CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag besluitvorming 9 juli

Raadsvergadering Papendrecht 24 september 2026, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 4: Vaststelling verslag raadsvergaderingen 2 juli, 6 juli en 9 juli 20264.805 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1 alinea's met “vragenkwartier”: 2

Verslag besluitvormende raadsvergadering 9 juli 2026 VERSLAG VAN DE OPENBARE BESLUITVORMENDE RAADSVERGADERING VERGADERING VAN DE GEMEENTERAAD VAN PAPENDRECHT d.d. 9 juli 2026 (aanvang 16.00 uur) Een integrale geluidsopname van deze vergaderingen is te beluisteren op www. papendrecht .nl Aanwezig: Mevrouw M.J.M. van Driel, voorzitter; De dames T.C. van Es (D66), H.C.T.J. Hoekstra (Fractie Hoekstra), C.W. Libert- Boogaard (PRO), N.J. Matena (PVV), M.H. Minasian (CDA), N. de Ruiter (PVV), A.A.S. Stigter (CU) en S.J.A. Verdoorn – De Lang (VVD) en de heren: M. Aarnoudse (VVD), A.K.J. de Blom (PVV), A.J. Boersma (SGP), A.M. Eikelenboom (PVV), W. Goudriaan (SGP), P.C. Grimmius (PRO), N. van Heteren (D66), L. van Houtert (50Plus), R.J. Kraaijeveld (PVV), J. Kwakernaat (VVD), J.T.M. Mulder (CDA), D. Stouthart (VVD) en A. Tieleman (PAB). De heer J.L. van Erk; wethouder. Mevrouw C. Madern, griffier; (De heer H. Sepers, plv. griffier;) Mevrouw C. Dorn, griffiemedewerkster; Verslaglegging: Jeanine Nieuwstraten. Afwezig: De heren R. Lammers (OP) en S. Visser (PVV). 01. Opening. De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom. Er zijn 10 fracties vertegenwoordigd, de heren Lammers en Visser zijn verhinderd, hetgeen resulteert in 21 besluitvormende stemmen. 02. Vastellen agenda. De agenda wordt ongewijzigd en vastgesteld. 03. Mededelingen. Er zijn geen mededelingen. 04.

Vragenkwartier. Er zijn geen vragen. BESPREEKSTUKKEN: 05. Perspectiefnota 2026 - 2031. De heer VAN HETEREN geeft aan dat er sprake is van een bijzondere perspectiefnota. Het gaat volgens zijn fractie deze keer niet zozeer over nieuwe plannen, maar vooral over de 1 Verslag besluitvormende raadsvergadering 9 juli 2026 richting die de raad wil meegeven voor de begroting van 2027. Hierbij spreekt hij opnieuw zijn zorgen uit over het sociaal domein. Daarbij geeft hij aan dat de D66-fractie niet minder ondersteuning voor inwoners wil, maar dat men het gevoel heeft dat de raad steeds minder grip heeft op de ontwikkelingen. Volgens hem worden er voortdurend nieuwe maatregelen, projecten, professionals en interventies toegevoegd, terwijl de raad onvoldoende inzicht krijgt in de daadwerkelijke resultaten daarvan. Tegelijkertijd neemt de financiële druk toe en blijkt volgens hem uit het meerjarenperspectief dat deze ontwikkeling niet langer houdbaar is. De heer VAN HETEREN zegt dat vaak wordt aangegeven dat maatregelen op termijn besparingen opleveren of een preventieve werking hebben, maar dat concrete resultaten, monitoring en meetbare effecten onvoldoende zichtbaar zijn. Als voorbeeld noemt hij de onderbouwing van de autismepoli in gedragswetenschappen jeugd.

Hij zegt dat zijn fractie deze voorzieningen of professionals niet zomaar wil wegbezuinigen en ook geen voorstander is van algemene bezuinigingen in het sociaal domein. Wel vindt men het belangrijk dat bij structurele investeringen duidelijk wordt wat deze opleveren. Daarbij wil zijn fractie inzicht in het aantal geholpen inwoners, de behaalde resultaten, de zorg die daardoor wordt voorkomen en de mogelijke besparingen op de langere termijn. Volgens de heer VAN HETEREN is het tijd om een stap terug te doen en opnieuw naar het geheel te kijken. Daarbij moeten volgens hem de wettelijke kerntaken, extra gemeentelijke ambities en de effectiviteit van preventieve maatregelen tegen het licht worden gehouden. Hij wijst erop dat er jaarlijks nieuwe initiatieven bijkomen, terwijl er nauwelijks maatregelen worden beëindigd, wat volgens hem op termijn niet houdbaar is. De D66-fractie vindt daarom dat de komende jaren in het teken moeten staan van echte sociale hervormingen, zowel beleidsmatig als in de uitvoering. Minder stapeling van initiatieven, minder nieuwe projecten en meer focus op resultaten, inzicht en sturing. Ook moet volgens hem de moed aanwezig zijn om te stoppen met maatregelen die onvoldoende opleveren.

