Verslag Oordeel 13.2.2025.pdf
Tekst van het document
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 13 februari 2025
BESLUITENLIJST VAN DE OPENBARE OORDEELSVORMENDE VERGADERING d.d. 13 februari 2025. Een integrale geluidsopname van deze vergaderingen is te beluisteren op www. papendrecht.nl Aanwezig: Mevrouw A.A.S. Stigter, voorzitter; De heer M.H.A. Verweij (PAB), de heer A. Tieleman (PAB), mevrouw H.M. van Wijngaarden (PAB), de heer K. Spitsbaard (OP), de heer R. Lammers (OP), mevrouw A. Bokma (VVD), de heer P.J. van der Giessen (VVD), de heer L.T. van den Dool (CDA), de heer R. Schuil (CDA), de heer E. den Boef (CU), mevrouw D. Yildiz-Karso (PvdA), de heer T.H. Wolters (PvdA), mevrouw T.C. van Es (D66), de heer Y. Hardenbol-Kroek (D66), de heer A.J. Boersma (SGP), de heer W. Goudriaan (SGP), de heer P.C Grimmius (GL) en de heer B.H. Grimmius (GroenLinks). Mevrouw W. Renzen-Van Leeuwen, portefeuillehouder; De heer J.D. van der Borg, portefeuillehouder; De heer J.L. van Erk, portefeuillehouder; De heer A.M.J.M. Janssen, portefeuillehouder; De heer A.J. Kosten, portefeuillehouder. De heer D. Bergsma, inspreker inzake vo-scholen, inzake agendapunt 07; Mevrouw De Bruin, inspreker inzake vo-scholen, inzake agendapunt 07; De heer Pat, inspreker inzake vo-scholen, inzake agendapunt 07. De heer M. Hermans, interim griffier. De heer M. Swagemakers, raadsadviseur. Afwezig:
01.
Opening. De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom.
02.
Vaststelling van de agenda. Mevrouw VAN ES stelt voor de volgorde van de agendapunten aan te passen en 1 of 2 agendapunten door te schuiven naar volgende week donderdag. De VOORZITTER merkt, na een korte schorsing, op dat de fractievoorzitters akkoord zijn met de aangepaste behandeling om te beginnen met agendapunt 10, gevolgd door de agendapunten 8 en 9. De agenda wordt aldus gewijzigd en vastgesteld.
03.
Mededelingen. 1
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 13 februari 2025
Er zijn geen mededelingen. 04.
Vastellen verslag 16 januari 2025. Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.
05.
Vragenkwartier. De heer TIELEMAN stelt de volgende vragen inzake de 1,3 miljoen euro die teveel aan vreemd vermogen is verstrekt aan Fokker: 1. Hoe heeft deze fout kunnen ontstaan? Welke factoren hebben ertoe geleid dat een bedrag van 1,3 miljoen euro te veel is overgemaakt? Waren er controlemechanismen aanwezig, en zo ja, waarom hebben deze niet gewerkt? Wethouder RENZEN geeft aan dat er sprake is van een ernstige fout die nooit gemaakt had mogen worden en zegt dat men er voor moet zorgen dat dit nooit meer mag gebeuren. 2. Wat zijn de financiële consequenties voor de gemeente? Zijn er negatieve financiële gevolgen voor de gemeente? Zijn er wellicht ook voordelen te verwachten door deze situatie? Wethouder RENZEN merkt op dat er geen negatieve financiële gevolgen zijn, maar dat er door de fout wel een onrechtmatigheid is ontstaan. Onder alle verstrekte leningen liggen goede zekerheden ten grondslag en er wordt een goede rente betaald. 3. Welke maatregelen worden getroffen om herhaling in de toekomst te voorkomen? Worden er verbeteringen doorgevoerd in de interne controle en financiële procedures? De wethouder zegt dat er intern is nagegaan welke controle mechanismen er zijn en dat deze op onderdelen zijn aangescherpt (men zal bv. dit soort kredietverstrekkingen met nog meer ogen volgen). 4.
Welke oplossing wordt voorgesteld om deze fout te herstellen? Wat maakt dat het oplossen van dit probleem zoveel tijd kost? Wat is de reden dat Fokker het te veel ontvangen bedrag niet per omgaande heeft teruggestort? Op deze vraag heeft de wethouder op dit moment een onbevredigend antwoord: deze moet gezocht worden in de samenwerking met de opgerichte samenwerkingsentiteit met Fokker. Omdat deze bedragen niet rechtstreeks naar Fokker zijn gegaan, kan men het bedrag niet direct terugstorten. Zij geeft aan dat men voor de oplossing nog wat meer tijd nodig heeft. Zoals reeds schriftelijk aangegeven zal de oplossing uiterlijk dit kwartaal wordt teruggekoppeld. De heer VAN DER GIESSEN stelt de volgende vragen inzake de parkeerproblemen op ’t Eiland: 1. Klopt het dat de rijrichting weer is veranderd? Zo ja, waarom? Wethouder JANSSEN antwoordt dat het omdraaien van het eenrichtingsverkeer heeft plaatsgevonden op initiatief van enkele bewoners. Omdat er bij de 2 gehouden werksessies 2 tegengestelde meningen waren (over de praktijk hiervan) heeft er 2
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 13 februari 2025
een proef plaatsgevonden. Hierover heeft men de bewoners meerdere malen geïnformeerd en is hen gevraagd hun bevindingen door te geven. 2. Is de proef met het veranderen van de rijrichting hiermee beëindigd en was de uitkomst dat de rijrichting moest worden teruggedraaid? De wethouder geeft aan dat na de proef al snel duidelijk werd dat de oorspronkelijke rijrichting meer overzicht en veiligheid geeft, de bloembakken zorgen voor snelheidsvermindering en voor de sluiproute van en naar Fokker is de situatie om het even. 3. De proef van de rijrichting zou geëvalueerd worden met de bewoners. Is dit gebeurd? Zo ja, wanneer, met welke bewoners (straten) en wat was de uitkomst hiervan? Wethouder JANSSEN zegt dat men in de huis-aan-huis verspreide nieuwsbrief van oktober 2024 bewoners heeft opgeroepen hun bevindingen met de gemeente te delen. In de loop van januari was er reeds voldoende informatie om de keuze te kunnen maken. Nog een extra uitvraag zou bevestigen dat er in de verschillende straten nagenoeg evenveel voor- als tegenstanders zouden zijn. Om deze reden heeft men afgezien van een extra enquête. 4. Wordt de rijrichting van een straat definitief gewijzigd, waardoor de Beatrixstraat drukker wordt en verbreding nodig heeft? De wethouder geeft aan dat de rijrichting in de Beatrixstraat inmiddels weer is hersteld naar de oorspronkelijke situatie. 5.
Er lijkt (weer) sprake te zijn van gebrekkige communicatie richting de bewoners. Op welke wijze communiceert men met de bewoners en welke bewoners (straten) worden hierbij betrokken? De wethouder is het er niet mee eens dat er dat er gebrekkig is gecommuniceerd, vorige maand verscheen hierover alweer de derde nieuwsbrief die huis-aan-huis is verspreid. Hierin deelde men alle ontwikkelingen, projecten en voorgenomen maatregelen. Ook is er een omgevingsmanager, bij wie men met vragen terecht kan. Tenslotte merkt de wethouder op dat men heel voortvarend aan de slag is gegaan om de situatie veilig(er) te maken en dat men heeft overgeschakeld naar de doestand, hetgeen voor sommige bewoners wennen is. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN stelt de volgende vragen inzake de Centrumvisie Jachthaven: 1. Hoeveel mensen hebben deelgenomen aan de online enquête? Wethouder JANSSEN zegt hij dat ca. 300 personen hebben deelgenomen aan de enquête en dat maanden geleden met de watersportvereniging is gesproken. 2. De plannen bij de Jachthaven raken rechtstreeks de belangen van de Watersportvereniging. Op welke wijze is de mening van - in dit geval - de Watersportvereniging meegenomen bij het maken van de scenario’s? 3.
