CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag Besluitvorming 3.7.2025.pdf

Raadsvergadering Papendrecht 25 september 2025, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 4: Vaststellen verslag 3, 7, 10 en 14 juli13.324 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Verslag besluitvormende raadsvergadering 3 juli 2025

VERSLAG VAN DE OPENBARE BESLUITVORMENDE RAADSVERGADERING VERGADERING VAN DE GEMEENTERAAD VAN PAPENDRECHT d.d. 3 juli 2025 (aanvang 20.00 uur) Een integrale geluidsopname van deze vergaderingen is te beluisteren op www.papendrecht.nl Aanwezig: Mevrouw M.J.M. van Driel, (voorzitter); De dames: A. Bokma (VVD), T.C. van Es (D66), H.C.T.J. Hoekstra (OP), A.A.S. Stigter (CU), A. Verschoor - De Winter (CDA), H.M. van Wijngaarden (PAB), D. Yildiz-Karso (PvdA) en de heren: A.J. Boersma (SGP), L. Bruijniks (PAB), L.T. van den Dool (CDA), P.J. van der Giessen (VVD), W. Goudriaan (SGP), P.C. Grimmius (GL), G.C.H. Hardam (OP), N. van Heteren (D66), R. Lammers (OP), A. Rietveld (CU), R. Schuil (CDA), K. Spitsbaard (OP), H.D. Stouthart (VVD), A. Tieleman (PAB) en M.H.A. Verweij (PAB). Mevrouw W. Renzen - Van Leeuwen en de heren J.W. van der Borg, J.L. van Erk, A.M.J.M. Janssen en A.J. Kosten; wethouders. De heer M. Hermans, interim griffier; De heer J. Lier, pl. griffier/raadsadviseur. Verslaglegging: Jeanine Nieuwstraten Afwezig: de heer X.D.R. Janssen (PAB). 01.

Opening. De VOORZITTER opent de raadsvergadering en heet eenieder van harte welkom. I.v.m. afwezigheid van de heer Janssen zijn er 22 besluitvormende stemmen. Verder staat zij een moment stil bij de explosie en woningbrand die in Papendrecht heeft plaatsgevonden, waarbij -alhoewel de emotionele wonden groot zijn- gelukkig niemand lichamelijk gewond is geraakt. Tenslotte noemt zij de cursus politiek actief die de afgelopen week heeft plaatsgevonden en waarvoor zij gisterenavond certificaten heeft uitgereikt aan een aantal enthousiaste inwoners. Zij zijn positief geweest over de cursus en de contacten met de raadsleden.

02.

Vaststelling van de agenda. Mevrouw HOEKSTRA heeft n.a.v. de oordeelsvorming vragen gesteld en antwoorden gekregen over agendapunt 10, maar wil deze alsnog als bespreekstuk door laten gaan. Mevrouw BOKMA merkt m.b.t. agendapunt 14. Jaarstukken 2024 op dat de accountant vandaag pas de stukken van de SDD heeft ontvangen, om tot een finaal oordeel over de jaarrekeningcontrole van de SDD te komen. Omdat er niet 1

Verslag besluitvormende raadsvergadering 3 juli 2025

bekend is of hier nog punten uitkomen die van belang zijn voor de oordeelsvorming, stelt zij voor de behandeling hiervan uit te stellen tot 14 juli, waarmee men nog op tijd is voor de deadline. Agendapunt 14 komt daarom te vervallen. De agenda wordt aldus gewijzigd en vastgesteld. 03.

Mededelingen. Er zijn geen mededelingen.

04.

Vaststelling verslagen raadsvergadering 22 mei 2025. Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.

05.

Verzoek interpellatiedebat 14 juli 2025. De heer VERWEIJ zal voor dit verzoek stemmen. Wel merkt hij hierbij op dat de PAB-fractie niet inziet wat de raad kan toevoegen aan hetgeen nu in gang is gezet. Er is een onderzoek geweest en een rapport, naar aanleiding waarvan hard wordt gewerkt om in september een plan van aanpak te hebben om de bestuurscultuur te veranderen. Niets mee aan de orde zijn wordt dit voorstel per acclamatie aangenomen.

06.

Vragenkwartier. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN stelt de volgende vragen inzake de bestrating van de Randwijk. 1. Is er een vast (roulatie)systeem wanneer en om de hoeveel jaar de bestrating van een wijk wordt aangepakt? 2. Zo nee, op grond van welke argumenten wordt bepaald of er iets aan wordt gedaan? 3. Kunt u aangeven of en zo ja wanneer de bestrating van de Randwijk aan de beurt is voor herstel van verzakte delen? 4. Bent u bereid om een inspectie ter plaatse te laten uitvoeren en de raad te informeren over de uitkomst hiervan? 5. Is het u bekend dat sommige bewoners aangeven dat er niet is gereageerd op hun meldingen? 6. Binnen welke termijn dient een bewoner een antwoord of reactie te krijgen op de melding van de gemeente? 7. Zijn hier afspraken over gemaakt? 8. Zo nee, kan ook dit onderwerp nog eens nader worden bekeken? Wethouder JANSSEN zegt dat in 2023 een groot deel van de fiets- en voetpaden hersteld is. De enkele delen die nog niet zijn hersteld, worden begin 2026 integraal aangepakt. Op basis van een aantal meldingen (van losliggende tegels) heeft recent herstel plaatsgevonden aan meerdere fiets- en voetpaden. Ook heeft 2

