CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag Oordeel 10.10.2024.pdf

Oordeelsvormende vergadering Papendrecht 21 november 2024, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 4: Vastellen verslag 10 oktober 20246.137 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 10 oktober 2024

BESLUITENLIJST VAN DE OPENBARE OORDEELSVORMENDE VERGADERING d.d. 10 oktober 2024. Een integrale geluidsopname van deze vergaderingen is te beluisteren op www. papendrecht.nl Aanwezig: Mevrouw T.C. van Es, voorzitter; De heer A. Tieleman (PAB), mevrouw H.M. van Wijngaarden (PAB), mevrouw H.C.T.J. Hoekstra (OP), de heer M.G.C.H. Hardam (OP), mevrouw A. Bokma (VVD), de heer P.J. van der Giessen (VVD), de heer L.T. van den Dool (CDA), de heer J. Mulder (CDA), de heer H. Bezemer (CU), mevrouw D. Yildiz-Karso (PvdA), de heer T.H. Wolters (PvdA), de heer Y. Hardenbol-Kroek (D66), de heer N. van Heteren (D66), de heer A.J. Boersma (SGP), de heer K. Leenhouts (SGP), de heer P.C Grimmius (GL) en de heer J. van den Boogaart (GroenLinks). Mevrouw M.J.M. van Driel, burgemeester; De heer J.D. van der Borg, portefeuillehouder; De heer J.L. van Erk, portefeuillehouder; De heer A.M.J.M. Janssen, portefeuillehouder; De heer A.J. Kosten, portefeuillehouder. De heer M. Hermans, interim griffier. De heer M. Swagemakers, raadsadviseur. Afwezig: mevrouw S.H. de Keizer, portefeuillehouder. 01.

Opening. De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom. I.v.m. afwezigheid van wethouder De Keizer zal wethouder Janssen de begroting behandelen. De VOORZITTER wenst wethouder De Keizer namens de raad van harte beterschap. De heer TIELEMAN spreekt namens de PAB-fractie zijn dank uit voor de steun, betrokkenheid, aanwezigheid en het medeleven in deze moeilijke periode bij het verlies van mevrouw Verheij-Heijstek.

02.

Vaststelling van de agenda. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

03.

Mededelingen. De heer GRIMMIUS kondigt aan samen met de D66-fractie het coffeeshopbeleid te willen agenderen voor een oordeelsvormende vergadering. De VOORZITTER merkt op dat dit bij deze wordt doorgegeven aan de Agendacommissie. 1

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 10 oktober 2024

Er zijn verder geen mededelingen. 04.

Vastellen verslag 12 september 2024. Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.

05.

Vragenkwartier. De heer VAN HETEREN stelt de volgende vragen inzake de vernieling van het regenboogpad en diefstal van de regenboogvlag.  Hoe oordeelt het college over de herhaalde vernielingen van het regenboogpad? Wethouder VAN ERK geeft aan dat het college dit betreurt. Men benadrukt dat dergelijke acties haaks staan op de waarden van respect, gelijkheid en saamhorigheid die de gemeente uitdraagt.  Welke concrete maatregelen neemt het college om dit soort vandalisme tegen LHBTI-symbolen in de toekomst te voorkomen? Wethouder VAN ERK geeft aan dat er naast de bestaande maatregelen tegen vandalisme geen extra maatregelen komen.  Is het college bereid om in samenwerking met lokale organisaties en scholen bewustwordingscampagnes op te zetten om intolerantie in de samenleving tegen te gaan? Wethouder VAN ERK antwoordt dat men daar waar er contact is met lokale organisaties en scholen zeker het gesprek zal aangaan, om vanuit gemeentelijke perspectief goed feeling te houden met dit maatschappelijke thema. Verder besteden scholen o.a. via het thema burgerschap gericht aandacht aan seksuele diversiteit.  Hoe zal het college bijdragen aan de veiligheid en zichtbaarheid van de LHBTIgemeenschap in Papendrecht, gezien de recente incidenten? Wethouder VAN ERK geeft aan dat men hierin dezelfde lijn hanteert als voor alle inwoners.

Iedereen doet mee en men staat voor een veilig, sociaal en inclusief Papendrecht. Uiteraard zal de gemeente blijven communiceren dat men dergelijke acties verwerpt en men zo nodig direct actie onderneemt. Men accepteert dit niet.  Welke rol ziet het college voor zichzelf in het tegengaan van de verharding in de samenleving, met name ten opzichte van minderheidsgroepen zoals de LHBTIgemeenschap? Wethouder VAN ERK merkt op dat de gemeente een verantwoordelijkheid heeft om zich in te zetten tegen verharding in de samenleving tegen welke doelgroep dan ook. Waar nodig haakt men aan bij landelijke initiatieven en men ziet in de gemeente allerlei door de gemeente gesubsidieerde maatschappelijke organisaties (de bibliotheek, de lokale omroep en het theater) een bijdrage leveren in het oog hebben voor verschillende perspectieven in de samenleving. Samen maakt men Papendrecht en niemand is hierbij uitgesloten. Men blijft Papendrecht zien als een tolerante gemeente. Tenslotte merkt de wethouder op dat het morgen coming out day is, waarmee wordt aangegeven dat er ruimte is voor ieder mens om te zijn wie hij/zij is. De 2