Tot slot geeft de heer VAN HETEREN aan dat de D66-fractie wil toewerken naar een houdbaar sociaal systeem waarin de raad beter grip heeft, resultaten voor inwoners zichtbaar zijn en investeringen beter kunnen worden gevolgd en beoordeeld. Zijn fractie kan instemmen met de perspectiefnota. De heer KWAKERNAAT geeft (in zijn maidenspeech) aan dat de voorliggende perspectiefnota bewust beleidsarm is opgesteld. 2 Verslag besluitvormende raadsvergadering 9 juli 2026 Gezien de huidige fase waarin de gemeente zich bevindt, met een nieuwe raad en een lopende collegevorming, vindt zijn fractie dit een verstandige en logische keuze. Volgens hem horen de grote beleidsmatige keuzes voor de komende periode bij een nieuw college. Hij zegt dat de perspectiefnota inzicht geeft in de financiële positie van de gemeente en de ontwikkelingen die eraan komen. Het is positief dat de begroting sluitend is, maar hij wijst er tegelijkertijd op dat de financiële ruimte beperkt is. Daarbij noemt hij de onzekerheden rond de RES-middelen, de ontwikkelingen binnen het sociaal domein en de verschillende investeringsopgaven. Volgens zijn fractie moet de komende periode daarom vooral in het teken staan van terughoudendheid. Nieuwe ambities en nieuw beleid moeten volgens hem kritisch worden afgewogen.

Daarbij moet niet alleen gekeken worden naar wat er nog toegevoegd kan worden, maar vooral naar wat daadwerkelijk noodzakelijk is en waar eventueel kan worden afgeschaald, uitgesteld of anders georganiseerd. Bij de voorbereiding van de begroting verwacht hij een duidelijke prioritering van de beschikbare middelen. Deze moeten volgens hem worden ingezet voor de meest noodzakelijke opgaven. Daarnaast vindt hij het belangrijk dat niet alleen de financiële consequenties inzichtelijk worden gemaakt, maar ook de beoogde resultaten en maatschappelijke effecten. Dit is volgens hem nodig om de raad in staat te stellen haar controlerende taak goed uit te voeren en te beoordelen of middelen doelmatig worden ingezet en bijdragen aan de gestelde doelen. Tot slot geeft de heer KWAKERNAAT aan dat deze perspectiefnota een goede basis vormt voor het verdere begrotingsproces. Daarbij staan voor zijn fractie financiële verantwoordelijkheid, beschikbare capaciteit, resultaatgericht werken, duidelijke prioriteiten en een zorgvuldige omgang met mensen en middelen centraal. De heer MULDER spreekt namens zijn fractie waardering uit voor het college en complimenteert hen met de heldere en grondig voorbereide perspectiefnota.

Hij geeft aan dat de CDA- fractie kan instemmen met de voorgestelde bijstelling van het begrotingsjaar 2026, zoals opgenomen in de Perspectiefnota 2026-2031 en uitgewerkt in de onderdelen 1 tot en met 42. Daarnaast kan men instemmen met de voorgestelde besluiten onder de punten 2 tot en met 7. T.a.v. besluitpunt 8 geeft de heer MULDER aan dat men kennis heeft genomen van de overige onderdelen van de perspectiefnota, in het bijzonder van de 4 genoemde opties om een mogelijk tekort in 2027 op korte termijn op te lossen. Met deze opties kan volgens hem 3 Verslag besluitvormende raadsvergadering 9 juli 2026 het structurele negatieve begrotingssaldo van 2,9 miljoen voor 2027 worden weggewerkt. Volgens zijn fractie biedt de beperkte maar aanwezige financiële ruimte binnen deze opties mogelijk nog ruimte voor de begrotingsonderhandelingen voor 2027 in het komende najaar. Het CDA acht deze ruimte voldoende. Tot slot geeft de heer MULDER aan dat het CDA kan instemmen met de voorliggende voorstellen. De heer BLOM geeft aan dat hij namens de PVV-fractie het woord voert omdat financiën zijn dossier binnen de fractie is. Hij bedankt het college voor de voorbereiding van de perspectiefnota en spreekt waardering uit voor het werk dat is verricht.

