Verslag Oordeelsvorming 10.4.2025.pdf
Tekst van het document
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 10 april 2025
BESLUITENLIJST VAN DE OPENBARE OORDEELSVORMENDE VERGADERING d.d. 10 april 2025. Een integrale geluidsopname van deze vergaderingen is te beluisteren op www. papendrecht.nl Aanwezig: Mevrouw T.C. van Es, voorzitter; De heer M.H.A. Verweij (PAB), mevrouw H.M. van Wijngaarden (PAB), mevrouw A. van Gent (PAB), de heer A. Tieleman (PAB), de heer L. Bruijniks (PAB), de heer M.G.C.H. Hardam (OP), mevrouw H.C.T.J. Hoekstra (OP), de heer K. Spitsbaard (OP), de heer I. Brands (OP), mevrouw A. Bokma (VVD), mevrouw S.J.A. Verdoorn-de Lang (VVD), de heer L.T. van den Dool (CDA), de heer R. Schuil (CDA), de heer J. Mulder (CDA), mevrouw A.A.S. Stigter (CU), de heer A. Rietveld (CU), mevrouw D. Yildiz-Karso (PvdA), de heer T.H. Wolters (PvdA), de heer N. van Heteren (D66), de heer A.J. Boersma (SGP), de W. Goudriaan (SGP), de heer K. Leenhouts (SGP), de heer P.C Grimmius (GL) en de heer B.H. Grimmius (GroenLinks). Mevrouw M.J.M. van Driel, burgemeester; De heer J.D. van der Borg, portefeuillehouder; De heer J.L. van Erk, portefeuillehouder; De heer A.M.J.M. Janssen, portefeuillehouder; De heer A.J. Kosten, portefeuillehouder. De heer M. Hermans, interim griffier; De heer J. Lier, pl. griffier/raadsadviseur. Mevrouw T. Kouwenhoven, Stichting Noodopvang Papendrecht, inspreker inzake agendapunt 07; Mevrouw J. Vos, inspreker inzake agendapunt 07. 01.
Opening. De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom. Zij merkt op dat de livestream helaas niet werkt.
02.
Vaststellen agenda. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
03.
Mededelingen. Er zijn geen mededelingen.
04.
Vaststellen verslag 20 maart 2025. Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.
1
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 10 april 2025
05.
Vragenkwartier. Mevrouw VERDOORN stelt de volgende vragen inzake de meldingen app mijn gemeente: Waarom maakt de gemeente Papendrecht als een van de weinige gemeenten in de Drechtsteden geen gebruik van de 'fixi' app maar van de app 'mijn gemeente' en gaat de communicatie worden verbeterd wat betreft dit punt zodat onze inwoners voortaan weten waar ze meldingen aangaande de buitenruimte kunnen doen? Wethouder JANSSEN geeft aan dat de gemeente gebruik maakt van de app Binnen Beter, die meldingen rechtstreeks naar een ambtenaar stuurt, terwijl hiervoor bij de fixi-app nog een extra handeling nodig is. M.b.t. de communicatie merkt hij op dat overal (in de Klaroen, de website en op social media) wordt verwezen naar de website en de plek waar meldingen gemaakt kunnen worden. M.b.t. de genoemde rode stippen zegt hij dat dit de ingekomen meldingen over de afgelopen 6 jaar betreft die grotendeels zijn afgedaan, maar niet als zodanig zijn geregistreerd in de fixi-app (omdat de gemeente hier niet bij is aangesloten.) Omdat dit uiteraard tot misverstanden leidt wordt er (wederom) geprobeerd dit aan de orde te stellen. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN stelt de volgende vragen inzake het woonwagenbeleid: 1.
Is er overleg geweest met het college van Alblasserdam over de stellingname om standplaatsen in andere gemeenten te realiseren en zo ja, wat was/is de reactie hierop? Wethouder JANSSEN geeft aan dat hij hier onofficieel met 2 collega wethouders van Alblasserdam over heeft gesproken, maar dat iedere gemeente voor hun eigen opgave staat. 2. Voldoet Papendrecht momenteel aan het aantal wettelijk verplichte standplaatsen? Wethouder JANSSEN zegt dat dit antwoord tweeledig is. ‘Ja’, omdat men nog enkele jaren heeft om dit te realiseren en ‘nee’ omdat men dat ook moet gaan doen en dit een paar jaar kost om te realiseren. Na een inventarisatie is gebleken dat de gemeente een tekort aan standplaatsen zal hebben. 3. Zo nee, heeft het college al beleid in voorbereiding om dit op (korte) termijn op te lossen? De wethouder geeft aan dat men hier reeds enkele jaren mee bezig is en dat men het programma woonwagens en standplaatsen 8 mei beeldvormend zal bespreken. Mevrouw HOEKSTRA stelt een aantal vragen inzake het houten hek bij de noordkant van de BK-weg: 1. Gaat het hierdoor nu veiliger worden? 2. Als het antwoord ja is, kunt u aangeven hoe dan? Wethouder JANSSEN antwoordt dat dit niet het geval is, omdat het doel van het hekje is om het ingeplante plantsoen te beschermen. 2
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 10 april 2025
3. Wat heeft deze vernieuwde rotonde in totaal gekost? Wethouder JANSSEN zegt dat de raad eerder € 658.000,- ter beschikking heeft gesteld, mede voor de maatregelen rondom de rotonde. Op dit moment resteert er nog € 135.000 euro,- waarvoor men o.a. de onveilige bocht in het fietspad bij het tankstation gaat aanpassen. 4. Is men van plan het bruggetje dat naar de Molenvliet gaat weg te halen, om nog meer af te dwingen dat de vernieuwde rotonde gebruikt wordt zoals hij nu is aangelegd? De wethouder geeft aan dat de afweging voor het verwijderen van het bruggetje onderdeel is van de woningbouwontwikkeling aan de Poldermolen. Als het bruggetje wordt verwijderd is een voorwaarde dat het gebied aan de Oostkant, via de Veerweg, voldoende wordt ontsloten voor langzaam verkeer. Overigens onderzoekt men ook nog steeds de verplaatsing van de bushalte bij de rotonde. Dit zorgt er voor dat een en ander logischer en verkeersveiliger wordt. In de komende maand hoop hij een RIB uit te laten gaan waarin al deze onderwerpen nader worden toegelicht. 5. Wat zou de sloop van dit bruggetje gaan kosten? De wethouder antwoordt dat dit afhangt van wat wordt besloten rondom woningontwikkeling, dit is nu niet aan de orde. 06.
Ingekomen stukken. De heer LEENHOUTS vraagt inzake D01. RIB kantorenstrategie, Zuid-HollandZuidpunt 2025-2029 of het college kan toelichten waarom het vaststellen van dit visiedocument alleen een bevoegdheid van het college is. Doorgaans worden visiedocumenten wel door de raad vastgesteld. Daarnaast vraagt hij een toezegging dat de raad in de gelegenheid wordt gesteld om als raad input te geven, voordat de regionale afspraken worden gemaakt met andere gemeenten. Wethouder RENZEN geeft aan dat het een periodieke vaststelling van de cijfermatige situatie van het huidige vraag en aanbod aan kantoorobjecten van meer dan 500 m2 in de regio Zuid-Holland-Zuid betreft. Dit beschrijft het effect dat bestaande lokale harde en zachte plannen met betrekking tot ontwikkeling en transformatie hebben op die kantorenvoorraad. Deze handelingswijze is verplicht vanuit de provincie om ontwikkelingen af te kunnen stemmen en te toetsen vanuit het provinciaal omgevingsbeleid. Met de vaststelling van het document maakt de regiogemeente de afspraak om bij ontwikkeling en transformatie zoveel mogelijk te handelen in lijn met de gezamenlijke strategie om de markt in balans te houden, zodat vraag en aanbod zoveel mogelijk op elkaar is afgestemd. De monitoring en de afwijkingen daarin bespreekt men ook regionaal en stemt men zoveel mogelijk onderling af. In die zin is er geen sprake van nieuw beleid.
