CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag Oordeel 15.5.2025.pdf

Oordeelsvormende vergadering Papendrecht 12 juni 2025, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 4: Vaststellen verslag oordeelsvormende vergadering 15 mei 20258.406 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 15 mei 2025

BESLUITENLIJST VAN DE OPENBARE OORDEELSVORMENDE VERGADERING d.d. 15 mei 2025. Een integrale geluidsopname van deze vergaderingen is te beluisteren op www. papendrecht.nl Aanwezig: De heer P.J. van der Giessen, voorzitter; De heer M.H.A. Verweij (PAB), mevrouw H.M. van Wijngaarden (PAB), mevrouw A. van Gent (PAB), de heer R. Lammers (OP), de heer M.G.C.H. Hardam (OP), de heer I. Brands (OP), mevrouw A. Bokma (VVD), de heer D. Stouthart (VVD), de heer R. Schuil (CDA), mevrouw A.A.S. Stigter (CU), de heer A. Rietveld (CU), mevrouw D. Yildiz-Karso (PvdA) (vanaf 21.15 uur), de heer T.H. Wolters (PvdA), de heer Y. Hardenbol-Kroek (D66), de heer N. van Heteren (D66), de heer A.J. Boersma (SGP), de heer W. Goudriaan (SGP), de heer P.C Grimmius (GL) en de heer B.H. Grimmius (GroenLinks). Mevrouw M.J.M. van Driel, burgemeester; Mevrouw W. Renzen - Van Leeuwen, portefeuillehouder; De heer J.D. van der Borg, portefeuillehouder; De heer J.L. van Erk, portefeuillehouder; De heer A.J. Kosten, portefeuillehouder. De heer M. Hermans, interim griffier; De heer J. Lier, plv. griffier. Afwezig: de heer A.M.J.M. Janssen, portefeuillehouder. 01.

Opening. De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom. Mevrouw Karso zal iets later zijn.

02.

Vaststellen agenda. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

03.

Mededelingen. Er zijn geen mededelingen.

04.

Vaststellen verslag 10 april 2025. Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.

05.

Vragenkwartier. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN stelt de volgende vragen inzake het herhaalde verzoek m.b.t. brandveiligheid in appartementencomplexen (met kwetsbare bewoners). 1

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 15 mei 2025

1. Welke vorderingen zijn er sinds de vorige controles gemaakt? 2. Is er contact geweest/ is de controle (ook voor vluchtroutes) uitgevoerd aan complexen van vastgoedbeheerders? 3. Wordt er gehandhaafd op barbecues op balkons (die vanaf de straat waarneembaar zijn)? 4. Zo ja, kunt u die informatie met ons delen? 5. Zo nee, op welke termijn kan de wethouder toezeggen dat alle complexen zijn gecontroleerd? Burgmeester VAN DRIEL zegt (bij afwezigheid van wethouder JANSSEN) dat de veiligheidsregio Zuid- Holland-Zuid op dit moment de volgende gebouwen heeft bezocht. Het betreft de Eilandstraat 39-67, Zernikelaan 634-790, 678-782, 318474 en 476-632, de Kleine Waal 30, Aviolandaplein 43-59, geheel de Slobbengors weg (op 1 na), geheel het Merwehoofd (op 1 na) en Veerdam 59-147. De bevindingen van de veiligheidsregio bij deze gebouwen betreffen vooral kleinere gebreken, zoals lekkages en spullen in de gang. De veiligheidsregio ziet ook dat de leeftijd van het gebouw invloed heeft op de brandveiligheid. Het is logisch dat er in oudere gebouwen vaak meer opmerkingen te maken zijn dan in de nieuwere. Deze zijn namelijk gebouwd volgens de toenmalige eisen, maar dat betekent niet dat de gebouwen dan ook slecht zijn. In alle gebouwen die de veiligheidsregio tot nu toe heeft bezocht waren de vluchtroutes in orde.

Natuurlijk heeft de veiligheidsregio wel opmerkingen gemaakt dat brandbare spullen niet meer in de vluchtwegen mogen staan. Dit als gevolg van de nieuwe regelgeving hieromtrent. Verder controleert de veiligheidsregio niet op barbecues op balkons. Of dit is toegestaan staat in het reglement van het woongebouw via de VVE of de woningbouwcorporatie. Dit gaat niet alleen over brandveiligheid, maar bv. ook over rookoverlast voor de buren. De veiligheidsregio heeft vanuit strategisch oogpunt voor het project woongebouwen gekozen om eerst de gebouwen met inpandige gangen en hoger dan 20m te bezoeken. Een incident in een dergelijk gebouw heeft namelijk de meeste impact, zowel voor bewoners als voor de hulpdiensten. Afsluitend merkt zij op dat de veiligheidsregio volgens planning dit jaar al deze gebouwen wil bezoeken en in 2026 zullen de lagere gebouwen aan de aan de beurt komen. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN is blij met het resultaat, maar zou het op prijs stellen wanneer het vervolg nog in 2025 zou plaatsvinden. Mevrouw BOKMA stelt de volgende vragen inzake de hulpvraag van de gemeente Dordrecht aan de andere Drechtsteden gemeenten inzake de opvang van de i.v.m. de sluiting van Crown Point: 1. Heeft het college een verzoek ontvangen vanuit Dordrecht? 2. Welke reactie is vervolgens door het college aan de gemeente Dordrecht gegeven? 2

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 15 mei 2025

Burgemeester VAN DRIEL zegt dat dit verzoek mondeling al in april is gedaan bij de regionale regietafel en daar door Papendrecht ook al op is gereageerd. Daarna heeft men de brief van de gemeente Dordrecht ontvangen, waarop vandaag een antwoord is uitgegaan. Op hoofdlijnen geeft deze brief het volgende aan: Het college is de gemeente Dordrecht dankbaar voor de bijdrage aan de Oekraïneopvang, waarin zij tot op heden heeft voorzien. In onze gemeente op dit moment een locatie vinden voor de opvang van 50 Oekraïners is helaas niet realistisch te noemen. Het college gaat zich echter wel inspannen om een locatie te vinden t.b.v. een kleinschalige opvang van Oekraïners. We treden daartoe ambtelijk in overleg met de kerken en Rivas, in de hoop en verwachting dat zij ons kunnen helpen bij het vinden van een opvanglocatie van 5 tot 10 personen, beschikbaar op het moment dat de locatie nodig is voor Dordrecht. Onze huidige panden die vallen onder het gemeentelijk vastgoed lijken helaas niet te kunnen dienen als opvanglocatie. Verder geeft zij aan dat men al ruimere tijd bezig is met de zoektocht naar opvanglocaties. Hieraan heeft men ook gerefereerd tijdens de regionale regietafel. Dit heeft helaas tot op dit moment nog niet geleid tot mogelijkheden voor extra locaties. Men zal zich daartoe echter blijvend inzetten. De heer C.

GRIMMIUS vraagt naar de toezegging van wethouder Janssen om binnen een week schriftelijk terug te komen op hun eerder gestelde vragen inzake de berichtgeving intaketafel ’t Zand. Burgemeester VAN DRIEL zegt dat dit een actuele vraag is die men nog moet uitzoeken en dat men hier een reactie op kan verwachten. 06.