Daarbij noemt hij ook de mogelijkheid die de raad heeft gekregen om kennis te nemen van de inhoud, vragen te stellen aan de betrokken ambtenaren en zich goed voor te bereiden op de vergadering. Verder geeft hij aan dat zijn fractie tevreden is dat de perspectiefnota beleidsarm en beperkt richtinggevend is opgesteld, mede in afwachting van een nieuw college. Om die reden kan zijn fractie instemmen met de voorgestelde besluiten. Daarnaast geeft de heer BLOM aan dat zijn fractie de komende periode zal benutten om zich verder te verdiepen in de onderwerpen en de achtergronden daarvan. Ook zal men zich voorbereiden op de begrotingsbehandeling, omdat daar volgens hem de belangrijke keuzes voor de toekomst gemaakt zullen moeten worden. Tot slot merkt hij op dat de PVV-fractie streeft naar beleid en uitvoering dat daadwerkelijk resultaat opleveren voor inwoners en ondernemers. (De VOORZITTER merkt op dat er, hoe goed bedoeld ook, tijdens de vergadering niet wordt gesproken over ambtenaren.) De heer TIELEMAN geeft aan dat deze perspectiefnota een bijzonder moment markeert voor de gemeente. Niet alleen omdat de nota beleidsarm is opgesteld, maar ook omdat deze wordt behandeld in een periode waarin nog een nieuwe coalitie moet worden gevormd en de financiële uitdagingen voor de komende jaren steeds duidelijker zichtbaar worden.

Volgens hem vraagt dit om bestuurlijke rust, zorgvuldigheid en realistische keuzes. Hij zegt dat de PAB-fractie zich kan vinden in de keuze om de perspectiefnota beleidsarm te houden. Volgens hem brengt de nota de financiële ontwikkelingen, risico’s en opgaven helder in beeld en vormt deze een goede basis voor de politieke keuzes die door een nieuwe coalitie worden uitgewerkt en vervolgens door de raad worden beoordeeld. Om die reden wil zijn fractie niet 4 Verslag besluitvormende raadsvergadering 9 juli 2026 vooruitlopen op keuzes die thuishoren bij de coalitievorming, het collegeprogramma en de begroting van 2027. De perspectiefnota laat een duidelijke financiële boodschap zien. Na de voorgestelde bijstellingen voor 2026 resteert een positief begrotingssaldo van € 579.000, -. Tegelijkertijd laat de perspectiefnota volgens hem zien dat voor 2027 een structureel tekort van bijna € 2,9 miljoen wordt verwacht. Hij noemt dit geen reden voor paniek, maar wel een duidelijke waarschuwing. De heer TIELEMAN merkt verder op dat er onder inwoners vragen leven over de financiële positie van de gemeente. Hij vindt dat begrijpelijk, maar benadrukt dat de feiten uit de perspectiefnota daarbij leidend moeten zijn.

Volgens hem wordt de grootste financiële druk veroorzaakt door externe ontwikkelingen waarop de gemeente slechts beperkt invloed heeft, zoals de kostenstijgingen binnen het sociaal domein, de jeugdzorg, de Wmo, het onderhoud van de openbare ruimte en onzekerheden rond de financiering vanuit het Rijk. Tegelijkertijd blijft volgens hem de verantwoordelijkheid om kritisch te kijken naar de eigen uitgaven, prioriteiten en doelmatigheid van beleid. T.a.v. de besluitpunten geeft de heer TIELEMAN aan dat deze grotendeels financieel-technisch van aard zijn. De PAB-fractie kan instemmen met de voorgestelde begrotingswijzigingen voor 2026, het instellen van voorzieningen voor civiele kunstwerken en gebouwenonderhoud, de wijzigingen in het investeringsprogramma en de overige administratieve besluiten. Volgens zijn fractie is goed onderhoud geen luxe, maar een vorm van verantwoord financieel beheer die hogere kosten op langere termijn voorkomt. Daarnaast waardeert men dat de perspectiefnota niet alleen inzicht biedt in de huidige financiële situatie, maar ook vooruitkijkt naar de komende jaren en mogelijke heroverwegingen. Daarmee beschikt een nieuw college volgens hem over een goed uitgangspunt voor toekomstige keuzes.

