CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag Oordeel 21.11.2024.pdf

Oordeelsvormende vergadering Papendrecht 16 januari 2025, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 4: Vaststellen verslag 21 november 20246.236 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 21 november 2024

BESLUITENLIJST VAN DE OPENBARE OORDEELSVORMENDE VERGADERING d.d. 21 november 2024. Een integrale geluidsopname van deze vergaderingen is te beluisteren op www. papendrecht.nl Aanwezig: Mevrouw T.C. van Es, voorzitter; De heer M.H.A. Verweij (PAB), de heer A. Tieleman (PAB), mevrouw H.C.T.J. Hoekstra (OP), de heer M.G.C.H. Hardam (OP), mevrouw A. Bokma (VVD), de heer P.J. van der Giessen (VVD), de heer R. Schuil (CDA), de heer H. Bezemer (CU), de heer A. Rietveld (CU), mevrouw D. Yildiz-Karso (PvdA), de heer T.H. Wolters (PvdA), de heer Y. Hardenbol-Kroek (D66), de heer N. van Heteren (D66), de heer A.J. Boersma (SGP), de heer W. Goudriaan (SGP), de heer P.C Grimmius (GL) en de heer J. van den Boogaart (GroenLinks). Mevrouw M.J.M. van Driel, burgemeester; De heer J.D. van der Borg, portefeuillehouder; De heer J.L. van Erk, portefeuillehouder; De heer A.M.J.M. Janssen, portefeuillehouder; De heer A.J. Kosten, portefeuillehouder. De heer T. Bruijninckx, inspreker inzake agendapunt 8. De heer M. Hermans, interim griffier. De heer M. Swagemakers, raadsadviseur. 01.

Opening. De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom.

02.

Vaststelling van de agenda. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

03.

Mededelingen. Burgemeester VAN DRIEL merkt op dat het jongerenfeest tijdens de jaarwisseling, waarvoor een budget van € 13.000, - beschikbaar was gesteld, helaas niet kan doorgaan. Dit omdat er aan een aantal criteria, zoals geluidsoverlast, veiligheid, toestemming volgens het bestemmingsplan, locatie voor 300 mensen, niet kon worden voldaan. De € 13.000, - die hiervoor was bestemd, komt daarom vrij te vallen. Omdat men dat aspect van het pakket dit jaar niet kan uitvoeren, zal men volgend jaar kijken naar een andere manier om hier vorm en inhoud aan te geven. Op de vraag van de heer C. GRIMMIUS of de raad deze informatie in een RIB kan ontvangen en hoe het kan dat de locatie van vorig jaar niet beschikbaar is zal burgemeester VAN DRIEL schriftelijk terugkomen. Datzelfde geldt voor de vraag 1

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 21 november 2024

van de heer SCHUIL of de locatie vanwege budgetredenen is afgewezen en of dit een substantiële afwijking betrof. Er zijn verder geen mededelingen. 04.

Vastellen verslag 10 oktober 2024. Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.

05.

Vragenkwartier. Op de vraag van de heer RIETVELD naar de stand van zaken m.b.t. de inlooplocatie jongeren Kraaihoek antwoordt wethouder VAN ERK dat de afgelopen maanden met veel inzet is gewerkt aan de realisatie daarvan. In Q2 van dit jaar vond de meervoudige onderhandse aanbesteding plaats en is voor Stedin de aansluiting aangevraagd, die door personeelstekort helaas pas in week 50 kan plaatsvinden. Daarnaast is er, o.a. i.v.m. veiligheidsredenen, voor gekozen om de plaatsing van de portakabin pas na de jaarwisseling te realiseren. De portakabin die in samenwerking met Suppord volledig op hun behoefte is afgestemd en ontworpen wordt begin 2025 opgeleverd, waarmee een mooie stap wordt gezet in het bieden van een nieuwe ontmoetingsplek voor jongeren. Er zijn verder geen vragen.

06.

Ingekomen stukken. De heer B. GRIMMIUS vraagt inzake D03. RIB verkoop Veerpromenade 3-11 waarom men in dit geval een RIB is verstuurd, terwijl men over de verkoop van een ander pand aan de Veerpromenade is geïnformeerd per dagmail. Wethouder JANSSEN geeft aan hierop schriftelijk te zullen terugkomen. De heer GRIMMIUS spreekt de voorkeur uit om voorstaan een RIB te ontvangen, omdat men hierop kan zoeken, terwijl dit bij een dagmail veel moeilijker is. De commissie adviseert aansluitend de onderhavige stukken door te leiden naar de gemeenteraad.

07.