Ingekomen stukken. De heer RIETVELD merkt inzake A06. Uitkomst intaketafel natuurbegraafplaats Vriesenpolder op dat de uitkomst van de intaketafel negatief is. Hierbij wordt onder o.a. verwezen naar het provinciale beleid, dat gericht is op bescherming van landbouwgrond tegen bebouwing. Hij vraagt of een dergelijk initiatief er niet juist aan bijdraagt om het groene karakter van de polder te behouden en de biodiversiteit te stimuleren. Ook vraagt hij in hoeverre het belang van de voorraad landbouwgrond echt opweegt tegen dit soort kleinschalige initiatieven. Ook m.b.t. A08. Uitkomst intaketafel Schooldwarsstraat 48 en het realiseren van woningen in het pand van de oude school was de uitkomst van de intaketafel negatief. Hierbij wordt verwezen naar de kantorenstrategie. Zijn vraag is of er in Papendrecht daadwerkelijk een ondercapaciteit van kantoorruimte is, waardoor dat belang zwaarder weegt dan het realiseren van woningen. In zijn beleving is het juist een trend dat thuiswerken de kantoorbehoefte drastisch laat dalen en ook om ons heen ziet men een enorme leegstand van kantoorgebouwen, die vaak 1 op 1 worden omgezet in appartementen. Burgemeester VAN DRIEL geeft aan schriftelijk op beide vragen terug te komen. 3

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 15 mei 2025

Ook de heer B. GRIMMIUS heeft een vraag inzake A06. Uitkomst intaketafel natuurbegraafplaats Vriesenpolder. Het antwoord is dat het niet wenselijk blijkt te zijn, waarbij als argument het omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland wordt aangehaald. Zijn fractie vraagt of het college zelf wel positief tegenover het aanleggen van een natuurbegraafplaats in Papendrecht staat. Daarnaast vraagt hij of deze beoordeling automatisch betekent dat ook bebouwing in de Vriesenpolder niet gerealiseerd kan worden met hetzelfde argument. Verder merkt hij op dat in de omgevingsvisie de Vriesenpolder niet wordt aangemerkt als landbouwgebied, maar als bos en groen en vraagt zich af of de reactie van het college dan wel klopt. Burgemeester VAN DRIEL geeft aan dat ook deze vragen schriftelijk (via de dagmail) zullen worden beantwoord. De commissie adviseert aansluitend de onderhavige stukken door te leiden naar de gemeenteraad. 07.

Insprekers over niet geagendeerde onderwerpen. -

08.

Samenlevingsvisie Papendrecht. De heer SCHUIL zal instemmen met de samenlevingsvisie. Hierbij merkt hij op dat het stuk wat zijn fractie betreft tussen de omgevingsvisie en de toekomstige strategische visie in zit. Men gaat er daarom vanuit dat de toekomstige strategische visie wel leidend wordt als er punten worden aangepast en niet dat de samenlevingsvisie de strategische visie gaat bepalen. Afsluitend noemt hij de suggestie om naast vrijwilligersorganisaties ook de mantelzorgers en de culturele- en sportverenigingen te noemen. De heer GOUDRIAAN noemt de internationale dag/week van het gezin, waarbij op tal van manieren aandacht wordt gevraagd voor zaken waar ook het gezin mee te maken heeft. Samenleven begint in het gezin: een stabiel gezin heeft een positieve invloed op elk lid binnen dat gezin en op de brede kring rondom dat gezin. Het versterkt de sociale, economische en mentale gezondheid. De SGP-fractie vindt het mooi om te zien dat deze gemeenschapsgerichte benadering nadrukkelijk terugkomt in de nieuwe samenlevingsvisie. In veel gestelde prioriteiten kan men zich vinden, zoals het inspireren en stimuleren van inwoners om voor elkaar, hun kinderen en hun ouders van betekenis te zijn. Men vindt het ook goed dat er prioriteit gegeven wordt aan het ondersteunen en waarderen van mantelzorgers en het tijdig signaleren van problemen in gezinnen.

Men vraagt zich echter wel af op welke problemen het college precies doelt, omdat de echtscheidingsproblematiek of relationele problemen waar de SGP al eerder aandacht voor heeft gevraagd, in deze visie niet voorkomen. Verder vindt men het terecht dat er in deze visie ook wordt gesproken over vertrouwen in de overheid, maar mist hij dit wel bij de prioriteiten die geformuleerd zijn. Tot slot vraagt de heer GOUDRIAAN naar de 4

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 15 mei 2025

inzet op suïcide preventie, waarover vorig jaar bij de perspectiefnota hun motie is aangenomen. Hoewel er mooie woorden worden gesproken over mentale gezondheid ziet hij in de samenlevingsvisie geen specifieke ambitie op dit punt. Mevrouw STIGTER vindt het een prachtig document en is blij met de manier waarop de visie tot stand is gekomen. De opzet, waarbij de prioriteiten zijn aangegeven, maakt het makkelijker om keuzes in de uitvoering te maken. Toch is haar fractie bezorgd over de toename van het huiselijk geweld, de problematiek onder jongeren en in het bijzonder de toename van het aantal mensen die aan suïcide denken. Het valt op dat Papendrecht op deze onderwerpen hogere getallen laat zien dan in de regio. Men vraagt zich af, wanneer vanuit deze visie een actieagenda wordt gemaakt, op welke manier de keuzes m.b.t. de (hoogste) prioriteiten gemaakt gaan worden en hoopt dat dit onderwerp de hoogste prioriteit zal krijgen. Daarnaast noemt mevrouw STIGTER het vrijwilligerswerk en nieuwe en creatieve ideeën t.b.v. het werven van vrijwilligers (voor flexibele, kortdurende projecten). Mevrouw BOKMA merkt op dat de samenlevingsvisie een beeld schetst van waar Papendrecht over 20 jaar wil zijn, hetgeen vervolgens verder uitgewerkt wordt in uitvoeringsplannen. De visie benadrukt het belang van sociale verbindingen en de inzet van vrijwilligers.

Dit sluit aan bij het liberale idee dat mensen verantwoordelijkheid dragen voor elkaar en de samenleving en niet alleen voor zichzelf. De VVD-fractie wil meegeven dat er in de uitvoeringsplannen rekening gehouden moet worden met de vrijheid van inwoners om hun leven naar eigen inzicht vorm te geven. Gezonde keuzes makkelijker maken is een goed streven, maar laat aan iedere inwoner wel de vrijheid om ook ongezonde keuzes te mogen maken. Er is een mooie lijst van indicatoren opgenomen, de VVD-fractie mist echter de streefwaarden voor over 20 jaar. Voor de VVD-fractie geldt: bijsturen doe je op basis van streefwaarden en niet uit de losse pols. De heer VERWEIJ vindt dat de opgestelde samenlevingsvisie zeer idealistisch overkomt. De vraag is dan ook hoe realistisch dit is wanneer het op uitvoeringsplannen aankomt. Mogelijk zullen er dan weer beperkende keuzes gemaakt moeten worden. Een van de risico's met niveau hoog zijn de arbeidstekorten en de vraag hierbij is welke strategieën er ontwikkeld gaan worden om dit probleem aan te pakken. Wanneer het antwoord is met AI en robots, merkt hij op dat dit heel veel problemen kan opleveren (elektriciteitsproblemen of robots die zelfs al terugslaan). Verder wordt er gesproken over het inschakelen van ervaringsdeskundigen, hetgeen d.m.v. opleiden gerealiseerd moet worden.