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 10 oktober 2024

zgn. progress-vlag zal bij het gemeentehuis wapperen. Voor verdere details verwijst hij naar de dagmail van gisteren. De heer HARDAM stelt de volgende vragen inzake de zorgen omtrent Chemours: 1. Deelt het college de zorgen van de bezorgde omwonenden van Chemours? 2. Deelt het college de zorgen dat het streven naar een minnelijke schikking van de gemeenten met Chemours een verkeerd signaal afgeeft en dat het proces dat bewandeld wordt verhindert dat het recht zijn loop krijgt? 3. Is het college het ermee eens dat lozing van Trifluorazijnzuur1 op de rivieren Beneden Merwede, Oude Maas en de Noord te allen tijde voorkomen moet worden? 4. Wat onderneemt het college in de keten van waterwinbedrijven, inspectie/toezicht, verbetering drinkwaterkwaliteit en wat zijn de geboekte resultaten? 5. Wanneer komt er ‘Nul uit de pijp’? 6. Is het college bereid aan ieder huishouden een waterzuiveringsinstallatie2 aan te bieden met de omgekeerde osmose techniek zodat particuliere consumptie gevrijwaard zal zijn van tal van chemische en giftige stoffen die niet in het drinkwater thuishoren? 7. Kunnen de kosten van deze operatie, naar schatting betreft het hier ± 15.000 huishoudens in Papendrecht, worden verhaald op Chemours. 8.

Is het college van Papendrecht bereid om samen met de andere gemeenten (Dordrecht, Sliedrecht en Molenlanden) een lobby op te zetten richting de Europese Commissie en het Europees Parlement met als doel het adviesrapport van Mario Draghi over de Europese economie voor versoepeling van het restrictievoorstel niet over te nemen? Betreft het hier ± 15.000 huishoudens in Papendrecht, worden verhaald op Chemours? 9. Is het college bereid, eventueel samen met de collegae van de andere gemeenten, het gesprek met de briefschrijvers aan te gaan om deze zorgpunten nader met elkaar te bespreken? Betreft het hier ± 15.000 huishoudens in Papendrecht, worden verhaald op Chemours? 10. Is het college bereid om van de uitkomsten van het gesprek met de bezorgde omwonenden van Chemours een terugkoppeling te geven aan de gemeenteraad? Wethouder KOSTEN zegt toe deze vragen schriftelijk te zullen beantwoorden. Mevrouw BOKMA vraagt of het college op de hoogte is van de overlast/vandalisme door jongeren in de Oostpolder, of er extra controle plaatsvindt, of wordt opgetreden door de politie, of de jongeren in beeld zijn en wat jeugdwerk zou kunnen betekenen. BURGEMEESTER VAN DRIEL geeft aan dat het college op de hoogte is van de melding van overlast, maar niet van de materiele schade. Sinds de signalering zijn verschillende locaties als hotspot 3

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 10 oktober 2024

aangemeld en worden extra surveillances uitgevoerd door politie en boa’s en neemt Suppord deze locaties mee in de ambulante rondes. Verder is men bezig de jongeren in beeld te krijgen om volgende stappen te kunnen zetten. Er zijn verder geen vragen. 06.

Ingekomen stukken. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN vraagt inzake A06. Brief GS aan de DG&J m.b.t. de lagere bijdragen door 3 deelnemers om welke gemeenten dit gaat en wat de reden hiervan is, waarop wethouder KOSTEN aangeeft dat dit HardinxveldGiessendam, Hendrik-Ido-Ambacht en Papendrecht (bij besluit zienswijze DG&J begroting 2025) betreft. Verder merkt hij op dat Hendrik-Ido-Ambacht dit elk jaar verzoekt en dat dit voor Hardinxveld-Giessendam en Papendrecht te maken heeft met de lagere prognose. Een keuze die inmiddels wellicht niet meer te rechtvaardigen is. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN merkt inzake D07. RIB Jaarverslag Welstand op dat er in het verslag wordt aangegeven dat er geen bescherming zou zijn van waardevolle panden, terwijl dit -in de beeldbepalende pandenlijst- wel het geval is. Zij geeft aan dat deze lijst hoognodig aan wijziging/uitbreiding toe is en dat e.e.a. bij voorkeur in overleg met de stichting Dorp, Stad en Land kan plaatsvinden. Verder vraagt men via de Agendacommissie nogmaals aandacht gevraagd voor een beeldvormende vergadering met de Welstandscommissie. Wethouder JANSSEN geeft aan dat de stichting Dorp, Stad en Land aanbeveelt gericht beleid voor beeldbepalende panden op te stellen en actualisatie van de beeldbepalende pandenlijst. Hier wordt naar gekeken.

Verder staat de stichting open voor een beeldvormende vergadering met de raad en ontvangt men hiervoor graag een uitnodiging van de raad. De VOORZITTER merkt op dat een fractie dit verzoek altijd mag doen en dat dit wordt meegegeven aan de Agendacommissie. M.b.t. de brief B01. Nazaat van de Anne Frank-boom merkt mevrouw VAN WIJNGAARDEN op dat deze sinds 2015 al bij de Anne Frank-school staat. De commissie adviseert aansluitend de onderhavige stukken door te leiden naar de gemeenteraad.

07.

Zienswijze op 8e wijziging GR DG&J. De heer VAN DEN DOOL geeft aan dat zijn fractie zal instemmen met de zienswijze en men positief staat t.o.v. de regionale adviescommissie.

