CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag Oordeelsvorming 12.2.2026.pdf

Oordeelsvormende vergadering Papendrecht 21 mei 2026, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 4: Vaststellen verslagen van 12 en 26 februari 20263.678 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1 alinea's met “mededelingen”: 7

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 12 februari 2026

BESLUITENLIJST VAN DE OPENBARE OORDEELSVORMENDE VERGADERING d.d. 12 februari 2026. Een integrale geluidsopname van deze vergaderingen is te beluisteren op www. papendrecht.nl Aanwezig: De heer P.J. van der Giessen, voorzitter; Mevrouw H.M. van Wijngaarden (PAB), mevrouw A. van Gent (PAB), de heer I. Brands (OP), mevrouw A. Haj-Hussein (OP), mevrouw A. Bokma (VVD), de heer R. Schuil (CDA), mevrouw A.A.S. Stigter (CU), de heer E. den Boef (CU), mevrouw T.C. van Es (D66), de heer A.J. Boersma (SGP) en de heer P.C. Grimmius (GL). Mevrouw M.J.M. van Driel, burgemeester; Mevrouw W. Renzen - Van Leeuwen, portefeuillehouder; De heer J.D. van der Borg, portefeuillehouder; De heer J.L. van Erk, portefeuillehouder; De heer A.J. Kosten, portefeuillehouder; De heer A.M.J.M. Janssen, portefeuillehouder. De heer A.N.C. Mullenders, plv. griffier/raadsadviseur. 01.

Opening. De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom.

02.

Vaststellen agenda. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

03.

Mededelingen. Er zijn geen mededelingen.

04.

Vaststellen verslagen 15 en 22 januari 2026. De verslagen worden ongewijzigd vastgesteld.

05.

Vragenkwartier. Er zijn geen vragen.

06.

Ingekomen stukken. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN merkt m.b.t. D03. RIB beantwoording motie strengere aanpak overlast pest- en intimidatiegedrag op dat zij onder de indruk is van de hoeveelheid acties die in hele korte tijd zijn ondernomen. Verder is uit een analyse naar de inzet van buurtvaders en buurtmoeders gebleken dat dit een langdurige opbouw, werving en borging vraagt, waardoor dit nu niet haalbaar is. Zij vraagt of dit betekent dat dit concept wordt afgeschreven en merkt op dat alle 1

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 12 februari 2026

3 de betrokken partijen hopen dat dit onderwerp verder onderzocht gaat worden. Wethouder VAN ERK geeft aan dat in de RIB staat dat het concept buurtvaders en buurtmoeders op dit moment niet passend is en dat men nu voorrang geeft aan andere interventies en maatregelen. Dat betekent niet dat het idee van tafel is, als de problemen blijven bestaan of erger worden, kan het later altijd opnieuw worden bekeken. Maar voor nu gaat de aandacht vooral naar de maatregelen die in de RIB staan beschreven. Aansluitend vraagt mevrouw VAN WIJNGAARDEN naar de evaluatietermijn van de maatregelen, waarop wethouder VAN ERK aangeeft dat hierover in de RIB geen toezegging is gedaan om bv. over een half jaar opnieuw te evalueren. Tegelijkertijd benadrukt hij dat dit uiteraard wel onderdeel is van hoe de gemeente werkt. Alle onderwerpen vallen onder de PDCA-cyclus, waarbij men regelmatig kijkt welke acties en interventies zijn ingezet, wat de resultaten daarvan zijn en of moet worden doorgegaan, afgeschaald of opgeschaald. M.b.t. D04. RIB evaluatie jaarwisseling 2025-2026 vraagt mevrouw VAN WIJNGAARDEN waarom er geen vervolgacties op de aanhoudingen zijn uitgevoerd, waarop burgemeester VAN DRIEL antwoordt dat de incidenten van dusdanige aard waren dat deze ter plekke konden worden opgelost en hier geen vervolg op nodig was.

Verder merkt zij op dat een tiental overlast gevende jongeren 3 dagen voor de jaarwisselingen een waarschuwingsbrief m.b.t. een last onder dwangsom heeft ontvangen. Afsluitend merkt mevrouw VAN WIJNGAARDEN inzake E02. RIB beantwoording art. 40 vervolgvraag inzake woningbouw Van der Palmpad op dat haar fractie verheugd is dat de Bethlemkerk de suggestie uit de motie om studio’s te bouwen als uitgangspunt heeft genomen. Op haar vraag naar een tijdspad m.b.t. de aanvang hiervan geeft wethouder JANSSEN aan dat dit nog niet duidelijk is. Uiteraard is men voornemens het project zo snel mogelijk te realiseren. De vertraging ligt in dit geval niet bij de gemeente, maar vooral bij de stappen (de intake -en omgevingstafel) die de initiatiefnemer zelf moet doorlopen. Zodra men aan deze vereisten voldoet, kan het proces relatief snel verder worden opgepakt. De commissie adviseert aansluitend de onderhavige stukken door te leiden naar de gemeenteraad. 07.

