CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag Besluitvorming 6.11.2025.pdf

Raadsvergadering Papendrecht 4 december 2025, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 4: Vaststellen verslagen 3 en 6 november 202517.398 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Hij vraagt mevrouw Bokma of dit genoeg is en of men kan kijken naar een manier waarop dat vaker in het jaar terugkomt. Mevrouw BOKMA zegt dat veel lokale beleidsindicatoren via de beleidsplannen worden vastgesteld en dat het voor de VVD-fractie voldoende zou zijn om die 1 keer per jaar in een handzaam overzicht terug te laten komen bij de perspectiefnota. Zij denkt dat het ook van belang is dat de raad het gesprek voert over wat men precies wil weten en nodig heeft en waarom, en of het misschien voldoende is dat alle indicatoren zoals nu in de begroting staan, of dat men hier een lijst van wil hebben. Daarbij kan het zijn dat de lijst volledig is, maar het kan ook zijn dat men een aantal van de belangrijkste indicatoren opneemt. De heer GRIMMIUS vraagt of het wat de VVD-fractie betreft een lijst kan zijn die ter kennisname bij de begroting wordt bijgesloten, of dat ook een moment is waarop men een streefwaarde en beleidsdoel kan aanpassen. Mevrouw BOKMA zegt dat dit uiteraard het geval is, omdat een dergelijke lijst anders weinig nut heeft. Er zullen best lokale indicatoren zijn die 3-5 jaar geleden zijn vastgesteld, waar men inmiddels wellicht anders over denkt. M.b.t. motie 05.M1. Uitbreiding buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) merkt zij op dat de VVD-fractie een voorstander is van voldoende boa-capaciteit en voldoende middelen voor veiligheid.

Ondanks het feit dat het college ook achter deze motie staat, is haar fractie van mening dat dit onderzoek gelijktijdig zou moeten plaatsvinden met het updaten van het IVP en de daarbij behorende uitvoeringsplannen, zodat helder is waar welke capaciteit nodig is. Dit kan iets anders zijn dan alleen boa’s. Om deze reden en omdat er nog 2 vacatures vervuld moeten worden, komt de motie volgens haar fractie te vroeg. Op haar vraag hoe de OP-fractie dit ziet antwoordt de heer 21

Verslag besluitvormende raadsvergadering 6 november 2025

LAMMERS dat zijn fractie simpelweg naar de ambtenaren heeft geluisterd en heeft gehoord wat hun noden zijn en deze heeft vertaald in een motie. Zijn fractie zegt niet hoe het moet, maar vraagt het college te onderzoeken of die uitbreiding mogelijk is. Eerder heeft men, ook op verzoek van de VVD-fractie, in de oordeelsvormende vergadering geprobeerd daar zelf een potje geld voor te vinden, maar dat is niet gelukt. Om die reden vraagt men het college dit te onderzoeken en daarover te rapporteren. De motie aannemen betekent nog niet dat alles wat erin staat doorgaat, maar het betekent wel dat er een beetje richting wordt gegeven aan het uitbreiden van de boa-formatie. Het feit dat er nu 2 vacatures zijn en dat 1 boa langdurig niet beschikbaar is, geeft aan dat er heel veel druk op de organisatie is. Men heeft te maken met een toename aan criminaliteit en ondermijning, als vb. noemt hij de explosie aan de Vincent van Goghlaan, waarbij 17 woningen werden ontruimd. Om deze reden staat er veel druk op de organisatie en is uitbreiding van de boa-formatie noodzakelijk. Mevrouw BOKMA vraagt wat de OP-fractie ervan vindt om het onderzoek uit te stellen en te koppelen aan de actualisatie van het IVP en het uitvoeringsplan, zodat men alles integraal kan beoordelen.

Alleen kijken naar de uitbreiding van de boa’s, terwijl men weet dat er nog 2 vacatures openstaan, is voor de VVD-fractie te kort door de bocht. De heer LAMMERS is van mening dat de raad dit gewoon kan doen en dat het niet nodig is om het aan allerlei andere programma’s te koppelen en er een bureaucratisch verhaal van te maken. Nu de nood aan de man is moet de raad kijken wat men kan doen, en dat is het college verzoeken een onderzoek uit te voeren en hierover te rapporteren. Wanneer dat rapport beschikbaar is, kan men kijken of de raad het hierover eens kan worden. Mevrouw VAN ES merkt per interruptie richting mevrouw Bokma op dat zij het een heel goed idee vindt dat dit in relatie tot het IVP worden bekeken. Op haar vraag wanneer de evaluatie gepland staat antwoordt mevrouw BOKMA dat het IVP is vastgesteld van 2023-2026 en dat zij de aanname heeft gedaan dat er ergens in de loop van volgend jaar een update zou moeten komen. Zij vraagt de portefeuillehouder dit te bevestigen. Mevrouw KARSO is blij te horen dat bijna alle fracties iets willen doen m.b.t. de indicatoren en streefwaarden. De indienende fracties hebben bewust gekozen voor de verordening, omdat men van mening is dat het meer moet zijn dan alleen een goed gesprek. Haar fractie is echter wel flexibel om e.e.a. in de motie aan te passen.