Hij benadrukt daarbij wel dat de genoemde heroverwegingen en mogelijke bezuinigingsopties door zijn fractie worden gezien als bouwstenen voor een nieuw college en niet als maatregelen waarover de raad nu al inhoudelijk een oordeel moet geven. Die afweging hoort volgens hem thuis bij de behandeling van de begroting 2027. Verder merkt de heer TIELEMAN op dat voor zijn fractie een sluitende begroting belangrijk is, maar dat dit niet automatisch mag betekenen dat de rekening bij inwoners wordt neergelegd. Zijn fractie is daar geen voorstander van. Voordat inwoners meer zouden moeten betalen, moet volgens hem eerst kritisch worden gekeken naar de eigen organisatie, de uitgaven, de verbonden partijen en de 5 Verslag besluitvormende raadsvergadering 9 juli 2026 effectiviteit van bestaand beleid. Daarbij moeten financiële afwegingen niet uitsluitend op geld worden gebaseerd, maar ook op de maatschappelijke gevolgen. Volgens hem raken financiële keuzes direct aan de kwaliteit van voorzieningen en de leefbaarheid van de gemeente. Tot slot spreekt hij zijn zorgen uit over het vervolgproces. Hij wijst erop dat er op korte termijn een nieuwe coalitie moet worden gevormd, terwijl tegelijkertijd de voorbereiding van de begroting 2027 plaatsvindt. Door de beperkte beschikbare tijd vraagt dit volgens hem veel van de organisatie.

Hij zegt dat dit geen twijfel is aan de inzet of deskundigheid van de organisatie, maar dat belangrijke politieke keuzes voldoende voorbereiding en afstemming verdienen. Daarom roept hij alle partijen op om voortvarend te werken aan de coalitievorming, zodat de raad in het najaar een goed onderbouwde begroting kan behandelen. Afsluitend geeft de heer TIELEMAN aan dat de PAB-fractie de komende keuzes zal beoordelen vanuit het uitgangspunt dat financiële discipline noodzakelijk is, maar dat goed bestuur meer omvat dan alleen cijfers. Volgens hem moeten keuzes zowel financieel als maatschappelijk verantwoord zijn en bijdragen aan een sterke en leefbare gemeente. De PAB-fractie zal daarom instemmen met de voorliggende besluitpunten. Mevrouw STIGTER geeft aan dat de woordvoering van de CU- fractie is gestoeld op 3 x 3 thema’s (BBB): bestuur, burgers en bedrijven. Men vindt het belangrijk dat de gemeente beschikt over een betrouwbaar bestuur dat met visie en in een dienende rol werkt. Zij geeft aan dat haar fractie een actieve bijdrage wil leveren aan het bestuur van de gemeente. Daarbij moet volgens haar niet alleen naar financiële cijfers worden gekeken, maar ook naar het belang van bestuur, inwoners en ondernemers. Volgens mevrouw STIGTER is het aantal inwoners dat ontevreden is over de gemeenteraad toegenomen.

Zij vindt dat een nieuw bestuur daarom moet werken aan het herstellen van vertrouwen, het verbeteren van de communicatie en het versterken van de stabiliteit. Daarbij benadrukt zij dat bestuur niet alleen vanuit het gemeentehuis plaatsvindt, maar juist ook in contact met inwoners en maatschappelijke organisaties. Zij roept op tot samenwerking tussen gemeente, verenigingen, organisaties en kerken om vertrouwen, veiligheid en gezondheid in Papendrecht te bevorderen. Ook vraagt zij aandacht voor de manier waarop bestuurders en raadsleden met elkaar omgaan, zowel in de raad als op sociale media, omdat zij daarin een voorbeeldfunctie ziet. Vervolgens gaat mevrouw STIGTER in op haar tweede reeks BBB: beleidsarm, 6 Verslag besluitvormende raadsvergadering 9 juli 2026 bijstellen en begroten. Zij spreekt waardering uit voor het feit dat bestaand beleid in de perspectiefnota is verwerkt. Daarnaast deelt zij de zorgen die zijn geuit over het sociaal domein, maar vindt zij ook dat nieuwe initiatieven de kans moeten krijgen om hun meerwaarde en mogelijke kostenbesparende effecten te bewijzen. M.b.t. de begroting noemt mevrouw STIGTER het belang van subsidies die de leefbaarheid kunnen versterken. Daarbij noemt zij ook mogelijke samenwerking met de gemeente Molenlanden.

