CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag Oordeel 13.2.2025.pdf

Oordeelsvormende vergadering Papendrecht 20 maart 2025, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 4: Vaststellen verslagen 13 en 20 februari12.271 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

2 alinea's met “mededelingen”: 8 10

Verder noemt zij de veel te lage risico-opslag van 6,5% waarmee wordt gerekend. Het is een groot risico om duurzame gebouwen te bouwen. 21

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 13 februari 2025

Daarnaast hebben diverse fracties aangegeven dat renovatie niet mogelijk zou zijn, de berekening destijds betrof echter vernieuwbouwrenovatie en verduurzaming. De heer Van Hal sprak over renovatie van de bestaande gebouwen zodat deze nog 20 jaar kunnen bestaan, hetgeen heel veel goedkoper is. N.a.v. de interruptie van de heer LAMMERS die aangeeft dat er na de ombuigingscatalogus van 3,7 miljoen nog steeds een tekort van 2,6 miljoen is geeft mevrouw VAN ES dat haar fractie o.a. bestaat uit een financieel- en onderwijshuisvestingsexpert, een historicus, iemand uit het bedrijfsleven en een politicoloog, die veel weet van frames. Zij vindt het bijzonder dat mensen die geen financieel expert zijn zelf gaan rekenen en denken het beter te weten. Het is een feit dat men n.a.v. dit voorstel in het rood gaat en moet bezuinigingen. Verder zegt zij dat men geen incidentele meevallers mag gebruiken om structurele tekorten te dichten. De heer VAN DEN DOOL merkt per interruptie op dat hij om die reden een paar keer heeft gesproken over realistischer begroten, waarop mevrouw VAN ES aangeeft dat men dat, als dat zo makkelijk was, al wel had gedaan.

Op de vraag van de heer BOERSMA of zij het ermee eens is dat het tekort op lange termijn nagenoeg uitsluitend wordt veroorzaakt door een prognose die het college maakt van nog te nemen besluiten over andere toekomstige investeringen en de discussie over keuzes en knoppen moet gaan antwoordt mevrouw VAN ES dat zij het hier niet mee eens is. In de perspectiefnota is deels geschetst wat men in de komende 10 jaar moet doen. Door dit besluit komt er een groot tekort bij het reeds bestaande tekort, waarvoor men al dient te bezuinigen. De heer BOERSMA vraagt of men erkent dat het voorstel gedekt is en dat de overige investeringen in het lange termijn perspectief zitten en dat dit laat zien dat men daar keuzes moet maken. Mevrouw VAN ES zegt dat dit goochelen met eerder gemaakte afspraken en toekomstige investeringen is. Men weet dat deze zaken aan de orde komen en dat hier ook nog nieuwe zaken bij komen. Het voorstel wordt kloppend gerekend en is niet realistisch. Over de overschrijdingen van kosten en procedures die aangespannen gaan worden nog maar niet gesproken. De heer BOERSMA zegt dat mevrouw Van Es doet alsof de andere toekomstige investeringen in steen gebeiteld zijn en dat er op basis van aannames een inschatting is gemaakt over het financieel meerjarenperspectief. Hij merkt echter op dat hier nog keuzes in te maken zijn.

Mevrouw VAN ES begrijpt dat het een keuze is om eventueel alle toekomstige investeringen niet te doen. Haar fractie zegt dat dit extreme invloed gaat hebben op de samenleving. De heer VAN DEN DOOL merkt op dat de notitie van 30 januari een ander beeld geeft: alle investeringen van de perspectiefnota en diverse nieuwe zaken staan hierin opgenomen, inclusief de reservering dekking investeringen intensivering nieuw beleid, hetgeen leidt tot een tekort van 5,4 miljoen en in totaal tot een tekort van 5,9 miljoen. Wanneer de ene nieuwe regel weggelaten zou worden is er nog maar een tekort van paar ton. Mevrouw VAN ES geeft aan dat ambtenaren dit hebben opgeschreven, waarop de heer VAN DEN 22