Is er bij het maken van de scenario’s ook rekening gehouden met veiligheid (zwemmen in open water) en financiële haalbaarheid (een brug, die 8 meter hoog moet worden gaat heel veel geld kosten)? De wethouder geeft aan dat de scenario’s een denkrichting aangeven, met andere functies aan het water, die 3
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 13 februari 2025
inclusief de input van o.a. de watersportvereniging- verder moeten worden uitgewerkt. Uiteraard wordt hierbij stilgestaan bij de veiligheid en financiële haalbaarheid. Bij visievorming gaat men uiteraard nooit voorbij aan wat de meerderheid van bewoners of gebruikers absoluut niet wil. 4. Staat er nog een vervolggesprek gepland met het bestuur van de Watersportvereniging? De wethouder geeft aan dat het vervolggesprek op korte termijn zal plaatsvinden. Daarnaast heeft hij zelf gevraagd om extra input vanuit de algemene ledenvergadering op te halen. 5. Voor wanneer is de volgende stap in dit proces gepland? 6. Op welk moment komt de raad aan bod? De wethouder merkt op dat de volgende stap is dat het college binnen de kaders van de omgevingswet aan de slag gaat. Daarna kan de raad zich hierover in een beeldvormende vergadering voor de zomer uitspreken. Tenslotte merkt hij opdat er sprake is van een visie en dat er nog geen concrete plannen of uitwerkingen zijn. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN zegt dat m.n. de brug en het zwemmen bij de jachthaven geen goede reacties hebben ontvangen en stelt voor deze plannen direct af te voeren. De heer C. GRIMMIUS stelt de volgende vragen inzake de aanleg van een grote nieuwe parkeerplaats op de A. Fokkerweg: 1. Is het college op de hoogte van de aanleg van een grote nieuwe parkeerplaats op de A.
Fokkerweg in het publieke domein ? Wethouder JANSSEN geeft aan dat het college hiervan op de hoogte is en dat er sprake is van grondgebied van RWS en een vergunning voor tijdelijk uitbreiding van parkeerplaatsen. 2. Wanneer is hierover een besluit genomen ? De wethouder geeft aan dat publicatie van het besluit heeft plaatsgevonden op 8.1.2025. Vanuit Verkeer is er ambtelijk positief geadviseerd op de uitbreiding, omdat de locatie zich al op het Fokkerterrein bevindt, de parkeeroverlast verder afneemt, er al gebruik wordt gemaakt van een bestaande in- en uitrit en een deel van het busvervoer voor Fokker hiermee overbodig wordt. 3. Klopt het dat de raad daar niet in is meegenomen ? Zo ja waarom niet ? Wethouder JANSSEN bevestigt dat de raad hierin niet is meegenomen, omdat er sprake is van een collegebevoegdheid. 4. Wie heeft de aanleg van deze nieuwe parkeerplaats betaald? De wethouder geeft aan dat Fokker dit volledig betaalt. Op de vraag van de heer GRIMMIUS hoe tijdelijk deze parkeerplaats is antwoordt wethouder JANSSEN op dat dit het geval is tot het moment dat het parkeerdek bij Fokker is gerealiseerd. Op de vraag naar de beslissingsbevoegdheid van RWS/college antwoordt wethouder JANSSEN dat de vergunning is gevraagd door 4
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 13 februari 2025
Fokker voor een parkeervoorziening op RWS-terrein en dat het college bevoegd is om deze vergunning te verlenen. Er zijn verder geen vragen. 06.
Ingekomen stukken. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN vraagt inzake E.01. art. 40 vragen OP-fractie inzake sanering Havenhoofd, waar de 83 uur arbeid (GGD 16 uur, Omgevingsdienst ZHZ 37 uur en de gemeente Papendrecht 30 uur) t.b.v. de 130 vragen die de OP-fractie heeft ingediend (terwijl er meerdere malen over dit onderwerp is gesproken en talloze stukken zijn gedeeld) op worden geboekt. Tevens vraagt zij zich richting de OP-fractie af of dit werkelijk nodig is geweest. Wethouder KOSTEN bevestigt dat dit een grote klus is geweest met een stevig prijskaartje, die in dit geval terecht komt bij het thema milieu. Hierbij merkt hij ook op dat de betreffende collega’s zich op dat moment niet met iets anders hebben kunnen bezighouden. De heer SPITSBAARD noemt A01. Brief aan de raadsleden, inzake het functioneren van de SDD en het onderzoek medewerkers SDD, met de noodkreet om direct in te grijpen in het huidige gebrekkige onderzoek en een andere onafhankelijke partij dit te laten onderzoeken.
Op zijn vraag wat de portefeuillehouder van de weergave van deze situatie vindt, dat medewerkers hebben aangeven geen vertrouwen te hebben in het MT en wat de gemeente Papendrecht hieraan kan doen antwoordt wethouder VAN ERK dat men via (5) verschillende procesbrieven die zijn gedeeld met de raden op de hoogte is dat er een onafhankelijk objectief onderzoek loopt, dat is ingesteld door het DB van de GR n.a.v. de eerste anonieme brief op 2 december. Het DB vindt het belangrijk daar waar het kan zo transparant mogelijk te communiceren en, met aandacht voor de medewerkers en de kwalitatief goede dienstverlening, dit zo zorgvuldig mogelijk te behandelen. Met het oog op al deze aspecten is er via het onafhankelijke bureau een officieel meldpunt geopend. Vanwege het grote aantal meldingen loopt het onderzoek tot half april, waarna de eindrapportage zal volgen. Vanuit Papendrecht (als 1 van de 7 eigenaren van de GR) speelt men het spel ten volle mee, wacht men de rapportage af en komt men hierop op een later moment terug. De heer SPITSBAARD geeft aan dat de huidige werknemers hebben aangegeven dat het onderzoek niet objectief is en dat ontslagen werknemers niet worden gehoord. De commissie adviseert aansluitend de onderhavige stukken door te leiden naar de gemeenteraad. 5
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 13 februari 2025
07.
Insprekers over niet geagendeerde onderwerpen. De heer BERGSMA: Goedenavond, mijn naam is Dennis, ik ben inwoner van de gemeente Papendrecht en ik vind het verdrietig dat ik hier moet staan. In 2021 zijn wij als direct belanghebbenden, woonachtig in de Beukmolen, benaderd door de gemeente. Daar zijn een aantal plannen gepresenteerd, dat was het startpunt voor iets dat al veel langer liep bij de gemeente. Tot mijn verbazing heb ik net na de zomer van afgelopen jaar een berichtje van mijn buurman gekregen waar een presentatie in zichtbaar was van een nieuw plan, getoverd uit een hoge hoed, dat niet aansluit bij dat wat gepresenteerd is en waar wij als burger nooit over geïnformeerd zijn. Dus ik vind het heel verdrietig dat ik hier moet staan en ik ben eigenlijk ontzettend boos. Ik hoor meneer Janssen praten over participatie (hij steekt zijn duim op), heel goed. De mensen die rondom de haven wonen moeten blij zijn, maar de participatie is sinds 1 januari 2024 een plicht. Maar ik vind het een plicht die altijd geldt, dus de wet is veranderd en u gaat participeren, maar vanaf 2021 heeft u vergeten om alle inwoners die direct belang hebben te informeren. Dus dat is waar ik u op aanspreek, meneer Janssen. Dat vindt u bijzonder, maar dit is mijn inspreekmoment en dat is wat ik voel als burger.
Ik heb niet het idee dat de gemeente of de raad meer dienstbaar is aan de mensen die hier wonen. (Mevrouw VAN ES merkt per interruptie op dat de heer Bergsma de raad mag toespreken, maar de wethouder niet). Dat bevreemdt mij, want ik heb allerlei vragen gehoord vanavond en ik heb nu een moment om in te spreken en er zijn heel veel vragen, waar het gaat om de CBS-getallen, de bevolkingsgroeiontwikkeling: Papendrecht krimpt. Het aantal leerlingen in Papendrecht krimpt en in de komende jaren krimpt het nog harder. Dat is het beleid van de gemeente, 13 inwoners erbij in de laatste 10 jaar denk ik gemiddeld als ik de CBS-getallen bekijk. Dat zijn met name inwoners die in het Land van Matena zijn gaan wonen, daar hadden best heel veel andere huizen gebouwd kunnen worden. En als je nu op de locatie waar ik woon een school gaat bouwen, die ruimtelijk gezien niet past binnen het bestemmingplan, dat is bevroren zoals u allen weet, dan is er nog een enorme hobbel te nemen. Ruimtelijk gezien, maar ook om de mensen die er wonen te informeren en de participatieplicht in te vullen. Dus uiteindelijk staat de gemeente, denk ik, 2-0 achter. En dat is heel vervelend, want we beseffen allemaal dat er iets moet gebeuren. Maar de manier waarop zij communiceert siert de gemeente niet.