4

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 10 oktober 2024

Mevrouw BOKMA vraagt, inzake 2.3. toepassen van de zienswijze op andere besluiten dan de ontwerpbegroting, op basis van welke kaders het AB de afweging maakt wel/niet een zienswijze te vragen. Wethouder VAN DER BORG kent de financiële ondergrens hiervan niet en komt hier schriftelijk op terug. Wel kan hij aangeven dat men vanuit bestuurlijk oogpunt ruimhartig is. Ook de heer VAN HETEREN staat namens zijn fractie positief t.o.v. de zienswijze en de aanpassingen, zoals bv. de burgerparticipatie. Wel maakt men zich zorgen over de transparantie en de controlerende en kaderstellende rol van de raad. Hierbij merkt hij op dat het niet opnemen van concrete termijnen in de P&Ccyclus de grip van de gemeenteraad op de GR kan verzwakken. Op zijn vraag hoe het college garandeert dat de raad tijdig wordt geïnformeerd en voldoende ruimte krijgt om de controlerende taken effectief uit te voeren antwoordt wethouder VAN DER BORG dat de raad bij de begroting en jaarrekening optimaal in positie komt. Verder is de D66-fractie positief over de raadsadviescommissie, maar is men ook bezorgd dat het uitmondt in een symbolische functie waarbij er niets met de adviezen wordt gedaan. Op zijn vraag welke garantie men kan geven dat de adviezen worden meegenomen in de besluitvorming antwoordt wethouder VAN DER BORG dat men m.b.t.

de raadsadviescommissie het positieve unanieme besluit van de gemeente Dordrecht, die hier niet positief tegenover staat, moet afwachten. M.b.t. de garantie van de controlerende taak merkt hij op dat garanties moeilijk te geven zijn, maar dat de vergaderingen in het AB erop gericht zijn om de raad goed en binnen de juiste termijnen in positie te brengen. Als lid van het AB is het zijn taak de boodschap van de raad hierin goed naar voor te brengen. Daarbij merkt hij op dat de vergaderingen en verslagen van het AB openbaar zijn, zodat men zijn inbreng kan toetsen. De garantie beperkt zich tot zijn inzet en die van de collega-bestuurders, maar men is wel onderdeel van een GR van 10 gemeenten, waarbij de meeste stemmen gelden. Tenslotte spreekt de heer VAN HETEREN de zorg uit over het optioneel maken van de evaluatie van de GR en het structureel toetsen van de effectiviteit van de regeling. Op zijn vraag of men bereid is zich in te zetten voor een vaste evaluatiefrequentie, om de werking van de GR te verbeteren antwoordt wethouder VAN DER BORG hier schriftelijk op terug te zullen komen. Mevrouw KARSO vraagt zich -met name m.b.t. grip op de kosten en kwaliteit van dienstverlening- af waar men bij deze wijziging ja/nee tegen zegt, waarop wethouder VAN DER BORG zegt dat er sprake is van een technische wijziging m.b.t.

de inrichting van de DG&J en dit geen discussie is over de financiële impact. Op haar vraag of het bestuur voornemens is de tevredenheidsmeting periodiek zo onafhankelijk mogelijk uit te voeren antwoordt wethouder VAN DER BORG dat hij ervan uitgaat dat dit het geval is. Mocht dit niet zo zijn komt hij hier schriftelijk op terug. 5

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 10 oktober 2024

De heer TIELEMAN benoemt nogmaals het gevoel van moedeloosheid m.b.t. de beperkte resultaten over de laatste 8 jaar. Het indienen van zienswijzen lijkt zijn fractie daarom een ritueel zonder impact. Dit moet anders, er moet geleverd worden. Men is ervan overtuigd dat er grote besparingen mogelijk zijn in de uitvoering van taken en heeft vertrouwen in de eerdere toelichting van de wethouder, maar wil echter wel snel concrete signalen zien dat er stappen worden gezet om de kosten te beheersen en uitgaven te verminderen. Verder is men van mening dat elke organisatie die taken uitvoert met gemeenschapsgeld transparant moet zijn over de kosten en baten. De vraag is niet of er gerapporteerd gaat worden, maar wanneer en hoe dit gebeurt? Zowel de raad als inwoners hebben recht op inzicht in de effectiviteit van het werk dat wordt verricht en de verantwoording van kosten. Zijn fractie is van mening dat men dit niet alleen moet vragen, maar moet eisen. Het is ondenkbaar dat de raad geen zicht heeft op de effectiviteit van de uitgaven. Dit kan zo niet langer door gaan. Op zijn vraag wanneer men de eerste resultaten kan verwachten antwoordt wethouder VAN DER BORG dat men (zoals reeds vermeld in de toezeggingenlijst) in Q1 2025 terugkomt met de plannen van de DG&J.

