Verslag Besluitvorming 6.11.2025.pdf
Tekst van het document
Verslag besluitvormende raadsvergadering 6 november 2025
VERSLAG VAN DE OPENBARE BESLUITVORMENDE RAADSVERGADERING VERGADERING VAN DE GEMEENTERAAD VAN PAPENDRECHT d.d. 6 november 2025 (aanvang 20.25 uur) Een integrale geluidsopname van deze vergaderingen is te beluisteren op www.papendrecht.nl Aanwezig: Mevrouw M.J.M. van Driel, (voorzitter); De dames: A. Bokma (VVD), T.C. van Es (D66), A. van Gent (PAB), H.C.T.J. Hoekstra (OP), A.A.S. Stigter (CU), A. Verschoor - De Winter (CDA), H.M. van Wijngaarden (PAB), D. Yildiz-Karso (PvdA) en de heren: H.G. Bezemer (CU), A.J. Boersma (SGP), I. Brands (OP), heer L.T. van den Dool (CDA), P.J. van der Giessen (VVD), W. Goudriaan (SGP), P.C. Grimmius (GL), N. van Heteren (D66), X.D.R. Janssen (PAB), R. Lammers (OP), R. Schuil (CDA), K. Spitsbaard (OP), H.D. Stouthart (VVD), A. Tieleman (PAB) en M.H.A. Verweij (PAB). Mevrouw W. Renzen - Van Leeuwen en de heren J.W. van der Borg, J.L. van Erk, A.M.J.M. Janssen en A.J. Kosten; wethouders. Mevrouw C. Madern, griffier; De heer A.N.C. Mullenders, pl. griffier/raadsadviseur; Verslaglegging: Jeanine Nieuwstraten. 01.
Opening. De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom. Er zijn vanavond 23 besluitvormende stemmen.
02.
Vastellen agenda. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
03.
Mededelingen. Er zijn geen mededelingen.
04.
Vragenkwartier. De heer BOERSMA stelt de volgende vragen inzake het binnendringen in hoofdgebouw van Fokker door pro Palestina activisten: 1. Was deze demonstratie bij de gemeente aangekondigd? 2. Hoe konden deze lieden in het hoofdkantoor van Fokker binnenkomen? Is de beveiliging op orde? 3. Welke juridische mogelijkheden hebben de gemeente en Fokker om de binnendringers aan te pakken? 4. Heeft Fokker aangifte gedaan van huisvredebreuk tegen de binnendringers van vandaag? 1
Verslag besluitvormende raadsvergadering 6 november 2025
5. Zijn er (vandaag of) eerder personen gearresteerd en worden zij vervolgd? 6. Zijn er naar aanleiding van de eerdere illegale acties op het terrein en op de gebouwen van Fokker strafrechtelijke stappen gezet? 7. En welke maatregelen zijn of worden er genomen om herhaling van dit soort acties op het terrein van Fokker te voorkomen? Burgemeester VAN DRIEL heeft vanmorgen om 9 uur het GBT (gemeentelijke beleidsteam) bij elkaar geroepen, waarna vanaf 10 uur 5 keer is vergaderd. Het GBT is uitgebreid met deelname door de veiligheidsregio Zuid-Holland-Zuid, het Openbaar Ministerie en GKN Fokker. Tevens heeft vandaag ook een aantal keer de veiligheidsdriehoek plaatsgevonden, bestaande uit de politie, het Openbaar Ministerie en de burgemeester. Op basis daarvan komt dit bericht tot de raad en neemt zij de raad mee in de gebeurtenissen van vandaag bij GKN Fokker. Zij kan zich voorstellen dat dit ook op de raad een behoorlijke impact heeft gehad. Als zij ziet wat voor impact het heeft gehad op degenen die werken op het hoofdkantoor van GKN Fokker, kan zij zich ook voorstellen dat het wat doet met iedereen in Papendrecht. Deze demonstratie was niet aangekondigd. Vanochtend om 8 uur hebben 29 demonstranten zich ongeoorloofd toegang verschaft tot het hoofdgebouw van GKN Fokker. Dat dit gelukt is, is aanleiding voor Fokker om te evalueren wat er nodig is aan passende maatregelen.
Daarnaast zijn 12 demonstranten buiten gebleven, die buiten voor het hoofdgebouw hebben gedemonstreerd. Zij hebben de mogelijkheid gekregen om dat in een aangewezen vlak te doen. Zij benadruk dat het demonstratierecht een stevig grondrecht is en het blijft belangrijk dat men dat ten alle tijden faciliteert. De aanwezige medewerkers die in het hoofdkantoor waren zijn aan het eind van de ochtend vanuit het hoofdgebouw opgevangen op een andere locatie. De medewerkers van Fokker hebben ervaren dat hun vrijheid beperkt werd en voelden zich geïntimideerd. Tevens zijn de bedrijfsprocessen van GKN Fokker ernstig verstoord geraakt. Fokker heeft daarom besloten om aangifte te doen en dat is de reden dat ook politie en OM zijn overgegaan tot aanhouding van 29 demonstranten. Zij zijn in de loop van de middag verwijderd uit het hoofdgebouw en zijn aangehouden en meegenomen door de politie. De 12 personen die zich buiten bevonden zijn op dat moment door de burgemeester verzocht, i.v.m. de openbare orde en veiligheid, naar een andere locatie te gaan binnen gezichts- en hoor afstand van het hoofdkantoor. Dat hebben zij opgevolgd waarmee de openbare manifestatie is gefaciliteerd.
In antwoord op de laatste vraag of er al eerder aanhoudingen zijn gedaan in het kader van de WOM, de Wet Openbare Manifestatie, geeft de burgemeester aan dat er 1 keer eerder een aanhouding heeft plaatsgevonden op basis van verdenking van opruiing. Wat betreft het nemen van maatregelen merkt zij op dat die verantwoordelijkheid bij GKN Fokker ligt. Zij gaat ervan uit dat zij adequate maatregelen zullen nemen om dit soort acties in de toekomst te voorkomen. 2
Verslag besluitvormende raadsvergadering 6 november 2025
De heer BOERSMA vindt het heel goed dat Fokker aangifte heeft gedaan. Het enige verzoek dat hij nog heeft, is om de raad op een later moment op de hoogte te stellen van het proces dat nu volgt. Hierop geeft burgemeester VAN DRIEL aan dat zij hierover nog geen toezegging kan doen en dat dit ook binnen de veiligheidsdriehoek een punt van orde zal zijn. Mocht daar iets uitkomen wat algemeen deelbaar is en openbaar bekend mag worden, zal zij de raad hier uiteraard over informeren. Vervolgens stelt mevrouw HOEKSTRA de volgende vragen inzake onveilige situaties door foutief parkeren aan de Kamerlingh Onneslaan bij de scouting: 1. Is het college bekend met deze problematiek? 2. Is het college bereid om actiever te handhaven om eerder voorgekomen problemen te voorkomen? 3. Is het college bereid de nieuwe ondernemers bekent te maken met deze problematiek? Wethouder JANSSEN zegt dat dit probleem zich op dit moment niet voordoet. Als een ongewenste situatie zich voordoet, grijpt men natuurlijk in. Verder merkt hij op dat de nieuwe kinderorganisatie -zoals iedereen- de regels hoort te kennen. Maar als het nodig is, gaat men uiteraard het gesprek met hen aan. Aansluitend stelt mevrouw HOEKSTRA de volgende vragen inzake het parkeren bij het begin van de Frederik van Eedenstraat: 1.
Kan het college uitleggen waarom er niet is gekozen voor dezelfde aanpak bij het begin van het T-stuk van de Frederik van Eedenstraat en de bocht naar links richting Pelserflat? 2. Waarom heeft men niet gekozen om een parkeerverbodsbord te plaatsen richting de Pelserflat, zoals het er jaren geleden heeft gestaan? 3. Is het college bereid om met een structurele oplossing de parkeerproblemen te verminderen? Zo ja, hoe en wanneer? 4. Zo nee, waarom niet? Wethouder JANSSEN zegt dat de laatste 2 vragen reeds eerder zijn beantwoord. Men is en blijft in gesprek met de verschillende bedrijven, vooral het enige grote bedrijf. M.b.t. de eerste 2 vragen zegt hij dat de 15 meter zone bij uitzondering is aangebracht vanwege het zicht op de drukke Randweg. Voor andere bochten geldt de regel van 5 meter, zoals overal in Papendrecht, dus ook in de straat waar mevrouw Hoekstra woont.