In die zin ben ik blij met de nieuwe omgevingswet en de participatieplicht, want nu móet er wel geparticipeerd worden. Maar dat geldt ook voor ons: het plan ligt nog niet ter visie als het gaat om een bestemmingsplanwijziging, dus ik wens u allen succes. Mevrouw VAN ES vraagt wat de kern van de klacht en boosheid is, waarop de heer BERSGMA aangeeft dat hetgeen in 2021 met inwoners is besproken afwijkt 6
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 13 februari 2025
van hetgeen later is gepresenteerd. Hierover is hijzelf niet geïnformeerd, maar zijn buurjongen als leerling van De Willem wel. Op de vraag van mevrouw VAN ES wat hij van de raad wenst antwoordt de heer BERGSMA dat belanghebbenden en omwonenden worden geïnformeerd en men serieus genomen wenst te worden. De heer VAN DEN DOOL vraagt of hij wel of niet aanwezig is geweest bij de informatieavonden waarop de heer BERGSMA antwoordt dat dit niet het geval is geweest, omdat hij niet is geïnformeerd over de 2 inloopavonden. Mevrouw DE BRUIN: Geachte voorzitter, leden van de raad, college en overige aanwezigen, Gymvereniging Olympia is eigenaar van het gebouw “De Olympiaan” gelegen in het Van der Palmgebied . Als één van de direct betrokkenen hebben wij geparticipeerd in het haalbaarheidsonderzoek van Synarchis. Ook zijn verschillende gesprekken gevoerd, ambtelijk en met de wethouder Sport over de aankoop van De Olympiaan. Graag neem ik u eerst mee terug in de tijd. In 1998 verkocht de gemeente het gymlokaal aan Olympia. De Lage Waard had de Prins Bernardschool verlaten en het gymlokaal stond daardoor leeg. Olympia had interesse want destijds huurde Olympia 6 verschillende locaties van de gemeente. Dat kwam het verenigingsleven niet ten goede. In de raadsstukken van toen is te lezen dat in het gymlokaal praktisch alles vernield was.
De aankoop, de nieuwe installaties en alle benodigde herstelwerkzaamheden konden worden uitgevoerd met een geldlening onder gemeentegarantie en hulp van heel veel vrijwilligers. Ook is te lezen dat de gemeente toen al plannen had voor de locatie. Daarom werd ook voorzien in een terugkoopregeling, inclusief de toezegging dat de gemeente alsdan zou zorgen voor vervangende oefenruimte voor de vereniging. Nu bijna 30 jaar later, met het einde van de opstaltermijn bijna in zicht, voeren wij het terugkoopgesprek. In het bijna 100-jarige bestaan van de vereniging is op turngebied veel gebeurd. In 1928 ging het vooral om heren die aan hun spierkracht, lenigheid en evenwicht werkten. Nu is de vereniging divers en voor jong tot oud. Vanaf 2 jaar kan je terecht voor het officiële Nijntje beweegdiploma. Zo draagt Olympia bij aan een motorisch vaardige jeugd, een actiepunt uit het 1e sportakkoord. En we werken samen met de beweegcoach en met steun uit het vitaliteitsbudget hebben wij sport voor senioren opgezet. De turnsport heeft zich ook in de breedte ontwikkeld met bijvoorbeeld freerunning en ritmische gym. Olympia biedt turnen, springen en ritmische gym aan. Zowel op 2 recreatief als selectieniveau. Onze ritmische gym selectie komt uit op hoog niveau: de 1e en 2e divisie.
Nu sporten we noodgedwongen weer in 4 verschillende accommodaties: van de 6 trainingsmomenten voor de ritmische gym zijn er 2 in het sportcentrum in Papendrecht en 4 trainingen vinden plaats buiten Papendrecht: in Hendrik-Ido7
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 13 februari 2025
Ambacht en Dordrecht. Dat heeft met de zaalhoogte te maken. Ritmische gym vraagt vanwege de gebruikte materialen zoals bal, hoepel, lint, om een hoogte van 9 meter. Onze droom Toen de wethouder ons vroeg naar onze droom was het antwoord daarop niet moeilijk. We zouden graag weer onder 1 dak sporten. En we zouden ook graag een stap vooruit zetten op het gebied van de faciliteiten. Toekomstbestendige faciliteiten zijn bijvoorbeeld een vloer waarin de turntoestellen standaard opgesteld staan, omgeven door dikke matten en een valbak met schuimblokken om veilig te landen. Ook wel een “turnhal” genoemd. Dit komt de trainingskwaliteit en prestaties ten goede. Het is veiliger en beter voor de levensduur van de toestellen en materialen. Dat is onze droom. Synarchis heeft onze droom vertaald en uitgerekend wat dit betekent aan m2 voor een volledig standalone te realiseren turnhal. Dat leest u op pagina 13 van het rapport. Dit corrigeren wij graag want Olympia hoeft geen volledig eigen standalone turnhal van de geschetste omvang. Olympia ziet graag dat de verschillende elementen geïntegreerd worden in de nieuw te realiseren sporthal. Voor de ritmische gym betekent dit een zaalhoogte van niet 7 maar 9 meter. De wethouder Sport heeft toegezegd te rekenen aan de kosten van de extra hoogte èn zo’n uitbreiding met de genoemde faciliteiten, al dan niet d.m.v. een vergroting van de hal.
In de regio is iets dergelijks gerealiseerd door het Fortes Lyceum in Gorinchem. Daar is 1/3 deel van de sporthal met deze faciliteiten ingericht. Naast de lokale turnvereniging maakt het Lyceum hier overdag ook gebruik van. Olympia verkent zo’n combinatiekans graag met het onderwijs. Want dat maakt het multifunctioneel. Olympia ziet de verkoop van de Olympiaan als één onderdeel van het totaalpakket aan te maken afspraken. Om zo'n verkoopbesluit te kunnen nemen is, naast de koopsom, nog meer inzicht nodig. Wij noemen de belangrijkste onderwerpen: - Een werkbaar rooster. Op pagina 37 van het rapport van Synarchis is te lezen dat er nog knelpunten zijn in het rooster. 3 - De huurcondities waaronder de huurpenningen i.r.t. de huidige huisvestingslasten. - Gebruikelijke praktische faciliteiten voor leiding en bestuur. Bijvoorbeeld voldoende bergruimte in het zaaldeel en een leiding/bestuurskamer direct naast het zaaldeel. Duidelijkheid over het geschikt kunnen maken voor de ritmische gym en het kunnen toevoegen van een kwaliteitsimpuls voor het turnen. Wij continueren graag de gesprekken en verkenningen met de gemeente om zo tot een goed besluit te kunnen komen over het al dan niet terugkopen van De Olympiaan en verhuizing naar de nieuw te realiseren sporthal. Bedankt voor de aandacht. Namens G.V. Olympia. De heer C.
GRIMMIUS begrijpt dat een hoogte van 7 meter voor het gooien van ballen en linten te weinig is. Op zijn vraag hoe haalbaar de 7 meter voor de ritmische gymnastiek zou zijn antwoordt mevrouw DE BRUIN dat dit ongeschikt is en men het daarom aanbiedt in het sportcentrum waar de hoogte 9 meter is. 8
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 13 februari 2025
Mevrouw VAN WIJNGAARDEN vraagt waarom de hoogte van 9 meter nodig is, waarop mevrouw DE BRUIN aangeeft dat dit nodig is voor de attributen (bal, knotsen, linten, etc.) die de hoogte in worden gegooid. Ook voor volleybal is een hoogte van 9 meter wenselijk. Op de vraag van mevrouw VAN WIJNGAARDEN hoeveel leden van het totale bestand zich met ritmische gymnastiek bezig houdt antwoordt mevrouw DE BRUIN dat dit 35 van de 300 leden zijn. Het is voor de vereniging een droom om onder 1 dak te blijven, het is voor ouders en leden fijn als het in Papendrecht geconcentreerd kan worden. Op de vraag van de heer SCHUIL of alle leden, wanneer men de gewenste hal krijgt, in Papendrecht zullen blijven antwoordt mevrouw DE BRUIN dat men niet vrijwillig naar Hendrik-Ido-Ambacht en Dordrecht is uitgeweken en alles -mits het past- geconcerteerd wordt in Papendrecht. De heer PAT: Goedenavond raad, bedankt dat wij als belanghebbenden mogen inspreken in het bouwproject van de Lage Waard. Waar het mij en mijn buren in de dichtstbijzijnde plek van het toekomstige bouwterrein van de Lage Waard aan ontbreekt, is goede informatie. Een paar maanden geleden werden er ineens heel veel bomen rond de Lage Waard omgezaagd, waarschijnlijk dat dit regulier onderhoud was, maar de schrik sloeg ons om het hart. Wij dachten: ‘gaat de bouw nu al beginnen?’ Zo slecht zijn wij geïnformeerd.
