CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag Oordeel 27.11.2025.pdf

Oordeelsvormende vergadering Papendrecht 15 januari 2026, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 4: Vaststellen verslagen 20 en 27 november 20258.118 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

19 alinea's met “oordeelsvorming”: 1 8 16 19 23 27 31 35 39 43 47 52 56 60 64 67 71 76 81

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 27 november 2025

BESLUITENLIJST VAN DE OPENBARE OORDEELSVORMENDE VERGADERING d.d. 27 november 2025. Een integrale geluidsopname van deze vergaderingen is te beluisteren op www. papendrecht.nl Aanwezig: De heer P.J. van der Giessen, voorzitter; De heer M.H.A. Verweij (PAB), de heer A. Tieleman (PAB), de heer R. Lammers (OP), mevrouw A. Haj-Hussein (OP), mevrouw A. Bokma (VVD), de heer D. Stouthart (VVD), de heer L.T. van den Dool (CDA), de heer R. Schuil (CDA), de heer H. Bezemer (CU), de heer A. Rietveld (CU), mevrouw T.C. van Es (D66), de heer Y. Hardenbol-Kroek (D66), mevrouw D. Yildiz-Karso (PvdA), de heer Th. Wolters (PvdA), de heer A. Boersma (SGP), de heer P.C. Grimmius (GroenLinks) en de heer B.H. Grimmius (GroenLinks). Mevrouw W. Renzen - Van Leeuwen, portefeuillehouder; De heer J.D. van der Borg, portefeuillehouder; De heer J.L. van Erk, portefeuillehouder; De heer A.J. Kosten, portefeuillehouder. De heer A. Mullenders, plv. griffier. 01.

Opening. De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom.

02.

Vaststellen agenda. De VOORZITTER merkt op dat het verslag van 20 november 2025 inzake de oprichting en deelname Smart Delta en partners apart wordt vastgesteld onder agendapunt 10. Mevrouw BOKMA vraagt of de daarin genoemde gewenste zienswijzen opgenomen worden in de zienswijzenbrief, waarop de VOORZITTER aangeeft dat de wensen en de bedenkingen worden meegenomen richting het college. De agenda wordt aldus aangepast en vastgesteld.

03.

Mededelingen. De heer LAMMERS merkt op dat de heer Van der Giessen en hijzelf afgelopen dinsdag aanwezig waren bij de interessante raadsoploop Smart Delta Drechtsteden bij Bolidt Hendrik Ido Ambacht. Hij raadt de collega’s aan deze de volgende keer ook te bezoeken. Mevrouw BOKMA kondigt aan dat de VVD-fractie voor de raadsvergadering in het kader van Orange to World en femicide een motie zal indienen inzake het instellen van een meldpunt veilig over straat. 1

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 27 november 2025

Er zijn geen mededelingen. 04.

Vragenkwartier. Er zijn verder geen vragen.

05.

Insprekers niet geagendeerde onderwerpen. Er zijn geen insprekers.

06.

Concernrapportage 2025. De heer TIELEMAN geeft aan dat de PAB-fractie zal instemmen met de concernrapportage. De heer BEZEMER spreekt zijn waardering uit voor het positieve resultaat en de duidelijke rapportage. Hij merkt echter op dat er jaarlijks sprake is van meevallers, wat duidt op een voorzichtig beleid, maar vraagt zich af of dit niet leidt tot het uitblijven van bepaalde besluiten. Hij pleit voor een realistischere begroting en een betere inschatting van de uitvoeringscapaciteit, zodat geplande investeringen daadwerkelijk gerealiseerd worden. Tot slot vraagt hij, ondanks dat hij begrijpt dat veiligheid soms onderhoud vereist, naar de uitgave van circa €450.000,- aan onderhoud van dispositie panden die op termijn worden afgestoten of gesloopt. De heer BOERSMA geeft aan tevreden te zijn met het positieve resultaat van de concernrapportage, maar plaatst een kanttekening bij de plus van ca. € 900.000, op jeugdhulp, aangezien dit een compensatie betreft voor de jaren 2023 en 2024 en niet voor 2025. Hij vraagt aandacht voor het aanvullend budget van € 50.000,voor onderzoek naar de invulling van de plintlocatie Den Briel en de mogelijke verbouwing van de voormalige bibliotheek. Hij verzoekt de wethouder een duidelijke onderbouwing van de noodzaak te geven en vraagt of deze kosten verdisconteerd kunnen worden in toekomstige huurtarieven.

Daarnaast vraagt hij om een nadere toelichting op de onderbesteding binnen de cultuurbudgetten en of dit aanleiding geeft tot een structurele verlaging van het budget in de komende perspectiefnota. De heer SCHUIL spreekt zijn waardering uit voor het positieve resultaat van € 529.000, -, maar maakt zich zorgen over de grote schommelingen bij de DG&J en de jeugdzorg. Hij ziet uit naar de aangekondigde voorstellen van de wethouder hierover. Daarnaast wijst hij erop dat de vrijval van de VO-scholen (€ 900.000,-) aanzienlijk groter is dan het huidige positieve resultaat, waardoor de gewenste aanvulling van het investeringspotje beperkt blijft. Hij vraagt of er mogelijkheden zijn om dit potje, bv. via het jaarverslag alsnog volledig aan te vullen. Verder 2

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 27 november 2025

benadrukt hij het belang van de groene verbindingsvisie en vraagt hij hoe de raad bij dit proces wordt betrokken en input kan leveren. De heer LAMMERS geeft aan dat zijn fractie in grote lijnen tevreden is met de concernrapportage en sluit zich aan bij het pleidooi van de CU-fractie voor realistischer begroten. Hij vraagt inzake de hogere lasten van Chemours op pag. 19 of deze kosten volgens het principe ‘de vervuiler betaalt’ op termijn worden verhaald. Hij vraagt of het college dit al in gang heeft gezet en zo niet, wanneer dit wordt verwacht. Daarnaast vraagt hij naar de uitvoering van de eerder toegezegde plaatsing van verbodsborden om publiek voederen tegen te gaan bij de bestrijding van ongedierte. Mevrouw BOKMA geeft aan dat de VVD-fractie kan instemmen met de concernrapportage. EERSTE TERMIJN COLLEGE Wethouder RENZEN merkt t.a.v. het realistisch begroten op dat het college aangeeft dat er vanaf 2026 minder ‘lucht’ in de begroting zal zitten en dat men nog realistischer gaat begroten. Hierdoor kunnen nadelen niet meer worden opgevangen door ruime ramingen. Dit maakt de begroting realistischer, maar ook kwetsbaarder. M.b.t. de vraag van de CDA-fractie over het potje voor de VOscholen merkt zij op dat een hogere storting alleen mogelijk is door andere uitgaven te schrappen of om te buigen.

