weigering en vindt persvrijheid van groot belang, ook in situaties die politiek of sociaal gevoelig liggen. In antwoord op haar vraag naar de motivatie voor deze weigering geeft wethouder JANSSEN aan dat dit is gebeurd omdat men 1 op 1 in vertrouwen wilde spreken met de inwoners. Dit omdat men heeft gemerkt dat mensen niet altijd het achterste van hun tong laten zien wanneer de pers hierbij aanwezig is. Hij heeft begrepen dat dit de inwoners goed is bevallen, maar dat de journalisten dit helaas niet als positief hebben ervaren. Zij hebben er begrip voor dat men 1 op 1 met inwoners wil spreken, maar hebben niet het gevoel dat zij hierbij in de weg zouden staan. Hierbij merkt de wethouder op dat zij niet zijn geweigerd, maar dat er alleen is gezegd dat de pers tijdens de avond niet welkom was, maar daarvoor en daarna wel.

Mevrouw STIGTER wenst nogmaals te benadrukken dat men vindt dat de pers aanwezig moet kunnen zijn. Daar waar het gaat om privacy van mensen moeten zij eerst toestemming geven voordat hun namen eventueel in de krant zouden komen. Er zijn verder geen vragen. 06.

Lijst ingekomen stukken en mededelingen. De heer TIELEMAN vindt het inzake A06. SUN (stichting urgente noden) Drechtsteden jaarverslag 2022, opvallend dat er een groot verschil zit tussen de deelnemende gemeenten in de Drechtsteden. In Dordrecht zijn er 198 aanvragen toegekend en in Papendrecht slechts 21. Het beeld lijkt te ontstaan dat mensen niet weten dat SUN bestaat en dat zij een aanvraag kunnen indienen. Hij verzoekt de portefeuillehouder toe te lichten wat de reden van dit verschil is tussen de deelnemende gemeenten. Daarnaast vindt hij het opvallend dat in Papendrecht het aantal toegekende giften daalt t.o.v. 2021 en vraagt wat daar de oorzaak van kan zijn. Tenslotte vraagt hij of er wel voldoende gebruik wordt gemaakt van SUN om inwoners te helpen en wat er wordt gedaan om te informeren over deze mogelijkheden. Wethouder VAN ERK merkt op dat SUN een vangnet is, voor wanneer er geen enkele andere regeling is die soelaas biedt. In principe leidt vroegtijdige en passende inzet van de hulpverlening tot minder beroep op een noodfonds. In die zin kan een laag aantal een positieve indicatie zijn. De verschillen tussen de gemeenten en de daling van aanvragen zijn niet 1 op 1 te verklaren als: geen goed bereik. In Dordrecht speelt daarbij mee dat de locatie 3

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 22 juni 2023

van SUN daar is gevestigd, de andere gemeenten volgen op wat afstand met vergelijkbare percentages. Daarnaast merkt hij op dat het geen doel op zich is om het gebruik van noodfondsen te bevorderen. Bij uitzondering is er tijdens de energiecrisis gecommuniceerd over het lokale noodhulpfonds ASFP, dat goed samenwerkt met SUN, maar de speerpunten zijn vroeg signaleren van problemen en dan een passend hulpaanbod van bv. schuldhulpmaatje, doorverwijzing naar de Sociale Dienst of Sterk Papendrecht. Belangrijk is dat SUN goed bekend is bij deze partners, zodat zij met inwoners een aanvraag kunnen indienen als andere hulp niet voldoet. Er zijn verder geen opmerkingen en/of mededelingen. 07.

Perspectiefnota 2023 – 2028. De heer C. GRIMMIUS vindt het jammer dat het klimaatakkoord nauwelijks in de perspectiefnota terugkomt en dat er geen extra urgentie of maatregelen zichtbaar zijn. Hij vraagt zich af wat men gaat doen om de 20% achterstand op het landelijk gemiddelde hernieuwbaar opgewekte energie aan te pakken. Wethouder JANSSEN antwoordt dat men de urgentie voelt om stappen te maken en dat dat de conclusie dat men achterloopt m.b.t. hernieuwbare energie -omdat men in een dichtbevolkt gebied zit waar niet heel veel plaats is voor zon- en winturbines- niet verrassend kan zijn. Daarbij merkt hij op dat men in de regionale samenwerking gelijk oploopt en richting 2030zelfs iets voorloopt. De betreffende voortgangsrapportages hierover ontvangt de raad binnenkort in een RIB. Daarnaast merkt hij op dat men in de regio breed inzet op niet alleen hernieuwbare energie, maar meer op de geothermische bron in Sliedrecht, gekoppeld aan een warmtenet. Daarnaast loopt men op allerlei manieren op de doelen van het klimaatakkoord, alleen is dit nog niet compleet vertaald in een revisie van de RES. Men moet kijken of de doelen scherper gesteld moeten worden en of men nog meer maatregelen moet nemen. Daarnaast vraagt de heer GRIMMIUS waarom er al voorbereidingen worden getroffen, maar er nog geen afspraken zijn gemaakt/besluit is genomen inzake de financiering van de VOscholen.