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 13 februari 2025

DOOL zegt dat mevrouw Van Es beweert dat alles uit de perspectiefnota niet meer door zou gaan, hetgeen niet het geval is. Mevrouw VAN ES zegt dat de MFA er in zit, maar dat er ook heel veel niet in zit. Er is sprake van de grootste investering voor Papendrecht ooit, groter dan de hele begroting. De gemeente Rotterdam had hier 7 x Feijenoord City van kunnen bouwen, terwijl zij 1 x al te duur vonden. Afsluitend merkt zij op dat zich een beeld aftekent dat hele oppositie tegen is, terwijl er een heel breed draagvlak zou moeten zijn. De heer VERWEIJ wenst terug te komen op de opmerking die een aantal keer in absolute zin naar voor is gebracht, dat inwoners te maken krijgen met lastenverzwaringen. Dit terwijl in de financiële plannen staat dat hier geen sprake van is. De OZB zal, zoals elk jaar 1,5% van 0,1396%, trendmatig stijgen. Op een bedrag van € 100.000,- is dit een paar euro. Wanneer men de bestaande budgetten voor beleid en taken kritisch bekijkt is er al snel 1,5 -2 miljoen gevonden. Met bezuiniging op groenonderhoud en onderhoud van de begraafplaats zou de PAB-fractie echter nooit akkoord gaan. Mevrouw BOKMA zegt dat de VVD-fractie is ervan overtuigd dat nieuwbouw van de vo-scholen, die zorgen dat extra woningbouw mogelijk is, financieel haalbaar is. Ook zonder het bouwen van nieuwe scholen moet men bezuinigen.

Moet men ieder jaar € 600.000,- uitgeven voor nieuw beleid, of kan men hierop besparen? Verder merkt zij op dat men de afgelopen jaren al flink heeft gespaard en dat er voldoende ruimte is om keuzes te maken welke investeringen men wel/niet gaat doen en welk nieuw beleid oud beleid vervangt. Op de vraag van mevrouw VAN ES hoe men denkt over het amendement antwoordt mevrouw BOKMA dat het hen bevreemdt: nu een deel beschikbaar stellen is feitelijk een akkoord voor het vervolg. Mevrouw VAN ES zegt dat de fracties die nu al voor het voorstel zouden stemmen in de tussenliggende 1,5 jaar kunnen aantonen dat het inderdaad mogelijk is, dat het geld nu nog niet nodig is en men de afweging tussen de MFA en andere zaken definitief kan maken. Tenslotte merkt mevrouw BOKMA inzake de OZB op dat voor de VVD-fractie de afspraak staat om deze alleen met inflatie + 1,5% te verhogen. Men is van mening dat er wel degelijk geld gevonden kan worden door te schuiven of faseren in toekomstige investeringen of nieuw beleid in te wisselen voor oud beleid. Mevrouw KARSO is er nog niet van overtuigd dat er sprake is van een deugdelijke onderbouwing van het voorstel. Zij is van mening dat de volgorde van dit besluit absoluut gevolgen heeft voor toekomstige investeringen en mogelijke lastverzwaringen.

Wellicht zal er op korte termijn geen lastenverzwaring en OZBverhoging zijn, maar wel bij de oplevering van de scholen. De wethouder geeft aan dat de waardes van de ratio’s dalen, terwijl de provincie vraagt om een plan om deze te verhogen. Dit heeft effect en vraagt om acties en ombuigingen. Haar 23