Een ander risico blijft de stijgende kosten en de samenwerking tussen partners die verbeterd moet worden. Hij vraagt of de gemeente voldoende instrumenten in handen heeft om deze samenwerking te verbeteren en efficiënter te maken. Verder noemt de heer VERWEIJ het risico van de toenemende complexiteit van hulpvragen, waarvoor extra opgeleide professionals nodig zijn. Het volgende probleem voor de arbeidstekorten. Verder noemt hij het probleem van de eenzaamheid, in 5

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 15 mei 2025

Papendrecht liggen de percentages hoger dan het landelijk gemiddelde. De partijen in de Tweede Kamer hebben in het verleden bv. de zgn. bejaardenhuizen afgeschaft, met de boodschap dat ouderen die willen heel lang in hun eigen huis blijven wonen. Dit geeft nu echter heel veel nieuwe problemen die men moet oplossen. De vraag hierbij is of men steeds weer op vrijwilligers en mantelzorgers kan rekenen om dit op te lossen. Tenslotte noemt de heer VERWEIJ de financiën en de vraag of er is getoetst hoe men dit (de extra uitgaven) in de toekomst allemaal gaat realiseren t.o.v. de eigen financiële toekomst. De visie is een mooi pamflet, maar de uitvoering zal nog veel van mensen en financiën vergen. De heer B. GRIMMIUS vindt de samenlevingsvisie een goed document, dat goed leesbaar is opgesteld. Het is mooi om te lezen dat veel partners daar input aan hebben geleverd. M.b.t. het participatieverslag wordt aangegeven dat men gesprekken heeft gevoerd met 90 vrijwilligers, professionals en inwoners, waarvan tevens wordt gesteld dat men met 86 inwoners gesprekken heeft gevoerd. Op de lijst van geïnterviewden staat daarnaast slechts 1 sportvereniging aangegeven. Graag ontvangt men hier nadere uitleg over. Tevens vraagt hij of het klopt dat ook de hulpverleningsorganisaties helemaal niet in dit proces betrokken zijn. In de samenlevingsvisie staat op pag.

20 de cirkel van de intergenerationele problematiek. Hieruit leest men dat oorzaak en gevolg vaak een causaal verband hebben en vraagt zijn fractie welke problematiek prioriteit heeft/krijgt om deze cirkel te doorbreken. De blauwe kaders geven de prioriteiten aan. Op zijn vraag hierover in de beeldvormende sessie gaf men aan dat alles belangrijk is. Hij heeft echter reeds diverse fracties horen zeggen dat er keuzes gemaakt zullen moeten worden. Op grond waarvan gaan die keuzes dan gemaakt worden? Alles doen is een utopie en alles goed doen al helemaal. Afsluitend noemt ook zijn fractie de indicatoren: hoe meet of evalueert men of men op de goede weg is? De heer VAN HETEREN spreekt zijn waardering uit voor de poging om richting te geven aan een sociaal beleid in de gemeente Papendrecht. Men herkent de inzet en ziet waardevolle elementen, maar tegelijkertijd is men niet tevreden over deze visie, omdat een visie keuzes moet durven maken. Men moet laten zien waarom men iets doet en niet alleen wat men doet. In dit stuk leest men veel goede bedoelingen, maar weinig politieke scherpte. Het blijft hangen in abstracties, zoals nabijheid, verbinden en 3 sporen, zonder duidelijk te maken wat voor samenleving men eigenlijk wil zijn.

Men begrijpt dat er wordt gewerkt aan een strategische visie waarin mogelijk wel die richting wordt uitgewerkt, maar ook deze samenlevingsvisie vraagt om helderheid. Hierin zou het sociaal fundament van het beleid moeten staan en zijns inziens ontbreekt dat fundament. De visie benoemt weliswaar belangrijke knelpunten, zoals eenzaamheid, gezondheidsachterstanden en druk op de zorg, maar verbindt daar nauwelijks richtinggevende keuzes aan. Integendeel: er staat zelfs letterlijk dat de inzet door de tijd heen kan wisselen. Daarmee wordt deze visie een handboek voor beleidsruimte en niet voor een duidelijke bestuurlijke koers. Neem jongeren, in de visie worden zij vooral 6

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 15 mei 2025

benaderd vanuit problemen. Letterlijk staat hierover: ongezonde verleidingen en het ontbreken van vaardigheden. Waar is het perspectief op talentontwikkeling en geloof in jongeren als kracht en niet als risico? Termen als sport, cultuur, maatschappelijke stage of informele leerroutes komen nergens terug als instrument om jongeren te verbinden, te inspireren of in hun kracht te zetten. Ook het versterken van gezinnen, scholen en buurtnetwerken als fundament van veerkracht wordt nauwelijks uitgewerkt. Verder schrijft de visie: ‘In Papendrecht dus veel maatschappelijke betrokkenheid, onder meer via het rijke verenigingsleven. Er zijn meerdere sportverenigingen, verenigingen voor culturele activiteiten en geloofsgemeenschappen zoals kerken. Dankzij deze initiatieven is er voor veel inwoners wat te doen. Dit maakt het mogelijk dat inwoners zich onderdeel van de gemeenschap kunnen voelen’. Dit is een mooie constatering, maar hoe gaat men dit rijke verenigingsleven benutten, versterken en hierin investeren? Waar maakt men die keuze? Ook op monitoring en effectmeting mist men iets fundamenteels. In de presentatie aan de raad over Sterk Papendrecht werd het aantal contactmomenten gepresenteerd als een prestatie indicator, zonder enig doorvertaling naar de ervaren impact op inwoners. Niet hoeveel mensen men spreekt moet centraal staan, maar wat een gesprek doet.

Voelt iemand zich gezien en geholpen? Als raad geeft men onvoldoende richting mee, men stuurt op kwantiteit en niet op kwaliteit. Deze week las hij een prachtig voorbeeld van een vrijwilliger bij Sterk Papendrecht, dat aantoonbaar eenzaamheid vermindert. Dat verhaal wil zijn fractie zien, maar toch leest men in de visie niets over het ontwikkelen van kwalitatieve effectmetingen of ervaringsgericht inzicht. Tot slot wil de D66-fractie geen samenleving waarin mensen pas ondersteuning krijgen als het misgaat. Men wil een samenleving waarin mensen zelf kansen kunnen pakken, als de gemeente die kansen mogelijk maakt. Dit vraagt om investeren in de sociale basis, in ontmoeting, vertrouwen, ontwikkeling, sterke buurten en gelijkwaardige partnerschappen. Om een overheid die dichtbij is, maar niet dominant, die mensen niet stuurt, maar ondersteunt om te bloeien. Precies dat ontbreekt volgens zijn fractie in deze visie. Maar men blijft graag in gesprek over de verdere uitwerking, want deze visie hoeft geen eindpunt te zijn. Men hoopt dat de aankomende strategische visie wel een duidelijke politieke en bestuurlijke richting gaat geven aan de samenleving, want dat verdient Papendrecht. De heer WOLTERS merkt op dat zijn fractie zich afvraagt of men niet te vroeg is met deze visie. Men zit midden in het proces van de gemeentelijke strategische visie.

