Verslag Oordeel 18.4.2024.pdf
Tekst van het document
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 18 april 2024
BESLUITENLIJST VAN DE OPENBARE OORDEELSVORMENDE VERGADERING d.d. 18 april Een integrale geluidsopname van deze vergaderingen is te beluisteren op www. papendrecht.nl Aanwezig: Mevrouw T.C. van Es, voorzitter; Mevrouw H.M. van Wijngaarden (PAB), de heer M.G.C.H. Hardam (OP), mevrouw H.C.T.J. Hoekstra (OP), mevrouw A. Bokma (VVD), de heer D. Stouthart (VVD), de heer J. Mulder (VVD), de heer L.T. van den Dool (CDA), de heer H. Bezemer (CU), de heer A. Rietveld (CU), de heer Y. Hardenbol-Kroek (D66), de heer A. Boersma (SGP), de heer K. Leenhouts (SGP), mevrouw D. Yildiz-Karso (PvdA), de heer Th. Wolters (PvdA), de heer P.C. Grimmius (GroenLinks) en de heer B.H. Grimmius (GroenLinks). De heer J.D. Van der Borg, portefeuillehouder; De heer A.M.J.M. Janssen, portefeuillehouder; De heer A. Kosten, portefeuillehouder. De heer G. van Egmond, interim griffier. 01.
Opening. De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom.
02.
Vaststelling van de agenda. Op verzoek van de raad is agendapunt 07 toegevoegd. De agenda wordt aldus gewijzigd en vastgesteld.
03.
Mededelingen. De VOORZITTER feliciteert wethouder Kosten met de geboorte van zijn zoon. Er zijn verder geen mededelingen.
04.
Vragenkwartier. Mevrouw HOEKSTRA stelt de volgende vragen inzake de overlast op het Westeind i.v.m. de uitbreiding van Fokker. 1. Hoe is de stand van zaken op het moment? 2. Verloopt/verliep het gesprek met de omwonenden dat op de bijeenkomst van 9 april zijn afgekomen naar tevredenheid? 3. Waarom is de afwaardering naar 30 km/u zone kennelijk niet haalbaar? 4. Kan de wethouder eventueel een toelichting verstrekken ten aanzien van het vervolgtraject? 5. Op welke termijn hoopt het college met een (definitieve) oplossing voor het vervoers-, parkeer- en overlastprobleem te kunnen komen? 6. Is er nog iets dat de raadsleden kunnen doen? 1
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 18 april 2024
Wethouder JANSSEN geeft aan dat de gemeente altijd binnen de ruimtelijke kaders werkt, ook die m.b.t. verkeersintensiteit op wegen. De kaders waren er reeds in 2015, toen er ook sprake was van het gedeeltelijk slopen en opnieuw bouwen van de betreffende woning. De bewoner heeft ervoor gekozen de woning wel aan de waterzijde uit te breiden maar niet om de voorkant te slopen, waardoor de woning nog steeds erg dicht aan de weg staat. Men heeft bij de reconstructie van de weg naar mogelijkheden gekeken om deze wat verder van de woning af te leggen, maar op het huidige dijkvlak blijkt dit niet mogelijk te zijn. Om de overlast te beperken legt men stil asfalt neer, gaat men werken met snelheidsbeperkende drempels (vooral bij de laatste woningen aan het Westeind) en brede fietssuggestie stroken. In antwoord op vraag 2 zegt de wethouder dat de bijeenkomsten verhelderend en emotioneel waren, dat er door GNK/Fokker en de gemeente goed is geluisterd en opgehaald en dat vandaag door een betrokken groep bewoners is meegedacht over de concrete maatregelen die de komende tijd worden uitgerold. Op vraag 3 geeft de wethouder aan dat de 30 km/uur niet haalbaar is omdat de weg is gecategoriseerd als een gebiedsontsluitingsweg, waarbij een bepaalde inrichting hoort waarmee bv. breder vrachtverkeer mogelijk is. Dit laat onverlet dat er wel een andere adviessnelheid kan worden toegepast.
