CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag Oordeel 12.6.2025.pdf

Oordeelsvormende vergadering Papendrecht 26 juni 2025, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 4: Vaststellen verslag oordeelsvormende vergadering 12 juni 202514.681 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Verder noemt hij de gezamenlijke woningbouwontwikkeling van de gemeente en de Bethlehemkerk en vraagt wanneer het college verwacht daar meer duidelijkheid te kunnen geven over een streefdatum. Tijdens de beeldvormende vergadering kwam het parkeren voor minder validen nadrukkelijk aan de orde. Ook zijn fractie wil hier opnieuw aandacht voor vragen. 21

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 12 juni 2025

Verder kan men zich vinden in het voorstel voor een gebouwde parkeervoorziening, maar neemt men aan dat het mogelijk blijft voor minder validen -en bij bijzondere gebeurtenissen- om bij de school en de kerk te parkeren. Verder vindt zijn fractie het goed om te zien dat er een versnelling in de realisatie van het Willem de Zwijgercollege en het cultuurhuis mogelijk is. Door deze versnelling komen diverse locaties in Papendrecht eerder vrij en er kan er dus ook eerder worden nagedacht over/gewerkt aan de ontwikkeling van de vrijgekomen locaties. Hierover heeft de SGP-fractie eerder dit jaar samen met andere partijen een motie ingediend. Men vindt het fijn om te zien dat hier in de perspectiefnota ook geld voor wordt uitgetrokken. Zijn fractie zal instemmen met het voorliggende voorstel. De heer VAN DER GIESSEN geeft aan dat men reeds kon instemmen met de beslispunten 1 en 2 en dat men na de toelichting van de wethouder ook kan instemmen met punt 3. Ook zijn fractie had een vraag over het parkeren rondom de kerk en over de invalide plaatsen. Ook de heer C. GRIMMIUS is blij met het voorstel dat voorligt en met hoe de n.a.v. de door zijn fractie ingediende motie- versnelling door het college is vormgegeven en men het proces met 2 of 3 jaar heeft weten te verkorten.

Tevens is ook zijn fractie heel blij met de toevoeging van het groen en de wijze waarop, zodat dit op een manier uiting geeft aan het oorspronkelijke plan van het gebied van het Vondelpark. Verder is men voorstander van het toevoegen van woningbouw, maar wil hierbij wel benadrukken dat de vorm, de grootte en de duur van de woningbouw nog op geen enkele manier wordt vastgelegd. Er wordt in de toelichting aangegeven waar zoal aan wordt gedacht, maar het zou ook goed kunnen dat er ook andere keuzes mogelijk zijn, zoals bv. studio’s, koopwoningen etc. Hij vindt het belangrijk te benadrukken dat men hier nog geen keuzes over maakt. Richting de heer Den Boef merkt hij op dat men nog niet direct begint met bouwen, maar dat dit pas start nadat het hele project in 2031 is afgerond. In die zin is zijn fractie ook weer blij dat de versnelling plaatsvindt, want dat dan geldt ook voor de eventuele ontwikkeling aan de Douwes Dekkerlaan. Deze gaat van start nadat dit is afgerond, dus hoe sneller dit is afgerond, hoe sneller men meer woningen kan bouwen. Hierbij pleit zijn fractie voor betaalbare sociale huur- en koopwoningen en eventueel studio’s. Verder vraagt hij zich af waarom er, omdat hierover nog geen enkele vorm van besluit is genomen, op de tekening al precies wordt aangegeven welke woningen zorgwoningen en welke woningen jongerenwoningen worden. Tenslotte vraagt hij m.b.t.

de tijdelijke parkeerplaats of er al concrete locaties in zicht zijn die op dit moment gedeeld kunnen worden. En zo niet of dit op het moment dat dit wel het geval is met de raad gedeeld kan worden, zodat men daar bedenkingen en op- of aanmerkingen bij kan geven. 22