3
Verslag besluitvormende raadsvergadering 6 november 2025
05.
Begroting 2026 – 2030. De heer LAMMERS was zeer onder de indruk van de programmabegroting 20262030. Deze was goed leesbaar, hiermee is een enorme verbeterslag gemaakt. Zijn focus ligt nu echter op de uitbreiding van de boa's. Papendrecht verdient een leefbare, veilige en prettige omgeving voor al haar inwoners. De boa's spelen daarin een onmisbare rol. Ze zijn zichtbaar aanwezig in de wijken, spreken inwoners aan, handhaven de regels en dragen bij aan een schoon en veilig straatbeeld. Op dit moment zijn er 7 boa’s actief in de gemeente. Dat is een stevige basis, maar de realiteit laat zien dat de behoefte aan toezicht en handhaving groeit. Denk aan het aanpakken van overlast, het bevorderen van verkeersveiligheid, het ondersteunen van evenementen en het signaleren van ondermijning. De druk op de huidige formatie is groot, waardoor steeds vaker keuzes moeten worden gemaakt in welke meldingen wel of niet opgepakt kunnen worden. Daarom zet de OP-fractie zich in voor uitbreiding van de formatie naar 10 boa's. Dit levert meer zichtbaarheid in de wijken, inwoners zien vaker een vertrouwd gezicht in de buurt, snellere inzet bij meldingen, overlast en problemen kunnen sneller en adequater worden opgepakt. Extra aandacht voor leefbaarheid, van het tegengaan van zwerfafval tot het bevorderen van verkeersveiligheid en meer verbinding met inwoners.
Boa's zijn een aanspreekpunt en vormen een brug tussen gemeente en bewoners. Waarom nu? De samenleving verandert snel en de druk op veiligheid neemt toe. De politie heeft te maken met tekorten en trekt zich deels terug uit de wijken. In de Oostpolder is bv. geen wijkagent beschikbaar en daardoor neemt de rol van boa's alleen maar toe en wordt deze eigenlijk belangrijker. Zij zijn de ogen en oren in de buurt, signaleren problemen vroegtijdig en dragen bij aan een veilig en leefbaar Papendrecht. Met 3 extra boa’s versterkt men niet alleen de handhaving, maar investeert men in vertrouwen, zichtbaarheid en verbinding met onze inwoners. Investeren in veiligheid en leefbaarheid is investeren in de toekomst van Papendrecht. Met 10 boa’s zorgt men er samen voor dat men in een gemeente woont waar iedereen zich prettig en veilig voelt. Om deze reden dient de OPfractie vandaag de motie in voor de uitbreiding van de formatie van de boa’s. Het dictum van motie 05.M1. Uitbreiding buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) luidt als volgt: Verzoekt het college: - Te onderzoeken hoe de uitbreiding van de formatie van boa’s gerealiseerd kan worden; - De raad hierover in het eerste kwartaal van 2026 te informeren. De heer VERWEIJ complimenteert eenieder die betrokken is bij de stevige en verzorgde begroting 2026.
De PAB-fractie is blij met de nieuwe opzet van deze begroting, deze is duidelijker en makkelijker te lezen en te begrijpen. Vanavond wordt in een motie gevraagd om de kwaliteit van de indicatoren te verbeteren 4
Verslag besluitvormende raadsvergadering 6 november 2025
en of indicatoren toe te voegen en dit in een verordening vast te leggen. Om meer uit een begroting te kunnen halen is het een goed idee om elk jaar kritisch te kijken naar de indicatoren en streefwaarden. Maar een verordening lijkt zijn fractie een star instrument. Er zijn gemeenten die een andere manier gevonden hebben om elk jaar de lijst met indicatoren bij te stellen, zonder elk detail in een starre verordening op te nemen. Hij stelt voor deze werkwijze eerst te onderzoeken. M.b.t. de begroting merkt hij op dat de gemeente Papendrecht, net als de afgelopen jaren, verantwoord met haar geld omgaat en er financieel goed voorstaat. Dat is in deze tijd, een tijd waarin veel gemeenten met tekorten worstelen, een grote prestatie. 284 van de 342 gemeenten moeten samen een gat van 3 miljard zien te dichten. Papendrecht daarentegen heeft haar zaken op orde. Daardoor kan men blijven investeren in wat er echt toe doet, bv. onderwijs, huisvesting, sport en cultuur, wonen, werkgelegenheid, duurzaamheid, klimaatadaptatie en bereikbaarheid. Maar de ruimte die de gemeente echt vrij kan besteden is beperkt. Veel taken wordt door het Rijk opgelegd, vaak zonder voldoende structurele gelden. Het is knap dat het college daarbinnen toch investeringsruimte weet te creëren en dat terwijl de lokale lasten keurig onder controle blijven.
Papendrecht staat op de 26e plaats van de 52 Zuid-Hollandse gemeenten met een lastenstijging lager dan het landelijk gemiddelde. Terwijl elders de OZB door stijgt, blijft deze in Papendrecht betaalbaar. Sterker nog, landelijk zijn er 20 plaatsen gestegen op de lijst van gemeenten met lage lasten. Dat zegt iets over degelijk bestuur. Toch ziet men ook nieuwe kosten op zich afkomen. Er is extra geld nodig voor de onderhoudsachterstanden aan paden, straten en wegen, de oproep om 3 extra boa's aan te nemen, uit het niets het idee van een forse renovatie van de raadzaal en de kosten voor de herinrichting van de begraafplaats. Al begrijpt de PAB-fractie dat dit nodig is en vindt men dat dit best geld mag kosten. Dit alles drukt op de meerjarenbegrotingen. Voor het PAB geldt als 1 van de speerpunten veiligheid en nabijheid in elke wijk. Men wil dat bewoners hun wijkagent of boa kennen en gemakkelijk kunnen aanspreken. Dus in elke wijk graag een wijkagent en een boa. Een gemeente die zichtbaar is, luistert en ingrijpt als dat nodig is. Door de mensen van wijkonderhoud daadwerkelijk in een bepaalde wijk te laten werken, ontstaat ook daardoor meer betrokkenheid en beter onderhoud. De veiligheidsspecialist van de fractie zal de motie over de uitbreiding van het aantal boa's in de tweede termijn bespreken.
Tot slot merkt de heer VERWEIJ op dat dit de laatste begroting van deze raadsperiode is. Als men terugkijkt mag men vaststellen dat er door de raad, het college en de ambtelijke organisatie veel is bereikt. Verschillen in mening waren er zeker, maar ze leidde niet tot gesteggel of een zure sfeer. Hij hoopt dat men dat kan vasthouden, kritisch waar nodig, samen waar het kan. De PAB-fractie blijft staan voor een samenwerkend Papendrecht in de Drechtsteden als het voordeel oplevert, maar zelfstandig waar men het zelf beter en goedkoper kan. 5
Verslag besluitvormende raadsvergadering 6 november 2025
Mevrouw VAN ES zegt dat de begroting er heel veel leesbaarder uitziet dan men gewend was, hier is ontzettend hard aan gewerkt. Dank daarvoor aan het college. Uiteraard is een dergelijke omslag wel bedoeld om er dan vervolgens ook heel lang mee te werken. Dus bij deze alvast de oproep aan de volgende raad om dat in stand te houden, ook al is er natuurlijk vanaf het moment dat men daarmee gaat werken nog wel het één en ander aan te schaven. Samen met GL en de PvdA zal de D66-fractie de motie Verordening Indicatoren en Streefwaarden indienen, om daar inderdaad nog iets aan te doen. Deze motie wordt later toegelicht door de heer Grimmius. Het is heel erg belangrijk hiernaar kijken, omdat de begroting het belangrijkste sturingsinstrument van de raad is en vooral met de nieuwe raad op komst is het belangrijk dat alles goed te volgen is en dat men kan zien waar het geld aan wordt uitgegeven, maar vooral ook wat dat geld dan vervolgens heeft gedaan met de beleidsdoelen die men had. Men ziet een meerjarig sluitende begroting, maar toch ziet men niet hetzelfde als men de begroting van 5 jaar geleden erbij zou pakken, die ook meerjarig sluitend was. Dat komt omdat men hele grote investeringen heeft gedaan en er ook doordat op een andere manier is begroot.