Inzake de plintlocatie Den Briel zegt zij dat de onderzoekskosten betrekking hebben op de inzet van een architect en het uitwerken van een bouwplan. Dit omdat een verbouwing zorgt voor betere verhuurbaarheid en terugverdienmogelijkheden via huurprijzen. T.a.v. de dispositiepanden merkt zij op dat er zo min mogelijk onderhoud wordt uitgevoerd, maar dat er een wettelijke taak bestaat om panden die nog in gebruik zijn veilig te houden. Het genoemde bedrag is een raming en bij uitvoering wordt telkens beoordeeld of werkzaamheden noodzakelijk zijn en of kosten kunnen worden beperkt. Wethouder KOSTEN bevestigt op de vraag van de OP-fractie inzake de hogere kosten van Chemours dat het uitgangspunt is om deze kosten te verhalen. Hij verwijst hierbij naar een recente vertrouwelijke RIB waarin de raad hierover is geïnformeerd. Over de bestrijding van ongedierte geeft hij aan niet exact te weten wat de stand van zaken is m.b.t de toegezegde verbodsborden en zegt toe de raad hierover schriftelijk te informeren. Wethouder VAN DER BORG geeft t.a.v. de vraag van de SGP-fractie over de cultuurbudgetten aan dat de onderbesteding incidenteel van aard is. M.b.t. de 3

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 27 november 2025

vraag van de CDA-fractie over de groene verbindingsvisie verwijst hij naar de Regio Deal. Het is nog te vroeg om aan te geven in hoeverre de raad hierin betrokken gaat worden, maar men zal in de loop van komend jaar worden geïnformeerd over beide Regio Deals en de ontwikkelingen daarin. TWEEDE TERMIJN RAAD De heer BEZEMER ziet n.a.v. het antwoord van de portefeuillehouder uit naar de realistische concernrapportage van 2026 en met het oog op de dispositiepanden naar de jaarrekening 2025. De CU-fractie zal instemmen met de concern rapportage. Aansluitend adviseert de commissie de onderhavige stukken als hamerstuk door te leiden naar de gemeenteraad. 07.

Voorstel tot wijziging verordening maatschappelijke ondersteuning Papendrecht. Mevrouw BOKMA geeft aan geeft aan dat haar fractie kan instemmen met het gevraagde besluit en de aanpassingen van de verordening. Zij benadrukt dat de invoering van 3 indicatiegroepen leidt tot het schrappen van overbodige herindicaties, wat administratieve lasten en stress voor inwoners en mantelzorgers vermindert. Hierdoor kan de organisatie meer aandacht besteden aan andere indicatiegroepen. De heer C. GRIMMIUS merkt m.b.t. het voorstel tot verhoging van de tarieven van de Wijkhopper op dat de voorgestelde verhoging procentueel fors is, maar dat de regionale adviesgroep Sociaal Domein deze redelijk acht. Zijn fractie onderschrijft de oproep van de RAS (Regionaal Adviesgroep Sociaal domein) om de verhouding met OV-tarieven scherp te houden en wijst erop dat gemeenten mogen afwijken van de regionale verordening door lagere tarieven te hanteren. Hij vraagt specifiek aandacht voor de gevolgen van de tariefsverhoging tijdens de langdurige sluiting van de brug volgend jaar. Door de omleiding wordt een rit van ca. 8 km naar het ziekenhuis vergroot tot 23 km, waardoor de kosten voor een retourrit stijgen van ruim € 6,- naar meer dan € 12,-. Hij geeft aan dat dit voor mantelzorgers of bezoekers van ziekenhuispatiënten, wanneer zij 2 bezoeken per dag afleggen, kan oplopen tot € 140,- per week.

De GL-fractie vraagt het college of er mogelijkheden zijn om deze extra kosten, veroorzaakt door omrijden, tijdelijk anders te tariferen of achteraf te compenseren. Mevrouw KARSO geeft aan dat haar fractie positief staat tegenover de voorgestelde wijzigingen in de WMO-verordening. Vijf wijzigingen zijn technisch van aard en vereenvoudigen het proces, wat tijd bespaart en administratieve 4

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 27 november 2025

lasten vermindert. Twee wijzigingen zijn inhoudelijk gericht op kostenbeheersing bij het collectief vervoer. De PvdA-fractie plaatst echter een kanttekening bij de afhankelijkheid van het oordeel van individuele consulenten bij het toepassen van de vereenvoudigde route. Dit kan leiden tot willekeur en ongelijkheid. Zij vraagt het college om stevige uitvoeringskaders, goede monitoring en een consequente uniforme werkwijze om rechtmatigheid en gelijkwaardigheid te waarborgen. Tenslotte vraagt zij het college -en gaat ervanuit uit dat het RAS dit ook is- om hier alert op te zijn en de raad hierover te informeren. De heer LAMMERS geeft aan dat zijn fractie kan instemmen met de WMOverordening. Hij juicht toe dat aanvragen ook mondeling kunnen worden gedaan, wat het proces versnelt en vereenvoudigt. Het herindicatieproces sluit aan bij de landelijke richtlijn en maakt onderscheid tussen doelgroepen met een levenslange indicatie en die met een beperkte duur, wat stress en belasting vermindert. Dit sluit goed aan op de regionale visie Sociaal domein Drechtsteden. De berekening voor pgb-hulpmiddelen wordt vereenvoudigd. Inhoudelijk wordt de Wijkhopper efficiënter ingezet voor korte ritten, terwijl de Drechthopper beschikbaar blijft voor langere ritten en rolstoelgebruikers. De Wijkhopper is een zero-emissie voertuig en draagt bij aan duurzaamheid.

Hij wijst op de verwachte toename van WMO-aanvragen door dubbele vergrijzing, wat risico’s oplevert voor gemeentelijke uitgaven en toegankelijkheid. Hij benadrukt hierbij het belang van het borgen van de voorziening voor kwetsbare inwoners. Tot slot merkt hij op dat gratis OV voor 65-plussers met een laag inkomen deels overlapt met de WMO-doelgroep, maar dat WMO-vervoer noodzakelijk blijft voor mensen met beperkingen. De heer BOERSMA geeft aan dat zijn fractie 2 wijzigingen in de WMO-verordening wil benadrukken: de herindicaties en de regeling Dienstverlening aan huis. Hij noemt de wijziging bij herindicaties een belangrijke stap voor inwoners met een levenslange en levens brede beperking, omdat dit leidt tot langdurige beschikkingen en minder belasting door herindicaties. Hij pleit voor een meer menswaardige aanpak van het herindicatieproces en verwijst naar een pilot in Eindhoven waarbij gemeenten, zorgverzekeraars en betrokkenen samenwerken. Hij vraagt het college om een vergelijkbaar initiatief in de Drechtstedenregio te onderzoeken en te agenderen in het AB van de Sociale Dienst en verzoekt de portefeuillehouder om een reactie op dit voorstel. T.a.v. de regeling Dienstverlening aan huis wijst hij op de verhoging van pgb-tarieven met ca. 20% vanwege nieuwe werkgeverslasten.