De kaders en de financiële consequenties worden voor de gemeente Papendrecht niet veranderd. De kaders voor de lokale ontwikkelingen worden gesteld door de gemeenteraad wanneer deze aan de orde zijn. De regionale afspraken bestaan er uit dat lokale ontwikkelingen doorlopend in regionaal verband worden 3
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 10 april 2025
afgestemd. Er worden geen kaderstellende beleidsafspraken ontwikkeld die de lokale handelswijze aanpassen of beïnvloeden. Gemeenten dienen de voortgang van harde en zachte plannen onderling met elkaar af te stemmen, zodat de gezamenlijke voortgang gemonitord kan worden. Met het vaststellen van de kantorenstrategie is er echter wel degelijk een soort toetsingselement. De provincie gebruikt dit als toetsingskader en lokaal en regionaal houdt men hier wel rekening mee. Als antwoord op de vraag of het college bereid is om hier een beeldvormende vergadering voor te organiseren geeft de wethouder aan dit zeker te zijn. De heer B. GRIMMIUS merkt op dat zijn fractie op 28 januari jl. art. 40 vragen heeft gesteld over de intaketafel (A06. Berichtgeving intaketafel ’t Zandt) die op 24 februari heeft plaatsgevonden. In vraag 8 heeft men gevraagd hoe het college aankijkt tegen een eventuele algehele sloop van ’t Zand. Het antwoord van 20 februari is dat het initiatiefplan nog niet is ingediend als vooroverleg en dit nog niet besproken. Als de antwoorden op 20 februari zijn ontvangen en op 24 februari een intaketafel heeft plaatsgevonden, kan het niet anders dan dat het vooroverleg daarvoor is aangevraagd. Bij navraag aan de indiener blijkt dit te kloppen.
Op de vraag hoe kan het dat deze vraag onjuist is beantwoord antwoordt wethouder JANSSEN hier binnen een week schriftelijk op terug te zullen komen. De heer GRIMMIUS merkt nog op dat de brief reeds op 13 februari is ontvangen, waarop wethouder JANSSEN opmerkt dat zaken elkaar soms ambtelijke kruisen. Mevrouw BOKMA geeft aan B02. Brief Sibelco inzake omissie ontwerp omgevingsvisie 2.0 toe willen voegen aan de behandeling van de omgevingsvisie volgende week. De commissie adviseert aansluitend de onderhavige stukken door te leiden naar de gemeenteraad. 07.
Insprekers over niet geagendeerde onderwerpen. De dames Vos en Kouwenhoven van de werkgroep Papendrecht Kerkasiel kampen spreken inzake het kinderpardon. Mevrouw VOS: Omdat wij maar kort de tijd hebben en uw tijd zo kostbaar is, hebben we het afgelopen weekend naar alle fracties een toelichtende brief gestuurd, zodat wij onze tijd efficiënt konden benutten en u weet waarom wij hier zijn. Om u kort even bij te praten. Het kinderpardon uit 2019 zou eenmalig zijn, zo was de afspraak. Asielkinderen die langer dan 5 jaar in Nederland verblijven, mochten blijven. Want er zouden snellere procedures komen die moesten voorkomen dat asielzoekende kinderen in Nederland zouden wortelen. Van die snellere procedures, weet u allen, 4
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 10 april 2025
is niets terechtgekomen. Er zijn alweer meer dan honderden kinderen in afwachting van de verblijfstatus. We zijn inmiddels wel 6 jaar verder. Honderden kinderen waarvoor na 2019 nog helemaal niets is ondernomen om een eind te maken aan hun uitzichtloze bestaan. Ja, na het toeslagenschandaal is er bij de rechtbanken wel iets veranderd. Hier wordt beter naar de inhoud gekeken en er wordt gekeken naar het belang van het kind. Maar komt de zaak echter bij de Raad van State terecht, wordt er alleen naar de wet gekeken: de letter van de wet. Belangen van kinderen, zoals beschreven in het verdrag van de rechten van het kind, worden niet meegewogen. Wij vragen uw aandacht voor deze gewortelde kinderen. Kinderen die geen kans hebben om hun vleugels uit te slaan. We weten dat we niet iedereen in Europa kunnen toelaten, maar voor mensen op de vlucht willen we veiligheid kunnen bieden op een menselijke manier, waarbij speciale aandacht voor kinderen. En denk aan het kinderrechten verdrag. Mevrouw KOUWENHOVEN: Onze Stichting Noodopvang Papendrecht heeft een voorbeeld van zo'n gezin onder onze hoede. Het is een gezin uit Armenië, al sinds 2001 hier. Dat is werkelijk ongelooflijk. Ik kan daar heel wat over vertellen, dat gaan we nu niet doen. Maar er zijn intussen in 2012 en 2015 twee kinderen geboren. En die kwamen eigenlijk in 2019 in aanmerking voor het kinderpardon, dacht iedereen.
Maar de IND was het daar niet mee eens, want ze voldeden net niet aan 1 voorwaarde, namelijk dat ze voortdurend in beeld hadden moeten zijn bij de IND. Nou, ze waren een paar maanden te lang uit beeld geweest en dan is het gebeurd. Maar in de coronatijd duurde het extra lang voor een rechtbank om te oordelen, maar die oordeelde uiteindelijk in 2024 positief over hun aanvraag. Dus niet de IND kreeg gelijk met hun letter van wet, maar de rechtbank die heel zorgvuldig had gekeken naar de omstandigheden en naar de kinderen. Ik vond dat opvallend, want vroeger keek de rechtbank alleen of de partij die aangevochten wordt bevoegd is om zo'n besluit te nemen. Ja, nou, dan keken ze niet naar de inhoud. Maar nu werd, na de toeslagenaffaire, er inderdaad ook naar de inhoud gekeken. Of iemand niet onterecht veel te zwaar gestraft wordt voor een of ander kleine foutje. Maar de IND ging in beroep en vervolgens werd het afgewezen. En waar wij, maar ook de stichting Defence for Children voor pleiten, is dat er rekening gehouden wordt met de belangen van kinderen. Wij zijn er als werkgroep, want er is inmiddels een werkgroep in Papendrecht kerkasiel Kampen, met een groepje geweest. Dat is heel bijzonder. We hebben een concept motie voorbereid voor uw raad. In heel Nederland wordt dat gevraagd namelijk, om toch een geluid te laten horen vanuit de samenleving.
We willen het asielbeleid niet overlaten aan onze huidige regering, want daar hoeven we geen compassie van te verwachten. Wij willen als samenleving toch een ander geluid laten horen. Dus we vragen aan u en aan het college om de eigen landelijke politieke partij aan te spreken, want hier in Papendrecht gaan we er natuurlijk niet over. Maar dan willen we dus pleiten voor een algemeen kinderpardon, opnieuw, en versnelde procedures. We weten dat het 5
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 10 april 2025
asielbeleid lastig is, maar we willen toch pleiten voor compassie vanuit de samenleving. Dank u wel. Vragen en antwoorden Mevrouw VAN WIJNGAARDEN dankt de dames hartelijk voor hun inzet en merkt op dat de betrokkenheid op grote schaal wordt gedeeld. Haar fractie vindt het echter lastig om als gemeente buiten de wettelijke taken te gaan. Op de vraag naar de ontbrekende concept motie zegt mevrouw KOUWENHOVEN toe deze naar griffie te zullen sturen. De heer VAN HETEREN is het eens met de inhoud en zal dit as. zaterdag op het landelijke D66-congres kenbaar maken en bespreken. Ook zijn fractie worstelt lokaal met dit soort oproepen over landelijk beleid. Op zijn vraag of men kennis heeft van hoe andere gemeenteraden hiermee om zijn gegaan antwoordt mevrouw VOS dat dit hun niet precies bekend is, maar dat er wel veel gebeurt. Verder merkt zij op dat iedereen in de plaatselijke gemeente lijntjes heeft met het belangrijk kanaal de VNG en dat heel veel gemeenten worstelen met het huidige en toekomstige beleid. Ook de heer MULDER staat sympathiek tegenover de vraag, maar vraagt zich ook af of men dit vanuit Papendrecht moet doen. Hij merkt op dat iemand het moet doen en dat dat Papendrecht kan zijn. De heer C. GRIMMIUS spreekt zijn waardering uit voor de kerkgemeenschappen en de werkgroep die de daad bij het woord voegen.
