CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag Oordeel 9.10.2025.pdf

Oordeelsvormende vergadering Papendrecht 20 november 2025, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 4: Vaststellen verslagen 9 en 16 oktober 202514.417 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Op de vraag wat daarvoor vanuit de raad nodig is antwoordt de wethouder dat de raad degene is die de veroordeling vaststelt. Daarin zit de raad dus vol aan de knoppen. Op hun vraag of de maatregelen over andere zaken gaan dan preventie antwoordt de wethouder dat de maatregelen die de komende tijd gaan volgen met name gaan over hoe men de jeugdzorg georganiseerd heeft. Men heeft eerder in de routekaart Jeugd m.n. de preventieve kant benadrukt en met de uitwerking daarvan is men volop bezig. Binnenkort ontvangt de raad weer een RIB over de stand van zaken, o.a. over het Pedagogische Pact. Het preventieve deel heeft ook zeker zijn aandacht. Waar men het nu over heeft is over hoe men de jeugdzorg gaat organiseren. Verder dankt de wethouder de D66fractie voor hun analyse. Op de vraag van de CDA-fractie vraagt naar de concrete maatregelen heeft hij al antwoord gegeven. M.b.t. de vraag van de SGP-fractie wat men lokaal kan doen voor de pleeggezinnen antwoordt de wethouder dat men voor de ondersteuning van pleeggezinnen naar de regio wil blijven kijken. Wat betreft het reclame maken hiervoor doet men al best een aantal zaken. Als wethouder vindt hij het belangrijk om elk jaar een aantal pleeggezinnen te bezoeken en daar in de Week van het Pleeggezin aandacht voor te vragen.

Met de vraag of deze inzet verbreed zou moeten worden zou hij voorlopig nog even voorzichtig zijn en het hierbij willen laten. In reactie op de vraag van het PAB over de zorgfraude heeft de wethouder eerder aangegeven dat de inzet hierop, ook van de DG&J, echt wel verstevigd is. Hij heeft de DG&J tevens gevraagd de raad hier beter in mee te nemen, omdat men eigenlijk helemaal geen zicht heeft op wat daar precies gebeurt. De financiële inzet die daarin wordt gedaan, wordt ook echt terugverdiend. Maar dat moet ook zichtbaar worden voor de raad. Hij blijft erop sturen dat dit zal gebeuren. Verder begrijpt hij de overwegingen voor het 21

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 9 oktober 2025

amendement om de zienswijze steviger te verwoorden. Over de vraag hoe men om gaat met het teruggeven van het deel rondom LVS en Veilig Thuis heeft de wethouder in het AB opmerkingen gemaakt. De praktijk is dat dit gewoon heel erg verdeeld ligt. Er zijn een aantal gemeenten die dat op deze manier wensen te doen en een aantal gemeenten die er echt anders naar kijkt. Daar heeft men mee te maken. TWEEDE TERMIJN RAAD De heer BOERSMA merkt inzake de pleeggezinnen op dat de wethouder niet onderbouwt waarom men hier niet meer inzet op zou plegen. Zijn vraag is hier in de tweede termijn wat uitgebreider op in te gaan, juist omdat zowel nu als ook vorig jaar het tekort aan pleeggezinnen als pijnpunt wordt benoemd. Wat rechtvaardigt om daar niet wat extra's op te ondernemen? Verder zou zijn fractie het m.b.t. de afbakeningen waarover men in januari gaat spreken belangrijk vinden om de rijkwijdtediscussie rondom de vergoedingen vanuit de gemeente vanuit de inhoud en niet vanuit een financiële beheersbaarheidsgedachte te voeren. Wanneer men focust op de financiën loopt men het risico om dingen kapot te maken of keuzes te maken die wellicht niet zo verstandig zijn. Dit is overigens ook een heel nadrukkelijk het advies van de landelijke deskundige commissie Van ARK, die ook naar de landelijke hervormingsagenda Jeugd kijkt. M.b.t.