Insprekers over niet geagendeerde onderwerpen. Er zijn geen insprekers.

08.

1e Wijziging Legesverordening 2026. Niets aan de orde zijnde worden de onderhavige stukken als hamerstuk doorgeleid naar de gemeenteraad. 2

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 12 februari 2026

09.

Actualisatie financiële verordeningen ex art. 212 en 213 Gemeentewet. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN merkt op dat deze noodzakelijke wijzigingen, net zoals bij het voorgaande agendapunt, i.v.m. de wettelijke verplichtingen moeten worden doorgevoerd. Niets meer aan de orde zijnde worden de onderhavige stukken als hamerstuk doorgeleid naar de gemeenteraad.

10.

Normen- en toetsingskader 2025. Niets aan de orde zijnde worden de onderhavige stukken als hamerstuk doorgeleid naar de gemeenteraad.

11.

Uitvoeringsprogramma en begroting Smart Delta Drechtsteden 2026. Mevrouw VAN ES zegt positief te zijn over het voorstel, waarin nieuwe taskforces worden genoemd voor bouwen, netcongestie en bereikbaarheid. Deze moeten knelpunten in kaart brengen en helpen bij het zoeken naar oplossingen. Zij merkt op dat de regionale samenwerking, o.a. met Smart Delta, steeds meer resultaat oplevert. Als voorbeeld noemt zij de recent gesloten bestuursovereenkomst tot 2035, waarin 16 miljoen euro beschikbaar is gesteld voor verbeteringen aan de A15 tussen Papendrecht en Gorinchem. Ook merkt zij op dat de regio landelijk vaker wordt genoemd en beter in beeld komt bij het nieuwe kabinet. Haar fractie is hier tevreden over en gaat akkoord met het voorstel. Mevrouw VERDOORN sluit zich aan bij de opmerkingen van mevrouw Van Es, maar plaatst wel een kanttekening bij de taskforce Bereikbaarheid. Zij wijst erop dat er een bestuurlijke aanjager is aangesteld om de samenwerking met RWS, de provincie en Holland Bereikbaar te versterken. Uit de stukken heeft zij begrepen dat deze persoon al geruime tijd actief is. Toch ziet zij dat er overlap ontstaat tussen werkzaamheden aan de N3 en de N214.

In de media werd vermeld dat dit geen problemen zou opleveren, maar volgens de planning van RWS zullen er bij de asfalteringswerkzaamheden – van september 2026 tot zomer 2027 – wel degelijk wegafsluitingen plaatsvinden. Haar fractie gaat akkoord met het voorstel, maar vraagt zich wel af waar het extra geld voor de taskforce precies aan wordt besteed. Ook merkt zij op dat een dergelijke situatie het vertrouwen niet bevordert. Mevrouw STIGTER is blij met het voorliggende plan en sluit zich aan bij de opmerkingen van mevrouw Van Es. Zij benadrukt dat haar fractie inzake Smart Delta steeds aandacht blijft vragen voor het thema brede welvaart. In het voorstel staat dat er 50 miljoen euro beschikbaar is, waarvan 25 miljoen afkomstig is van het Rijk. Hoewel zij positief is over de aandacht voor investeringen in het sociaal domein, vraagt zij waarom er i.p.v. met het hoger 3