We hebben een samenleving en die kan slagen door wederzijds respect. Wij vinden dat het respect niet wordt ingevuld door de gemeente Papendrecht. Wij worden niet goed geïnformeerd. Toen het onderhoud van het groen plaatsvond ben ik onmiddellijk gaan zoeken hoe ver de planning van de bouw staat. Ik heb toen contact opgenomen met de heer Markesteijn, die bleek projectleider te zijn voor de bouw van die scholen, daar werden we ontvangen en die heeft ons wat informatie gegeven. Maar dat was puur op ons eigen initiatief, wij werden niet geïnformeerd door de gemeente. In 2013 hebben wij al eerder een probleem gehad met allerlei activiteiten rond de Lage Waard en hebben toen gesproken met toenmalige wethouder Koppenol, die heeft vastgelegd dat we op een regelmatige manier geïnformeerd zouden worden over de veranderingen die er rond de Lage Waard zouden gaan plaatsvinden. Dit is niet gebeurd. Wij vroegen de heer Markesteijn of deze afspraak bij hem bekend was, dat was niet het geval. Dan heb je een initiatief met bewoners die belanghebbenden zijn in die omgeving, maar er wordt gewoon niets mee gedaan en we worden niet geïnformeerd. Doordat wij onkundig zijn over die processen krijg je allerlei vragen in de buurt over wat er gaat gebeuren. We hebben in het gesprek met de heer Markesteijn wat additionele informatie gekregen.
Wat bleek, er was dus al een architect gekozen, zonder dat wij daar bij betrokken zijn geweest, die een plan heeft gemaakt dat daar waarschijnlijk ook gerealiseerd gaat worden. Wat blijkt, in dat plan staat een gebouw dat wordt 4 lagen hoog. 9
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 13 februari 2025
We wonen in een laagbouw gebied, zo’n gebouw dat ineens zo hoog wordt staat helemaal niet in die wijk en daar krijgen wij als bewoners echt last van. Niet alleen wordt de waarde van de woningen lager omdat het zicht wordt beïnvloed. Het is echt jammer dat die communicatie niet op gang komt. Wij hebben er als bewoners behoefte aan om te weten wat er gaat gebeuren. Er komen allerlei vragen tevoorschijn, we lezen in de krant dat het hele project, inclusief De Willem, 127 miljoen euro gaat kosten. Dat is de planning, maar men weet dat overheidsuitgaven altijd hoger gaan worden. Bij de dekking daarvan is het de bedoeling dat de Rijksoverheid gaat bijdragen aan de kosten van de bouw van de scholen. Die bijdrage van het Rijk gaat, zoals de toekomst eruit ziet, alleen maar heel erg veel minder worden. Dan is een plan van 127 miljoen niet te dragen door een gemeenschap als Papendrecht. Dan was er ook nog een vraag ontstaan hoeveel Papendrechters er gebruik gaan maken van die scholen? Draagt Papendrecht niet een heel zware last voor de hele regio? Moet Papendrecht dan 127 miljoen opbrengen om dat te realiseren? Binnenkort worden wij gevraagd een extra hoge OZB te betalen, om de investering van 127 miljoen te dekken. Dat waren ongeveer de belangrijkste vragen die er zijn.
Een heel belangrijke vind ik of dat gebouw, als het er komt, zo hoog moet worden? Wij gaan hier echt last van krijgen. De heer VAN DEN DOOL hoort een aantal vragen die vanavond aan de orde zullen komen, daarnaast hoort hij de opmerking dat omwonenden beter geïnformeerd dienen te worden. Verder merkt hij op dat de keuze van de architect echter niet aan de omwonenden is. De heer HARDENBOL vraagt de wethouder wat men aan de slechte communicatie gaat doen en wat er wel is gecommuniceerd. Ook mevrouw VAN WIJNGAARDEN vindt dat de communicatie beter kan en moet zijn en dat er inderdaad sprake moet zijn van wederzijds respect. Daarnaast merkt zij op dat men naast het uitzicht van omwonenden, met het oog op woningbouw, goed voortgezet onderwijs, etc., ook andere belangen moet afwegen. Helaas is het niet te voorkomen dat in een laagbouwwijk scholen worden gebouwd. Niets meer aan de orde zijnde dankt de VOORZITTER de insprekers voor hun inbreng en sluit zij dit agendapunt. Toelichting wethouder op de volgende agendapunten: Wethouder KOSTEN geeft een toelichting op de voorliggende voorstellen en de onderlinge relatie. Hierbij merkt hij op dat men in samenspraak met de griffie tot de initiële agenda en volgorde is gekomen. Vanwege de onderlinge verbanden tussen de verschillende voorstellen kan hij zich voorstellen dat er bij de raad 10
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 13 februari 2025
vragen leven m.b.t. hoe het een zich tot het ander verhoudt. Het is daarom goed om te weten dat in de voorbereiding is nagedacht over wat wijzigingen en voorstellen eventueel betekenen voor de andere voorstellen. (Een en ander kan men desgewenst bij voorstellen aangeven en daarnaast is ambtelijke bijstand beschikbaar voor het schrijven van amendementen.) M.b.t. de voorstellen en de onderlinge relatie merkt de wethouder m.b.t. het (tweede) voorstel voor de scenariokeuze MFA op, dat wijzigingen van het scenario impact kunnen hebben op de andere 2 voorstellen. (Om deze reden had men dit voorstel als eerste op de agenda gezet.) Na een positief besluit volgt er verdere besluitvorming inzake een kredietvoorstel voor de zomer. Het derde (oorspronkelijk tweede) voorstel inzake de ruimtelijke verkaveling is tweeledig: er wordt richting gevraagd m.b.t. de invulling van parkeren en om een plek te geven aan de WdZ en de sporthal in het Van der Palm-gebied. Dit voorstel is voorwaardelijk voor het besluit over de voscholen. Bij de gebouwde parkeeroplossing maakt men gebruik van de keuze die is gemaakt m.b.t. de MFA en bij positieve besluitvorming komt er voor de zomer een verder uitgewerkt voorstel, waarna de raad verder kan spreken over o.a. woningbouw en andere invulling van het gebied en de kredietvoorstellen.
Op het eerste (oorspronkelijk het laatste) voorstel inzake de vo-scholen en de sporthal kunnen andere voorstellen impact hebben. Er ligt m.n. een relatie tussen de MFA en de sporthal, qua ruimtelijke verkaveling is het besluit van belang om een plek te hebben voor de realisatie van de scholen en de sporthal. De beslispunten die direct de vo-scholen raken doen niets met de andere besluiten. De invulling van de sporthal is gerelateerd aan de MFA, vandaar dat deze later op de agenda stond. 10.
