CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag Oordeel 12.6.2025.pdf

Oordeelsvormende vergadering Papendrecht 26 juni 2025, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 4: Vaststellen verslag oordeelsvormende vergadering 12 juni 202514.681 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

5 alinea's met “beeldvormende”: 36 44 91 102 113

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 12 juni 2025

BESLUITENLIJST VAN DE OPENBARE OORDEELSVORMENDE VERGADERING d.d. 12 juni 2025. Een integrale geluidsopname van deze vergaderingen is te beluisteren op www. papendrecht.nl Aanwezig: Mevrouw T.C. van Es, voorzitter; De heer M.H.A. Verweij (PAB), mevrouw H.M. van Wijngaarden (PAB), de heer A. Tieleman (PAB), mevrouw A. van Gent (PAB), de heer L. Bruijniks (PAB), de heer X. Janssen (PAB), de heer K. Spitsbaard (OP), de heer R. Lammers (OP), de heer I. Brands (OP), mevrouw H. Hoekstra (OP), de heer P.J. van der Giessen (VVD), de heer L.T. van Den Dool (CDA), mevrouw A. Verschoor-De Winter (CDA), mevrouw A.A.S. Stigter (CU), de heer E. den Boef (CU), de heer Y. Hardenbol-Kroek (D66), de heer N. van Heteren (D66), de heer W. Goudriaan (SGP), de heer K. Leenhouts (SGP), de heer P.C Grimmius (GL) en de heer B.H. Grimmius (GroenLinks). De heer A. de Groot, voorzitter DES’72, inzake agendapunt 08. Mevrouw W. Renzen - Van Leeuwen, portefeuillehouder; De heer J.D. van der Borg, portefeuillehouder; De heer J.L. van Erk, portefeuillehouder; De heer A.J. Kosten, portefeuillehouder; de heer A.M.J.M. Janssen, portefeuillehouder. De heer M. Hermans, interim griffier; Mevrouw M. Moree, griffiemedewerker. Afwezig: 01.

Opening. De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom.

02.

Vaststellen agenda. De VOORZITTER stelt i.v.m. de inspreker bij agendapunt 10 voor dit punt als agendapunt 8 te behandelen. De heer C. GRIMMIUS stelt voor om de participatieverordening als 10 en het Van der Palmgebied als agendapunt 9 te behandelen. De agenda wordt aldus gewijzigd en vastgesteld.

03.

Mededelingen. Er zijn geen mededelingen.

04.

Vaststellen verslag 15 mei 2025. Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. 1

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 12 juni 2025

05.

Vragenkwartier. De heer LEENHOUTS stelt de volgende vragen inzake het onderhoud van de Papendrechtse brug: 1. Wat wordt er door het college gedaan om de overlast voor reizigers tot een minimum te beperken? 2. Er wordt gesproken over de inzet van een pont, is het gezien de beperkte capaciteit van een pont mogelijk om ook de waterbus richting Dordrecht (frequent) in te zetten? 3. In de berichtgeving is sprake van het feit dat ook de Spoorbrug bij Sliedrecht niet toegankelijk zal zijn voor (brom)fietsers, dit i.v.m. doorgang voor de hulpdiensten. Klopt dat? Zo ja, wat kan er gedaan worden om toch een oplossing te vinden om deze brug bereikbaar te houden voor (brom)fietsers? Mevrouw VAN WIJNGAARDEN vraagt aansluitend: 1. Of er contact is geweest met RWS over de reden waarom de werkzaamheden 9 maanden zullen duren en welke stappen worden ondernomen om tot spoed te manen. 2. Of er is overwogen RWS te vragen in overleg met Defensie een noodbrug te installeren. 3. Is er i.v.m. de gevolgen voor hen gesproken met de Papendrechtse ondernemers? Wethouder JANSSEN zegt dat de brug - omdat dit echt noodzakelijk is- vanaf juli volgend jaar 9 maanden en 4 dagen dicht zal zijn. Er zijn verschillende scenario's geweest, maar dit was het scenario waarbij ook de maritieme sector geen onherstelbare schade zou kunnen leiden.

Tegelijkertijd is 9 maanden en 4 dagen een heel lange tijd en daarom snapt ook het college dat dit een enorme impact heeft. Nog voor de zomer gaat men alle raden in de omgeving hier schriftelijk extra informatie over verstrekken. Daarnaast heeft RWS via de griffie een uitnodiging gedaan om ook in dit gremium verder dingen te komen uitleggen. De vraag m.b.t. bv. de inzet van Defensie zal hij doorgeven aan RWS, maar deze kan op dat moment ook worden gesteld. Er zijn heel veel vragen die het college zelf ook heeft en die men telkens in het overleg meeneemt. Op de vraag ‘waarom 9 maanden en kan het sneller?’ is het antwoord helaas ‘nee’. Dit heeft te maken met de maandelijkse opening. Eerder werd zonder deze opening gekoerst op een sluiting van ongeveer een half jaar. Dit is echter nog steeds niet heel veel minder en de maritieme bedrijven zouden dat niet kunnen trekken. De wethouder zou de raad wel oproepen RWS uit te nodigen en hen alle vragen nogmaals te stellen. Hij is ervan op de hoogte dat de raad in Dordrecht een dergelijk verzoek al heeft gedaan. De heer Leenhouts stelde de vraag wat er door het college wordt gedaan om de overlast voor de reizigers tot het minimum te beperken. In dit 2

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 12 juni 2025

kader merkt hij op dat de sluiting van een zo essentiële brug verkeershinder gaat geven van een ongekende omvang. Eerder heeft hij gesproken van een verkeerschaos, maar men hoopt dat, door wat maatregelen voor te stellen aan RWS, een klein beetje te kunnen vermijden. Het is vooral aan RWS om hier de maatregelen te treffen. Uiteraard draagt men daar ambtelijk, bestuurlijk en ook via de regio een steentje aan bij. Hierbij merkt hij op dat men nog een jaar de tijd heeft om te kijken wat er nog meer mogelijk is. Vooral ook – richting mevrouw Van Wijngaarden- omdat er inderdaad wel heel goed geluisterd is naar de maritieme sector, maar nog te weinig (anders dan via de koepelorganisaties) naar de verschillende individuele bedrijven, ook in de eigen gemeente. In dit kader heeft RWS het boetekleed aangetrokken en al deze maand zullen de eerste gesprekken, ook met bedrijven uit Papendrecht, een op een tot stand komen. Dat betekent ook dat er gevraagd zal worden wat men nodig heeft vanuit RWS en de provincie, om zo goed mogelijk door deze verkeershinder te komen. Hierbij merkt hij op dat de eigen ondernemers vaak beter weten wat een oplossing zou kunnen zijn en dat RWS paraat staat om daarin mee te denken en dit -voor zover mogelijk- zelfs te faciliteren.

Overigens gaat ook het college hiermee aan de slag, omdat men ziet dat dit veel groter en breder is dan alleen een mobiliteitsvraagstuk. Naast de wethouder Verkeer en Vervoer is er ook een wethouder Economie en de burgemeester voor veiligheid en alle zaken die daarbij spelen. Men gaat een stuurgroep vormen en een interne projectgroep, om nog meer een spreekbuis te kunnen zijn voor ondernemers, inwoners, werknemers, werkgevers, etc. en te kijken hoe men daar ook zelf een steentje kan bijdragen. M.b.t. de vraag over de inzet van een pont en de frequentie van de waterbus wordt onderzocht of een pont met een capaciteit van 200 fietsers per keer haalbaar is. Ervan uit gaande dat deze vooral in de spits voldoende gaat. Natuurlijk wordt al even gekeken naar de inzet van de waterbus, inclusief een intensivering van de dienstregeling. Omdat de waterbusconcessie onder druk staat, kan dit problematisch zijn. M.b.t. de spoorbrug bij Sliedrecht merkt de wethouder op dat deze -i.v.m. de constructie van de brug- vooralsnog alleen voor de hulpdiensten toegankelijk zou worden. De oplossingen worden dus op dit moment gevonden in de extra pontverbindingen tussen de halte Rosmolenweg in Papendrecht en de Kerkeplaat in Dordrecht. Dit worden waarschijnlijk 2 extra pontjes die om en om gaan varen, zodat er echt een verbinding is.