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 12 februari 2026

onderwijs niet ook wordt samengewerkt met het middelbaar onderwijs, waar veel meer jongeren zitten die straks de arbeidsmarkt op kunnen. Daarnaast mist zij concrete acties voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en zou hier graag meer duidelijkheid over ontvangen. De heer BOERSMA quote een uitspraak van Johan de Witt, voormalig raadspensionaris van het gewesten Holland en daarmee eigenlijk de machtigste politicus van de republiek. Hij vindt het bijzonder en passend dat het De Witt Toekomstpact 2035 voor de maritieme maakindustrie naar hem vernoemd is. Een eerbetoon aan de maritieme geschiedenis van de regio en aan de ambitie om opnieuw vooruitgang te boeken. Hij is van mening dat de nieuwe aansturing van Smart Delta Drechtsteden begint te werken en dat het Toekomstpact en het uitvoeringsprogramma duidelijker, concreter en ambitieuzer zijn dan eerdere regionale documenten. Met investeringen die oplopen tot 1,5 à 2 miljard euro in de komende 10 jaar stralen deze m.b.t. de voorliggende opgave ambitie uit. Zijn fractie ondersteunt daarom volledig de inzet om de maritieme maakindustrie te versterken. Daarnaast lukt het ook steeds beter om Smart Delta landelijk op de kaart te zetten. Wel vraagt hij de wethouder of regionale keuzes kunnen botsen met specifieke belangen van Papendrecht, en hoe het college hiermee omgaat.

Ook vraagt hij in hoeverre de raad nog invloed kan uitoefenen op het uitvoeringsprogramma, of dat dit document in feite vastligt zodra het regionaal is vastgesteld. Over wonen en bouwen merkt de heer BOERSMA op dat Papendrecht bijna 1.000 woningen in de planning heeft, aanzienlijk meer dan de eerdere doelstelling van 660 woningen. Hiervoor complimenteert hij het college. Wel vraagt hij duidelijkheid over wat de regionale taskforce Bouwen precies betekent voor Papendrecht, welke ondersteuning zij biedt en of deze taskforce ook daadwerkelijk inzetbaar is op Papendrechtse projecten. Daarnaast vraagt hij of vertraging in de woningbouw altijd te maken heeft met procedures of juridische kwesties, of dat bestuurlijke durf soms ook een rol speelt. Verder noemt de heer BOERSMA het taskforce Bereikbaarheid, hij vindt het opvallend dat de aanstaande afsluiting van de N3 niet concreet is opgenomen in de uitvoeringsagenda, terwijl dit grote gevolgen zal hebben voor inwoners en de regionale mobiliteit. Hij vraagt waarom deze informatie ontbreekt en wat de Papendrechter concreet gaat merken van de inzet van de taskforce Bereikbaarheid. Ook vraagt hij of deze zich actief bezighoudt met de situatie rond de N3 en of de regio bereid is daadwerkelijk te investeren in de waterbus, omdat er ondanks ambitieuze woorden nu eerder sprake lijkt van verschraling dan versterking. T.a.v.

de aanpak van de A15 merkt de heer BOERSMA op dat de landelijke MIRT-aanpak stilligt, maar dat er wel een bestuursovereenkomst is gesloten voor kleinere maatregelen, waarbij Papendrecht niet is aangesloten. Hij vraagt waarom dat zo is, of de gemeente alsnog profiteert van deze maatregelen en of dat dit een gemiste kans is. Daarbij stelt hij voor dat gemeenten langs de 4

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 12 februari 2026

A15 mogelijk meer gezamenlijk zouden kunnen optrekken om dit onderwerp landelijk beter op de agenda te krijgen. M.b.t. de regionale strategie voor de Maritieme Delta tot 2050 noemt hij het probleem van schaarse ruimte voor maritieme bedrijven, ook binnen Papendrecht zelf, en vraagt hoe het college deze uitdaging ziet en welke rol Papendrecht regionaal kan spelen, of welke ondersteuning de gemeente juist nodig heeft. Afsluitend merkt de heer BOERMSA op dat het goed is om te zien dat er nieuw elan is in de regionale samenwerking en dat er stappen vooruit worden gezet. Hij verwijst opnieuw naar Johan de Witt, die aangaf dat vooruitgang soms stap voor stap gaat en zegt dat men vertrouwen heeft in de richting die nu wordt ingeslagen. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN zegt dat haar fractie heeft stilgestaan bij het hoofdstuk Financiën in het voorstel. Daarin staat dat de begroting is losgekoppeld van die van Dordrecht en dat eerdere onjuistheden zijn gecorrigeerd. Dit leidt tot hogere uitgaven, maar ook tot een correctie aan de inkomstenkant. Per saldo blijft er 5 miljoen euro over. Zij stelt daarbij de vraag of dit betekent dat de gemeente al die jaren te veel heeft betaald. Daarnaast sluit zij zich aan bij het pleidooi van mevrouw Verdoorn over de bereikbaarheid en verwijst zij naar het recente webinar van RWS over de sluiting van de Papendrechtse Brug.