Concernrapportage 2024. De heer BOERSMA vraagt m.b.t. de 1,5 miljoen voordeel legeskosten (waarmee meerjarig rekening wordt gehouden) voor welke grote projecten vergunningen zijn aangevraagd en hoe realistisch de afbouw voor de komende jaren is. Verder vraagt hij inzake de stelpost ontwikkeling nieuw beleid die niet meer zal worden ingezet en zal vrijvallen, wat de toegevoegde waarde is van deze post in de begroting en of het niet makkelijker zou zijn om deze voortaan niet meer op te nemen in de begroting, maar bij incidenteel nieuw te ontwikkelen beleid een apart bedrag op te nemen. 2

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 21 november 2024

Daarnaast vraagt hij of het klopt dat de 2 verkochte panden aan de Veerpromenade nog niet in de concernrapportage zijn verwerkt en of het college kan toezeggen dat er voortvarend wordt meegewerkt aan de herontwikkeling van het pand Veerpromenade 311. Verder vraagt de heer BOERSMA in welke mate Stedin achterloopt met de bouw van trafohuisje, wat men eraan doet om te veel druk op het elektriciteit netwerk te voorkomen en wat verfraaiing van trafohuisjes inhoudt. De heer BEZEMER is blij met het positieve resultaat, maar minder blij dat dit overschot structureel blijkt te zijn. Zijn fractie pleit nogmaals voor het realistisch begroten of een bedrag op voorhand voteren voor de bestemmingsreserve kapitaalslasten toekomstige investeringen, omdat dit in het kader van de besparingen beter is uit te leggen aan de burgers. Daarnaast ziet men structureel dat niet alle budgetten in 2024 -i.v.m. personeelstekort, ziekteverzuim, verloop, etc.- volledig worden uitgegeven en activiteiten doorlopen naar 2025. Zijn fractie vraagt hoe men kan voorkomen dat dit jaarlijks terugkeert en of men naast de euro’s ook de capaciteit realistischer kan begroten. Daarnaast vraagt hij zich af hoe realistisch -i.v.m. de enorme kapitaalsbehoefte van Stedin- de verwachting van een hoger dividend van Stedin ook voor de komende jaren is.

Verder heeft hij vorig jaar reeds geïnformeerd naar de post huuropbrengsten, die ook toen lager was dan begroot, waarop de portefeuille aangaf dat dit voor 2023 incidenteel was, maar voor 2024 structureel zou zijn. Hij vraagt zich af hoe het kan dat er voor 2024 toch weer een lager bedrag staat. M.b.t. de 1,5 miljoen extra opbrengst voor de legesvergunningen van grote projecten staat in de begroting van 2025 dat er meerjarig rekening is gehouden met hogere leges inkomsten. Hij vraagt zich af hoe dit mogelijk is wanneer dit 1-jarig is i.v.m. grote projecten. Mevrouw BOKMA merkt op dat 1 van de oorzaken van het positieve resultaat is dat diverse geplande activiteiten doorschuiven naar 2025 en dat meevallers geen garantie voor de toekomst zijn. Achteroverzitten en afwachten is er helaas niet bij en bezuinigingen zijn niet onontkoombaar, ook in 2025 zal de raad pijnlijke besluiten moeten nemen. De VVD-fractie is verheugd dat er in 2024 minder externe inhuur nodig was, waardoor € 500.000, bespaard wordt. Hopelijk is dit het eerste signaal dat de inhuur daalt naar het landelijk gemiddelde. Verder is de blijvende stijging van de kosten voor jeugdhulp een grote zorg. Niet alleen is er weer een hogere begroting ingediend, ook de tussentijdse stijging van de bijdrage is eerder regel dan uitzondering. M.b.t.

de bezuinigingsopdracht die de GR-en voor de begroting van 2026 meekrijgen, merkt mevrouw BOKMA op dat dit in geen geval wensbegrotingen mogen worden. Verder vindt zij het in het kader van de degeneratievergoeding (een woord dat veel inwoners waarschijnlijk niet begrijpen) een goed idee dat inwoners in de brief die zij zullen ontvangen over de kabelbedrijven worden geïnformeerd dat diezelfde kabelbedrijven opdraaien 3

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 21 november 2024

voor de herstelkosten van de straten. Afsluitend informeert zij wanneer men aan kan geven wanneer de plint van Den Briel volledig verhuurd is. De heer HARDAM merkt op dat elke mutatie in een begroting slecht is en dat ook zijn fractie een reactie van het college wenst op het structurele overschot. De heer VERWEIJ is vol lof voor de positieve begroting en de 8(,5) die de gemeente Papendrecht t.o.v. de 4 van de gemeente Dordrecht scoort. Helaas ontbreken de bestuursrapportage van de DG&J en de herfstbrief van de GR Sociaal, hetgeen er waarschijnlijk toe zal leiden dat men van het positieve resultaat alsnog een paar ton moet inleveren. Daarnaast zijn er nog de projecten die zullen worden doorgeschoven naar volgend jaar, hetgeen erin resulteert dat de 2,9 miljoen niet allemaal overschot is. Verder noemt hij vanaf 2026 de negatieve resultaten in het meerjaren schema en de ombuigingscatalogus. Hij stelt het college voor gebruik te maken van dit positieve resultaat t.b.v. de ombuigingen, zodat men voor 2026 de inwoners kan ontzien. Verder noemt hij de zorgen om het sportcentrum en vraagt hij of er nog ruimte is om meer huurders binnen te halen en meer rendement uit het sportcentrum te halen. M.b.t. de mutaties bij de gelabelde Enecoreserves: intensivering van energieakkoord en energietransitie.