de opmerking van de wethouder inzake het ‘nee’ zeggen vindt men het ook belangrijk mensen niet met een kluitje in het riet te sturen of af te schepen. Wat de SGP-fractie betreft zou er vervolgens een appel moeten worden gedaan op een sociaal netwerk rondom een gezin of een gemeenschap, om de hulp en ondersteuning te bieden die een gezin of een jeugdige wel degelijk nodig heeft. Het punt is dat de oplossing voor de problematiek vaak buiten het jeugdhulp domein ligt, in andere levensdomeinen van het kind of het gezin waar iets aan gedaan moet worden. Dat is de discussie die men onderling moet voeren, welke factoren dat zijn en wat men daaraan kan doen. Armoede, bestaanszekerheid, scheidingproblematiek, GGZ-problematiek, prestatiedruk in het onderwijs ligt allemaal buiten de jeugdhulp. Tenslotte merkt de heer BOERMSA op dat men sinds de decentralisatie- inderdaad al 10 jaar bezig, maar dat er sprake is van een soort mammoettanker die een beetje bijgebogen moet worden en dat dit tijd kost. Zijn oproep aan alle fracties is -de D66-fractie weet niet goed of zij de zienswijze nog wel moeten steunen- dat men de handen er nu niet van af kan trekken. Het is de wettelijke taak hier, zo goed en hoe kwaad als dat kan, invulling aan te geven. Daarom moet de raad zichzelf de tijd gunnen om de inhoudelijke discussie goed te voeren om vervolgens scherpe keuzes te kunnen maken.

De heer VERWEIJ vraagt per interruptie m.b.t. zijn betoog inzake de afbakening of de heer Boersma het ermee eens is dat men er in deze discussie wel rekening 22

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 9 oktober 2025

mee moet houden dat men al vanaf 2015 probeert de kosten te drukken, men steeds ideeën naar voren heeft gebracht over afbaken en onderwerpen heeft genoemd die horen bij een opvoeding waarbij er ups en downs zijn. Hij wil ervoor waken om weer jarenlang te debatteren over wat men al dan niet zal schrappen omdat men dan misschien iets mist of er iets tussen wal en schip valt. Op zijn vraag of de heer Boersma het met hem eens is dat men dan weer 3-4 jaar verder is voordat men misschien eindelijk resultaten boekt antwoordt de heer BOERSMA dat het antwoord daarop tweeledig is. Het college heeft aangegeven begin volgend jaar al met een hele concrete brief te komen die juist hierover gaat. Die gaat over keuzes maken in de verordening om te komen tot een afbakening. Zijns inziens zit men heel dicht op het moment dat men echt gaat kiezen en men elkaar echt eerlijk aan moet kijken over hoe men dit wil gaan doen. Daarnaast ziet men het effect daarvan natuurlijk niet de volgende dag, maand en misschien ook niet het volgende jaar. Dit vraagt wel om een consistente koers over een aantal jaar om te zeggen dat men dit buiten het jeugdhulpdomein wil houden, dat men wil investeren in gezinnen, het sociaal netwerk en de eigen kracht van gezinnen.

De hele koers van de routekaart Jeugd zoals die is ingezet, is niet van de een op de andere dag gerealiseerd, maar de keuzes staan volgens hem voor de deur. Mevrouw HOEKSTRA deelt alle zorgen die men heeft gehoord en gelezen, de kosten worden hoger en schijnbare resultaten zijn daar niet naar. De heer VAN HETEREN is het eens met de heer Boersma dat men het inderdaad over de inhoud moet hebben. Hij hoorde van verschillende fracties en de portefeuillehouder over leren ‘nee’ zeggen en kostenreductie. Ook dan is hij van mening dat men juist in de uitvoering het tegenoverstelde gaat bereiken. Als de overheid een soort systeem/beleid gaat ontwikkelen waar men alleen maar wil bezuinigen gaan jongeren dan ook zorg missen, omdat mensen daar veel te strak in gaan zitten. Vaak leidt dit toch weer tot wantoestanden. Hij is van mening dat het heel goed is om het over de inhoud te hebben: wat voor zorg verlenen we en hoe pakken we dat aan? Zijn fractie denkt daar waarschijnlijk iets anders over dan de SGP-fractie, maar het zou heel interessant zijn om daar met elkaar over te debatteren en tot goede keuzes te komen. Zijn fractie zou bv. willen inzetten op preventie. Maar dan vooral niet per se investeren in de gezinnen, maar vooral in de samenleving.