Zij vindt het voorstel van mevrouw Van Es om dat bij de perspectiefnoten te doen een goed idee. Ook is ze het eens met wat de heer Verweij aangeeft, om als raad in een beeldvormende bijeenkomst echt het gesprek te voeren over waar men feitelijk op wil gaan sturen en wat daar voor nodig is. M.b.t. motie 05.M1. Uitbreiding buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) is zij het eens met mevrouw Bokma, om dit bij de evaluatie van het IVP mee te nemen en te kijken wat men -los van handhaving- nog meer moet doen 22

Verslag besluitvormende raadsvergadering 6 november 2025

om de zaken rondom veiligheid in de wijken aan te pakken. Misschien is deze motie op dit moment nog te vroeg. Verder merkt zij op dat jaren geleden bij het vaststellen van het IVP een behoorlijk bedrag beschikbaar is gesteld voor de wijkaanpak, zodat niet alleen signalen worden uitgewisseld maar dat er ook daadwerkelijk met problemen aan de slag wordt gegaan. Zij is daarom benieuwd hoe dat wordt opgelost. Ook zij hoort graag van de portefeuillehouder wanneer de evaluatie wordt uitgevoerd en of het college dan ook bereid is om verder te kijken dan alleen maar de inzet van de boa's, zoals bv. het inzetten van jongerenwerkers en andere professionals, om problemen daadwerkelijk opgelost te krijgen. De heer SCHUIL merkt m.b.t. motie 05.M2. Verordening indicatoren en streefwaarden op dat zijn fractie enthousiast is over het voorstel dat is gedaan door mevrouw Van Es inzake het opvoeren bij de perspectiefnota en eventueel bijsturen. Hierbij merkt hij op dat indicatoren niet ieder jaar worden aangepast, omdat deze een trend moeten weergeven. Wanneer het voorstel op die manier wordt aangepast kan de CDA-fractie deze zeker steunen. M.b.t. motie 05.M1. Uitbreiding buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) is hij het eens met de woordvoering van mevrouw Bokma en de koppeling met het IVP.

Als het college kan aangeven dat er volgend jaar inderdaad een evaluatie van het IVP plaatsvindt, is dat volgens zijn fractie een goed idee. Verder hoopt men dat de bestaande tekorten d.m.v. de 2 vacatures worden aangevuld en dat hetzelfde geldt voor tijdelijke vervanging van de zieke boa. Zijn fractie zal de motie niet steunen, maar wel het voorstel van het betrekken bij de evaluatie van het IVP. De heer GRIMMIUS dankt alle fracties voor de reacties op de motie. Hij denkt dat het goed is om in de raad een gesprek aan te gaan over hoe men omgaat met de indicatoren en streefwaarden en hoe men wil sturen op het beleid dat gevoerd wordt. Hij is, samen met de mede-indieners, n.a.v. wat zojuist is besproken zeker bereid om de motie aan te passen. Hierbij merkt hij wel op dat men, i.v.m. de wettelijke indicatoren en de indicatoren die men zelf in allerlei beleidsnota’s heeft opgenomen, het gesprek vooraf niet zonder het college en eventueel de ambtelijke organisatie kan voeren. Dit omdat men er allemaal beter van wordt als men e.e.a. een centrale plek kan geven. Hij is het ermee eens om de uitkomst van het gesprek als bijlage in de perspectiefnota op te nemen, waar men deze -niet al te snel- indien nodig ook zou kunnen aanpassen. De heer BOERSMA merkt per interruptie op dat het hem niet duidelijk is wat het verschil is tussen de huidige informatie en waar dat staat.

In de begroting staat nl. voor elk programmaonderdeel vrij duidelijk aangegeven wat het doel is en dat vrijwel alle indicatoren een streefwaarde hebben. Hij vraagt zich af wat er de toegevoegde waarde van is om alles in 1 lijst te zetten en niet langer te koppelen aan de verschillende programmaonderdelen, maar deze naar de perspectiefnota te 23

Verslag besluitvormende raadsvergadering 6 november 2025

verplaatsen. (Zijns inziens had er vandaag een amendement kunnen liggen op 1 van de indicatoren of streefwaarden.) Hijzelf vindt het juist handig als men kan zien welk doel het college beoogt en de streefwaarde die daaraan gekoppeld is. De link met het programma moet duidelijk blijven. De heer GRIMMIUS is dat laatste absoluut met hem eens, het is ook niet zijn bedoeling geweest om alles los te koppelen van de programmaonderdelen. Hij kan zich juist voorstellen dat ook in een dergelijke bijlage het nog wel steeds op programmaonderdeel gecategoriseerd wordt, omdat dit voor het overzicht zeer handig is. Zijn punt met de huidige situatie in de begroting is, dat de indicatoren -zowel wettelijk als niet wettelijk- enigszins uit de lucht komen vallen. Ooit zal men dit -met daarbij ook de streefwaarden- ergens in een beleidsdocument hebben opgeschreven, maar wanneer dit aangepast dient te worden zou men altijd terug moeten naar dat specifieke beleidsdocument. Het is echter niet altijd even duidelijk waar deze vandaan komen. In de technische sessie met de ambtenaren konden zij op de vraag waar bepaalde streefwaarden vandaan komen niet altijd duidelijk antwoord geven. M.b.t. de vraag van de heer Boersma waarom het in de perspectiefnota zou moeten, antwoordt de heer GRIMMIUS dat de perspectiefnota de basis is voor de begroting.

Hij is het met hem eens dat men dit nu ook kan aanpassen, maar op het moment dat men dit bij de perspectiefnota doet, kan de begroting daar ook op ingericht worden. Wanneer men dit nu doet gaat men de begroting aanpassen terwijl de maatregelen die erin staan niet meebewegen. Men zou kunnen stellen dat een streefwaarde 5% strenger moet worden, terwijl de maatregelen in de begroting niet op dezelfde manier daarop aansluiten omdat deze daar niet op gebaseerd zijn en richting het eerdere doel zijn geformuleerd. Wanneer men deze in de perspectiefnota opneemt en dat de plek maakt waar men ze kan aanpassen, kunnen het college en de ambtelijke organisatie ook met het opstellen van de begroting gerichter die maatregelen daar naartoe schrijven. Hij stelt voor na de schorsing terug te komen op de nieuwe formulering van de motie. M.b.t. motie 05.M1. Uitbreiding buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) kan de GL-fractie zich in grote lijn vinden in hetgeen hierover gezegd is door bv. de PAB, VVD en zeker de PvdA-fractie waar het gaat over de evaluatie van het IVP. Verder is hij het er ook niet zonder meer mee eens dat het 10 fte moet zijn. Dit zou voor zijn fractie een reden zijn om niet met de motie in te stemmen. Dit los van het feit dat er inderdaad een beter moment is om dat te doen. Verder is hij het eens met hetgeen mevrouw Karso in de eerste termijn aanhaalde over preventie.