Ook zijn fractie vraagt aandacht voor dit onderwerp, vindt het belangrijk dat er een signaal uitgaat en zal zich volmondig binnen de landelijke partij uitspreken t.b.v. structurele oplossingen. Verder is ook hij zeer benieuwd naar de motie. Op de vraag of Papendrecht dit moet doen is hij van menig dat men als gemeente in de positie zit om richting de landelijke overheid een signaal af te geven. TWEEDE TERMIJN INSPREKERS Mevrouw VOS dankt voor de ontvangst van dit onderwerp en merkt op dat zij zich verbaast over de negatieve reacties die men hier soms over ontvangt. Aansluitend dankt de VOORZITTER de dames voor hun inbreng en sluit dit agendapunt.
6
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 10 april 2025
08.
Beleidsplan schuldhulpverlening 2025 – 2028. Mevrouw KARSO noemt de actualisatie van het beleidsplan en de daaropvolgende uitvoering van het actieplan, hetgeen een collegebevoegdheid is. Hierbij is het wel belangrijk dat men voor het vaststellen van de kaders meer informatie ontvangt over de inhoud hiervan, hoe groot het probleem in Papendrecht is en wat men in feite gaat doen. Verder merkt zij op dat men voor het bestrijden van armoede aan de slag moet met schulden. Het college heeft hiervoor al heel veel zaken opgepakt , maar toch is de PvdA-fractie van mening, omdat men ziet dat 1 op de 5 jongeren tussen 18 en 26 jaar te maken heeft met ernstige betalingsproblemen, dat er nog veel meer bereikt kan worden. M.b.t. de gegevens uit de analyses van de schuldenproblematiek ziet men voor Papendrecht 1.170 huishoudens. De vraag hierbij is echter hoe ernstig en hoe groot dit probleem is. De kanttekening die bij de 8,1% van de huishoudens in Papendrecht die schulden ervaren wordt gemaakt, is dat hierbij niet alle overheidsschulden en schulden vanuit woningcorporatie, de energiemaatschappij en de zorgverzekering worden meegenomen. Men weet dat in de praktijk daar juist de grootste schulden liggen. Ondanks alle producten en diensten die er zijn merkt mevrouw KARSO op dat men hiermee niet succesvol genoeg is en dat haar fractie van mening is dat men een veel gerichtere aanpak voor bv.
de jongeren moet bedenken. Jongvolwassenen die het grootste risico lopen om problematische schulden te krijgen. Zij gaan studeren, hebben een auto nodig om te werken, hebben moeite een huis te vinden en om de zorgverzekering te betalen. Hierbij weet men dat jongeren die schulden hebben niet zo snel naar de loketten of Sterk Papendrecht komen. Verder verschilt de PvdA-fractie van mening over de definitie preventie. Men ziet dit niet alleen als het delen van een telefoonnummer van Sterk Papendrecht, maar meer het aanbieden van gerichte hulp zoals bv. het overnemen van de schuld, zodat de jongere kan werken aan een startkwalificatie en een betere positie op de arbeidsmarkt. Daarnaast noemt zij ook de voorlichting op o.a. scholen. Ook de heer B. GRIMMIUS noemt de 1.170 huishoudens in Papendrecht in 2024. In het actieplan wordt echter gesproken over 1.300 meerderjarigen en 400 minderjarigen en niet over huishoudens. Tevens stelt hij de vraag in hoeverre dit aantal gestegen of gedaald is en wat de reden hiervan is. Naast het curatieve gedeelte waar de GR Sociaal zich mee bezig houdt, zijn er veel partijen in Papendrecht die zich bezig houden met schuldhulppreventie, de vroegsignalering en de nazorg. Ook de GL-fractie vraagt zich af of men hier de juiste zaken doet.
Verder heeft zijn fractie een andere opvatting over de genoemde schuldenrust, waarbij men van mening is dat de schuld voor een bepaalde periode bevroren moet worden, zodat men hun leven weer op de rit kan krijgen. Daarnaast noemt hij zorgelijke landelijke ontwikkelingen zoals het vrijgeven van het gokken en afterpay en de vraag hoe men zich daar tegen kan wapenen. 7
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 10 april 2025
Mevrouw BOKMA zegt dat de VVD-fractie zich kan vinden in het beleidsplan voor de aanpak en het voorkomen van problematische schulden voor inwoners en de hele maatschappij, omdat de maatschappelijke kosten oplopen tot ruim 8,5 miljard. Door te investeren in schuldhulpverlening in de breedte kan men deze maatschappelijke kosten verlagen en inwoners helpen hun financiële stress te verminderen. Toch heeft de VVD-fractie ook een aantal zorgen over het beleidsplan en is men van mening dat een niet onbelangrijke doelgroep hierin ontbreekt. Naast inwoners met een laag inkomen komen problematische schulden ook voor bij inwoners met een normaal of hoger inkomen. Van de 8,1% in Papendrecht heeft 2,9% een laag inkomen. In dit kader informeert zij naar specifieke plannen voor inwoners met voldoende inkomen en structureel te hoge uitgaven. Ook mist men de aandacht voor jongeren (van ouders met een goed inkomen) die 18 worden en volop worden verleid door afterpay. Zij vraagt de portefeuillehouder of ook genoemde groepen worden meegenomen in het uitvoeringsproject. Tenslotte vraagt zij wie van de 10 organisaties die betrokken zijn bij het actieplan hier de regie op voert, zodat voorkomen kan worden dat zaken dubbel worden gedaan of dat dezelfde bewoner door diverse organisaties wordt benaderd. De heer MULDER spreekt zijn waardering uit voor het voorliggende beleidsplan.
Het is mooi dat inwoners kunnen profiteren van een initiatief van Samen Werkplein als een fysiek punt waar de diverse landelijke- en regionale partners samen komen op 1 plek en inwoners laagdrempelig hulp, advies en informatie kunnen krijgen. Daarnaast ziet men de eerste voorzichtig positieve resultaten van het beleid van de afgelopen 4 jaar, in de vorm van een daling van de gemiddelde schuld bij aanmelden in samenhang met een forse stijging van het slagingspercentage. Van 70% naar bijna 95%. Als 1 van de mindere punten noemt de heer MULDER de aanpak één plan, één gezin, één regisseur, die nog steeds niet echt van de grond komt. In de praktijk blijken er nog steeds teveel eilandjes te zijn en ontbreekt de regisseur. Verder vraagt de heer MULDER inzake de vroeg signalering of Klara aan de lijst met signalen van betalingsafstanden van zorgverzekeraars, energieleveranciers, WOONKRACHT10, etc. die de SDD ontvangt toegevoegd kan worden. Daarnaast baart de liberalisering van de gokmarkt tot een toename van gokverslaving bij jongeren en ook de groeiende toegankelijkheid van afterpay zijn fractie zorgen. M.b.t. de genoemde curatie en de aflossingstermijn vraagt hij wat de juiste periode is 18 of 36 maanden.
Verder vraagt hij wie de extra budget coaching en begeleiding uitvoert en waar deze extra taak van wordt betaald? Tenslotte wordt er aangegeven dat in Papendrecht de GR Sociaal, Sterk Papendrecht en Schuldhulpmaatje betrokken zijn bij nazorg, terwijl navraag uitwijst dat Schuldhulpmaatje niet betrokken is bij de nazorg.
8
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 10 april 2025
De VOORZITTER merkt op dat er weinig technische vragen schriftelijk zijn gesteld en moedigt aan dit in het vervolg wel te doen. De heer HARDAM geeft aan positief tegenover het voorstel te staan. Hij vraagt of er m.b.t de beperkte dataverzameling van het beleidsplan een samenwerking bestaat met bv. het CBS om de cijfers duidelijker in beeld te krijgen. Verder vraagt hij hoe de vele in het beleid genoemde verbeterplannen, naast alle huidige activiteiten, binnen de bestaande financiële kaders kunnen blijven. Tenslotte geeft hij aan uit te kijken naar de rapportage over de effectiviteit. De heer GOUDRIAAN noemt de hoge drempel om aan te kloppen voor hulp en het belang in dit verband van vroegsignalering. Hierbij verwijst hij naar de cijfers inzake gemiddelde schuld bij aanmelding: van ruim € 57.000 in 2020 naar € 36.000 in 2023. Bij vroegsignalering wordt er samengewerkt met wijkteams, vrijwilligersorganisaties, etc. Hij vraagt zich af of ook de kerken en andere diaconale instanties (diaconaal maatschappelijk werk Alblasserwaard) hierbij worden betrokken. Mevrouw STIGTER is blij met de uitgebreide verslaglegging en denkt dat er nooit teveel aandacht is voor dit onderwerp. Haar fractie blijft hier plaatselijk en landelijk altijd aandacht voor vragen.