Huisvesting voortgezet onderwijs Papendrecht. De heer C. GRIMMIUS merkt m.b.t. de insprekers op dat beiden de slechte communicatie richting inwoners hebben genoemd. Zijn fractie vraagt zich af hoe het mogelijk is dat inwoners niet worden geïnformeerd middels een huis-aanhuisbrief en hoopt dat het college hier actie op zal ondernemen. M.b.t. de voorstellen zegt hij dat de verwevenheid van de voorstellen het niet makkelijk maakt. Zijn fractie is voor nieuwbouw van de vo-scholen en vindt deze belangrijk en noodzakelijk. Het voorliggende voorstel heeft echter veel twijfel veroorzaakt of dit financieel verantwoord is en of dit het waard is. Hierbij twijfelt men over de juistheid van de prognose van de leerlingenaantallen. Men is het ermee eens dat onderwijshuisvesting een belangrijke taak is, maar merkt ook op dat de gemeente nog veel meer belangrijke taken heeft, waarvoor extra bezuinigingen nodig zijn om deze te realiseren. Blijft er genoeg geld over voor de herinrichting van de begraafplaats, riolering, verduurzaming van het primair onderwijs en het mobiliteitsplan? Daarnaast gaan inwoners elk jaar bovenop de inflatiecorrectie extra OZB betalen, die niet gaat naar hun veiligheid, bibliotheek, theater, duurzame toekomst, etc. Voor veel inwoners zijn dit extra lasten waarvoor zij 11
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 13 februari 2025
niets terugkrijgen, van al deze inwoners gaan er 30.000 niet naar school. Verder betwijfelt zijn fractie de genoemde grotere bijdrage vanuit het Rijk voor het gemeentefonds en lijkt het erop dat de gemeente met de investering in de voscholen tot 2093 financieel vastgeketend wordt. Zijn fractie is voor nieuwbouw, maar is niet overtuigd van de verantwoordelijkheid van dit voorstel. Men is altijd voor 1 gebouw voor beide scholen geweest en heeft er altijd voor gepleit om omliggende gemeenten te betrekken en hun een steentje te laten dragen. In het land ziet men voorbeelden van GR-en onderwijshuisvesting voor het voorgezet onderwijs waarbij men de kosten verdeelt. Tenslotte noemt de heer GRIMMIUS het alternatief levensduur verlengende renovatie voor 20 jaar. De heer BOERSMA zegt dat het voortgezet onderwijs van grote betekenis is voor de samenleving, maar dat beide scholen verouderd zijn en men de wettelijk huisvestingsplicht heeft. Dit levert een grote uitdaging op, waarover men al 10 jaar spreekt en waarvoor een besluit wordt gevraagd. De SGP-fractie loopt niet weg voor dit besluit, waaraan in de afgelopen jaren een zorgvuldig proces is voorafgegaan, hetgeen heeft geresulteerd in een voorstel dat grondig is onderbouwd.
In 2019 heeft men een visie en routekaart vastgesteld, waarbij men heeft gezegd samen met de scholen verantwoordelijkheid te willen nemen voor de huisvesting van het vo. Voor zijn fractie is dit commitment richting de scholen zwaarwegend en men vindt het belangrijk dat de gemeente een betrouwbare partner is. Waar andere fracties in zullen gaan op een eventuele grootscheepse renovatie, ziet zijn fractie dit niet als een serieus alternatief, omdat dit niet leidt tot een duurzame en effectieve inzet van middelen en men na 25 jaar met hetzelfde vraagstuk wordt geconfronteerd. Men ziet een renovatie-scenario als kapitaalvernietiging en vindt dit ook ingewikkeld uit te leggen aan de scholen en inwoners. Er is sprake geweest van een lang en zorgvuldig proces, waarbij de gemeenteraad (grotendeels) grip heeft kunnen houden op het proces en het college heeft geprobeerd te luisteren naar de wensen en suggesties vanuit de gemeenteraad (sparen voor toekomstige investeringen, financiële impact van toekomstige investeringen duidelijker zichtbaar maken in de begroting, aandacht voor risico’s en alternatieven, uitvoeren van second opinion en de ontwikkeling van de MFA versneld is). Verder merkt de heer BOERMSA op dat men staat voor het grootste besluit ooit door de Papendrechtse gemeenteraad.
Een van de financiële overwegingen die voor de SPG-fractie van belang is om dit voorstel te steunen, is het feit dat er een solide dekkingsplan ligt voor bekostiging van de nieuwbouw van de vo-scholen. De kernvraag is of er na dit besluit nog ruimte is voor andere grote investeringen en beleidsintensiveringen. Volgens de SGPfractie is dit mogelijk. In de perspectiefnota voor 2024 zijn een aantal investeringen genoemd waarover later nog besluiten genomen moeten worden. Hierin zijn ook nog allerlei keuzes te maken: of men de investering wel/niet doet, de mate waarin en de fasering. De vraag is zijns inziens niet of men keuzes kan 12
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 13 februari 2025
maken, maar of men deze wil maken. De SGP-fractie is hiertoe bereid. Het financieel meerjaren perspectief laat zien dat het verwachte tekort in 2035 oploopt tot – 5,7 miljoen, maar dat dit vrijwel uitsluitend wordt veroorzaakt door de reservering toekomstige investering en nieuw beleid. Ook m.b.t. deze reservering zijn volgens zijn fractie keuzes mogelijk. Het college stelt voor om vanaf 2027 elk jaar € 600.000,- te begroten voor nieuwe investeringen. Men zou ook kunnen kiezen voor een lager jaarlijks bedrag, hetgeen op de lange termijn een significante impact heeft op het verwachte tekort. Daarnaast noemt hij het mobiliteitsplan, waarvoor jaarlijks 2 miljoen investeringen wordt geprognotiseerd en is het -zoals Deloitte aangeeft- ook de vraag wat de ambtelijke organisatie in een jaar aankan. Kijkend naar de begroting van de komende jaren, ontkomt men niet aan een ombuigingstraject waarin men keuzes zal moeten maken. Ook als men niet in de vo-scholen zou investeren is dit noodzakelijk. Verder merkt hij op dat in het raadsvoorstel op geen enkele wijze rekening is gehouden met incidentele opbrengsten uit toekomstige gebiedsontwikkelingen en ook is de incidentele beschikbaarheid van de bestemmingsreserve toekomstige investeringen (van 9 miljoen) niet meegenomen.
De SGP vindt het een verstandige keuze om onszelf niet rijk te rekenen, maar tegelijkertijd zal de opbrengst uit grondexploitatie ook wat opleveren. Verder noemt de heer BOERSMA de Papendrechtse traditie van voorzichtig begroten en ramen, zoals het college bij dit voorstel ook aangeeft: de reservering van 25% van de jaarlijkse groei van de algemene uitkering is gebaseerd op een voorzichtige raming. T.a.v. risico’s m.b.t. de bouw van de scholen vraagt hij de wethouder toe te lichten of ook hier voorzichtig is begroot en wat het bouwheerschap dat bij de scholen belegd wordt betekent voor de risico’s. De afgelopen jaren heeft men, door lokale incidentele meevallers of vanuit het Rijk, telkens positieve resultaten. Hij is van mening dat men ook dit mag meewegen bij dit besluit. Tenslotte deelt zijn fractie de zorg, die sommige andere fracties hebben uitgesproken, dat Papendrecht met dit besluit op slot gaat niet. Dit besluit is de sleutel waarmee men de deur opent naar niet alleen de scholen, maar allerlei andere ruimtelijke ontwikkelingen. Juist door nu geen besluit te nemen over de nieuwbouw houdt men Papendrecht op slot. Dit is het moment om keuzes te maken, de SPG-fractie zal dit voorstel van harte steunen. Mevrouw KARSO is het er mee eens dat er iets moet gebeuren met de huisvesting van de vo-scholen.
Vanavond gaat het over een kredietvoorstel van 137 miljoen, het toekomstperspectief van Papendrecht en de financiële haalbaarheid van dit besluit, niet over gemeentelijke accommodatie. Zij noemt het voorgaande idee om met 1 scholencomplex nieuwe huisvesting te financieren. Destijds waren de kosten hiervoor ver onder de 100 miljoen en de vrijkomende grond was voor woningen en sport en cultuur. Helaas is dit idee veranderd in nieuwbouw van 2 vo-scholen met eigen sportvelden en gymzalen, zo ver mogelijk bij elkaar 13
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 13 februari 2025
vandaan, om zo min mogelijk kostbare voorzieningen met elkaar te delen. Bij het vaststellen van de routekaart heeft haar fractie altijd aangegeven hier alleen mee in te stemmen wanneer dit financieel haalbaar is, zonder de gemeente op slot te zetten/failliet te laten gaan, zonder steeds te moeten bezuinigen en vooropgesteld dat men -zonder extra verhoging van de OZB- ook andere wettelijke taken kan blijven uitvoeren. De vraag destijds was om met een realistisch financieel verantwoord voorstel te komen, zodat men hiermee eindelijk kan instemmen en ook verder kan met de andere belangrijke zaken voor inwoners, zoals betaalbare woningbouw, meer groen, meer sport en cultuur, etc. In het voorliggende voorstel wordt gevraagd om bijna 130 miljoen te investeren, waarvan men de kapitaallasten van 4,8 miljoen volgens het college kan dekken middels een extra verhoging van de OZB vanaf 2023, de Enecogelden (andere bestemmingen zijn dus niet meer mogelijk) en de rest van deze kapitaallasten worden gedekt vanuit de begroting. De vraag is hoe dit ineens mogelijk is, terwijl men de begroting al een tijdje niet sluitend kan krijgen en het ravijnjaar eraan komt. Wanneer men deze omvangrijke investering gaat doen, moet men heel hard gaan bezuinigen en de lasten voor de burgers extra verhogen. Na bespreking in de fractie ziet en begrijpt men niet hoe dit anders kan.