Als men kijkt naar de taken die op de boa’s afkomen zijn dit niet alleen wettelijk taken, maar komt dit ook doordat de vraag naar de oplossing groter wordt. Hier zit echter ook een kans om op een andere manier te kijken of men overlast kan beperken en voorkomen, waardoor boa’s hier minder op hoeven in te zetten. Tenslotte merkt hij op dat boa’s heel waardevol zijn, maar dat hij van mening is dat men ervoor moet waken om terug te gaan naar een oud systeem van een rijkspolitie en een gemeentepolitie. Hij heeft uit betrouwbare 24

Verslag besluitvormende raadsvergadering 6 november 2025

bron begrepen dat dit vroeger echt wel goed werkte, maar merkt op dat boa's geen politieagenten zijn. Men moet ervoor waken dat men boa’s niet in situaties brengt waar eigenlijk de politie voor bedoeld is. Want Boa's zijn, met alle respect voor al het waardevolle werk dat ze doen, geen politieagenten. Hiervoor zijn zij niet opgeleid en hebben ze ook de middelen niet voor. Er komen inderdaad steeds meer taken op boa's af, maar dat betekent niet dat men altijd moet zeggen dat boa's dan ook de oplossing zijn. Hij zou echter veel meer willen inzetten op preventie, zorgen dat er minder problemen zijn en eventueel kijken wat men kan doen richting het Rijk om te kijken of de inzet van de politie uitgebreid kan worden, zodat niet alles op de schouders van de boa’s wordt gelegd. De heer VERWEIJ merkt per interruptie op dat men boa’s niet met extra taken moet belasten waar eigenlijk politieagenten voor nodig zijn, maar dat men juist graag wil dat er in elke wijk een boa is voor de normale boa-taken. Dit is nu niet het geval. Zijn fractie vindt dit, naast meer zichtbaarheid, het belangrijkste. Men moet van een boa geen pseudo wijkagent maken. De heer GRIMMIUS zegt dat dit inderdaad aansluit bij zijn betoog. De hogere druk op boa’s wordt deels veroorzaakt door werk dat de politie zelf niet kan doen. De boa's zijn ook daar een beetje de flexibele schil in het oppakken van andere taken.

Dit hoeft men echter niet altijd te blijven accepteren en men moet daar niet te veel in mee willen gaan, omdat de boa’s specifieke taken hebben. Hij benadrukt, zoals hij ook in de begroting las, dat er prioriteiten worden gemaakt en dat boa’s zich vooral op deze specifieke taken moeten richten. De politietaken dienen door de politie te worden uitgevoerd. Meer boa’s is daarom niet per definitie een oplossing. De heer BEZEMER merkt m.b.t. de reacties van de portefeuillehouders op dat hij niet helemaal gerustgesteld is door de antwoorden. M.b.t. de jeugdzorg ziet hij uit naar het gesprek dat men blijkbaar met het college in de beeldvorming zal hebben. De zorg blijft, zeker omdat hij hoort dat Papendrecht ergens in de top 10 van de meest dure gevallen zit. Dit geeft des te meer de noodzaak aan dat er maatregelen genomen moeten worden in het kader van preventie, de vraag hoe men dat kan doen en hoe men daar tegelijkertijd de kosten mee in bedwang kan houden. T.a.v. de woningen is hij blij met de 1.000 woningen die gebouwd kunnen gaan worden. Alleen is het de vraag of deze ook daadwerkelijk gebouwd gaan worden. Wat zou de gemeente er aan kunnen doen om die in ieder geval daadwerkelijk te realiseren? Verder was hij wat verbaasd over de opmerking van de portefeuillehouder t.a.v. de meevallers in de fysieke investeringen.

Zijns inziens kijkt men voordat men investeringen opneemt of deze inderdaad dit jaar nodig zijn en als dat niet het geval is kunnen deze op voorhand worden doorgeschoven naar een volgend jaar. Hierop ontvangt hij graag een reflectie van de portefeuillehouder. M.b.t. de inhuur hoopt hij dat e.e.a. de voorbode is van een lager inhuurpercentage en dat de raad kan volgen of dit daadwerkelijk gerealiseerd gaat worden. M.b.t motie 05.M2. Verordening indicatoren en 25

Verslag besluitvormende raadsvergadering 6 november 2025

streefwaarden vindt hij het fijn dat ook de heer Grimmius aangeeft dat de verordening soms wat belemmerend kan werken, maar dat met name het goede gesprek gevoerd moet worden. Hij is het met hem eens dat dit nog niet in alle gevallen gebeurd is. Eerder heeft zijn fractie ook al gepleit om in ieder geval indicatoren te hebben. Hierbij moet men zich wel realiseren dat men al doende leert. Wat dat betreft is zijn fractie niet zozeer voor een verordening, maar vindt men het wel een goed idee om een bijlage bij de perspectiefnota te realiseren. Als de motie in die zin aangepast gaat worden, zal zijn fractie deze steunen. Verder was men in eerste instantie niet positief over motie 05.M1. Uitbreiding buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s). Nu de portefeuillehouder heeft aangegeven dit wel te willen onderzoeken, heeft zijn fractie daar geen bezwaar tegen. Men is echter benieuwd hoe de situatie is wanneer de 2 vacatures vervuld zijn en er een invaller is voor de langdurig zieke en er wel 7 fte bezetting is. Over het nut van de boa’s hoeft men geen discussie te voeren. Zijn fractie heeft dus geen bezwaar tegen het onderzoek, maar is wel van mening dat hiervoor ruimte in de begroting moet worden gevonden. Tenslotte merkt hij op dat de eerdergenoemde koppeling met het IVP ook zijn fractie aanspreekt.