Daar waar nu emotieregulatie therapie vaak wordt genoemd/ingezet, is zijn fractie van mening dat het belangrijk is om te zorgen dat jongeren weer bij de verenigingen komen, dat ze weer kunnen leren omgaan met elkaar en dat ze op een natuurlijke en goede manier leren met emoties om te gaan, i.p.v. continue therapieën aan te bieden. TWEEDE TERMIJN COLLEGE 23

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 9 oktober 2025

Wethouder VAN DER BORG zegt op de vraag van de SGP-fractie waarom men m.b.t. de pleeggezinnen geen extra inzet pleegt dat het antwoord tweeledig is. Het is in de schaarste die er heerst altijd de afweging waar men op inzet. Daarnaast is 1 van de ideeën om verder uit te werken dat men zich meer wil inzetten voor de intensieve vrijwillige hulp en daarin te kijken hoe men vooral uithuisplaatsing kan voorkomen en er uiteindelijk voor te zorgen dat er ook minder pleegzorgplekken nodig zijn. M.b.t. het debat over afbakening en reikwijdte vooral vanuit de inhoud heeft hij absoluut niet aangegeven dat het hem vooral gaat om kostenreductie. Dat speelt natuurlijk wel mee, want dat is de vraag die de raad elke keer terecht stelt. In beginsel gaat het over de vraag of men vindt dat elk kind/jongere met een probleem in de jeugdzorg/jeugdwet terecht moet komen. De raad is collectief van mening, en daar staat hij van harte achter, dat dit absoluut niet het geval is. Maar dat is wel het systeem zoals men dat vanuit de jeugdwet met elkaar heeft gecreëerd. Het vraagstuk is nu: hoe gaat men daar mee om? Hier is een goede verordening voor nodig en daar gaat men mee aan de gang. Hiervoor zijn een aantal maatregelen nodig, om juist ook de samenleving meer aan zet te laten zijn. Hij is van mening dat er kansen liggen, zonder dat dit ook de heilige graal gaat zijn.

Want elke gemeente is hier mee bezig en geen enkele gemeente haalt hier hele grote successen in. De heer BOERSMA merkt per interruptie op dat hij de redenering dat men uithuisplaatsing wil voorkomen begrijpt. Tegelijkertijd is de analyse vanuit het college in het eigen voorstel vrij helder, er zit namelijk een discrepantie tussen de afbouw van voorzieningen voor uithuisplaatsing en alternatieven daarvoor. Men wil minder uithuisplaatsen, maar tegelijkertijd zijn de alternatieven nog niet of onvoldoende opgebouwd. Als men daar niet op ingrijpt ziet hij het als groot risico voor de komende jaren dat dit gat ook steeds groter wordt, omdat die afbouw wel gewoon door blijft gaan. Wethouder VAN DER BORG ziet deze complexiteit ook. Dat is misschien wel het meest complexe vraagstuk in de jeugdzorg op dit moment. Dat men enerzijds ziet dat het aantal voorzieningen enorm aan het afnemen is, waar de pleegzorg een onderdeel van is, en dat men tegelijkertijd ziet dat er nog steeds heel veel kinderen uit huis geplaatst worden. De vraag is dan hoe men hier mee omgaat. Er is een regionaal expertteam wat daar ook een rol in vervult en het lastig vindt om een plek voor een kind te vinden en dat in combinatie met Veilig Thuis ook continu aan het denken is over dit soort vraagstukken.

Hoe zorgt men ervoor dat een kind op de juiste plek geplaatst wordt? Natuurlijk is men in de regio ook aan het kijken hoe men zorgt voor voldoende plekken. Zijn stelling is dat men niet zomaar met een grote campagne kan zeggen dat er zomaar 10 extra pleeggezinnen bijkomen. Dat is iets van de lange adem. Vaak zijn dit vraagstukken die op hele korte termijn, vaak binnen 1 dag of 2 dagen, opgelost moeten worden. Dus het antwoord is niet zo eenduidig, maar tegelijkertijd moet men er wel wat mee. Hij merkt echter dat men met alle partners nog steeds te snel stuurt op uithuisplaatsing. Dat is in beginsel nooit 24