De voorzieningen die Papendrecht Papendrecht maken, komen hierdoor onder druk te staan. De dekking die men ziet is niet realistisch en niet verantwoord genoeg. Geen theater, geen kinderboerderij of zwembad, mogelijk geen MFA voor het verenigingsleven, maar wel 2 vo-scholen. Daarnaast is men ervan overtuigd dat deze uitgave van ca. 130 miljoen mede aanleiding is voor de aangekondigde ombuigingsoperatie en ziet men dat er plannen in de maak zijn om de OZB te verhogen. De PvdA-fractie is van mening dat wanneer men niet kiest voor deze investering men de eerdere jaarlijkse OZB-verhoging kan terugdraaien en alle andere noodzakelijke grote investeringen kan doen, die bij elkaar geen 130 miljoen kosten. Het frame van de (te verwachten) tekorten dat wordt neergezet heeft te maken met het landelijk beleid, maar men heeft ook lokaal kansen laten liggen. In dit kader noemt zij de alsmaar stijgende kosten in het sociaal domein (jeugdzorg) en het aantal wethouders (in vergelijking met Dordrecht), etc. Met een voorstel voor 130 miljoen maakt men de tekorten alleen hoger. Degenen die de prijs hiervoor betalen zijn de inwoners. Verder vraagt zij het college of het college het ermee eens is dat met alleen het aannemen van dit voorstel een bezuiniging noodzakelijk is, om niet in de rode cijfers te komen.
Daarnaast vraagt zij of men met het aannemen van dit voorstel in de toekomst zonder extra te bezuinigen andere investeringen kan blijven doen. Tenslotte vraagt de PvdAfractie zich af waarom het college ervoor kiest om de realisatie van de vo-scholen bij de schoolbesturen te beleggen en of men hier geen extra risico mee loopt. De heer DEN BOEF zegt dat het, omdat de gebouwen op zijn, geen keuze is om niets te doen. Renovatie van de huidige scholen is voor zijn fractie echter geen 14
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 13 februari 2025
optie. Hij dankt het college voor het feit dat zij de ambities en plannen van (o.a.) de CU-fractie in de plannen hebben verwerkt. Men is zich ervan bewust dat de aankomende lasten gevolgen voor Papendrecht zullen hebben en dat aanpassingen en besparingen hiervoor nodig zijn. Om deze reden is het geen makkelijk besluit, er zal niet alleen sprake zijn van lastenverzwaring voor de inwoners. Het blijkt echter wel dat Papendrecht door deze keuze niet op slot gaat. Er is sprake van veel nog niet ingevulde mogelijke meevallers en zaken die men nog moet afstemmen. Mevrouw VAN ES geeft aan dat het heel bijzonder is dat de D66-fractie als onderwijspartij aangeeft dat dit zo niet kan. Men wil goede onderwijsgebouwen voor beide scholen, ook tegen een hoge prijs, maar niet tegen elke prijs. Om deze te hoge prijs te zien moet men niet kijken naar het raadsvoorstel zelf, maar naar de gevolgen voor de inwoners. Door dit voorstel moet Papendrecht de grootste bezuinigingsoperatie ooit uitvoeren, waarvan de gevolgen extreem en niet te overzien zijn. Denk aan bv. de mogelijke gedwongen fusie met andere gemeente, de noodgedwongen verhoging van OZB-tarieven, sluiting van het buitenzwembad, betaald parkeren op straat, verhoging van het tarief van de Drechthopper, sluiting van de kinderboerderij, stoppen met alle cultuursubsidies, geen bouw van de MFA, etc.
Dit alles samen is niet eens voldoende om de door dit voorstel ontstane tekorten te dekken. De D66-fractie heeft hier buikpijn van. Als het college en de coalities zeggen dat men dit kan betalen, bedoelen zij dat ze dit rond kunnen rekenen en beredeneren. Dit is een sterk staaltje van relevante informatie weglaten i.c.m. wishful thinking, tegen het onethische aan. De norm die men in Papendrecht hanteert van degelijke financiën en verantwoordelijkheden nemen voor degenen die hierna komen, wordt met dit voorstel definitief achter gelaten. Financiële ontwikkelingen in de laatste tabel van de RIB van 30 januari en de second opinion van Deloitte laten zien dat alle financiële kengetallen diep in het rood staan. Papendrecht moest al 2 miljoen bezuinigingen i.v.m. o.a. de kosten van jeugdzorg. Dit tekort loopt door de scholenbouw op tot 5,6 miljoen. Dit zijn bv. 56 bezuinigingen van € 100.000,- of 11 van € 500.000,-. Hoe komt men daar aan? De D66-fractie neemt geen besluit waarvan men niet méér weet dan dat de gevolgen voor de inwoners extreem zijn. Wat nu? Gaat D66 tegen stemmen? Dat is het verstandigst, maar men vreest dat de meerderheid van de andere fracties voor gaat stemmen. Men heeft een weg gezocht waar alle fracties achter kunnen staan en zal een amendement voorbereiden waarin het proces wordt gedeeld. De raad verstrekt nu uitsluitend krediet (ca.
10 miljoen) voor het uitvoeren van het definitieve ontwerp en de planologische voorbereiding (zonder vertraging tot 2026). Bij de fase van aanbesteding in 2026 neemt de raad, als het verantwoord is, een apart kredietbesluit voor de overige 120 miljoen voor de aanbesteding en de bouw. Dit zorgt er voor dat men eerst een zorgvuldig proces kan hebben, waarin men de 15
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 13 februari 2025
consequenties voor de samenleving kan overzien. Ook kan men in de komende 1,5 jaar zien of de kosten van jeugdzorg echt niet meer stijgen, hoeveel de GR-en kunnen bezuinigen en hoe de feiten uitpakken m.b.t. andere veronderstellingen waarvoor nu geen enkele onderbouwing is. Ook mevrouw BOKMA noemt de informatieverstrekking richting omwonenden en vraagt welke lessen met trekt uit het gebrek hieraan en welke verbeteringen het college gaat doorvoeren. Inzake het besluit m.b.t. de grootste investering in de recente geschiedenis van de gemeente Papendrecht worden de lasten pas na 2030 in de begroting zichtbaar. Hierbij komt dat het dekkingsvoorstel voor deze enorme investering is gebaseerd op een aantal aannames. Die van de groei van de algemene uitkering op basis van de inflatie vindt de VVD plausibel. Het is duidelijk dat deze lasten voor deze investering vanaf 2030 betaalbaar zijn. Het benodigde bedrag voor de bouw kan worden gefinancierd en door de aflossingen zullen de kengetallen binnen enkele jaren weer op niveau zijn. Ook is duidelijk dat ook zonder de bouw van de vo-scholen bezuinigingen noodzakelijk zijn. Verder is men van mening dat er nog veel keuzes (in fasering of wensen) kunnen worden gemaakt voor toekomstige investeringen. Verder merkt mevrouw BOKMA op dat een eerder plan voor 1 complex niet haalbaar was.
Ook renoveren is als optie onderzocht, maar is de rekening voor nieuwbouw doorschuiven en extra investeren voor een beperkte periode. Wel maakt de VVD-fractie zich zorgen over de ontwikkeling van het leerlingenaantal, maar de onderbouwing vindt men voldoende. M.b.t. de vraag of men de lasten van deze enorme investering kan betalen vindt men dat deze met de kennis van nu voldoende onderbouwd en betaalbaar zijn. Een ander dilemma is het risico op budgetoverschrijdingen: hoe houdt men grip op de kosten terwijl de gemeente niet aan het roer staat? Graag ontvangt zij een toelichting op de betrokkenheid van de gemeente en de kostenontwikkeling. Tenslotte gaat men er vanuit dat de raad regelmatig een voortgangsterugkoppeling zal ontvangen van de regiegroep. De heer LAMMERS merkt op dat de consequenties van de investering van 128 miljoen (op langere termijn) niet allemaal in kaart zijn gebracht. Er zijn 4 cruciale problemen bij het onderwijshuisvestingssysteem: schoolbesturen hebben geen inzicht in prestaties van schoolgebouwen, de bijdrage van het Rijk is onvoldoende voor de kosten bij de huidige systematiek, de gemeente en schoolbesturen hebben te weinig expertise voor beheer en onderhoud en door het ontbrekende onderwijshuisvestingssysteem is er geen grip op de kosten en kwaliteit.