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 12 juni 2025

De heer VAN HETEREN zegt dat ook de D66- fractie kan instemmen met het voorstel en is blij met de versnelling. Verder sluit hij zich helemaal aan bij de woordvoering van de heer Verweij over de woningen en doelgroepen. Ook zijn fractie vindt dat men zich in dit gebied moet richten op jongeren/starters, omdat het een levendig, drukbezocht gebied gaat worden waaraan men allerlei functies gaat toevoegen. Daarnaast vindt ook zijn fractie het vreemd dat in de beantwoording van de technische vragen continue wordt aangegeven dat men de woningen pas later bespreekt, maar er al wel richting is gegeven met bepaalde uitspraken en intekeningen. Daarnaast is men ook van mening dat er in de laatste jaren voldoende zorgwoningen zijn gerealiseerd en dat er in Papendrecht ook andere doelgroepen zijn die naar een woning zoeken. Het antwoord ‘we bouwen naar de vraag van Papendrecht’ vindt men, omdat er heel veel doelgroepen naar woningen zoeken, heel breed. Het zou geen probleem moeten zijn om aan te geven dat men in een bepaald gebied, zoals men in het centrum heeft gedaan, een bepaalde doelgroep gaat bedienen. Hierbij pleit de D66-fractie hartstochtelijk voor starters. Verder is ook zijn fractie m.b.t. het groen heel blij dat het park/de groene zone wordt doorgetrokken en zou ervoor willen pleiten om dit nog verder door te trekken en een groene long van Papendrecht te creëren.

Het uitgangspunt hierbij moet zijn dat men geen hittestress plekken veroorzaakt door verharding neer te leggen, maar juist denkt aan half verharding, waterbuffering en biodiversiteit met inheemse, wildere groei. EERSTE TERMIJN COLLEGE Wethouder JANSSEN geeft aan dat ook hij blij is met de versnelling, dat men gaat proberen om de verschillende fases zo snel mogelijk te doorlopen en dat het soms nog sneller kan. Op het moment dat de procedures langer lopen, is dit over het algemeen omdat er bezwaar wordt gemaakt. M.b.t. de vraag waarom men kiest voor voorkeursvariant A. zegt de wethouder dat deze variant mét wonen is (op de plek waarover men met de Bethlehem kerk aan het onderhandelen is), terwijl voorkeursvariant B. de variant zonder wonen is. Men heeft ervoor gekozen om in de basis de eerste variant uit te werken. Inzake de tijdelijke parkeerplaatsen geeft hij aan dat er uiteraard voldoende gecompenseerd gaat worden. Momenteel vindt de wethouder het nog te vroeg om uit te wijden over de locatie die men al op het oog heeft. De heer C. GRIMMIUS vraagt of de raad hiervan zodra dit mogelijk is op de hoogte wordt gesteld, waarop de wethouder bevestigend antwoord. Over de vraag van de heer Goudriaan inzake de gezamenlijke woningbouwontwikkeling van de gemeente en de Bethlehemkerk denkt de wethouder in het vierde kwartaal van dit jaar meer te kunnen zeggen. M.b.t.

het parkeren dicht bij de kerk, m.n. voor de mindervalide medemens verwijst hij naar de uitwerking van het stedenbouwkundig kader. Men heeft hier 23

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 12 juni 2025

zeker oog voor en wil dat faciliteren. Inzake de vraag over de intekening van zorgen starterswoningen merkt de wethouder op dat dit is bedoeld om aan te geven dat er verschillende doelgroepen bediend kunnen worden met de woningbouw. Er is hierover op dit moment echter nog totaal niets vastgelegd. Hij is het ermee eens dat een (kleine) starterswoning op deze locatie interessanter kan zijn dan een woonzorgsituatie. De heer VAN DEN DOOL had n.a.v. de vraag van de heer Den Boefof men nu dient te besluiten over beslispunt 1, verwacht dat de wethouder RO zou uitleggen dat dit voorstel dient als basis voor het omgevingsplan en men z.s.m. het omgevingsplan gaat maken om de versnelling te realiseren. Wethouder JANSSEN zegt dat men inderdaad aan de slag wil met de woningbouw en daarom bij beslispunt 1. aangeeft voorkeursvariant A, inclusief het woondeel, in de basis te willen uitwerken. Natuurlijk wil men zo snel mogelijk aan de slag, maar een omgevingsplanprocedure heeft zijn tijd nodig. Hierbij geeft hij wel aan dat dit het woningbouwproject niet vertraagt. TWEEDE TERMIJN COMMISSIE Het is de heer DEN BOEF nog niet heel duidelijk geworden wat m.b.t. de voorliggende keuze precies de positie van Bethlehem kerk is. Hij gaf in eerste termijn aan dat de kerk bij de gebiedsontwikkeling geen speelbal moet worden en vraagt wethouder of hier zorgvuldig genoeg mee wordt omgegaan. De heer C.