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 9 oktober 2025

goed voor een kind en een gezin. En het is ook zo dat wanneer men daar veel plekken voor blijft creëren, dat het nog steeds heel makkelijk is om hen naar zo'n plek door te sturen. Dit maakt die discussie zo ingewikkeld, want op individueel niveau wil men zo'n kind helpen en een plek geven. Maar op macroniveau creëert men daarmee wel de verkeerde effecten. Er is echt wel oog voor hoe men hiermee om moet gaan en men gaat ook met de intensieve vrijwillige hulp op zoek naar hoe men in een gezin een oplossing gaat creëren, in plaats van een kind uit een gezin te halen. Niets meer aan de orde zijnde adviseert de commissie aansluitend de onderhavige stukken als bespreekstuk door te leiden naar de gemeenteraad. 10.

Zienswijze Ontwerpbeleidsplan 2026-2029 Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid. BURGEMEESTER VAN DRIEL geeft aan dat in de voorliggende zienswijze onder het kopje Dekkingsplan: Financiële impact en uitvoerbaarheid de zin is opgenomen

Wij willen u nu vast laten weten dat u voorafgaand aan de begrotingscyclus 2027 van ons duidelijkere (financiële) kaders gaat ontvangen, die echter bij nader inzien erg prematuur is geweest. Hier is de tijd te kort voor. Het voorstel is om volgende week voor de besluitvorming op 3 november met een strekt ter vervanging te komen waarin deze zin niet meer zal staan. Dit is uiteraard wel wat men wil doen en met meerdere verbonden partijen moet doen en waar de raad ook een belangrijke rol in speelt, maar wat niet in deze termijn te realiseren is. De heer BRANDS geeft aan dat zijn fractie positief is over de voorliggende concept zienswijze en onderschrijft het belang van een sterke toekomstgerichte veiligheidsregio die in staat is om adequaat te handelen bij rampen en crisissen. De in het beleidsplan genoemde speerpunten weerbaarheid, klimaatveiligheid, woningbouwopgave en vergrijzing zijn ook relevant voor de gemeente Papendrecht. De zienswijze geeft de aandachtspunten en prioriteiten die zijn fractie belangrijk acht voor een toekomstbestendige veiligheidsregio goed weer. Ook mevrouw VAN ES vindt het een goede en inhoudelijke zienswijze met concrete en relevante vragen over rollen, taakverdeling bij rampen, etc. en ook de situatie wanneer de Papendrechtse brug is afgesloten.

Haar fractie heeft wel technische vragen gesteld, met name over de combinatie van meer taken en tegelijkertijd ook wel weer aankomende bezuinigingen. Voor nu wordt de nullijn genoemd en dat is prima. Voor de rest is het prematuur om daar nog iets van te vinden, dat moet men afwachten. De heer VAN DER GIESSEN wijst op een omissie in de eerste zin onder 2.1. van het voorstel Exogene ontwikkelingen leiden mogelijk invloed hebben op de gemeentelijke bijdrage aan de gemeenschappelijke regeling. 25

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 9 oktober 2025

Mevrouw VAN WIJNGAARDEN merkt op dat men op 2 oktober een buitengewoon interessante uitleg heeft gekregen van de veiligheidsregio. Degenen die hier niet bij aanwezig waren raadt zij aan dit terug te kijken. Dat geldt ook voor de altijd boeiende bijeenkomsten die meestal 1 keer per jaar worden gehouden, waarin heel veel uitleg wordt gegeven. Dit kan heel veel vragen voorkomen. M.b.t. de zienswijze merkt zij m.b.t. de financiële kaders -die er tijdelijk uit worden gehaaldop dat tijdens de bijeenkomst van 2 oktober door de vertegenwoordiger van de brandweer werd verteld dat men in Zwijndrecht problemen heeft om vrijwilligers te vinden en waarschijnlijk betaalde krachten moet gaan inzetten, dat Gorinchem gaat uitbreiden en dat Papendrecht alles goed op orde heeft. Zij had graag in de zienswijze teruggezien - of er moet een ander moment zijn dat de burgemeester dit aan de orde kan stellen- of er op enig moment een verdeelsleutel toegepast gaat worden. Uiteraard werkt men binnen de gemeenschappelijke regelingen samen, maar het zou fijn zijn als er een soort van beloning was voor het feit dat Papenrecht haar organisatie perfect op orde heeft. Verder stelde mevrouw Verdoorn in die bijeenkomst een vraag over het hoogwaterplan, waarvan men dacht dat dit via de veiligheidsregio loopt, maar waarvan duidelijk is geworden dat de gemeente daar zelf verantwoordelijk voor is.