Volgens haar was dat teleurstellend, omdat RWS niet bereid lijkt ook maar een millimeter mee te bewegen en deelnemers met vragen weinig verder kwamen. Zij vindt dit persoonlijk een slechte zaak en wenst degene die namens de regio met RWS in gesprek moet veel succes. Tot slot ondersteunt zij, net als mevrouw Stigter, de oproep om in de samenwerking rondom Smart Delta niet alleen te focussen op het hoger onderwijs. Gezien het karakter van de maakindustrie vindt zij dat er meer ingezet moet worden op middelbaar onderwijs en op het opleiden van mensen die praktisch werk kunnen uitvoeren. De heer SCHUIL geeft aan dat zijn fractie het waardeert dat ook Smart Delta inzet op kostenbeheersing, een reductie van 20% is een forse maatregel. Wel spreekt hij de zorg uit dat deze bezuiniging vooral technisch lijkt. Daarom vraagt hij de wethouder welke concrete stappen al zijn gezet om deze 20% daadwerkelijk te realiseren en welke acties nog volgen. Verder noemt hij de verkennende gesprekken met Gorinchem en merkt hij op dat in de begroting een opbrengst van 3 ton is opgenomen. Hij vraagt de wethouder in hoeverre het realistisch is dat Gorinchem structureel aansluiting zoekt. Daarnaast wijst hij erop dat Zwijndrecht momenteel niet meer deelneemt en vraagt hij of er inspanningen worden gedaan om deze gemeente opnieuw aan boord te krijgen, omdat dit de samenwerking juist sterker maakt.

Voorst vraagt hij m.b.t. de regionale investeringsagenda, die pas in de zomer van 2026 wordt verwacht, of dit mogelijk gevolgen heeft voor de begroting en wat de huidige status van deze agenda is. Daarnaast merkt hij op dat er 3 taskforces zijn ingericht, waarvan er 2 over een 5

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 12 februari 2026

eigen budget beschikken, terwijl de taskforce Netcongestie geen middelen heeft. Omdat voor dat thema specialistische kennis nodig is, vraagt hij hoe daarin wordt voorzien en welke ondersteuning beschikbaar is. Ten slotte wil hij weten of Stedin, gezien hun belangrijke rol bij netcongestie, deel uitmaakt van deze taskforce of op een andere manier betrokken is. EERSTE TERMIJN COLLEGE Wethouder VAN DER BORG bedankt voor de positieve opmerkingen over de programmabegroting en het uitvoeringsprogramma van Smart Delta Drechtsteden. Hij geeft aan dat er de afgelopen jaren veel werk is verricht om een nieuwe koers te realiseren en dat er duidelijk nieuwe energie is ontstaan in de regionale samenwerking. De komende periode wordt volgens hem de stap gezet naar meer structurele afspraken die daadwerkelijk verschil gaan maken voor zowel de regio als Papendrecht. Het uitvoeringsprogramma zal leiden tot een meerjarenbegroting, wat helpt bij het maken van afspraken op de langere termijn en aan het proces om te komen tot regionale investeringsagenda’s. Deze moeten bijdragen aan scherpere keuzes en de mogelijkheid -ook voor Papendrecht- om duidelijk te bepalen aan welke projecten zij wel en niet willen deelnemen. Dit jaar is daarbij een overgangsjaar, waarin een financiële korting is verwerkt. Door de bijdrage van Gorinchem blijft het financiële beeld echter stabiel.

De wethouder benadrukt dat de begroting niet technisch is, maar realistisch. Wel wijst hij erop dat toekomstige regionale investeringsprogramma’s kunnen leiden tot andere financiële keuzes, omdat deze concrete projecten voor Papendrecht en de regio bevatten. Op de vraag van de CU-fractie over brede welvaart en samenwerking met het mbo geeft hij aan dat pagina 15 van de stukken betrekking heeft op de Regio Deal, waarin de samenwerking vooral is gericht op hoger onderwijs. Binnen Smart Delta wordt echter breder gekeken en wordt ook de samenwerking met het mbo betrokken. De opmerking dat het mbo buiten beeld zou blijven, vindt hij dan ook niet geheel juist. Richting de SGP-fractie geeft hij aan dat regionale ambities grotendeels aansluiten bij de lokale doelen van Papendrecht. Hoewel het niet uit te sluiten is dat er soms spanning ontstaat, wordt er steeds gezocht naar de gemene deler en naar inhoudelijke meerwaarde voor alle deelnemende gemeenten. Dat is volgens hem ook belangrijk richting de hogere overheden. Over de ruimte van de raad om wijzigingen aan te brengen in het uitvoeringsprogramma zegt hij dat terughoudendheid verstandig is, omdat andere gemeenten het programma al hebben vastgesteld. Wel kan de raad gedurende het jaar opdrachten meegeven aan het college, zoals eerder is gedaan bij de Papendrechtse brug.