Afwaarderen kan niet vanwege de verkeersintensiteit en samenstelling van het verkeer. Wanneer men dit toch zou doen, zou de overlast voor bewoners niet voorkomen worden, omdat een 30 km/uur zone anders dient te worden ingericht, met een meer hobbelige bestrating, wegversmallingen en hogere drempel. Al deze maatregelen zorgen ervoor dat er meer geluidsoverlast en luchtvervuiling zou ontstaan. Daarom richt men zich -omdat dit wel een preventief effect kan hebben- op een adviessnelheid van 30 km, ondanks het feit dat dit juridisch niet handhaafbaar is. Inzake vraag 4/5 merkt de wethouder op dat de verkeersmaatregelen voor de westelijke route worden opgenomen in het bestek voor het onderhoud van het asfalt in het 3e kwartaal van dit jaar en is er verder de afgelopen maanden hard gewerkt aan de aanpak van parkeerproblemen in dit gebied. Dit zal ook het komende jaar het geval zijn. Een meer definitieve oplossing verwacht de wethouder na de realisatie van de 2 extra parkeerdekken bij het hoofdkantoor van Fokker. Op vraag 6 wat de raadsleden kunnen doen antwoordt de wethouder dat zij een open houding kunnen houden en oog kunnen blijven houden voor de verschillende invalshoeken. Dit is in nagenoeg alle gevallen en per definitie anders dan het belang van een individuele burger.
Verder kan de raad veel betekenen, vooral voor de bewoners aan de westkant, door volgende week positief te besluiten.
2
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 18 april 2024
05.
Uitvoeringsprogramma Mobiliteitsplan Papendrecht 2024. De heer C. GRIMMIUS geeft aan dat zijn fractie, met uitzondering van besluitpunt 2a, kan instemmen het mobiliteitsplan. Dit omdat men van mening is dat de te nemen maatregelen niet voldoende zijn gemotiveerd. Men ziet de overlast, mede vanwege de vergunningsprocedure voor verdere uitbreiding van Fokker, door deze maatregelen eerder toenemen. Ook ziet men nauwelijks motivatie voor het afwijken van de gestelde kaders in het mobiliteitsplan. Wethouder JANSSEN bevestigt de opmerking van de heer Grimmius dat de € 225.000, - voor de Noordhoek, Westeind en A. Fokkerweg niet voldoet aan het eindplaatje zoals genoemd in het mobiliteitsplan. Dit betreft echter wel aan aantal maatregelen die voor fietsers en wandelaars van belang zijn. Hierbij merkt hij op dat een vrij liggend fietspad (het wensbeeld uit het mobiliteitsplan) veel meer geld zou kosten. Verder merkt de heer GRIMMIUS op dat zijn fractie de op 29 februari toegezegde brief over de te nemen verkeersmaatregelen op de genoemde locatie nog steeds niet heeft ontvangen. Wethouder JANSSEN geeft aan dat deze brief op 16 april is doorgestuurd via de dagmail en is opgenomen op de LIS. Het betreft een breed maatregelenpakket dat vandaag met de bewoners is besproken. Hij zegt toe de raad volgende week (dinsdag of woensdag) te informeren over de uitkomst van het bewonersoverleg.
De heer LEENHOUTS erkent en herkent dat het college prioriteit geeft aan de verkeersmaatregelen rondom Fokker en dat de gevraagde financiën noodzakelijk zijn. Zijn fractie vraagt zich af in hoeverre maatregel D. inzake verkeersmaatregelen in de omgeving het Eiland -die samenhangt met die onder A, B en C.- in de planning en financiële prioritering wordt meegenomen in de aanpak en wat hiervan op de korte termijn de financiële consequenties zouden zijn. De PAB-fractie onderschrijft de voorgestelde maatregelen. Op de vraag van de heer VERWEIJ of de maatregelen onder D. -om tegemoet te komen aan de klachten van omwonenden- eerder uitgevoerd kunnen worden antwoordt wethouder JANSSEN dat men deze maatregelen op dit moment met de bewoners aan het bespreken is. Hierbij is duidelijk geworden dat de bewoners niet gecharmeerd zijn van een aantal zaken die de gemeente heeft bedacht. Om deze reden is het lastig een compleet financieel plaatje voor het maatregelenpakket te geven en neemt men dat deel mee naar de perspectiefnota. Tenslotte vraagt de heer VERWEIJ of er in het kader van hun amendement inzake ‘laaghangend fruit aanpakken’ al actie is ondernomen. De heer BEZEMER sluit zich aan bij de woordvoering van de heer Verweij. 3
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 18 april 2024
De heer HARDAM vraagt wat inzake 2.3. Subsidieregeling mobiliteit de kans is op cofinanciering en hoeveel dit betreft, waarop wethouder JANSSEN aangeeft dat de provincie vaak een bijdrage levert bij de aanleg of het veiliger maken van verkeerssituaties. In dit geval is dit echter niet aan de orde. Uiteraard blijft men kijken naar cofinanciering. Mevrouw KARSO vraagt zich af of met dit voorstel -onder verwijzing naar het vorig jaar gezamenlijk ingediende amendement inzake mobilisatie van inwoners (trappen, stappen, OV) - op korte en (midden) lange termijn de lading wordt gedekt en hier voldoende aandacht voor is. Wethouder JANSSEN merkt op dat in de planning van het mobiliteitsplan voor de komende jaren heel veel gedragsmaatregelen staan genoemd. Verder geeft hij aan dat bij vaststelling van het mobiliteitsplan is afgesproken dat het college over grote investeringen niet zelfstandig besluit, maar deze aan de raad voorlegt. Daar waar de maatregelen normalerwijze in de perspectiefnota zouden worden onderbouwd, heeft men i.v.m. de urgentie m.b.t. de overlast van Fokker- gemeend maatregelen A-C aan de voorkant aan de orde te moeten stellen. Uiteraard zijn er naast deze maatregelen nog zoveel meer zaken van belang, waaronder aandacht voor het toenemende aantal (dodelijke) slachtoffers onder 16-18-jarige fietsers en de verkeersveiligheid voor stappers en trappers.