Er zitten veel meer risico's in deze begroting en de kans dat men aan het eind van het jaar veel geld overhoudt is ook veel kleiner geworden. Dat is weer heel erg relevant omdat men met elkaar een bestemmingsreserve heeft gemaakt, om deels daaruit ook de lasten van de vo-scholen en andere investeringen te betalen. Nu ziet men al enige tijd dat als er iets te investeren valt, zoals bv. het voorstel voor de begraafplaats, er al snel wordt gekeken naar de bestemmingsreserve en dat daar geld uit wordt gehaald. Dit kan niet heel lang goed gaan. Dit omdat er voor de toekomst, net na 2030, toch een bepaald bedrag moet komen om de lasten te kunnen blijven betalen voor de vo-scholen. Men ziet nu wel een goed plaatje, maar dat is voor een deel ook schijn bedriegt, omdat men altijd heel erg streng en conservatief is geweest als het gaat om begroten en dat is men nu niet meer. Dit betekent automatisch dat men waarschijnlijk zal moeten gaan bezuinigen en daar zal een nieuwe raad waarschijnlijk direct mee aan de slag moeten. De D66-fractie heeft bij de perspectiefnota al gezegd dat men vooral wil kijken naar het sociale domein. Hier gaat heel erg veel geld in om en hier is in de afgelopen jaren ook een heel grote stijging te zien geweest.
Mevrouw VAN ES wenst hier het misverstand weg te nemen dat de D66-fractie zegt dat op het sociale domein bezuinigd moet worden omdat daar zoveel wordt uitgegeven. Het gaat er vooral om waar men het geld aan uitgeeft en of het geld goed terecht komt. Haar fractie is van mening dat men daar echt goed naar moet kijken. Bv. bij de jeugdzorg moet er steeds geld bij, maar tegelijkertijd vallen er (lokaal en landelijk) ook mensen buiten de boot. Dit is een onderwerp waar men echt serieus naar moet kijken. Zij heeft het college horen zeggen dat men dat heel binnenkort gaat doen en zij hoopt dan dieper op de materie in te kunnen gaan. Haar fractie gaat niet, en zij maakt op uit het beperkte aantal moties dat er ligt dat dit ook voor andere fracties geldt, nu nog proberen heel veel aan de komende 6
Verslag besluitvormende raadsvergadering 6 november 2025
begroting te veranderen. Dit heeft ook te maken met de verkiezingen die eraan komen en een nieuwe raad die daarin toch fundamentele keuzes moet kunnen maken. M.b.t. motie 05.M1. Uitbreiding buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) merkt zij op dat dit voor haar fractie een lastige kwestie is. Aan de ene kant hoort men, als men met verenigingen of organisaties spreekt, signalen dat veel mensen niet weten wie zij moeten aanspreken als er een probleem is of willen overleggen over veiligheid. Dat is jammer, want als het goed is heeft elke wijk zijn eigen wijkagent of een boa. Om deze reden vraagt zij het college om toelichting te geven m.b.t. de wijkagenten. M.b.t. deze motie wacht haar fractie het debat hierover af. De heer STOUTHART vindt dit een mooi moment om terug te kijken op bijna 4 jaar werk aan Papendrecht, maar vooral ook een moment om met vertrouwen vooruit te kijken. De VVD-fractie ziet in deze begroting een duidelijke lijn, een stabiele financiële koers, realistische keuzes en ruimte voor de toekomst. Dat is geen vanzelfsprekendheid in een tijd waarin alles duurder wordt, het Rijk minder bijdraagt en gemeenten steeds meer taken moeten uitvoeren. Waar elders tekorten ontstaan, houdt Papenrecht de begroting meerjarig sluitend. Dat is een prestatie van formaat en daarvoor verdient het college alle waardering.
De VVD is trots dat deze begroting geen lastenverzwaring kent boven het landelijk gemiddelde. Dat is een bewuste keuze. Men vindt dat inwoners en ondernemers het beste zelf kunnen bepalen hoe ze hun geld besteden. De overheid moet verstandig omgaan met publiek geld en slechts innen wat echt nodig is. Elke euro die de gemeente niet uitgeeft blijft in de portemonnee van de inwoners en dat is waar die hoort. Papendrecht staat er financieel gezond voor. De schuldquote is binnen de norm en het weerstandsvermogen is op orde. Dat is geen toeval, maar het resultaat van doordacht beleid. Dat is precies waar de VVD voor staat: eerst verdienen, dan verdelen. Maar deze begroting gaat niet alleen over cijfers, ze gaat over vertrouwen in de samenleving, over de gemeente die dat mogelijk maakt i.p.v. overneemt en over ruimte voor mensen, verenigingen en ondernemers om zelf initiatief te nemen. De VVD-fractie is blij met de koers van dit college op het gebied van ondernemerschap, bereikbaarheid en woningbouw. Projecten als de Veerpromenade, de herontwikkeling van de Poldermolen en de nieuwbouwprojecten in de wijken maken van Papendrecht een aantrekkelijkere en toekomstbestendigere gemeente. Ook de samenwerking in de Drechtsteden levert kansen op voor innovatie, duurzaamheid en werkgelegenheid. Samenwerking vanuit kracht en niet vanuit afhankelijkheid.
Veiligheid blijft voor de VVD-fractie een speerpunt, omdat vrijheid alleen kan bestaan als mensen zich veilig voelen, op straat, in hun wijk en online. Men steunt daarom de stevige inzet tegen ondermijning en jeugdcriminaliteit en de aandacht voor weerbaarheid en preventie. Dat is investeren in vertrouwen en leefbaarheid. Ook binnen de organisatie ziet men groei, de gemeente bouwt aan een wendbare en moderne 7
Verslag besluitvormende raadsvergadering 6 november 2025
organisatie, met ruimte voor vakmanschap en verantwoordelijkheid. Een overheid die betrouwbaar is, maar ook bescheiden, dichtbij waar nodig en op afstand waar het kan. In een tijd van onzekerheid heeft het college van Papendrecht koers vastgehouden. De financiën zijn op orde, de dienstverlening is verbeterd en er is een basis gelegd voor een stevige toekomst. Laten we dat vasthouden, laten we blijven kiezen voor ruimte voor ondernemerschap, betaalbare lokale lasten en vertrouwen in de inwoners. Samen maken we Papendrecht sterker, vrijer en toekomstgericht. Dat is waar de Papendrechtse VVD voor staat. Mevrouw KARSO zegt dat het meerjarenperspectief er op dit moment nog redelijk goed uit ziet, maar dat vanaf 2028 de financiële ruimte kleiner wordt en dat de periode na 2030 ronduit onzeker is. De financiële spanning op de middelen blijft bestaan en dat is ook de nieuwe realiteit in Papendrecht. Dat betekent dat men als gemeente, als raad en college scherp moet blijven. Als men na 2030 de noodzakelijke investeringen wil doen, kan dat in de praktijk nog maar 2 kanten op: lastenverzwaringen of bezuinigingen. Men kan belastingverhogingen proberen te rechtvaardigen door te wijzen op landelijke gemiddelden en te kijken naar wat de regio doet, maar het feit blijft dat mensen meer betalen en daar niet altijd evenveel voor terug krijgen. Dat ziet men overal in Nederland, bv.
in de supermarkt. De verpakking van bv. chips wordt kleiner, maar de prijs blijft gelijk of stijgt. Dat noemt men in de praktijk krimpflatie. Dat gevoel leeft ook bij de inwoners, ze betalen meer, maar ervaren minder inhoud en waarde. Daar moet men echt scherp op blijven, niet alleen na 2026, maar ook na 2030. De betaalbaarheid voor de inwoners staat onder druk, hogere woonlasten en inflatie raken steeds meer gezinnen. Men moet erop letten dat huishoudens, gezinnen, starters, maar ook ouderen niet in de klem komen te zitten. Een belangrijk punt daarin is de afvalstofheffing. Naast de OZB vormt die voor veel huishoudens een flinke kostenpost. In september stond in de krant dat inwoners van Papendrecht relatief veel geld kwijt zijn aan gemeentelijke belastingen. Het principe de vervuiler betaalt is op zichzelf begrijpelijk, maar mag niet leiden tot een onevenredige druk op huishoudens. En wie duurzaam leeft en zorgvuldig omgaat met afval, moet dat ook terugzien in lagere kosten. Dat is eerlijk en versterkt ook het vertrouwen in het beleid van de gemeente. M.b.t. strategisch sturen en monitoren dient de PvdA-fractie samen met de GL en D66-fractie een motie in die gaat over het versterken van de sturing en monitoring van de begroting. Sturen en monitoren betekent niet dat men alleen plannen maakt, maar dat men ook meet wat er echt toe doet.