Tenslotte verzoekt de heer TIELEMAN Sterk Papendrecht -via de portefeuillehouder- de raad via een beeldvormende vergadering te informeren over de uitgevoerde taken. De wethouder geeft aan dat de brief met het overzicht van de taken van Sterk Papendrecht die men heeft ontvangen een eerste basis van een gesprek kan zijn. De heer BEZEMER zal namens zijn fractie, tenzij er afstand wordt gecreëerd tot de regeling, instemmen met de technische aanpassingen. Ook zal men, vooropgesteld dat dit niet voor de vorm is maar inhoudelijk zal zijn, instemmen met de raadsadviescommissie. TWEEDE TERMIJN De heer VAN DEN DOOL roept alle fracties op hun collega’s in Dordrecht erop te wijzen dat men het niet op prijs zou stellen wanneer de regionale adviescommissie er (weer) niet zou komen door toedoen van de gemeenteraad van Dordrecht. Mevrouw BOKMA zal haar collega’s uiteraard aansporen. Daarnaast is haar fractie uiteraard voor een adviesraad, mits er wel wat met de adviezen wordt gedaan. De VAN HETEREN merkt op dat het m.b.t. de vaste evaluatiefrequentie ook voldoende zou zijn dat de periodieke evaluatie wordt geborgd. 6

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 10 oktober 2024

Mevrouw KARSO merkt op dat men naast de vraag in de regiogemeenten hoe men de raad goed/beter in positie brengt, meer geïnteresseerd is of de raad op dit moment al goed in positie is. M.b.t. de opmerking van de wethouder ‘geen garantie, maar wel inzet’, roept zij hem op de goede vragen in de regio te stellen om te bepalen of men al goed genoeg in positie is en dit, mocht dit niet het geval zijn, gezamenlijk beter te organiseren. De heer BOERSMA geeft aan het raadsvoorstel te steunen. M.b.t. het opnemen van een evaluatiebepaling merkt hij op dat dit bij GR-en verplicht is (wet GR, art. 11a.). Hij stelt het college voor om dit voor de andere GR-en ook te controleren en dit, mocht dat niet het geval zijn, te agenderen bij het AB van de desbetreffende GR. De heer VAN DEN DOOL merkt per interruptie op dat de juridische bepaling erin staat, met de vrijheid wanneer dit plaatsvindt. Het voordeel hiervan is, dat als er wettelijk zaken wijzigingen de evaluatie op dat moment kan plaatsvinden. Een vaste termijn verhindert dat het moment van wijzigingen in de regelingen/jeugdwet wordt benut om zaken grondiger te evalueren. Om deze reden is hij er niet voor om een vast ritme in de verordening vast te leggen. De heer BOERSMA vindt een vaste frequentie geen slecht idee, in ieder geval binnen een bepaalde termijn (1 x per 4-5 jaar, indien gewenst eerder).

De heer TIELEMAN geeft aan voor invoering van de raadsadviescommissie zijn, indien de adviezen serieus genomen en grotendeels geïmplementeerd worden. Zijn fractie is het eens met de CDA-fractie: de beuk erin. M.b.t. de beeldvormende vergadering inzake Sterk Papendrecht merkt mevrouw VAN WIJNGAARDEN op dat de RIB niet de invulling van de avond moet dicteren. Er wordt door diverse fracties aangegeven dat de RIB een basis kan zijn voor een presentatie (niet door, maar wel in bijzijn van Sterk Papendrecht) inzake de taken en de (incidentele/structurele) middelen. De VOORZITTER concludeert dat dit zal worden voorgelegd aan de Agendacommissie. Verder merkt mevrouw VAN WIJNGAARDEN n.a.v. het niet willen meewerken van de gemeente Dordrecht aan de raadsadviescommissie op dat Dordrecht geen veto binnen de GR heeft en de meeste stemmen gelden. De heer BEZEMER is het eens met periodieke evaluaties. Niets meer aan de orde zijnde worden de onderhavige stukken als bespreekstuk doorgeleid naar de gemeenteraad.

08.

Begroting 2025-2029. De heer BEZEMER maakt een compliment voor de leesbaarheid, maar geeft aan dat de uitgebreidheid wel afschrikt. Omdat men door de bomen het bos niet 7

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 10 oktober 2024

meer ziet roept hij op hiernaar te kijken en de vergelijkingen te beperken tot vergelijkbare gemeenten. Verder blijft de vraag hoe men het uitgangspunt sluitende begroting op langere en korte termijn moet zien vs. de meerjarig negatieve begroting. Wethouder JANSSEN geeft aan dat men de VNG-lijn volgt om de begroting het eerstvolgende jaar sluitend te hebben (daarna mag het begrotingstekort in beeld zijn). Men doet dit ook i.v.m. het inzichtelijk maken van het ravijnjaar en de (ombuigings)opgaven daarna. Daarbij merkt hij op dat men blij kan zijn met de eerder ingezette bezuinigen, die helpen om makkelijker en meer verantwoord keuzes te maken. Tegelijkertijd komt er een aantal grote langetermijninvesteringen aan, waardoor het meerjarenperspectief er anders uit zou gaan zien. Bij het daarbij behorende ombuigingsproces is het aan de raad om hierover beslissingen te maken. Daarnaast ontbreekt volgens de heer BEZEMER in de hoofdtaakgebieden van de programmabegroting de samenhang tussen de aangegeven doelen, maatregelen en kosten en vraagt hij of er m.b.t. de sustainable development goals en BBVindicatoren concrete doelen zijn opgesteld en in hoeverre de aangegeven maatregelen bij de taakvelden hieraan bijdragen.