Met de aantallen fietsers die 9 maanden en 4 dagen lang moeten worden bediend, moet dit wel allemaal passen. Afsluitend merkt de wethouder op dat men hier binnenkort -voor de zomer- een RIB over zal ontvangen en hij moedigt de raad nogmaals aan om via de griffie het verzoek bij RWS neer te leggen. De heer LEENHOUTS vraagt of er geen sprake zou zijn van opening van de brug voor fietsers, of dat deze kans wel aanwezig is, waarop wethouder JANSSEN zegt dat er altijd een kans is, maar dat hier niet op wordt geacteerd. Er worden eerst 3

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 12 juni 2025

andere oplossingen bekeken mede omdat dit i.v.m. veiligheidsvoorzieningen op en rond de brug niet raadzaam is. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN stelt voor dat de griffie een bijeenkomst met RWS organiseert, waarbij inwoners aanwezig kunnen zijn en hun inbreng kunnen hebben. De VOORZITTER zegt dat hier op 26 mei in de dagmail aandacht aan is besteed en dat die kans er is. Zij stelt voor hier t.b.v. de inwoners t.z.t. extra aandacht aan te besteden. Wethouder JANSSEN zegt dat dit breed met inwoners en ondernemers zal worden gedeeld. Uiteraard is het ook aan de raad om inwoners hiervoor uit te nodigen. De heer B. GRIMMIUS geeft aan dat de GL/PvdA-fractie art. 40 vragen in voorbereiding heeft en een aantal hiervan n.a.v. de beantwoording zal aanpassen. Verder zal men graag gebruik maken van de mogelijkheid om bij RWS te rade te gaan. 06.

Ingekomen stukken. Mevrouw VERDOORN leest inzake D06. Evaluatie RCH in de conclusie dat de holding weinig bewegingsruimte en keuzevrijheid heeft en beperkt is door gemeentelijke beleidskeuzes. Ook leest men dat vergunningen van de gemeente vaak te beperkend zijn voor de RCH, waardoor mogelijke evenementen niet positief bijdragen aan de exploitatie. Haar fractie vraagt of de gemeente zich met de programmering bemoeit, waarop wethouder RENZEN antwoordt dat dit niet het geval is, maar dat men tegelijkertijd wel kaders meegeeft aan de RCH. Wanneer men bv. kijkt naar de verhuurmogelijkheden van de panden, zijn deze wel beperkt door kaders die vanuit de gemeente zijn opgelegd. Een voorbeeld daarvan is bv. het maximaal 4 x per jaar mogen afwijken van het rooster bewegingsonderwijs en bv. de richtlijnen uit het bestemmingsplan. Het vergroten van de verhuurmogelijkheden vraagt om een flexibeler optreden van de gemeente. Men wil zoveel mogelijk gehoor geven aan de RCH, maar ook voor hen geldt dat ze wel moeten voldoen aan de normale richtlijnen, wet- en regelgeving, die ook voor andere organisaties gelden. Kijkend naar het bestemmingsplan en de wens om meer commerciële evenementen te organiseren, moet ook de RCH aan de geluidsnormen voldoen. In de praktijk blijkt soms dat de investeringen om aan dat soort kaders te kunnen voldoen niet opwegen tegen het voordeel dat het oplevert.

Hierdoor is het niet altijd realistisch om meer commerciële activiteiten te ontplooien. Mevrouw STIGTER vraagt inzake E01. Art. 40-vragen over de financiële problemen bij de waterbus of er een deadline is voor een toekomstscenario en wat de status is van de gesprekken die hebben plaatsgevonden. Wethouder JANSSEN zegt dat er veel te doen is over de waterbus en dat er veel gesprekken worden gevoerd, vnl. tussen de provincie en de concessiehouder, Damen Shipyards. Hierbij lijkt het vooral te gaan over kosten, inefficiëntie, etc. Eerder 4

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 12 juni 2025

leek er zelfs een besluit in de maak om per 1 juli as. de stekker er volledig uit te trekken, waartegen de regio en dus ook Papendrecht protest heeft aangetekend. Dit ook met het oog op de sluiting van de Papendrechtse brug. Inmiddels is duidelijk geworden dat gedeputeerde Zevenbergen ergens in september dit jaar de knoop over de wijze van uitvoering van de waterbusconcessie definitief wil doorhakken. Er volgen nog verdere onderhandelingen met Damen, maar ook met de gemeenten verder in het stroomgebied, zoals Ridderkerk en Rotterdam. Volgens insiders lopen de gesprekken tot nu toe constructief, maar men blijft wel druk zetten. De eerste stap is volgende week woensdag in de commissievergadering van de gedeputeerde met de Provinciale Staten, waarin duidelijk wordt of er voldoende draagvlak is om het derde kwartaal ook nog financieel de kosten van de waterbus voor de rekening te nemen. Dat lijkt nu achter de schermen het geval. De wethouder heeft met de collega’s uit de regio afgesproken dat wanneer dit niet het geval is, om bij de raad te informeren of er langs politieke lijnen -in opmaat naar dat besluit dat nog genomen moet wordenpolitieke druk gezet kan worden om in ieder geval wat tijd te winnen en de waterbusconcessie overeind te houden. De inzet van de regio en als gemeente Papendrecht blijft dat men de concessie in zijn geheel wil behouden.

Men zet minimaal in op de driehoek verbinding tussen Papendrecht, Dordrecht en Zwijndrecht en de lange lijn, de rechtstreekse verbinding over water met Rotterdam. Deze zijn voor Papendrecht het meest essentieel. M.b.t. de gevraagde deadline merkt de wethouder op dat men dit alles op weg naar de provinciale deadline in september zal inbrengen. Na het niet doorgaan van de verbreding van de A15 en de aanstaande sluiting van de Papendrechtse brug, kan het niet zo zijn dat ook de waterbus nog verdwijnt. Juist nu is de waterbus een cruciale schakel in het netwerk om de regio iets minder onbereikbaar te maken. En ook al is het een niet direct beoogd neveneffect, juist de sluiting van de Papendrechtse brug volgend jaar geeft de waterbus weer kansen om te groeien naar de aantallen die nodig zijn voor een gezonde exploitatie. De commissie adviseert aansluitend de onderhavige stukken door te leiden naar de gemeenteraad. 07.

Insprekers over niet geagendeerde onderwerpen. -

08.

Investeringskrediet multifunctionele accommodatie in het Van der Palmgebied een aanvullende sportwensen. Inspreker De heer DE GROOT, voorzitter van DES’72: Geachte voorzitter, leden van de raad, college en overige aanwezigen, Wat had ik (namens alle leden van handbalvereniging DES’72) graag volmondig ‘ja’ gezegd tegen onze plek in de nieuwbouwplannen van De Willem en de 5

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 12 juni 2025

bijbehorende gebiedsontwikkeling. Maar helaas is dit tot onze grote teleurstelling een duidelijke ‘nee’ geworden. We waren vanaf het begin enorm blij met de ontwikkelingen en de mate waarin we betrokken werden. Van het delen van onze droom tot het opstellen van een plan van eisen, wensen en alternatieven, maar ook met een absoluut no go-scenario. We voelden ons toen zeker gehoord. Het streven zou toch een win-win situatie zijn voor alle betrokkenen. Aangezien de huidige beschikbare binnensportcapaciteit in Papendrecht te weinig is, zijn wij natuurlijk blij met de nieuw te bouwen sporthal bij De Willem. En wat zou het dan mooi zijn als het buitenveld dan naast deze sporthal zou komen, met een horeca dat zicht heeft op zowel binnen als buiten. En als we dan ook de horeca nog zouden mogen uitbaten…… Maar langzaam maar zeker werden we gedurende de vele gesprekken wakker in een werkelijkheid die toch heel erg ging lijken op het no go-scenario. Geen eigen kantine meer, dus weg gezelligheid, weg verenigingsactiviteiten, weg belangrijkste inkomstenbron, wel een buitenveld in een mooi groen park, zonder opbergruimte voor onze doelen en materialen. Kleedkamers ver weg, wat onwenselijk is op gebied van sociale veiligheid met name voor onze jongste jeugd. Met recht eerder een nachtmerrie dan een droom voor ons.