Zij benadrukt dat begrotingswijzigingen en ombuigingen niet alleen financiële keuzes zijn, maar altijd gevolgen hebben voor inwoners. Daarom vindt zij het belangrijk dat de raad zich verdiept in de impact van de keuzes die worden gemaakt. Voor de begroting van 2027 vraagt zij aandacht voor de geplande verhoging van de OZB. Zij begrijpt de financiële achtergrond hiervan, maar geeft aan geen voorstander te zijn van 1 grote verhoging. Zij stelt voor om te onderzoeken of een gefaseerde stijging in meerdere stappen mogelijk is. Daarnaast vraagt zij opnieuw aandacht voor de gemeenschappelijke regelingen. Volgens haar moet kritisch worden gekeken naar de begrotingen van deze samenwerkingsverbanden, o.a. op het gebied van inhuur, mogelijke overlap in taken, effectiviteit en beschikbare reserves. Tot slot noemt zij een derde reeks BBB: boven, binnen en buiten. Aan de hand van het beeld van een gevarendriehoek benadrukt zij het belang van tijdig signaleren en voorkomen van problemen. Met boven verwijst zij naar het besef dat men niet alle wijsheid, kracht en oplossingen zelf heeft, maar dat men hulp nodig heeft van elkaar en van een hogere macht. Met binnen doelt zij op de samenwerking binnen de raad en het belang van respect en waardering voor de gemeentelijke organisatie.

Met buiten verwijst zij naar de inwoners van Papendrecht, waarbij zij benadrukt dat niemand zich buitengesloten mag voelen en dat blijvende investeringen in verbinding en saamhorigheid noodzakelijk zijn. Tot slot geeft mevrouw STIGTER aan dat haar fractie kan instemmen met het voorliggende voorstel. Wel wil zij het gesprek blijven voeren over de voorgenomen verhoging van de OZB. Afsluitend spreekt zij de hoop uit op een goede toekomst voor Papendrecht en merkt op dat haar hoop op Boven is gericht. De heer BOERSMA zegt dat Papendrecht zich momenteel in een bijzondere politieke situatie bevindt. Er is geen college meer dat bevoegd is om besluiten te nemen, er is nog geen nieuwe coalitie met een gezamenlijke agenda en de voorliggende perspectiefnota is beleidsarm. Tegelijkertijd benadrukt hij dat de gemeenteraad de inwoners blijft 7 Verslag besluitvormende raadsvergadering 9 juli 2026 vertegenwoordigen en dat de financiële opgave voor de komende jaren onverminderd groot is. Hij richt zich in zijn eerste termijn op de financiële situatie van de gemeente. Hij stelt dat de komende jaren tekorten worden verwacht en dat richtinggevende keuzes noodzakelijk zijn. Normaal gesproken worden die keuzes tijdens de behandeling van de perspectiefnota gemaakt, maar gezien de huidige situatie zal een belangrijk deel van de besluitvorming waarschijnlijk bij de begroting plaatsvinden.

Hij wijst erop dat uit de RIB over de meicirculaire blijkt dat het financiële langetermijnperspectief enigszins is verbeterd. Tegelijkertijd laat dit volgens hem zien hoe onzeker de financiële vooruitzichten zijn, doordat de bedragen per rapportage sterk kunnen verschillen. Daarom pleit de SGP-fractie voor behoedzaamheid en het vermijden van te snelle of ingrijpende besluiten. Vervolgens gaat meneer BOERSMA in op 3 ontwikkelingen. Als eerste noemt hij de stijgende kosten in het sociaal domein. Hij merkt op dat de uitgaven voor maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp de afgelopen jaren flink zijn toegenomen en vindt het terecht dat hier kritisch naar wordt gekeken. Volgens zijn fractie moeten bezuinigingen echter samengaan met het versterken van gemeenschappen die zorg en ondersteuning kunnen overnemen. Anders bestaat het risico dat een korte termijn besparing uiteindelijk tot hogere kosten leidt. Daarnaast verwijst hij naar het besluit van de raad om in te stemmen met ombuigingsvoorstellen binnen de GR Sociaal. De maatregelen die Papendrecht ondersteunt of wil onderzoeken leveren volgens hem mogelijk een structurele besparing van ca. 2,3 miljoen euro op. Wanneer deze besparingen gerealiseerd worden, kan daarmee een belangrijk deel van het financiële tekort op de langere termijn worden opgelost.