Een visie die men samen met de samenleving, de regio en bedrijven gaat vormen. Er is dus een reële kans dat de visie die nu voorligt -straks of op de korte termijn- niet meer voldoende bruikbaar is. Op pag. 48 staat het procesverloop aangegeven en in de toelichting hierop staat dat met deze visie de juiste onderwerpen die het college wil veranderen en verbeteren een plek krijgen in uitvoeringsplannen. Zijn fractie vraagt zich af wat dit concreet betekent, welke onderwerpen voorrang krijgen en welke onderwerpen met het vaststellen van deze visie wellicht geen enkele aandacht meer krijgen. Op pag. 39 staat in het prioriteitenkader bij het onderwerp van werk tot 7

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 15 mei 2025

dagbesteding: “met als uitgangspunt dat inwoners binnen de beroepsbevolking kunnen werken als zij dat willen”. Dat woordje vindt zijn fractie te vrijblijvend, dit zou gewijzigd moeten worden in kunnen. Tot slot mist men op pag. 61 een aantal belangrijke thema's, zoals de aanpak van kans ongelijkheid en diversiteit en inclusiviteit. (Schorsing 20.40 – 20.53)

EERSTE TERMIJN COLLEGE Wethouder VAN ERK merkt op dat aan de samenlevingsvisie een heel proces vooraf is gegaan, waarbij participatie met de samenleving zeer belangrijk is geweest. Er is heel veel informatie opgehaald bij tal van inwoners, organisaties, verenigingen, geloofsgemeenschappen, verbonden partijen en bij de gemeente zelf. Heel veel elementen die zijn genoemd, zijn verwerkt in deze meerjarige visie. Samen doen, samen leven heeft men erboven gezet. In Papendrecht (bleek ook vanuit de participatie) is veel goed geregeld. Er is bv. ook bereidheid om om te zien naar elkaar. Maar er blijven altijd inwoners die het alleen niet redden en die ondersteuning nodig hebben. Deze visie benadrukt het belang van sociale verbindingen, vrijwillige inzet en een samenleving waarin iedereen mee kan doen. Daarom is hij er trots op dat deze visie er nu ligt en op de wijze waarop deze tot stand is gekomen. Op de vraag van de CDA-fractie of de komende strategische visie wel leidend is antwoordt de wethouder bevestigend. Mocht het zo zijn dat wanneer de strategische visie is vastgesteld, daar elementen in staan waarvan de raad vindt dat dit een dusdanig grote wijziging of belangrijke aanvulling is die ook een plek moet krijgen in de samenlevingsvisie of omgevingsvisie, zal men daar op die manier mee omgaan. Verder heeft hij de suggestie gehoord m.b.t.

de verenigingen, vrijwilligers en mantelzorgers. De SGP-fractie stond stil bij het gezin en stelde dat echtscheiding en alles wat met relaties te maken heeft onvoldoende voorkomt in de visie en stelde de vraag of hier voldoende oog voor is. Hij merkt op dat dit voor het college echt belangrijk is, zeker in relatie tot de kinderen die betrokken zijn bij een echtscheiding. De prioriteit is dan ook om ouders te ondersteunen om met de zorg voor het kind om te gaan, door bv. door te verwijzen naar het spreekuur Scheiden, Kind en Ouderschap. Ook in de routekaart Jeugd is dit thema een belangrijk aandachtspunt. M.b.t. het vertrouwen in de overheid hoopt men natuurlijk dat het vertrouwen zal gaan groeien, maar het is inderdaad niet als prioriteit geformuleerd. Men wil dat het vertrouwen groeit als gevolg van de manier van werken. Men betrekt inwoners actief bij de ontwikkeling van de gemeente en zorgt dat zij zich gehoord voelen. Dat zij ook actief moeten kunnen meedoen en denken. Een ander voorbeeld is dat men steeds meer vraaggericht en stress sensitief is gaan werken/wil gaan werken. Daarnaast vroeg men waarom er geen specifieke ambitie is opgenomen voor de suïcidepreventie. Het college geeft per 1 januari 2026 op basis van de motie -in nauw contact met de DG&J- uitvoering aan die wettelijke taak.

Gisteravond heeft men op de avond met de verbonden partijen gehoord dat de Rijksmiddelen daar in eerste instantie 8

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 15 mei 2025

naartoe zullen gaan en dat de gesprekken over hoe het beleid vorm en inhoud krijgt later dit jaar nog in samenspraak met de gemeente verder gestalte krijgen. M.b.t. de vraag van de CU-fractie inzake het belang van (werving van) vrijwilligers en op welke manier er aandacht aan wordt besteed om organisaties te helpen deze slag te maken antwoordt de wethouder dat men de inzet, samen met Sterk Papendrecht dat uitvoering geeft aan het vrijwilligerspunt, herijkt. Dit zal gaan landen in de opdracht aan Sterk Papendrecht. Daarbij zal men ook zeker kijken naar (de voortzetting van) creatieve ideeën kijken. Een mooi voorbeeld hiervan is het recent opgestarte ANWB-automaatje, waar veel vrijwilligers zich voor aanmelden. Richting de VVD-fractie merkt de wethouder op dat hun opmerkingen zullen worden meegenomen. De PAB-fractie vroeg hoe realistisch de visie is als het aankomt op de uitvoeringsplannen. In antwoord hierop verwijst de wethouder in eerste instantie naar dat afwegingskader. Aan de hand hiervan zal men steeds de inzet afwegen op o.a. capaciteit en financiën. Verder vroeg men naar de strategie om het probleem inzake het risico op arbeidstekorten aan te pakken, waarop de wethouder aangeeft dat dit inderdaad niet als uitwerking in deze visie is opgenomen.

Wel wordt op meerdere plekken aangegeven dat er arbeidstekorten in de zorg en andere beroepsgroepen aan het ontstaan zijn en nog verder zullen ontstaan. Om deze reden is het belangrijk dat er op de verschillende sporen wordt geïnvesteerd. Voor een deel zal men dit kunnen ondervangen als het gaat om de zorg gerelateerde beroepen. Men zal ook meer en meer een beroep moeten doen op elkaar en op inwoners om elkaar voor zover mogelijk bij te staan. Dit is een bewustwording en beweging die verder in de samenleving op gang zal moeten gaan komen. Men weet dat nu 1 op de 7 mensen werkzaam is in de zorg, maar dat dit straks naar 1 op de 4 gaat. De heer VERWEIJ vraagt per interruptie hoe men met 1 op de 4 mensen in de zorg de ambities wil realiseren. Gaat men andere mensen inschakelen, meer vrijwilligers, elkaar helpen, meer zelfredzaamheid, etc.? Wethouder VAN ERK antwoordt dat dit niet alleen in Papendrecht een probleem is, dus dat dit iets is waar de landelijke overheid en politiek zich mee bezighoudt. Desalniettemin ontslaat dit de gemeente niet van de verantwoordelijkheid om te kijken waar men een beroep kan doen op inwoners om, zolang het kan, binnen die verschillende sporen een bijdrage te leveren. Wel merkt hij op dat men bij alle tekorten die er zijn 1 ‘garantie’ wil bieden om, te proberen daar waar het kan om de zorg voor de meest kwetsbaren deze in stand te houden.