Hij vraagt hierbij of dit geldt voor alle miljoenen van het Enecobedrag, of dat er nog wat overblijft voor andere zaken die alle inwoners ten goede komen. Inzake de afvalverwerking en de diftar paradox heeft men gezien dat inwoners die vooraf goed scheiden toch meer gaan betalen. In dit kader informeert hij naar de mogelijkheid om inwoners te stimuleren om goed te scheiden zonder dat zij hiervoor een extra rekening ontvangen. De heer C. GRIMMIUS noemt de bijzondere gang van zaken hoe het boekjaar 2024 is verlopen. Men heeft vorig jaar een begroting met een positief resultaat van 1,5 miljoen vastgesteld, die afgelopen juli bij de perspectiefnota is bijgesteld naar een negatief resultaat van 0,5 miljoen, om deze vervolgens bij de concernrapportage weer bij te stellen naar een positief resultaat van 2,9 miljoen. Dit terwijl de septembercirculaire met een positief resultaat van 2,2 miljoen (dus € 700.000, - minder) hierin nog niet is verwerkt. Hij informeert naar de mogelijkheid om in dit soort documenten alle financiële updates mee te nemen. Hierbij begrijpt hij dat de december-circulaire niet meegenomen kan worden. Afsluitend vraagt hij het college hoe men met een eventueel positief resultaat van de jaarrekening voor 2025 denkt om te gaan.

Ook de heer SCHUIL merkt op dat over de stukken tot en met 1 september nog besluitvorming moet plaatsvinden en dat ook zijn fractie vindt dat men dichter op de feiten moet zitten en men realistischer moet begroten. Daarnaast is ook zijn fractie van mening dat het geen zin heeft om de niet gebruikte stelpost 4

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 21 november 2024

ontwikkeling nieuw beleid mee te nemen in de begroting en merkt op dat dit € 100.000, - in de bezuinigen scheelt. Ditzelfde geldt voor de € 900.000, - voor de huisvesting vo-scholen die dit jaar en de jaren daarna vrijvalt. Als men op deze manier begroot heeft men al een heel stuk van het gat gedicht. Dit is echter niet wenselijk, omdat men meer wil toevoegen aan de investeringen. In dit kader vraagt hij naar de opinie van het college. De heer HARDENBOL is blij met het positieve resultaat, maar herkent zich in de opmerkingen inzake het realistisch begroten en dichter op de feiten zitten. Ook mevrouw KARSO merkt op dat er meevallers zijn en dat er een patroon is te zien. Hierbij vindt zij het opvallend dat wanneer er door het overgrote deel van de fracties wordt gesproken over het realistisch begroten, hier niet echt iets mee wordt gedaan. In dit kader vraagt zij of het college het er mee eens is dat er iets moet gebeuren met de wijze van begroten (meer realistisch of flexibel) en wat men hieraan gaat doen. Indien dit niet het geval is, moet men het college misschien een raadsopdracht geven. Verder vraagt zij m.b.t. de tegenvallende resultaten van het sportcentrum wat de evaluatie inhoudt en wat het college a.d.h.v. deze evaluatie te weten wil komen. Tenslotte was haar fractie niet op de hoogte van het bestaan van een budget (van € 25.000, -) voor snippergroen.

Zij vraagt of men dit überhaupt aan de hand van een snippergroenlijst en beleid kan begroten. (Schorsing 20.35 – 20.50) EERSTE TERMIJN COLLEGE Wethouder VAN DER BORG merkt op dat er een aantal technische vragen is gesteld, die men schriftelijk zal beantwoorden. M.b.t. de toegevoegde waarde van de stelpost nieuw beleid die de laatste jaren regelmatig is vrijgevallen, merkt hij op dat dit een post van de raad en het college is en het dus ook de keuze van de raad is of men dit wenselijk vindt. Het is een afspraak met de gemeenteraad dat dit een financiële ruimte is die ingezet kan worden in geval van noodzaak tot nieuw beleid. Of deze noodzaak er daadwerkelijk is, is aan de raad. Wanneer men van mening is dat deze stelpost kan vervallen, zal men dit men de raad bespreken. M.b.t. het realistisch begroten en het feit dat niet alle budgetten worden uitgegeven geeft de wethouder aan dat men bij de behandeling van de begroting heeft geconstateerd dat ook het college dit ziet. Aan de incidentele meevallers (een groot deel van de overschotten) kan men niet veel doen. De structurele overschotten (overlopende projecten meestal i.v.m. personeelskrapte) is een ander vraagstuk dat besproken moet worden. Om deze reden is ook afgesproken dat de auditcommissie dit as. maandag in eerste instantie zal bespreken. Hierbij 5

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 21 november 2024

merkt de wethouder wel op dat hij er geen voorstander van is om een vorm van primair beslag te doen (op voorhand overschotten inboeken). M.b.t. de vraag van de GL-fractie waarom de concernrapportage waarin de september circulaire nog niet is verwerkt wordt besproken geeft de wethouder aan dat men dit soort rapportages idealiter zou willen verwerken, maar dat dit proceduretechnisch moeilijk is en dat het gevolg hiervan zou zijn dat de concernrapportage later behandeld zou worden, hetgeen niet wenselijk is. Op de vraag van de heer Grimmius hoe het college voornemens is om te gaan met een eventueel positief resultaat van boekjaar 2024 antwoordt wethouder VAN DER BORG dat hij geen voorstander is van een vorm van primair beslag en dat men de afgelopen jaren (n.a.v. een motie de uit raad) de gewoonte heeft gehad om het positief resultaat over te hevelen naar bestemmingsreserves, m.n. die voor toekomstige investeringen. Hij gaat ervan uit dat men dit bij een positief resultaat de komende jaren ook zo zal doen. De opmerking van heer VERWEIJ inzake zijn zorgen over het feit dat bij het overzicht van de financiën elke keer informatie van de DG&J en de GR Sociaal ontbreekt zal wethouder VAN DER BORG, omdat men dit i.v.m. het technische component zorgvuldig wil doen, schriftelijk beantwoorden.