Wethouder KOSTEN merkt op dat in februari 2022 een dekkingsplan is gepresenteerd, waarbij is aangegeven dat voor het benodigde bedrag 3 componenten mogelijk zijn: de Eneco gelden, het aanpassen van de afschrijvingstermijn en de structurele stijging van de OZB van 1,5 %. Hij geeft aan dat hiervoor inderdaad besluitvorming nodig is en begrijpt dat het begrip afspraken verwarrend kan zijn. Op de 1,5 OZB-verhoging heeft -in tegenstelling tot de andere 2- besluitvorming plaatsgevonden, middels de perspectiefnota 2022, waar op pagina 15 staat: in het voorlopige dekkingsplan is gerekend met een jaarlijkse extra stijging van de OZB vanaf 2023 t/m 2030 met 1,5%. En vanaf 2026 t/m 2030 een jaarlijks oplopende claim van € 100.000, -. Ervan uit gaande dat de raad op deze weg wil doorgaan is hiermee in de perspectiefnota rekening 4

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 22 juni 2023

gehouden. De raad heeft de perspectiefnota vastgesteld en dit is meegenomen naar de begroting. Ook in de begroting van 2023 staan een aantal zaken aangaande de OZB, waarop is besloten en dat onderdeel uitmaakt van de besluitvorming. Er is hiervoor geen separaat raadsvoorstel geweest, maar er is wel besluitvorming geweest. Mevrouw VAN ES merkt inzake de financieel expert die wordt uitgenodigd om een toelichting op de begroting te geven op dat deze volgens haar fractie -omdat zijn vrouw in Papendrecht op de CDA-kieslijst van de afgelopen gemeenteverkiezingen stond en hij inwoner van Papendrecht is- niet voldoet aan de eis van volledige onafhankelijkheid. De heer BOERSMA merkt als punt van orde op dat de heer Van Vught niet aanwezig is om zichzelf te verdedigen. Mevrouw VAN ES zal zijn naam niet meer noemen en zegt dat haar fractie deze vraag eerst via de mail heeft gesteld en toen het antwoord hierop niet kwam, deze schriftelijk heeft gesteld. Omdat ook hierop geen antwoord is gekomen, komt haar fractie hier nu in de commissie op terug (en dan eventueel nog in de raad of met een motie/amendement). Zij merkt op dat de presentatie van de expert gaat over de financiering van de nieuwbouw van de VO-scholen en het uitgangspunt hierbij is dat de advisering aan de raad onafhankelijk moet zijn en dat de raad dit bepaalt.

Als het college vasthoudt aan deze persoon als expert (de kwaliteit staat niet ter discussie) twijfelt haar fractie over de onafhankelijkheid en vindt men dat dit voorkomen moet worden. Wethouder DE KEIZER merkt op dat de voorgestelde expert een voorstel is net als ieder ander voorstel van het college aan de raad, die hierover kan te beslissen. Inzake de besluiten die worden genomen over de VO-scholen merkt mevrouw VAN ES op dat haar fractie eerder heeft gevraagd -m.n. omdat er i.v.m. de grote impact glasheldere besluiten moeten worden genomen- of de raad, voordat de eerste uitvoering plaatsvindt, een principebesluit kan nemen. Zij doelt hiermee op een go/no go moment, waarna men niet meer terug kan. In dit besluit moet minimaal staan dat men voor 2 scholen nieuwe gebouwen gaat bouwen, dat men een financieringsplan wil en wat de randvoorwaarden zijn. In het antwoord op haar technische vraag hierover werd aangegeven dat er al veel besluiten zijn genomen en de volgende het besluit voor een krediet voor de inhuur van een architect is. Op haar vraag of er nog een definitief go besluit voorafgaand aan de financieringsvraag voor de architect komt antwoordt wethouder KOSTEN dat haar behoefte aan een go/no go moment duidelijk is, maar dat men nog niet zover is dat men het besluit om te gaan bouwen kan nemen.

Deze week ontvangt de raad een RIB waarin een tijdlijn wordt geschetst, waarin duidelijk wordt dat bepaalde informatie nog ontbreekt en dat men na de zomer terugkomt met een voorstel voor de architect. Medio 2024 kan men een investeringsbesluit/go-no go besluit nemen. 5

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 22 juni 2023

Mevrouw VAN ES merkt op dat de motie inzake aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling op 2 febr. 2023 is aangenomen om dit onderdeel te maken van het integraal veiligheidsplan en om onderdeel te zijn van de wijkaanpak. Uit de beantwoording van de technische vraag blijkt dat het niet als integraal onderdeel van de wijkaanpak wordt beschouwd, terwijl dit wel de strekking van motie was. Hierin wordt ook aangegeven dat er een apart plan naar de gemeenteraad komt, terwijl men niet ziet dat hiervoor budget wordt vrijgemaakt. De D66-fractie wacht op concrete actie en niet alleen op een plan. Wethouder VAN ERK zegt dat om recht te doen aan de motie huiselijk geweld en kindermishandeling dit onderwerp een apart plan van aanpak verdient, waarvan de eerste stap een onderzoek naar cijfers en de duiding hiervan is. Op basis van deze analyse kunnen de juiste cijfers worden bepaald in een samenhangend pakket. Omdat het achterhalen van de cijfers minder snel verloopt dan verwacht, zal het plan van aanpak eind 2023 begin 2024 gereed zijn. Hierna zal ook de financiële vertaling komen. Ook mevrouw KARSO heeft in de beeldvorming vragen gesteld over de afspraken inzake de VO-scholen en de extra verhoging van de OZB, waarop in het antwoord werd verwezen naar de raadsinformatiebijeenkomst van februari 2022.