Indicatoren moeten niet alleen laten zien wat men doet, maar vooral wat het oplevert. Voelen inwoners zich bijvoorbeeld beter ondersteund? Worden ze aantoonbaar beter geholpen? Komen jongeren verder? Kunnen gezinnen beter rondkomen? En is de informatievoorziening naar buiten ook op orde? Daarbij is het belangrijk om te 8
Verslag besluitvormende raadsvergadering 6 november 2025
werken met realistische streefwaarden, zodat de middelen die men inzet ook echt in verhouding staan tot de doelen die men wil bereiken. Zo stuurt men niet alleen maar op cijfers om de cijfers, maar om echt verbeteringen voor de inwoners te realiseren. De zak chips moet een eerlijke prijs hebben en moet vooral goed blijven smaken. Men wil dat de raad kiest voor een begroting die niet alleen sluitend is, maar ook sociaal toekomstgericht en financieel verantwoord. Verder wordt in motie 05.M1. Uitbreiding buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) gevraagd naar een onderzoek. Haar fractie snapt de gedachte en hoort een aantal fracties zeggen dat elke wijk een eigen wijkagent moet hebben. In haar beleving is dat al het geval, maar daarover hoort men straks meer van de portefeuillehouder. Haar fractie begrijpt dat extra inzet van boa's vaak wordt gezien wordt als de oplossing voor meer veiligheid in straten en buurten. Haar fractie denkt hier echter heel anders over en weet dat meer inzet en handhaving niet per se leidt tot feitelijk meer veiligheid in straten en buurten. Bovendien is men ervan overtuigd dat als men meer veiligheid wil, men meer moet inzetten op preventie. Meer geld naar bv. jeugdwerk, goede inrichting in de openbare ruimte, meer verlichting en meer sociale samenhang waarbij inwoners elkaar ook aanspreken als ze dingen zien die niet kunnen.
Meer inzet op deze zaken dragen volgens haar fractie bij aan niet alleen fysieke veiligheid, maar ook aan het gevoel van veiligheid. Men is dus een beetje terughoudend t.o.v. deze motie, maar zal hier in de tweede termijn een definitief besluit over nemen. De heer SCHUIL is namens de CDA-fractie blij met de voorliggende begroting. Deze is tot stand gekomen met dank aan het ambtelijk apparaat en de constructieve overleggen met de raad over de ombuigingen. De investeringen blijven echter een punt van aandacht. Niet alleen de huidige investeringen en de uitvoering daarvan, maar ook de komende investeringen. Is daar nog voldoende ruimte voor? In de RIB van 30-1 is de raad hier uitvoerig over geïnformeerd, naar aanleiding waarvan door de raad vragen zijn gesteld over o.a. de opbouw van de reservering toekomstige investeringen. Hij verzoekt het college een update van deze RIB te verschaffen óf hier in de volgende begroting wat meer aandacht aan te besteden. Zijn fractie steunt de voorliggende begroting van harte en is van mening dat deze een goede en gezonde uitgangspositie is voor de volgende raadsperiode. M.b.t. motie 05.M2. Verordening indicatoren en streefwaarden geeft de heer SCHUIL aan deze niet te zullen steunen. Ten eerste zadelt men daarmee de volgende bestuursperiode op met een administratieve molensteen.
Daarbij denkt men dat er in de begrotingsronde best nog wat gedaan kan worden aan deze indicatoren. Door ze op deze manier vast te leggen kan het door de burgers en raadsleden worden gezien als een soort waarheidsgetal of garanties. Daarnaast wordt hierdoor het inspelen op nieuwe ontwikkelingen of beleid volgens zijn fractie beperkt. Men is voor een goed gesprek over indicatoren, maar niet voor deze verordening. M.b.t. motie 05.M1. Uitbreiding buitengewoon 9
Verslag besluitvormende raadsvergadering 6 november 2025
opsporingsambtenaren (boa’s) merkt hij op dat de uitgaven m.b.t. veiligheid de afgelopen periode al zijn verdubbeld en dat zijn fractie vindt dat men het daarvoor nu even mee moet doen. Men is vooralsnog tegen deze motie. De heer GRIMMIUS sluit zich aan bij een aantal woorden die de heer Verweij sprak over de laatste begroting tijdens deze periode. Dan is het inderdaad goed om terug te blikken en vast te stellen dat de raad het de afgelopen periode niet altijd met elkaar eens was, maar dat men wel altijd dezelfde blik naar voren en hetzelfde doel heeft gehad, namelijk het beste voor Papendrecht, en dat men besluiten heeft genomen die daarvoor dat nodig waren. Kijkend naar de begroting ziet men dat Papendrecht er de komende jaren in principe financieel goed voor staat. Mevrouw Van Es gaf het ook al aan, Papendrecht is altijd streng(er) geweest en heeft nu de keuze gemaakt om daar toch wat losser mee om te gaan, om zichzelf ook wat ruimte te bieden. Dit geeft wat meer risico, maar voor nu mag men de vruchten plukken van hoe men dat in het verleden heeft gedaan. Daarbij moet men wel zeggen dat hoewel de cijfers zwart zijn, deze niet groot zijn. Papendrecht heeft, kijkend naar de meerjarenbegroting, weinig vet op de botten. De septembercirculaire van 2025 heeft daar alweer een klein stukje van afgehaald, want die is voor de jaren na 2026in grote mate negatief.
Dat is wel iets om rekening mee te houden. Kijkend naar de toekomstige investeringen en het spaarpotje dat men vult met dat wat men overhoudt in het jaar ervoor, lijkt het erop aan te komen dat men niet meer zo heel veel per jaar over gaat houden en dat potje dus niet meer zo heel erg veel vult. Dan wordt het de uitdaging hoe men de toekomstige investeringen nog gaat betalen. In dat kader wijst de heer GRIMMIUS op de verduurzaming van de basisscholen waarvoor men heeft besloten, maar waarvoor tot op heden nog geen geld voor is vrijgemaakt. Begin volgend jaar krijgt de raad als het goed is van het college een uitgewerkt scenariovoorstel hoe men dat gaat doen. Op dit moment is die financiering echter nog niet in de begroting opgenomen. De vraag is dus of die financiering wel bestaat en of men dat wel kan betalen. En zo ja, hoe dan? Of wordt, zoals zijn fractie toen al vreesden, uitstel wellicht toch afstel? Men hoopt van harte dat dit niet het geval is. Om dan verder te kijken naar hoe men met de financiën omgaat, moet men kijken naar daar waar het geld wordt uitgegeven maar waar het niet efficiënt wordt besteed. En dan komt ook bij zijn fractie de jeugdzorg ter sprake.
Als men ziet dat daar elk jaar miljoenen meer naartoe gaan, maar men tegelijkertijd ziet dat daarmee niet de zorg bij de jongeren terechtkomt die ze nodig hebben, dan wel dat de zorg die ze krijgen niet het effect sorteert dat ervan verwacht wordt, dan gaat er iets verkeerd en moet men daar een serieus gesprek over aangaan. Daarmee moet men ook de conclusie trekken dat daar geen heilige huisjes over mogen zijn en moet men kunnen praten over alle opties die er mogelijk zijn in het domein van de jeugdzorg, om te kijken waar men inderdaad niet kan bezuinigen maar kan besparen en waar men het efficiënter kan doen. De 10
Verslag besluitvormende raadsvergadering 6 november 2025
door zijn fractie ingediende motie 05.M2. Verordening indicatoren en streefwaarden komt erop neer dat men voorstelt om een centrale plek te regelen waar men de indicatoren en streefwaarden opneemt. Het dictum van de motie luidt als volgt: Verzoekt het college: Een voorstel voor een Verordening indicatoren en streefwaarden Papendrecht op te stellen; In het voorstel per programmaonderdeel in ieder geval op te nemen: o Wettelijk verplichte indicatoren en eenheden op grond van de Regeling beleidsindicatoren gemeenten; o Overige wenselijke indicatoren; o Een geschikte meeteenheid per indicator, voor zover deze niet wettelijk zijn vastgelegd; o Een streefwaarde per indicator; o De te gebruiken bron(nen) per indicator; Het voorstel uiterlijk bij de behandeling van de Perspectiefnota medio 2026 ter besluitvorming aan de raad aan te bieden. Hij is het met meerdere fractievoorzitters eens dat de begroting, ook als sturingsinstrument, er steeds leesbaarder uitziet. Men ziet steeds beter wat er gebeurt en wat men ervoor terugkrijgt, maar de indicatoren en streefwaarden blijven nog een beetje vaag. Niet zozeer in de begroting zelf, maar wel waar ze vandaan komen. Ergens staat een indicator en een beleidsdoel, maar nergens staat waar dat beleidsdoel precies vandaan komt. Waarschijnlijk ergens in een visie die ooit door de raad is vastgesteld.