De vraag of men voldoende instrumenten in handen heeft om de samenwerking tussen partners te verbeteren beantwoordt de wethouder bevestigend. Dit doet men door de dialoog met partners aan te gaan en bv. door voorwaarden in subsidies aan te brengen. M.b.t. de aanpak van het risico van de toenemende complexiteit met betrekking tot hulpvragen merkt de wethouder op dat de visie begint met het vertrekpunt van de sociale basis, juist omdat men als overheid en partners door de arbeidstekorten niet alles zelf meer kan oplossen. M.b.t. het thema eenzaamheid in relatie tot de afschaffing van bejaardenhuizen en de vraag of men steeds maar weer op vrijwilligers en mantelzorgers kan blijven rekenen verwijst de wethouder ook hier naar de (toenemende) personeelstekorten. Professionals, mantelzorgers en vrijwilligers zullen 9

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 15 mei 2025

zoveel mogelijk de zorg voor ouderen moeten blijven verlenen. Dat dit in de toekomst steeds meer zal gaan knellen is duidelijk. Het is wel de inzet waard binnen de verschillende sporen en binnen de verschillende uitvoeringsplannen die men daarvoor deels al heeft gemaakt en zal gaan maken. In dit verband verwijst de wethouder naar de visie en het actie document wonen en zorg voor senioren. M.b.t. de financiën vroeg de PAB-fractie of één en ander is getoetst en hoe men dit -met het oog op de onzekere financiële toekomst- in de toekomst allemaal wil gaan realiseren. De wethouder geeft aan dat de financiële toekomst in bepaalde opzichten altijd onzeker blijft en dat men de raad bij de perspectiefnota uiteraard inzicht zal geven voor het lopende jaar en de komende jaren. Over de verdere toekomst staat ook het nodige in de samenlevingsvisie. Men zal blijvend bewuste keuzes moeten maken, juist mede op basis van het afwegingskader, zodat minimaal de zorg aan de meest kwetsbaren overeind kan blijven en waarbij andere inwoners zoveel mogelijk problemen kunnen voorkomen. Op de vraag van de GL-fractie inzake het participatieverslag zal de wethouder schriftelijk terugkomen. In antwoord op de opmerking dat er weinig hulpverleningsorganisaties betrokken zijn merkt de wethouder op dat dit niet klopt. Hierop zal men feitelijk schriftelijk terugkomen.

In antwoord op de vraag welke problematiek prioriteit krijgt om de cirkel van intergenerationele problematiek te doorbreken, welke keuzes er worden gemaakt en op basis waarvan deze worden gemaakt geeft de wethouder het voorbeeld van het thema armoede. Daarin vindt men het echt belangrijk dat kinderen zoveel mogelijk in de samenleving mee kunnen doen, ondanks het feit dat er in een bepaalde mate armoede aanwezig is. Hij noemt hierbij de Kansrijke Start en de eerste 1.000 dagen van een kind. M.b.t. het meten en evalueren van de indicatoren verwijst de wethouder naar het plaatje van de causale keten. Bij elk project zal men hier van tevoren heel duidelijk inzoomen op de 5 stappen. Wat wil men bereiken, wanneer is men tevreden, wat moet men daarvoor meten, wanneer evalueert men en naar welk eindresultaat werkt men toe? Voor nadere specificering verwijst hij naar de belangrijke items die in die causale keten heel concreet worden benoemd en die er steeds bij zullen worden gepakt bij de opmaak van nieuwe plannen. Naast de uitgebreide toelichting van de D66-fractie over de samenlevingsvisie noemde men ook verbindende elementen m.b.t. wat er wel in de samenlevingsvorm visie staat. Hij heeft de inbreng niet ervaren als een hele grote tegenstelling, maar meer als een aanscherping en aanvulling op het basisdocument.

De PvdA-fractie vraagt zich af of het niet te vroeg is voor de samenlevingsvisie en of er een reële kans bestaat dat die visie straks niet meer bruikbaar is. In antwoord hierop geeft de wethouder aan dat bij de samenlevingsvisie - dit gold ook voor de omgevingsvisie- wettelijke verplichtingen meespelen. Het kompas sociaal domein liep eind 2024 af, met alle mogelijke wetten die daaraan verbonden waren en zijn. Dit noodzaakte de gemeente om toe te werken naar deze visie en deze ter besluitvorming neer te leggen. M.b.t. de financiën is er uiteraard altijd de noodzaak binnen een goed kader om keuzes te maken. Op de vraag welke onderwerpen prioriteit krijgen en welke geen aandacht meer krijgen antwoordt de wethouder dat er in de samenlevingsvisie ruim 30 prioriteiten staan aangegeven. Hierbij 10

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 15 mei 2025

kan het heel goed zijn dat hier via een nieuw coalitieakkoord op politieke wijze gestuurd gaat worden en een nieuw college/een nieuwe coalitie daar een veranderende volgorde in aanbrengt. Uiteraard staat bij de samenlevingsvisie puntsgewijs aangegeven op welke manier men aan de slag gaat met die prioriteiten. Hierbij verwijst hij naar het plaatje van het beleidshuis, met de specifieke uitwerking naar agenda’s, uitvoeringsplannen, verordeningen, etc. M.b.t. de opmerking inzake van werk naar dagbesteding dat het woord willen werken kunnen zou moeten worden merkt de wethouder op dat sommige inwoners geen deelnemen aan het arbeidsproces i.v.m. de mantelzorg/vrijwillige inzet die zij verrichten. Mocht men dit toch willen wijzigen, kent men de route hiervoor. Inzake de opmerking dat men de kans ongelijkheid, diversiteit en inclusiviteit mist verwijst de wethouder naar pag. 33, waar wordt ingegaan op het thema diversiteit. M.b.t. kansenongelijkheid verwijst hij naar spoor 2, waarin allerlei elementen zijn opgenomen over het buitensluiten, lage inkomens en het beschikken over onvoldoende vaardigheden. Aan deze thema’s besteedt men in de visie in ruime mate aandacht. TWEEDE TERMIJN RAAD De heer VAN HETEREN merkt i.v.m. de laatste reactie van de portefeuillehouder m.b.t. de inbreng van de PvdA-fractie inzake kans ongelijkheid op, dat men nergens in de visie leest over kans ongelijkheid.