Hij vindt dat de huidige kan-bepaling (waarin staat dat iets mag, maar niet moet) in de verordening onvoldoende zekerheid biedt voor pgb-houders en pleit voor een duidelijke verplichting tot compensatie, ongeacht de inwerkingtreding van de wet. Hij vraagt het college of men het ermee eens is dat een scherpere formulering en duidelijkheid noodzakelijk is. De 5

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 27 november 2025

SGP-fractie overweegt een amendement op dit punt. Tenslotte vraagt hij of de toepassing van deze compensatie bij pgb’s vanuit de Jeugdwet is opgenomen in de verordening die men in januari zal bespreken. Wanneer dit niet het geval is, moet daar nog een wijziging op komen. De heer BEZEMER spreekt zijn waardering uit voor het heldere voorstel en het advies van de Regionale Adviesraad Sociaal, dat positief is over de wijzigingen. Hij ondersteunt de 5 technische wijzigingen en benadrukt het belang van vereenvoudiging voor inwoners die langdurig ziek zijn en afhankelijk zijn van diverse voorzieningen. Dit helpt hen direct en dat is volgens hem het uiteindelijke doel. De inhoudelijke wijziging waarbij de Wijkhopper als voorliggende voorziening geldt op de Drechthopper steunt men eveneens, omdat dit efficiëntie en kostenbesparing oplevert. T.a.v. de tariefsverhoging sluit hij zich aan bij de GLfractie. Hoewel de verhoging procentueel groot lijkt, is deze in absolute zin beperkt. Wel vraagt ook hij aandacht voor compensatie van extra kosten die ontstaan door omrijden tijdens de sluiting van de brug. De heer HARDENBOL bedankt voor het voorstel en de beantwoording van schriftelijke vragen, maar merkt op dat deze op sommige punten meer vragen oproepen dan antwoorden geven.

Zijn fractie stemt in met de technische wijzigingen, maar richt zich op het inhoudelijke deel, met name de wijziging in het spits- en daltarief (met het oog op de sluiting van de brug). Hij wijst erop dat het prijsverschil tussen spits en dal kleiner wordt, terwijl het doel is om meer reizigers naar de daluren te bewegen. Volgens de beantwoording is hier geen onderzoek naar gedaan, maar men ziet dat het prijsverschil zowel absoluut als relatief gezien kleiner wordt dan dat het nu is. Volgens hem werkt een kleiner prijsverschil juist averechts door het substitutie-effect: reizen in de spits blijft aantrekkelijker. Hij vraagt de wethouder waarom hiervoor is gekozen en stelt dat het prijsverschil groter zou moeten worden om het doel te bereiken. Hij vraagt de andere partijen of zij bereid zijn een amendement te steunen om de tarieven dusdanig aan te passen. M.b.t. het voorstel van de heer Grimmius geeft hij aan dat ook zijn fractie oog heeft voor de situatie rond de brugsluiting en wil dit meenemen in verdere afwegingen. De heer VERWEIJ geeft aan dat zijn fractie in grote lijnen instemt met de aanpassingen, maar noemt als kanttekening het risico dat ondersteuning stopt als verlenging van een indicatie niet tijdig wordt aangevraagd. Hoewel inwoners 4 maanden van tevoren een brief ontvangen, vraagt hij zich af of dit effectief genoeg is.

Ook de opmerking dat wanneer het fout gaat dit achteraf gerepareerd kan worden baart hem zorgen. Daarnaast grijpt hij het voorstel aan om een bredere zorgvraag te stellen: in de begroting wordt gesproken over toenemende druk door vergrijzing, maar hij wijst op recente onderzoeken en cijfers die juist 6

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 27 november 2025

een daling in ouderenzorg laten zien, zoals minder cliënten bij wijkverpleging, leegstand in verpleeghuizen en onderbesteding van zorgbudgetten. Hij vraagt het college of hen dit bekend is en of deze trend ook zichtbaar is binnen de Drechtsteden. (Schorsing 20.55 – 21.14 uur) EERSTE TERMIJN COLLEGE Wethouder VAN ERK geeft aan dat de 7 voorgestelde wijzigingen in de WMOverordening grotendeels technisch van aard zijn, maar erkent dat enkele wijzigingen ook inhoudelijke impact hebben. Richting de GL-fractie geeft hij aan dat het college de zorg over de gevolgen van de brugsluiting erkent en zegt hij toe dit aandachtspunt mee te nemen in regionaal overleg, bij de Sociale Dienst en in de gesprekken met Stroomlijn. De raad ontvangt hierover een terugkoppeling. M.b.t. de vraag van de PvdA-fractie of men toezicht zal houden om willekeur bij mondelinge aanvragen te voorkomen, geeft de wethouder aan dat er steekproefsgewijs kwaliteitstoetsing op verslagen wordt uitgevoerd. Op de vraag van de SGP-fractie om het voorstel voor een pilot rond herindicaties met gemeenten en zorgverzekeraars in regionaal verband te agenderen en de ervaringen in Eindhoven te onderzoeken, zegt de wethouder toe dit te zullen doen. M.b.t.

de kan-bepaling voor werkgeverslasten en eventuele compensatie geeft de wethouder aan dat deze is opgenomen omdat huidige tarieven al boven het minimumloon liggen en compensatie daarom niet nodig is. Een ingediend amendement zal het college inhoudelijk beoordelen. M.b.t. de vraag inzake de Jeugdwet verwijst de wethouder naar de behandeling van de jeugdverordening. Dit volgt later in een aparte behandeling. Richting de D66-fractie merkt de wethouder op dat het huidige voorstel voor spits- en daltarief in balans is en een prikkel bevat om in daluren te reizen, zonder hogere tarieven dan het OV. Van spits naar dal is geen primair doel, het primaire doel is houdbaarheid en betaalbaarheid van de WMO-voorziening. Op een eventueel amendement zal men later inhoudelijk reageren. Richting de PAB-fractie benadrukt de wethouder dat inwoners én aanbieders 4 maanden van tevoren een signaal krijgen over herindicaties, maar dat ook de aanmelder een signaal krijgt via het systeem. De ervaring leert dat aanbieders daar zelf ook alert op zijn en op reageren. Hierbij merkt de wethouder op dat het inderdaad om een bepaalde alertheid vraagt. In schrijnende gevallen kan achteraf worden gerepareerd. Over de vraag naar ouderenzorg merkt de wethouder op dat er binnen de WMO, ondanks trends in de Wet langdurige zorg, geen afname zichtbaar is.

7

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 27 november 2025

TWEEDE TERMIJN RAAD De heer VERWEIJ geeft aan dat zijn eerdere opmerkingen over het wel of niet dalen van de vraag in ouderenzorg betrekking hadden op een algemeen, macroeconomisch perspectief. Hij erkent dat de situatie in de Drechtsteden op bepaalde punten anders kan zijn dan door hem geschetst. Vervolgens merkt hij op dat zijn fractie de door de D66 en SGP-fractie aangekondigde amendementen zal afwachten en t.z.t. zal beoordelen of men hierin mee kan gaan. De heer HARDENBOL bedankt de portefeuillehouder voor de beantwoording, maar geeft aan enigszins verbaasd te zijn. Hij stelt dat zowel zijn fractie als de wethouder hetzelfde doel nastreven, namelijk het verplaatsen van ritten van de spits naar de daluren om de druk op het vervoer te verminderen. Dit is volgens de wethouder extra relevant gezien de komende verkeerswerkzaamheden in de regio, in het bijzonder de sluiting van de Papendrechtse brug gedurende 9 maanden volgend jaar. Hierbij benadrukt de heer HARDENBOL dat een kleiner tariefverschil dit doel niet zal ondersteunen en hij wijst op de mogelijke extra reistijd van 30 tot 60 minuten, indien het verkeer onvoldoende wordt gedempt.