GRIMMIUS merkt per interruptie op dat tijdens de beeldvormende vergadering ook duidelijk werd dat de kans andersom ook wel aanwezig is en de gemeente de speelbal van de kerk zou kunnen worden. Op zijn vraag of de CU-fractie het er mee eens is dat de gemeente, omdat deze beslist, zich niet moet laten leiden door wat de kerk daarin wel en niet acceptabel vindt, antwoordt de heer DEN BOEF dat hij het hier volledig mee eens is. De heer VAN DEN DOOL wordt hierdoor -en ook door de inbreng van meneer Den Boef in de eerste termijn- een beetje in verwarring gebracht. Hij heeft het zo begrepen dat er echt een omgevingsplan nodig is om de hele investering mogelijk te maken, dat er RO- procedures nodig zijn en dat daar het eerste beslispunt belangrijk voor is en men een verkaveling kiest. Daarnaast heeft men de uitleg gekregen dat de woningbouw inderdaad pas mogelijk wordt nadat al het andere is gebeurd, men dan 7-8 jaar verder is en dat er gesprekken gevoerd worden met de eigenaren van het grondgebied wat dat betreft. Dit is zijns inziens een heel logische manier van handelen en hij is van mening dat men dit, net als met bv. de Opel Centrale, gewoon op zijn beloop moet laten. De heer GRIMMIUS merkt n.a.v. de woordvoering van de wethouder, waarbij hij aangaf dat de intekening nog niet heel concreet was, op dat hij de plattegronden 24

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 12 juni 2025

van de woningen met de centimeters erbij in de bijlage heeft zien staan. Hij vindt dit wel erg concreet en ingekleurd overkomen. In aanvulling op de heer Van den Dool richting de heer Den Boef vraagt hij -net als bij het ingroeimodel - waarom men nu over iets besluit, waarvan de invulling later nog komt. Bij het ingroeimodel werd aangegeven dat hier al over was gesproken en dit zekerheid biedt, terwijl bij dit punt wordt gezegd dat er een omgevingsplanprocedure moet worden gestart. Wanneer men nu aangeeft dat er geen woningbouw komt, kan men dit later niet meer veranderen. Wat wel kan is dat men uitgaat van woningbouw en men het achteraf toch niet gaat doen. Volgens hem is dit de reden waarom het in het voorstel staat en waarom de GL en de PvdA-fracties hier mee in kunnen stemmen. De heer VAN HETEREN volgt de lijn van de heren Van den Dool en Grimmius en gaat akkoord met de besluitpunten. Ook zijn fractie heeft het zo geïnterpreteerd dat het een basis is om verder te werken, terwijl de invulling later komt. TWEEDE TERMIJN COLLEGE De heer JANSSEN merkte in de discussie die plaatsvond tussen de heer Den Boef Grimmius dat het antwoord daarin besloten zat voor de heer Den Boef en werd afgeconcludeerd door de heer Grimmius. Er is in een verdere juridische ruimtelijke procedure een model nodig waarin men uitwerkt wat op welke plek komt.

Wanneer men dat nu niet intekent, verliest men het recht om daar überhaupt mee te spelen. Verder zou hij zich niet willen laten uitspelen t.o.v. een kerk of omgekeerd. Het gaat erom dat men hier samen oploopt om te kijken wat er op die plek mogelijk is. Natuurlijk heeft dit te maken met eigendomsposities die er nou eenmaal zijn. Dat is de eerste fase, wat er daarna gebeurt kan de wethouder niet zeggen. Wie neemt hier het initiatief? Het kan best zijn dat het initiatief gaat wisselen naarmate de tijd verstrijkt, maar daar zit men op dit moment nog niet. Niets meer aan de orde zijnde worden de onderhavige stukken als bespreekstuk doorgeleid naar de gemeenteraad. 10.