Haar fractie vindt dit echter geen raadsbesluit en vindt het belangrijk dat aan e De financiering een raadsbesluit ten grondslag moet liggen. Daarnaast vraagt men zich af hoe men het extra verhogen van de OZB in een tijd van hoge inflatie naar de inwoners te verantwoorden valt. Tevens heeft men gevraagd waarom voor een externe financieel expert is gekozen en of het college overweegt de eigen accountant die ook onafhankelijk is, in te zetten. M.b.t. de tijdelijke huisvesting van de Lage Waard heeft mevrouw KARSO begrepen dat de extra huisvesting noodzakelijk is, maar dat men pas later dit jaar een uitspraak doet over definitieve huisvesting. Wethouder KOSTEN geeft aan dat toen hierover duidelijkheid kwam van de school, de perspectiefnota al weg was. Hij is van mening dat de school echt op de limiet zit, dat men dit nu beter kan uitvoeren en dat hij hoopt dat er bij de begroting duidelijkheid is. Op haar vraag of dit nu al ingeboekt moet worden of moet worden mee genomen naar de begroting en hoe de investering van 2 miljoen investeren (met een afschrijving van 20 jaar) zich verhoudt tot de andere toekomstige besluiten over de huisvesting antwoordt wethouder KOSTEN dat men tijdelijke huisvesting kan huren of kopen, maar dat men van mening is dat kopen -omdat men voor de scholen als investering in de toekomst een flexibel deel wil hebben- verstandiger is.

De heer STOUTHART vindt dat de verwijzing naar de politieke partij waarbij de vrouw van de heer Van Vught betrokken is niets te maken heeft met zijn expertise en dat het niet zo kan zijn dat hij daarop aangesproken wordt. In den 6

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 22 juni 2023

lande zijn meer verhoudingen bekend tussen beleidsmakers en bestuurders van verschillende partijen. De VOORZITTER verzoekt hem geen namen meer noemen. Ook de heer SCHUIL is van mening dat de politieke voorkeur van een partner geen invloed heeft op zijn expertise. Hij gaat ervan uit dat men andere experts in de toekomst ook niet gaat vragen naar de politieke voorkeur. De heer VERWEIJ informeert naar de plannen voor de lokale fietsagenda, vraagt wanneer men hierover wordt geïnformeerd en waarom hier 3 miljoen euro voor wordt uitgetrokken, terwijl hier -volgens de beantwoording- nog geen plannen voor zijn en hier in 2025 middelen van het Rijk voor vrijkomen. Daarnaast wordt er in de beantwoording gezegd dat het ook een pijler van het mobiliteitsplan is en dat op grond van een indicatie 3 miljoen euro genoemd zou zijn. Op zijn vraag of hiervoor toch geen plannen bekend zouden moeten zijn antwoordt wethouder JANSSEN dat het fietsplan (uit de vorige raadsperiode) in het mobiliteitsplan is verwerkt en men daarin gaat praten over de uitvoering van het destijds bedoelde fietsplan. Hierin wordt niet alleen gekeken naar fietsen, maar vanuit het STOMPprincipe naar lopen, trappen en openbaar vervoer en minder naar de auto. Inzake de expert die is gekozen door het college vraagt de heer VERWEIJ of de raad, met behulp van de griffie, voor een eigen expert kan kiezen.

Verder vindt de PAB-fractie het lastig zich uit te spreken tegen een situatie waar samenlevende mensen verschillende politieke opvattingen hebben. De heer BEZEMER heeft, omdat een aantal grote verplichtingen/investeringen niet is opgenomen, moeite met het beeld van de perspectiefnota dat wordt geschetst naar de burger. Hij is het eens met het voorstel van de D66-fractie om voor een aantal grote thema’s bedragen te voteren. M.b.t. de verhoging van de OZB vraagt hij waarom deze er tot 2028 al in staat. Inzake het wegvallen van de vergoeding voor uitleenpersoneel antwoordt wethouder JANSSEN dat deze vraag reeds technisch is beantwoord. Inzake punt 64 noodzaak van een toezichthouder bouw en OOV noemt de heer BEZEMER de forse kostenpost en vraagt hij hoe dit nu gebeurt, waarop wethouder JANSSEN antwoordt dat nu 1 Fte wordt ingehuurd. De heer BOERSMA vraagt m.b.t. de meerjaren visie/strategische agenda hoe men voorkomt dat men een langdurig traject van visievorming ingaat, waardoor aandacht en energie voor reeds gevormde visies en gemaakte plannen verslapt en er minder terecht komt van plannen die al zijn gemaakt en wat er volgens het college nog extra nodig is. Wethouder VAN DER BORG merkt op dat men bezig is met een strategische agenda, die een optelsom is van al het beleid, plannen en visies die de afgelopen jaren zijn vastgesteld.

Het lijkt het college verstandig op de lange termijn (na 2030-2040) na te denken over wat voor gemeente men wil zijn 7

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 22 juni 2023

en wat de beleidsspeerpunten zijn. Dit is de reden dat men hier in de perspectiefnota een aantal opmerkingen over heeft gemaakt. Hij begrijpt de oproep om op te passen dat de doestand hierdoor stagneert, maar merkt op dat het niet de inzet is om hier een groots traject van te maken dat ten kosten gaat van de uitvoering. Op de vraag van de heer BOERSMA naar de verhouding tussen de investering voor het versterken van de HR-capaciteit (1 Fte) en de reservering voor inhuur (van 1,5 miljoen euro) antwoordt wethouder JANSSEN dat men regionaal is gestart met het versterken van de arbeidsmarktstrategie en van recruitment waarvoor de € 75.000, - is bedoeld. Verder moet men in de huidige arbeidsmarkt fors inhuren, waarvoor de 1,5 miljoen is bedoeld. Daarnaast merkt de heer BOERSMA op dat zijn fractie bij de behandeling van het integraal veiligheidsplan een motie heeft ingediend om te komen tot een separaat voorstel voor de financiering van het uitvoeringsplan, dat voor de zomer zou komen. Verder informeert hij naar de verschillende posten die in de perspectiefnota zijn opgenomen en zouden worden meegenomen in (de financiering van) het uitvoeringsplan. Wethouder VAN ERK merkt op dat een voorstel voor de separate financiering inzake de uitvoeringsagenda IVP na de zomer komt en dat besluitvorming hierover in de raad van 28 september plaatsvindt.