In dit kader vraagt mevrouw VAN WIJNGAARDEN of de raad hierover op enige moment bijgepraat kan worden. M.b.t. het hoogwaterplan zijn er een aantal zaken die volgens haar nodig herschreven, bijgewerkt en aangevuld moeten worden. Verder heeft mevrouw Hoekstra een vraag over het behoud van de sirene/het luchtalarm, waarbij de veiligheidsregio (ook Rijnmond) heeft aangegeven dit te ondersteunen. Zij is van mening dat men nooit en te nimmer van de sirenes moet afstappen. Haar fractie gaat akkoord met de zienswijze. Ook mevrouw STIGTER vond het een hele goede en een zinvolle beeldvormende bijeenkomst. Haar fractie zal instemmen met het beleidsplan en wil benadrukken dat men, juist wanneer men zo kwetsbaar wordt i.v.m. de wegwerkzaamheden, bereikbaarheid tijdens calamiteiten hoge prioriteit wil blijven geven. Zij vindt het fijn dat de veiligheidsregio dit ook serieus nam. Een ander risico wat zij ook onder de aandacht wil blijven brengen is de cyber aanvallen op vitale organisaties, waaronder de gemeente maar ook elektriciteit- en watervoorziening, etc. Eén van de dingen die haar fractie erg belangrijk vindt is hoe men, als er een moment zou komen dat men online niks meer kan beheersen, offline in contact kan blijven met de inwoners. Zij is van mening dat het goed is hier in de komende jaren met elkaar over te spreken. De heer BOERSMA gaat akkoord met het beleidsplan.

Hij was zelf niet in de gelegenheid om bij de beeldvormende bijeenkomsten te zijn, maar is wel een trouw bezoeker van de gemeenschappelijke regionale bijeenkomsten in het hotel. 26

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 9 oktober 2025

Bij één van die bijeenkomsten van de veiligheidsregio stond het thema weerbaarheid centraal, een thema dat heel nadrukkelijk terugkomt in het beleidsplan. Hij vindt dit een beetje een ‘mode ding’, omdat hier 4 jaar geleden in het vorige beleidsplan niets over stond. Dat is iets wat de laatste 2-3 jaar is opgekomen en is omarmd als een kern in het Nederlandse veiligheidsbeleid. Dit vertaalt zich vervolgens ook naar de veiligheidsregio en dus ook naar de gemeente. Hij vindt het terecht dat het college in de zienswijze vragen heeft gesteld over hoe dat allemaal uitgewerkt moet gaan worden. Want de veiligheidsregio is een hele mooie organisatie, maar heeft een beetje het risico om een soort duizend dingen doekje te worden voor alles wat een beetje te maken heeft met veiligheid. Hoe bakent men dat precies af? Maatschappelijke weerbaarheid gaat bv. over hoe men zichzelf kan redden met een noodpakket. Maar het gaat ook over iets als samenredzaamheid, zelfredzaamheid, wat men vanuit de Wmo erg stimuleert en hier allerlei programma’s voor heeft. Hij vraagt hoe het stimuleren van bv. maatschappelijke weerbaarheid overlapt met iets als samenredzaamheid vanuit de Wmo.