Het college herkent de zorgen over de kostenontwikkeling bij de GR Sociaal en DG&J, hetgeen de te verwachten consequenties zal hebben. Wethouder KOSTEN kan de vraag van de PAB-fractie inzake de afvalverwerking en de diftar paradox op dit moment niet beantwoorden, maar zal dit meenemen in de evaluatie in 2025 en het jaar daarop te bepalen hoe men dit (landelijke vraagstuk) gaat oppakken. Wethouder JANSSEN merkt op dat de opbrengsten van de verkoop van het pand aan de Veerpromenade pas in de begroting verwerkt kunnen worden wanneer dit definitief is. M.b.t. de vraag of men voortvarend meegewerkt aan de ontwikkeling van het pand Veerpromenade 311 antwoordt de wethouder dat men bij elke bouwvergunning voortvarend meewerkt. M.b.t. de evaluatie van de recreatie- en cultuurholding/sportcentrum merkt hij op dat er bij de evaluatie naar verschillende zaken zal worden gekeken en de afspraak al is gemaakt de raad hierover schriftelijk te informeren. Inzake de vraag m.b.t. (verfraaiing van) de trafohuisjes merkt de wethouder op dat netcongestie in Papendrecht nog niet aan de orde en men dit in de komende jaren ook niet verwacht. TWEEDE TERMIJN COMMISSIE De heer BOERSMA merkt op dat de achterliggende bedoeling van zijn vraag of de gemeente m.b.t.

de Veerpromenade wil meewerken aan de herontwikkeling van dit pand de berichten (van de koper) in de krant zijn, dat de ambtelijke modus in een teleurstellend tempo draait. Omdat het wanneer de verkoop afgerond is de 6

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 21 november 2024

gemeente 1 miljoen oplevert moedigt hij de gemeente aan hier werk van te maken. De heer BEZEMER vindt het, ten gunste van het debat, jammer dat veel vragen als technisch bestempeld worden en niet worden beantwoord. De heer TIELEMAN roept -t.b.v. duidelijkheid naar de burgers- op om aan de concernrapportage een overzichtslijst toe te voegen van tegenvallers, meevallers en welke bedragen er doorgeschoven worden. De heer C. GRIMMIUS sluit zich aan bij de heer Bezemer m.b.t. de ‘technische’ vragen, waarop de antwoorden echter politiek kunnen zijn. Zoals de technische vraag waarom in een bepaald geval (bv. trafohuisjes) gelden vrijgevallen en dit in een ander geval doorgevoerd wordt naar het volgende jaar, waarop het antwoord politiek kan zijn. Het gevoel leeft dat de vragen makkelijk als technisch worden aangeduid. Verder vraagt hij zich af waarom de concernrapportage van 1 september pas op 12 december wordt vastgesteld. Wanneer men deze eerder vaststelt sluit deze meer aan bij de feiten. De heer SCHUIL neemt aan dat zijn vraag of in de systematiek de komende jaren richting 2026 en verder de € 900.000, - voor de huisvesting vo-scholen zal vrijvallen ook een technische vraag is.

De heer HARDENBOL is groot voorstander van het budget voor verfraaiing van trafohuisjes en is van mening dat er alleen nog elegante transformatorhuisjes moeten komen, hetgeen de weerstand van inwoners kan verminderen. Hij roept op hierover na te denken en het budget te verhogen. Mevrouw KARSO neemt aan dat ook haar vragen inzake de evaluatieopdracht van het sportcentrum en die m.b.t. het snippergroen als technisch worden bestempeld. M.b.t. het antwoord op de vraag inzake de rol voor het college bij het realistisch begroten is haar fractie niet geheel tevreden. M.b.t. de opmerking dat dit wordt besproken in de auditcommissie merkt zij op dat dit een goed idee is, maar dat dit niet per se de plaats is om zaken te bespreken die de raad als opdracht geeft aan het college. Uiteraard wordt men ook graag geïnformeerd over de inbreng vanuit de auditcommissie. TWEEDE TERMIJN COLLEGE Wethouder VAN DER BORG begrijpt de opmerkingen inzake de technische vragen. Omdat het college probeert de feiten zorgvuldig te presenteren en het hoe technischer de vragen zijn des te lastiger het is om feiten zorgvuldig te 7

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 21 november 2024

communiceren, wil het college hier voorzichtig mee zijn. Daarnaast bestaat de afspraak om technische vragen vooraf te stellen, waarvan alleen de D66-fractie gebruik heeft gemaakt. De wethouder begrijpt de behoefte van de PAB-fractie aan een overzichtslijst van tegenvallers en meevallers. Hij zegt toe terug te komen op de vraag hoe en of mee- en tegenvallers in een lijst kunnen worden opgenomen. Op de vraag van de heer TIELEMAN om hierop ook de zaken te vermelden die worden doorgeschoven naar volgende jaren antwoordt wethouder VAN DER BORG dat dit ingewikkeld is, omdat het jaar nog niet is afgerond en men dat pas aan het eind van het jaar kan doen. De heer C. GRIMMIUS merkt op dat in de concernrapportage bij bepaalde posten al wordt aangegeven of ze vrijvallen en/of doorschuiven. Hij zou ook graag zien dat er een uitleg wordt toegevoegd waarom dat gebeurt. Wethouder VAN DE BORG bevestigt dit, maar geeft aan dat het plaatje niet helemaal compleet is. M.b.t. de vraag van de GL-fractie inzake het eerder bespreken van de concernrapportage onderkent de wethouder dat de peildatum 1 september en de bespreking op 21 november ver uit elkaar liggen en de vraag hoe realistisch het dan nog is. Het gesprek over het eerder bespreken hiervan zou hij met de griffie en de organisatie moeten voeren.