Participatieverordening gemeente Papendrecht. De heer VAN HETEREN zegt dat de D66-fractie grote waarde hecht aan participatie en inspraak voor inwoners. Men vindt dat inwoners serieus genomen moeten worden wanneer ze betrokken willen zijn bij beleid dat hen raakt. Daarom is men positief over de stappen die met deze verordening worden gezet en zal voor dit voorstel stemmen. Men waardeert vooral dat er expliciet aandacht is gekomen voor de rolverdeling, de beïnvloedingsruimte en de terugkoppeling, omdat voor een succesvolle participatie verwachtingsmanagement heel belangrijk is. Toch heeft men wat zorgen over de 25

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 12 juni 2025

uitzonderingen die het college maakt wanneer er geen participatie/inspraak geregeld hoeft te worden. Onder artikel 3 staat dat het college bij spoedeisendheid van een besluit uitgezonderd kan worden om geen participatie en inspraak te regelen. Dit geldt ook als het college acht dat het belang van de bescherming van kwetsbare groepen boven het participatie belang gaat. Hierbij merkt hij echter op dat verder in het voorstel en de verordening nergens geduid staat wat spoedeisendheid en het belang van kwetsbare groepen is. Op deze manier zou het college altijd onder de participatie en die inspraakplicht uit kunnen komen. De heer VAN HETEREN vraagt of de andere fracties het ermee eens zijn dat hiervoor een bepaalde motiveringsplicht moet worden opgenomen waarin men dat expliciet duidt. Zijn fractie overweegt hier een amendement voor op te stellen. Verder vindt de D66-fractie 1 evaluatie van de verordening per raadsperiode te weinig. Omdat er sprake is van een nieuwe verordening waar veel facetten van participatie bij elkaar worden gebracht, hetgeen kan leiden tot leermomenten gedurende het jaar, stelt zijn fractie voor om na een jaar te evalueren. De opvolgende frequentie kan daarna ingevuld worden. De heer B. GRIMMIUS geeft aan dat zijn fractie en de PvdA-fractie de participatieverordening heel belangrijk vinden en zullen instemmen met het voorstel.

Men is van mening dat dit goed samen kan gaan met de Papendrechtse Ideeëntafel. In antwoord op de vraag van de heer Van Heteren is men van mening dat er op het moment dat er geen sprake is van participatie, dit altijd gemotiveerd moet worden. Mevrouw VERDOORN geeft aan dat de VVD-fractie zal meegaan met de gevraagde besluiten. Zij is het eens met de heer Van Heteren inzake de motivatie van uitzonderingen, vnl. punt C. Mevrouw VERSCHOOR noemt de avond over de bijeenkomst in de Zonnebloem over participatie. De CDA-fractie juicht participatie toe, het brengt gemeenteleden meer tot elkaar en geeft hun het gevoel mee te kunnen denken en betrokken te worden. Men vindt het wel goed dat er kaders zijn gesteld, zodat iedereen weet wat de regels zijn. Haar fractie zal voor de participatieverordening stemmen. Het intrekken van de inspraakverordening en de verordening burgerinitiatief biedt een meer gestructureerd en transparant kader voor de participatie, met duidelijke richtlijnen en kaders voor verschillende vormen van betrokkenheid. Men is het eens met de opmerkingen van de heer Van Heteren inzake de kwetsbare groepen en de jaarlijkse evaluatie. De heer LAMMERS is namens zijn fractie een groot voorstander van de participatie en inspraakverordening. Het geeft handen en voeten aan het streven om op te komen voor belangen van inwoners, instellingen en bedrijven.

Hierin is de inwonersparticipatie, overheidsparticipatie, burgerinitiatief en sinds kort het uitdaagrecht verwoord. Dat is het recht van inwoners en lokale maatschappelijke organisaties om de feitelijke uitvoering van de gemeentelijke taken over te nemen. Dit vindt zijn fractie positief. 26

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 12 juni 2025

M.b.t. de evaluatiemomenten lijkt het ook hen verstandig om dit vaker te doen dan 1 keer per bestuursperiode. Waar men daarnaast in het bijzonder aandacht voor vraagt is goede communicatie naar de samenleving. Zonder goede communicatie over wat mogelijk is aan inspraak en participatie blijft deze nieuwe verordening een dode letter. Om deze reden vraagt men het college om parallel aan deze nieuwe aangepaste verordening ook een goed flankerend communicatiebeleid op te zetten, zodat de inwoners, instellingen en bedrijven op de hoogte zijn van de mogelijkheden die de nieuwe participatie en inspraakverordening biedt. In het bijzonder t.a.v. het nieuwe element, het uitdaagrecht. De heer VERWEIJ spreekt van een goede verordening, die voldoende handvatten bevat om de inwoners meer te betrekken bij de uiteindelijke besluiten. Zo kan het vertrouwen in de politiek worden bevorderd. Daarnaast noemt ook hij het uitdaagrecht en de rol van het college m.b.t. de communicatie en het uitdagen van inwoners om de handschoen op te pakken en met goede/betere plannen te komen. Verder vindt de heer VERWEIJ de stelling dat het college een belangrijke rol speelt bij het vaststellen van de participatieniveaus, dat wordt gedaan op basis van een afwegingskader niet erg duidelijk. Ditzelfde geldt voor de uitzonderingssituaties. Zijn vraag bij art.