Wanneer de motie op deze wijze wordt verwoord, zou men daar aarzelend mee in kunnen stemmen. De heer GRIMMIUS vraagt per interruptie of de CU-fractie, zoals mevrouw Stigter in de eerste termijn aangaf, ervoor pleit dat naast de organisaties in het veiligheidsdomein alle verenigingen in Papendrecht over telefoonnummers van de boa’s en een directe lijn beschikken, terwijl de andere burgers dat niet hebben. De heer BEZEMER denkt dat dit niet de bedoeling kan zijn, maar dat daar waar het inderdaad veiligheid betreft, en dat is ook wat mevrouw Stigter aangaf, die directe lijn een nadrukkelijk voordeel heeft. De heer GRIMMIUS merkt op dat mevrouw Van Es aangaf dat sommige verenigingen last hebben van hangjongeren en vraagt zich af of dit volgens de CU-fractie al dan niet binnen dat domein valt. De heer BEZEMER stelt voor dat mevrouw Van Es hierop reageert, waarop zij aangeeft dat zij hiermee natuurlijk geen directe lijn à la Donald Trump met Mark Rutte bedoelt, maar gewoon een mobielnummer in een telefoon. Sportverenigingen die last hebben van een hachelijke situatie met een groepje mensen bellen nu, omdat ze ook niet weten wie ze anders moeten bellen, 112. Dat kan ook niet de bedoeling zijn. De heer BOERSMA merkt m.b.t. motie 05.M1.

Uitbreiding buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) op dat het eigenlijk niet eens zozeer het punt is dat in kaart moet worden gebracht hoeveel een boa kost. Kijkend naar het financiële plaatje van het Integrale Veiligheidsplan merkt hij op dat een boa € 65.000, - per jaar kost. Een groei van 7 naar 10 boa’s is € 195.000, - extra. Zijns inziens is het veel meer de vraag hoe men dat in de begroting past en wat er dan vanuit de ambtelijke organisatie nog nodig zou zijn om de taken die nu blijkbaar niet gedaan kunnen worden, wel te gaan doen. Hij voelt sterk voor het pleidooi 26

Verslag besluitvormende raadsvergadering 6 november 2025

van o.a. de VVD-fractie m.b.t. het IVP. Dit bestaat eigenlijk vooral uit de integrale wijkaanpak en de aanpak ondermijning, die allebei volgend jaar aflopen. Een deel van die kosten heeft men structureel in de begroting gezet, maar een deel ook niet. Daarom gaat men volgend jaar sowieso de discussie krijgen of men überhaupt op hetzelfde niveau wil blijven als men nu zit. Als men bv. de jurist handhaving die voor 1 fte incidenteel in de begroting zit wil handhaven, moet men sowieso gaan investeren op hoe de begroting er nu uitziet voor 2027 en verder. Zijns inziens gaat men bij de perspectiefnota volgend jaar het gesprek voeren over wat men uitgeeft aan veiligheid. Vanuit dat oogpunt zou het nuttig kunnen zijn als er onderzoek wordt gedaan, om in ieder geval in kaart te brengen wat het boa-deel is en hoe men dat zou kunnen invullen. Vanuit die gedachte kan hij zich voorstellen dat men dat onderzoek in het eerste of tweede kwartaal volgend jaar oplevert. De heer GRIMMIUS vraagt per interruptie of de SGP-fractie ook vindt dat de preventie-invalshoek in de evaluatie moet worden meegenomen. Dus niet alleen kijken naar de reactieve kant en wat men kan doen om bepaalde zaken op te lossen, maar in het IVP ook te kijken naar wat men kan doen om zaken te voorkomen en ook hoe dat eventueel door kan werken in hoeveel boa’s men uiteindelijk nodig heeft.

De heer BOERSMA antwoordt dat hij als de heer Grimmius die laatste zin niet had uitgesproken, het hiermee eens was geweest. Dit zijn zijns inziens 2 aparte zaken. In de integrale wijkaanpak zit bv. een investering in Suppord/jongerenwerk. Als de integrale wijkaanpak wordt geëvalueerd wordt automatisch gekeken naar wat de impact van de preventieve aanpak is geweest. Daarnaast zal er ook gekeken worden naar de inzet van boa’s, omdat men daarmee 2 fte’s boa’s heeft vrijgespeeld. Dan is het verder ook aan de evaluatie om daar conclusies aan te verbinden en wil hij daar niet per se op vooruit lopen. De heer TIELEMAN vraagt of de heer Boersma het met hem eens is dat als de motie eventueel zou worden aangevuld met kijken naar de samenhang met preventie, jeugdwerk en andere veiligheidsaspecten, deze meer de lading dekt van waar het onderzoek zich op moet gaan richten. De heer BOERSMA antwoordt dat dit niet aan hem is, omdat hij deze motie niet mede heeft in gediend. Volgens hem zijn het 2 aparte zaken. De heer Lammers heeft een motie op tafel gelegd waarin hij specifiek vraagt naar de boa-capaciteit en er gaat sowieso gekeken worden naar de preventiekant vanuit de evaluatie van het IVP. Hij ziet dit als zaken die niet per se strijdig met elkaar zijn en ziet het meer als aanvullend op elkaar. Zijn fractie kan deze motie wel steunen. (Schorsing 22.37 – 22.56 uur)