Tweede termijn Mevrouw KARSO is blij met de aandacht voor de verkeersveiligheid, zij heeft echter niet gehoord wanneer de raad wordt geïnformeerd over het trappen, stappen en openbaar vervoer en vraagt of het beschikbaar te stellen bedrag volstaat voor de complete bevordering van mobiliteit antwoordt wethouder JANSSEN dat men vanuit het mobiliteitsplan niet direct bezig is met het in beweging krijgen van inwoners, maar dat dit vanuit het vitaliteitsakkoord, etc. wel gebeurt. Wethouder JANSSEN zegt toe dat de raad (z.s.m.) binnen 3 maanden een totaaloverzicht van de maatregelen inzake de verkeersveiligheid ontvangt. Op de vraag van de heer HARDAM in hoeverre men -om in aanmerking te komen voor subsidie- voldoet aan de richtlijnen van de CROW antwoordt wethouder JANSSEN dat dit de ondergrens is en men hier altijd aan voldoet. Het voldoen aan de CROW-voorwaarden wil echter niet zeggen dat men altijd in aanmerking komt voor subsidie. De heer BEZEMER dankt de wethouder voor de toezegging dat het Oostelijk deel op korte termijn niet vergeten wordt, waarop wethouder JANSSEN aangeeft dat dit zeker niet het geval is, dat men ook met de bewoners in gesprek is over de mogelijkheden en men hier in de perspectiefnota gedetailleerder op terugkomt. 4
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 18 april 2024
Mevrouw VAN WIJNGAARDEN bevestigt de ontvangst van de brief van 16 april, die antwoord geeft op veel van de gestelde vragen en waarbij zij het idee heeft dat er heel serieus wordt gewerkt aan oplossingen. Zij wacht met belangstelling de uitkomst af van wat er met de betrokken bewoners is besproken. De heer LEENHOUTS is blij om te horen dat inwoners betrokken worden. De heer C. GRIMMIUS merkt op dat de RIB van 16 april nog niet op de gemeentelijke website staat vermeld en dat een paar van de maatregelen die hierin staan vermeld geen invloed hebben en niet werken. Wethouder JANSSEN antwoordt dat men sommige maatregelen moet onderzoeken, men sommige direct in gang kan zetten en men het resultaat van een aantal andere maatregelen af moet wachten. Verder is de heer GRIMMIUS nog steeds niet overtuigd van de motivatie waarom men dit geld zou moeten uitgeven aan maatregelen die niet/nauwelijks bij gaan dragen aan een oplossing en is hij blij dat de wethouder scherp is op de fietsveiligheid. Hij vindt het daarnaast frappant dat er toch is gekozen voor fietssuggestiestroken i.p.v. een aparte fietsstrook op deze locatie. Hij vraagt zich af of de reden is dat aparte fietsstroken anders te veel geld had gekost en dit wordt afgezet tegen het aantal slachtoffers.
Verder vraagt hij zich af wat het college (de suggestie wordt gedaan over een adviessnelheid 30 km/uur, maar staat niet opgenomen in het voorstel) gaat doen voor dit geld, waarop wethouder JANSSEN antwoordt dat men voor de hoek waar de woningen staan (het laatste deel van het Westeind) deze maatregel zeker gaat uitvoeren. In antwoord op zijn vraag of de fietssymbolen op de fietssuggestiestrook worden aangebracht geeft wethouder JANSSEN dat hij dit nog niet heeft overwogen, dat dit mogelijk is, maar dat hij zich afvraagt of dit noodzakelijk is. Hij adviseert de GLfractie hier een amendement voor in te dienen. Afsluitend merkt de heer GRIMMIUS op dat zijn fractie afhankelijk van het antwoord van de wethouder een amendement zal indienen om besluitpunt 2.a. uit het voorstel te halen. Wethouder JANSSEN merkt op dat men er -d.m.v. de fietssuggestiestroken- zelf voor heeft gekozen z.s.m. een betere situatie te creëren, maar dat de ultieme situatie losliggende fietspaden zou zijn. Op dit moment is hier -afgezien van de financiën- geen ruimte voor (men kan de dijk niet breder maken). Nu doet men wat er op korte termijn mogelijk is: bv. het aanbrengen van verkeersdrempels, waardoor de snelheid richting de woningen er voortijdig uit is en het werken met een adviessnelheid die juridisch niet afdwingbaar is, maar wel preventief zal werken.