5 over de participatieniveaus is of de raad, wanneer het college bepaalt, voorafgaand aan het raadsvoorstel uitleg krijgt over hoe de participatie heeft plaatsgevonden. Tenslotte vindt ook hij het 1 x per raadsperiode evalueren, i.v.m. eventuele bijsturingsmomenten, te weinig. Mevrouw STIGTER noemt de interessante en interactieve beeldvormende bijeenkomsten over participatie. Omdat het voorliggende beleidsstuk vrij ambtelijk is vraagt men in de uitvoering t.b.v. de inwoners juist aandacht voor een meer toegankelijke en creatieve manier om de verordening verder uit te werken. Men hoort graag van het college of hier plannen voor zijn. Verder is men het eens met de D66fractie inzake de opmerking dat woorden als kwetsbare groepen en snelheid beter uitgewerkt zouden mogen worden. Wat betreft de evaluatie vindt ook de CU-fractie 1 x per 4 jaar een beetje weinig. Omdat binnen 1 jaar hen weer heel snel lijkt, stelt men voor om gedurende de eerste 2 jaar te horen hoe het is gegaan en welke leermomenten eruit gekomen zijn en blijft men continu op de hoogte. Men zal instemmen met het voorstel. De heer LEENHOUTS merkt op dat de nieuwe participatieverordening niet alleen gaat over de overheid die burgers betrekt bij het opstellen, uitvoeren en evalueren van beleid, maar ook over het recht van burgers om zelf initiatieven te ontplooien via bv. het burgerinitiatief of het uitdaagrecht.

Dit past bij de hoe de SGP-fractie kijkt naar de samenleving. Men hecht echt aan betrokkenheid en eigen initiatief van burgers. Participatie is echter geen doel op zich. In de verordening wordt duidelijk aangegeven wanneer participatie wel of niet wordt toegepast. Het is eigenlijk altijd maatwerk en 27

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 12 juni 2025

deze noties komen duidelijk terug in de verordening. De participatieverordening is een verordening van de raad en daarom is het goed te zien dat de elementen die tijdens de heidag naar voren zijn gebracht in deze verordening zijn verwerkt. Men vindt het ook goed dat de spelregels voor een burgerinitiatief duidelijk zijn omschreven en vindt het belangrijk dat men zich hieraan houdt. Hij noemt de wat mindere ervaring met het skatepark. In art. 3, lid 3. staat dat als het gaat om de begroting er -behalve bij de burgerbegroting- geen participatie wordt toegepast. Volgens zijn fractie is de burgerbegroting echter op dit moment nog geen structureel onderdeel van de begroting. De motie die hierover ging heeft een invulling gekregen via de Papendrechtse Ideeëntafel en is eenmalig in de begroting opgenomen. Zijn vraag is of hierop wordt gedoeld. In art. 16 staat: ‘De gemeenteraad kan jaarlijks een budget ter beschikking stellen voor ideeën en initiatieven uit de samenleving.’ Men is van mening dat dit iets anders is dan een burgerbegroting. De SGP-fractie is gecharmeerd van de invulling van de Papendrechtse Ideeëntafel, maar is niet zo enthousiast over de burgerbegroting. Men is daarnaast van mening dat men op dit moment vooral gericht is geweest op burgerparticipatie bij de invoering van nieuw beleid.