Daarnaast merkt hij op dat op dit moment de kosten voor de huidige basis op orde in de perspectiefnota zijn opgenomen. In de uitwerking van het IVP komen de aanvullende kosten om in te zetten op integrale wijkaanpak. Tenslotte heeft de SGP-fractie m.b.t. de investeringen in feesten en het nieuwe evenementenbeleid meer behoefte aan een cultureel historisch evenement dat (net zoals de andere Drechtstedengemeenten) voor alle Papendrechters iets biedt. Wethouder VAN DER BORG merkt op dat Papendrecht op dit moment geen lokaal actueel evenementenbeleid heeft en dat men hier op een later moment op terugkomt. Het voorstel voor een cultureel historisch evenement vindt de wethouder een mooi idee, waarover hij bereid is verder na te denken. Hij stelt voor dat de SGP-fractie hiervoor een motie indient of het college anderszins een opdracht geeft. De heer BOERSMA overweegt de door wethouder genoemde motie. (Schorsing t.b.v. beantwoording van het college van 20.55 – 21.15 uur)

Tweede termijn De heer BEZEMER vindt het naar de inwoners toe lastig dat er sprake is van een groot overschot, maar dat er toch -zonder onderliggende plannen- wordt gesproken over een OZB-verhoging van 1,5% en vraagt zich af wat de andere fracties hiervan vinden. Verder hoort hij de wethouder zeggen dat medio 2024 nadat de perspectiefnota is besproken- een investeringsbesluit wordt genomen en verzoekt dit -i.v.m. het onhandige tijdstip- voor de perspectiefnota 2025 te 8

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 22 juni 2023

doen. Wethouder KOSTEN merkt op dat de raad in de RIB zal zien dat de besluitvorming inderdaad na de perspectiefnota ligt, maar dat men bij de perspectiefnota zo scherp mogelijk zal stellen. De heer VERWEIJ stelt voor de discussie over de OZB-verhoging a.d.h.v. de voorstellen in de jaarrekeningen te voeren. Ook mevrouw MIDDELKOOP vindt dat men kan nadenken over de consequenties van de OZB-verhoging. M.b.t. de financiële expert merkt zij op dat deze zelfde persoon in een eerder geval veel lof over zijn deskundigheid heeft gekregen en zij vraagt zich af wat hij in de tussenliggende tijd heeft gedaan zodat zijn integriteit in twijfel wordt getrokken. De CDA-fractie vindt het niet relevant wat zijn politieke voorkeur is. Mevrouw VAN ES merkt per interruptie op dat zijn expertise of integriteit absoluut niet in twijfel wordt getrokken, maar dat haar fractie een expert wenst die geen enkele link met Papendrecht heeft. Men zou ook niet willen dat een andere expert inwoner van Papendrecht zou zijn. Daarnaast is in het raadsbesluit vastgesteld dat de expert een totaal onafhankelijk persoon moet zijn. Zij vindt het heel jammer dat er zo op hun inbreng wordt gereageerd. Mevrouw MIDDELKOOP heeft gehoord dat het over integriteit gaat en dat de D66-fractie ook heeft genoemd dat zijn vrouw lid is van het CDA.

Mevrouw VAN ES heeft aangegeven dat men sommige dingen niet moet willen, dat zijn echtgenote op de gemeentekieslijst heeft gestaan en dat onafhankelijkheid van een expert buiten kijf moet staan. Op de vraag van mevrouw STIGTER of men van een andere deskundige ook zou moeten weten van welke partij zijn partner is antwoordt mevrouw VAN ES dat men vast wel zou weten of deze partner op een kieslijst in Papendrecht zou staan. Zij merkt op dat de D66-fractie als de genoemde expert komt een second opinion wil. Mevrouw STIGTER merkt op dat de raad dit besluit, waarop mevrouw VAN ES aangeeft dat haar fractie wel iemand kan uitnodigen en dat dit niet kan worden geweigerd. De heer STOUTHART merkt inzake de OZB-verhoging op dat het verlagen hiervan punt 1 op het verkiezingsprogramma van zijn fractie was, maar hij realiseert zich ook dat de bezuinigingen die in de vorige periode zijn ingezet noodzakelijk waren en dat men te maken heeft met redelijk veel incidenteel geld uit Den Haag. Zijn fractie heeft hier, mits goed onderbouwd, geen probleem mee. De heer BEZEMER maakt zich ook zorgen om het huishoudboekje op de lange termijn, maar heeft -als nog niet duidelijk is wat hieraan uitgegeven moet worden en men ook geen minimumvariant inbrengt-, moeite met het besluit de OZB nu te verhogen, niet met dit besluit op zich.