Het voorkomen van schulden, de vroeg signalering en het adequaat handelen om mensen met schulden te helpen vraagt al jaren verbetering. Dit komt mede door de steeds veranderde maatschappelijke ontwikkelingen. In dit kader noemt zij het vrijgeven van de gokindustrie, het kopen op afbetaling, het wordt nu ook al mogelijk in fysieke winkels, en het verdienmodel van de incassobureaus. Zaken waar men plaatselijk weinig grip op heeft. Daarnaast blijkt dat schulden niet alleen bij de laagste inkomens voorkomen, maar ook o.a. door de toename van het aantal zzp'ers bij de middeninkomens. Men ziet een toekomst waar men alert moet blijven op deze ontwikkelingen en aandacht moet blijven vragen om maatregelen te nemen om het verminderen en het krijgen van schulden te gaan verkleinen. De CU-fractie wil een gedegen plan voor de komende jaren en ziet potentie in het beleidsplan schuldhulpverlening. Men is blij met de overzichten van het actieplan 2025-2029. Hierbij gaat het veel over getallen, terwijl men in werkelijkheid praat over mensen, inwoners, alleenstaande moeders en kinderen. De ellende die zij ervaren kunnen mensen die geen financiële problemen kennen niet bedenken, laten staan voelen. Met een inkomen op bijstandsniveau (€ 1100,-/€ 1.200,- ) is een schuld van € 36.000 een mega bedrag. Zij vindt het opvallend dat er veel wordt teruggekeken op het actieplan van de afgelopen jaren.
Dat is goed om de effecten van het beleid te meten, maar wat zijn die effecten? Een paar dalende getallen. In het nieuwe actieplan ziet men ook weer mooie ontwikkelingen in de samenwerking en de regionale voortrekkersrol die men heeft. Waar men minder 9
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 10 april 2025
blij mee is, is het ontbreken van vernieuwende ideeën. Juist voor jongeren zou een snelle interventie op onorthodoxe wijze een uniek experiment en grote oplossing zijn. Zij is zich ervan bewust dat men schulden niet kan voorkomen, maar vroege interventie en preventie kan men wel inzetten. Daarnaast noemt zij het sterk verlagen van die gemiddelde € 36.000,- aan schuld. De kosten die men als samenleving maakt om mensen met schulden te helpen, loopt landelijk in de miljarden. Om deze reden stelt de CU-fractie voor vernieuwende interventies te bedenken en vast te stellen bij de kaders van het plan. De heer VERWEIJ geeft aan dat de goede bedoelingen van dit beleidsplan moeten leiden tot een effectiever actieplan. Daarnaast ziet men dat er met dit plan ingezet wordt op diverse verbeteringen: de betere samenwerkingen tussen alle verenigingen, instellingen, etc. op het gebied van preventie en vroeg signalering. De huidige aanpak van preventie wordt nl. als onvoldoende geduid. Hij vraagt de mening van de portefeuillehouder over het als overheid aan de keukentafel meekijken hoe huishoudens de financiële zaken regelen. Hij noemt de 1.170 huishoudens in Papendrecht met problematische schulden, waarbij de achterstanden van huur-, energie- en zorgverzekering niet zijn meegenomen. Ook noemt hij in dit kader het kopen op afbetaling.
Verder is de vraag of de genoemde preventie in het beleidsplan, ook m.b.t. de 20% terugval, wel zal leiden tot betere resultaten. Hierbij vraagt hij of de nieuwe collegetaken preventie, signaleren en nazorg in vergelijking met de oude situatie extra werkdruk voor de gemeente opleveren. Tenslotte noemt hij 2 adviezen van de adviesraad: aandacht voor de werkende armen en tast de lokale minima regelingen niet aan. De heer VAN HETEREN zal namens zijn fractie instemmen met het voorstel. Men is blij dat het college in reactie op de vraag om sturingsinformatie in de bijlage een totaaloverzicht van de regionale indicatoren heeft laten opnemen. M.b.t. de specifieke doelgroep kinderen en jongeren merkt hij op dat de liberalisering van het gokken- 1 van de grote fouten van de landelijk D66-partij om hierin mee te gaan- tot veel problematiek heeft geleid. Tenslotte verzoekt hij de portefeuillehouder aan te geven of deze doelgroep, anders dan middels een motie, expliciet aandacht krijgt in het uitvoeringsplan. EERSTE TERMIJN COLLEGE Wethouder VAN ERK bevestigt dat het belangrijk is om stil te staan bij dit beleidsplan, dat richting geeft aan het nieuw actieplan armoede en schulden. In dit kader stelt het college voor in het najaar een avond te organiseren voor inwoners, partners en de raad, zodat men suggesties kan meegeven voor de vertaling van dit plan.
In antwoord op de vraag van mevrouw Karso naar het succes van het beleid en de uitvoering en welke aanvullende analyse men nog 10
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 10 april 2025
kan krijgen verwijst de wethouder naar de beantwoording van de schriftelijke technische vragen van de D66-fractie, dat het binnen het Sociaal Domein lastig is om effectiviteit concreet aan te tonen, omdat er veel factoren zijn die invloed hebben op het effect. Tegelijk kijkt men wel met regelmaat naar verbetermogelijkheden in de dienstverlening. Dit doet men o.a. door te kijken naar de cijfers, de feedback die men van inwoners krijgt en de ontwikkelingen in andere gemeenten. Op de vraag of er al gesprekken met jongeren -1 van de belangrijke doelgroepen- worden gevoerd en of hun ideeën worden meegenomen in het uitvoeringsplan antwoordt de wethouder dat ook zij straks ruimte krijgen om mee te denken en dat hun ideeën worden meegenomen richting de uitvoering. In dit kader noemt hij het gevaar van afterpay/Klarna en het belang deze groep expliciet en wellicht anders aandacht te geven in het uitvoeringsplan. M.b.t. de definitie van preventie merkt hij op dat dit volgens het college een compleet pakket van maatregelen, acties en voorzieningen is om inwoners financieel vaardig te laten zijn of te laten worden. Het is meer dan het doorgeven van het telefoonnummer van Sterk Papendrecht. M.b.t.
de opmerking van de GL-fractie dat de cijfers in het actieplan en de cijfers in het beleidsplan niet kloppen merkt de wethouder op dat het actieplan in 2022 is opgesteld en de cijfers daarom ouder zijn dan die uit het beleidsplan. Op de vraag of de partners wel de juiste dingen doen antwoordt de wethouder dat op basis van verschillende dashboards en cijfers wordt bijgehouden hoe de doelgroep zich ontwikkelt. Een deel van de cijfers ziet men ook terugkomen als indicatoren in het beleidsplan. Hierbij merkt hij wel op dat de cijfers niet alles zeggen. Volgens de cijfers bereikt men op dit moment een groot deel van de doelgroep, maar iedere inwoner met schulden is er 1 te veel. M.b.t. de schuldenrust merkt hij op dat dit een onderdeel van het saneringsproject is, waarin een schuld binnen 18 maanden wordt afgelost. Dat betekent dat er afspraken met schuldeisers worden gemaakt, hetgeen in die periode rust creëert. Op het landelijke fenomeen Afterpay is het niet eenvoudig om lokaal op te acteren. Men zal hieraan in het actieplan, gekoppeld aan de doelgroep jongeren, uiteraard wel aandacht besteden. M.b.t. de vraag van de VVD-fractie inzake plannen voor inwoners met een hoog inkomen en hoge uitgaven antwoordt de wethouder dat die er, omdat dit in eerste instantie landelijk beleid betreft, nog niet zijn.