Mevrouw VAN WIJNGAARDEN merkt per interruptie op dat er op dit stuk sprake is van hoofdwaterkering, waarvoor extra eisen gelden. Op de vraag van mevrouw HOEKSTRA of de aanstaande dijkverzwaring voorziet in een mogelijkheid voor losliggende fietspaden antwoordt wethouder JANSSEN dat de inschatting is dat de 5
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 18 april 2024
dijkverzwaring waarschijnlijk pas tussen 2035-2045 plaatsvindt en dat de dijk hierdoor eerder hoger dan breder wordt. Niets meer aan de orde zijnde adviseert de commissie aansluitend de onderhavige stukken als bespreekstuk door te leiden naar de gemeenteraad. 06.
Vaststelling bestemmingsplan Poldermolen 8. De heer HARDENBOL geeft aan dat zijn fractie i.v.m. het ontbreken van groene gevels een amendement heeft voorbereid, waarin men aangeeft dat de woongebouwen uitsluitend in gebruik mogen worden genomen als deze zijn voorzien van een groene gevel(s) die binnen 3 jaar na oplevering een minimale bedekking van [20-50%] van de totale oppervlakte van de buitenmuren bereiken. Daarnaast zijn de gebruikers, eventueel verenigd in een vereniging van eigenaren, verplicht de groene gevel in stand te houden voor tenminste 3 jaar. Wethouder JANSSEN vindt groene gevels een logische gedachte op deze kenmerkende locatie. Er is in het kader van verkoeling en biodiversiteit echter nog veel meer (sedum daken, 30% verticaal/horizontaal aan het gebouw, etc.) te bedenken dan groene gevels. Hij merkt hierbij op dat men hiermee al vrij ver in het proces is en de omgevingsvergunning bijna is aangevraagd. Om deze voorwaarde toe te voegen vindt men juridisch en financieel niet verantwoord. Als men deze verplichting zou opnemen zou de kopende partij de gang naar de rechter kunnen nemen en zou de mogelijkheid bestaan dat de ontwikkelaar -zoals bij de Veerpromenade- het contract zou kunnen ontbinden. Uit ambtelijke overleg met de projectontwikkelaar is gebleken dat deze zonder dit amendement stappen wil maken om meer groen aan de gevel te realiseren.
Om deze reden zal het college het amendement ontraden. De heer B. GRIMMIUS merkt op dat dit voorstel ingaat tegen de vastgestelde stedenbouwkundige kaders, waarin wordt gesproken van een gebouw niet hoger dan 10 verdiepingen. Wethouder JANSSEN antwoordt dat in het stedenbouwkundige kader inderdaad maximaal 10 staat opgenomen, maar dat er daarna een wijziging heeft plaatsgevonden. Op 27 juni 2023 is de raad geïnformeerd dat men in afwijking van het stedenbouwkundige kader een andere hoogte heeft gevonden. Verder vraagt de heer GRIMMIUS zich af waarom er onderscheid gemaakt wordt tussen Poldermolen en Poldermolen 8, of er nog wel een derde gebouw komt en of er dan een nieuw raadsbesluit nodig is, waarop wethouder JANSSEN antwoordt dat dit voorstel alleen Poldermolen 8 betreft en dat voor de derde woontoren -met een andere eigenaar, waar de Oekraïneopvang zich momenteel bevindt- een nieuwe bestemmingsplanprocedure moet worden gevoerd, waarvoor de raad t.z.t. een apart raadsvoorstel wordt voorgelegd. 6
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 18 april 2024
Tenslotte geeft de heer GRIMMIUS aan het amendement mee te zullen nemen naar de fractie. De heer WOLTERS is blij dat de participatie goed heeft plaatsgevonden. Op zijn vraag naar de tijdelijke (tot eind 2024) bezetting door asielzoekers, hoe men zeker weet dat het COA er uitgaat en wat de consequenties zijn wanneer dit contract verlengd wordt antwoordt wethouder JANSSEN dat men dit nog niet weet. Het COA heeft tot het eind van het jaar getekend en moet de locatie -volgens afspraak met de projectontwikkeling- bij vertrek leeg opleveren. De heer MULDER kan zich namens zijn fractie vinden in het voorstel. Omdat er stedenbouwkundig wordt gesteld dat er natuur inclusief gebouwd moet worden en de grond al is aangekocht vindt men het niet opportuun om aanvullende voorwaarden toe te voegen. Als de groene gevels nog bevorderd kunnen worden is dat mooi, maar men is van mening dat dit niet bindend opgelegd kan worden. De heer LEENHOUTS staat positief t.o.v. het bestemmingsplan en vindt het goed dat inwoners goed zijn betrokken en er goed is gekeken naar de parkeerdruk tijdens kerkbezoek. Verder ziet men dat er sprake is van appartementen tussen de 75-100 m2.