Als het nodig is, is de OZB ook een manier, maar dit moet wel goed onderbouwd zijn. 9

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 22 juni 2023

M.b.t. de expert merkt mevrouw KARSO op dat men een second opinion op de mening van het college wenst en vindt het fijn dat het college dit bevestigt. Inzake de VO-scholen verwijst de wethouder naar de perspectiefnota, maar vindt haar fractie het opvallend dat deze van 2019-2021 altijd ter kennisname was, terwijl de begroting in 2022 werd vastgesteld en daarmee ook de extra verhoging van 1,5% OZB. Wat haar fractie betreft moet dit een separaat besluit zijn. Hierbij merkt zij op dat de opmerking uitgaande dat raad op deze weg wil doorgaan een aanname is. Omdat men hier, ondanks de toezegging van de wethouder, moeite mee heeft en dit niet valt uit te leggen aan de bewoners zal haar fractie hiervoor een motie/amendement voorbereiden. De heer BOERSMA merkt per interruptie op dat men vorig jaar het besluit bij de perspectiefnota voor 2022-2027 heeft genomen wel de 1,5% in de begroting op te nemen en het dus voortzetting van beleid is dit vanaf 2028 ook op te nemen. Mevrouw KARSO bevestigt dat het meerjarig is voortgezet, maar dat haar fractie de extra verhoging tot 2027 wil terugdraaien. Hoe het voor de periode daarna is weet men nog niet, maar men wenst deze wel bij de begroting te betrekken. De heer BOERSMA concludeert dat men iets wenst te wijzigen dat vorig jaar door de raad is vastgesteld.

Hierbij merkt hij op dat de 1,5% wel losstaat van de ombuigingen, waarbij de OZB ook is verhoogd. Mevrouw KARSO zegt dat het zo niet in de perspectiefnota staat en er wordt gesproken over de voorlopige dekking van de huisvesting, maar dat hij wel gelijk heeft. Mevrouw BOKMA merkt per interruptie op dat in de begroting 2022, die is vastgesteld in 2021, staat dat n.a.v. de uitvoering van de businesscase lokale lasten in eerste instantie 15% OZB verhoging is afgesproken, maar dat de verdere uitwerking is dat in deze businesscase was doorgerekend dat 1,5% stijging boven op het inflatiepercentage noodzakelijk was. De heer SCHUIL vraagt per interruptie of de raad ook een besluit dient te nemen over de voorgestelde verhoging van € 200.000, -, of alleen over de 1,5% uit het verleden. Hierop antwoordt mevrouw KARSO dat men hier voor 2023 niets meer aan kan doen, maar dat men het vanaf 2024 zou kunnen terugdraaien. Wethouder KOSTEN merkt op dat men rekent met het voorlopige dekkingsplan, hetgeen inhoudt dat men structureel nog € 200.000, - extra moet opnemen. Daarnaast is het college van mening dat er sprake is van besluiten die door de raad zijn genomen en dat het de behoefte van de raad was om te sparen en voor te bereiden op toekomstige investeringen. Om deze reden is men verbaasd over wat er gebeurt.

Het college wenst de besluitvorming van de raad te respecteren door besluiten die zijn genomen uit te voeren. De heer VERWEIJ merkt per interruptie op dat de 1,5% zou moeten leiden tot 1,2 miljoen euro en dat bij het terugdraaien hiervan dekking elders gevonden moet worden. Wethouder KOSTEN geeft aan dat het vaststellen van de perspectiefnota te maken heeft met - omdat de concernrapportage nu verbonden is aan de perspectiefnota- een gewijzigde systematiek. Verder merkt hij op dat het t.z.t. aan de raad is om te beslissen over het investeringsvoorstel en de dekking vast te 10

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 22 juni 2023

stellen. Op dit moment werkt men, volgens de besluitvorming die volgens het college heeft plaatsgevonden, met een voorlopig dekkingsvoorstel. Mevrouw VAN ES merkt m.b.t. de expert op dat haar fractie comfort zoekt in het gevoel van onafhankelijkheid en dat men meegaat met het voorstel van de PABfractie voor een second opinion voor dit meest impactvolle besluit ooit in Papendrecht genomen. De heer BOERSMA merkt per interruptie op dat de second opinion die is genoemd in het raadsbesluit niet ging over deze adviseur, maar over een second opinion die was gevraagd op een veel eerder besluit en dat dit hier niets mee te maken heeft. Mevrouw VAN ES antwoordt dat dit niet correct is en dat haar fractie destijds het idee heeft geopperd om -vóór het financiële voorstel- een externe financieel expert een second opinion te laten geven op de begroting. De heer BOERSMA merkt per interruptie op dat het voorstel van het college gaat over een expertbijeenkomst over de volle breedte van de financiële situatie van de gemeente en niet alleen van de VO-scholen. Mevrouw VAN ES antwoordt dat dit inderdaad wordt gezegd, maar dat het besluit van de OZB en het refereren aan de RIB allemaal is aan de hand van hetgeen deze expert de vorige keer (febr. 2022) heeft ingebracht over dit onderwerp. Daarnaast merkt zij op dat de expert nodig is om uit te leggen of dit enorme bedrag in de begroting haalbaar is.

De bijeenkomst gaat over de volle financiële breedte en de impact die de VO-scholen hierop hebben. De heer BOERSMA merkt per interruptie op dat het destijds ging over de VO-scholen, maar dat het deze keer gaat over het complete financiële plaatje van de gemeente, niet per se over de VO-scholen. Mevrouw VAN ES vraagt zich af of er dan nog een aparte avond met de expert moet worden georganiseerd voorafgaand aan het go-besluit, om de raad te adviseren of men de last van de VO-scholen kan dragen. Wethouder KOSTEN merkt op dat men de expert de raad helderheid moet geven m.b.t. tot investeringen in brede zin. M.b.t. het principebesluit/go-besluit vraagt mevrouw VAN ES of ze het antwoord van de wethouder mag opvatten als een toezegging dat dit een principebesluit wordt waar het volledige project voor de 2 VO-scholen met een dekkingsvoorstel instaat. Wethouder KOSTEN geeft aan dat hij, omdat men nog niet zo ver is met het rekenen en de planvorming, geen toezegging kan doen voor de complete financiering. Mevrouw VAN ES vraagt om een toezegging dat men een principebesluit/go-besluit kan krijgen waarin het totale dekkingsplan staat, waarop wethouder KOSTEN aangeeft dat men -net zoals men dat tot nu toe heeft gedaan- stap voor stap beslissingen gaat nemen, waaronder een eerste investeringsmoment/go-no go, maar dat hij weet niet hoe dit eruit ziet.