Op de vraag hoe men kan voorkomen dat zaken dubbel worden gedaan antwoordt de wethouder dat de gemeente hierin coördinerend is en het overzicht moet houden. Uiteraard gebeurt dit wel in samenspraak met de verschillende organisaties, verenigingen, kerken die hierin mee participeren. Op de vraag van de CDA-fractie m.b.t. de ontbrekende regisseur merkt de wethouder op dat men dit herkent en hier in de komende periode weer op gaat inzetten. M.b.t. de vraag inzake de aflossingstermijn antwoordt de wethouder 11
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 10 april 2025
dat dit recent is gewijzigd naar 18 maanden. Op de vraag naar de betrokkenheid van schuldhulpmaatje bij de nazorg komt hij schriftelijk terug. In antwoord op de vraag van de OP-fractie inzake de samenwerking met een onafhankelijk onderzoeksbureau (zoals het CBS) om de cijfers te verduidelijken merkt de wethouder op dat men de diverse cijfers uit verschillende bronnen, ook het CBS, haalt. Op de vraag hoe zeker het college is dat men met aanvullende nieuwe plannen/acties binnen het huidige budget zal blijven antwoordt de wethouder dat dit pas duidelijk wordt bij de uitwerking van het uitvoeringsplan. Mocht dit problemen opleveren komt men hiervoor terug bij de raad. Hij schat op dit moment echter in dat dit niet het geval zal zijn. Op de vraag van de SGP-fractie inzake de samenwerking met de kerken en andere diaconale organisatie antwoordt de wethouder dat ook zij hieraan meedoen. Heel specifiek wordt het OKP genoemd, die deelneemt aan de werkgroep. Verder vindt hij de oproep van de CU-fractie om meer onorthodox en vernieuwend bezig te zijn een mooie om richting het actieplan mee te nemen. Men is harte welkom om hier ideeën voor te opperen. Hiernaar kan men ook bij andere gemeenten informeren. M.b.t. de opmerking van de PAB-fractie over het meekijken bij de keukentafel bevestigt de wethouder dat dit inderdaad niet mogelijk is. M.b.t.
de vraag inzake de effectiviteit van de preventie merkt hij nogmaals op dat een maatregelenpakket wordt ingezet. Of dit 1 op 1 leidt tot succes is niet altijd op die manier te meten. M.b.t. het voorkomen van terugval geeft de wethouder aan dat men dit met een nazorgtraject probeert te voorkomen. Het blijft echter wel lastig om bij ieder individueel geval goed te kunnen sturen. Waar het gaat over recidieven heeft men in het beleidsplan kunnen lezen dat hiernaar nader onderzoek zal worden gedaan, waardoor men verwacht beter zicht te krijgen op de verschillende groepen waar het zich voordoet. Aansluitend kan men hier met de deels nieuwe maatregelen beter op inspelen, om in de toekomst hopelijk minder recidieven te krijgen. Tenslotte deed de D66-fracie de oproep om aandacht te hebben voor de doelgroep kinderen en jongeren, waarvoor in het actieplan zeker aandacht zal zijn. Ook zal men inzetten op verbeterde communicatie. TWEEDE TERMIJN RAAD De heer VERWEIJ vraagt een duidelijkere uitleg van de preventiemaatregelen. Verder heeft hij geen antwoord gekregen op zijn vraag of de 3 van de 4 genoemde werkzaamheden, die nu vallen onder de verantwoordelijkheid van het college, extra druk opleveren.
12
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 10 april 2025
De heer HARDAM noemt nogmaals de gebreken in de cijfers van het rapport, o.a. de 1.170 huishoudens en het ontbreken van initiatief om hier verduidelijking in te krijgen. Mevrouw BOKMA begrijpt de opmerking van de wethouder niet dat inwoners met voldoende inkomsten niet onder de preventietaken van de gemeente vallen. (Hierbij merkt zij op dat iedereen met geldproblemen hulp aan zijn/haar bank kan vragen, die zelfs gratis budgetcoaches ter beschikking stellen.) De heer B. GRIMMIUS vraagt of de lokale KPI’s aangescherpt kunnen worden, zodat de raad haar controlerende taak beter kan inzetten. Mevrouw KARSO is blij dat de jongeren betrokken zullen worden bij het opstellen van het actieplan. Verder blijft de vraag of alles dat men inzet voor mensen met schuld, jong en oud, voldoende is. Zijn er nog andere zaken die men kan bedenken die misschien ook werken? Hierbij merkt zij op dat er heel veel gemeentes zijn die allerlei experimenten inzetten. Verder geeft zij aan dat niet alle schulden te maken hebben met financiële vaardigheid, maar dat er mensen zijn die de huur, ziektekostenverzekering, etc. niet kunnen betalen. Het probleem is niet alleen koop nu en betaal later. Haar fractie beraadt zich over een motie waarbij men het college kan helpen in de zoektocht naar wat het beste werkt.
TWEEDE TERMIJN COLLEGE Wethouder VAN ERK noemt de piramide van de schuldhulpverlening, waarbij de onderste laag alles m.b.t. het belangrijke thema van preventie betreft. De volgende laag betreft (vroeg) signalering en de bovenste piek de curatie. De onderste laag van preventie wordt nog weleens in verband gebracht met aandacht voor de juiste risicogroepen. Wanneer zich bv. een echtscheiding, verlies van een baan of andere ingewikkelde zaken voordoen bij inwoners, is het belangrijk om hen vroegtijdig te informeren en te helpen om eventuele schulden in een vroegtijdig stadium te voorkomen. M.b.t. de vraag naar extra druk voor de gemeente i.v.m. de extra kerntaken merkt de wethouder op dat deze zaken inderdaad leiden tot deels extra werkzaamheden. Mocht dit problematisch worden, komt men hierop terug bij de raad. Inzake de door de OP-fractie genoemde 1.170 huishoudens geeft hij nogmaals aan dat hiervoor de cijfers zijn overgenomen van het CBS. Hij zegt toe hier schriftelijk op terug te zullen komen. M.b.t. de door de GL-fractie genoemde regionale indicatoren merkt de wethouder op dat de lokale indicatoren bij het opstellen van het uitvoeringsplan worden opgesteld, omdat dan ook de instrumenten in beeld worden gebracht. De lokale inzet heeft ook effect op de regionale indicatoren, nl. op het curatieve deel.
De verwachting is wel dat wanneer men meer aan preventie doet, men een daling van de indicatoren op het regionale deel zal zien. Richting de PvdA-fractie en de vraag over de bredere aanpak in relatie tot armoede merkt de wethouder op dat hiervoor diverse zaken gebeuren, die zullen terugkomen in het actieplan schulden en armoede. Een en 13
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 10 april 2025
ander, o.a. de bijzondere bijstand, zal in het najaar veel meer aandacht krijgen en zal onderdeel uitmaken van de verdere besprekingen. Tenslotte merkt de wethouder inzake de hogere inkomens op dat de vroegsignalering, als er betalingsachterstanden zijn, ook voor die groep inwoners geldt en dat deze meldingen ook binnenkomen bij Sterk Papendrecht. Wanneer deze zich opstapelen zal er vanuit de wet vroegsignalering ook richting de inwoners met hogere inkomens een actie uitgaan. Op de interruptie van mevrouw Stigter of er m.b.t. zorg voor de inwoners niet altijd eerst wordt gekeken naar een voorliggende voorziening zoals een bank, geeft de wethouder aan het antwoord niet te weten en hier schriftelijk op terug te zullen komen. Op de vraag van mevrouw KARSO of niet de hoogte van het inkomen maar de vraag of er sprake is van problematische schulden en of men deze binnen 36 maanden kan aflossen relevant is antwoordt wethouder VAN ERK dat gerelateerd aan de wet schuldhulpverlening iedereen boven de 18, ongeacht het inkomen, in principe in aanmerking komt. Op haar vraag welke focus het college heeft bij het door ontwikkelen van het actieplan antwoordt de wethouder dat er een aantal groepen zijn die in ieder geval de aandacht krijgen, maar dat er aanvullend wellicht meer risicogroepen zijn. Hij vindt het echter te vroeg om hierop vooruit te lopen.
Niets meer aan de orde zijnde worden de onderhavige stukken als bespreekstuk doorgeleid naar de gemeenteraad. 09.