De SGP-fractie ziet daarnaast graag dat besparingen binnen de jeugdhulp verder worden uitgewerkt en dat aanvullende ombuigingen worden voorbereid. Investeringen in preventie, zoals ondersteuning van gezinnen en schoolmaatschappelijk werk, kunnen volgens hem juist toekomstige zorgkosten voorkomen. Als tweede onderwerp noemt de heer BOERSMA de investeringen die Papendrecht wil doen. Hij vindt dat de gemeente haar ambities moet afstemmen op de beschikbare financiële ruimte. Dat vraagt volgens hem om duidelijke keuzes in de komende jaren. Ook hij pleit ervoor om de effecten van investeringen beter inzichtelijk te maken. Hoewel niet alles meetbaar is, helpt meer informatie over de resultaten van investeringen volgens hem bij het maken van afgewogen keuzes. Hij vraagt het college hier verder aan te werken. Tot slot gaat hij in op de lokale lasten. Uit de perspectiefnota blijkt volgens hem dat de 8 Verslag besluitvormende raadsvergadering 9 juli 2026 belastingcapaciteit de afgelopen jaren is achtergebleven. Lonen en prijzen zijn harder gestegen dan de OZB. De SGP- fractie vindt dat er een eerlijke balans moet zijn tussen het voorzieningenniveau in Papendrecht en de lokale lasten voor inwoners. Daarom sluit men een indexatiecorrectie van de OZB niet uit.

Daarnaast wil men onderzoeken hoe de lokale lasten in Papendrecht zich verhouden tot die van gemeenten met een vergelijkbaar voorzieningenniveau. Afsluitend geeft de heer BOERSMA aan dat de houding van de SGP-fractie door de huidige politieke situatie niet verandert. De fractie blijft bereid om ook lastige keuzes te maken vanuit de verantwoordelijkheid om Papendrecht bestuurbaar te houden. Hij wenst de burgemeester, de nog zittende wethouder en de raadsleden veel wijsheid en Gods zegen toe voor de komende periode. De heer GRIMMIUS zegt dat de politieke situatie in Papendrecht momenteel bijzonder is, hetgeen het bestuur kwetsbaar maakt. Wat de PRO-fractie betreft biedt de perspectiefnota echter voldoende basis om verder op te bouwen. De financiële situatie blijft daarbij een belangrijk aandachtspunt, al vindt zijn fractie dat dit onderwerp vooral in het najaar verder besproken moet worden. Daarom beperkt hij zich in deze termijn vnl. tot inhoudelijke onderwerpen uit de perspectiefnota. T.a.v. het sociaal domein sluit de heer GRIMMIUS zich aan bij eerdere bijdragen. Zijn fractie ondersteunt de aandacht voor het versterken van de sociale basis in de wijken, maar constateert dat er momenteel veel verschillende projecten lopen die vaak met incidentele middelen worden gefinancierd. Volgens hem kan dit efficiënter worden georganiseerd door het aantal projecten te bundelen.

Hij spreekt zijn waardering uit voor het onderzoek naar wijkgerichte ontmoetingsplekken, wat hij ziet als een mogelijke terugkeer van buurthuizen in de verschillende wijken. De PRO-fractie is hier een groot voorstander van, omdat dergelijke voorzieningen volgens hen een belangrijke bijdrage leveren aan een sterke sociale basis. Daarnaast staat hij stil bij de noodopvang voor dieren. Hij is tevreden dat het college samen met andere gemeenten werkt aan het voortzetten van de samenwerking met Louterbloemen. Volgens zijn fractie heeft deze samenwerking zich de afgelopen jaren bewezen en verdient deze dan ook volledige steun. Verder is hij positief over de inzet voor de aanleg van de atletiekbaan bij AV Passaat en het kunstgrasveld bij VV Drechtstreek. Hij beschouwt dit als investeringen die niet alleen de sportverenigingen versterken, maar ook een grote maatschappelijke meerwaarde hebben. Ook spreekt hij zijn 9 Verslag besluitvormende raadsvergadering 9 juli 2026 waardering uit voor de voortdurende aandacht voor de PFAS-problematiek. Volgens hem is het belangrijk dat de gemeente hier blijvend aandacht voor houdt en dat dit onderwerp een duidelijke plaats heeft gekregen in de perspectiefnota. Tegelijkertijd constateert hij dat een belangrijk onderwerp ontbreekt.