Op de vraag mevrouw VAN ES of dit geen voorstel wordt waarin 100 miljoen wordt gevraagd antwoordt wethouder KOSTEN dat het plaatje onvoldoende helder is om dit toe te kunnen zeggen. Dit zou een scenario kunnen zijn, maar er zou ook sprake kunnen zijn van een gefaseerd scenario. Mevrouw VAN ES spreekt de zorg uit dat men niet wil dat er een kredietaanvraag voor een deel van school 1 komt, 11

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 22 juni 2023

1-2 jaar later een voorstel voor dekking voor een ander deel en 3 jaar later weer. Wethouder KOSTEN zegt dat er veel opties denkbaar zijn, maar dat hij weet niet hoe het eruit gaat zien. Hij hoort mevrouw Van Es zeggen dat men wil dat beiden scholen een gelijk speelveld hebben en afkomen. Hij begrijpt dit en let hierop, maar weet niet hoe dit eruit gaat zien. Op de vraag van mevrouw VAN ES wanneer hij dit wel weet antwoordt wethouder KOSTEN dat in de RIB wordt aangegeven dat men aankoerst op het derde kwartaal 2024. Uiteraard zal hij de raad in de tussentijd informeren. Mevrouw VAN ES wordt hier zenuwachtig van. Inzake de 1,5% OZB verhoging zou het volgens mevrouw VAN ES zuiver zijn om deze nu voor 2024 terug te draaien en dit in 2024 eventueel (met een mogelijk ander percentage) weer in te voeren. Daarnaast vindt ook zij het bijzonder dat de perspectiefnota voorafgaand aan 2022 altijd voor kennisgeving is aangenomen, die voor 2022-2027 is vastgesteld, terwijl dat nu weer niet het geval is. Volgens de D66-fractie had men er, i.v.m. de transparantie, bij de begroting bij 1 van de besluitpunten verhoging OZB apart bij moeten zetten.

Waarom staan er wel andere specifieke besluitpunten over het vrijmaken van bepaalde gelden en niet over de verhoging van de OZB? Op haar vraag of er inzake kindermishandeling wordt uitgegaan van een link met de integrale wijkaanpak antwoordt wethouder VAN ERK dat deze relatie er zeker zal zijn en dat men hoopt en verwacht dat dit op elkaar in zal gaan werken en een goede bijdrage zal leveren aan het (deels) voorkomen van huiselijk geweld. De heer GRIMMIUS vraagt hoe de wethouder het versnellen van de aanpak van het klimaatakkoord ziet, waarop wethouder JANSSEN antwoordt dat er a.d.h.v. de 6 ton Rijksgelden (voor het eind van het jaar) een team op orde moet komen om meer voor elkaar te krijgen. Daarnaast gebeuren en nog heel veel andere zaken, regionaal en met het warmtenet, die niet in de begroting zijn terug te vinden, maar wel in die van HVC. In de komende 3 jaar gaan er ca. 700 woningen van gas los die aan het warmtenet worden gekoppeld. Ook gaat men dit en volgend jaar aan de slag met de wijkuitvoeringsplannen die duidelijk maken welke wijk/straat wanneer van het gas af gaat. Ook voor de (intensivering van de) regionale energieloket bijeenkomsten is er geen extra geld nodig. Inzake de OZB-belasting merkt de heer GRIMMIUS op dat hij niet in de toekomst kan kijken en niet weet of dit tegen die tijd voldoende zal zijn en wat de impact zal zijn.

Zijn fractie is niet principieel tegen een OZB-verhoging, omdat men hiermee de lasten bij de mensen met de breedste schouders legt. De heer BEZEMER merkt per interruptie op dat men hierover pas kan besluiten als men bij benadering- weet waar het om gaat. Zijn fractie kan de maatregelen – terwijl men overschotten laat zien, maar er waarschijnlijk tekorten zijn/komen- nu niet uitleggen naar inwoners. De heer GRIMMIUS vindt dat hij hiermee helemaal gelijk heeft en merkt op dat de verordening op de OZB nog niet is vastgesteld. 12

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 22 juni 2023

M.b.t. de expert vindt ook zijn fractie de onafhankelijkheid belangrijk, waarbij men het politieke deel minder belangrijk vindt dan het feit dat hij inwoner van Papendrecht is. Hierbij begrijpt hij de negatieve reacties van de andere fracties op de mening van de D66-fractie niet en vraagt hij zich ook af wat het probleem zou zijn om een andere expert te vinden en waarom men vast moet houden aan deze persoon. De heer VERWEIJ merkt per interruptie op dat men te maken heeft met een professional, waarbij het niet uit hoeft te maken dat hij inwoner van Papendrecht is. De heer BOERSMA vraagt per interruptie waarom de bewijslast wordt gelegd bij degenen die geen probleem hebben met de experts. Uitgaande van de opmerking dat een expert niet in Papendrecht zou mogen wonen, zou dit ook moeten gelden voor ambtenaren die in Papendrecht wonen. De heer GRIMMIUS heeft geen reden om te twijfelen aan zijn deskundigheid, maar er zijn partijen die de schijn van belangenverstrengeling -zeker bij een dermate impactvol besluit- willen voorkomen. (Schorsing t.b.v. beantwoording van het college van 22.15 – 22.30 uur)

De commissie adviseert aansluitend de onderhavige stukken als bespreekstuk door te leiden naar de gemeenteraad. 08.