Op de vraag van de PvdA-fractie naar de rol van het college bij het realistisch begroten merkt wethouder VAN DER BORG op dat hij bij de bespreking van de begroting heeft aangegeven hoe men daar technisch en politiek naar kijkt en dat het college hier, net zoals de raad, uiteraard een belangrijke rol in heeft en het belangrijk is dit in samenhang te doen en dit met de auditcommissie te bespreken, waarover het college uiteraard een standpunt zal innemen. Het college neemt dit zeer serieus en vindt het belangrijk hier een antwoord op te krijgen. Hij weet dat veel gemeenten hiermee worstelen. Op de vraag inzake de vrijval van € 900.000, - voor huisvesting vo-scholen zal men, omdat men hecht aan een duidelijk antwoord, schriftelijk terugkomen. Op de vraag van mevrouw KARSO naar een terugkoppeling vanuit de auditcommissie zegt de heer BEZEMER dat er uiteraard een terugkoppeling komt. Wanneer dit precies zal zijn kan hij nog niet zeggen. Niets meer aan de orde zijnde worden de onderhavige stukken als bespreekstuk doorgeleid naar de gemeenteraad.

8

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 21 november 2024

08.

Vaststelling bestemmingsplan ‘Dijklint te Papendrecht’. De heer BRUIJNINCKX spreekt in a.d.h.v. bijgevoegde pleitnota. Aansluitend vraagt de heer SCHUIL of hij met groen het stuk bedoelt waar de kassen staan, waarop de heer BRUIJNINCKX aangeeft dat hij het gebied bedoelt dat als tuin is bestemd (de lichtgroene strook boven de gele strook), om het landelijke karakter en afscheiding met bebouwing te behouden. EERSTE TERMIJN COMMISSIE Mevrouw KARSO vraagt m.b.t. een aantal zaken die conserverend van aard zijn, of het klopt dat dit is bedoeld om een aantal zaken uit het verleden zonder bouwvergunning juridisch kloppend te maken. Daarnaast vraagt zij waarom er niet voor is gekozen om de dijkvisie van 2013 ook te actualiseren. Tenslotte vraagt zij of men met het vaststellen van het bestemmingsplan weer de mogelijkheid geeft tot het bouwen in het groen, wat er gebeurt met het karakteristieke deel van het dijklint en of men hier op een ander moment, voor het vaststellen van het bestemmingsplan, een debat over wenst te voeren. De heer HARDENBOL vraagt namens zijn fractie naar het waarom van dit voorstel, dat men verwarrend en informatief onvolledig vindt. In dit kader kondigt hij een motie aan en zal daarom op dit moment niet instemmen met het voorstel.

Wat is het nut en de noodzaak van dit voorstel? Het college geeft aan dat het een conserverend bestemmingsplan is, waardoor er niets verandert. Omdat het nog een bestemmingsplan is, dwingt de nieuwe omgevingswet de gemeente dit voor 2032 alsnog om te zetten in een omgevingsplan. Zijn fractie vindt dit dubbel werk en zonde van het belastinggeld van de inwoners. M.b.t. het raadsvoorstel geeft het college een samenvatting van de inhoud, waarop de raad zou moeten kunnen vertrouwen. Dit is echter niet het geval. In het raadsvoorstel staat dat het bestemmingsplan conserverend van aard is, dat de huidige situatie is vastgelegd en het bestemmingsplan niet voorziet in nieuwe ontwikkelingen. Kijkend naar de bijlagen ziet men echter dat het bestemmingsplan ‘overwegend’ consoliderend van aard is. In het raadsvoorstel staat dit echter niet aangegeven. Volgens de beantwoording van de technische vragen is dit juridisch gezien hetzelfde als conserverend van aard, maar voor een lekkenbestuur en de burgers is dit niet duidelijk. Of iets naar aard conserverend is, is volgens zijn fractie geen feit maar een mening. Om deze reden vraagt men voor de raadsvergadering om een volledige nota van wijzigingen, zodat men zelf kan beoordelen in hoeverre dit bestemmingsplan conserverend van aard is. Het andere probleem is dat het raadsvoorstel onvolledig is.