Hoe voorkomt men dat een taak bij de veiligheidsregio wordt neergelegd die daar misschien helemaal niet zou moeten liggen? Herkent het college dat hier een afbakeningsvraagstuk zit en stelt men zich de vraag wat de veiligheidsregio precies gaat doen m.b.t. weerbaarheid en wat misschien gewoon echt iets voor de samenleving is en wat een rol voor de gemeente is. Vindt er een kritische reflectie plaats op de vraag hoe dit concreet vertaald wordt? Dit ook omdat het budget van de veiligheidsregio beperkt is en onder druk staat en er dus wel een extra taak bij komt. Hier ziet zijn fractie wel een risico. Ook de heer MULDER noemt de prachtige vergadering van 2 oktober. Het gepresenteerde beleidsplan sprak hem op alle terreinen heel erg aan. Het is mooi om in het plan te zien hoe de veiligheidsregio Zuid-Holland-Zuid zich permanent aan wil passen aan zich steeds weer wijzigende omstandigheden en dat steeds meer, voor zover mogelijk, integraal aanpakt. Tenslotte merkt hij op dat men leest dat er geen extra financiële lasten op de begroting van 2026 drukken. Als die er al zouden zijn komen die, volgens het AB, zeker niet eerder dan in 2027 aan de orde. Hij vraagt de burgemeester dit te bevestigen.

EERSTE TERMIJN COLLEGE Burgemeester VAN DRIEL geeft aan dat het college de centrale ambitie die in het beleidsplan ligt, het bieden van een veilige en gezonde leefomgeving voor inwoners, bedrijven en bezoekers, omarmt. De gekozen koers, een krachtige en flexibele hulpverlening, een versterking van de weerbaarheid en een vitale organisatie, sluit aan ook bij de lokale veiligheidsdoelstellingen. Ook is de aandacht voor kwetsbare groepen, klimaatveiligheid en bereikbaarheid van 27

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 9 oktober 2025

hulpdiensten van groot belang voor de gemeente Papendrecht. Men vraagt in de zienswijze een aantal belangrijke dossiers, o.a. op het gebied van de weerbaarheid, de schuilstrategie, locaties, samenwerking en governance tussen de veiligheidsregio en de gemeentes, verder uit te werken. Dit is echt een belangrijk punt dat men steeds ziet terugkomen. Voor Papendrecht is dit van groot belang, omdat men dit jaar hoopt aan de slag te kunnen gaan met een projectleider en kwartiermaker maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht. Een voorstel daartoe ligt komende week in het college en zij hoopt hierover heel snel met de raad in gesprek te komen. Daarmee wil men een lokale aanpak voor maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht gaan realiseren, gericht op een beter toegeruste gemeentelijke organisatie bij langdurige ontwrichtende crisissen. Men wil de weerbaarheid van bewoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers versterken. Dat gaat over het hele college en over meerdere werkvelden. Men wil inzetten op het borgen van lokale verbinding met de regionale en de landelijke opgaven. M.b.t. de vraag van mevrouw van Wijngaarden inzake de verdeelsleutel kan zij niet echt een uitspraak doen. Maar het is gewoon een feit dat er plekken zijn waar te weinig vrijwillige krachten beschikbaar zijn en daar zal anders gekeken moeten worden naar de bezetting.

Dat geldt vooral voor de Zwijndrechtse Waard, maar ook voor Gorinchem die een wat meer interregionale positie heeft omdat zij ook vaak op Brabant en Utrecht uit moeten rukken. M.b.t. de vraag over het hoogwaterplan heeft de raad in juni jl. een RIB ontvangen. Het hoogwaterplan is van 2023. Als de raad er behoefte aan heeft om bijgepraat te worden, gaat zij daarvoor zorgen. Verder dankt zij de CUfractie voor de aandacht voor het risico van de cyberaanvallen, dit komt straks terug bij het contact met de inwoners. Hierbij merkt zij op dat er een aantal gemeenten zijn die al iets verder zijn of al wat langer in gesprek zijn over dit onderwerp met hun inwoners. Eén van die voorbeelden is de gemeente Haarlemmermeer. Zij hebben vooral een aantal kernen en dorpen en laten zien hoe samenredzaamheid op lokaal niveau handen en voeten krijgt. In het dorp Burgerveen wordt bv. actief gewerkt aan buurtplannen waarin inwoners, dorpsraden en vrijwilligers samenwerken aan praktische afspraken voor als het misgaat, bv. bij een langdurige stroomstoring. Deze plannen gaan verder dan alleen bewustwording, ze bevatten ook concrete afspraken over wie bv. een sleutel van bv. een brug, dorpshuis of buurthuis heeft, waar medische kennis is in de buurt en welke middelen er beschikbaar zijn van radio tot EHBO-kit.