Jaarstukken 2022. Op aanraden van de heer BOERSMA wordt -omdat er nog geen accountantsverklaring is- dit agendapunt doorgeleid als bespreekstuk naar de raadsvergadering van 6 juli.

09.

Verordening Duurzaamheidslening gemeente Papendrecht 2023. Op de vraag van de heer LEENHOUTS welke type huishoudens het zijn die een aanvraag doen, of dit over het algemeen lagere inkomensgroepen zijn en of er sprake is van een inkomenstoets antwoordt wethouder JANSSEN dat het niet helemaal duidelijk is wie hier een beroep op doet, maar dat dit waarschijnlijk voornamelijk de lagere inkomensgroepen zijn en dat een inkomenstoets niet aan de orde is. In antwoord op zijn vraag of er sprake is van een lening met rente en hoe zich dit verhoudt tot een lening bij het nationaal warmtefonds antwoordt wethouder JANSSEN dat er meestal na 2-3 jaar wordt gekeken of en in hoeverre men de lening tegen de wettelijke rente kan terugbetalen. In antwoord op zijn vraag of er ook een 0% rente is voor een verzamelinkomen lager dan € 60.000, antwoordt wethouder JANSSEN dat dit niet het geval is, maar dat de eerste paar jaar geen rente betaald wordt. Op de vraag van de heer BEZEMER of door de koppeling van isolatiemaatregelen met zonnepanelen mogelijk een groep in de knel komt die gedwongen kan

13

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 22 juni 2023

worden om dubbel te investeren antwoordt wethouder JANSSEN dat er niet altijd meerdere maatregelen nodig zijn, maar dat alleen zonnepanelen niet mogelijk is. In antwoord op de vraag van mevrouw MIDDELKOOP of de looptijd van 10 jaar tot €7.500,- en 15 jaar tussen de €7.500,- en € 25.000, - van kracht blijft in het nieuwe voorstel antwoordt wethouder JANSSEN dat dit inderdaad het geval is. Op de vraag van mevrouw BOKMA naar een waarborg m.b.t. een dubbele aanvraag bij SVN en het Warmtefonds antwoordt wethouder JANSSEN dat de SVn een eigen methode heeft voor het voorkomen van een dubbele (gehonoreerde) aanvraag. Ook de heer B. GRIMMIUS maakt zich zorgen om de groep inwoners die mogelijk in de knel komt door gedwongen dubbele investering t.b.v. isolatiemaatregelen met zonnepanelen. Op zijn vraag naar het toekenningsplafond van € 500.000, -, de overheveling uit de starterslening en de criteria voor een mogelijke wijziging van een afwijzing antwoordt wethouder JANSSEN dat men in het begin dit jaar ook net over het plafond heen zat en men een andere wijze van ophogen van de financiering heeft toegepast. Op dat moment kan het college besluiten om een aanvraag (het gaat hier niet om grote bedragen) wel te honoreren. Uiteraard moet men voor ophoging van de duurzaamheidslening wel toestemming vragen aan de raad.

De heer GRIMMIUS stelt voor om naast communicatie via de gebruikelijke kanalen een folder of ansichtkaart te verspreiden (via huisartsen, bibliotheek, Odensenhuis, bij Bosshardt) om de gewenste doelgroep goed te bereiken. Wethouder JANSSEN zegt dat de ansichtkaart niet nodig is, omdat ook de lagere inkomensgroepen goed bereikt worden. In antwoord op de opmerking van de heer GRIMMIUS -inzake de gewenste versnelling- dat er pas 75 maatregelen zijn uitgevoerd, terwijl er 14.000 woningen in Papendrecht zijn, antwoordt wethouder JANSSEN dat voor de 14.000 woningen in Papendrecht zelfs de 9 miljoen die in de Smart Delta is vrijgekomen onvoldoende zou zijn en dat dit budget bedoeld is voor mensen die het zelf niet kunnen financieren. Op de vraag van de heer GRIMMIUS of de in art. 10 genoemde hardheidsclausule ook geldt als er negatieve toets wordt uitgebracht door de SVn antwoordt wethouder JANSSEN dat dit een standaard bepaling is en dat de SVn een goed afwegingskader heeft. Op de vraag naar de reden dat in art. 2 onder leeftijdseis wordt gesteld dat dat er minimaal iemand van de aanvragers onder de 67 jaar moet zijn, antwoordt wethouder JANSSEN dat dit te maken heeft met de lening en terugbetaalperiode.