Een werkelijkheid, die ook hoogstwaarschijnlijk het einde zal gaan betekenen van DES’72. Minder inkomsten leidt tot hogere contributie, leidt tot minder leden. We voelen ons dan ook niet serieus genomen in het hele proces. Hoe kunnen we nu uitkomen op het no go-scenario, terwijl we elke keer hebben meegedacht en alternatieven hebben voorgedragen? Wat in onze ogen zeker niet heeft geholpen, is de opsplitsing van de verschillende onderdelen. We hebben apart aan tafel gezeten over de sporthal, gebruik horeca, aankoop van onze kantine, maar nooit over een totaalplaatje. Voor ons hangt dat namelijk wel samen. Hebben we te veel noten op onze zang? Zijn we niet groot genoeg? Zijn we misschien simpelweg een vreemde eend in de bijt in het Van der Palmgebied en past dat niet meer in de huidige plannen? Is er vooraf niet goed nagedacht over de consequenties voor alle betrokken partijen? Ik weet het niet. Zoals we ook al per brief hebben aangegeven, we blijven voorlopig dus met ons buitenveld en kantine zitten waar we zitten. We blijven wel graag in overleg om tot een oplossing te komen. Misschien kan een verhuizing van ons buitenveld en kantine naar een sportcomplex toch leiden tot een win-win situatie. Waar een wil is zou toch ook een weg moeten zijn. We blijven hoopvol.

Vragen en antwoorden De heer VAN HETEREN vraagt, omdat handbal zijns inziens meer een binnensport is en er maar een beperkte periode buiten wordt gespeeld, hoe belangrijk een buitenveld is. De heer DE GROOT zegt dat de handbalvereniging te vergelijken is met PKC in het klein. Zij hebben ook een binnen- en buiten seizoen. In deze regio 6

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 12 juni 2025

speelt men vanaf september tot en met oktober buiten, waarna men naar binnen gaat en vanaf april t/m juli speelt men weer buiten. De heer C. GRIMMIUS vraagt of men m.b.t. de binnensport wel aansluit bij de MFA, waarop de heer DE GROOT aangeeft dat men een binnenhal nodig heeft en dat het hen niet uitmaakt of dat in het sportcentrum of in de nieuwe sporthal is. Het liefst gaat men naar De Willem. De heer VAN DER GIESSEN informeert of een foodtruck in het buitenseizoen mogelijkheden biedt, waarop de heer DE GROOT aangeeft dat hier niet concreet over gesproken is, maar dat men hier wel aan heeft gedacht. Omdat men de foodtruck i.v.m. mogelijk vandalisme echter niet kan laten staan, weet hij echter niet of dit een oplossing zou kunnen zijn. De heer VAN DEN DOOL vraagt of het zinvol is andere plekken/opties voor binnen- en buitensport te bekijken, waarop de heer DE GROOT zegt open te staan om te verhuizen als een combinatie elders mogelijk is. De heer SPITSBAARD vraagt of de meest ideale situatie voor DES de huidige situatie is, waarop de heer DE GROOT antwoordt dat dit in eerste instantie wel het uitgangspunt was, maar dat de ideale situatie een afgesloten sportcomplex zou zijn.

Mevrouw VAN WIJNGAARDEN vraagt of samenwerking met PKC mogelijk is, waarop de heer DE GROOT antwoordt dat men dit nog niet heeft onderzocht, maar dat dit wel met de wethouder is besproken en het misschien wel tot de mogelijkheden zou behoren. EERSTE TERMIJN COMMISSIE De heer GOUDRIAAN merkt op dat het er naar uit ziet dat er minimaal 5 getekende intentieverklaringen op tafel liggen. De SGP-fractie kan instemmen met het beslispunt om een ingroeimodel toe te passen. Het is goed om hierbij te realiseren dat wanneer het cultuurhuis niet gerealiseerd zou worden, diverse locaties in Papendrecht gerenoveerd zouden moeten worden met zeer waarschijnlijk weer huurverhogingen tot gevolg, wat ongetwijfeld tot verhoogde contributies gaat leiden. De SGP-fractie begrijpt de motivatie om niet tegemoet te komen aan de 5 extra wensen. Er wordt nog gekeken naar mogelijkheden in het sportcentrum. In het voorstel wordt als kanttekening bij de extra investeringen aangegeven dat een eigen bijdrage van de sportaanbieders kan helpen in de realisatie. Hij vraagt zich af of dit niet op gespannen voet staat met de opmerking dat inwilliging van de wensen extra uitdagingen met zich 7

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 12 juni 2025

meebrengt voor het multifunctioneel gebruik. Afsluitend merkt de heer GOUDRIAAN op dat zijn fractie instemt met het voorstel. Mevrouw STIGER is blij dat er bij de plannen, waarbij heel veel groen in het gebied ontwikkeld wordt, ook wordt ingespeeld op de klimaatveranderingen. M.b.t. de MFA merkt zij op dat er tijdens de beeldvormende bijeenkomst nog geen 5 verenigingen waren die de intentieverklaring hadden getekend. Haar fractie is benieuwd hoeveel verenigingen nu getekend hebben. Verder vindt men het jammer dat Olympia geen gebruik kan gaan maken van de plannen en men verzoekt het college nadrukkelijk om samen met Olympia een goede oplossing te zoeken die zoveel mogelijk kan voldoen aan hun wensen, waardoor de vereniging zich in de toekomst kan blijven ontwikkelen. M.b.t. de situatie van DES’72 vraagt de CU-fractie zich af wat de insteek van het college is om tot een oplossing te komen. Tot slot is men blij met het ingroeimodel en zal men instemmen met het voorstel Mevrouw VAN WIJNGAARDEN geeft namens de PAB-fractie reactie op de 5 beslispunten. Omdat men zelf 1 van de partijen is geweest die heeft aangedrongen op haast kan men niet tegen het eerste, het investeringskrediet, zijn. De in het voorstel genoemde kosten voor een tijdelijke foyer voor De Willem worden nu op de gehele MFA afgewenteld, terwijl die volgens haar fractie bij De Willem horen.

Verder kan haar fractie ook instemmen met het tweede beslispunt, met inachtneming van wat er onder 1 is genoemd. M.b.t. het toepassen van het ingroeimodel voor de huurprijs is er voor de PAB-fractie nog te veel onduidelijk. Zolang de huurprijs niet bekend is en dus ook niet de toegezegde korting op de huurprijs voor een aantal jaren, kan men dit niet steunen. Men deelt op dat punt de door de D66 gestelde vragen hierover. De PAB-fractie overweegt om m.b.t. dit beslispunt een amendement in te dienen. Ook beslispunt 3: geen uitvoering te geven aan de aanvullende wensen geuit door een aantal gebruikers voor de sportvoorzieningen, kan haar fractie op dit moment nog niet ondersteunen. Dit omdat het in strijd is met de eveneens in het voorstel genoemde overleg met de diverse partners en omdat er nog over allerlei creatieve oplossingen wordt nagedacht. Ook dit punt zal men overwegen om te vragen om dit te schrappen uit het besluit. Punt 4: het college opdracht te geven om nader onderzoek te doen naar aanvullende financiële mogelijkheden die een positieve bijdrage leveren, kan op zich geen kwaad. Maar ook hierbij zet haar fractie vraagtekens. In een eerder stadium is aan de cultuurpartners gevraagd mee te denken. Een van de partners heeft dat, met name over de fasering, inderdaad gedaan en heeft een voorstel bij de gemeente neergelegd. Dit voorstel is besproken en daarna werd het stil.

Er heeft geen terugkoppeling plaatsgevonden, hetgeen een gevoel geeft dat men niet serieus genomen wordt. Haar fractie gaat ervan uit dat dit niet de bedoeling was en vraagt zich af wat hier 8

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 12 juni 2025

dan wel de reden van was. Men verzoekt het college nadrukkelijk dit voorstel te delen met de raad, maar ook om te motiveren waarom iets wel of niet zou kunnen. Dit omdat er naar hun mening zaken in staan die de fasering nóg efficiënter kunnen maken. Het bv. naar voren halen van de planning van ontwerp en realisatie van de MFA met het Willem de Zwijger College in een parallelle geïntegreerde ontwikkeling. Zowel ontwerp, aanbesteding als realisatie kan volume voordelen bieden bij een gecombineerde aanbesteding. M.b.t. het gezamenlijk gebruik van de foyer door de cultuurpartners merkt zij op dat er, afgezien van het feit dat men de beoogde kruisbestuiving nog niet zo heel erg voor zich ziet, ook nog niet uitgewerkte praktische kanten zijn. Er is al een keer eerder gesproken over een kassasysteem waarbij het mogelijk is om per vereniging prijzen voor consumpties te berekenen i.p.v. de hogere prijzen die het theaterbezoekers betalen. Verder vraagt zij naar de binding met de leden en de onderlinge gezelligheid wanneer men zich verplicht moet mengen met 1 grote groep bezoekers van het theater. Wat is erop tegen om ergens een scheidingswand tussen te zetten, zodat verenigingen als zij dat willen hun eigen hoekje hebben? De heer BRANDS vraagt waar het college aan denkt bij aanvullende inkomstenbronnen of subsidies die zorgen voor lastenverlichting.