Op zijn vraag naar de verhouding van deze oppervlakten en de plannen voor appartementen van 55 m2 op De Meent antwoordt wethouder JANSSEN dat het oorspronkelijke plan het midden/duur segment was, maar dat de projectontwikkelaar uiteindelijk heeft gekozen voor een mix. Hoe dit er precies uit zal zien weet men pas wanneer de omgevingsvergunning bekend is. Daarnaast vraagt ook de heer LEENHOUTS zich af hoe men tot de afwijking van de stedenbouwkundige kaders voor een bebouwing met een gedifferentieerde hoogteopbouw tussen de 5-10 verdiepingen gekomen. Afsluitend geeft hij aan het amendement in de fractie te zullen bespreken, waarbij hij op voorhand opmerkt dat er aan een verplichting vanuit de reeds gesloten overeenkomst haken en ogen zitten. Mevrouw BOKMA gaat akkoord met het bestemmingsplan. Haar fractie zal het amendement, omdat de stedenbouwkundig kaders reeds zijn vastgesteld, niet steunen. In het verslag van 15 april wordt aangegeven dat groene gevels kunnen worden meegekomen, maar dit is niet vastgelegd middels een amendement. Daarnaast is er in het bestemmingsplan een aantal punten opgenomen die voldoende dekking van groen waarborgen. Om deze reden vindt de VVD-fractie het niet nodig een extra verplichting op te leggen voor groene gevels. Mocht de raad dit in de toekomst wel wensen, kan dit via een amendement worden bewerkstelligd.
Mevrouw VAN WIJNGAARDEN geeft aan dat haar fractie kan instemmen met het 7
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 18 april 2024
bestemmingsplan en is blij dat de participatie goed heeft plaatsgevonden. M.b.t het amendement merkt zij op dat haar fractie (al jaren) van mening is dat er waar het mogelijk groen moet zijn, maar dat bij hele groene gevels het risico bestaat dat de constructie aangepast moet worden, waardoor het veel duurder wordt en het de vraag is of alle bewoners dit wensen. Daarnaast zijn er bij de verkoop van de grond afspraken gemaakt en moet men zich hier als betrouwbare overheid aan houden. Op haar vraag of bij de bouw rekening wordt gehouden met de stroomruggen die onder een deel van het te bebouwen vlak liggen antwoordt wethouder JANSSEN dat de gemeente hier over gaat, dat men -d.m.v. sonderende bodemgesteldheid bekijkt en dit laat beoordelen door een extern deskundige. De heer RIETVELD is heel blij met de bouw van nieuwe woningen, hierbij is hij wel benieuwd of er daadwerkelijk sprake is van een mix van verschillende woningen. Verder verzoekt zijn fractie de parkeerruimte aan de Veerweg goed toegankelijk te maken (voor bezoekers van de kerk en de zorgmolen) vanaf de Veerweg en bereikbaar voor wandelaars naar het Poldermolengebied. Wethouder JANSSEN vindt dit een goed idee en zal dit met de projectontwikkelaar bespreken.