Hij vindt het bijzonder dat de wethouder aangeeft dat heel spoor 2 over kans ongelijkheid gaat, terwijl het woord in de hele visie niet wordt genoemd en er geen aanpak staat beschreven. Zijn fractie is van mening dat de kans gelijkheid als toetssteen moet worden gebruikt voor alle uitvoeringsplannen. Hoe kan men de visie, waarin dit bijna niet wordt genoemd, doorvertalen naar uitvoeringsplannen? De heer B. GRIMMIUS merkt op dat de wethouder aangaf dat de Rijksmiddelen eerst naar de verbonden partijen gaan. Hij vraagt of dit een besluit is vanuit het college of vanuit het Rijk. Verder refereert hij aan de opmerking van de wethouder inzake de veranderende volgorde van prioriteiten. Graag ontvangt hij een toelichting op de reeds bestaande geprioriteerde volgorde en de keuzes die gemaakt moeten worden. TWEEDE TERMIJN COLLEGE M.b.t. de opmerking van de D66-fractie inzake de kansen(on)gelijkheid heeft wethouder VAN ERK eerder een koppeling gemaakt met spoor 2, die staat voor het voorkomen van problemen. M.b.t. de specifieke thema’s die hier mee te maken hebben, zoals eenzaamheid, uitsluiting over veiligheid/onveilige situaties, leefstijl, etc. streeft men zoveel mogelijk naar kansengelijkheid. Om deze reden ziet men heel duidelijk een verband tussen dit thema en spoor 2, waarin men problemen wil voorkomen.

Omdat er uiteraard het besef is dat dit niet altijd de realiteit is, is het noodzakelijk om hier inzet op te plegen als gemeente, in directe zin of via de partnerorganisaties. 11

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 15 mei 2025

M.b.t. de vraag van de GL-fractie inzake de Rijksmiddelen en de koppeling aan de suïcide preventie merkt de wethouder op dat de middelen voor de 7 gemeenten voor bv. de DG&J in het potje van de DG&J worden bewaard, tot er duidelijkheid is over waar de individuele gemeente m.b.t. dit thema specifiek op gaan inzetten. Gisteravond heeft men gehoord dat er nog nader overleg plaatsvindt of deze financiën in zijn geheel bij de DG&J blijven, of hier -afhankelijk van de verdere uitwerking van dat specifieke beleid per 1.1.2026 - een verdeling in wordt gemaakt, zodat de middelen bij iedere lokale gemeente komen. Op de vraag van de heer GRIMMIUS of het klopt dat er sprake is van gelabeld geld antwoordt wethouder VAN ERK dat dit het geval is wanneer Rijksmiddelen gekoppeld worden aan een heel specifiek thema. Mocht dit niet het geval zijn, komt hij hier z.s.m. op terug. In reactie op zijn vraag naar de ca. 30 prioriteiten verwijst de wethouder naar het voorstel op pag. 3, onder het kopje Uitvoering, waar 5 punten worden genoemd op welke wijze men zal omgaan met de verdere inrichting van dat beleidshuis. Hierbij merkt hij nogmaals op dat de prioritering onder een nieuw college/nieuwe coalitie wel onderwerp van gesprek zal zijn, omdat er dan wellicht specifieke thema's gekozen worden.

Niets meer aan de orde zijnde worden de onderhavige stukken als bespreekstuk doorgeleid naar de gemeenteraad. 09.

Stelstelwijziging Rioolheffing. De heer HARDENBOL is blij met het zorgvuldig tot stand gekomen voorstel, waar mee men zal instemmen. De heer WOLTERS is blij met de gedegen toelichting en zal instemmen met het voorstel. De heer C. GRIMMIUS zegt dat er mede dankzij de aangenomen motie grondig onderzoek is gedaan naar de inrichting van de heffing en dat men goede voorlichting heeft gekregen. Men vindt het goed dat is overwogen om naar de brede rioolheffing te bewegen, die niet alleen gaat over het doortrekken van het toilet maar ook over de verwerking van hemelwater, wat in tijden van klimaatverandering steeds belangrijker zal gaan worden. Het is goed te zien dat het voorstel de voorgaande situatie verlaat, waarin per perceel -ongeacht de grootte- een vast bedrag wordt betaald. In de nieuwe situatie gaat men meer naar rato betalen. In dit kader noemt hij miljardenbedrijven in Papendrecht, die in verhouding -terecht- meer gaan betalen voor de oppervlakte die zij in Papendrecht bezetten en wat hier aan waterhuishouding moet plaatsvinden. De variant voor de woningen/niet woningen en de vaststelling van de klasse in waarde kan ook zeker op de steun van de GL-fractie rekenen, juist omdat dit beter aansluit bij de verschillende oppervlakte die verschillende percelen in 12

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 15 mei 2025

Papendrecht hebben. Hoewel het voorstel niet helemaal aansluit bij de tekst van de motie, sluit deze zeker wel aan bij de geest van de motie. Om die redenen zal de GL-fractie instemmen met het voorstel. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN kan instemmen met het voorstel. Wel maakt men zich zorgen over de communicatie, met name richting inwoners en bedrijven die opeens heel veel meer gaat betalen. Met name ook over welke kosten er nu ook bij deze heffing betrokken worden. Ook vindt haar fractie het belangrijk dat de communicatie in begrijpelijke taal en niet (alleen) digitaal gebeurt. Misschien kan hier in het gemeentenieuws van tevoren nog een keer aandacht aan besteed worden. De heer LAMMERS merkt op dat de motie eerlijke tarieven rioolheffing het college opdroeg een aantal alternatieve varianten van rioolheffing met elkaar te vergelijken en de consequenties van eventuele invoering in beeld te brengen. Er ligt nu een stelselwijziging rioolheffing voor, waarbij de rioolheffing vanaf 1 januari volgend jaar volgens de waarde van het economisch verkeer in klassen zal worden vastgesteld. Dit zowel voor de woningen als de niet woningen. Een aantal argumenten voor deze stelselwijzigingen is in het voorstel genoemd. Uit onderzoek blijkt dat het best een heffingsgrondslag voor de rioolheffing op basis van de WOZ-waarde in klassen kan worden gedaan.

De heffingsgrondslag op basis van waarden in het economisch verkeer doet beter recht aan het collectieve goed van de rioolheffing. Ook een goede uitvoering van de zorgplicht van de overheid is een collectief goed. De heffingsgrondslag die nu wordt voorgesteld is rechtvaardiger dan de huidige en wordt als een passende methode voor het heffen van gemeentelijke lasten erkend door de VNG. Steeds meer gemeenten blijken voor deze nieuwe heffingsgrondslag te kiezen. Indelingen in waardeklasse maakt de heffing bovendien robuuster en bij de woningen geldt hoe minder differentiatie, hoe overzichtelijker en hoe eerlijker het stelsel zal worden ervaren. Bij de niet woningen geldt dat het tarief beter kan worden afgestemd op de werkelijke economische waarde. Verenigingen met een klein pand vallen in een gereduceerd of basistarief en worden dienovereenkomstig relatief ontzien. Het voorliggende voorstel leidt ertoe dat bij de invoering van de stelselwijziging sprake zal zijn van een in beginsel eerlijker stelsel tarieven rioolheffing en dat is een goede ontwikkeling waar zijn fractie volledig mee kan instemmen. De heer STOUTHART merkt op dat zijn fractie in 2023 heeft ingestemd met de motie eerlijke tarieven rioolheffing. De reden daarvoor was simpel en duidelijk: het aantal personen per huishouden heeft logischerwijs invloed op de hoeveelheid afvalwater die een huishouden loost.