Aanvraag voorbereidings- en uitvoeringskrediet flexwoningen Noordhoek. De heer SPITSBAARD is blij dat de door zijn fractie ingediende motie van 9 november 2023 (toewijzing 3/4 flexwoningen aan jonge starters en 1/4 aan statushouders) via dit besluit alsnog verkapt wordt aangenomen. Op zijn vraag of het klopt dat er destijds infra- en civieltechnisch werk, gas, water, licht en riool, op dit terrein is aangelegd voor een bedrag van ca. € 750.000,- en de gemeente nadien alles weer heeft laten slopen en verwijderen, om nu voor 2,2 miljoen weer alles aan te laten leggen antwoordt wethouder JANSSEN dat hier ooit 15-20 jaar gebouwen van De Wieken hebben gestaan. De infrastructuur van gas, water en elektra was niet alleen zodanig verouderd dat deze na de sloop per direct verwijderd moet worden, maar deze zou i.v.m. alle nieuwe eisen ook nooit opnieuw gebruikt kunnen worden. De heer SCHUIL vraagt waarom het college er bij de keuze voor de 80 flexwoningen voor heeft gekozen niet het vastgestelde beleid te volgen en of men er nog over heeft nagedacht om deze keuze ook voor te leggen aan de gemeenteraad, waarop wethouder JANSEN aangeeft dat men na het zomerreces vorig jaar een AMV-locatie met 80 AMV'ers op de Weteringsingel heeft kunnen realiseren, hetgeen automatisch betekent dat men hier niet aanvullend 30 in de flexwoningen hoeft toe te voegen.
Dit heeft ook te maken met het feit dat het COA niet enthousiast was over deze 30 plaatsen op een plek waar heel veel 14
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 10 april 2025
ondersteuning nodig was. Op dat moment is men afgeweken van hetgeen men in de samenwerkingsovereenkomst met WOONKRACHT10 had vastgesteld. Hierbij komt ook nog de discussie over welke status de Oekraïners hebben tegen de tijd dat de flexwoningen zijn gebouwd. Hij vermoedt dat zij tegen die tijd een andere status krijgen dan een vluchtelingenstatus. Ook dat maakt dat men voor die doelgroepen op deze plek waarschijnlijk geen aparte plek hoeft te reserveren. Daarbij komt dat WOONKRACHT10 heeft aangegeven dat er voor de extra te nemen beheersmaatregelen bij 24 van de 80 woningen voor statushouders extra kosten moeten worden gemaakt. Om deze reden heeft hij voorgesteld en is er afgelopen december besloten om de hele doelgroependiscussie te verlaten en gewoon te gaan bouwen, waardoor het voorgestelde initiatief dusdanig voorligt en WOONKRACHT10 eindelijk van start gaat. Op de vraag van de heer SCHUIL inzake de risico's van aanvullende eisen van het waterschap antwoordt de wethouder dat de woningen komen op de plek waar het kan en het zonder problemen -i.v.m. welke dijkverzwaring (over 15-20 jaar) dan ook- mogelijk is deze te laten staan. De vrije ruimte, waar de parkeerplekken komen, is nadrukkelijke bepaald.
In antwoord op zijn vraag naar het besluit van Woonkracht 10 en de gevolgen van het eventueel niet doorgaan zegt de wethouder dat men ervanuit gaat dat het door gaat en dat de financiële middelen in de begroting van WOONKRACHT10 zijn gereserveerd. Mevrouw VERDOORN zal namens haar fractie instemmen met dit gevraagde besluit en complimenteert de wethouder met het rondkrijgen van deze business case. Het afwijken van de specifieke eisen van de doelgroep resulteert in een snellere doorgang met de voorbereiding van de flexwoningen. Wel betreurt men dat de start i.v.m. de aanbestedingsprocedure wordt doorgeschoven naar eind 2026. Op haar vraag naar de stelpost van € 100.000,- t.b.v. het naastgelegen trapveldje of deze werkzaamheden bij de plannen voor de flexwoningen worden meegenomen, zodat er niet langer dan noodzakelijk werkzaamheden op deze plek zijn, antwoordt wethouder JANSSEN dat dit geld is bedoeld om aan de voorkant al na te denken over niet alleen het trapveldje, maar de totaalinrichting van het terrein, zodat de sportiviteit of de vitaliteit van het terrein niet verloren gaat. M.b.t. haar vraag of het verstandig is om niet direct 80 parkeerplaatsen aan te leggen en waarop het is gebaseerd dat bewoners van de flexwoningen geen/minder auto(‘s) zouden hebben antwoordt de wethouder dat men van mening is dat dit de juiste beslissing is.
Mocht dit niet zo blijken te zijn, kan men vrij snel bijschakelen en met een paar stelconplaten extra parkeerplekken realiseren. Mocht blijken dat het waterschap deze ruimte, de parkeerplaatsen komen in de zgn. vrije ruimte van het waterschap, weer nodig heeft zijn deze vrij snel weer weg te halen. Op haar vraag of het schriftelijk is vastgelegd dat de in de getekende overeenkomst van 14 juni genoemde huisvesting van de doelgroepen genoemd onder D. en artikel 1.1 definitie doelgroepen is losgelaten en door 15
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 10 april 2025
beide partijen opnieuw is ondertekend antwoordt de wethouder ?? De heer C. GRIMMIUS is erg blij met dit voorstel. Hij merkt wel op dat met het loslaten van de 50% statushouders/AMV’ers de reeds aangevraagde subsidie vervalt en deze terugbetaald moet worden. Om in aanmerking te komen voor een andere subsidie dient op zijn minst 30% -(50%) van de woningen worden toegewezen aan statushouders, hetgeen zijns inziens resulteert in ca. € 300.000,-/€ 500.000,-, € 14.000 per woning. Hij vraagt de wethouder meer duidelijk te geven over hoe dat zich relateert tot het investeringskrediet en de kapitaallasten die worden geïnvesteerd en of daarbij de opmerking van de minister van Asiel en Migratie dat gemeenten € 30.000,- per statushouder kunnen ontvangen als die een woning krijgen in het voorstel met de scenario's kan worden meegenomen, waarop wethouder JANSSEN aangeeft dat de € 14.000,- voor de SFC-subsidie daadwerkelijk over de 80 woningen gaat en resulteert in ca. 1,1 miljoen. Dit houdt inderdaad in, dat heeft ook de heer Tieleman goed begrepen, dan men gedurende 10 jaar minimaal 24 woningen gedurende de looptijd van dit project ter beschikking moet houden voor statushouders. De moeilijkheid hierbij is dat Woonkracht10 dan 15 jaar lang extra beheerskosten tot ca. € 75.000,- per jaar heeft moeten maken.
Om deze reden is het een financiële prikkel die men kan nastreven of, zoals de heer Tieleman zei, kan verlaten. Deze beslissing wordt nu echter nog niet genomen. Mocht men elders nog extra flexwoningen kunnen realiseren, zou het zonde zijn deze subsidie niet te pakken. Of de € 30.000,- per statushouder ook voor dit project geldt kan de wethouder niet zeggen en komt hier deze week schriftelijk op terug. M.b.t. de communicatie vraagt de heer GRIMMIUS of de bewonersbrieven door Woonkracht10 reeds zijn verstuurd en waar de communicatie zich op gaat richten? Betreft dit naast de Jacques Perkstraat en de Nicolaas Beetsstraat, mede i.v.m. de verkeersontsluitingen, ook de bewoners van de Pelsertflat en de Menno terbraakstraat? Wethouder JANSSEN zegt dat de bewonersbrief het eerste kwartaal niet is gehaald, maar dat WOONKRACHT10 in het tweede kwartaal, nadat de raad hierover het besluit heeft genomen, dit z.s.m. zal regelen. Hierin wordt aangegeven hoe breed die cirkel is, waarbij het logisch is om de achterliggende wijk mee te nemen. Daarnaast is er halverwege mei een inloopavond gepland die breed toegankelijk is. Vervolgens zal de RvC van WOONKRACHT10 in het najaar een definitief besluit nemen over de investeringen inzake het plan dat nu wordt uitontwikkeld.