De heer VAN DEN DOOL vraagt per interruptie of de heer Hardenbol erkent dat in de nota is aangegeven dat het tariefverschil belangrijk is om reizen in de daluren te stimuleren en merkt op dat dit verschil volgens hem nog steeds duidelijk aanwezig is. Hij vraagt hoe de heer Hardenbol dit ziet in relatie tot de Drechthopper in tegenstelling tot de Wijkhopper. Hij uit de zorg dat verschillende tarieven binnen de Drechtsteden een ingewikkelde een verwarrende situatie kunnen opleveren. De heer HARDENBOL zegt dat de Drechthopper en de Wijkhopper volgens het voorstel hetzelfde tarief gaan volgen, dat aansluit bij het OV-tarief. Volgens hem is er op dit moment geen verschil in tarieven. Hij erkent echter dat de Drechthopper een regionale voorziening is en dat dit bij een wijziging tot verschillende tarieven per gemeente zou kunnen leiden. Hierbij merkt hij op dat dit punt bij het opstellen van het amendement nader bekeken moet worden, maar zegt dat de wens blijft bestaan om een tariefverschil aan te brengen, mogelijk groter dan in de huidige situatie. De heer BOERSMA merkt per interruptie op dat het verschil tussen het dal- en spitstarief vooral kleiner wordt door het opstaptarief, dat in de daluren stijgt van €0,60 naar €1,12 en in de spits van €1,08 naar €1,12. Volgens hem gaat het niet zozeer om het relatieve verschil in kilometertarieven.

Hij vraagt of de heer Hardenbol het hiermee eens is, aangezien het verschil effectief slechts ca. €0,50 bedraagt. De heer HARDENBOL bevestigt dit grotendeels en wijst erop dat ook bij de gemiddelde rit het verschil kleiner wordt: de dalurenprijs stijgt met €1,19 en het spitstarief met €0,76. Hij benadrukt dat door het verschil kleiner te maken, 8

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 27 november 2025

het substitutie-effect afneemt, waardoor meer mensen in de spits zullen blijven rijden, wat indruist tegen het doel van de wethouder. De heer BEZEMER is blij met de toezegging van de portefeuillehouder om te kijken naar compensatie van de extra kilometerkosten. Hij vraagt wanneer de raad hierover geïnformeerd zal worden, aangezien de sluiting van de brug vaststaat en tijdige maatregelen noodzakelijk zijn. Daarnaast gaat hij in op het mogelijke amendement van de SGP-fractie over het kan-artikel, dat volgens hem een belangrijke groep in de zorg betreft. Hij benadrukt dat hier adequaat op gereageerd moet worden en geeft aan uit te kijken naar het amendement, hetgeen zijn fractie afhankelijk van de uiteindelijke invulling mede zal indienen. Ook de heer BOERSMA is blij met de toezegging om het punt van indicatiestelling te agenderen in het AB en te onderzoeken wat mogelijk is vanuit het Integraal Zorgakkoord. Hij verzoekt om een terugkoppeling na deze bespreking, zodat zijn fractie kan bepalen hoe zij hier verder mee omgaat. Vervolgens merkt hij m.b.t. de regeling Dienstverlening aan huis op dat de wethouder een ander argument gebruikt dan in het raadsvoorstel.

In het voorstel is de kan-bepaling gekoppeld aan de datum van inwerkingtreding van de wet, terwijl de wethouder nu aangeeft dat de toevoeging van de kan-bepaling verband houdt met het feit dat men al boven Cao-niveau zit en daarom niet per se genegen is om de 20% te compenseren. De heer BOERSMA concludeert dat dit een ander argument is en kondigt aan dat zijn fractie dan een amendement zal indienen, waarbij de exacte formulering afhankelijk is van de wettelijke inwerkingtredingsdatum. De heer VAN DEN DOOL geeft aan in principe akkoord te zijn met het voorstel. Hij complimenteert de SGP-fractie voor het pleidooi om herindicaties menswaardig en samenhangend uit te voeren en is blij dat dit wordt opgepakt. T.a.v. de vraag van de D66-fractie over de tarieven merkt hij op dat het verschil per kilometer slechts 0,8 cent bedraagt, waardoor hij geen effect verwacht. Hij stelt dat een regionaal verschil eerder verwarrend is dan nuttig. Verder wijst hij op de reactie van de wethouder over mogelijke hogere kosten bij frequente ziekenhuisbezoeken met de Drechthopper. De heer VAN DEN DOOL vraagt zich af of de gemeente alle groepen, zoals mantelzorgers of ouders met kinderen op scholen in Dordrecht moet compenseren, of dat er beter ingezet kan worden op collectieve voorzieningen.

Hij benadrukt dat het ingewikkeld wordt als de ene groep wel en de andere niet wordt gecompenseerd en vraagt de wethouder om een standpunt hierover. De heer GRIMMIUS vraagt per interruptie waarom de fractie onderscheid wil maken tussen gebruikers van WMO-vervoer, aangezien het in alle gevallen gaat om mensen die door omstandigheden buiten hun invloedssfeer extra reistijd en 9

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 27 november 2025

kosten hebben. Hij stelt dat de reden van gebruik irrelevant is en dat het onwenselijk is om de ene groep wel en de andere niet te compenseren. De heer VAN DEN DOOL zegt dat de heer Grimmius hem verkeerd heeft begrepen: zijn punt betreft niet WMO-gebruikers, maar andere doelgroepen binnen de gemeenschap, zoals mantelzorgers en ouders die om legitieme redenen regelmatig naar Dordrecht moeten reizen. Hij vindt het vreemd om WMOgebruikers wel te compenseren en deze groepen niet, en pleit daarom voor collectieve voorzieningen i.p.v. compensatie voor specifieke groepen. De heer GRIMMIUS geeft aan dit standpunt nu beter te begrijpen en concludeert dat de heer Van den Dool pleit voor een bredere aanpak die alle inwoners die worden getroffen door de afsluiting van de brug tegemoetkomt, waarop de heer VAN DEN DOOL dit bevestigt. De heer GRIMMIUS sluit zich aan bij de woorden van de heer Bezemer en benadrukt dat een terugkoppeling uiterlijk in januari 2026 belangrijk is, gezien de sluiting van de brug kort daarna. Hij vindt de beantwoording van de wethouder niet echt overtuigend, deze maakt zijns inziens onvoldoende duidelijk welke positie het college inneemt. Hij vraagt het college om helderheid over het startpunt, de inzet en het gewenste eindresultaat in de genoemde overleggen.