In antwoord op de vraag van de heren Verweij en Schuil of dat makkelijk aan te passen is, merkt hij op dat de verordening makkelijker aan te passen is dan een visie, waarvan hij niet eens zeker weet of dat de juiste is waarin het beleidsdoel staat opgenomen. Eén centrale plek voor het opnemen van de indicatoren en streefwaarden, zodat de raad 1 centraal instrument heeft waar men indien gewenst de beleidsdoelen kan aanpassen. Dit is zijns inziens makkelijker dan verspreid op allerlei verschillende plekken. Alleen bij de P&C-cyclusdocumenten komen ze toevallig even samen in 1 document en kan men ernaar kijken. Verder komt hij in de tweede termijn terug op motie 05.M1. Uitbreiding buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s). De heer BEZEMER merkt op dat als men ouder wordt men ook wat hulpmiddelen nodig heeft. In zijn geval was dat wat hij vorig jaar op deze plaats heeft gezegd. Hierbij constateerde hij dat het een goede gewoonte is om deze begrotingsvergadering in de week te houden van Dankdag, die in diverse kerken gehouden wordt. Terugkijkend op dit jaar, toen men nog tegen behoorlijke tekorten aan zat te kijken, kan men vaststellen dat dit toch veranderd is. Na 2030 kan de wereld er weer anders uitzien, maar voorlopig ziet het er goed uit. Verder 11
Verslag besluitvormende raadsvergadering 6 november 2025
ziet men dat er stappen gemaakt zijn in de programmabegroting en dat moties en amendementen netjes gekoppeld zijn aan de begroting. Daarvoor dankt hij de samenstellers. Men zit aan het eind van de raadsperiode en moet daarom ook niet meer allerlei nieuwe zaken inbrengen, omdat men daarmee de nieuwe raad voor de voeten gaat lopen. Wel vraagt hij het college naar de ambities, in het bijzonder die om het percentage inhuur te verlagen. In de praktijk blijkt dat heel moeilijk te zijn, want de afgelopen jaren heeft men dat steeds niet gehaald. Hij vraagt het college wat men anders gaat doen dan wat men tot op heden heeft gedaan. Een andere ambitie die men uitspreekt is m.b.t. de fysieke leefomgeving. Jaar op jaar ziet men daar allerlei plannen en ambities, maar ziet men ook weer dat zaken uiteindelijk toch niet gerealiseerd kunnen worden. Zijn fractie heeft hier alle begrip voor maar vraagt zich wel af hoe men het anders zou kunnen doen, zodat deze ambities allemaal gerealiseerd kunnen worden. Verder noemt de heer BEZEMER de jaarlijks stijgende kosten van de jeugdzorg, met name vanuit de DG&J. De nadruk moet komen te liggen op preventie en daar wordt ook op geacteerd, maar zijn fractie hoopt dat men deze kosten uiteindelijk eens onder controle zal krijgen. Het is echter lastig dat de DG&J daar met name over gaat. De vraag is hoe de raad daar dichter bovenop kan komen.
In dit verband vraagt hij een reactie van de wethouder. Verder is zijn fractie heel blij met het aantal heel concrete bouwplannen. Er is, ook in het kader van de doorstroom, een sterke behoefte aan nieuwe en passende woningen. Men ziet echter wel dat de realisatie lang op zich laat wachten, met name het aanbod voor starters en eenverdieners is op dit moment nog heel erg beperkt. Wat gaat het college eraan doen om deze bouwplannen te versnellen? Tenslotte sluit hij af met een opmerking van zijn fractiegenoot Anton Rietveld: ‘een sluitende begroting is belangrijk, maar uiteindelijk gaat het erom wat men ermee bereikt: betrouwbaar bestuur, goede en bereikbare voorzieningen in een samenleving waarin mensen zich gehoord en gezien weten, ook als het antwoord op sommige verzoeken soms negatief is’. Ook de heer BOERSMA noemt de jaarlijkse dankdag voor gewas en arbeid. Dat is een eeuwenoude traditie aan het eind van het oogstseizoen, waarbij men God dankt voor de opbrengst van het land en voor het werk dat kon worden gedaan. Oorspronkelijk werden dit soort bid- en dankdagen in Nederland officieel door de overheid afgekondigd. Anno 2025 wordt dankdag vaak in een breder perspectief geplaatst dan alleen de oogst, maar is de kern hetzelfde gebleven. Men is dankbaar voor wat men heeft ontvangen, persoonlijk, maar ook als samenleving.
Dankbaarheid is een term die in de politiek niet zo vaak klinkt, want politici willen graag meer, verder of beter. Men wil dingen oplossen en problemen aanpakken, maar toch is het goed om van tijd tot tijd uit te spreken dat er veel is om dankbaar voor te zijn. Vandaag bespreekt men de laatste begroting van deze collegeperiode. Deze begroting laat de oogst zien van 4 jaar hard werken als 12
Verslag besluitvormende raadsvergadering 6 november 2025
college en raad. Men plukt nu de vruchten van toekomstige investeringen en verstandige financiële keuzes. De afgelopen jaren is veel geld uitgetrokken voor nieuwe frisse schoolgebouwen, vernieuwing van maatschappelijke voorzieningen en voor woningbouw. En dankzij aangenomen moties van de SGP-fractie en andere fracties wordt het woonplan tussentijds geëvalueerd en wordt de herontwikkeling van vrijkomende woningbouwlocaties versneld. En met al deze investeringen is het gelukt een financieel sluitend meerjarenperspectief te realiseren. De SGP-fractie is daar trots op en ook dankbaar voor. In de oordeelsvorming heeft hij reeds benoemd dat men financieel wel scherper aan de wind gaat zeilen. De lucht is uit de begroting gehaald, dus men moet er wel rekening mee houden dat men jaarlijks vermoedelijk wat minder overhoudt en zomaar een keer de min in kan schieten. Om ruimte te houden voor toekomstige financiële investeringen blijft een zorgvuldig financieel beleid nodig. Men moet reserves blijven aanvullen en zal ook moeten kiezen welke investeringen de komende jaren het meest prioriteit hebben. Bij de behandeling van de perspectiefnota heeft hij aandacht gevraagd voor veilige en leefbare buurten. Een perspectiefnota waar deze begroting ook op gestoeld is. Concreet vroeg hij om de overlast door fatbikes in en rondom de Meent tegen te gaan.
Het is goed dat de burgemeester hier in de afgelopen maanden zichtbaar mee aan de slag is geweest. Hij vraagt of zij de indruk heeft dat de overlast nu daadwerkelijk is afgenomen en of er misschien nog aanvullende maatregelen nodig zijn. Een belangrijk knelpunt in het komend jaar is de bereikbaarheid van Papendrecht door de renovatie en afsluiting van de Papendrechtse brug. Zijn fractie hoopt dat er geen sprake gaat zijn van een verkeersinfarct. Het is goed dat de provincie ondernemers een gratis mobiliteitsadvies op maat aanbiedt, maar de SGP-fractie blijft erop aandringen om ook concreet na te denken over hoe men de vervoersbewegingen kan verminderen. In dat kader vraagt hij naar de mogelijkheid om een soort pendelverbinding aan te leggen van de brug naar bedrijventerrein De Dordtse Kil. Zijn fractie is van mening dat dit zou kunnen helpen. Ook vraagt hij of de gemeente actief meedenkt bij mogelijkheden voor ondernemers om aan de ene of aan de andere kant van de brug tijdelijk bedrijfsof kantoorruimte te huren bij bv. andere ondernemers, zodat er een winwinsituatie gecreëerd kan worden. Het laatste onderwerp dat de heer BOERSMA wil benoemen is de jeugdhulp. Hier gaat men de komende tijd uitgebreider over spreken. De SGP is een partij met een warm hart voor gezinnen en jongeren. De grote vraag naar jeugdhulp zorgt bij hen dan ook voor hoofdpijn. Dit kan zo niet doorgaan.