Inzake de inrichting van het gebied vraagt de heer GRIMMIUS met het oog op de doelgroepen die niet allemaal bekend zijn in Papendrecht wegwijsbordjes te plaatsen. Wethouder JANSSEN vindt dit een goed idee. Tenslotte merkt ook de heer GRIMMIUS met het oog op de doelgroepen op dat niet iedere bewoner een auto zal hebben en dat een parkeerplaats die niet nodig is, ook nog niet aangelegd hoeft te worden. 16
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 10 april 2025
Ook mevrouw KARSO is blij met het voorstel en het feit dat de woningen niet alleen maar beschikbaar zijn voor statushouders, maar ook voor starters en spoedzoekers. Een bijkomend voordeel is, met het oog op de integratie, dat de statushouders ook elders in de gemeente een plek krijgen. Ook haar fractie is benieuwd naar het antwoord op de vraag over het verlies van de subsidie van € 7.000,- per woning en de compensatie van de 30%. De heer LEENHOUTS is ook positief over het voordeel. Op zijn vraag waarom dit proces zo lang heeft geduurd antwoordt wethouder JANSSEN dat ook het college ongemak voelt over de lange duur van dit proces. Hierbij merkt hij op dat men 4 jaar geleden in samenspraak met WOONKRACHT10 uitging van 40 woningen, die zijn opgenomen in het lange termijnplan van WOONKRACHT10. Hiermee dacht men iets te kunnen doen aan de oplopende wachttijden voor huurwoningen. Aansluitend is e.e.a. vastgelegd in de samenwerkingsovereenkomst. Ondertussen werd men geconfronteerd met een aantal andere vraagstukken zoals de opvang van vluchtelingen, extra statushouders, een AMV-satellietlocatie en de opgave voor de Oekraïners. Hierbij was er een regionale opgave van 120 flexwoningen die uit onderhandeld moest worden, die heeft geresulteerd in 80 woningen in Papendrecht.
In dit proces waren ook de RvC van WOONKRACHT10 en de gemeentebesturen betrokken, hetgeen ook tot vertraging heeft geleid. Op de vraag van de heer LEENHOUTS wanneer men verwacht dat de RTHF (financiële ondersteuning voor investeerders in nieuwe flexwoningen) rond zal zijn en waarom de gemeente een financieel risico loopt als na 15 jaar blijkt dat er een verschil zit tussen broekwaarde en marktwaarde terwijl Woonkracht10 de verantwoordelijke is, geeft de wethouder aan dat de RTHF-subsidie eigenlijk zeker is. Hier zit inderdaad wel de garantie aan dat de gemeente over 15 jaar garant moet staan voor het laatste kwart, tussen wat het dan opbrengt en wat het nog in boekwaarde heeft. M.b.t. de SFT-subsidie vraagt de heer LEENHOUTS of het klopt dat men zich om hiervoor in aanmerking te komen, bovenop de opgave die men jaarlijks heeft, committeert aan extra statushouders. Wethouder JANSSEN zegt dat dit klopt en dat WOONKRACHT10 op dat moment een deel van die subsidie i.v.m. de extra beheerskosten doorgerekend wil zien. Op de vraag van de heer LEENHOUTS of de beheerskosten ook zouden gelden wanneer men de 24 woning over Papendrecht zou verspreiden en men een deel van de subsidie zou claimen antwoordt wethouder JANSSEN dat de subsidie dan zou gelden, maar dat het de vraag zou zijn waar men deze 14 woningen (voor 10 jaar lang) zou moeten vinden.
Dit omdat veel woningen niet geschikt zijn voor de huidige alleenstaande statushouders die ook niet te maken hebben met gezinshereniging. Om deze reden komt men weer terug bij de optie van de flexwoningen. Inzake de planning hoopt de SGP-fractie dat de realisatie in 2026 echt zal plaatsvinden, waarop wethouder JANSSEN aangeeft dat de planning zijns inziens reëel is. Ervan uitgaand dat men voor het eind van dit jaar het definitieve 17
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 10 april 2025
investeringsbesluit vanuit de Raad van Commissarissen van WOONKRACHT10 krijgt, schat hij in dat de realisatie door Stedin ongeveer een half jaar zal duren en de flexwoningen vermoedelijk in de loop van 2026/eind 2026 gerealiseerd zullen zijn. Hierbij merkt hij op dat de hele buitenruimte dan nog niet meteen gereed is. Ook de heer RIETVELD is ontzettend blij dat er weer woningen gebouwd gaan worden. Hierbij noemt hij de tijdelijkheid van 15 jaar van de flexwoningen, die voordelen -snel en makkelijk te realiseren- kent, maar ook nadelen: de snelle afschrijving. Daarbij noemt hij de financiële onzekerheden: een aanzienlijke investering voor het bouwen en woonrijp maken van de grond. De terugbetaling van de subsidies en de onzekerheid rondom de SST-subsidie. Het is zijn fractie niet duidelijk of de subsidies alleen bedoeld zijn voor de grond, dus voor de gemeente, of ook voor Woonkracht10 en de bouw van de woningen. In dit kader heeft men behoefte aan duidelijke communicatie naar de raad over de financiële risico's en de terugbetalingsvoorwaarden van de subsidies. Verder noemt hij de onzekerheid van de herplaatsingsregeling: financiële en fysieke hulp bij herplaatsing na 15 jaar en vraagt hij wanneer de raad hierover wordt geïnformeerd.
Graag ziet hij een indicatief bedrag voor de genoemde garantstelling van de gemeente van 25% van het stuk tussen boekwaarde en de verkoopopbrengst. Tenslotte vraagt hij of de afschrijvingstermijn van 15 jaar op grond ook geldt voor de gebruikte units en of het gebied wanneer de units worden verwijderd opnieuw wordt herontwikkeld voor woningen of dit een schuifruimte blijft. Wethouder JANSSEN kan geen inschatting van de kosten maken, maar merkt op dat de flexwoningen, zoals ze in de boeken staan bij Woonkracht10, ongeveer 30 jaar meegaan. De gemeente schrijft in 15 jaar het terrein en dus de investering af. Na 15 jaar moet men kijken waar de flexwoningen terecht kunnen komen, hetgeen een meerprijs kan opleveren. Het kan ook betekenen dat men een kwart van wat dan de boekwaarde is moet bijpassen. Dit is op dit moment onmogelijk om in te schatten. De heer TIELEMAN is blij dat Papendrecht i.v.m. de grote woningnood 80 flexwoningen gaat toevoegen aan de woningmarkt. Hij noemt de SFT-subsidie van € 14.000,- per woning, met de voorwaarde dat minimaal 30% van de woningen (24 van de 80) 10 jaar lang gereserveerd moeten worden voor statushouders. Zijn fractie vindt het, hoewel de gemeente haar verantwoordelijkheid heeft om statushouders een plek te bieden, niet rechtvaardig om zo'n groot deel van deze nieuwe woningen exclusief beschikbaar te stellen voor 1 specifieke doelgroep.
Omdat zoveel andere woningenzoekenden uit Papendrecht al jarenlang wachten op een kans stelt de PAB-fractie voor niet te kiezen voor de financiële prikkel, maar om de volledige 80 woningen toe te voegen aan de reguliere woningvoorraad. Wethouder JANSSEN merkt op dat het college heeft aangegeven nog steeds te lopen op de SFT-subsidie, omdat het als het mogelijk is, 18
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 10 april 2025
het zonde is om het geld te laten schieten. Uiteraard begrijpt men de opmerking niet te kiezen voor de financiële prikkel, maar vooral voor het bedienen van de reguliere woningzoekenden, inclusief de spoedzoekers en de doelgroepen die men ook wil bedienen. Tegelijkertijd heeft men ook de opgave om de statushouders te huisvesten. Daarnaast vraagt de PAB-fractie het college te onderzoeken of het mogelijk is deze flexwoningen in de eerste jaren (net zoals bij de recent opgeleverde woningen in Kraaihoek-Zuid) vooral of uitsluitend toe te wijzen aan Papendrechtse woningzoekenden en vraagt men de andere fracties naar hun standpunt in deze. Wethouder JANSSEN zegt toe hierover het gesprek aan te willen gaan met WOONKRACHT10, vooropgesteld dat de raad hier in meerderheid op aanstuurt. Wanneer dat niet het geval is, houdt men het liever bij de gewone toewijzing. Hierbij merkt hij op dat over het algemeen 60-70% van de geplaatste woningzoekenden uit Papendrecht komt of daar ooit heeft gewoond. Hij weet dat ook in de wijk Kraaihoek Zuid een aparte regeling is gemaakt om er vooral voor te zorgen dat de vragers en dragers in evenwicht zijn en dat er vooral is gekeken naar de Papendrechtse woningzoekenden. Tot slot wenst de heer TIELEMAN te nadrukken dat het volledige toevoegen aan de reguliere woningvoorraad niet betekent dat er geen ruimte is voor voorrangsgroepen.