Op de vraag van de heer VAN HETEREN welke isolatiemaatregelen er voor de duurzaamheidslening gebruikt kunnen worden antwoordt wethouder JANSSEN dat men dan moet denken aan dubbele/triple beglazing en isolatiemaatregelen. 14

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 22 juni 2023

Tweede termijn Mevrouw BOKMA merkt op dat voor de duurzaamheidslening wel een inkomenstoets geldt en dat wanneer de lening niet past, het Warmtefonds met een 0% lening overblijft. Daarnaast merkt zij op dat voor de starterslening de eerste paar jaar geen rente wordt betaald, maar voor de duurzaamheidslening wel. Ook inwoners van 75 jaar en ouder kunnen bij het Warmtefonds terecht. Mevrouw MIDDELKOOP merkt op dat in de nieuwe verordening geen looptijd vermeld staat, waarop wethouder JANSSEN aangeeft dat dit de standaardprocedure is bij de SVn en dit dus niet opgenomen hoeft te worden. Op de vraag van de heer GRIMMIUS naar het verschil tussen de inkomenstoets en financiële toets antwoordt wethouder JANSSEN dat de financiële toets verder gaat dan een inkomenstoets. Mevrouw BOKMA merkt op dat bij de financiële toets de complete financiële situatie (schulden, leningen, BKR-toetsing) wordt gecontroleerd, die vergelijkbaar is met de hypotheekaanvraag bij de bank. De commissie adviseert aansluitend de onderhavige stukken als hamerstuk door te leiden naar de gemeenteraad. 10.

Subsidieplafond 2024. Op de vraag van mevrouw STIGTER of bij de vaststelling ruimte overblijft voor nieuwe initiatieven antwoordt wethouder DE KEIZER dat dit, zolang er nog geld in het budgetplafond zit, zeker het geval is. Mevrouw VAN ES verzoekt het college de subsidie aan het beeldenpark Drechtoevers die met de afgelopen bezuinigingsronde is vervallen, nu er een lagere subsidie is aangevraagd serieus te bekijken en te honoreren. Zij merkt op dat het uit het onderzoek naar bewegen in de buitenruimte dat door het college is aangekondigd zou kunnen blijken dat mensen graag langs de beelden lopen en het een stimulans is om te bewegen en aan hun gezondheid te werken. Wethouder VAN DER BORG vindt het ingewikkeld om dit toe te zeggen, maar gaat hier wel naar kijken. Hij merkt hierbij wel op dat het een besluit van de raad is geweest om hiermee te stoppen. De heer VAN DEN BOOGAART merkt inzake het indexatiepercentage van 7,5% (dat is vastgesteld op basis van het consumentenprijsindexcijfer eerste maanden 2023) op dat een dergelijk percentage in tijden van stijgingen altijd achter de feiten aanloopt en dat hij bang is dat zijn vermoeden dat het -net als de 2 vorige keren- te laag zal zijn, weer het geval is. Bij behandeling hiervan vorig jaar heeft 15

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 22 juni 2023

hij opgemerkt dat de taakvelden uit het voorstel niet overeenkomen met de beleidsterreinen in de subsidieverordening uit 2013, waarop is toegezegd dat de actualisatie van de subsidieverordening meegenomen zou worden bij het opstellen van het collegeprogramma, hetgeen echter nog niet is gebeurd. Wethouder DE KEIZER komt hier schriftelijk op terug. Tweede termijn Mevrouw VAN ES zegt dat het inderdaad een besluit van de raad is geweest om te stoppen met de subsidie voor het beeldenpark, maar dat zij van mening was dat dit alleen voor dat jaar gold en dat hierover -als er geld is- op individuele basis nogmaals besloten kan worden. Zij vraagt of 1 jaar voldoende is en of het onderzoek naar bewegen in de buitenruimte dan is afgerond. De heer VERWEIJ merkt per interruptie op dat men ervoor moet oppassen, door de bezuiniging terug te draaien geen fietsenstallingsituatie te creëren en een precedent te scheppen. Hierop zegt mevrouw VAN ES dat het niet zo kan zijn dat iets wat is besloten – door voortschrijdend inzicht en nieuwe informatie- nooit meer veranderd mag worden. M.b.t. de subsidie die destijds (vertragend uitgevoerd) is wegbezuinigd, kan uit onderzoek blijken dat mensen dit zeer waarderen. Zij stelt voor de bezuiniging met 1 jaar te verlengen/op te schorten en een incidentele subsidie te verlenen tot het onderzoek is afgerond.

Wethouder VAN DER BORG wenst de uitspraak hierover bij de raad te laten en zal de conclusies en gevolgen van het onderzoek met de raad delen en bespreken. Hij vindt het echter te vroeg om hierop vooruit te lopen en wil niet voorsorteren op toekomstige keuzes. Hij kan daarom ook niet toezeggen de subsidie met een jaar te zullen verlengen. Mevrouw VAN ES vraagt niet om hierop voor te sorteren, maar in te zien dat iets niet onnodig teruggedraaid hoeft te worden. Haar fractie zal een en andere in een motie verwoorden om te kijken of er -in afwachting van het onderzoek- draagvlak is voor een verlening van 1 jaar. De commissie adviseert aansluitend de onderhavige stukken als bespreekstuk door te leiden naar de gemeenteraad. 11.

Aanbesteding Accountantsdienst. De commissie adviseert de onderhavige stukken als hamerstuk door te leiden naar de gemeenteraad.

12.

Sluiting. Niets meer aan de orde zijnde sluit de VOORZITTER de vergadering om 23.30 uur onder dankzegging aan eenieder voor diens inbreng. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de 2023. 16

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 22 juni 2023

De heer N. den Braven (plv. griffier)

De heer P.J. van der Giessen (voorzitter) Lijst met toezeggingen

1. Subsidieplafond:. Portefeuillehouder De Keizer De portefeuillehouder zegt toe schriftelijk terug te komen op de vraag waarom de genoemde beleidsterreinen in het voorstel Subsidieplafonds 2024 niet gelijk zijn aan de genoemde beleidsterreinen in de Algemene subsidieverordening gemeente Papendrecht 2013.

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/652/documents/11157