Over de taskforce bouwen en wonen merkt de wethouder op dat er sinds 2024 wordt gewerkt met een lokale intake- en omgevingstafel, wat de voortgang op projecten heeft verbeterd. Wanneer er lokaal knelpunten ontstaan, kan worden opgeschaald naar de regionale taskforce. 6

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 12 februari 2026

Tot nu toe is dat beperkt nodig geweest, maar de taskforce wordt wel betrokken en geïnformeerd. Vertraging in woningbouw komt volgens de wethouder meestal door complexe procedures of ontwikkelende partijen die pas starten bij voldoende voorverkoop. Bestuurlijke durf speelt vooral een rol bij vrijkomende locaties, waar dan zorgvuldig onderzoek plaatsvindt naar mogelijkheden voor woningbouw. Wat betreft bereikbaarheid erkent de wethouder dat de afsluiting van de N3 een zeer belangrijk knelpunt vormt. Dat dit niet in de uitvoeringsagenda staat, komt doordat deze agenda zich richt op lange termijnopgaven. In de regio staat de aanpak echter centraal, onder meer via wat intern de ‘taskforce Papendrechtse brug’ wordt genoemd. Deze taskforce richt zich dus nadrukkelijk op de N3. Over de bestuursovereenkomst geeft hij aan dat Papendrecht hier wel degelijk bij is aangesloten. Op de vraag van het PAB of er jarenlang te veel is betaald, antwoordt de wethouder dat het juist andersom is: Dordrecht heeft eerder kosten gedragen die eigenlijk onder Smart Delta zouden moeten vallen. Deze situatie is gecorrigeerd. Daarnaast zijn er efficiency maatregelen genomen om de kosten te beheersen. Verder merkt wethouder VAN DER BORG inzake de vraag van de CDA-fractie over Gorinchem op, dat zij een duidelijke bereidheid tonen om aan te sluiten; dit jaar wordt verder verkend hoe dit vorm krijgt.

Zwijndrecht is volgens hem nog steeds gewoon aangesloten. In antwoord op de vraag of de RIA gevolgen kan hebben voor de gemeentelijke begroting zegt de wethouder dat dit op dit moment nog niet precies te bepalen is. Hij verwacht dat zodra Papendrecht deelneemt aan concrete projecten, dit pas volgend jaar zichtbaar zal worden in de begroting. De eerste versies van de RIA worden naar verwachting rond de zomer gepresenteerd. De gemeente zal eventuele financiële consequenties tijdig meenemen in de eigen begrotingscyclus. Aangezien er in de komende 3 jaar stevige regionale ambities worden uitgewerkt, is het aannemelijk dat dit uiteindelijk financiële impact zal hebben, maar de exacte omvang wordt later duidelijk. Wethouder JANSSEN merkt m.b.t. de mogelijke investeringen in de waterbus en de samenloop van werkzaamheden aan de N3 en de N214 op, dat binnen de RIA goed wordt gekeken naar bereikbaarheid en mobiliteit op de lange termijn. Ook in de taskforce Bereikbaarheid wordt gewerkt aan maatregelen die op termijn effect kunnen hebben. Of dit uiteindelijk leidt tot investeringen in de waterbus, kan hij op dit moment niet zeggen. In de bredere plannen voor openbaar vervoer wordt namelijk ook gekeken naar alternatieven zoals Stroomlijn en Drechtstedenring, die mogelijk kansrijker worden geacht dan verdere investeringen in de relatief dure waterbus.

Over de werkzaamheden aan de N3 en de N214 zegt hij dat het college aanvankelijk ook schrok van het bericht dat beide projecten in dezelfde periode plaatsvinden. Uit verkeersmodellen blijkt echter dat de situatie mogelijk minder ongunstig uitpakt dan het lijkt. Door de afsluiting van de Papendrechtse brug vallen onderliggende verkeersstromen deels 7