Wethouder JANSSEN dankt voor de complimenten voor de nieuwe stijl begroting en merkt hierbij op dat de indicatoren niet altijd alles zeggend zijn en dat de SDG’s en doelstellingen nog niet helemaal te relateren zijn aan de maatregelen. Hij stelt voor de gestelde vragen hierover via de auditcommissie mee te nemen voor verbetering volgend jaar. Op de vraag hoe de stijgende recycletarieven diftar met 32,3 % zich verhouden tot het uitgangspunt dat de lokale lasten niet boven het landelijk gemiddelde mogen stijgen antwoordt wethouder KOSTEN dat er m.b.t. het recycletarief sprake is van een gesloten systeem, waarbij alle kosten voor het restafval worden opgebracht door de afleveraars van het restafval. De oorzaak van deze stijging ligt in de loon- en prijsontwikkelingen en het aantal klepbewegingen. Hij begrijpt dat het een vervelende boodschap voor de inwoners is dat het tarief stijgt en dat men hier in de communicatie aandacht voor moet hebben. In antwoord op de vraag m.b.t. het rode DG&J stoplicht of de recente begrotingsaanpassing hierin verwerkt zit geeft wethouder VAN DER BORG aan dat de begrotingsaanpassing over 2024 gaat en dat er in de begroting voor de DG&J voor 2025 rekening wordt gehouden met een forsere stijging. Op de vraag welke concrete maatregelen (m.b.t. energiekosten en uitstroom personeel) er worden genomen m.b.t.

het rode stoplicht van de recreatie en cultuurholding antwoordt wethouder JANSSEN dat er op dit moment een evaluatie gaande is, die aan het eind van dit jaar wordt afgerond, waaruit een programma met een maatregelenpakket uit volgt. De heer TIELEMAN deelt de zorgen van zijn fractie inzake de oplopende kosten en hogere lasten voor de inwoners. Voordat men een oordeel over de begroting kan vellen wacht men eerst de antwoorden op de technische vragen (die i.v.m. de 8

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 10 oktober 2024

omstandigheden nog niet zijn beantwoord) af. De grootste zorg betreft de balans tussen de uitgaven en lasten voor inwoners. Het college toont ambitie, maar dat heeft een prijs, zoals de hoge kosten van inhuur van arbeidskrachten. Daarbij komen de verplichte taken vanuit het Rijk en de stijgende kosten van de DG&J. Hoewel de financiële positie sterk is en het weerstandsvermogen dubbel zo hoog als afgesproken, is de toekomst i.v.m. mogelijke tekorten onzeker. Dit mede doordat de Rijksbijdragen afnemen en er grote toekomstige investeren te wachten staan. De heer BOERSMA wenst door eerder ingezette ombuigingen voor de gemeente Papendrecht niet te spreken van een ravijnjaar maar eerder van een daljaar. Wel dient men i.v.m. een aantal besluitvormingen t.b.v. toekomstige lange termijn investeringen de ombuigingscatalogus te actualiseren. Verder vindt zijn fractie het goed dat het college de ambitie uitspreekt het percentage externe inhuur te verlagen. Hij stelt voor om hierbij met een streefnorm te werken. Daarnaast is hij blij dat de motie suïcide-preventie is verwerkt in de begroting en ziet men uit naar de uitvoering hiervan. M.b.t. de motie wijsheid van de grijsheid/flexpool mist hij een duidelijke passage m.b.t. de senioren in de begroting, waarop burgemeester VAN DRIEL aangeeft dat deze wordt meegenomen in het regionale werving- en selectiebeleid.

Zij vindt wel dat dit ook interessant is voor Papendrecht zelf en in de begroting genoemd had kunnen worden. De heer BOERSMA merkt op dat de burgemeester n.a.v. de gestelde vragen inzake de AMV-locatie/overlast op De Meent met een plan van aanpak m.b.t. overlast en veiligheid -incl. inzicht in financiële consequenties- zal komen. Op zijn vraag of het zou helpen om hiervoor nu al een bedrag in begroting op te nemen (de dekking hiervoor zou men kunnen vinden in het potje van € 40.000, - t.b.v. de organisatie van landelijke verkiezingen dat niet gebruikt zal worden) antwoordt burgemeester VAN DRIEL dat zij het potje voor verkiezingen in 2025 wel een veilig potje vindt om te laten staan. Verder geeft zij aan dat men met ondernemers van De Meent en inwoners in gesprek zal gaan over het gevoel van onveiligheid. Daarnaast zal men met een pakket van maatregelen komen om snel te schakelen, waarbij het aspect veiligheid voorop staat en er binnen afzienbare tijd een toename van veiligheid en handhaving moet komen. De kosten die hieraan verbonden worden zullen hun beslag in 2025 krijgen. Dit staat echter los van de AMV-locatie.