Vanuit dat principe is het logisch dat dan degene die het milieu minder belast minder betaalt. De vervuiler betaalt. Hier kan de VVD-fractie zich nog altijd in vinden. Met het voorliggende 13

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 15 mei 2025

voorstel slaat het college wat de VVD-fractie betreft de plank echt mis. In een poging tot eerlijkere verdeling gaat men ondernemers fors extra belasten, om huishoudens een minimaal voordeel te geven. Dat voordeel is echter zelfs voor eenpersoonshuishoudens nauwelijks merkbaar. Zij gaan nog steeds evenveel betalen als meerpersoonshuishoudens. Op het moment dat een particulier een garagebox bezit, is men volgens het nieuwe voorstel per huishouden € 28,duurder uit. Dit vindt men uitlegbaar. Men hoort het argument dat bedrijven vaak grotere oppervlakten gebruiken en dat dit de reden is om hen te belasten. Waarom zou de eigenaar van een woning met een gemiddelde oppervlakte van 75 m² -wanneer men naar oppervlakte kijkt i.p.v. naar het aantal gezinsledenhetzelfde moeten gaan betalen als iemand met een huis van 200 m² of meer? Ook dat zou de VVD-fractie geen goed idee hebben gevonden. Het kan echter best zijn dat een systeem op basis van een aantal gezinsleden praktisch niet uitvoerbaar is. Als het alternatief is dat men ondernemers zwaarder belast, zonder een wezenlijk eerlijker systeem voor huishoudens te realiseren, dan houdt de VVD-fractie het liever zoals het is. De heer RIETVELD is van mening dat er recht wordt gedaan aan een eerlijke verdeling van de kosten die worden gemaakt voor het riool.

Met name het inzicht dat de kosten vooral voortkomen uit het verwerken van hemelwater maakt het nodig om een nieuwe methodiek toe te gaan passen. Dat is wat zijn fractie betreft in de geest van de motie. Verder merkt hij op dat verenigingen met kleine panden, een gereduceerd bedrag of het basistarief betalen. Dit klinkt gezien de beperkte draagkracht logisch. Hij vraagt zich echter af in hoeverre er inzichtelijk is gemaakt wat de financiële impact is bij verenigingen zoals PKC, de watersportvereniging of het denksportcentrum, die waarschijnlijk een pand hebben van een veel grotere of hogere WOZ-waarde. De heer BOERSMA vindt het een goed onderbouwd voorstel, met een prettige en gedegen toelichting in de beeldvormende sessie. Het belangrijkste vindt zijn fractie dat in de huidige situatie iemand die in een sociale huurwoning woont of een rijtjeshuis bezit, evenveel rioolheffing betaalt als een miljardenbedrijf als Boskalis. Dit vindt men niet in verhouding. Dat is namelijk € 174,-. Alleen al om die reden moet men iets veranderen aan het huidige systeem. Hierbij gaat het vooral om een nieuwe verdeling voor de afvoer van hemelwater. Om deze reden vindt zijn fractie het een goed onderbouwd voorstel en begrijpt men hoe het college tot dit voorstel is gekomen.

Hij sluit zich verder aan bij de vragen die mevrouw van Wijngaarden inzake de communicatie richting met name ondernemers, maar ook een aantal verenigingen die grote panden bezitten en geen Boskalis heten, maar wel geconfronteerd gaan worden met een significante stijging van de rioolheffing. 14

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 15 mei 2025

De heer SCHUIL geeft aan dat ook de CDA-fractie achter het voorstel staat. Het is inderdaad iets anders dan wat er in de motie staat, maar volgens zijn fractie ook in de geest van de motie. Ook zijn fractie vindt dat er m.b.t. de communicatie nog wel het een en ander toegelicht kan worden. EERSTE TERMIJN COLLEGE Wethouder KOSTEN merkt op dat we in andere tijden leven en noemt hierbij de klimaatverandering die merkbaar en meetbaar is. Als gemeente spant men zich ervoor in om ervoor te zorgen dat men gereed is voor het klimaat van de toekomst. Dit ziet men ook terug in de kosten die gemaakt worden. Gezien de veranderingen moet men niet meer als eerste denken aan de afvoer van rioolwater, maar hoe men met elkaar het hemelwater op een goede manier kan afvoeren en soms ook vasthouden. Het voorstel -dat in gang is gezet door een motie van de D66-fractie- dat er nu ligt, speelt hierop in. Het college heeft beargumenteerd waarom men wel of niet is meegegaan in de lijn van de motie. Het college is van mening dat een soms beperkte verschuiving van kosten op zijn plaats is. Dit moment is gepast omdat het college een water- en rioleringsprogramma gaat vaststellen. Bij de perspectiefnota komt men ook met een voorstel tot aanpassing in de investeringen, om de komende jaren voldoende te kunnen investeren, om deze taken uit te kunnen voeren.

Alles afwegend vindt men dit het beste moment om de heffing aan te passen qua grondslag, zoals deze nu voorgesteld is. M.b.t. de vraag van de diverse fracties inzake de communicatie merkt de wethouder op dat men, omdat dit best een gevoelig/vervelend onderwerp kan zijn, heeft gemeend om in aanloop naar de besluitvorming door de raad al een persbericht te doen uitgaan, zodat mensen kunnen zien dat er iets gaat gebeuren en de fracties kunnen contacteren. Na de besluitvorming moet de echte communicatie via een brief nog gaan plaatsvinden. Ook op andere manieren zal men hier richting het najaar aandacht voor hebben, wanneer men in december de rioolheffing daadwerkelijk zal vaststellen. Verder sluit de wethouder zich aan bij de woordvoering van de OP-fractie. Richting VVD-fractie merkt hij op dat de motie wordt uitgevoerd zoals deze door de raad is ingediend, ook als men een andere lijn inslaat. Volgens hem gaf de motie de ruimte om dat te beargumenteren. De vraag die blijft staan is wie er nu voor de bedrijven betaalt. Dit is zijns inziens de reden waarom men een verschuiving voorstelt. M.b.t de vraag van de CU-fractie inzake de kleinere panden merkt de wethouder op dat de grotere panden een hogere WOZ-waarde hebben, hetgeen ook op die manier verrekend zal worden. Deze hebben echter vaak ook wat meer leden.

Om die reden is men van mening dat dit kan en heeft men vooral gekeken naar wat het betekent voor de kleine verenigingen.

15

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 15 mei 2025

Niets meer aan de orde zijnde worden de onderhavige stukken als bespreekstuk doorgeleid naar de gemeenteraad. 10.