Vervolgens geeft hij aan dat zijn fractie niet voornemens is een amendement in te dienen op de verordening, omdat het probleem tijdelijk is en dit volgens hem buiten de verordening om via een tijdelijke regeling opgelost moet worden. Hij onderschrijft de interpretatie van de heer Boersma en pleit ervoor om de beleidsruimte uit de verordening te amenderen en te zorgen dat kosten worden vergoed. Hij vraagt de wethouder om duidelijkheid over de reden voor de huidige aanpak en over mogelijke alternatieve formuleringen. T.a.v. het aangekondigde amendement van de D66-fractie begrijpt hij het standpunt van de heer Hardenbol, maar merkt hij op dat het verschil tussen dal- en spitstarief niet groot is en dat veel mensen niet kunnen kiezen om buiten de spits te reizen. Hij vindt dat het eenzijdig belasten van spitsreizigers daarom niet wenselijk is. Mevrouw BOKMA geeft t.a.v. het voorstel van de D66-fractie, om het verschil tussen het spitstarief en het daltarief te vergroten, aan dat de VVD-fractie daar op dit moment geen voorstander van is, omdat het spitstarief per kilometer al 42% hoger ligt dan het daltarief. Zij stelt voor om eerst de effecten af te wachten en indien nodig later maatregelen te nemen. M.b.t. de kan-bepaling merkt ook zij op dat de uitleg van de wethouder deels onduidelijk is en dat haar fractie de opmerkingen van de SGP-fractie begrijpt.

Haar fractie wacht het amendement af en kan nog niet aangeven of men dit zal steunen. Vervolgens mist zij n.a.v. de beantwoording van de wethouder uitleg over het overleg met RWS, die volgens haar als veroorzaker van de kostenstijging bij de brugafsluiting een deel of alle kosten zou moeten dragen. Tenslotte vraagt zij of bij het toekennen van WMO10

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 27 november 2025

zorg nadrukkelijk wordt beoordeeld of deze zorg via de WLZ vergoed kan worden, aangezien zij constateert dat WLZ-uitgaven binnen de Drechtsteden dalen terwijl WMO-uitgaven stijgen, wat kan wijzen op gemiste kansen. TWEEDE TERMIJN COLLEGE Wethouder VAN ERK geeft aan dat het punt van de brugafsluiting in de tweede termijn opnieuw wordt besproken. Hij zegt dat er na overleg in de schorsing is afgesproken om in regionaal verband, binnen het AB en met partijen zoals Stroomlijn, het gesprek te voeren over de gevolgen en mogelijke oplossingen. Dit zal niet via de verordening worden geregeld, maar apart worden opgepakt. De wethouder geeft aan dat de raad hierover aan het einde van het eerste kwartaal zal worden geïnformeerd. De heer GRIMMIUS vraagt per interruptie om meer duidelijkheid over de inzet van het college in deze gesprekken. Hij wil weten welke positie het college inneemt en hoe sterk men zich zal inzetten, omdat alleen aangeven dat er gesprekken plaatsvinden volgens hem onvoldoende overtuigend is. Wethouder VAN ERK zegt dat dit een procesantwoord is en dat het onderwerp al wordt besproken binnen de regio, de sociale dienst en het AB en dat er gesprekken plaatsvinden met Stroomlijn. Hij benadrukt dat hij geen uitspraken wil doen over mogelijke doorwerking in tariefstelling of compensatie, omdat zorgvuldigheid en het juiste proces vooropstaan.

Het college zal hierover uiterlijk in het eerste kwartaal rapporteren. Hij erkent dat de brugafsluiting een urgent onderwerp is met grote consequenties, maar zegt dat de extra kosten niet alleen gelden voor gebruikers van vraagafhankelijk vervoer, maar voor alle inwoners. Hij pleit voor een pragmatische benadering. De heer GRIMMIUS vraagt opnieuw om duidelijkheid over de inzet van het college in deze gesprekken en wil weten welk doel het college nastreeft. Wethouder VAN ERK antwoordt dat de inzet is om te onderzoeken in hoeverre inwoners direct of indirect tegemoet kunnen worden gekomen, maar geeft aan dat er geen vaststaande agenda ligt. Hij benadrukt dat de gesprekken nog pril zijn en dat de resultaten uiterlijk eind eerste kwartaal 2026 worden teruggekoppeld. De heer GRIMMIUS geeft nogmaals aan dat dit geen antwoord op zijn vraag is en benadrukt dat hij wil weten wat de concrete inzet van het college is bij de gesprekken over de gevolgen van de brugafsluiting. Hij vindt het onacceptabel dat het college een gesprek ingaat zonder duidelijk doel en vraagt of het college inzet op compensatie van kosten of op alternatieve tariefberekeningen. Wethouder VAN ERK antwoordt dat het college op dit moment nog geen uitgesproken standpunt heeft.

Hij zegt dat het proces in de regio loopt, dat gesprekken met Stroomlijn worden gevoerd en dat de resultaten uiterlijk aan het einde van het eerste kwartaal zullen worden teruggekoppeld.

11

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 27 november 2025

Mevrouw BOKMA vraagt per interruptie of de wethouder kan aangeven of RWS over de brug komt m.b.t. het compenseren van kostenstijgingen als gevolg van de brugafsluiting. Wethouder VAN ERK antwoordt dat hij dit op dit moment niet kan bevestigen en geen toezegging kan doen over de inhoud van het proces, maar dat het gesprek hierover -indien relevant- mogelijk gevoerd zal worden. Mevrouw VAN ES merkt per interruptie op dat zij de indruk heeft dat de portefeuillehouder voorbijgaat aan het politieke aspect en vraagt of het zou helpen als partijen een motie indienen om de inzet van het college richting deze gesprekken te verduidelijken. Hierop geeft de wethouder aan dat hij de inbreng van politieke partijen waardeert en dat moties die bijdragen aan het proces welkom zijn. De heer VAN DEN DOOL vraagt per interruptie of de terughoudendheid van de wethouder om toezeggingen te doen in de WMO-gesprekken voortkomt uit een voorkeur voor collectieve voorzieningen die voor alle inwoners toegankelijk zijn, zoals extra openbaar vervoer of een pontverbinding. Wethouder VAN ERK antwoordt dat dit niet het geval is, waarop de heer VAN DEN DOOL aangeeft dat hij dit jammer vindt. Hij merkt op dat, indien er moties komen om compensatie te regelen, hij zich genoodzaakt voelt om een andere motie in te dienen.