27

Verslag besluitvormende raadsvergadering 6 november 2025

De heer LAMMERS merkt op dat motie 05.M1. Uitbreiding buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) is aangepast. Het aangepaste dictum luidt als volgt: Van mening zijnde dat: - De formatie van boa’s op dit moment niet toereikend is om op alle signalen te acteren; Verzoekt het college: - Te onderzoeken hoe en welke uitbreiding van de formatie van boa’s gerealiseerd kan worden; - De raad hierover in het eerste kwartaal van 2026 te informeren. De heer GRIMMIUS merkt op dat ook (de naam van) motie 05.M2. Bijlage indicatoren en streefwaarden is aangepast. Het aangepaste dictum luidt als volgt: Verzoekt het college:  De benodigde informatie voor het gesprek in het eerste kwartaal van 2026 voor het kerstreces van 2025 aan te leveren aan de raad;  Bij de Perspectiefnota medio 2026 een aparte bijlage indicatoren en streefwaarden Papendrecht op te stellen, op basis van het door de raad gevoerde gesprek;  In de bijlage per programmaonderdeel in ieder geval op te nemen: o Wettelijk verplichte indicatoren en eenheden op grond van de Regeling beleidsindicatoren gemeenten; o Overige wenselijke indicatoren; o Een geschikte meeteenheid per indicator, voor zover deze niet wettelijk zijn vastgelegd; o Een streefwaarde per indicator; o De te gebruiken bron(nen) per indicator.  De bijlage tezamen met de Perspectiefnota medio 2026 ter besluitvorming aan de raad aan te bieden. (Schorsing t.b.v.

beraadslaging college over de aangepaste moties van 22.58 – 23.05 uur.) TWEEDE TERMIJN COLLEGE Op de vraag hoe ervoor gezorgd kan worden dat de raad meer grip krijgt op de vast te stellen indicatoren en streefwaarden die daarbij horen antwoordt wethouder RENZEN dat dit natuurlijk ook vanavond had gekund. Er hadden vragen gesteld kunnen worden over alle indicatoren en (enkele ontbrekende) streefwaarden. Hierbij had men een opinie kunnen geven of amendement kunnen indienen wanneer de raad dat graag anders ziet. M.b.t. het opstellen en opleveren van een lijst van de indicatoren en bijbehorende streefwaarden geeft 28

Verslag besluitvormende raadsvergadering 6 november 2025

zij aan dat dit op zich eenvoudig zou zijn, omdat men die uit de begroting zou trekken, in een lijst zou samenvoegen en de raad zou voorleggen. Mevrouw VAN ES vraagt de wethouder per interruptie of zij in die lijst ook bij elke streefwaarde kan aangeven uit welk document dat komt, waarop wethouder RENZEN aangeeft dat de lijst met streefwaarden makkelijk op te leveren is. Natuurlijk zou men daarbij ook kunnen uitzoeken waar de informatie vandaan komt. Zij merkt echter wel op dat dit best veel tijd kost, omdat men dan alle beleidsstukken opnieuw tegen het licht moet houden. Wellicht zou men dan ook nog willen weten welke indicatoren het misschien niet gehaald hebben en wat daar dan de reden voor was. Hiervoor is een gesprek nodig om dat met elkaar te bespreken. Daarbij merkt zij op dat dit gesprek natuurlijk ook heel breed kan worden, omdat de ambtelijke organisatie daar natuurlijk al een soort schifting vanuit de verschillende vakafdelingen in heeft gemaakt. Wanneer beleid wordt vastgesteld of geactualiseerd wordt er vanuit de verschillende vakafdelingen gezocht naar de te stellen doelen en hoe deze gemeten kunnen worden. Dit is iets dat men in het dagelijks werk continue mee moet nemen. Zij concludeert dat het voor de raad onbevredigend zou zijn wanneer het college zomaar een lijst voorlegt, waarover men iets mag zeggen.

Zij wil daarom nogmaals benadrukken dat het goede kwalitatief inhoudelijke gesprek daarover heel belangrijk is. In de voorbereiding zal het college inzichtelijk maken wat er wettelijk verplicht is aan indicatoren, welke indicatoren er op dit moment extra zijn en hoe men daar met elkaar naar kijkt. Daarom ontraadt het college ook de aangepaste motie 05.M2. Bijlage indicatoren en streefwaarden. Dit verbaast de heer GRIMMIUS per interruptie, omdat de woordvoering van de wethouder mooi aansloot bij het gewijzigde dictum. De wethouder geeft aan dat ze op een vrij korte termijn een lijst kan aan leveren, dat is het eerste punt van het verzoek aan het college. Daarover gaat men het gesprek aan, dat is het spreek-uit dictum, en daar kan men dan mee verder. In die zin is de motie exact dat wat de wethouder zojuist heeft aangegeven en daarom begrijpt hij niet waarom deze dan toch wordt ontraden. Wethouder RENZEN geeft aan dat zij net niet helemaal precies hetzelfde zeggen. Voor een groot deel is zij het eens met de heer Grimmius, maar er staat ook in de bijlage per programmaonderdeel in ieder geval op te nemen: overige wenselijke indicatoren. Hierover wenst zij gezamenlijk eerst het gesprek te voeren. De heer GRIMMIUS zegt dat die overige wenselijke indicatoren natuurlijk datgeen is wat uit dat goede gesprek naar voren komt. Dat is niet iets wat het college zelf hoeft te verzinnen.