De VOORZITTER merkt op dat men deze technische vraag via de griffie mag indienen. De heer BRANDS zegt dat de OP-fractie dit voorstel toejuicht en men vindt vooral de communicatie en informatie naar de buurt en omwonenden erg belangrijk. Men kijkt uit naar een mooi en goed communicatie- en participatieplan. De heer VAN DEN DOOL geeft aan dat de CDA-fractie het eens is met het gevraagde investeringskrediet, de wijze van afschrijving en aflossing en ook het ingroeimodel voor de verenigingen vindt men een goede gedachte. Uit gesprekken met diverse toekomstige gebruikers blijkt dat men heel graag wil starten en zelfs nu al gezamenlijke voorstellingen en activiteiten wil beginnen. Men is benieuwd of er nog nieuws is over welke partijen de intentieovereenkomst hebben getekend. Verder begrijpt men dat Olympia mogelijk deels terecht kan in het huidige sportcentrum en deels in de Lage Waard. Als dat zo zou zijn zou dat goed nieuws zijn, want dan kan die vereniging dus weer in Papendrecht gaan sporten, terwijl men nu in Hendrik Ido Ambacht en andere plaatsen moet sporten. M.b.t. DES’72 zitten er volgens zijn fractie 2 kanten aan. De ene is dat de handbalvereniging moeilijker is in te passen door de combinatie van binnen- en buitensporten.

De andere kant is dat men van alle verenigingen vraagt om met de 5 of 6 sportverenigingen en de aparte horeca kantine samen te werken en er met elkaar een succes van te maken. Daarvoor investeert de gemeente heel fors. Zijn fractie overweegt vanwege dit dilemma een motie waarin men het college vraagt alle opties voor de huisvesting elders voor DES72 nog eens goed te verkennen. De binnen- en buitensport is mogelijk op een andere plek beter te combineren dan hier. Mocht dat niet lukken, dan 9

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 12 juni 2025

kan DES’72 net zoals de andere verenigingen, alsnog in de MFA mee. Er is immers nog voldoende tijd om dit verder uit te zoeken. Men is enerzijds benieuwd of andere fracties daarin met hen mee willen denken. Het kan echter ook zo zijn dat de wethouder dit nu al zodanig wil oppakken en toezeggen. Tenslotte vraagt de heer VAN DEN DOOL m.b.t. het laatste beslispunt: de extra middelen en de lasten verminderen nog een toelichting inzake de mogelijkheden. De heer VAN DER GIESSEN is het eens met de heer Van den Dool inzake DES’72. M.b.t. het ingroeimodel vraagt hij waarom de energiekosten geen deel uitmaken van de vergelijking en of het mogelijk is om een financiële vertaling te ontvangen van het investeringskrediet voor het MFA naar een financieel meerjarenperspectief. De heer C. GRIMMIUS voert het woord mede namens de PvdA-fractie. Omdat in de beeldvormende bijeenkomst een aantal vragen onbeantwoord zijn gebleven en deze ook een politieke lading hebben, stelt hij deze opnieuw. M.b.t. het eerste beslispunt: minimaal 5 gebruikers zijn er 4 intentieverklaringen en de 5e is toegezegd. Zijn vraag betreft de andere verenigingen die niet committeren aan dit plan. Is dat slikken of stikken? Wat gebeurt er met de accommodaties van die verenigingen die niet in het MFA willen zitten, dat men vanaf nu het cultuurhuis zou noemen? Hij stelt voor het het cultuur- en sporthuis te noemen.

Verder heeft men vorige week geen duidelijk antwoord gekregen op het feit dat DES’72 aangeeft dat men geen commitment kan tonen, omdat nauwelijks aan hun wensen wordt voldaan. Ook zijn fractie denkt na over een motie, m.b.t. wat er nog wel op deze locatie mogelijk is. Dit omdat men DES’72 heel graag voor Papendrecht wil behouden. Hierbij zou het heel fijn zijn als de buitensport en de binnensport op dezelfde locatie of in ieder geval in de nabijheid van elkaar kan plaatsvinden. Dit hoewel dat in het verleden niet altijd zo is geweest. Mocht de mogelijkheid niet bestaan hoeft men wellicht niet per se naar een naar een accommodatie te kijken waar allebei kan, maar kan het gesplitst worden als dat in ieder geval het voortbestaan van DES’72 kan verzekeren. Een andere vereniging die dat commitment naar het cultuur en sporthuis i.v.m. de aanvullende wensen niet kan tonen is Olympia. De hoogte kan, omdat dit het multifunctionele gebruik onmogelijk schijnt te maken, niet worden aangepast. Zijn fractie begrijpt niet hoe een maximumhoogte een probleem kan zijn. Toen hij deze vraag vorige week stelde, was het antwoord dat dit eigenlijk niet klopt. Der heer GRIMMIUS is benieuwd naar de reactie van het college. M.b.t. het ingroeimodel en de waarschijnlijkheid dat de gemeente op termijn met verhoogde subsidies zal moeten bijdragen, vraagt zijn fractie zich af of er geen tussenweg bestaat.

Kan het ingroeimodel niet blijven hangen op bv. 5% korting, zodat men minder subsidie hoeft en de huurtarieven wat lager zijn? Men zou zelfs een bepaald fonds kunnen ingericht waaruit dit wordt gefinancierd. Graag hoort hij hoe het college hiernaar 10

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 12 juni 2025

kijkt en of daar vorm aan gegeven kan worden. Tenslotte noemt de heer GRIMMIUS de manieren om de exploitatie en het investeringskrediet naar beneden te halen. Hierbij merkt hij op dat beslispunt 5 dusdanig is geformuleerd dat de raad het college de opdracht geeft. Hiervoor heeft het college echter geen opdracht nodig. Kijkend naar de kanttekening onder 5.1 bij het voorstel, waar staat dat bv. sponsoring hiervoor een optie is, vraagt hij zich af wat het college hierbij voor zich ziet. Gaat men de gemeente panden laten sponsoren en ligt het wat het college betreft binnen de mogelijkheden dat men over een aantal jaar spreekt over het Easy Toys Sport en Cultuurhuis? De heer HARDENBOL geeft aan dat ook de D66-fractie wil meedenken over hoe men DES’72 voor Papendrecht kan behouden op een manier die voor hen prettig is. Verder merkt hij op dat zijn fractie altijd een groot voorstander is geweest van het realiseren van een MFA voor o.a. cultuur. Men is blij dat het voorstel voor het investeringskrediet er dan nu ook ligt. Tijdens de laatste fractievergadering dacht men even terug aan de coronatijd. Mensen misten veel familie, vrijheid, spontaniteit, maar vooral ook cultuur en sporten in verenigingsverband. Daaraan terugdenkend beseft men hoe waardevol dat is. Een concert, een toneelstuk, een expositie of een repetitieavond of sportevenement met je vereniging.