Op basis van het voorstel en het bestemmingsplan lijkt er niets te wijzigen, het college is echter bezig in een vooroverleg om een woonzorgcentrum in de groene tuin aan het dijklint mogelijk te maken. Een politiek gevoelig punt, waarop de raad -omdat dit mogelijk met een BOPA gebeurt 9

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 21 november 2024

- verder geen inspraak heeft. Het was netjes geweest wanneer dit in het raadsvoorstel vermeld zou staan. Een en ander is funest voor het vertrouwen in de politiek. Met de vaststelling van dit voorstel vraagt het college om de goedkeuring van de raad en in dat plan blijven de groene tuinen ook groen. Om die reden komt de D66-fractie met een motie om te benadrukken dat een goedkeuring op dit plan ook nadrukkelijk een uitspraak inhoudt over de groene tuinen aan het dijklint en het dus niet willen toevoegen van gebouwen aldaar. De heer SCHUIL kan over het algemeen instemmen met het bestemmingsplan en zal de aangekondigde motie meenemen naar de fractie. De heer B. GRIMMIUS vindt het een ingewikkeld vraagstuk geworden, waarin de heer Bruijninckx wat duidelijkheid geeft. Hierbij merkt hij op dat het ontwerp bestemmingsplan, het voorliggende bestemmingsplan, de omgevingsvisie 1.0 en 2.0 (die nog niet is vastgesteld) en de (gedateerde) dijkvisie niet heel consequent op elkaar aansluiten. De vraag hierbij is waar men op dit moment vanuit moet gaan. Daarnaast wenst zijn fractie een concreet antwoord -voorzien van een duiding-op de vraag of men wel of niet in het groen gaat bouwen? Verder vindt men de legenda inzake Kraaihoek 6 niet duidelijk over het begrip tuin, groen en bebouwing en vraagt men zich af hoe makkelijk het college deze daarom naast zich neer kan leggen.

Tenslotte vraagt hij een concreet antwoord op de vraag hoe het, na eventuele goedkeuring van dit bestemmingsplan -wanneer de raad er niet meer over gaat- zit met precedentwerking. De heer VERWEIJ merkt op dat het erop lijkt dat de problemen zich toespitsen op het feit dat er volgens het geldende bestemmingsplan- van voor de invoering van de omgevingswet- geen enkele bebouwing op de achtererven van de dijkwoningen van het dijklint is toegestaan. Daarnaast is er een probleem met het woord ‘tuin’. In dit kader vraagt hij of een tuin, een groene tuin en een erf hetzelfde is. Verder is hij het eens met de inspreker, die aangeeft dat toestemming tot bouwen bij Kraaihoek 6 een precedent schept voor toekomstige bouwplannen. Historisch gezien is de hoofdzaak van het dijklint de zichtbare, karakteristieke en beeldbepalende bebouwing aan de dijk. Zijn fractie noemt de mogelijkheid om achter het dijklint op de erven eventueel kleinschalig een mantelzorgwoning te bouwen. Projectontwikkelaars moet men hier echter niet toelaten. M.b.t. het verlies van groen zou men in het geval van Kraaihoek kunnen zeggen dat dit al deels (illegaal) bebouwd was en er geen groen verloren gaat. Afsluitend merkt de heer VERWEIJ op dat men bij bebouwing eisen moet stellen aan compensatie van groen en dat bij het dijklint de beeldbepalende pandenlijst aangepast dient te worden.

10

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 21 november 2024

Mevrouw HOEKSTRA vraagt wat de reden is dat (onder 5.5.) wordt aangegeven dat er geen grond is voor uitvoering van een bodemonderzoek en wat er, wanneer mocht blijken dat er toch vervuiling is, mee gedaan zal worden (bv. bij de Jachthaven nabij het Havenhoofd). De heer VAN DER GIESSEN vraagt n.a.v. de ingekomen stukken A18. terugkoppeling omgevingstafel Kraaihoek 4 - 6 hoe men deze ontwikkelingen moet zien in relatie tot het nieuwe bestemmingsplan. Betekent dit dat deze ontwikkeling alleen mogelijk is via een BOPA, waarbij de raad geen bindend adviesrecht heeft? Daarnaast vraagt hij ook of er andere aanvragen zijn voor een omgevingsvergunning binnen het dijklint, die strijdig zijn met het nu vast te stellen bestemmingsplan. De heer RIETVELD merkt op dat er een lang proces is voorafgegaan aan het bestemmingsplan voor het dijklint en dat zijn fractie van mening is dat er voldoende ruimte is geweest voor inspraak en zienswijzen en dat waar nodig zaken hiervan zijn opgenomen in het voorliggende bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is conserverend, men wil behouden wat men heeft en het is een gedragen bestemmingsplan. Wel vraagt zijn fractie duidelijkheid naar inwoners (en de raad) m.b.t. toekomstige procedures onder dit bestemmingsplan.

Hij noemt in dit kader het voorbeeld van de heer Verweij over het kleinschalig bouwen in de tuin, dat zou vallen onder nieuwe ontwikkelingen en waarover niets in het bestemmingsplan staat. Verder noemt hij in dit kader tiny houses, waarvoor een tijdelijke bestemmingswijziging voor 10 jaar kan plaatsvinden, zonnepanelen en laadpunten aan de dijk. De heer BOERSMA sluit zich aan bij de vraag of een update van de dijkvisie noodzakelijk is, of dat deze wordt betrokken bij de omgevingsvisie 2.0. M.b.t. het conserverende karakter van het voorstel sluit hij zich aan bij de vraag hoe dit zich verhoudt tot de omgevingsvisie 2.0, m.n. over het toevoegen van woningen die volgens het bestemmingsplan geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt. De kernvraag is of het college het bouwen in de groene long achter de dijk wil toestaan en hoe deze beschermd is. De SGP-fractie is tegen het bouwen in deze groene omgeving. Men is van mening dat het voorbeeld van de heer Verweij moeilijk in regelgeving is te vervatten. Daarnaast vraagt de heer BOERSMA of en hoe men bij excessieve verstening van tuinen optreedt. Tenslotte vraagt hij of er (met het oog op een in het verleden door de SGP-fractie ingediend amendement inzake bestrating en karakteristieke verlichting) naast regels ter bescherming van het dijkprofiel ook regels zijn opgenomen ter bescherming van de straatverharding en het wegprofiel.