De heer BOERSMA vraagt of het het college zou helpen bij de besluitvorming wanneer men nu reeds een bedrag(je) in de begroting opneemt zodat er snel geschakeld kan worden, waarop burgemeester VAN DRIEL aangeeft dat hierin voor 2025 niet is voorzien en dit voor de dekking wel zou helpen. Hierover zijn door de PAB-fractie al technische vragen gesteld. Tenslotte stelt de heer BOERSMA m.b.t. de SDG/BBV-indicatoren -i.v.m. de willekeur hiervan- voor, de mogelijkheid om sturingsinformatie te koppelen aan gestelde doelen in de auditcommissie te bespreken. 9

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 10 oktober 2024

De heer HARDAM vraagt of er t.b.v. de SGD-indicatoren -i.v.m. de actualiteit daarvan- ook gebruik is gemaakt van andere officiële bronnen. Wethouder JANSSEN geeft aan dat deze gegevens van waarstaatjegemeente? inderdaad een paar jaar achterlopen. Het onderzoek dat sommige gemeenten zelf doen is voor de gemeente Papendrecht een te kostbare manier. Hij stelt voor ook dit mee te nemen naar de auditcommissie. Verder informeert de heer VAN HETEREN m.b.t. de doelstellingen naar het ontbreken van kpi’s. Op zijn vraag hoe zeker de genoemde prognose m.b.t. de solvabiliteitsratio is antwoordt wethouder JANSSEN dat dit afhankelijk is van toekomstige investeringen. De schommeling kan wel wat groter zijn dan de aangegeven 5% van het huidige investeringspakket. Besluiten over grote uitgaven hebben zeker consequenties. De heer VAN DEN DOOL ziet voor 2025 een goed en solide overschot van 1,4 miljoen, maar merkt op dat het beruchte ravijnjaar hetzelfde tekort laat zien. Een verschil van 2,8 miljoen. Kijkend naar de jaren t/m 2029 ziet men een tekort van 0,7 miljoen, hetgeen meevalt. Op zijn vraag of de wethouder dit ook ziet als een reden om te zoeken naar bezuinigingen antwoordt wethouder JANSSEN dat de aanstaande bezuinigingen een relatie hebben met de toekomstige investeringen en dat het ravijn inderdaad eerder een dal is, maar dat dit vanwege de investeringen wel relatief is.

Op de vraag van de heer VAN DEN DOOL hoe het beeld door de toekomstige investeringen verandert en hoe het beeld is bij de rekening (door bv. krapte arbeidsmarkt) en of dit een aanknopingspunt is om de structureel exploitatieruimte te verbeteren antwoordt burgemeester VAN DRIEL dat de krapte op de arbeidsmarkt mede een reden is om realistisch te kunnen begroten. De ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en het daadwerkelijk in kunnen vullen van vacatures is namelijk lastig van tevoren in te schatten. M.b.t. het belang van veiligheid constateert de CDA-fractie dat het budget in 2024 is verdubbeld naar 2,1 miljoen. Inzake de jeugdhulp ziet men een stijging van 5 miljoen, die in 2029 weer richting het niveau van 2024 gaat. Op zijn vraag waarom een aantal belangrijke, voorgenomen maatregelen (nieuwe regionale inkoop) niet in de begroting worden genoemd antwoordt wethouder VAN DER BORG dat een deel van de maatregelen wel zijn verwerkt (d.m.v. de routekaart Jeugd), maar dat de maatregelen die in het kader van de evaluatie van het inkoopkader worden genomen nog niet zijn verwerkt in de begroting, omdat dit nog te vroeg is. Eventuele significante begrotingswijzigingen zullen bij de perspectiefnota aan de orde komen en effectief worden per 1.1.2026. Verder vraagt de CDA-fractie zich af waarom het voortijdig schoolverlaters zo hoog scoort in Papendrecht en wat men hieraan kan doen.

In antwoord op zijn vraag of in het kader van het parkeerprogramma gekeken gaat worden naar elektrisch laden antwoordt wethouder JANSSEN dat dit onderdeel is van de integrale (regionale) laadvisie die volgend jaar wordt herzien. Op zijn vraag naar 10

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 10 oktober 2024

de uitvoering van de motie Papendrechts feest antwoordt wethouder VAN DER BORG dat men eerst de uitgangspunten voor de evenementennota moet vaststellen, voor het feest aan de orde komt. Deze geven o.a. antwoord op de vraag naar de rol van de overheid m.b.t. het organiseren van evenementen. De heer VAN DEN DOOL heeft inmiddels gezien dat het feest onder erfgoed genoemd staat in de begroting. Tenslotte noemt ook de CDA-fractie de zorg om het hoge percentage inhuur. Op de vraag van mevrouw KARSO naar de ambitie van het college om de diverse bouwplannen voor woningen deze periode gerealiseerd te krijgen antwoordt wethouder JANSSEN dat dit afhankelijk is van de projectontwikkelaars. In antwoord op haar vraag of het college de ambitie voor het verminderen van de inhuurkosten (29%) kan concretiseren antwoordt burgemeester VAN DRIEL dat het de ambitie van het college is om terug te gaan naar het landelijke gemiddelde. Zij zegt toe om vanaf 1.1.2025 elk kwartaal terug te komen met de cijfers van de inhuur en zaken indien nodig te agenderen en eventuele extra maatregelen en verklaringen te bespreken. Op de vraag van de heer GRIMMIUS of deze update de staat van de organisatie of alleen de externe inhuur betreft antwoordt burgemeester VAN DRIEL dat haar toezegging de cijfers van de externe inhuur betreft. Daarnaast zal men een gesprek voeren over de staat van organisatie.