Haarlemmermeer kiest voor deze aanpak die voortbouwt op het bestaande vertrouwen in de gemeenschap. De gesprekken in dorpen en wijken vormen het vertrekpunt niet alleen voor het versterken van zelfredzaamheid, maar juist ook voor het stimuleren van samenredzaamheid, het vermogen om elkaar te helpen als systemen falen. De buurtplannen sluiten aan bij een breed beleidskader waarin veerkracht, bereikbaarheid en lokale betrokkenheid centraal staan. Op de vraag van de heer Boersma over de afbakening zegt de burgemeester dat men dit 28

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 9 oktober 2025

onderkent en begrijpt, maar dat men er nog niet uit is. Het college ziet wel dat men de eigen kadering moet geven. Het noodsteunpunt bv. is iets wat echt in samenwerking met een veiligheidsregio gedaan gaat worden. De gemeente moet bij hun in de pas lopen om zelf de eigen strategie en plannen neer te kunnen leggen. De vraag van de heer MULDER geen extra financiële lasten op de begroting van 2026 neigt zij te bevestigen, maar zal zij voor de zekerheid controleren. TWEEDE TERMIJN RAAD De heer BOERSMA vraagt of het voorstel voor een projectleider weerbaarheid en veerkracht voortvloeit uit de lokale vertaling van dit beleidsplan, of hier nog extra kosten aan verbonden zijn of men voor dit onderwerp ook gebruik kan maken van landelijke financiering die hiervoor beschikbaar is gesteld. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN vraagt of de burgemeester i.v.m. het onderhoud aan de brug kan toezeggen dat bepaalde in Papendrecht ontbrekende brandweervoertuigen tijdelijk in Papendrecht gestationeerd kunnen worden. Verder zou haar fractie een nader debat over veiligheid op prijs stellen. TWEEDE TERMIJN COLLEGE Burgemeester VAN DRIEL merkt richting de heer Boersma op dat zij wel van mening is dat dit geld gaat kosten. De veiligheidsregio heeft ook aangegeven dat er lokale investeringen gedaan moeten worden.

Het probleem is ook hier dat Papendrecht overal plukjes heeft, maar niet goed weet waar al die plukjes bij elkaar komen. Wat er al wel ligt en wat nog niet. Dat geldt bv. voor een hoogwaterplan. Wat is daarop afgesproken, hoe sluit het aan bij de lijnen van de veiligheidsregio? Dat is wel de verantwoordelijkheid van de gemeente. Zij neemt wel zijn suggestie mee om te kijken of er ook landelijke budgetten beschikbaar voor zijn, of dat dit op een andere manier gefinancierd kan worden. M.b.t. de vraag van mevrouw Van Wijngaarden inzake het materieel kan zij niet toezeggen dat dit zal gebeuren. Zij zal zich ervoor inzetten als het van belang is voor haar post. Wanneer dit het geval is wordt zij daar wel op geattendeerd door de mensen van de post. Omdat er sprake is van 1 regio met 10 gemeentes kan zij dit niet toezeggen. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN had geen toezegging verwacht dat het morgen geregeld zou zijn, maar dat het wel iets is dat de aandacht heeft. Aansluitend adviseert de commissie de onderhavige stukken als hamerstuk door te leiden naar de gemeenteraad. 29

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 9 oktober 2025

11.

Sluiting. Niets meer aan de orde zijnde sluit de VOORZITTER de vergadering om 22.50 uur onder dankzegging aan eenieder voor diens inbreng. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de 2025. De heer J. Lier (plv. griffier)

De heer P.C. Grimmius (voorzitter)

Lijst met toezeggingen

1.

Ingekomen stukken: A05. Terugkoppeling omgevingstafel P.C. Hooftlaan 180

Portefeuillehouder Janssen De portefeuillehouder zegt toe de mogelijkheden te bekijken om het gevraagde verslag (inzake nadere aanpassingen/uitwerkingen) aan de raad te doen toekomen.

30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/1096/documents/16563