Bij te maken keuzes zal zijn fractie er scherp op toezien dat het recht op identiteitsgebonden zorg in de praktijk gewaarborgd blijft. Ook ziet men dat inwoners in de knel komen door fouten van de gemeente. Zijn fractie rekent erop dat de gemeente opvolging geeft aan de recente uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. En als inwoners minder uitgekeerd krijgen dan waar ze daadwerkelijk recht op hadden, ligt compensatie voor de hand. Hierop krijgt men graag een 13
Verslag besluitvormende raadsvergadering 6 november 2025
reactie van de portefeuillehouder. Tot slot merkt hij op dat er in kerken iedere zondag, en ook in het bijzonder op bid- en dankdagen, wordt gebeden voor de overheid. Niet alleen voor het landelijke politiek, maar ook voor het gemeentebestuur. Er wordt gebeden om Gods zegen over u en ons werk en deze zegen wenst de SGP-fractie eenieder van harte toe. Schorsing 20.56 – 21.25 uur EERSTE TERMIJN COLLEGE Wethouder RENZEN dankt de raad voor de mooie beschouwingen en de complimenten voor de verbeterslag die er gemaakt is t.a.v. de programmabegroting. Wat het college betreft is het verbeteren van de programmabegroting een continu proces dat men met elkaar moet doorlopen, en dat geldt wat het college betreft ook voor de beleidsindicatoren en streefwaarden. Daarover moet men zeker het gesprek voeren, het verbeteren hiervan hoort bij de begroting. Het college ontraadt motie 05.M2. Verordening indicatoren en streefwaarden ontraadt echter wel vanwege de verordening. Men gaat graag het gesprek aan over verbetering van de beleidsindicatoren en streefwaarden. Dat is iets wat men niet 1 keer doet, dit moet men onderling meerdere malen bekijken. Volgens het college moet dit echter niet in een verordening, dat werkt stroperig en zorgt er ook voor dat wanneer men bv.
in de beleidsstukken zaken aanpast of er van rechtswegen veranderingen komen, dat men de verordening daarop continue moet aanpassen. Het doel om te komen tot betere beleidsindicatoren en streefwaarden en het gesprek daarover voeren onderschrijft het college zeker wel. Wethouder VAN DER BORG stelt voor niet te lang stil te staan bij de vragen over het thema jeugd en zorg, omdat men dat in de afgelopen tijd al heel veel heeft gedaan en men daar de komende periode nog heel veel over komt te spreken. De raad heeft inmiddels een brief ontvangen met een aantal maatregelen die men, i.c.m. de agendering van de verordening en de beeldvormende avond over jeugdzorg van volgende week donderdag, lokaal wil gaan doorvoeren. Daarbij merkt hij op dat dat niet de DG&J verantwoordelijk is voor de grote toekomststijgingen, maar dat dit de gemeente zelf is. De gemeente staat aan de lat en de verordening bepaalt welke jeugdzorg wel en niet wordt gegeven. In feite is de DG&J -oneerbiedig gezegd- een contractfabriek en niet meer dan dat. Daarnaast merkt hij op dat vanaf 2021 het aantal jeugdigen wat jeugdzorg ontvangt in Papendrecht niet significant is gestegen. Dat is al 4-5 jaar rond de 800, daar zit de stijging van de kosten dus niet in. Deze zit vooral in de gemiddelde kosten per jeugdige.
Dat komt over het algemeen doordat de gemiddelde complexiteit van een casus een stuk groter en dus ook duurder is. Dit is te wijten 14
Verslag besluitvormende raadsvergadering 6 november 2025
aan de forse indexatie, waar men minder invloed op heeft. Daarnaast merkt hij op dat Papendrecht tot voor 2 jaar terug niet in de top 30 ranglijst duurste casussen in de regio stond. Inmiddels heeft Papendrecht daar echter 3-4 casussen en dat kost bij elkaar ca. 1,5 miljoen euro per jaar extra. Desalniettemin geeft het de gemeente een grote opdracht om met het vraagstuk aan de gang te gaan. Tenslotte merkt de wethouder m.b.t. de vraag van de SGP-fractie naar de gerechtelijke uitspraken op, dat hij hier op dit moment nog niets over kan zeggen. Dit omdat het college nog bezig is met de beantwoording van de vragen. Wethouder JANSSEN merkt m.b.t. de vraag van de heer Bezemer over het versnellen van bouwplannen op, dat de markt soms mee en soms tegenzit. En soms komen de projectontwikkelaars ook niet van start. Dit heeft men meegemaakt bij de Van Wijngaarden-locatie. Soms is het ook de arbeidsmarkt die parten speelt. Verder ziet men op dit moment vooral dat het Rijk aan zet is m.b.t. regelgeving rondom bezwaar en beroep, waarmee op dit moment veel vertraging kan worden opgelopen. Hij is van mening dat het nieuwe kabinet daar daadwerkelijk mee aan de slag zou willen. Verder ziet men overigens, en dat is toch wel een beetje een ander beeld dan de heer Bezemer schetst, dat men de ambitie wel meer dan waarmaakt.
Men ging in 2019 in het woonplan nog uit van het realiseren van 660 woningen voor 2030. Dat worden er nu met alle plannen die er zijn en die men ook realiseert waarschijnlijk ca. 1.000 woningen. Daarbij heeft men alle doelgroepen voor ogen, ook de starters. Ook bij de PC Hooftlaan gaat men voor starters aan de slag. De Bethlemkerk is hier mee bezig en ook bij de Veerpromenade is een derde van de woningen gereserveerd voor starters. Verder is Woonkracht10 bezig met woningdelen, waardoor men nog makkelijker en sneller meer woonruimte kan benutten. Verder merkt de wethouder op dat de Gedeputeerde Staten van de week op bezoek is geweest bij Smart Delta, waarbij is gesproken over de regionale investeringsagenda die aanstaande is. Ook daar is wonen niet opgemerkt gebleven. Hij is van mening dat de ambities van de provincie en ook van de gemeenten in de regio aardig in de pas zijn gaan lopen, ook dit komt de versnelling ten goede. Daarnaast vroeg de heer Bezemer naar de infrastructuurprojecten die soms niet gerealiseerd worden. Ook hier merkt de wethouder op dat het soms in de aanbesteding tegen zit. Soms zit het ook in het seizoen waarin men kan beginnen. Soms zij er ook meevallers, zoals een riolering die nog even niet vervangen hoeft te worden. Dat kan dan over 2, 3 of misschien 5 jaar met de reconstructie van de wijk meegenomen worden.
Op die manier gaat men er wel heel verstandig mee om. Op de vraag van de heer Boersma over de bereikbaarheid van m.n. de Papendrechtse brug en een aantal suggesties daarin, zoals de pendel met de Dordtse Kil, geeft de wethouder aan deze mee te nemen naar RWS. Wat betreft de mogelijkheden voor ondernemers en de plekken aan weerszijden van de plas, maar ook kantoorplekken en parkeerplekken voor vrachtwagens, geeft de wethouder aan dat dit inmiddels wordt verkend met RWS. 15
Verslag besluitvormende raadsvergadering 6 november 2025
Daarnaast zijn de ondernemers hier zelf ook op diverse platforms mee bezig. De gesprekken hierover vinden vaak plaats in een platform, zoals binnen de Werkgevers Drechtsteden, waar men natuurlijk het probleem van de Papendrechtse brug ook onderkent. Hier kijkt men bv. of men van elkaars parkeerterreinen gebruik kan maken, om de vrachtwagens aan de goede kant (ook waar de werknemers zitten) van de plas te hebben. Naar kantoorplekken wordt op diezelfde manier gekeken. (Mevrouw VAN ES neemt de voorzittershamer over van de burgemeester.)