Op de vraag van de heer LEENHOUTS of de huidige gebruikers van het pand al een nieuwe locatie beschikbaar is antwoordt wethouder JANSSEN Tenslotte vindt de CU-fractie het, m.b.t. het amendement, lastig als zaken dwingend of verplichtend worden gesteld, zeker wanneer een besluit al is genomen. De heer HARDAM kan instemmen met het voorstel. M.b.t. de participatie mist zijn fractie de vermelding van de hoeveelheid aanwezige participanten in de referentie van het voorstel en in de participatieverslagen. Wethouder JANSSEN geeft aan dat de inloopavonden door tientallen inwoners, die geen enkel bezwaar op de voorliggende plannen hebben gehad, zijn bezocht. Ondanks het feit dat hij dit niet relevant acht voor dit bestemmingsplan, is de wethouder wel bereid het precieze aantal door te geven. Tenslotte zal de OP-fractie het amendement in de fractie bespreken, waarbij ook zij vragen hebben over de constructieberekening. Tweede termijn De heer HARDAM verzoekt voortaan het aantal participanten vast te leggen in een verslag. Wethouder JANSSEN zegt dit toe. De heer LEENHOUTS vraagt of het college formeel heeft getoetst of er een afwijking stedenbouwkundige kader mag plaatsvinden, waarop wethouder JANSSEN aangeeft dat dit -zijns inziens- een college bevoegdheid betreft en dit een logische afwijking is. Mocht er geen sprake zijn van een college bevoegdheid komt hij hier voor dinsdag op terug. 8
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 18 april 2024
Ook de heer B. GRIMMIUS vraagt naar de afwijking van de stedenbouwkundige kaders. Verder merkt hij op dat de middel dure woningen sinds 2021 nog veel duurder zijn geworden en is hij bang dat deze inmiddels niet meer bereikbaar zijn voor starters of jongeren. Wethouder JANSSEN merkt op dat men niet in de toekomst kan kijken. Omdat er hoger wordt gebouwd is dit voor de projectontwikkelaar makkelijker haalbaar om -in tegenstelling tot wat aanvankelijk de bedoeling was- ook aan starterswoningen te denken. M.b.t. het amendement stelt de heer GRIMMIUS voor, omdat is gebleken dat de projectontwikkelaar bereid is om mee te denken, het woord verplichting uit het amendement te halen. De heer HARDENBOL realiseert zich dat het amendement inderdaad wat laat is, maar zegt dat zijn fractie dit onderwerp in 2021 ook ter sprake heeft gebracht, waarop de ambtenaar heeft aangegeven dit eventueel mee te kunnen nemen in de verdere uitwerking. Ondanks dat de projectontwikkelaar hiervoor open staat, wenst zijn fractie het amendement wel in stand te houden, maar staat men open voor onderhandeling over de invulling van het amendement. Hierbij vindt men de instandhoudingsverplichting wel heel belangrijk.
Wethouder JANSSEN merkt hierbij op dat de ontwikkelaar zeker bereid is om extra kansrijke maatregelen te onderzoeken en voor te leggen, maar dat een verplichting te ver gaat omdat dit tornt aan de haalbaarheid en dit de planning onder druk zet. Op de vraag van de heer HARDENBOL of het college het amendement wanneer dit zich alleen richt op de instandhoudingsverplichting kan steunen, antwoordt wethouder JANSSEN dat het logisch is dat iets wat gebouwd wordt onderhouden zou worden. Het is hierbij een algemene regel dat men bij de bouw niet van plan is dit te laten verwaarlozen. Onder het oorspronkelijke stedenbouwkundige kader zijn er zoveel duurzame en groene maatregelen opgenomen en de projectontwikkelaar bezig is dit te vertalen in de omgevingsvergunning. Dit amendement voegt zijns inziens niet veel toe. Niets meer aan de orde zijnde adviseert de commissie aansluitend de onderhavige stukken als bespreekstuk door te leiden naar de gemeenteraad. 07.
Eerste burgerbegroting van Papendrecht. De VOORZITTER merkt op dat aan dit agendapunt geen raadsvoorstel ten grondslag ligt, maar dat dit is toegevoegd n.a.v. de beeldvormende sessie van 4 april. Men wenst van gedachten te wisselen over een aantal vragen om richting te geven aan een eerder aangenomen motie: - Welk van de gepresenteerde drie modellen heeft de voorkeur? - Welk bedrag wil men beschikbaar te stellen voor projecten in de pilotfase? - Welk bedrag wil men beschikbaar stellen voor ondersteuning en begeleiding? 9
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 18 april 2024
De heer B. GRIMMIUS merkt op dat deze motie is bedoeld om de burger mee te laten beslissen over zaken die hun woonomgeving raken. Men stelt voor het gesprek over het model opnieuw te voeren en een bedrag van € 127.000, - (incl. ambtelijke kosten) te reserveren. Hierbij geeft hij aan dat de uitvoeringskosten zeker minder dan de helft dienen te zijn. De heer VAN DEN DOOL sluit zich aan bij de voorkeuren van de heer Grimmius. Zijn fractie heeft geen voorkeur voor het model. Men ziet -met veel waardering voor de voorbereiding- veel nadelen aan deze modellen. Men is geschrokken van de ambtelijke kosten en heeft het gevoel dat men in een model gerommeld is geraakt. Om deze reden stelt ook zijn fractie voor dit de komende maanden verder te verkennen en een bedrag via de perspectiefnota te reserveren voor 2025. Daarnaast ziet hij bij deze modellen het gevaar dat inwoners steeds minder enthousiast zullen zijn om mee te doen. Het lijkt hem daarom goed om open te staan voor andere modellen. Hij noemt hierbij bv. de Beekdaelse burgerinitiatieftafel, initiatieven waar 100 of 1000 inwoners zaken bij de raad onder de aandacht brengen, of nieuwe vormen van inrichting van een gebied met inwoners te bespreken. Het lijkt de VOORZITTER een goed idee om de expertise van de heer Van den Dool op dit onderwerp te gebruiken. De heer BOERSMA is het eens met de woordvoering van de heer Van den Dool.