Wethouder RENZEN zegt dat haar oproep is om daarover eerst met elkaar het gesprek te voeren. Het vooraf afspreken om met een lijst te komen die gekoppeld wordt aan de perspectiefnota, na de vaststelling hiervan zit men eraan vast, gaat haar te ver. Daarna moet men nog de hele zomer in en moet de begroting nog worden opgesteld -daar komt vanuit de verschillende vakafdelingen natuurlijk nog heel veel informatie vrij-, terwijl men dan voor de zomer al een bepaalde lijst heeft vastgesteld. Omdat men dit al wil doen voordat 29

Verslag besluitvormende raadsvergadering 6 november 2025

men hierover überhaupt het goede gesprek heeft gevoerd, ontraadt zij deze motie. Mevrouw VAN ES denkt, per interruptie, dat er sprake is van een klein misverstand. Boven verzoekt het college staat bij spreekt uit echter ‘als de raad de indicatoren en streefaarden in het eerste kwartaal van 2026 te bespreken’. Dat is het goede gesprek binnen het BOB-model. De uitkomsten daarvan geeft men mee aan het college en dan volgt wat onder verzoekt het college staat. Zij vraagt de portefeuillehouder wat zij mist in dat bullet point dat er toe leidt dat dit geen goed gesprek is. Wethouder RENZEN vindt het goede gesprek is prima. Daar komt iets uit, natuurlijk neemt men dat mee, ook richting de nieuwe begroting. Wat het college betreft gaat het te ver om al een bepaald soort lijst vast te stellen, terwijl er nog heel veel tijd tussen het vaststellen van een dergelijke lijst en de begroting zit. De heer BEZEMER merkt per interruptie op dat men voorafgaand aan de perspectiefnota het goede gesprek kan voeren, maar dat dit zijns inziens ook daarna mogelijk is, als het college tot de conclusie komt dat iets niet goed gesteld is of bepaalde zaken niet haalbaar zijn. Op dat moment kan men ook dat goede gesprek met elkaar voeren, omdat men dan in ieder geval een handvat van een zekere waarde heeft. Of die waarde dan goed is, leert men al doende. Hij vraagt of de wethouder dit met hem eens is.

Wethouder RENZEN zegt dat zij er vervolgens vanuit gaat dat als dan uiteindelijk die begroting komt met de verschillende programma's en er dan ook kleuring wordt gegeven aan de verschillende indicatoren, het natuurlijk logisch is dat de raad daar ook bekijkt wat er uiteindelijk naar de begroting is vertaald van wat uit het goede gesprek is gekomen. Dan zit men met elkaar op de goede weg om naar een betere begroting en betere indicatoren met bijbehorende streefwaarden te komen. Zij is van mening dat het toetsingsmoment dus ook plaatsvindt bij de begroting. De heer BEZEMER is het hiermee eens, de vraag is of het daarna ook kan plaatsvinden, hetgeen de wethouder bevestigt. Wethouder JANSSEN merkt m.b.t. de woningbouw op dat Papendrecht dit juist wel realiseert. Toevallig is er 1 project geweest dat wat langer heeft geduurd in de realisatie. Maar in de regio, misschien zelfs in heel Zuid-Holland Zuid, wordt Papendrecht gezien als de gemeente die de meest realistische plannen heeft, die ook daadwerkelijk gerealiseerd worden. Uiteraard kijkt men altijd wel hoe men verschillende projecten nog verder kan versnellen. Daarbij heeft men het Rijk en de regio nodig als samenwerkingspartners en heeft men het Rijk ook zeker nodig waar het gaat om regelgeving.

Dit omdat iedereen zich kan voorstellen wat er gebeurt met een project als er niet alleen bezwaar, maar ook beroep wordt gemaakt om gronden die misschien wel helemaal niks met een project te maken hebben. Als voorbeeld hiervan merkt de wethouder op dat hij een paar maanden geleden met de regionale versnellingstafel rond de tafel heeft gezeten om te kijken wat er op dit moment nog versneld kan worden met de huidige beleid- en regelgeving. De conclusie hiervan was dat men verder niets kan doen, omdat 30

Verslag besluitvormende raadsvergadering 6 november 2025

zaken al gerealiseerd worden. Daarnaast sprak de heer Bezemer over de fysieke investeringen, waarvan hij in de eerste termijn heeft aangegeven dat men soms langjarig geld in de begroting heeft zitten, zoals bv. m.b.t. riolering. Soms is dat in een bepaald jaar niet nodig en schuift dat wat naar achter. Een ander voorbeeld daarvan is de asfaltering van de weg aan de Noordhoek die gepland stond voor vorig jaar. Dit was het jaar daarvoor gepland in de begroting, maar bleek om allerlei aanbesteding technische redenen niet te kunnen. Vervolgens zou dit in het najaar gegund kunnen worden, maar kan men dit i.v.m. het gesloten seizoen en de vorstvrije periode vanaf maart pas realiseren. Dit heeft uiteraard wel meteen effect op de begroting. (Mevrouw VAN ES neemt de voorzittershamer over van de burgemeester.)

Burgemeester VAN DRIEL heeft genoten van het goede debat in de tweede termijn. De voorliggende gewijzigde motie 05.M1. Uitbreiding buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) kan het college omarmen, dit betekent een onderzoek naar wat er met het huidige pakket van de boa’s nodig is en hoe zij hun werk beter kunnen doen. In dit kader hoort zij ook het Integrale Veiligheidsplan genoemd worden. Zij stelt het op prijs dat in de wijziging de aantallen zijn weggelaten, omdat ook het college dit op voorhand niet wil vastleggen. De heer GRIMMIUS hoort de portefeuillehouder spreken over een onderzoek naar hoe men de taken van de boa's beter kan inrichten, terwijl het dictum vraagt om een onderzoek naar hoe men de uitbreiding van de boaformatie kan realiseren. Burgemeester VAN DRIEL zegt dat hij daar gelijk in heeft, er staat inderdaad dat er op dit moment echt onvoldoende capaciteit is om de huidige signalen en de huidige werkzaamheden uit te voeren zoals men dat graag zouden willen doen. De vraag is echter ook gesteld, wat er nodig is om het werk beter te doen. Men heeft de voorbeelden gehoord, de acties die men op de Meent wil ondernemen, het fietsverbod, de fatbikes, maar ook op het gebied van ondermijningen. De signalen komen niet alleen van de boa's, maar zij gaan ook mee met alle acties die worden ondernomen. Daar zit dus wel degelijk een heel duidelijk verband in.