De heer VERWEIJ merkt per interruptie op dat de discussie zich inmiddels ver buiten de WMO-verordening begeeft en stelt dat dergelijke onderwerpen in een apart agendapunt moeten worden behandeld, waarbij moties vreemd aan de orde kunnen worden ingediend. De heer BOERSMA waardeert de inzet van de wethouder, die bij afwezigheid van wethouder Janssen dit dossier voor zijn rekening neemt. Vervolgens merkt wethouder VAN ERK op dat de heer Hardenbol en hijzelf hetzelfde doel nastreven, namelijk het spreiden van ritten van de spits naar de daluren. Het voorstel van het college is afgestemd met de regio en bevat de voorgestelde tarieven. Hoewel lokaal afwijken theoretisch mogelijk is, acht hij dit vanwege mogelijke verwarring niet nodig. Het college zal monitoren of het gewenste effect wordt bereikt en indien nodig bijsturen. T.a.v. de vraag van de SGP-fractie over de terugkoppeling rondom de pilot in Eindhoven zegt de wethouder nogmaals dit te kunnen toezeggen, al is nog niet precies duidelijk wanneer meer informatie beschikbaar komt. M.b.t. de kan-bepaling geeft hij aan dat beide argumenten kloppen: de regeling zou mogelijk niet ingaan, maar inmiddels is duidelijk dat de regeling Dienstverlening aan huis per 1 januari 2026 in werking treedt. Daarnaast zijn de huidige tarieven al hoger dan op basis van jurisprudentie vereist, waardoor het advies is om de kan-bepaling te handhaven.

Tot slot merkt hij m.b.t. de vraag van de VVD-fractie over mogelijke gemiste kansen bij de WLZ op dat dit niet het geval is en dat de daling past in een landelijke trend en het onderwerp buiten de reikwijdte van de huidige discussie over de WMO valt. Mevrouw BOKMA vraagt per interruptie of bij het toekennen 12

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 27 november 2025

van zorg nadrukkelijk wordt beoordeeld of deze via de WLZ vergoed kan worden. Wethouder VAN ERK antwoordt dat deze beoordeling wordt overgelaten aan professionals en dat WMO en WLZ deels gescheiden kolommen zijn. Hij vertrouwt op de expertise van de Sociale Dienst en geeft aan dat, wanneer relevant, afstemming in de verschillende overleggen plaatsvindt. Op de vervolgvraag van mevrouw BOKMA bevestigt hij dat professionals altijd rekening houden met de mogelijkheden van de WLZ. Vervolgens herhaalt de VOORZITTER de toezeggingen: een terugkoppeling over compensatie van extra kosten i.v.m. de brugafsluiting uiterlijk aan het einde van het tweede kwartaal 2026 en informatie over de pilot in Eindhoven uiterlijk aan het einde van het tweede kwartaal. Aansluitend adviseert de commissie de onderhavige stukken als bespreekstuk door te leiden naar de gemeenteraad. 08.

Belastingverordeningen 2026. De heer B. GRIMMIUS merkt op dat in de inleiding wordt gesteld dat er 10 besluiten zijn, terwijl het volgens hem feitelijk 1 besluit betreft waarin 10 verordeningen worden vastgesteld. Hij vindt dat dit eigenlijk 10 afzonderlijke besluiten zouden moeten zijn, zodat de raad niet gedwongen wordt om alle verordeningen goed te keuren als er bezwaar is tegen 1 ervan. M.b.t. de riool- en waterzorgheffing spreekt hij steun uit voor de stelselwijziging waarbij vanaf 2026 niet alleen woningen, maar alle panden worden meegenomen, wat volgens hem recht doet aan de verordening. Over de afvalstoffenheffing vraagt hij of het klopt dat deze kostendekkend wordt gemaakt en of dit een bewuste keuze is. Hij complimenteert inwoners voor de sterke verbetering in afvalscheiding van ruim 200 kilo naar 70 kilo per persoon, maar wijst erop dat zij hiervoor niet beloond worden omdat de kosten stijgen. Hij vraagt of deze stijging noodzakelijk is en of er bij het college en HVC voldoende prikkels zijn om kosten te reduceren. Als voorbeeld noemt hij het wekelijks legen van ondergrondse containers die vaak nauwelijks gevuld zijn. Tot slot stelt hij voor om te overwegen of de gemeente een deel van de kosten (bijvoorbeeld 20%) kan dragen i.p.v. volledige kostendekkendheid, om zo een prikkel tot kostenbeheersing te creëren.

De heer RIETVELD constateert dat de belastingverordeningen voornamelijk betrekking hebben op indexaties of eerder genomen besluiten van de raad. Wat zijn fractie betreft kunnen de verordeningen als hamerstuk worden behandeld. In reactie op de opmerkingen van de heer Grimmius over het ledigen van ondergrondse containers, is hij het er mee eens dat er ruimte is voor verbetering en dat gesprekken met HVC hierover wenselijk zijn. Dit leidt volgens hem niet tot een wijziging van de vaststelling van de verordeningen, maar hij pleit voor 13

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 27 november 2025

creativiteit in de keten om kostenreductie te realiseren. Tot slot bevestigt hij dat het inderdaad om 10 afzonderlijke besluiten gaat, zoals de heer Grimmius aangaf. EERSTE TERMIJN COLLEGE Wethouder KOSTEN bedankt voor de complimenten over de riool- en waterheffing en geeft aan dat dit proces goed is verlopen. T.a.v. de afvalstoffenheffing bevestigt hij dat de keuze voor kostendekkendheid een bewuste politieke keuze van de raad is. M.b.t. de opmerking dat de kosten zijn gestegen merkt hij op dit niet het geval is wanneer de inflatiecorrectie wordt meegenomen. De oproep om kritisch naar de kosten te kijken neemt hij ter harte, omdat het niet wenselijk is dat inwoners te veel betalen. Hij benadrukt dat de gemeente scherp toeziet op kostenbeheersing, maar dat sommige keuzes bewust worden gemaakt, zoals het handhaven van een schone openbare ruimte. M.b.t. het legen van containers geeft hij aan dat monitoring van de vulgraad een mogelijke oplossing is om het aantal ledigingen te verminderen. Dit wordt nog niet toegepast, maar is wel een wens. Tenslotte zegt de wethouder dat er een nieuwe dienstverleningsovereenkomst met HVC is gesloten, waarin afspraken zijn gemaakt om de kosten meer richting het midden van de benchmark te brengen. TWEEDE TERMIJN RAAD De heer GRIMMIUS geeft aan in te zullen stemmen met de voorliggende verordeningen.

Hij spreekt waardering uit voor de beantwoording van de wethouder en het feit dat kritisch naar de materie wordt gekeken. Wel is hij van mening dat de gemaakte keuzes mogelijk op een later moment opnieuw besproken moeten worden. Voor nu kan het voorstel als hamerstuk worden behandeld. Aansluitend adviseert de commissie de onderhavige stukken als hamerstuk door te leiden naar de gemeenteraad. 09.