(Schorsing 21.55 – 22.03 uur) 11

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 21 november 2024

EERSTE TERMIJN COLLEGE Wethouder JANSSEN merkt m.b.t. de vraag naar de reden van dit bestemmingsplan op dat dit is omdat de bijzondere karakteristiek van het dijklint dit verdient. Het is niet bedoeld om geen enkele ontwikkeling meer mogelijk te maken, maar wel om dit volgens de karakteristieke uitgangspunten en voorwaarden te doen. Dit bestemmingsplan maakt niet alleen duidelijk om welk gebied dit gaat, maar hiermee worden ook de verschillende regels in beheersverordeningen en bestemmingsplannen over het gehele dijklint geüniformeerd. Dit maakt het makkelijk om het als een pakket van regels en voorwaarden in het nieuwe omgevingsplan voor geheel Papendrecht in te voeren. Het bestemmingsplan legt nu alleen de rechten en verplichten vast die er al waren. Het is niet modificerend, maar conserverend of consoliderend. Het zegt niets over mogelijk nieuwe planologische ontwikkelingen. Het bedient en ondersteunt niet de nimby (not in my backyard) mensen in hun betoog, zoals de heer Bruijninckx. (De VOORZITTER verzoekt de wethouder zich te onthouden van kwalificaties). Wethouder JANSSEN merkt verder op dat op de zojuist gepresenteerde kaart een onjuiste weergave van de werkelijkheid is en dat bestemmingen verkeerd waren ingekleurd. Daarnaast ziet het bestemmingsplan ook niet op de pimby (please in my backyard) mensen, die vinden dat meer/alles mogelijk gemaakt moet worden.

Nieuwe ontwikkelingen op de dijk worden getoetst aan de ruimtelijke kaders: de dijkvisie uit 2013, met de 10 karakteristieken voor de dijk. Een goede ruimtelijke ordening is uitbreiding aan de dijk d.m.v. een stoep en woningbouw. Dit betekent dat de doorzichten blijven, maar dat het groen wordt aangetast. Dat is iets dat van oudsher gebeurt, vooral benedendijks met stoepen. In dit kader noemt hij Westeind 130, met de stoep naar beneden en de ontwikkeling in de oude Beatrixschool en een klein woningbouwproject aan de linkerkant van de stoep. Men vindt dat dit juist bij de dijk/het dijklint hoort. Verder merkt hij op dat de dijkvisie onderdeel uitmaakt van de (herziene) omgevingsvisie (waarvoor de raad de kaders vaststelt), waarover men nog komt te spreken. Wanneer de raad vindt dat iets anders moet, kan men dat aangeven. Ook bij BOPA’s komt het college bij overeengekomen gevallen en twijfel altijd terug naar de raad. M.b.t. de ontwikkeling van Kraaihoek 4-6 kan men de informatie aan de omgevingstafel volgen. Mocht dit doorgang vinden, zal het college dit plan conform de afspraken verder voorleggen aan de raad via het bindend adviesrecht. Dit is ook het geval bij twijfel. Hierop kan men het college vertrouwen. Ook de aanpassing van de kaart met beeldbepalende locaties is (in het kader van de ontwikkeling van de Sterflat) is voorgehouden aan de raad. M.b.t.

de vraag van de heer Rietveld om het omgevingsrecht beter te communiceren naar inwoners merkt de wethouder op dat dit een nieuw proces is, dat men hierover regelmatig heeft gepubliceerd en dat inwoners de gemeente makkelijk weten te vinden. Uiteraard zal hij zeker kijken of men dit nog beter (via 12

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 21 november 2024

de website en publicatie in De Klaroen) kan promoten. Inzake het bouwen in het groen merkt hij nogmaals op dat dit van oudsher (aan de dijk en de Veerweg) plaatsvindt. Inzake het voorkomen van verstening geeft de wethouder aan dat men bij excessen (wateroverlast) eventueel op basis van regels van het Waterschap kan ingrijpen. Dit komt echter niet vaak voor. Tenslotte merkt hij m.b.t. de vraag inzake het wegprofiel en de straatverlichting op dat deze zaken geen bouwwerk zijn en dus niet in het bestemmingsplan (afgezien van de hoogtes van bv. lantaarnpalen) worden meegenomen. TWEEDE TERMIJN INSPREKER De heer BRUIJNINCKX merkt op dat zijn opmerkingen met het groen worden geassocieerd, maar dat het vnl. gaat over het open karakter van de dijk, hetgeen door de bouw van een stoep naar achter wordt aangetast. De dijk wordt hierdoor verbonden met de achterliggende bebouwing. In de dijkvisie gaan de stoepen over grootschalige ontwikkelingen (met ontwikkelingen net onder de 20 woningen blijft het kleinschalig en is het aan het college) en niet over de stukken die nu als positief als tuin bestemd zijn. Dat een stoep is toegestaan wil niet zeggen dat er in het groen gebouwd kan worden. Hij begrijpt dat er vroeger ook is gebouwd, maar hecht waarde aan het dijklint. In eerdere instantie is m.b.t. de stoepen gerechtvaardigd dat dit karakteristiek zou zijn.