Hierbij merkt hij op dat het besluit over deze motie beter had gekund, maar dat het wel veel meer inzicht in de burgerbegroting heeft opgeleverd. Voor de invulling van de motie geeft zijn fractie de voorkeur aan een model dat meer aansluit bij de manier van werken van de gemeente Papendrecht. M.b.t. het bedrag en de verhouding van de kosten vindt men tenminste € 115.000, - voor ambtelijke kosten heel hoog. Hierbij vindt men dat het bedrag zeker niet hoger moet zijn dan € 127.000, - en dat dit een totaalbedrag moet zijn. Hierbij gaat -ook i.v.m. de kosten- de voorkeur van zijn fractie uit naar het aansluiten bij reeds bestaand beleid en participatietrajecten. Mevrouw BOKMA merkt op dat er destijds -omdat de VVD-fractie hier niet voor heeft gestemd- geen sprake was van een unaniem aangenomen motie, dat men met geen van de modellen instemt en ook geen aanleiding ziet een bedrag beschikbaar te stellen. Haar fractie is niet tegen burgerinitiatieven, maar is van mening dat er al veel gebeurt in de gemeente, dat een burgerbegroting niets toevoegt en dat bestaande wijkbudgetten en potjes voldoende zijn. De heer VERWEIJ heeft -op grond van voortschrijdend inzicht- geen voorkeur voor een model, maar ziet er meer in om inwoners mee te laten praten/ontwerpen aan een plan dat al uitgevoerd gaat worden. De PAB-fractie 10
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 18 april 2024
staat positief t.o.v. het vrijmaken van middelen voor deze projecten, waarbij het grootste deel van het budget zal zijn voor de inwoners. Zijn fractie is het niet eens met een verdeling van 91% t.b.v. ondersteuning en 9% t.b.v. de burgers. Men zou graag een bedrag in de perspectiefnota opnemen van ca. € 100.000, - met de verhouding 80% voor de burgers en 20% voor ondersteuning. Ook de heer BEZEMER vindt de genoemde 9% dat overblijft voor de burgers niet genoeg. Ook zijn fractie heeft geen voorkeur voor 1 van de 3 modellen, maar zou de burgers -ook om de kosten te drukken- liever meer inspraak geven bij projecten die toch uitgevoerd gaan worden. Zijn fractie denkt aan een totaalbedrag tussen ca. € 100.000, - en € 127.000, -, waarbij hij de verhouding tussen ondersteuning en burgers lastig te duiden vindt, maar wel anders moet zijn. De heer HARDAM is het niet eens met de verhouding van de kosten en is daarom ook van mening dat hier de komende maanden verder over gesproken dient te worden. Verder denkt men aan een minimum van € 65.000, - voor de inwoners excl. proceskosten en wenst men zich niet te limiteren aan een bedrag. Ook de heer HARDENBOL wenst, op aanraden van de heer Van den Dool, verder over de andere modellen te spreken. Qua bedrag denkt zijn fractie aan ca. € 50.000, - voor de projecten + uitvoeringskosten.
Het totaalbedrag wenst men -in de verwachting dat die kosten zullen meevallen- aan het college over te laten. Verder spreekt men de wens uit om ook sociale projecten onderdeel te laten zijn van de burgerbegroting, om ambtenaren de ruimte te geven voor eigen invulling en ideeën, voor een evaluatie op hoofdlijnen en uitkomsten van het proces en voor diversiteit in de participatie te bewerkstelligen. In antwoord op de vraag om een toezegging op de diversiteit vindt wethouder KOSTEN het nog te vroeg om een toezegging te geven. Mevrouw KARSO heeft namens haar fractie geen voorkeur voor een model en wenst de komende maanden andere modellen te verkennen. Afhankelijk van het model wenst men aan te sluiten bij initiatieven en te kijken naar de gewenste bedragen. Men wenst nog geen bedrag te noemen, maar spreekt de voorkeur uit om niet te veel aan uitvoering uit te geven. Wel vraagt men zich af of het realistisch is om dit al in de perspectiefnota mee te nemen. Omdat men in 2025 aan de slag wil vindt wethouder KOSTEN het opportuun om een bedrag op te nemen in de perspectiefnota. De VOORZITTER merkt op dat aanpassing van dit bedrag bij de begroting altijd een mogelijkheid is. De VOORZITTER concludeert inzake vraag 1 dat niemand een definitief model wil kiezen, maar dat een ruime meerderheid dit nader beeldvormend wenst te 11
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 18 april 2024