Vaststellen kanaalaanwijzingsbesluit Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer. De heer HARDENBOL geeft aan dat het kanaalaanwijzingsbesluit, hoewel slechts 4 artikelen lang, volgens zijn fractie een houding weerspiegelt waarin de gemeente het vooral voor zichzelf makkelijk maakt i.p.v. haar inwoners. Hij noemt het “bizar” dat verzoeken niet in behandeling worden genomen als ze niet via het juiste kanaal zijn ingediend. Volgens zijn fractie moet een overheid juist dienstbaar zijn: inwoners helpen, doorsturen naar de juiste afdeling en duidelijk informeren over de juiste procedure, i.p.v. verzoeken af te wijzen. 14

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 27 november 2025

Daarnaast plaatst hij vraagtekens bij de juridische houdbaarheid van artikel 3 in het besluit. Uit beantwoording van de technische vragen blijkt dat het college erkent dat dit artikel juridisch niet correct is en hij vraagt hen om zelf met een aangepast voorstel te komen. Wanneer dit niet gebeurt, overweegt de D66fractie een technisch amendement om het besluit juridisch juist vast te leggen. Hij waarschuwt dat ambtenaren het huidige besluit letterlijk kunnen toepassen, waardoor inwoners benadeeld worden en benadrukt dat de wet meer ruimte biedt dan het huidige artikel suggereert en dat de gemeente die uitzonderingen moet respecteren. De heer RIETVELD is het m.b.t. het modelkanaalaanwijzingsbesluit van de VNG eens met de keuze van de Drechtssteden, m.n. wat betreft het gebruik van specifieke URL’s. Volgens hem leidt dit in de praktijk tot veel onderhoud en brengt het aanzienlijke veiligheidsrisico’s met zich mee. Ook het gebruik van emailverkeer ziet hij als een risicovolle route. Om die redenen begrijpt en ondersteunt zijn fractie de gemaakte keuzes, maar benadrukt hij dat dit losstaat van de bredere inbreng van D66, die van een andere orde is. Mevrouw BOKMA kan namens haar fractie instemmen met het gevraagde besluit. De heer BOERSMA vraagt n.a.v. de opmerkingen van de D66-fractie om een reflectie van het college.

Hij geeft aan dat artikel 1 volgens zijn fractie betrekking heeft op officiële elektronische berichten en niet op informele e-mails. Hij vindt het logisch om hiervoor formele routes in te richten om chaos te voorkomen. Tegelijkertijd merkt hij op dat artikel 3 wel erg strikt is geformuleerd. Hij stelt voor dat het opnemen van een hardheidsclausule een mogelijke oplossing kan zijn en vraagt of het college bereid is om naar een aanpassing van dit artikel te kijken. EERSTE TERMIJN COLLEGE Wethouder VAN DER BORG neemt m.b.t. artikel 3 afstand van de suggestie dat het besluit iets zegt over de houding van de gemeente richting inwoners. Hij benadrukt dat dit een formeel besluit betreft en dat de ambtelijke organisatie elk bericht dat binnenkomt serieus en zorgvuldig behandelt. Het besluit regelt uitsluitend de formele structuren zoals wettelijk vereist. Als berichten niet via de aangewezen kanalen binnenkomen, zal de gemeente inwoners of organisaties informeren over de juiste procedure. Dit is volgens hem de cultuur die het college nastreeft. Hij erkent dat artikel 3 mogelijk wat star is geformuleerd, maar vertrouwt erop dat de praktijkcultuur dit compenseert. Hij ziet geen noodzaak om de tekst aan te passen, maar laat het aan de raad om hierover te beslissen. 15

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 27 november 2025

TWEEDE TERMIJN RAAD De heer HARDENBOL is het hardgrondig met de wethouder oneens dat men een beroep op cultuur kan doen, dit is juridisch niets waard zodra het besluit is vastgesteld. Hij benadrukt dat het hier gaat om lagere regelgeving die correct moet worden geformuleerd. Volgens hem is artikel 3 niet in lijn met de wet en mogelijk overbodig, omdat artikel 216, lid 2 van de wet vanaf 2026 al regelt hoe elektronische communicatie moet worden behandeld. Hij verwijst hierbij naar de wettelijke bepalingen die uitzonderingen verplicht stellen en benadrukt dat deze bescherming behouden moet blijven. Hij waarschuwt dat het huidige artikel ambtenaren kan misleiden en de rechtsbescherming van inwoners kan aantasten. Hij pleit ervoor om het artikel correct te formuleren of helemaal weg te laten om verwarring te voorkomen. De heer BOERSMA stelt per interruptie dat het niet onredelijk is om formele routes vast te leggen voor officiële berichtgeving, zoals zienswijzen, klachten en bezwaarschriften. Hij vindt het belangrijk dat de gemeente duidelijkheid biedt en niet de indruk wekt dat inwoners willekeurig berichten kunnen indienen. De heer HARDENBOL bevestigt dat hij niet tegen het aanwijzen van kanalen is, maar wel tegen de categorische uitsluiting van berichten die niet via die kanalen zijn ingediend.

De heer BOERSMA geeft per interruptie aan begrip te hebben voor het punt van de heer Hardenbol dat het besluit correct en precies moet worden geformuleerd, en hij erkent dat artikel 3 nu vrij rigide op papier staat. Hij wil echter niet meegaan in de bredere kritiek van de D66-fractie dat dit besluit tekenend zou zijn voor de houding van de gemeente richting inwoners. De heer HARDENBOL zegt dat het amendement een technische wijziging van artikel 3 zou betreffen zodat het in lijn is met de wet, waarbij hij niet uitsluit dat schrappen van het artikel een optie kan zijn. Mevrouw BOKMA vraagt per interruptie hoe de heer Hardenbol aankijkt tegen de situatie waarin een bezwaar wordt ingediend via een persoonlijke e-mailaccount van een ambtenaar die langdurig afwezig is, waardoor het bericht niet wordt gelezen. Zij vreest dat de gemeente dan in verzuim zou zijn. De heer HARDENBOL zegt dat dit formeel een vormverzuim oplevert, omdat een bezwaarschrift niet correct elektronisch is ingediend. In dat geval moet de indiener de gelegenheid krijgen om het verzuim te herstellen, bv. door het alsnog per post in te dienen. Hij benadrukt dat dit juridisch zo geregeld is en dat het niet nodig is om alle details van de wet (Awb) in deze discussie te behandelen. De heer VAN DEN DOOL geeft aan dat hij het voorstel als technisch beschouwde en daarom in eerste termijn geen woordvoering gaf.

Hij benadrukt dat artikel 3 in het aanwijzingsbesluit bedoeld is om te voorkomen dat aanvragen via persoonlijke e-mailadressen worden ingediend, omdat deze anders buiten het zaaksysteem blijven en over het hoofd kunnen worden gezien. Hij verwijst naar de beantwoording van technische vragen, waarin staat dat indien een aanvraag 16

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 27 november 2025

toch via een persoonlijk e-mailadres binnenkomt, wordt bekeken of deze zonder nadere bewerking kan worden behandeld of anders naar het juiste kanaal wordt verwezen. Dit geeft een ander beeld dan door de D66-fractie in eerste termijn werd geschetst. Hij wijst erop dat analoge indiening via post altijd mogelijk blijft, tenzij een landelijke digitale voorziening verplicht is, en dat landelijke portalen vaak worden gebruikt. Hij benadrukt dat de raad ook de belangen van de gemeente moet bewaken, zodat aanvragen niet op onjuiste plekken belanden en dat het daarom heel belangrijk is dat in het genoemde artikel een bescherming is opgenomen om de belangen van inwoners bij een rechtelijk besluit te beschermen. De heer HARDENBOL merkt per interruptie op dat artikel 3 afwijkt van artikel 216 van de wet, wat nadelig is voor de rechtsbescherming van inwoners. Hij vindt dat het besluit in lijn moet zijn met de wet en niet anders geformuleerd mag worden, om juridische problemen te voorkomen. Hij vraagt of de heer Van den Dool vindt hij dat de rechtsbescherming van burgers in het geding mag komen als zij per ongeluk een verkeerd loket gebruiken en of hij vindt dat een regeling van lagere regelgeving, ten nadele van inwoners, mag afwijken van de wet. De heer VAN DEN DOOL antwoordt dat hij beiden niet heeft betoogd.