Onder verwijzing naar de RIB van 16 juni over de opvang van Oekraïense vluchtelingen vindt hij het opvallend dat hierover niets is opgenomen in de perspectiefnota. Hieruit blijkt volgens hem dat de huidige opvanglocatie aan de Poldermolen, vanwege zowel de contractduur als de staat van het gebouw, op termijn niet houdbaar is. Daarom begrijpt zijn fractie niet waarom dit onderwerp geen plek heeft gekregen in de perspectiefnota, terwijl de gemeente volgens hem de komende maanden actief op zoek moet naar een alternatieve locatie. De PRO-fractie vindt dat het college zich maximaal moet inspannen om ervoor te zorgen dat de Oekraïense bewoners die momenteel aan de Poldermolen verblijven duurzaam in Papendrecht gehuisvest kunnen blijven. Hij spreekt de hoop uit dat ook andere fracties het belang hiervan onderschrijven en zich hierover willen uitspreken. Afsluitend geeft meneer GRIMMIUS aan dat men kan instemmen met de voorliggende perspectiefnota. Hij ziet uit naar het verdere debat met de raad in het najaar over de financiële situatie en de keuzes die daaruit voortvloeien. (Schorsing 16.33 – 16.48 uur) EERSTE TERMIJN COLLEGE Wethouder VAN ERK geeft aan dat de voorliggende perspectiefnota, conform de wens van de raad, bewust beleidsarm is opgesteld. Het document heeft vooral een informerend karakter en richt zich m.n.

op de financiële positie van de gemeente en de opgaven voor de toekomst. Hij benadrukt dat de gemeente, ongeacht de politieke situatie, vanaf begrotingsjaar 2027 een structureel sluitende begroting moet hebben. Daar ligt volgens hem zowel voor het college als voor de raad een grote verantwoordelijkheid. De periode om tot een begrotingsvoorstel te komen is relatief kort; ambtelijk is aangegeven dat hiervoor ongeveer 6 weken beschikbaar zijn. De begroting zal zonder politieke duiding worden opgesteld. Het inhoudelijke debat over keuzes en prioriteiten wordt doorgeschoven naar de begrotingsbehandeling in november, wanneer naar verwachting ook een nieuw college aanwezig zal zijn. Verder zegt wethouder VAN ERK dat het AB van de GR Sociaal diezelfde ochtend heeft vergaderd. De eerder door 10 Verslag besluitvormende raadsvergadering 9 juli 2026 gemeenten ingediende zienswijzen zijn daarbij overgenomen. Dat betekent dat de 43 voorgestelde maatregelen, inclusief de daarbij behorende financiële voordelen, zijn bekrachtigd. Deze effecten zullen worden verwerkt in het begrotingsvoorstel voor het najaar. Daarnaast zijn ook aanvullende financiële maatregelen vastgesteld, die eveneens een positieve financiële bijdrage zullen leveren aan de gemeentelijke begroting. N.a.v. de opmerkingen over de OZB merkt de wethouder op dat in de perspectiefnota op pag.

62 verschillende opties voor de toekomst zijn opgenomen, waaronder de OZB. Hij vindt het echter niet passend om daar vanuit het huidige college inhoudelijk op vooruit te lopen. Volgens hem is het aan de raad om hierover op een later moment het debat te voeren en eventuele keuzes te maken. In reactie op de opmerking van de heer Grimmius over de opvang van Oekraïense vluchtelingen geeft wethouder VAN ERK aan dat de gemeente de komende maanden op zoek gaat naar alternatieve opvanglocaties. Hiervoor worden momenteel voorbereidingen getroffen en de projectleider zal hier verder uitvoering aan geven. Volgens hem betreft dit bestaand beleid, maar hij waardeert de aandacht die hiervoor vanuit de raad wordt gevraagd. Het onderwerp zal terugkomen bij de begrotingsbehandeling. Daarbij blijft het uitgangspunt dat de kosten van de opvang door het Rijk worden vergoed. TWEEDE TERMIJN RAAD De heer MULDER is verheugd dat al op korte termijn duidelijk is geworden dat een aantal maatregelen binnen de GR Sociaal zijn geaccordeerd. Volgens hem is dat positief nieuws en een veelbelovend begin richting de verdere financiële uitwerking. Daarnaast spreekt hij zijn steun uit voor de opmerkingen van de heer Grimmius over de opvang van Oekraïense vluchtelingen. Hij geeft aan dat de beantwoording van de wethouder op dit punt voldoende duidelijkheid heeft geboden.