Vaststelling 8e wijziging GR DG&J. De heer HARDAM is blij met de wijziging en stemt in met het voorstel. Ook mevrouw STIGTER stemt in met het voorstel, maar merkt wel op de er bij de DG&J wel heel vaak sprake is van een wijziging. De heer SCHUIL gaat ook akkoord met het voorstel. Wel is het zijns inziens een beetje spelen met woorden en zou men gelijk een verzoek voor een periodiek onderzoek kunnen indienen. De heer HARDENBOL was namens zijn fractie enigszins teleurgesteld dat de wens voor een vaste evaluatietermijn het niet heeft gehaald. Men heeft nog geen definitieve keuze gemaakt, maar vraagt zich wel af wat het effect zou zijn als de raad tegen dit voorstel zou stemmen. De heer C. GRIMMIUS sluit zich aan bij de teleurstelling inzake de evaluatie, waarbij het AB van de DG&J zelf bepaalt wanneer er geëvalueerd dient te worden. Hierbij merkt hij op dat het AB een verzoek om een evaluatie niet eens direct hoeft in te willigen. Hij vraagt zich af wat de garantie is dat de DG&J gehoor gaat geven aan een verzoek tot evaluatie. Zijn fractie is van mening dat het bestuur van een gezondere organisatie gewillig een periodieke evaluatie zou moeten ondergaan. In navolging op de D66-fractie beraadt ook zijn fractie zich over hun stemming over dit voorstel, omdat men het erg jammer vindt dat de wens tot een vaste evaluatietermijn niet is overgenomen.

Ook de heer VERWEIJ heeft een probleem met de starheid t.o.v. de evaluatie en vraagt zich af of de samenwerkende gemeenten hier unaniem over moeten stemmen. Wanneer dit het geval is kan de gemeente Papendrecht alleen haar wensen kenbaar maken. EERSTE TERMIJN COLLEGE Wethouder VAN DER BORG merkt inzake het feit dat het AB niet heeft ingestemd met het opnemen van de periodieke evaluatie op, dat de gemeente Papendrecht -en hij de enige portefeuillehouder- was die dit punt heeft bepleit. In de reactie op de zienswijze die de leden van het AB heeft ontvangen stond al een tekst dat het advies was om het advies van de gemeente Papendrecht niet over te nemen. Dit heeft geleid tot een wat steviger gesprek in het AB, omdat hij van mening is dat de gemeenteraad een goed punt had. Ondanks dat de gemeente Papendrecht 16

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 15 mei 2025

de enige gemeente was die dit punt zo scherp in de tekst zou willen zetten, was er wel bijval voor dit verzoek. Om deze reden is de uiteindelijke conclusie geweest dat de tekst niet wordt overgenomen in de gemeenschappelijke regeling, maar dat het DB nog wel met een voorstel komt hoe men de periodieke evaluatie gaat invullen. Ondanks het feit dat het voorstel van de gemeente Papendrecht niet wordt ingewilligd zal men wel frequent gaan evalueren. Op welke wijze dit ingevoerd gaat worden is hem nog niet bekend. M.b.t. de vraag van de D66- en GL-fracties over het effect als de raad zou tegenstemmen merkt de wethouder op dat zolang de meerderheid van de gemeenteraden voor stemt, de tekst zoals die voorligt wordt aangenomen. Uiteraard is het wel een signaal dat men afgeeft. TWEEDE TERMIJN RAAD De heer C. GRIMMIUS is het niet eens met de wethouder m.b.t. het gevolg van het tegenstemmen, omdat zijns inziens alle gemeenteraden hiermee moeten instemmen. Wanneer dit niet het geval is komt de wijziging niet tot stand. Daarnaast is het meer dan alleen een signaal, maar een serieuze stelling dat men de periodieke evaluatie in die regeling opgenomen wil hebben en niet zomaar wil afwachten of het AB daar zelf mee komt.

Men moet erop vertrouwen dat er een voorstel komt dat de wethouder nog niet heeft gezien en dat het past binnen de visie die de gemeente Papendrecht daarop heeft en in de zienswijze heeft verwoord. Het is geen ondenkbare toekomstvisie dat zijn fractie hiertegen zal stemmen en dat de andere raden gaan heroverwegen of zij niet ook deze wijziging zoals de gemeente Papendrecht die zou willen toch wil aannemen en de 3 jaar periodieke evaluatie wel degelijk in de regeling wordt opgenomen. De heer HARDENBOL sluit zich aan bij de heer Grimmius en is blij om te horen dat de portefeuillehouder in ieder geval in het DB heeft geprobeerd dit scherp te verdedigen. Maar een voorstel dat nog moet komen en waar de portefeuillehouder zelf niet van weet wat erin gaat staan, vindt zijn fractie een te vage toezegging dat men frequent gaat evalueren. Verder is hij van mening dat men dit politieke signaal misschien maar moet afgeven. (Schorsing 22.02 – 22.04 uur)

TWEEDE TERMIJN COLLEGE Wethouder VAN DER BORG merkt op dat er een verschil zit tussen de oude en de nu vast te stellen regeling. Bij de oude regeling staat in artikel 48 dat 8 van de 10 gemeenten moeten instemmen. In de nieuwe regeling staat dat alle 10 de gemeenten moet instemmen. Omdat hij hier heel duidelijk over wil zijn zal hij deze vragen schriftelijk beantwoorden. De heer GRIMMIUS merkt op dat hij zich 17

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 15 mei 2025

niet heeft gebaseerd op de regeling, maar op de wet op de gemeenschappelijke regelingen. Hij neemt aan dat de wet boven de regeling gaat en dat daarom alle gemeenteraden daarmee moeten instemmen. Wethouder VAN DER BORG zal dit schriftelijk zorgvuldig beantwoorden. De heer GRIMMIUS vraagt zich af hoe men, met nog een week te gaan tot de besluitvormende raadsvergadering, naar dit voorstel moet kijken. Hij vindt dit punt op zichzelf al genoeg om zorgvuldig uit te willen zoeken en vindt dat men hier niet overhaast over moet besluiten. Wethouder VAN DER BORG zal een poging doen om de raad hierin zoveel mogelijk te ondersteunen. Wanneer dat niet gaat lukken gaat men dat nader beoordelen. De heer C. GRIMMIUS merkt hierbij op dat men volgende week tot de conclusie kan komen dat het voorstel nog niet rijp is voor besluitvorming en men het alsnog zal moeten uitstellen. Niets aan de orde zijnde worden de onderhavige stukken als bespreekstuk doorgeleid naar de gemeenteraad. 11.

Sluiting. Niets meer aan de orde zijnde sluit de VOORZITTER de vergadering om 22.20 uur onder dankzegging aan eenieder voor diens inbreng. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de 2025. De heer M. Hermans (Interim griffier)

De heer P.J. van de Giessen (voorzitter)

18

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 15 mei 2025

Lijst met toezeggingen

1. Ingekomen stukken: A06. Uitkomst intaketafel natuurbegraafplaats Vriesenpolder en A08. Uitkomst intaketafel Schooldwarsstraat 48 Portefeuillehouder Van Driel De portefeuillehouder komt schriftelijk terug op de vragen inzake de natuurbegraafplaats en de eventuele realisatie van woningen aan de Schooldwarsstraat. 2. Samenlevingsvisie Papendrecht. Portefeuillehouder Van Erk De portefeuillehouder komt schriftelijk terug op de vraag van de GL-fractie inzake het participatieverslag en de betrokkenheid van de hulpverleningsorganisaties. Ook komt hij schriftelijk terug op de vraag of er bij de Rijksmiddelen sprake is van gelabeld geld. 3. Vaststelling 8e wijziging GR DG&J. Portefeuillehouder Van der Borg De portefeuillehouder komt schriftelijk terug op de vraag inzake de unanimiteit van stemming onder de oude en nieuwe regeling.

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/1081/documents/15613