Iedereen houdt van cultuur, alleen niet allemaal van dezelfde cultuur. Dat is ook de kracht van cultuur en ook van sport: haar veelzijdigheid. Het is echter niet de enige kracht van cultuur en sport, het verbindt en brengt mensen samen, het zorgt voor ontmoeting, begrip en het delen van verhalen. Cultuur en sport zijn manieren waarop mensen elkaar kunnen vinden in een samenleving waarin dat voor velen steeds moeilijker wordt. En het kan een brug slaan tussen jong en oud, tussen nieuwkomers en gevestigden en tussen traditie en vernieuwing. Cultuur is ook wat ons maakt tot Nederlanders en Papendrechters. Het koningsdagfeest is iets wat mensen van heinde en verre kennen en waarvoor ze ook naar Papendrecht komen. En vergeet Stichting Dorpsbehoud niet, maar ook nieuwe initiatieven als het bier en food festival en de Bevrijdingsdagconcerten. Daarnaast maken ook de sportverenigingen Papendrecht een fijne plek om te wonen. Het is allemaal geen bijzaak, het is de basis. Het is wat ons verbindt, wat onze identiteit vormt en wat ons laat groeien als individuen en als gemeente. Met de MFA investeert men dus niet alleen in stenen, maar ook in mens en ontmoeting, creativiteit, sportiviteit en in trots zijn op wie we zijn als Papendrecht. Een mooi gebouw waar verenigingen hun eigen activiteiten kunnen ontplooien, maar waar ze ook elkaar kunnen helpen, versterken en inspireren.

En door verbinding met theater De Willem en de gezamenlijke horeca, ontstaat er een bruisende locatie waar voor ieder wat wils is. De D66-fractie denkt en hoopt dat de MFA leidt tot een nog veelzijdiger sport- en cultuuraanbod dan er nu al is, zodat nog meer Papendrechters kunnen genieten van een activiteit die bij hen past. Daarom is zijn fractie ook heel blij met de versnelling die gerealiseerd wordt, mede namens de motie die zijn fractie 11

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 12 juni 2025

mede heeft ingediend. Men dankt het college dat ze er voortvarend mee aan de slag zijn gegaan en gaat graag akkoord met het voorstel. Hoe sneller men bouwt, hoe sneller men van alle voordelen die de MFA en cultuur en sport bieden, kunnen profiteren. (Schorsing 21.03. – 21.17 uur)

EERSTE TERMIJN COLLEGE Wethouder VAN DER BORG zegt dat de raad begin dit jaar heeft gekozen voor een scenario waarin men enerzijds heeft gekozen voor realisatie van een sportcluster, waar men een investeringskrediet voor heeft verleend. En anderzijds voor een multifunctionele accommodatie voor de cultuurfuncties op basis van het destijds gepresenteerde haalbaarheidsonderzoek. Vanavond ligt er daarom een voorstel voor een investeringskrediet, waarbij ook de exploitatie en de tarieven voor de verenigingen zijn uitgewerkt. Ook is men nadrukkelijk in gesprek gegaan met de verschillende verenigingen, soms omdat er sprake is van verwerving en toekomstige deelname aan de MFA en soms alleen omdat partijen ook gebruiker willen zijn van de nieuwe accommodatie. M. b.t. de MFA Cultuur stelt men een investeringskrediet voor, waarbij minimaal 5 gebruikers met een bindend commitment nodig zijn. Want hoewel het aantal gebruikers niet statisch zal zijn, verwacht de wethouder niet dat er de komende 30 jaar dezelfde gebruikers in het MFA zullen zitten. Omdat het wel belangrijk is om te starten met een goede basis heeft het college gezegd dat een minimaal aantal van 5 gebruikers is. Dit is niet zozeer om de boel dicht te rekenen, maar omdat er een goede solide basis moet zijn om de MFA te starten.

Inzake de vraag over de intentieverklaringen zegt de wethouder dat de vijfde (To Be) vanmiddag is binnengekomen. De andere gebruikers zijn de volksuniversiteit, Excelsior, de Ertepeller en de Denksportverenigingen. Men is van mening dat dit aantal een solide basis biedt om het investeringskrediet te verlenen. M.b.t. het sportcluster liggen er op dit moment nog wat meer vraagstukken. Men is nadrukkelijk ook in gesprek gegaan met DES’72 en Olympia. Wanneer men de ruimtelijke verkaveling inricht zoals is voorgesteld, zal er sprake moeten zijn van verwerving van beide partijen. Als men de algehele gebiedsontwikkeling wil laten slagen, heeft men deze medewerking ook nodig. Ook omdat er met een stedenbouwkundige blik naar dat gebied is gekeken en daarin ook keuzes worden gemaakt. Wat betreft DES’72 heeft men samen geconcludeerd dat de belangen en wensen zoals DES deze heeft anders zijn dan hoe de gemeente deze nu neerlegt. Zij wensen hun gebouw te behouden, uiteraard begrijpt de wethouder dit volkomen, maar in het raadsvoorstel is de multifunctionaliteit een belangrijke voorwaarde. De kantine van de handbalvereniging zal vervallen en zij zouden daarom gebruik gaan maken van de horecagelegenheid van het sportcluster. Dit is vanwege die multifunctionaliteit in 12

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 12 juni 2025

combinatie met het stedenbouwkundig ontwerp een belangrijke voorwaarde. Er is echter gebleken dat DES hier niet akkoord mee gaat en men komt daarmee niet op 1 lijn. De wethouder vindt dat men als gemeente de verantwoordelijkheid en morele verplichting heeft om met een belangrijke vereniging als DES en Olympia het gesprek te voeren, om te kijken wat dit betekent en of een andere locatie in Papendrecht mogelijk is. Momenteel is men hiervoor een aantal varianten aan het onderzoeken. Op de vraag van de heer Grimmius of daarin ook meegenomen wordt dat de huidige locatie ook nog een optie blijft antwoordt de wethouder dat men met het aannemen van dit voorstel de keuze maakt voor een ruimtelijke verkaveling waarbij het gebouw van DES komt te vervallen. Wanneer men het daar niet mee een is, is het nu het moment om dat aan te geven. M.b.t. Olympia stelt het college voor om het pand van DES te gaan verwerven en de vereniging een plek te gaan geven verdeeld over de verschillende sporthallen van Papendrecht. Het is de inzet om Olympia volledig -idealiter op één plek- in Papendrecht te laten sporten. Hierbij merkt hij op dat dit in het raadsvoorstel hierover is ook contact met Olympia- iets te stevig staat verwoord. Men denkt dat het mogelijk is om Olympia in de Lage Waard of het sportcentrum een plek te geven.

Men is in gesprek met Olympia om te kijken hoe hun wensen goed ingepast kunnen worden. De wethouder verwacht hier samen uit te zullen komen. Op de vraag van GroenLinks waarom een hoger plafond het sporten voor anderen onmogelijk zou maken antwoordt de wethouder dat dit in het voorstel iets anders verwoord staat, maar dat hij kan begrijpen dat dit zo wordt opgevat. Idealiter had Olympia graag een turnhal met een aantal opties gezien, waaronder een bepaalde bodem waarop veilig geturnd kan worden. I.v.m. het feit dat deze ingebouwd moet worden en dat de hoogte van de turnhal ertoe leidt dat deze bodem moet blijven zitten, kunnen andere verenigingen geen gebruik maken van dat deel van de sporthal. Om deze reden komt de multifunctionaliteit in het gedrang. De wethouder merkt op dat dit ook een antwoord is op de vraag van de heer Goudriaan en het dilemma dat hij schetste. Verder noemt de wethouder het ingroeimodel dat wordt toegepast zodat gebruikers verspreid over een aantal jaren hun begroting kunnen aanpassen aan de stijgende huurtarieven en daarnaast niet ineens geconfronteerd te worden met een plotselinge stijging van de uitgaven. Men begrijpt dat dit stevig kan zijn, maar of dat tot een ander model moet leiden vindt hij de vraag. Het zijn, gezien het aanbod dat men doet m.b.t. de kwaliteit van de locatie, geen onredelijke tarieven.