De verordening heeft het echter ook nadrukkelijk over uitvoering, doorontwikkeling en evaluatie van gemeentelijk beleid en gemeentelijke kaders. Hij vraagt de wethouder aan te geven of en zo ja hoe het college van plan is hier invulling aan te geven. Verder vraagt men hoe het college richting burgers gaat communiceren over het uitdaagrecht en of hiervan voorbeelden beschikbaar zijn. Verder wacht hij het antwoord van de wethouder op de vraag over de kwetsbare groepen en de evaluatie af. Zijn voorkeur gaat uit naar een middenweg, waarbij men eens per 2 jaar evalueert. EERSTE TERMIJN COLLEGE Wethouder KOSTEN zegt dat participatie een belangrijk thema is en dat iedereen vindt dat het beter moet. Omdat de participatieverordening van de raad is, is men van mening dat bescheidenheid voor het college op dit punt past. Men heeft zich zelfs de vraag gesteld of men dit voorstel als college moest indienen, of dat het vanuit de raad zou moeten komen. Omdat processen soms gaan zoals ze gaan, heeft het college dit wel gedaan. Toch wenst hij nogmaals te benadrukken dat dit de verordening van de raad is. De verordening heeft als doel helderheid te scheppen over het proces en de rolverdeling bij participatie en de voorwaarden, waaronder de toepassing van het uitdaagrecht mogelijk is. Hierbij is hij van mening dat er niets zo erg is als verkeerde verwachtingen en schijnparticipatie.

Tegelijkertijd is participatie wel een middel om draagvlak voor het beleid te vergroten. De vorm waarin de nieuwe wet participatie op decentraal niveau vorm krijgt, is aan de gemeente en dat doet men via deze verordening. M.b.t. de vraag van de D66-fractie inzake de uitzonderingen (vanuit de VNG-verordening) geeft wethouder KOSTEN aan dat waar het gaat over spoedeisende gevallen en kwetsbare groepen het m.n. te maken heeft met calamiteiten waar het college snel zou moeten optreden en dit eventueel kwetsbare groepen raakt. Verder merkte de GL-fractie op dat 28

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 12 juni 2025

er wanneer er geen sprake is van participatie hiervoor wel motivering moet zijn. Dit vindt de wethouder een goed uitgangspunt, er is altijd een paragraaf participatie waarin men aan moet geven hoe het (al dan niet) geregeld wordt. De frequentie van de genoemde evaluatie laat hij aan de raad. Richting de OP-fractie die vroeg om een goed communicatiebeleid parallel aan het participatiebeleid, merkt de wethouder op dat participatie en communicatie altijd een gezamenlijk punt in de voorstellen is en dat dit daarom de aandacht heeft. Tegelijkertijd zijn er ook wat nieuwe elementen in de verordening die extra aandacht verdienen. Hierover zal hij nadenken. Als er concrete participatievoorstellen zijn, dient hierbij ook meteen aandacht worden besteed aan de communicatie. De PAB-fractie vroeg verduidelijking op het afwegingskader rondom participatie. Hierbij merkt de wethouder op dat de ambtenaren op het moment dat er een voorstel komt het afwegingskader hanteren, om te kijken hoe de participatie moet worden vormgegeven. Daarnaast gaat men ook werken met startnotities waarin participatie een vorm krijgt en aan de raad worden voorgelegd, zodat men inzicht krijgt in het afwegingskader op dat moment. De CU-fractie merkte op dat het best wel een ambtelijk stuk is geworden, waarop de wethouder aangeeft dat men te maken heeft met een juridisch document dat een bepaald taalgebruik vereist.

Tegelijkertijd moet er bij raadsvoorstellen natuurlijk wel duidelijke en heldere taal worden gebruikt. M.b.t. de opmerking over de mooie plaatjes verwijst de wethouder naar de participatietool Participatie onder de Omgevingswet, aan de hand waarvan men participatie vormgeeft. Inzake de vraag van de SGP-fractie over de burgerbegroting merkt hij op dat dit er op verzoek van de GL-fractie n.a.v. de heisessies op deze manier is ingekomen. Verder merkt hij op dat art. 16 iets anders is dan waar men naar verwijst, dat zijn inderdaad verschillende dingen. Omdat het een wens vanuit de raad is, heeft het college gemeend dat op deze manier op te moeten nemen. Op de vraag hoe er invulling gegeven gaat worden aan de uitvoering, doorontwikkeling en evaluatie van gemeentelijk beleid en de gemeentelijke kaders antwoordt de wethouder dat men dit oppakt. Bij de omgevingsvisie en samenlevingsvisie heeft men uiteraard participatie gedaan en dat blijft men ook doen. Op de vraag hoe men het uitdaagrecht onder de aandacht gaat brengen en of hier voorbeelden van bekend zijn heeft de wethouder zojuist aangegeven dit te willen meenemen, om te bekijken of dit extra aandacht behoeft. In het verleden is hij als raadslid betrokken geweest bij het recht van uitdaging, maar was de respons misschien i.v.m. gebrek aan communicatie- heel laag. Hij neemt dit zeker ter harte.