Verder vindt zij de boa per wijk een mooi uitgangspunt, maar geeft zij aan dat men dat op dit moment niet gaat redden. Er zal altijd een zieke zijn, er zal altijd een vacature zijn, er is altijd een opleiding te volgen. De heer GRIMMIUS merkt per interruptie op dat de portefeuillehouder aangeeft dat men moet kijken naar hoe de taken beter uitgevoerd kunnen worden. Dit kan een onderzoek zijn waarbij uitbreiding van de formatie dan een optie is, maar niet per definitie dat wat men moet doen. Terwijl de motie in de gewijzigde vorm vraagt te onderzoeken welke uitbreiding van de formatie gerealiseerd kan worden. Dus niet over wat men kan doen om de taken beter te verdelen of op te pakken, waarin uitbreiding een (deel van de) oplossing kan zijn. Dit vindt hij een wezenlijk verschil met hoe de portefeuillehouder de motie nu interpreteert. Burgemeester 31

Verslag besluitvormende raadsvergadering 6 november 2025

VAN DRIEL zegt dat het kan zijn dat zij de motie wat vrijer interpreteert en dat zij nooit vooruitloopt op een onderzoek. Er zijn echter wel heel duidelijk signalen dat er op dit moment onvoldoende capaciteit is om de werkzaamheden uit te voeren. Mevrouw BOKMA hoort de burgemeester per interruptie zeggen dat er 1 langdurig zieke is en dat er 2 vacatures zijn die nog niet ingevuld zijn. Dit zal 1 van de redenen zijn dat er een behoorlijke werkdruk is en dat er zaken op de plank blijven liggen. Zoals zij de motie leest is het doel om de in de begroting opgenomen formatie van 7 boa’s uit te breiden. Dat kan zij echter niet met rijmen met de onderbezetting die er momenteel heerst en zij vraagt zich af of het probleem wanneer de onderbezetting wordt opgeheven niet opgelost zou zijn. Burgemeester VAN DRIEL heeft dit aangegeven om te laten zien wat de realiteit van de dag is, met een formatie van 7 fte's betekent het dat men altijd met minder aan de slag gaat. Daarom dient men zich niet rijk te rekenen met het feit dat er 7 fte’s beschikbaar zijn. De heer VAN DEN DOOL vraagt zich per interruptie af waarom de portefeuillehouder aangeeft het onderzoek eerst te willen doen en dit niet te behandelen bij de evaluatie van het IVP.

Hij kan zich voorstellen dat hier uitkomt dat de impact van Suppord, de woningcorporatie of een andere partner veel effectiever is en dat de inzet versterken op een ander terrein minder boa- capaciteit tot gevolg zou kunnen hebben. Hij vindt deze volgorde daarom heel ingewikkeld, ook voor de raad om uiteindelijk een besluit te nemen over waar men wel of niet in wil investeren. Waarom stelt de portefeuillehouder, omdat de evaluatie er sowieso moet komen, niet voor om deze eerder te behandelen, zodat de raad het totaalplaatje eerder beschikbaar heeft. Burgemeester VAN DRIEL zegt dat de raad m.b.t. het IVP voor een scenario heeft gekozen waarbij een aantal onderdelen inderdaad structureel worden gefinancierd, maar waarin wel keuzes zijn gemaakt. Deze keuzes gaat men uiteraard evalueren, waarbij de raad misschien andere accenten gaat leggen of andere keuzes gaat maken. Dit betekent wel dat men het qua planning en proces heeft over een heel andere tijdslijn. Deze motie roept op tot iets wat in het eerste kwartaal aangeleverd kan worden. Als men kijkt naar de evaluatie van het IVP waar de integrale wijkaanpak onder valt-, naar de mobiliteit, maar ook naar ondermijning, is dat iets wat in het derde kwartaal van 2026 afgerond zal worden. Aansluitend wordt dit -waarschijnlijk eind 2026/begin 2027- met de raad besproken.

Wanneer blijkt dat er dan nog behoefte zou zijn aan uitbreiding van het aantal boa's, is men een klein jaar verder met de werving en de opleiding om nieuwe boa's binnen te halen. De heer BEZEMER vraagt per interruptie of hiervoor ruimte zoeken binnen de bestaande begroting deel uitmaakt van het onderzoek dat het college wil uitvoeren, waarop burgemeester VAN DRIEL aangeeft dat dit altijd wordt meegenomen. Dit heeft ook te maken met de evaluatie en de keuzes die worden voorgelegd. In het scenario dat in januari 2023 door de raad is gekozen, staan wel een aantal vaste onderdelen die sowieso structureel in de begroting zijn opgenomen. 32

Verslag besluitvormende raadsvergadering 6 november 2025

(De burgemeester neemt de voorzittershamer weer over van mevrouw Van Es.)

ORDEVOORSTEL: De heer GRIMMIUS geeft aan dat men de motie, n.a.v. wat er in de tweede termijn vnl. door de raad is gezegd, heeft aangepast. Omdat hij zich kan voorstellen dat er n.a.v. van de beantwoording van het college enige verwarring is ontstaan bij de raad, zou hij willen inventariseren in hoeverre er behoefte is aan een derde termijn. De dames Karso en Van Es hebben hier geen behoefte aan, mevrouw Bokma echter wel. DERDE TERMIJN RAAD Mevrouw BOKMA geeft aan dat de VVD-fractie in reactie op de motie heeft aangegeven dat het wellicht een optie zou kunnen zijn om daarvan iets toe te voegen aan de perspectiefnota. In dat opzicht vindt men vooral het derde bullet veel te gedetailleerd, omdat de wensen van de raad hierover nog niet duidelijk zijn. De heer GRIMMIUS vraagt in hoeverre de VVD-fractie dat wat in het derde punt staat iets anders vindt dan de door de wethouder genoemde lijst, waarvan is toegezegd dat men deze sowieso op korte termijn kan aanleveren. Wat in het dictum wordt bedoeld, is dat die lijst die aangeleverd kan worden na het goede gesprek eventueel aangepast kan worden met aanvullingen of wijzigingen. Feitelijk is het inhoudelijk niet anders dan de lijst die de portefeuillehouder op korte termijn kan aanleveren. Dit is wat er namelijk al in de begroting staat.