Burgemeester VAN DRIEL merkt m.b.t. de vragen inzake de wijkagenten en boa’s op dat het klopt dat er is geconstateerd dat de Oostpolder geen wijkagent heeft. Het is in principe zo dat er wel een wijkagent is. Dit is een algemene term voor een politieagent en wil niet specifiek zeggen dat deze alleen in een wijk wordt ingezet. De wijkagenten zijn echter wel gekoppeld aan wijken. Bij de Oostpolder is dat helaas nog niet het geval. Dit komt aan bod binnen het AB van de veiligheidsregio, maar het is uiteindelijk wat er binnen de hele regio aan aanbod komt en hoeveel er verdeeld wordt naar de gemeentes en de regio's. Hierover heeft de burgemeester volgende week een gesprek met mevrouw De Jonge, sectorhoofd van de politie Zuid-Holland-Zuid, waarbij zij dit onder haar aandacht zal brengen. M.b.t. de boa’s merkt zij op dat deze rechtstreeks onder het taakgebied van openbare orde en veiligheid van de gemeente vallen. In principe heeft Papendrecht 7 fte's. Op dit moment zijn er 2 vacatures die nog moeten worden ingevuld en is 1 boa langdurig uitgevallen, waardoor er op dit moment 4 boa’s effectief kunnen worden ingezet. Het worden er meer, maar dit is wel de werkelijkheid waarmee men gedurende een jaar te maken heeft. Dit betekent ook als men spreekt over acties op het gebied van fatbikes in de Meent, dat men deze een beperkte tijd kan uitvoeren en daar ook resultaten van ziet.
Ondernemers zijn positief over de aanwezigheid van de controles, van eerst waarschuwen en dan ook boetes uitdelen. Maar daar is wel opvolging voor nodig. Met het huidige aantal fte’s moet men hier echter keuzes in maken, ook met het oog op de komende maanden. Het blijft een belangrijk punt, maar men kan niet overal zijn. Dit heeft ook te maken met veilige en leefbare buurten en handhaving en optreden als iets niet goed gaat. Daarnaast zijn de boa’s de antenne in deze buurten en komt men ook achter de voordeur. Zij horen en zien veel en zijn daarmee ook een verlengstuk van de gemeente naar de inwoners toe. Dit is een heel belangrijke signaalfunctie van de boa’s. Daarmee zit men misschien niet in de preventieve kant, zoals mevrouw Karso bedoelt, maar men draagt hiermee wel nadrukkelijk bij aan de leefbaarheid van de wijken en buurten. Het college is daarom positief over motie 05.M1. Uitbreiding buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) kan instemmen met het verzoek om een onderzoek te doen naar de formatie van de boa's en daar in het eerste kwartaal van 2026 bij de raad op terug te komen. M.b.t. de vraag van de CU-fractie inzake het inhuurpercentage merkt de burgemeester op dat de raad hierover op 14 oktober middels een RIB is geïnformeerd. Hierin kan men inderdaad 16
Verslag besluitvormende raadsvergadering 6 november 2025
zien dat de percentages omlaag aan het gaan zijn. Op de vraag wat men hiervoor heeft gedaan en wat hier voor nodig is, zegt de burgemeester dat vacatures een veel langer proces kennen en dat er in het directieteam heel nadrukkelijk gekeken wordt of de vacature vast vervuld gaat worden, of dat hier externe inhuur voor nodig is. Tot slot merkt zij op dat er is afgesproken dat men frequenter gaat rapporteren over de externe inhuur. (Aansluitend neemt de burgemeester de voorzittershamer weer over van mevrouw Van Es.)
TWEEDE TERMIJN RAAD De heer LAMMERS denkt m.b.t. motie 05.M2. Verordening indicatoren en streefwaarden, zoals ook het college aangaf, dat het misschien inderdaad een iets te zware administratieve rol gaat spelen door alles in de verordening op te nemen. De achterliggende gedachte van de motie kan zijn fractie wel volgen, maar de vraag is in hoeverre het echt iets op gaat leveren. De heer GRIMMIUS merkt per interruptie op dat hij diverse fracties, waaronder het OP, en ook het college hoort zeggen dat de verordening op zichzelf misschien een te zwaar en star middel is. Hiermee is hij het deels eens. Zijn vraag zou dan zijn wat een ander instrument is waarmee men dit wel kan doen. Er is een bepaalde wens om dit centraal te regelen, op een makkelijk plek waarbij het overzichtelijk is en goed aan te passen wanneer dat nodig is. Als dat geen verordening is, wat is hier volgens de OP-fractie- dan een ander instrument voor? De heer LAMMERS denkt niet aan een ander instrument, maar meer om hier met elkaar over in gesprek te gaan en daar waar het kan verbeteringen aan te gaan. De heer GRIMMIUS vindt dit jammer, hij vindt een goed gesprek waardevol maar niet afdoende als men de verdere stap wil maken in de begroting als controledocument. Een goed gesprek is een goed idee, maar daar moet uiteindelijk wel een vervolg op komen, een soort sluitstuk van wat men heeft bereikt dat gesprek.
De heer LAMMERS denkt op dit moment dat het niet goed is om de motie aan te nemen. Hij is met het college van mening dat bij het aanpassen van zaken ook de verordening aanpast moet worden, hetgeen nogal stroperig kan werken. Dat wil echter niet zeggen dat, als men een tijdje met de programmabegroting in de nieuwe stijl werkt, men op een gegeven moment niet tot de conclusie komt dat het toch een goed idee is daarover na te denken. Zijn fractie sluit dit op voorhand niet voor altijd uit. Voor nu denkt men dat het beter is om eerst het gesprek aan te gaan over de programmabegroting en wat hieraan kan verbeteren.
17
Verslag besluitvormende raadsvergadering 6 november 2025
T.a.v. de eigen motie 05.M1. Uitbreiding buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) staan de argumenten goed weergegeven op pagina 32 van de begroting. Zijn fractie kan hetgeen de portefeuillehouder naar voren bracht ook goed volgen. Het klopt dus inderdaad dat in de Oostpolder op dit moment geen wijkagent beschikbaar is, hoewel de wijkagent niet hetzelfde is als een politieagent. Maar agenten zijn in Papendrecht wel gekoppeld aan wijken en zijn fractie vindt dat erg goed. Hij heeft in de eerste termijn ook betoogd dat daardoor ook zelfs geweld achter de voordeur bv. veel beter in kaart gebracht kan worden, doordat de boa's toch een beetje als voelsprieten in de wijken fungeren. Daarom is zijn fractie van mening dat uitbreiding van het aantal fte’s, ook met het oog op de toenemende criminaliteit, verstandig is. Tenslotte merkt hij op dat ook de ondernemers positief zijn over de inzet van de boa’s en dat men hoopt dat deze motie steun kan krijgen, zodat het college aan de slag kan gaan met het doen van een onderzoek en een rapportage, waarvan men de resultaten in het eerste kwartaal van 2026 zal presenteren. De heer BOERSMA merkt per interruptie op dat zijn fractie de motie sympathiek vindt, het enige waar men mee zit is dat de motie vraagt om een onderzoek naar uitbreiding van het aantal fte’s.
In de overwegingen wordt bij het van mening zijnde echter al gezegd dat deze naar 10 fte moet. Hij vraagt of de OP-fractie het er ook mee eens zou zijn als het college aangeeft dat men ook met 9 fte de taken kan volbrengen. De heer LAMMERS stelt voor het onderzoek van het college af te wachten. Hijzelf heeft hierover 2 weken geleden met ambtenaren gesproken, die aangaven dat 10 fte gewenst is. Als het college zou aangeven dat men naar 9 fte wil gaan, zou zijn fractie daar niet principieel tegen zijn. De heer TIELEMAN heeft kennisgenomen van motie 05.M1. Uitbreiding buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) en zoals de heer Verweij aangaf is veiligheid voor de PAB-fractie een belangrijk onderwerp. Men waardeert dat de indiener de nadruk legt op onderzoek naar de haalbaarheid i.p.v. directe uitbreiding en dankt de portefeuillehouder voor de reactie op de motie. Tegelijkertijd wenst men enkele kanttekeningen te plaatsen. Het is duidelijk dat werkdruk bij de boa's is toegenomen en misschien nog wel verder zal toenemen. En er zijn natuurlijk ook uitdagingen m.b.t. de beschikbaarheid van boa's. Denk aan ziekte en andere oorzaken waardoor boa's niet in staat zijn om ingezet te worden. Zij spelen een belangrijke rol in de wijken en het signaleren van ondermijning en dat verdient de aandacht. Het gewenste onderzoek kan helpen om inzicht te krijgen in wat nodig is.