Op de vraag van de heer VAN DEN DOOL of men hierbij ook de maatregelen en resultaten zal aangeven antwoordt burgemeester VAN DRIEL bevestigend. De vraag of externe inhuur onderdeel uitmaakt van het strategisch personeelsbeleid zal wethouder JANSSEN schriftelijk beantwoorden. De heer VAN DEN BOOGAART vraagt m.b.t. het OV of dit het moment is om (tijdig) wensen en bedenkingen inzake de concessie met QBuzz te inventariseren en in te brengen, waarop wethouder JANSSEN antwoordt dat de OV-concessie is doorgezet naar 2033, maar dat er jaarlijks doorlopende onderhandelingen plaatsvinden over de lopende concessie. Vanuit de regio wordt er op dit moment onderhandeld met de provincie, zodat er geen verdere kaalslag plaatsvindt en zaken verbeteren. De heer HARDENBOL merkt m.b.t. de keuzes maken in schaarste, de structurele exploitatieruimte vanaf 2026 en het ombuigingsproces op dat er in Papendrecht meer kinderen in de jeugdzorg zitten, maar dat er een minder dan gemiddelde jeugdproblematiek bestaat. Dit bevestigt het idee dat de DG&J een rupsje nooit genoeg is, dat het beter kan/zou moeten doen met minder geld. Wethouder VAN DER BORG geeft aan dat het complexer ligt dan de heer Hardenbol aangeeft en dat er binnen de verschillende segmenten verschillende analyses te maken zijn m.b.t. de stijgingen. (Hij vindt dat de heer Hardenbol voorzichtig moet zijn met zijn stellingnames).

Op deze analyses zal men in de RIB 11

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 10 oktober 2024

van eind oktober/begin november nader ingaan. Verder noemt de heer HARDENBOL de dure beleidsambtenaren en de externe inhuur, waarmee 1 of meerdere miljoenen per jaar te winnen valt. M.b.t. de ombuigingscatalogus vindt zijn fractie niet dat dit ten kosten mag gaan van de voorzieningen zoals het theater, sportcentrum en zwembad. Op zijn vraag of de gemeente Papendrecht m.b.t. de toegankelijkheid gebouwen en openbare ruimte voor mensen met een beperking invulling gaat geven aan de genoemde strategie van het VN-comité handicap (hierbij noemt hij amendement A1. November 2023 inzake het mobiliteitsplan met een soortgelijke strekking) antwoordt wethouder VAN ERK dat hier bij het opstellen van de nieuwe visie Sociaal Domein meer richting aan gegeven zal worden. De aanbevelingen zal men waar mogelijk verwerken in het beleid. Mevrouw BOKMA geeft aan dat ook de VVD-fractie zich zorgen maakt op de jaren na 2025 en noemt in dit kader de actualisatie van de ombuigingscatalogus. Op haar vraag naar voorbeelden in het land van zorgzame buurten waarbij het doel van minder kosten voor zorgprofessionals is bereikt, wat de rol van de gemeente hierbij is (als de eerste bewoners verhuisd zijn) en wat de structurele kosten zouden zijn antwoordt wethouder VAN ERK dat de gemeente (samen met Rivas, Waardenburg, Sterk Papendrecht, Woonkracht10) 1 van de deelnemende organisaties is.

Landelijk ziet men een brede beweging om in te zetten op zorgzame buurten, om steeds meer om te zien naar elkaar en eenzaamheid en zorgkosten te verminderen. In de zorgzame buurt in Papendrecht waar 139 woningen worden gerealiseerd (zullen ook weer mensen verhuizen) zet men heel duidelijk in op het samen realiseren van een duurzame sociale structuur in deze buurt. In antwoord op haar vraag naar eventuele plannen voor huurwoningen voor jongeren tot 23 jaar en de planning voor de flexwoningen geeft wethouder JANSSEN aan dat er in de zorgzame buurt 9 of 10 woningen voor jongeren onder de 23 jaar worden gebouwd en er daarnaast flexwoningen zijn en er in andere projecten ook jongeren woningen worden gebouwd. Voor de echte starterswoningen heeft het Rigo aangegeven dat doorstroming veel interessanter/goedkoper is dan (dure) nieuwbouw. M.b.t. de flexwoningen geeft hij aan dat de intentieovereenkomst om te komen tot een businesscase met Woonkracht10 is getekend. Voor de betreffende investering komt hij terug naar de raad. Verder merkt hij op dat de locatie Poldermolen 85 binnenkort wordt opgeleverd en nieuwbouw hier aan de orde is. M.b.t. de sustainable development goals merkt mevrouw BOKMA op dat de cijfers genoemd bij 3.2. 3.3. gebaseerd zijn op de achterhaalde coronagezondheidsmonitor en men daarop geen conclusies kan trekken. Op haar vraag welke acties men m.b.t.

de stijging van schoolverlaters zonder startkwalificatie kan verwachten antwoordt wethouder KOSTEN dat de LVS-problematiek al langer speelt en dit door de DG&J middels een bestuursopdracht wordt opgepakt. Hiervan is echter nog geen 12