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 13 februari 2025

fractie komt hier 6 maart op terug. De heer VERWEIJ vraagt waarmee zij haar opmerking inzake de lastenverzwaring en OZB-verhoging bij de oplevering onderbouwt, waarop mevrouw KARSO aangeeft dat er in de ombuigingscatalogus al plannen worden gemaakt. Men verwacht een begrotingstekort van 5,9 miljoen en 3,1 miljoen uit de ombuigingen, hetgeen resulteert in een resttekort van 2,8 miljoen dat ergens vandaan moet komen. Ook dit college heeft eerder een jaarlijks extra OZB-verhoging van 1,5% voorgesteld. De heer VERWEIJ zegt dat de ombuigingscatalogus geen plannen bevat, maar mogelijkheden. De heer BOERSMA vraagt wat er voor de PvdA-fractie nodig is om het voorstel te steunen, waarop mevrouw KARSO aangeeft dat er sprake moet zijn van een deugdelijke en realistische onderbouwing, waarbij men niet voor lastenverzwaring hoeft te kiezen. De heer GRIMMIUS is er nog steeds niet van overtuigd dat dit voorstel financieel verantwoord is. Men heeft heel veel cijfers en jaartallen gehoord die niet duidelijk zijn. Wat wel duidelijk is, is dat men tot 2093 vastzit aan de lasten van dit besluit en het effect op andere beleidsdoelen en investeringen (die men kan faseren/uitstellen). Men moet een brede afweging maken en verantwoordelijkheid nemen tot 2093 voor dit besluit en alle gevolgen daarvan. Hierbij spreekt men nog niet eens van andere investeringen tot 2093 waar men nog geen weet van heeft.

Door meerdere fracties wordt gevraagd om de durf te hebben om te kiezen, terwijl zijn fractie bang is voor de gevolgen van dit besluit. Door het relatieve gemak -uiteraard is het voor niemand makkelijk- waarmee men spreekt over miljoenen, bezuinigingen en lastenverzwaring wordt deze angst alleen aangewakkerd. Het komt niet zomaar goed. Alle aannames kunnen verkeerd uitpakken. Wat dan? Neemt men dan verantwoording voor het genomen besluit? De heer VAN DEN DOOL begrijpt dit heel goed en vindt de keuze ook heel moeilijk. Hij geeft echter wel aan dat wanneer men de spaarpot uitsmeert over 60 jaar dit ook een gevolg heeft en men niet afhankelijk is van renteschommelingen. De heer GRIMMIUS bevestigt dit, maar merkt op dat men wel tot 2093 vastzit aan de lasten. Tenslotte heeft hij het idee heeft dat er veel meer durf nodig is om ‘nee’ te zeggen dan ‘ja’ en daagt de andere fracties uit om hier heel goed over na te denken. ‘Ja’ is de makkelijke weg. De heer LAMMERS zegt dat de heer Van Hal heeft gewezen op de onvolkomenheden van het onderwijshuisvestingssysteem, waardoor gemeentes in dit soort problemen komen. De coalitie is van mening dat dit voorstel verantwoord is, terwijl de oppositie het niet realistisch vindt. De vraag hierbij is in hoeverre men verstandig bezig is als men op een dergelijk belangrijk onderwerp dermate verdeeld blijkt te zijn.

Hij stelt voor het plan er niet door te drukken, maar meer tijd te nemen om hierover door te praten. Op de vraag van de heer VAN DEN DOOL naar een reactie op zijn onderbouwing van de financiering geeft 24

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 13 februari 2025

de heer LAMMERS dat dit te ingewikkeld was en dat dit een signaal is dat men hier nog over moet praten. In dit kader verwijst hij ook naar de beantwoording van de wethouders ‘het college dénkt dat de begroting realistisch is gemaakt’ en ‘met de dekkingsvoorstellen kunnen we de investering in beginsel betalen’. Is dat ook het geval? Omdat het college niet zeker van haar zaak lijkt, is het voor de gemeenteraad lastig hierop te vertrouwen. De heer LAMMERS stelt voor op 6 maart geen besluit te nemen, maar een paar maanden te verdagen en -omdat er sprake is van teveel verschillende percepties en interpretaties- een diepgaander gesprek aan te gaan. De heer BOERSMA is het eens met de heer Lammers dat de verschillende fracties andere percepties hebben. De cijfers en jaartallen zijn echter de kern waar dit besluit over gaat. Hierbij vindt hij het belangrijk dat raadsleden en het college elkaar niet de maat nemen m.b.t. de zwaarte van het besluit, die men allemaal voelt. Er wordt ook onterecht de suggestie gewekt dat dit voor andere fracties met een andere zienswijze, niet het geval is. Dit raakt de integriteit van het raadslid, het college en de ambtelijke organisatie. Iedereen probeert naar eer en geweten hun werk te doen en tot een afweging te komen.