Zijn fractie vindt het belangrijk dat dit onderzoek integraal wordt uitgevoerd. Niet alleen vanuit handhaving, maar ook in samenhang met preventie, jeugdwerk en andere veiligheidsaspecten. Want alleen maar uitbreiden wil niet zeggen dat daarmee de kwaliteit of de dienstverlening in de gemeente wordt verbeterd. Daarnaast is het essentieel dat de eventuele voorstellen die eruit voortkomen financieel worden onderbouwd 18
Verslag besluitvormende raadsvergadering 6 november 2025
en binnen het bestaande begrotingskaders passen. In de motie staat bij van mening zijn dat, dat de formatie van boa's uitgebreid zou moeten worden naar 10 fte. Daarmee wordt direct richting gegeven aan waarnaar gekeken moet worden. De vraag zou echter moeten zijn wat er nodig is. Zijn het er 7, 8, 11 of 12? Met deze kanttekening kan de PAB-fractie deze motie steunen. Men ziet uit naar de resultaten van het onderzoek in het eerste kwartaal van 2026 en de verdere uitwerking binnen het Integrale Veiligheidsplan. Mevrouw VAN ES merkt m.b.t. de door haar fractie mede ingediende motie 05.M2. Verordening indicatoren en streefwaarden op, dat door de heer Grimmius aan de heer Lammers werd gevraagd naar een ander idee. Haar fractie staat als mede-indieners ook open voor iets anders dan een verordening. Misschien is het een goed idee om bij de perspectiefnota steeds een bijlage te voegen met hetgeen men anders in een verordening zou doen. Zodoende komt het elk jaar terug en kunnen er elk jaar wijzigen worden aangebracht, met daarin de indicatoren en de streefwaarden zoals men die wil opnemen in de begroting die daarop volgt. Bij de perspectiefnota kunnen alle fracties daar hun inbreng op leveren.
Sommige indicatoren zullen wettelijk zijn, anderen staan al in beleidsnota’s en staan dus vast, maar men kan de overige -waar nog niets van bekend is of waar men geen duidelijk streefcijfer bij heeft- met een voorzet van het college bespreken. De heer VERWEIJ vraagt per interruptie of mevrouw Van Es het met hem eens is dat de raad eerst bespreekt wat men exact wil m.b.t. de indicatoren en streefwaarden, verantwoording afleggen en welk nieuw beleid nodig mocht zijn, waarna men dit meegeeft aan het college die daarop met een voorstel komt en dat dit vervolgens in de perspectiefnota komt. Daar zou zijn fractie, in tegenstelling tot met de motie, zich wel in kunnen vinden. Mevrouw VAN ES zegt dat men er zeker eerst over in gesprek moet gaan, waarbij sommige zaken heel erg voor de hand zullen liggen, de zaken die al vast liggen en de wettelijke zaken. Verder moeten men gezamenlijk bepalen wat men nog meer wil, waar men op wil sturen en wat voor het college haalbaar is om steeds als bijlage bij te voegen. Zij stelt voor het gesprek aan te gaan met dat als inzet, als de meerderheid niet voor een verordening wil gaan. De heer SCHUIL is het per interruptie eens met de heer Verweij, voorafgaand aan de volgende perspectiefnota beeld- of oordeelsvormend de indicatoren bespreken en deze vervolgens mee te nemen in de perspectiefnota.
Hij vraagt mevrouw Van Es of men afwijkt van het voorstel van een verordening en men in plaats daarvan gezamenlijk een lijst maakt die men als bijlage in de perspectiefnota meeneemt als werkdocument voor de raad. Mevrouw VAN ES bevestigt dit, maar geeft wel aan dat zij dit nog niet met de andere fracties heeft kunnen bespreken. Vervolgens merkt zij m.b.t. motie 05.M1. Uitbreiding buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) op dat de PAB-fractie als heel duidelijke voorwaarde preventie meegaf. Haar fractie heeft van verschillende verenigingen 19
Verslag besluitvormende raadsvergadering 6 november 2025
meegekregen dat als zij een veiligheidsprobleem ervaren, zij niet altijd weten bij wie ze terecht kunnen. Eén van de zaken die haar fractie -als men de motie steunt en deze wordt onderzocht- graag meegenomen zou willen hebben, is dat de boa’s dan ook zorgen dat ze alle verenigingen en organisaties leren kennen en dat zij ook echt een aanspreekpunt hebben. Dit bedoelt haar fractie zo concreet dat er een telefoonnummer in hun telefoon staat met een persoon daarbij, zodat ze echt een contactpersoon hebben. Het moet echt wel tot meer leiden dan alleen het hebben van meer boa’s. Op haar vraag wat de OP-fractie hier van vindt antwoordt de heer LAMMERS dat men dit in beginsel goed kan volgen, maar dat zijn fractie niet op de stoel van het college wil gaan zitten. Men wil het college vragen e.e.a. te onderzoeken en dit terug te rapporteren aan de raad. Zijn fractie kan echter wel akkoord gaan met het voorstel van mevrouw Van Es, hierover moet dan wel iets in het voorstel komen. In antwoord daarop verzoekt mevrouw VAN ES het college om, als de motie wordt aangenomen en deze wordt uitgevoerd, expliciet mee te nemen wat de extra inzet van de taak van de totale groep is, m.b.t. bv. preventie en het voorzien van organisaties van contactpersonen.
Haar fractie vindt het één van de belangrijkste zaken dat mensen echt moeten weten wie de boa’s zijn en wie men rechtstreeks kan benaderen als er een vraag is. Zo stapelen problemen zich niet op en kan men in een vroeg stadium met elkaar in gesprek gaan, ook om misschien preventief maatregelen te nemen rondom de sportvereniging. Dit leidt volgens haar fractie tot betere resultaten. De heer LAMMERS geeft nogmaals aan niet te veel te willen bepalen hoe het college daar handen en voeten aan moet geven, maar hij volgt wat mevrouw Van Es zegt. Of dit haalbaar is kan hij niet zeggen. Mevrouw STIGTER wenst het betoog van mevrouw Van Es van harte te ondersteunen. Zij werkt zelf ook in een gevaarlijke situatie, waarbij zij een vaste telefoonverbinding met de boa’s hebben, zodat deze altijd bereikbaar zijn en men overleg kan plegen over of de boa’s al dan niet moeten komen. Dit zou zij de verenigingen ook gunnen. Mevrouw KARSO hoort mevrouw Van Es zeggen dat er ook gekeken moet worden naar preventie. In haar eigen woordvoering sprak zij over bv. jongerenwerkers, maar deze motie richt zich echter alleen op de inzet van boa's. Zij vraagt of mevrouw Van Es, waar het gaat over preventie, vindt dat ook bv. jongerenwerkers als functietaak kunnen worden meegenomen in het onderzoek. Mevrouw VAN ES vindt het moeilijk daar direct antwoord op te geven.
Uiteraard is het voor de D66-fractie vanzelfsprekend dat in dergelijke functies preventie heel belangrijk is. Hoe zich dat verhoudt tot de motie vindt zij heel lastig om te bepalen. Zij vindt het onderlinge contact en het samen oplossen van problemen, maar zeker ook preventie, heel belangrijk. Zij ziet het meer als een intensievere samenwerking tussen de fungerende boa's en de andere medewerkers, zoals de jongerenwerkers. 20
Verslag besluitvormende raadsvergadering 6 november 2025
Mevrouw BOKMA merkt m.b.t. motie 05.M2. Verordening indicatoren en streefwaarden op dat de VVD-fractie monitoring door de raad van de lokale streefwaarde en indicatoren uiteraard van groot belang vindt. Dan klinkt het sympathiek om via een verordening de lokale streefwaarden en prestatie indicatoren vast te leggen. Men vraagt zich echter af wat, met alle daarbij behorende wettelijke verplichtingen, de meerwaarde daarvan is. Deze maken het wijzigen van de verordening lastiger. Wellicht is er een andere oplossing mogelijk zonder dat dit in een formele verordening wordt vastgelegd. Ook de VVD-fractie stelt voor de geactualiseerde lokale indicatoren onderdeel te maken van bv. de perspectiefnota of de begroting, zodat er 1 overzichtelijk, dynamisch overzicht is. Men stelt voor hier als raad het gesprek over te voeren. Om deze reden zal haar fractie de motie in de huidige tekst niet steunen. De heer GRIMMIUS merkt per interruptie dat hij zojuist heeft aangegeven flexibel te zijn over het eventueel aanpassen van de motie. Het is goed dat men het gesprek er nu over voert. Hij kan zich vinden in het idee van de D66-fractie en hoort dat de VVD-fractie dit idee ook zou kunnen steunen. Het probleem hierbij vindt hij echter dat men het er dan 1 keer per jaar, alleen bij de perspectiefnota, over heeft.