Hij benadrukt dat het belangrijk is om duidelijk te maken dat aanvragen niet zomaar via persoonlijke e-mailadressen of andere ongewenste kanalen kunnen worden ingediend. Volgens hem gaat het om uitzonderingen voor mensen die het niet correct doen. De heer HARDENBOL zegt dat hij het hiermee eens is, maar dat dit gaat om de uitzonderingen voor de mensen die het niet goed doen. De heer C. GRIMMIUS zegt dat hij zich als jurist in het bestuursrecht aangesproken voelt door de discussie en sluit zich volledig aan bij de opmerkingen van de heer Hardenbol. Hij stelt dat de beantwoording van technische vragen feitelijk erkent dat de werkwijze straks overeenkomt met artikel 216 van de Awb: berichten worden niet zomaar geweigerd, maar beoordeeld en eventueel doorgestuurd. Het probleem is volgens hem dat artikel 3 van het huidige voorstel dit niet mogelijk maakt, daar staat simpelweg dat berichten via een verkeerd kanaal niet in behandeling worden genomen, zonder uitzonderingen of kanttekeningen. Dit is niet in lijn met de toekomstige wetgeving. Hij pleit daarom voor een technische wijziging (amendement) om artikel 3 in overeenstemming te brengen met artikel 216 Awb. Hij benadrukt dat het niet alleen om persoonlijke emailadressen gaat, maar om alle kanalen die niet in artikel 1 en 2 zijn genoemd. De huidige formulering is volgens hem te absoluut en moet worden aangepast.

De commissie adviseert aansluitend de onderhavige stukken als bespreekstuk door te leiden naar de gemeenteraad.

17

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 27 november 2025

10.

Vaststelling verslag 20 november 2025 Oprichting Smart Delta Drechtsteden BV incl. aangeleverde wensen en bedenkingen. Mevrouw BOKMA zegt dat zij zich kan vinden in het verslag, maar dat de VVDfractie niet alle ingebrachte wensen en bedenkingen van andere fracties wil steunen. Zij vraagt om verduidelijking van de werkwijze: komt er 1 amendement waarin alle wensen en bedenkingen worden samengevoegd en betekent dit dat er een alternatief amendement moet worden opgesteld met alleen de punten die de VVD kan steunen, of zelfs meerdere varianten? De heer GRIMMIUS maakt een punt van orde en benadrukt dat de werkwijze hierover al in meerdere vergaderingen is besproken en vastgesteld. Het verslag wordt als geheel vastgesteld en alle wensen en bedenkingen worden als bulk meegegeven, waarbij duidelijk wordt vermeld van welke fractie ze afkomstig zijn. Dit betekent nadrukkelijk niet dat het een gezamenlijke raadopvatting is. Hij waarschuwt ervoor om deze werkwijze niet opnieuw ter discussie te stellen, omdat hierover al drie vergaderingen overeenstemming is bereikt.

Mevrouw VAN ES vraagt per interruptie om nadere verduidelijking: als het verslag wordt vastgesteld, betekent dit dan dat alle wensen en bedenkingen namens de hele raad worden gedaan? Zij vreest dat dit, omdat men als raad besluit, zo kan worden geïnterpreteerd en wil weten of het verslag daarmee een gezamenlijke zienswijze of zienswijze per fractie wordt. De heer VAN DEN DOOL sluit zich aan bij de uitleg van de heer Grimmius. Hij legt uit dat het gaat om een voorhangprocedure waarin het gevoel van de raad wordt gepeild. Het vaststellen van het verslag betekent niet dat iedere fractie instemt met alle opmerkingen van anderen. De zienswijzen blijven per fractie en worden niet door de hele raad onderschreven. Het verslag geeft een overzicht van alle ingebrachte wensen en bedenkingen, inclusief de herkomst per fractie. Mevrouw VAN ES vraagt wat dit betekent voor het raadsbesluit, waarop de heer VAN DEN DOOL aangeeft dat er geen sprake van een raadsbesluit is, maar van een verslag van wensen en bedenkingen waarmee het college het gevoelen van de raad heeft gepeild. Als het college een formeel besluit had willen laten nemen, had het een andere procedure moeten volgen. De heer GRIMMIUS herhaalt nogmaals dat dit punt al meerdere keren is besproken.

Er is een besluit voorgesteld dat er geen wensen en bedenkingen zouden worden ingediend, maar dat de raad in de oordeelsvormende vergadering van 20 november heeft aangegeven wél wensen en bedenkingen te willen meegeven. Hij zegt dat er een technisch amendement komt om het besluit aan te passen: van ’er zijn geen wensen en bedenkingen’ naar ‘er zijn wensen en bedenkingen zoals in het verslag vastgesteld’. Hij benadrukt dat deze wensen en bedenkingen volledig voor rekening van de afzonderlijke fracties zijn en op geen enkele wijze een gezamenlijk raadstandpunt vormen. Mevrouw BOKMA zegt dat sommige zaken na 1 overleg niet altijd duidelijk zijn en zegt dat zij zich niet kan herinneren dat dit 18

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 27 november 2025

onderwerp raadsbreed is besproken. Dit maakt het soms lastig. De heer BOERMSA benadrukt dat het enige formele besluit dat nu genomen moet worden, het vaststellen van het verslag is en geeft aan hiermee akkoord te zijn. De VOORZITTER vraagt vervolgens of het verslag kan worden vastgesteld, hetgeen wordt bevestigd. 11.

Sluiting. Niets meer aan de orde zijnde sluit de VOORZITTER de vergadering om 22.39 uur onder dankzegging aan eenieder voor diens inbreng. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 2025. De heer A. Mullenders (Interim griffier)

De heer P.J. van der Giessen (voorzitter)

Lijst met toezeggingen

1.

Concernrapportage 2025. Portefeuillehouder Kosten De portefeuillehouder zegt toe schriftelijk antwoord te geven op de stand van zaken inzake de toegezegde verbodsborden voor de bestrijding van ongedierte.

2.

Voorstel tot wijziging verordening maatschappelijke ondersteuning Papendrecht. Portefeuillehouder Van Erk De portefeuillehouder zegt een terugkoppeling over compensatie van extra kosten i.v.m. de brugafsluiting uiterlijk aan het einde van het tweede kwartaal 2026 toe en informatie over de pilot in Eindhoven uiterlijk aan het einde van het tweede kwartaal.

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/1217/documents/16818