Tegelijkertijd begrijpt de wethouder de zorgen hierover heel goed, maar is het aan de raad hier een uitspraak over te doen. Hij is van mening dat het voorliggende voorstel voldoende is, omdat men anders niet tot de 5 intentieverklaringen zou zijn gekomen. M.b.t. de opmerkingen van de PAB-fractie inzake de fasering was de wethouder in de veronderstelling dat men in het vorige debat hierover voldoende heeft gesproken. Met name m.b.t. de motie van de PvdA, D66 en een aantal andere partijen vs. de PAB-motie over de fasering heeft men goed beargumenteerd 13

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 12 juni 2025

waarom de motie van de PvdA wel passend was om per 2028 te starten en waarom de PAB- motie -om nog eerder te beginnen- niet logisch was. Naar aanleiding daarvan heeft men direct met 1 van de partijen gesproken en uitgelegd waarom dat lastig zou zijn. Dit alles heeft ook te maken met de gehele procedure in het omgevingsrecht. Het is eigenlijk gewoon onmogelijk om dat plan waar te maken. Om deze reden zou hij willen adviseren om daar niet opnieuw op in te gaan. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN geeft per interruptie aan dat er uitgebreid is aangegeven dat partners kunnen meedenken en meedoen, waarna een partner is uitgenodigd om de plannen aan te bieden, waarna deze nooit meer iets van de gemeente heeft vernomen. Op haar vraag wat daar de reden van is antwoordt wethouder VAN DER BORG zegt dat er met de betreffende partij uitgebreid -in een goed gesprek- over is gesproken. Hij kan zich niet herinneren dat men heeft afgesproken om een terugkoppeling te geven en zou moeten nagaan wat daar is gebeurd. In dat gesprek is de procedure in het omgevingsrecht toegelicht en is aangegeven dat de voorgestelde plannen zeker niet tot vervroeging van de start van de bouw zouden gaan leiden en het dus weinig zinvol was om nader te gaan onderzoeken. Dat is de conclusie geweest van dat gesprek.

Verder noemt de wethouder de gestelde vragen over de impact op het financieel perspectief, waarop zijn collega wethouder Renzen zal ingaan. Op de vraag waarom de energiekosten niet zijn meegenomen in de vergelijking zal de wethouder bij de beantwoording van technische vragen terugkomen. In antwoord op de vraag van de heer Grimmius inzake een eventuele sponsoring door Easy Toys geeft de wethouder aan dat hij het niet voor mijn rekening zou willen nemen dat deze partij sponsor wordt als naamgever van de theaterzaal. Hij kan zich echter goed voorstellen dat er Papendrechtse partijen zijn die zich willen verbinden aan het theater. Dat is een van de mogelijkheden en dus ook onderwerp van nader onderzoek, om te kijken of er extra fondsen zijn binnen te krijgen. Of dat nou sponsoring is vanuit bedrijven, vanuit de provincie of vanuit Europa. Het zou ertoe kunnen leiden dat een van de partijen een bepaald deel van het gebouw sponsort in ruil voor naamgeving. Maar of het de genoemde partij wordt betwijfelt hij. De heer B. GRIMMIUS vraagt of het voor het college een optie is dat het theater een andere naam zal krijgen, waarop wethouder VAN DER BORG aangeeft dat dit 1 van de mogelijke opties is en niet ondenkbaar is. TWEEDE TERMIJN COMMISSIE De heer C. GRIMMIUS hoort de wethouder inzake DES’72 spreken over een morele verplichting.

Hij neemt deze woorden zwaar op en hoopt dat de wethouder deze namens het college ook als zodanig bedoeld heeft. Dit is iets waar hij de wethouder ook aan gaat houden. Hij geeft aan dat dit wel iets doet 14

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 12 juni 2025

met het voornemen om een motie in te dienen, maar zegt niet dat men het niet gaat doen. M.b.t. het ingroeimodel hoorde hij de wethouder zeggen dat men de mogelijkheden en vormen nog gaat bekijken. Hierbij geeft hij nogmaals de optie mee, zoals hij in de eerste termijn aangaf, maar vraagt hij zich wel af in hoeverre de noodzaak bestaat om in dit besluit vast te leggen dat er een ingroeimodel zal zijn, zonder dat men hier over besloten heeft. Hij kan zich erin vinden om dit er zoals mevrouw Van Wijngaarden voorstelde- uit te amenderen, omdat dat op dit moment nog niet nodig is. Men kan hierover op een later moment, wanneer men weet wat het ingroeimodel gaat zijn, nog besluiten. M.b.t. de sponsoring hoorde de heer GRIMMIUS de wethouder zeggen dat deze partij het wat hem betreft niet zou worden. Wanneer zij echter bereid zouden zijn en het beste bod zouden hebben, mag de gemeente hen niet op inhoudelijke gronden afwijzen. In die zin vraagt hij zich af of men dit wel moet willen en vindt hij dat de raad er goed over na moet denken of men deze optie überhaupt wenselijk vindt. Wil men dat de naamgeving wordt overgelaten aan een commerciële marktpartij, met alle gevolgen die dat kan hebben? Een landelijk operationele speler kan een beter bod uitbrengen dan de gemiddelde bakker of bloemist uit Papendrecht. Als men dit niet wil, is het zijns inziens ook niet nodig om het te onderzoeken.

Hij hoorde de wethouder echter zeggen dat het wel serieus een optie is en het daarom onderzocht moet worden. De VOORZITTER vraagt of het de GL-fractie gaat om eventuele sponsors die het gebouw een naam gaan geven, of het over de sponsoring op zich gaat. De heer GRIMMIUS zegt dat in het voorstel wordt gesproken over sponsoring, maar dat hierbij niet specifiek wordt benoemd wat voor soort sponsoring dit inhoudt. Om deze reden houdt hij het breed en kan het gaan over de sponsoring/naamgeving van het gebouw en andere vormen van sponsoring. Ook de heer VAN DEN DOOL hoort de wethouder spreken over een morele verplichting om met de verenigingen serieus de mogelijkheden te verkennen. Omdat daar de tijd heel kort voor is geweest twijfelt zijn fractie of -en zou dit graag van de wethouder horen- het niet overbodig is om nu al een motie in te dienen. Hij vraagt de wethouder hen kort na de zomer nog een keer op de hoogte te houden. Hij is het eens met de heer Grimmius dat een morele verplichting betekent dat men echt een inspanning levert. Dit gevoel krijgt hij echter ook bij het antwoord van de wethouder, dus daar heeft hij dan ook vertrouwen in. Zijn fractie wil dit concept laten slagen en wil daarin op allerlei (inventieve) manieren multifunctioneel samenwerken. Omdat men ziet dat zoveel andere gemeenten dit concept laten slagen, wil ook zijn fractie het echt een kans geven.

Wat betreft de sponsormogelijkheden zijn er allerlei opties, die zijn fractie zal afwachten.

15

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 12 juni 2025

De heer SPITSBAARD vraagt m.b.t. het voorstel van de heer Grimmius het ingroeimodel eventueel uit het gevraagde besluit te halen, of dit onderdeel is geweest van de getekende intentieverklaringen. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN is blij met de woordvoering van de heer Grimmius inzake het ingroeimodel. M.b.t. de sponsoring deelt zij zijn mening dat men hier iets over te zeggen zou willen hebben. Stel dat er een bepaalde investeerder komt, die erin resulteert dat er geen artiest meer wil optreden. M.b.t. het bedrijfsleven in Papendrecht merkt zij op dat zij al de sport- en cultuurverenigingen in leven houden. Het zou in allereerste instantie de verantwoordelijkheid van de gemeente moeten zijn om te zorgen dat men het financieel rond krijgt. Zij is niet overtuigd door het antwoord van de portefeuillehouder inzake het ingroeien, dus daarvoor zal haar fractie waarschijnlijk toch een amendement indienen om dat voor dit moment uit het voorstel te halen, zodat men verder kan met de rest. Verder is men niet overtuigd van de aanvullende sportwensen. De heer VAN DEN DOOL hoort mevrouw Van Wijngaarden zeggen dat zij niet overtuigd is van het belang van het ingroeimodel.

(Er wordt iets gezegd waardoor hij concludeert dat hij haar misschien verkeerd heeft begrepen.) Hij wil daarom de vraag van de heer Spitsbaard herhalen en kan zich goed voorstellen dat dit voor verenigingen een heel belangrijke voorwaarde is geweest om de intentieovereenkomst te tekenen. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN zegt dat haar fractie er natuurlijk niet op tegen is om een regeling voor verenigingen te treffen waardoor zij er op een makkelijkere manier aan kunnen wennen. Of dit al dan niet in de intentieverklaring stond hoort zij graag. Los daarvan zou zij dit onderdeel uit het voorstel willen hebben tot er meer cijfers bekend zijn en er meer duidelijkheid voor de verenigingen is. Zij vreest dat sommige verenigingen misschien instemmen zonder dat zij een duidelijk beeld van de financiën hebben. De heer VAN DEN DOOL vraagt per interruptie of het klopt dat de PAB-fractie het wel eens is met het principe van een ingroeimodel, maar dat men liever later besluit over de percentages nou precies moeten zijn. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN zegt dat het gaat om percentages en bedragen, waarop de VOORZITTER aangeeft dat het gevraagde besluit is een ingroeimodel toe te passen op de huurprijs. Er staat niet meer in het besluitpunt dan dat. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN vraagt wat erop tegen is om het nu uit het voorstel te halen en dit op een later moment in te brengen.