De lasten van 4,8 miljoen zijn volgens het college te dekken binnen de begroting, maar daarbij zullen de kengetallen boven de norm uitkomen. Hetgeen het college stelt t.a.v. de aanpak van de geraamde begrotingstekorten is wensdenken. Als er een dalende trend waarneembare is, de ombuigingsoperatie slaagt en er voldoende financiële middelen in de begroting aanwezig zijn, zijn de kapitaallasten volgens 16
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 13 februari 2025
het college op te brengen. De werkelijkheid is echter minder rooskleurig. Voor de totale afweging is meer nodig dan de zonnige kant van het verhaal. Blijft de OZB-verhoging bij 1,5%? De OP-fractie verwacht van niet. Deze is bij de kaderbrief van 2022 immers al met 15% verhoogd. Daarnaast worden de Enecogelden compleet ingezet, is de stijging van het gemeentefonds niet zeker, compenseert de regering vooralsnog niets m.b.t. het ravijnjaar en laat de begroting van Papendrecht in de jaren daarna een negatieve trend zien. Daarnaast is aan GKN Fokker 50 miljoen geleend, moet er rekening worden gehouden met sanering van vervuilde grond, komen er tegenvallers aan bij de SDD, etc. De ombuigingscatalogus is hiervoor al in de maak. De heer LAMMERS vraagt zich af welke effecten dit zal hebben op de samenleving, het verenigingsleven, de sport en cultuur, etc. Blijft er nog geld over of steekt men hiermee het hoofd voor 60 jaar lang in de spreekwoordelijke strop, of gaat de gemeente uiteindelijk failliet? Er zijn flinke zorgen, omdat men geld beschikbaar wil houden voor ondersteuning van mensen in de samenleving, het sociaal domein, woningbouw, menselijk activiteiten, etc. Is het wijs al het geld in stenen te stoppen? In de brief van Deloitte staat een lijstje met additionele investeringen (t.w.v.
104,3 miljoen) die de gemeente in de komende jaren dient te doen (flexwoningen, de MFA, de sporthal, verduurzamen van de basisscholen, beheerplan openbare ruimte, het mobiliteitsplan en het water en rioleringsprogramma). De gemeente dient het algemeen belang in de gaten te houden en te behartigen en moet na de investering in de vo-scholen zelfstandig kunnen blijven. Men dient voor nu een stapje terug te doen, om op een later moment beter te slagen. De heer LAMMERS vraagt garanties m.b.t. de additionele investeringen van 104 miljoen en vraagt het college te reflecteren op de reservering die vanaf de ingebruikname van de schoolgebouwen gemaakt moet worden t.b.v. vervanging van installaties na 20 jaar. Tenslotte vraagt men hoe hoog de bouwkosten worden ingeschat en welke garanties men kan geven dat de OZB niet met meer dan 1,5% zal stijgen, om de dekking van de kapitaallasten aan te vullen. De heer VAN DEN DOOL hoort dat inwoners overzicht in het proces missen en verzoekt het college hen te informeren en de Lage Waard aan te spreken, zodat inwoners betrokken worden bij dit proces. Verder spreekt hij een woord van dank uit naar het (voorgaande) college en de ambtelijke organisatie voor het proces dat heeft geleid tot dit moment waarop men tot een oordeel kan komen.
Het CDA ziet de bouw van de scholen als de start van een vliegwiel voor een brede impuls voor onderwijs, wonen, cultuur, sport, duurzaamheid en daarmee een grote vernieuwing voor het dorp. Hij noemt de wettelijke taak van de gemeente: de zorgplicht voor onderwijshuisvesting, waarbij de gevraagde investering gebaseerd is op normbedragen per leerling en prognoses van het Rijk. Om deze reden hoeft men het debat over de hoogte hiervan niet te voeren. De 17
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 13 februari 2025
schoolgebouwen zijn 60 jaar (en ouder) en slecht en renovatie is -volgens Hevogeen optie. De belangrijkste vraag is of men het kan betalen, het gaat over een jaarlijkse last in 2033 van 4,8 miljoen op een begroting van meer dan 100 miljoen. Uit onderzoek in de jaarstukken en begrotingen heeft de CDA-fractie -om de volgende redenen- geconcludeerd dat men dit kan betalen, dat andere investeringen mogelijk blijven en dat er geen sprake is van extra lasten voor de inwoners. 1: De gemeente houdt het benodigde bedrag al jaren over en ter financiering heeft men ruim voldoende aan de 2 afspraken die men 5 jaar geleden heeft gemaakt. Men neemt ieder jaar een (oplopende) post in de begroting op alsof de scholen al gebouwd zijn. 2: Daarnaast stort men ieder jaar het geld dat over blijft in de spaarpot. Op dit moment is deze stelpost 2 miljoen per jaar en groeiend. In 2033 is deze 3,2 miljoen. In dat jaar heeft men 4,8 miljoen nodig. Het duurt dan nog tot 2043 voordat deze stelpost dermate groot is dat het de jaarlijkse kosten dekt. Tot het eind van de bouw (2033) spaart men 7,5 miljoen, in een aantal jaar daarna komt men 9 miljoen tekort. Dit betekent eenmalig 1,5 miljoen tekort, een bedrag dat op te lossen is.
3: Daarnaast kan men het spaargeld in 2033 samen met de Eneco-gelden, wanneer de bouw gereed is inzetten en heeft men aan de jaarlijkse post van 3,2 miljoen genoeg voor de financiering. 4: Waarom zou men, m.b.t. het meerjaren investeringsoverzicht, ieder jaar € 600.000,- aan beleidsinvesteringen optellen, zodat men in 2033 meer dan 5,4 miljoen heeft? De CDA-fractie is van mening dat men beleid ook moet kunnen stoppen/verminderen of alleen intensiveren in het tempo van de groei van het gemeentefonds. Men vindt het meerjaren investeringsoverzicht, omdat de uitvoering steeds een andere werkelijkheid laat zien, niet realistisch. Men gaat bv. ieder jaar 2 miljoen uitgeven aan het mobiliteitsplan. Na een paar jaar komt er echter waarschijnlijk een evaluatie/herijking en zal er een aantal jaar geen 2 miljoen betaald worden. Daarnaast wordt de investering voor de riolering niet gedekt uit de algemene middelen, maar uit de rioolheffing. Tenslotte zit in het voorstel de bestemmingsreserve niet in de financiering van de vo-scholen. Om deze reden is er ruimte voor andere zaken. De heer VAN DEN DOOL concludeert dat de gemeente dit, omdat men goed spaart, kan betalen, dat andere investeringen mogelijk blijven en het niet (extra) ten laste komt van de inwoners. De heer VERWEIJ geeft aan dat goede huisvesting en moderne faciliteiten belangrijk zijn voor goede prestaties.
Daarnaast is de dubbele vergrijzing in Papendrecht een feit en maken goede scholen en sportvoorzieningen (en cultuurfaciliteiten) Papendrecht aantrekkelijker voor jonge gezinnen, bevorderen zij de volksgezondheid en leiden zij tot meer sociale contacten. Met het bouwen van de nieuwe scholen voorkomt men hoge onderhoudskosten en scholen die niet aan de duurzaamheidseisen voldoen. Verder noemt de heer VERWEIJ de verschillen tussen renovatie voor 25 jaar en nieuwbouw voor 60 jaar (98 miljoen 18
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 13 februari 2025
vs. 112 miljoen euro). Uiteraard heeft ook de PAB-fractie zorgen over de financiën, bij de rekenopgave bij dit dossier kan men niet kan uitgaan van exacte gegevens. Goed financieel handelen lost echter veel op: realistischer begroten, kritisch bestaande budgetten doorlichten, andere investeringen langs een meetlat leggen, etc. Nu nog niets doen is geen optie, durf te kiezen voor vooruitgang voor de jongeren en de gemeente die in de regio de beste middelbare scholen heeft. De VOORZITTER merkt op dat de agendapunten 8 en 9 aanstaande donderdag 20 februari, voorafgaand aan de reeds bestaande agenda, zullen worden behandeld. Mevrouw VAN ES stelt voor agendapunt 8 vanavond nog te behandelen. De resterende fracties zijn het eens met het voorstel van de voorzitter. De heer GRIMMIUS merkt op dat er geen reservedatum meer beschikbaar is en dat beide agendapunten van de agenda van 20 februari dermate belangrijk zijn dat deze behandeld dienen te worden. De VOORZITTER zegt dat de agendacommissie zich hierover zal buigen. HET COLLEGE IN EERSTE TERMIJN Wethouder KOSTEN geeft aan dat men inmiddels 11 jaar onderweg is in het traject met de vo-scholen, waarbij zij sindsdien aandacht vragen voor hun gedateerde schoolgebouwen en de hoge kosten voor onderhoud en brandveiligheid.