In de praktijk betreft ca. 30-35% van de reguliere woningtoewijzingen de zogeheten voorstromers. Daarbinnen vallen ook de statushouders, die 6-8% van het totaal vormen. Ook zonder specifieke reservering blijft er ruimte voor statushouders, maar creëert men wel meer kansen voor de eigen lokale woningzoekenden die al veel te lang wachten. Wethouder JANSSEN bevestigt de 30-35% voorstromers, waarvan 6-8% statushouders. De heer VAN HETEREN zal namens zijn fractie instemmen met het voorstel. Omdat hun schriftelijk ingediende vragen over o.a. de financiën, subsidies, afschrijvingstermijn en de doelgroepen naar tevredenheid zijn beantwoord, heeft hij geen vragen meer. TWEEDE TERMIJN RAAD EN COLLEGE De heer VAN HETEREN wil er m.b.t. de wens van de PAB-fractie voor pleiten om bij het huidige voorstel te blijven en niet met die wens mee te gaan. Men is van mening dat het college actief bezig is om in de komende jaren woningen voor Papendrechtse woningzoekende te realiseren. Er is een opvangcrisis in Nederland en men kan deze groepen niet tegen elkaar uitspelen door constant statushouders te weren en hen geen woning te bieden, zodat men de crisis in standhoudt. De heer GRIMMIUS vraagt m.b.t. het voorstel van de PAB-fractie waarom men destijds tegen de motie van de OP-fractie was, waarbij men pleitte voor 30 woningen voor statushouders en Oekraïners, en wat er in de tussentijd is 19
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 10 april 2025
veranderd zodat de PAB-fractie nu helemaal geen woningen beschikbaar wil stellen. Voor de GL-fractie was en is 50% een prima voorstel. Men begrijpt echter de overweging van het college dat men dit, gezien alles wat er gebeurd is, heeft bijgesteld. Ook hiermee kan men het eens zijn en stemt daarom in met het huidige voorstel. Als dit 30% voor 10 jaar voor statushouders wordt, kan men ook daarmee instemmen. Hij wenst wel te benadrukken dat dit geenszins te maken heeft met een financiële prikkel. Zelfs het tegenovergestelde van een financiële prikkel, i.v.m. de beheerskosten van WOONKRACHT10, vindt zijn fractie het waard omdat er plek moet worden geboden aan mensen die dat nodig hebben en men een bredere opgave heeft op te lossen op het gebied van wonen. Niet alleen voor Papendrechtse Nederlanders, maar voor iedereen die een woning zoekt. Ook hij vindt het tegen elkaar uitspelen van die doelgroepen niet juist. Mevrouw VERDOORN kan het voorstel van het college, met de uitleg van de wethouder, steunen. Als minpunt noemt zij de beheerskosten, maar vooral ook de 10 jaar beschikbaar houden van de huizen vindt men wel een heel lange termijn. De heer SCHUIL is het eens met het huidige voorstel en niet met het voorstel van de PAB-fractie.
De heer SPITSBAARD staat nog steeds achter de inhoud van de motie, waarin men destijds 75% voor starters en spoedzoekers en 25% voor statusouders voorstelde. Men zal het voorstel van de PAB-fractie zeker niet steunen en vraagt zich ook af waarom men van gedachten is veranderd. Ook de heer LEENHOUTS is – in afwachting van de schriftelijke antwoorden van het college- geneigd om voor het huidige voorstel te stemmen. De heer RIETVELD zal het voorliggende voorstel, gezien de sociale verantwoordelijkheid en de taakstelling die men heeft, steunen. De heer TIELEMAN merkt op dat het zeker niet de bedoeling is om doelgroepen tegen elkaar uit te spelen. Het voorstel is er op gericht Papendrechtse woningzoekenden, waaronder jonge gezinnen, aan een woning te helpen. Statushouders worden, ook na realisatie van dit plan om de 80 woningen toe te voegen aan de huidige woningvoorraad, voorzien van woningen. Uiteraard vindt ook de PAB-fractie het van belang dat statushouders recht hebben op een woning. Hier wordt volgens de richtlijnen van Woonkracht10 ook aan voldaan. Hierbij komt dat er nog meer woningen worden gebouwd, waar statushouders misschien kunnen worden ondergebracht. De heer SPITSBAARD vraagt per interruptie waarom de PAB-fractie t.o.v. de door zijn fractie in 2023 ingediende 20
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 10 april 2025
motie compleet van mening is veranderd, waarop de heer TIELEMAN nogmaals aangeeft dat hij niets heeft gesuggereerd t.a.v. het tegenover elkaar stellen van doelgroepen, dat de woningnood in de afgelopen jaren alleen maar groter is geworden en dat men dit voorstel met het oog op voortschrijdend inzicht doet. De heer GRIMMIUS bevestigt dat de woningnood groter is geworden, maar dat hetzelfde geldt voor het aantal statushouders dat nog steeds in asielzoekerscentra zit. Omdat deze problematiek min of meer hetzelfde is als 1,5 jaar geleden vraagt ook hij zich nogmaals af wat er voor de PAB-fractie is veranderd en waarom er geen woningen aan statushouders moeten worden toegewezen. De heer TIELEMAN heeft niet gezegd dat het aantal 0 moet zijn en dat er door de woningcorporaties nog steeds woningen aan statushouders worden toegewezen. Het voorstel van zijn fractie is alleen gericht op dit project. De heer GRIMMIUS merkt op dat het voorstel destijds was om 30 woningen te reserveren voor statushouders en Oekraïners. Nu is het voorstel 30% = 24 woningen voor statushouders en Oekraïners. Destijds was de PAB-fractie het eens met 30 woningen, terwijl men 24 nu teveel vindt. De heer TIELEMAN antwoordt dat dit te maken heeft men een andere kijk op de gang van zaken op dit moment. Niets meer aan de orde zijnde worden de onderhavige stukken als hamerstuk doorgeleid naar de gemeenteraad. 10.
Normenkader 2024. Niets aan de orde zijnde worden de onderhavige stukken als hamerstuk doorgeleid naar de gemeenteraad.
11.
Sluiting. Niets meer aan de orde zijnde sluit de VOORZITTER de vergadering om 23.05 uur onder dankzegging aan eenieder voor diens inbreng. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de 2025. De heer M. Hermans (Interim griffier)
Mevrouw T.C. van Es (voorzitter)
21
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 10 april 2025
Lijst met toezeggingen
1. Ingekomen stukken: A06. Intaketafel ’t Zand. Portefeuillehouder Janssen De portefeuillehouder komt binnen een week schriftelijk terug op de vraag of hoe kan het dat deze vraag onjuist is beantwoord. 2. Beleidsplan schuldhulpverlening 2025 – 2028. Portefeuillehouder Van Erk De portefeuillehouder komt schriftelijk terug op de vraag inzake de betrokkenheid bij nazorg Schuldhulpmaatje 3. Beleidsplan schuldhulpverlening 2025 – 2028. Portefeuillehouder Van Erk De portefeuillehouder komt schriftelijk terug op de vraag inzake de cijfers (de 1.170 huishoudens) die zijn overgenomen van het CBS. 4. Beleidsplan schuldhulpverlening 2025 – 2028. Portefeuillehouder Van Erk De portefeuillehouder komt schriftelijk terug op de vraag inzake de zorg voor de inwoners en de voorliggende voorziening. 5. Aanvraag voorbereidings- en uitvoeringskrediet flexwoningen Noordhoek. Portefeuillehouder Janssen De portefeuillehouder komt binnen een week schriftelijk terug op de vraag of de € 30.000,- per statushouder ook voor dit project geldt.
22