bespreken. De heer VAN DEN DOOL zal hierin, op verzoek van de VOORZITTER, met de griffie overleggen hoe hij hierin vanuit zijn expertise, samen met de ambtelijke ondersteuning, een rol spelen. De heer VERWEIJ vindt dat het uitgangspunt hierbij moet zijn dat men een model zoekt waarbij inwoners echt kunnen participeren. Reactie college Wethouder KOSTEN merkt op dat dit het budgetrecht van de raad betreft en dat het de vraag is of het initiatief voor beeldvorming bij de raad of bij het college moet liggen. Samenvattend vindt iedereen het een mooi thema om mee aan de slag te gaan, zal het model in het najaar verder besproken worden, vindt men de uitvoeringskosten te hoog en wenst men vooral op een praktische manier te kijken naar verbinding met zaken die men al doet. Het totaalbedrag dat opgenomen moet worden in de perspectiefnota is ca. € 100.000, -, met een betere verdeling tussen de uitvoeringskosten en het bedrag voor de projecten. De heer BOERSMA stelt voor dat een raadswerkgroep de beeldvormende sessie voor de tweede helft van 2024 voorbereidt. De heer B. GRIMMIUS voelt zich, als indiener van de motie, verplicht mee te denken over de inrichting hiervan. Hij roept de VVD-fractie in het kader van participatie op zich hier ook bij aan te sluiten. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN merkt, i.v.m.
de verdeling van de kosten, op dat het proces begeleid moet worden en de communicatie geregeld moet worden. De heer VAN DEN DOOL belooft haar voorbeelden met heel weinig uitvoeringskosten aan te zullen dragen. De heer BEZEMER vindt een raadswerkgroep i.c.m. het ambtelijke apparaat een goed idee. Mevrouw KARSO geeft niet de voorkeur aan een raadswerkgroep, maar wenst met ambtelijke voorbereiding- zoveel mogelijk in de beeldvormende bijeenkomst te bespreken. Ook haar fractie is voor het aansluiten bij bestaande participatie structuren om de kosten zo laag mogelijk te houden. Mevrouw BOKMA merkt op dat de aangenomen motie inderdaad van iedereen is en dat de VVD-fractie uiteraard mee wenst te spreken over voorbeelden waarbij de uitvoeringkosten minimaal zijn. Wel vindt zij het woord burgerbegroting verwarrend en vindt zij inwonersbudget een beter woord. De VOORZITTER concludeert dat er vanuit de griffie een uitnodiging komt voor een adhoc werksessie ter voorbereiding van een beeldvorming in het najaar. Voor de perspectiefnota wordt een bedrag gereserveerd van ca. € 100.000, -. De wens is dat een groot deel (minimaal de helft) hiervan naar de projecten gaat. 12
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 18 april 2024
Niets meer aan de orde zijnde wordt dit agendapunt afgesloten. 08.
Sluiting. Niets meer aan de orde zijnde sluit de VOORZITTER de vergadering om 22.35 uur onder dankzegging aan eenieder voor diens inbreng. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de 2024. De heer G. van Egmond (Interim griffier)
Mevrouw T.C. van Es (voorzitter)
Lijst met toezeggingen 1. Uitvoeringsprogramma Mobiliteitsplan Papendrecht 2024. Portefeuillehouder Janssen De portefeuillehouder zegt toe de raad z.s.m. te informeren over de uitkomst van de bewonersbijeenkomst. 2. Uitvoeringsprogramma Mobiliteitsplan Papendrecht 2024. Portefeuillehouder Janssen De portefeuillehouder zegt toe de raad binnen 3 maanden te voorzien van een totaaloverzicht van de verkeersmaatregelen. 3. Vaststelling bestemmingsplan Poldermolen 8: toegankelijkheid parkeerruimte Veerweg. Portefeuillehouder Janssen De portefeuillehouder zegt toe het voorstel de parkeerruimte aan de Veerweg vanaf de Veerweg goed toegankelijk te maken (voor bezoekers van de kerk en de zorgmolen) en bereikbaar voor wandelaars naar het Poldermolengebied met de projectontwikkelaar te bespreken. 4. Vaststelling bestemmingsplan Poldermolen 8: deelname participanten. Portefeuillehouder Janssen De portefeuillehouder zegt toe het aantal participanten aan bewonersavonden voortaan vast te laten leggen in een verslag. 5. Vaststelling bestemmingsplan Poldermolen 8: Toetsing afwijking stedenbouwkundig kader. Portefeuillehouder Janssen De portefeuillehouder komt er voor dinsdag op wanneer er geen sprake is van college bevoegdheid inzake de afwijking van het stedenbouwkundig kader. 13