Verder sluit hij zich aan bij de zorgen die door de D66-fractie zijn geuit over de effectiviteit van de besteding van financiële middelen. Tot slot zegt de heer MULDER dat men erop zal blijven toezien dat de meest kwetsbare inwoners niet de dupe worden van de financiële keuzes die de gemeente de komende periode moet maken. De heer BLOM merkt op dat is gesproken over het feit dat de raad toewerkt naar de begrotingsbehandeling, waar de daadwerkelijke financiële keuzes gemaakt zullen worden. In dat kader vraagt hij aandacht voor de afspraken die de gemeente met externe partijen heeft gemaakt. Daarbij 11 Verslag besluitvormende raadsvergadering 9 juli 2026 gaat het volgens hem onder meer om de bijbehorende KPI’s, de mate waarin deze worden gerealiseerd en de sturing op de uitvoering van deze afspraken. Meneer BLOM vraagt het college hoe de raad meer inzicht kan krijgen in de afspraken met derde partijen, welke prestaties daarbij zijn afgesproken en op welke manier de voortgang en resultaten inzichtelijk kunnen worden gemaakt. Volgens hem kan dit bijdragen aan een betere controle en beoordeling van de effectiviteit van gemeentelijke uitgaven. De heer TIELEMAN merkt m.b.t. de atletiekbaan van AV Passaat op dat wordt vermeld dat hierover ook een gesprek zou plaatsvinden met de gemeente Sliedrecht.

Hij vraagt of dit gesprek inmiddels heeft plaatsgevonden en, indien dat het geval is, wat de uitkomst daarvan is geweest. De VOORZITTER geeft aan dat dit een technische vraag betreft en zegt dat deze schriftelijk kan worden ingediend. Daarop geeft meneer TIELEMAN aan dit te zullen doen. De heer GRIMMIUS sluit zich aan bij de woorden van de heer Mulder over het feit dat er overeenstemming is bereikt over maatregelen die tot financiële besparingen kunnen leiden. Tegelijkertijd vraagt hij om verduidelijking van de informatie die de wethouder heeft verstrekt. Volgens de heer GRIMMIUS heeft de raad eerder duidelijk aangegeven dat er een aantal maatregelen zijn waarmee Papendrecht niet kan instemmen. Daarom vraagt hij de wethouder of daadwerkelijk alle 43 maatregelen zijn geaccordeerd, of dat deze zijn vastgesteld met inachtneming van de zienswijze en de eerder door de raad gemaakte kanttekeningen. Volgens hem is dat een belangrijk onderscheid. TWEEDE TERMIJN COLLEGE Wethouder VAN ERK merkt n.a.v. de opmerking over de verbonden partijen, KPI’s en de sturing op afspraken met externe organisaties op, dat dit een onderwerp is waarin zowel technische als inhoudelijke aspecten een rol spelen. Hij zegt dat momenteel een onderzoek van de Rekenkamer loopt naar het functioneren van verbonden partijen. De vraag naar prestatieafspraken en KPI’s maakt daar onderdeel van uit.

Hij geeft aan dat hierover op een later moment nadere informatie zal volgen. In reactie op de vraag van de heer Grimmius over de besluitvorming binnen de GR Sociaal zegt wethouder VAN ERK toe de raad schriftelijk te informeren. Daarbij zal inzichtelijk worden gemaakt welke maatregelen door de deelnemende gemeenten zijn 12 Verslag besluitvormende raadsvergadering 9 juli 2026 geaccordeerd en op welke punten er nog verschillen bestaan tussen de gemeenten. Verder merkt hij m.b.t. de vraag van de heer Tieleman over de atletiekbaan en de gesprekken met de gemeente Sliedrecht op dat deze vraag -binnen een week- schriftelijk zal worden beantwoord. Aansluitend wordt het voorstel van burgemeester en wethouders met 21 stemmen voor unaniem aangenomen. 06. Motie vreemd aan de orde van de dag. - 07. Sluiting. Niets meer aan de orde zijnde sluit de VOORZITTER de vergadering om 17.05 uur onder dankzegging aan eenieder -en voorzien van een presentje- voor diens inbreng. Tot slot wenst zij alle aanwezigen een goede periode toe en spreekt zij de hoop uit hen eind augustus weer uitgerust en in goede gezondheid terug te zien. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 2026. Mevrouw C. Madern Mevrouw M.J.M. van Driel (griffier) (voorzitter) Lijst met toezeggingen 1. Perspectiefnota 2026 - 2031.

Portefeuillehouder Van Erk De portefeuillehouder zegt toe schriftelijk antwoord te geven op de vragen inzake de besluitvorming binnen de GR Sociaal en over de atletiekbaan en de gesprekken met de gemeente Sliedrecht. 13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/1241/documents/18650