TWEEDE TERMIJN COMMISSIE De heer VAN HETEREN vindt dat de raad, als eigenaar van de participatieverordening, doordat de uitzonderingen niet goed geduid zijn het college wat te veel ruimte geeft. Zijn fractie zal met een amendement komen om dit beter te verwoorden, zodat de positie van de raad m.b.t. participatie sterker wordt, tevens stelt men hierin voor de frequentie van de evaluatie te wijzigen. 29

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 12 juni 2025

Mevrouw VERDOORN is het inzake de evaluatie frequentie eens met de heer Van Heteren. De heer LAMMERS is het eens met betere communicatie, mede m.b.t. het uitdaagrecht. Het amendement inzake de evaluatie frequentie wenst zijn fractie te ondersteunen. Niets meer aan de orde zijnde worden de onderhavige stukken als bespreekstuk doorgeleid naar de gemeenteraad. 11.

1e wijziging omgevingsplan thema Bodem. Mevrouw VERDOORN vraagt of het klopt dat er geen MER wordt opgesteld omdat men de bodemregels nu zo in de Omgevingswet vastlegt dat dit eigenlijk niet meer nodig is. Verder hoopt zij, omdat veel zaken (goed) grensoverschrijdend zijn, dat de inzet om tot 1 set gelijke bodemregels te komen in de omgevingsplannen van alle 10 gemeenten in de gemeente Zuid Holland Zuid lukt. Zij vraagt of men hier al ver mee is, of dat de gemeente Papendrecht hier als eerste mee zal beginnen. De heer LAMMERS merkt op dat er met dit plan sprake is van het wegwerken van een aantal hiaten die de Omgevingswet toelaat. Daarnaast krijgt hij wel de indruk dat men een beetje water bij de wijn gaat doen. De belangrijkste vraag is daarom of hier sprake is van een versoepeling, een instandhouding, of een verscherping van de regelgeving. EERSTE TERMIJN COLLEGE Wethouder KOSTEN bevestigt de eerste vraag van mevrouw Verdoorn inzake de MER. Op haar vraag hoever al de gemeenten zijn antwoordt hij dat er heel goed is samengewerkt tussen de ambtenaren van de verschillende gemeenten met de omgevingsdienst die hier een belangrijke rol in heeft, hier zit de meeste expertise. Diverse gemeenteraden hebben het inmiddels al besproken en in veel gemeenten ligt besluitvorming voor. In antwoord op de vraag van de OP-fractie geeft de wethouder aan dat er sprake is van een verscherping.

Niets meer aan de orde zijnde worden de onderhavige stukken als bespreekstuk doorgeleid naar de gemeenteraad.

12.

Sluiting. Niets meer aan de orde zijnde sluit de VOORZITTER de vergadering om 23.10 uur onder dankzegging aan eenieder voor diens inbreng. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de 2025. De heer M. Hermans

Mevrouw T.C. van Es 30

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 12 juni 2025

(Interim griffier)

(voorzitter)

Lijst met toezeggingen

1. Investeringskrediet multifunctionele accommodatie in het Van der Palmgebied een aanvullende sportwensen: stavaza DES en Olympia. Portefeuillehouder Janssen De portefeuillehouder zegt toe in het najaar terug te komen met de stavaza en oplossingen voor zaken die nog open staan, met name m.b.t. DES’72 en Olympia. 2. Investeringskrediet multifunctionele accommodatie in het Van der Palmgebied een aanvullende sportwensen: ingroeimodel. Portefeuillehouder Janssen De portefeuillehouder zegt toe bij de beantwoording van de technische vragen terug te komen op de vraag of er een zinsnede in de intentieovereenkomst staat over een korting/het ingroeimodel. 3. Participatieverordening gemeente Papendrecht Portefeuillehouder Kosten De portefeuillehouder zegt toe te zullen bekijken of de communicatie m.b.t. vnl. het uitdaagrecht extra aandacht behoeft.

31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/1078/documents/15786