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 12 februari 2026

weg, waardoor op de N214 sowieso minder verkeer wordt verwacht. De werkzaamheden aan de N214 vinden bovendien stapsgewijs, telkens tussen 2 rotondes, plaats. Volgens de verkeersmodellen leidt de combinatie van deze omstandigheden ertoe dat het juist gunstiger kan zijn om de werkzaamheden gelijktijdig uit te voeren in plaats van na elkaar, wanneer beide wegen wél volledig gebruikt worden. Hoewel dit in sommige gevallen anders kan aanvoelen, geven de modellen aan dat de verkeersdrukte op vrijwel alle momenten van de dag lager uitvalt dan wanneer de werkzaamheden gespreid zouden worden. Dat beeld sluit volgens de wethouder ook aan bij recente berichtgeving in het AD daarover. TWEEDE TERMIJN COMMISSIE De heer BOERSMA heeft m.b.t. de bestuursovereenkomst bekeken welke maatregelen daarin zijn opgenomen en ziet dat daar verschillende onderdelen in zitten die ook voor Papendrecht positief kunnen uitpakken. Hier heeft hij de beide wethouders echter nog niet over gehoord. Hoewel werd aangegeven dat Papendrecht hierbij is aangehaakt, wordt de gemeente Papendrecht in de stukken nergens expliciet genoemd. Daarom vraagt hij hoe Papendrecht precies betrokken is bij deze bestuursovereenkomst en op welke manier de afspraken concreet voordeel opleveren voor de gemeente. Daarnaast komt hij terug op zijn eerdere vraag over de ruimtelijke strategie voor de maritieme maakindustrie.

Hij noemt de wens om in de regio meer ruimte te creëren voor deze sector, terwijl de ruimte in Papendrecht zelf schaars is. Hij vraagt het college hoe zij hiermee omgaan, wat Papendrecht binnen deze regionale opgave kan bijdragen en of er mogelijk ook iets van andere Drechtstedengemeenten gevraagd moet worden. TWEEDE TERMIJN COLLEGE Wethouder VAN DER BORG merkt m.b.t. de vraag over de ruimtelijke strategie voor de maritieme maakindustrie op dat de constatering klopt dat de ruimte in Papendrecht schaars is. Volgens hem wordt daarom vooral gekeken naar mogelijkheden om binnen de bestaande ruimte intensiever te ontwikkelen, rekening houdend met de huidige ruimtelijke en milieukaders. Er worden doorlopend gesprekken gevoerd met bedrijven om te beoordelen waar ontwikkelruimte zit, of bedrijven nog goed op hun plek zitten en waar mogelijk kansen liggen. Dat gebeurt onder meer via ROM-D, zoals bekend binnen de regio. Hij benadrukt dat Papendrecht ondanks de beperkte ruimte wel een sterk en stabiel cluster van maritieme bedrijvigheid heeft, dat van grote waarde is voor de regio. De zoektocht naar ruimte en mogelijkheden blijft echter een continu en doorlopend proces. I.v.m. de ruimtelijke beperkingen in Papendrecht betekent dit dat bij de wensen uit de ruimtelijke strategie voor de Maritieme Delta in eerste 8

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 12 februari 2026

instantie wordt gekeken naar andere gemeenten. Tegelijkertijd wil Papendrecht wel meedoen in de regionale plannen en blijft het in gesprek met bedrijven wanneer er behoefte bestaat aan ontwikkelruimte. Wethouder JANSSEN merkt m.b.t. de bestuursovereenkomst op dat afgelopen donderdag in het bestuurlijk overleg Bereikbaarheid een overeenkomst is gesloten met alle betrokken gemeenten in de Drechtssteden over de deelname aan Zuid-Holland Bereikbaar. Dit is vooral een vehikel dat in het kader van de afsluiting Papendrechtse brug, samen met RWS, allerlei maatregelen neemt om ervoor te zorgen dat niet alleen voor en tijdens, maar ook nadat de afsluiting is geweest er allerlei mobiliteitsmaatregelen zijn en blijven. Eén en ander wordt grotendeels gefinancierd uit de MIRT-gelden die resteren nadat de A15 niet verder verbreed gaat worden. Niets meer aan de orde zijnde worden de onderhavige stukken als hamerstuk doorgeleid naar de gemeenteraad. Mevrouw STIGTER merkt op dat haar fractie akkoord is met een hamerstuk, maar dat haar fractie nog wel schriftelijke vragen zal stellen. 12.

Sluiting. Niets meer aan de orde zijnde sluit de VOORZITTER de vergadering om 20.54 uur onder dankzegging aan eenieder voor diens inbreng. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van De heer A.N.C. Mullenders (plv. griffier)

2026.

De heer P.J. van de Giessen (voorzitter)

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/1229/documents/17754