De heer VAN DEN DOOL merkt per interruptie op dat de raad kaderstellend is en richting aangeeft. In dit geval geeft men een richting aan m.b.t. het ingroeimodel. Als dit punt eruit zou worden gehaald, zou het college dit kunnen opvatten als dat men niets mag regelen en hiervoor door de raad op de vingers zou worden getikt. De heer SPITSBAARD merkt per interruptie op dat men, omdat in de intentieverklaring staat dat men een korting krijgt en er nu eventueel wordt besloten het op de lange baan 16

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 12 juni 2025

te schuiven en hier pas later over te besluiten, zou kunnen denken dat de intentieverklaring misschien niet geldig is. Mevrouw STIGTER zegt dat men soms zou kunnen vergeten waar het besluit over gaat. Men gaat 14 miljoen investeren voor de MFA, omdat men het belangrijk vindt dat dit er komt. Hierbij merkt zij wel op dat vernieuwingen/verandering altijd gepaard gaan men wat weerstand zijn en dat verenigingen daarom soms wat afwachtend kunnen zijn. Haar fractie is vol goede moed en zou het ingroeimodel juist wel bij de besluitvorming willen houden. Dit omdat dit de verenigingen een stukje garantie geeft dat er werkelijk aan hen gedacht is. Welke bedragen dat zouden moeten worden, vindt de CU-fractie op dit moment niet relevant. TWEEDE TERMIJN COLLEGE Wethouder VAN DER BORG adviseert inzake de vraag of men het ingroeimodel moet vaststellen, dit zeker te doen. Dit onderwerp is uiteraard onderdeel geweest van de gesprekken met de verenigingen en deze zekerheid is een van de redenen voor de vereniging om in te stemmen met deze overeenkomst. In die zin is het moment dat men dit doet ook belangrijk. Het moment dat de raad beslist in te stemmen met deze investering en tegelijkertijd de verschillende gebruikers die nodig zijn om het MFA mogelijk te maken, aangeven de intentie te hebben om hieraan bij te dragen.

Omdat deze zaken bij elkaar horen is de wethouder van mening dat het ingroeimodel zeker een onderdeel moeten zijn van de beslispunten. Wanneer men dit niet zou doen creëert men onzekerheid voor de verenigingen. Daarnaast is het de vraag wat men hiermee wil bereiken, anders dan dat men op een later moment altijd nog kan zeggen dat men hier op een andere manier mee wil omgaan. Nu een stellingname doen dat men dit ingroeimodel graag ziet, is een belangrijk signaal richting de gebruikers. De heer GRIMMIUS merkt per interruptie op dat hij de beantwoording van de wethouder begrijpt. Zijn vraag is of in de intentieverklaring of mondeling al met de gebruikers is gesproken over hoe het ingroeimodel eruit gaat zien. Dit omdat hij de wethouder in de eerste termijn heeft horen zeggen dat hier nog keuzes in gemaakt kunnen worden en dat het in feite nog alle kanten op kan. Hij concludeert hieruit dat het niet per definitie gaat om de percentages zoals die in de toelichting van het besluit zijn genoemd. Wethouder VAN DER BORG zegt dat hij niet aanwezig is geweest bij de gesprekken en daarom niet weet in welke mate dit aan de orde is geweest. Verder heeft hij ook de intentieverklaring nog niet gezien. Het feit is dat de tarieven en het ingroeimodel besproken zijn met de verenigingen.

In welke mate dat is gebeurd weet hij niet, anders dan dat ook in het voorstel de 35% genoemd staat en de verenigingen daar kennis van hebben. De heer GRIMMIUS merkt per interruptie op dat de 35% in de toelichting staat vermeld, maar niet in het besluit. In het besluit staat alleen het ingroeimodel genoemd, dat nog 17

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 12 juni 2025

voor interpretatie vatbaar is. Een ingroeimodel impliceert, zoals in het In de toelichting staat, een bepaalde degressie. Hij vraagt wat er zou gebeuren als men (bij wijze van spreken) zou beslissen dat men geen regressie wil toepassen, maar met 35% korting wil beginnen en dat ook vast wil houden. Omdat men nu al spreekt over een ingroeimodel, moet er dus wel een bepaalde regressie komen. Dit terwijl men nog niet weet hoe men dit gaat invoeren en (bij wijze van spreken) de vorm van 35% korting handhaven een mogelijkheid zou zijn. In dat kader is het nodig om nu dat principe in het besluit op te nemen. Wanneer men het erover eens is dat men een ingroeimodel wil invoeren en korting wil realiseren -op wat voor manier dan ook- en de wijze waarop later aan de orde komt, moet men dit vastleggen. Wethouder VAN DER BORG vindt het als belangrijk signaal richting de verenigingen belangrijk dat men afspreekt dat het ingroeimodel bij dit investeringskrediet hoort. De mate waarin is in het raadsvoorstel verder omschreven. Wanneer men dit op een andere manier wenst te doen, heeft dit voor de verenigingen - niet in de eerste jaren met 35%- in de latere jaren forse financiële consequenties. Uiteraard is deze keuze aan de raad.

De wethouder is ook van mening dat dit niet nodig is en dat de verenigingen het niet nodig hebben om op langere termijn dusdanig financieel gecompenseerd te moeten worden door de gemeente. De heer GRIMMIUS vraagt per interruptie in hoeverre het zo is dat wanneer men nu besluitpunt 1.3 ingroeimodel vaststelt, de mogelijkheden van hoe dat ingroeimodel eruitziet vast komen te liggen zoals het in de toelichting op het besluit staat. Of is daar, zoals de wethouder in de eerste termijn aangaf, nog wel ruimte om hier en daar een mouw aan te passen? Wethouder VAN DER BORG zegt dat men dan uiteraard verder rekent met de 35%, zoals deze in het voorstel vermeld staat. Wanneer de raad hier later naar wil kijken, gaat men dat uiteraard doen. Hij vindt het allerbelangrijkste dat men, ook richting de verenigingen, concludeert dat er een ingroeimodel komt. Men richt zich op 35% en wacht het debat van de raad af over wat daarin nodig is. M.b.t. de sponsoring merkt hij op dat er in de voorbereiding is gekeken naar de verschillende tarieven voor de verenigingen en de impact die dat voor de vereniging heeft. (Los van het feit dat als zij in hun huidige gebouwen blijven zitten, ook daar de tarieven omhooggaan. De financiële impact voor de verenigingen gaat voor de komende jaren gewoon steviger worden.) Dit is de reden waarom het ingroeimodel er gaat komen.

Daarnaast vindt het college het belangrijk om ook naar andere financieringsbronnen te kijken. Dat is de reden geweest om verenigingen de mogelijkheid te bieden om op langere termijn financieel wat beter ondersteund te worden. Hij kan zich daarom best voorstellen dat 1 van de resultaten van die extra inkomstenbronnen is dat men een soort fonds gaat vormen waarin men verenigingen die het lastig krijgen met deze tarieven op langere termijn gaat helpen. M.b.t. de vraag of het mogelijk is om de tarieven te verlagen merkt de wethouder op dat dat kan, maar verwijst hij ook naar het uitgangspunt dat de raad heeft vastgesteld in het vastgoedbeleid, waarin met stelt dat men met kostendekkende huren rekent. Dit uitgangspunt is in het voorstel 18

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 12 juni 2025

meegenomen en daarom kiest men er ook voor om via een ingroeimodel en aan de andere kant via subsidiëring de verenigingen de eerste jaren het helpen. De heer VAN DEN DOOL vraagt, omdat hij de heer Grimmius over blijvende kortingen hoort spreken, of de wethouder toch wel van plan is om vast te blijven houden aan die kostendekkende huren. Tevens vraagt hij of de wethouder door het meerdere jaren kortingsmodel erover heeft nagedacht om in die meerdere jaren een vereniging die het moeilijk krijgt met een subsidie te ondersteunen. Wethouder VAN DER BORG zegt dat een ingroeimodel een vorm van subsidie is die men teruggeeft. Uiteraard heeft men hier oog voor. De heer VAN DEN DOOL had nog een vraag gesteld over wel of geen motie en of men aan het einde van de zomer nog iets te horen krijgt over de 2 verenigingen, zodat dit misschien niet meer nodig is. Dit lijkt wethouder VAN DER BORG een goed idee. Hij zegt toe in het najaar terug te komen met de stavaza en oplossingen voor zaken die nog open staan, met name m.b.t. DES’72 en Olympia. De heer C. GRIMMIUS is benieuwd hoe het college inzake de sponsoring kijkt naar de lokale bedrijven en hoeveel men daar (nog) van kan verwachten. Wethouder VAN DER BORG zegt dat men dit wil onderzoeken in concrete gesprekken met bedrijven (en de provincie). Hij herkent het beeld dat het Papendrechtse bedrijfsleven al fors bijdraagt.