Dit gold echter voor een kleinschalige ontwikkeling 7 woningen. De stoep is als karakteristiek bedoeld als men elders (in bv. de Noordhoek) gaat bouwen, maar niet om in de tuin te bouwen. TWEEDE TERMIJN COMMISSIE De heer HARDENBOL is het eens met de wens van de heer Verweij om het groene karakter van het dijklint te beschermen, waarin de (vaststelling van de) Omgevingsvisie een rol kan spelen. Verder waardeert hij de geste van de wethouder dat hij ook bij een ontwikkeling van 18-19 woningen terugkomt naar de raad voor bindend adviesrecht. Hierbij is het wel de vraag wat de juridische status daarvan is. In dit kader stelt hij voor de inhoud van het bindend adviesrecht misschien te herzien. Tenslotte ontbreekt voor zijn fractie t.b.v. instemming met dit bestemmingsplan de toezegging voor een nota van wijziging. Mevrouw HOEKSTRA mist het antwoord op haar vraag inzake de noodzaak voor sanering. Ook haar fractie vindt een nota van wijzigingen een goed idee. Ook de heer RIETVELD benadrukt het belang aan duidelijkheid/visualisering m.b.t. behandeling van nieuwe projecten. 13

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 21 november 2024

TWEEDE TERMIJN COLLEGE Wethouder JANSSEN merkt op dat de nota van wijzigingen bij het bestemmingsplan zit. De heer HARDENBOL merkt op dat in de staat van wijzigingen alleen wordt aangegeven wat is aangepast n.a.v. de zienswijze en niet t.o.v. het vorige bestemmingsplan, waarop wethouder JANSSEN aangeeft dat het onmogelijk is om vanuit de verschillende beheersverordeningen precies aan te geven hoe deze vertaald zijn naar het bestemmingsplan. Men kan dit niet aanleveren. De vraag m.b.t. de bodemsanering zal schriftelijk beantwoord worden. M.b.t. het verzoek van de heer Rietveld om zaken m.b.t. behandeling van nieuwe projecten schetsmatig te verduidelijken merkt hij op dat de 10 karakteristieken nog steeds gelden en men zal trachten dit duidelijk te maken en op de website aan te geven. Niets meer aan de orde zijnde worden de onderhavige stukken als bespreekstuk doorgeleid naar de gemeenteraad. 09.

Sluiting. Niets meer aan de orde zijnde sluit de VOORZITTER de vergadering om 22.25 uur onder dankzegging aan eenieder voor diens inbreng. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de 2024. De heer M. Hermans (Interim griffier)

mevrouw T.C. van Es (voorzitter)

Lijst met toezeggingen

1. Mededeling niet plaatsvinden jongerenfeest Oud en Nieuw Portefeuillehouder Van Driel De portefeuillehouder komt schriftelijk terug op de vraag of de raad de informatie inzake het jongerenfeest in een RIB kan ontvangen en hoe het kan dat de locatie van vorig jaar niet beschikbaar is. Datzelfde geldt voor de vraag of de locatie vanwege budgetredenen is afgewezen en of dit een substantiële afwijking betrof. 14

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 21 november 2024

2. Ingekomen stukken: RIB verkoop Veerpromenade 3-11. Portefeuillehouder Janssen De portefeuillehouder komt schriftelijk terug op de vraag waarom over de verkoop van Veerpromenade 3-11 een RIB is verstuurd, terwijl men over de verkoop van een ander pand aan de Veerpromenade is geïnformeerd per dagmail. 3. Concernrapportage 2024: ontbrekende informatie DG&J en GRS. Portefeuillehouder Van der Borg De portefeuillehouder komt schriftelijk terug op de vraag waarom bij het overzicht van de financiën elke keer informatie van de DG&J en de GR Sociaal ontbreekt. 4. Concernrapportage 2024: afvalverwerking en diftar paradox. Portefeuillehouder Kosten De portefeuillehouder zal de vraag inzake afvalverwerking en de diftar meenemen in de evaluatie in 2025. 5. Concernrapportage 2024: lijst mee- en tegenvallers Portefeuillehouder Van der Borg De portefeuillehouder komt schriftelijk terug op de vraag hoe en of mee- en tegenvallers in een lijst kunnen worden opgenomen. 6. Concernrapportage 2024: de vrijval van € 900.000, - voor huisvesting vo-scholen. Portefeuillehouder Van der Borg De portefeuillehouder komt schriftelijk terug op de vraag inzake de vrijval van € 900.000, voor huisvesting vo-scholen. 7. Vaststelling bestemmingsplan ‘Dijklint te Papendrecht’: bodemsanering. Portefeuillehouder Janssen De portefeuillehouder komt schriftelijk terug op de vraag m.b.t. de bodemsanering. 8.

Vaststelling bestemmingsplan ‘Dijklint te Papendrecht’: behandeling nieuwe projecten. Portefeuillehouder Janssen De portefeuillehouder zal trachten een en ander t.b.v. behandeling van nieuwe projecten schetsmatig te verduidelijken en op de website te publiceren.

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/1032/documents/14509