Ook de media gaf onlangs aan dat de bouw van nieuwe scholen ver achterblijft en deze niet voldoen aan de eisen van de tijd. Om verschillende redenen vindt het college het belangrijk om het voorstel voor nieuwe voschoolgebouwen in Papendrecht te doen, om te bouwen voor toekomstige generaties en het behouden van de centrale rol in het onderwijs in het westen van de Alblasserwaard. De scholen zijn toekomstbestendig, toegankelijk en er is passende ruimte voor doeners en denkers. Door de bouw komen op beide locaties andere locaties vrij, die verdere ontwikkeling voor cultuur, sport en wonen mogelijk maken. Daarnaast neemt de gemeente haar verantwoordelijkheid om in onderwijshuisvesting te voorzien en is de timing, met 90 miljoen in de begroting, goed. Verder merkt hij op dat de genoemde participatie en communicatie er -wat langer terug in het kader van de stedenbouwkundige kaders- zeker is geweest. Daarna is het echter meer een intern proces geweest. Vervolgens volgt er na vaststelling van het voorstel een nieuwe fase van participatie met de omgeving. Destijds heeft men aangegeven er bij nieuwe ontwikkelingen op terug te komen. De wethouder ziet in dat -en trekt het zich aan- dit lang heeft geduurd, maar tegelijkertijd zijn er bijeenkomsten geweest en is men geïnformeerd via flyers en nieuwsbrieven.
Daarnaast gaat men de verplichte participatie op een goede manier invullen en is er m.b.t. de informatiebehoefte samen de scholen een communicatieplan opgesteld om 19
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 13 februari 2025
betrokkenen verder te informeren. Hierbij merkt hij op dat er wel veel tijd tussen de stappen zit. M.b.t. de door de GL-fractie genoemde alternatieven en bezwaren merkt de wethouder op dat een aantal van deze punten reeds eerder zijn genoemd en zijn vastgelegd in besluiten, die het uitgangspunt voor het college zijn. Inzake de vragen m.b.t. de prognoses geeft de wethouder aan dat er tot 2042 stabiel gemiddeld 3.200 leerlingen zijn geprognotiseerd. De cijfers van 2019 wijken behoorlijk af en zijn inmiddels veel hoger. Op de vraag van de SGP-fractie hoe er begroot is en wat de eventuele risico’s voor de gemeente zijn antwoordt de wethouder dat Hevo de investeringskosten zo goed en realistisch mogelijk in kaart heeft gebracht en berekend. Hierbij zijn het programma van eisen, indexeringen, de post onvoorzien en de afspraak dat risico’s allereerst opgevangen moeten worden binnen de kaders, meegenomen. Extreme schommelingen in de economie zijn in de risicoparagraaf van de samenwerkingsovereenkomst meegenomen. In antwoord op de vraag van de PvdA-fractie waarom de realisatie van de vo-scholen bij de schoolbesturen is belegd, antwoordt de wethouder dat dit wettelijk zo is geregeld. Daarbij is de gemeente echter niet buiten beeld en zal men op bepaalde momenten toetsen. Richting de VVD-fractie zegt de wethouder toe de raad uiteraard frequent te zullen informeren. M.b.t.
de vraag van de OP-fractie inzake garanties inzake de additionele investeringen verwijst de wethouder naar de technische beantwoording van de D66-fractie, waarin men heeft laten zie hoe er gerekend is met ontwikkelingen, hetgeen is meegenomen in de kredieten die nu voorliggen. Alleen bij extreme schommelingen in de economie zal men terugkomen bij de raad, verder is het aan de schoolbesturen om te acteren en taakstellend bezig te zijn. Inzake de vervangingsinvestering voor installaties geeft de wethouder aan dat het aan de schoolbesturen is om dit in het MJOP op te nemen. De eerste investering kan oplopen tot 30% van de bouwkosten, bij vervanging is dit bedrag aanzienlijk lager. In antwoord op de vraag naar de hoogte van de bouwkosten geeft de wethouder aan dat wordt uitgegaan van een aantal ontwikkelingen en risico’s, hetgeen leidt tot een prijspeil einde werk: de kredieten die men nu vraagt. Voor de opbouw van de bouwkosten verwijst hij naar de technische beantwoording van de vragen van de GL-fractie. N.a.v. de vraag naar de garantie dat de OZB niet meer dan 1,5% zal stijgen antwoordt de wethouder dat men in relatie tot dit voorstel denkt dat dit is wat er nodig is. Over andere voorstellen kan hij geen uitspraak doen. Afsluitend begrijpt hij de zorgen over de risico’s en de impact van dit belangrijke besluit.
Het college heeft de raad echter op een goede manier geïnformeerd, en zal dit blijven doen, over hoe men denkt dat dit een verantwoord besluit is. Uiteraard kan men nooit alle risico’s dekken. Nu niet kiezen is een aantal ontwikkelingen op slot zetten. 20
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 13 februari 2025
Wethouder VAN DER BORG hoort de vraag of Papendrecht deze en andere grote investeringen in de toekomst kan dragen. In dit kader verwijst hij naar de RIB van 30 januari jl. inzake het financieel perspectief voor de komende decennia. Uiteraard kan men geen garanties geven en weet men niet hoe het financieel perspectief er precies uit gaat zien. Hierin werkt men met de kennis van nu en is alles afhankelijk van de ontwikkeling van het gemeentefonds, de hoogte van de rente, etc. Daarnaast merkt hij op dat men tijdig is begonnen met sparen voor deze investeringen, door o.a. de OZB-stijging, de inzet van de Enecogelden en het budget toekomstige investeringen en dat Deloitte heeft geholpen met het dekkingsvoorstel. Hierin heeft het college conservatiever gerekend dan geadviseerd. Over de financiële kengetallen die boven de norm uitkomen is nauw contact geweest met de provincie, die heeft aangegeven dat dit in beginsel acceptabel is, maar dat men wel elk jaar moet aantonen dat de begroting sluitend is en dat er een plan is om de waarden te laten dalen. Ondanks het feit dat er fors is gespaard dient men, met het oog op andere toekomstige investeringen, te blijven streven naar een begrotingsevenwicht. Hiervoor is, met de kennis van nu en ook zonder deze investering, wel een ombuigingsoperatie nodig, waarvoor een apart traject is gestart.
In deze ombuigingsopgave is rekening gehouden met een gemiddelde benodigde investeringsruimte van ca. 5 miljoen per jaar, waarin men keuzes kan maken. Men hoeft dit bedrag niet op te nemen, maar dit is een gemiddelde van de beleidsintensiveringen van de afgelopen jaren. TWEEDE TERMIJN RAAD Mevrouw VAN ES begint met een formeel verzoek voor ambtelijke bijstand, om bv. een financieel expert bij het amendement te betrekken. Zij doet dit in de openbaarheid, zodat de ambtenaar beschermd wordt, er niets teruggekoppeld mag worden aan het college of de leidinggevende, en zij zal deze ambtenaar ook vragen of dit gerespecteerd is. Verder ziet men een tweedeling tussen de fracties die het voorstel financieel behandelen en fracties die de gevolgen van het voorstel bespreken. De gevolgen van dit voorstel zijn niet alleen dat men in de toekomst niets meer kan, maar dat men nu ook al moet bezuinigen. (De heer VAN DEN DOOL merkt per interruptie op dat hij alle fracties over beiden heeft horen spreken.) Mevrouw VAN ES refereert verder aan het initiële voorstel voor 1 gebouw voor beide scholen en merkt op dat men geen recht heeft om een nieuw gebouw te vragen als het bouwkundig nog 20 jaar kan meegaan, waaraan 2 van de 3 gebouwen voldoen. Verder geeft zij aan dat de stijging van het gemeentefonds met 0,7 % is bedoeld voor prijsstijgingen en dat men dit niet overhoudt.