Overigens zijn er ook mensen in Papendrecht die zeggen dat een aantal bedrijven misschien wat meer kunnen bijdragen en verschillen de beelden ook wel eens. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN heeft het antwoordt op de vraag van de heer Spitsbaard, of het ingroeimodel wel of niet in die intentieovereenkomst vermeld staat, gemist. Wethouder VAN DER BORG heeft gezegd dat dit nadrukkelijk onderwerp is geweest van de gesprekken en dat dit de reden is waarom verenigingen hebben ingestemd met de intentieverklaring. Op het verzoek van de voorzitter om hier schriftelijk op terug te komen antwoordt wethouder VAN DER BORG dat hij er over twijfelt of het verstandig is om de intentieverklaring met de raad te delen, waarop de VOORZITTER aangeeft dat dit niet de vraag. De vraag is of er een zinsnede in de intentieverklaring staat over een korting/groeimodel, waarop de wethouder aangeeft bij de beantwoording van de technische vragen terug te komen. Hij verwijst echter ook naar de beantwoording die hij zojuist heeft gegeven, omdat het antwoord op de vraag breder is dan alleen of het in de intentieverklaring staat. De heer GRIMMIUS zou de intentieovereenkomst waar mogelijk wel graag zelf zien. Wethouder VAN DER BORG geeft aan hierover na te zullen denken.

19

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 12 juni 2025

Wethouder RENZEN merkt aansluitend op dat de vraag is hoe dit besluit zich vertaalt naar het meerjaren financiële perspectief. Men zal hier uitgebreid over spreken bij de perspectiefnota en heeft al kennis kunnen nemen van de bedragen zoals men verwacht dat het meerjarenperspectief eruitziet. T.a.v. alle investeringskredietvoorstellen die vanavond voorliggen merkt zij op dat al deze kredieten nog niet in de perspectiefnota opgenomen zijn en dus ook nog niet in het meerjarenperspectiefbeeld dat men heeft gezien. Men spaart echter al wel heel lang en deze spaarbedragen zitten wel in het meerjarenperspectief. Dit betekent dat wanneer men alle voorstellen zou aannemen en men zou besluiten tot die investeringskredieten, hier een kapitaalslast uit leidt. Die kapitaallasten kunnen budgetneutraal in de begroting worden opgenomen en het meerjarenperspectief zal daardoor niet veranderen. Men voegt ieder jaar een bepaald bedrag toe aan de spaarpot en op enig moment zal dat bedrag benut gaan worden om de kapitaalslasten daarvan te kunnen voldoen. Dan zal het te sparen bedrag steeds wat lager worden en de kapitaalslasten wat groter, al naar gelang de investeringen waartoe de raad heeft besloten ook echt gerealiseerd gaan worden. Niets meer aan de orde zijnde worden de onderhavige stukken als bespreekstuk doorgeleid naar de gemeenteraad. 09.

Van der Palmgebied: stedenbouwkundige verkaveling. De heer VAN DEN DOOL merkt op dat de twijfel van zijn fractie m.b.t. de verkaveling van het gebied die in de raad al eerder aan de orde geweest, destijds vooral zat in de inpassing van de woningen. Deze inpassing ziet er nu veel beter uit en is ook vorige week in de beeldvorming door de architect goed uitgelegd. Om deze redenen is zijn fractie hier wel van overtuigd geraakt. Verder zijn de betrokken verenigingen heel enthousiast over dit plan. Zij willen graag vanuit hun verouderde gebouwen verhuizen en dat betekent dat men blij is met de voorgestelde versnelling, die nu 3 miljoen kost. Dit zijn echter -op een klein bedrag na- investeringen die anders later in de tijd zouden komen. Over de hele periode gerekend stijgen de kosten er dus niet mee. Het betekent wel dat men deze kosten eerder moet dekken en daarvoor is de uitname uit de Algemene Reserve nu nodig. De spaarpot wordt wat eerder leeg, maar de eindstand blijft ongeveer hetzelfde. Zijn fractie gaat hiermee akkoord, maar wil er wel op wijzen dat dit nog weer eens aantoont dat het erg belangrijk blijft om ook in de toekomst te blijven sparen. Alleen dan heeft men de financiële flexibiliteit om dit te doen. De heer SPITSBAARD geeft aan dat de OP-fractie de ambities en alle plannen deelt. Men heeft vertrouwen in de ambtenaren die de financieringen doorberekenen.

Het gaat om heel veel geld, maar de gegeven argumenten in het voorstel vindt men valide. Hopelijk kan men hiermee ook snel de vrijgekomen 20

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 12 juni 2025

ruimtes verder ontwikkelen en daar extra inkomsten uit genereren. De overgebleven technische vragen zal men schriftelijk stellen. De heer VERWEIJ zegt dat de PAB-fractie naar de 4 beslispunten kijkend het raadsvoorstel zal steunen. Toch heeft men een aantal opmerkingen, waarvan 1 over het groen dat hen na aan het hart ligt. In een brochure worden wat betreft het groen altijd mooie plaatjes bij de gebouwen gezet. Zijn fractie hoopt dat de realiteit deze keer ook overeenkomt met de plaatjes, want dien zien er prachtig uit. Het hele gebied is rondom voorzien van bomen, struiken en meer en tussen de gebouwen kan men wandelen tussen het groen. Er is zelfs een plek voor natuurlijk spelen en dus niet meer de ouderwetse huisjes en glijbaantjes, maar lekker ravotten. Men rekent erop dat dit echt waargemaakt wordt. M.b.t. het bouwen in fases en het (tijdelijke) verlies aan parkeerplaatsen is aangegeven dat er een tijdelijke parkeervoorziening wordt gemaakt. Omdat de bouw in fases verloopt, hoopt zijn fractie dat er wel een goede berekening zal plaatsvinden om een tijdelijke parkeerplaats zo te maken dat de variërend vervallende parkeerplaatsen allemaal gecompenseerd worden. Tot slot spreekt hij de voorkeur van de PAB-fractie uit om de woningen wel in dit gebied te bouwen.

Mevrouw Van Wijngaarden stelden studio ’s voor: een type woning voor jonge starters, die zich mogelijk in een gebied waar overdag en 's avonds iets meer reuring is thuis voelen. De heer DEN BOEF merkt op dat het zijn fractie enigszins bevreemdt dat men nu moet beslissen over het eerste beslispunt, voorkeursvariant A, hetgeen al enigszins uitgewerkt lijkt te zijn. Dit terwijl er op plaatjes eerder in het proces woningen op andere locaties waren getekend en DES eventueel mogelijkheden ziet op een andere locatie. Zijn fractie vraagt zich af hoe vast het gevraagde besluit is m.b.t. deze variant en of men dan direct gaat bouwen. Tevens vraagt hij of het gebouw hoger of minder hoog wordt dan de huidige kerk. Hierbij merkt hij op dat de grootste uitdaging en kwetsbaarheid in deze variant is, dat de Bethlehemkerk hier een grote rol in gaat krijgen. Waarbij men het misschien niet wenselijk zou moeten vinden om dit nu te gaan beslissen. De CU-fractie overweegt daarom een amendement in te dienen op beslispunt A. Met de overige 3 beslispunten zal men instemmen. De heer GOUDRIAAN vindt het fijn dat er wordt gedacht aan woningen voor starters/studenten en het vorige week gepresenteerde plaatje ziet er met veel groen mooi uit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/1078/documents/15786