De heer GRIMMIUS merkt op dat hij heeft gezegd ‘met relatief gemak, maar volgens mij is het voor niemand makkelijk’, maar dat hij hiermee niet wil impliceren dat het voor iemand gemakkelijk is, maar dat het debat hem wel het gevoel geeft ‘gaat u maar rustig slapen’. Hiermee doet hij niet af aan de wijze waarop andere fracties het debat voeren, of de zwaarte van het besluit. De heer BOERSMA stelt dit op prijs. Hij vindt de term als tegen het onethische aan ook raken aan de integriteit van een raadslid. T.o.v. mevrouw Van Es heeft hij aangegeven hoe zijn fractie het lange termijn perspectief ziet t.o.v. andere toekomstige investeringen en hij vindt het jammer dat men het hierover niet eens kan worden. Zijn fractie zal, omdat men de tekst hiervan niet kent, niet reageren op het amendement, maar komt hier in de raadsvergadering op terug. De heer VAN DEN DOOL merkt m.b.t. de OZB op dat het gaat om het handhaven van de reeds bestaande afspraken inzake de trendmatige verhoging. Hierbij blijft men als gemeente gemiddeld m.b.t. de gemeentelijke lasten. Binnen deze verhoging heeft men in de afgelopen jaren 1,5% apart gezet voor deze investering, waardoor men spaart, minder afhankelijk is van schommelende rente en men minder beslag legt op toekomstige generaties.

Mevrouw VAN ES merkt per interruptie op dat het probleem in Nederland is dat heel veel gemeenten tekorten hebben en zij de OZB soms met 20-30% verhogen, waardoor het gemiddelde stijgt. De heer VAN DEN DOOL kan haar geruststellen en zegt dat het gaat om een trendmatige verhoging, waarbij men voor een besluit over de verhoging een jaar terug kijkt naar de gemiddelden. Verder merkt hij op dat de investeringslijst, omdat hierover nog geen besluiten zijn genomen, nog niet in 25

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 13 februari 2025

beton is gegoten. De CDA-fractie ziet geen noodzaak tot het voorstel van de D66fractie om te komen tot een splitsing in de besluiten. Men pleit er voor niet verder te vertragen voor de scholen en de verenigingen en hierdoor Papendrecht op slot te zetten. Mevrouw VAN ES merkt op dat hier, omdat men in hetzelfde tempo doorgaat, sprake is van een groot misverstand. In de eerste fase geeft men 10 miljoen voor de eerste fase en voor de aanbesteding wordt er een besluit genomen over het vervolgbedrag. Er is hierbij geen sprake van vertraging. De heer VAN DE DOOL is van mening dat er wel sprake is van vertraging, omdat men wanneer nu een investeringskrediet beschikbaar wordt gesteld, men kan gaan starten en voorbereiden. Wanneer dit niet zo is moet men een jaar of meer wachten. Niets meer aan de orde zijnde worden de onderhavige stukken als bespreekstuk doorgeleid naar de gemeenteraad. 11.

Sluiting. De VOORZITTER schorst de vergadering om 00.11 uur onder dankzegging aan eenieder voor diens inbreng. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 6 maart 2025. De heer M. Hermans (Interim griffier)

mevrouw A.A.S. Stigter (voorzitter)

26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/1059/documents/15015