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 10 oktober 2024

uitkomst. Ook mevrouw BOKMA noemt de forse lokale lastenstijging (afvalstoffenheffing), vraagt hoeveel de restafvalboete bedraagt, wat de verwachting is voor de toekomst en wat de reden is van de stijging van het kleptarief met 32%. Zij stelt voor t.b.v. van de inwoners een vergelijking te maken van kosten per huishouden met en zonder diftar. TWEEDE TERMIJN De heer BEZEMER constateert dat de VNG-richtlijn leidend is voor de meerjarenbegroting. Daarnaast is diftar een gesloten systeem en moeten de kosten doorberekend worden. Hierbij herhaalt hij de opmerking van de portefeuillehouder dat men voor een goede werking van het systeem moet letten op de communicatie. Verder stelt het antwoord op zijn vraag inzake de DG&J, dat een deel van de kosten niet zijn meegenomen, niet gerust. Op zijn vraag of de raad inzicht krijgt in de evaluatie van de recreatie- en cultuurholding zegt wethouder JANSSEN toe dat men zoveel mogelijk inzicht krijgt. De heer HARDAM begrijpt dat de gemeente zelf geen onderzoeken naar gegevens zal uitvoeren, maar vraagt of er is gekeken naar andere gegevens (digimonitor, CBS, etc.), waarop wethouder JANSSEN aangeeft het CBS er ook bij staat en niet alleen waarstaatjegemeente wordt gebruikt. Andere gemeenten die dit zelf onderzoeken hebben meer real time informatie tot hun beschikking, de gemeente Papendrecht de meer algemene bronnen.

Verder begrijpt de heer HARDAM dat toekomstige investeringen invloed hebben op de solvabiliteit van de gemeente, maar informeerde hij of er een schatting gemaakt kon worden hoe betrouwbaar het percentage is. Op zijn vraag of er prestatie indicatoren zijn gemaakt voor de gestelde doelstellingen antwoordt wethouder JANSSEN dan men hier vanuit auditcommissie samen met de ambtelijke organisatie goede keuzes in kan maken. De heer VAN DEN DOOL heeft m.b.t. de structurele exploitatieruimte eerder een vraag gesteld inzake de link tussen de rekening en de begroting, waarbij hij aangaf dat men i.v.m. te weinig ambtelijke capaciteit bepaalde zaken niet heeft kunnen uitvoeren en dus geld overhoudt. Dit gegeven zou ook bekeken kunnen worden zodat men structurele exploitatieruimte verbetert en men geld in de begroting overhoudt. Wethouder JANSSEN geeft aan dat men inderdaad meer realistisch zou moeten kunnen begroten, maar dat hieraan ook risico’s kunnen kleven. Hierover zou men een goed gesprek kunnen voeren binnen de auditcommissie/ambtelijke organisatie. De heer HARDENBOL begrijpt dat de zaken m.b.t. de jeugdzorg complexer liggen en zal de informatie die men via de RIB ontvangt analyseren. Verder is men blij dat de aanbevelingen uit het VN-handicap verdrag in de visie op het sociaal 13

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 10 oktober 2024

domein verwerkt zullen worden. Wel wil hij erop wijzen dat toegankelijkheid zich niet beperkt tot het sociaal domein. Op de vraag van mevrouw BOKMA waarom de stijging van het kleptarief zoveel hoger is dan van het vaste tarief antwoordt wethouder KOSTEN dat de kosten voor het restafval worden verrekend via het kleptarief. De totaalprijs wordt gedeeld door het aantal klepbewegingen. De rest van het afval wordt verwerkt via het andere tarief (hierin zitten o.a. de opbrengsten van de verkoop van grondstoffen). Er is sprake van 2 gescheiden stromen. Niets meer aan de orde zijnde worden de onderhavige stukken als bespreekstuk doorgeleid naar de gemeenteraad. 09.

Sluiting. Niets meer aan de orde zijnde sluit de VOORZITTER de vergadering om 22.45 uur onder dankzegging aan eenieder voor diens inbreng. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de 2024. De heer M. Hermans (Interim griffier)

mevrouw T.C. van Es (voorzitter)

Lijst met toezeggingen

1. Zorgen omtrent Chemours. Portefeuillehouder Kosten

14

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 10 oktober 2024

De portefeuillehouder komt schriftelijk terug op de vragen inzake de zorgen omtrent Chemours. 2. Zienswijze op 8e wijziging GR DG&J: kaders aanvraag zienswijze. Portefeuillehouder Van der Borg De portefeuillehouder komt schriftelijk terug op de vraag inzake de kaders voor het aanvragen van een zienswijze. 3. Zienswijze op 8e wijziging GR DG&J: vaste evaluatiefrequentie. Portefeuillehouder Van der Borg De portefeuillehouder komt schriftelijk terug op de vraag of men bereid is zich in te zetten voor een vaste evaluatiefrequentie. 4. Zienswijze op 8e wijziging GR DG&J: tevredenheidsmeting. Portefeuillehouder Van der Borg De portefeuillehouder komt schriftelijk terug op de vraag naar een periodiek onafhankelijke tevredenheidsmeting. 5. Begroting 2025-2029: cijfers inhuur. Portefeuillehouder Van Driel De portefeuillehouder zegt toe om vanaf 1.1.2025 elk kwartaal terug te komen met de cijfers van de inhuur en zaken indien nodig te agenderen en eventuele extra maatregelen en verklaringen te bespreken. 6. Begroting 2025-2029: strategisch personeelsbeleid. Portefeuillehouder Janssen De portefeuillehouder komt schriftelijk terug op de vraag of externe inhuur onderdeel uitmaakt van het strategisch personeelsbeleid . 7. Begroting 2025-2029: evaluatie recreatie-en cultuurholding.

Portefeuillehouder Janssen De portefeuillehouder zegt toe de raad zoveel mogelijk inzicht te geven in de evaluatie van de recreatie- en cultuurholding.

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/893/documents/14133