Mevrouw BOKMA zegt dat de uitkomst van het gesprek ook zou kunnen zijn dat het geen complete lijst wordt, maar slechts een aantal zaken. Om die reden heeft zij zelf moeite met het nu al uitgaan van een lijst. Het op voorhand stellen dat dit de uitkomst is, gaat haar fractie te ver. De heer GRIMMIUS vraagt of mevrouw Bokma het met hem eens is dat in het tweede punt staat: op basis van het door de raad gevoerde gesprek. En dat het derde punt de zaken opgeeft die al bestaan. Deze lijst (met wettelijk verplichte indicatoren) bestaat al en is alleen een classificering van de verschillende onderdelen die al bestaan. Uiteraard kan men daar zaken aan toevoegen/wijzigen, maar dat wat er staat is er al. Om deze reden staat in de tweede bullet, op basis van het door de raad gevoerde gesprek. Wanneer de raad na het gesprek tot de conclusie komt dat er geen overige wenselijke indicatoren zijn, neemt men die niet op. Mevrouw BOKMA zegt dat men hierover van mening blijft verschillen, omdat de motie op voorhand al uitgaat van wat de uitkomst van het gesprek zal zijn. Vervolgens gaat men over tot stemming over de Begroting 2026-2030: 33

Verslag besluitvormende raadsvergadering 6 november 2025

Met 23 stemmen voor wordt het voorstel van burgemeester en wethouder unaniem aangenomen. Stemming herziene motie 05.M1. Uitbreiding buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s): Stemverklaring mevrouw VAN ES Voorzitter, omdat wij niets hebben teruggelezen in de herziende motie en niets hebben gehoord in de woordvoering over de suggestie om boa’s ook echt veel meer in de haarvaten van de samenleving te krijgen, met o.a. een telefoonnummer, zou ik tegen de motie stemmen. Stemverklaring mevrouw BOKMA: Ook de VVD zal tegen de motie stemmen, omdat wij vinden dat het in samenhang met het IVP moet worden onderzocht. En ook al mocht het nodig zijn, dan kunt u altijd met een apart voorstel naar de raad komen. Stemverklaring de heer GRIMMIUS: Aangezien de motie alleen gericht is op het per definitie moeten uitbreiden van de formatie, daarom alleen zijn we al tegen, maar inderdaad ook omdat het gewoon bij de evaluatie van het IVP meegenomen kan worden. Aansluitend wordt de motie met 13 stemmen voor en 10 stemmen (de dames Bokma, Van Es, Karso en Verschoor en de heren Van den Dool, Van der Giessen Grimmius, Van Heteren, Schuil en Stouthart) tegen aangenomen. Aansluitend volgt de stemming over de gewijzigde motie 05.M2.

Bijlage indicatoren en streefwaarden: Aansluitend wordt de motie met 14 stemmen voor en 9 stemmen (de dames Bokma en Hoekstra en de heren Boersma, Brands, Van der Giessen, Goudriaan, Lammers, Stouthart en Spitsbaard) tegen aangenomen. 06.

Motie vreemd aan de orde van de dag. ORDEVOORSTEL: Mevrouw VAN ES stelt voor de motie in te trekken, omdat het regenboogpad vandaag volledig is gerepareerd. Deze motie is op dit moment niet relevant meer. Mevrouw HOEKSTRA geeft aan dat zij hiervan op de hoogte is, maar dat zij dit onderwerp toch wil bespreken. 34

Verslag besluitvormende raadsvergadering 6 november 2025

Ook de heer VERWEIJ verzoekt de OP-fractie de motie in te trekken, omdat hij na een onderzoek naar gekleurde stoeptegels weet wat er uit een dergelijk onderzoek zal komen. De heer VAN DEN DOOL stelt, wanneer de motie toch wordt besproken, gezien het late tijdstip voor gebruik te maken van 1 termijn. Aansluitend wordt geconcludeerd dat men dit inderdaad in 1 termijn gaat behandelen. Mevrouw HOEKSTRA vraagt middels motie 06.M1. Te onderzoeken of er betonnen stoeptegels bestaan in de kleuren van de regenboog en wat daar de kosten van zijn aandacht voor de alsmaar aanhoudende vernielingen. Dit leek haar fractie de snelste manier. Zij merkt op dat de situatie inderdaad kortgeleden is veranderd. Op dit moment is het regenboogpad gemaakt van betonnen tegels met een paar millimeter kleuring/coating. Het ligt aan de antwoorden op haar vragen of de motie ingetrokken of gewijzigd zal worden. Zij stelt hierover de volgende vragen:  Zijn de nieuwe tegels van dezelfde kwaliteit (door en door gekleurd) als men in de motie vraagt?  Zijn deze nu minder gevoelig voor vandalisme?  Waarom is hier niet gelijk voor gekozen? De VOORZITTER merkt op dat hier sprake is van technische vragen die de raad niet kan beantwoorden, waarop mevrouw HOEKSTRA aangeeft dat als haar vragen beantwoord kunnen worden de motie niet ingediend hoeft te worden.

Mevrouw KARSO stelt daarom voor deze vragen schriftelijk aan het college te stellen en daarna eventueel te bekijken of deze motie al dan niet nodig is. Aansluitend trekt mevrouw HOEKSTRA de motie in. 07.

Sluiting. De VOORZITTER sluit de vergadering om 23.40 uur, onder dankzegging aan eenieder voor diens inbreng. Griffier,

De voorzitter,

Mevrouw C. Madern

Mevrouw M.J.M. van Driel

35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/1097/documents/16637