Verslag besluitvormende raadsvergadering 3 juli 2025

op 13 juni (n.a.v. de melding op 12 juni) herstel plaatsgevonden n.a.v. de valpartij waaraan wordt gerefereerd. De oorzaak was een mollengang, waardoor het straatwerk plaatselijk was verzakt. N.a.v. de gestelde vragen geeft de wethouder aan dat er geen vast roulatiesysteem voor het onderhoud van de bestrating is. Reconstructie van een straat of wijk, waarbij riolering, wegen en groen wordt vervangen gebeurt 1 x in de 50-60 jaar. Tussentijds vinden er altijd onderhoudswerkzaamheden plaats. Verder geeft hij aan dat er op basis van kwaliteit, veiligheid en omvang van de schade wordt bepaald wanneer iets wordt gedaan. Het bepalen van maatregelen komt naar voor vanuit de periodieke visuele weginspectie of op basis van ingekomen meldingen. Wanneer er van de struikelgevaarlijke situatie nog geen plaatselijk herstel heeft plaatsgevonden, vindt dat op korte termijn (meestal binnen een week) plaats. Op de vraag inzake inspectie van de Randweg merkt de wethouder op dat dit hem erg beperkt lijkt en dat dit meer een zaak is voor de ambtelijke organisatie. Wel is er inmiddels inspectie verricht op de algehele kwaliteit van wegen in de gemeente. Hierover komt het in het derde kwartaal bij de raad terug. Verder wordt er altijd gereageerd op meldingen. Wel kan het voorkomen dat meldingen soms niet goed doorkomen. Op alle meldingen wordt een terugkoppeling van ontvangst en afdoening gegeven.

Op dit moment staan er 125 meldingen in behandeling en dit jaar zijn er al ruim 3.500 afgedaan. De termijn voor afhandeling hangt af van de urgentie. Urgente meldingen hebben een afhandelingstermijn van een week, de overige meldingen een termijn van ongeveer 3 weken. De interne afspraken die hierover zijn gemaakt passen goed bij het verwachtingspatroon van inwoners en bij de interne werkzaamheden en planning. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN gaat ervan uit dat deze antwoorden op heel Papendrecht van toepassing zijn en dat dit een geruststelling voor inwoners is. Er zijn verder geen vragen. 07.

Ingekomen stukken en ter inzage gelegde stukken. Ter inzage gelegde stukken: I. het voorstel om de onder categorie I ingekomen stukken voor kennisgeving aan te nemen (de betreffende stukken zijn al als ingekomen stuk te boek gesteld en aan de orde geweest in de vergaderingen van de raadscommissies): de raad gaat hiermee akkoord. II. Het voorstel om de onder categorie II ingekomen stukken (die hierbij rechtstreeks te boek worden gesteld ten behoeve van de onderhavige vergadering van de gemeenteraad) als volgt te behandelen: II.A. De ingekomen stukken (afkomstig van derden) voor kennisgeving aan te nemen; de raad gaat akkoord met de voorgestelde wijze van afdoening. 3

Verslag besluitvormende raadsvergadering 3 juli 2025

II.B. de ingekomen stukken in handen stellen van het college ter afdoening (van derden); de raad gaat akkoord met de voorgestelde wijze van afdoening. II. D. de ingekomen stukken (afkomstig van het college) voor kennisgeving aan te nemen; de raad gaat akkoord met de voorgestelde wijze van afdoening. II. E. De antwoorden (afkomstig van het college) op RvO ex art. 40 vragen voor kennis aan te nemen; de raad gaat akkoord met de voorgestelde wijze van afdoening. Zonder bijzonderheden wordt dit agendapunt afgesloten. HAMERSTUKKEN 08.

Uitvoeringsprogramma Groeiagenda 2025 en Jaarverantwoording 2024 Smart Delta Drechtsteden. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.

09.

Subsidieplafonds 2026. Stemverklaring de heer GRIMMIUS: GroenLinks stemt niet in met de voorgestelde subsidieplafonds. De plafonds zijn lager dan vorig jaar, ondanks de verhoging om de inflatie te corrigeren. Een amendement van ons vorig jaar haalde het niet en we hadden er geen vertrouwen in dat het dit jaar anders zou zijn. Met deze werkwijze blijft jaar na jaar minder ruimte over voor nieuwe subsidieaanvragen en dit is wat ons betreft daarmee niks anders dan een bezuinigingsmaatregel. Stemverklaring mevrouw KARSO: Het zal u niet verbazen dat ook onze fractie niet zal instemmen met het voorstel. De huidige systematiek en ook het voorgestelde subsidieplafond laat zien dat eigenlijk de huidige bestaande subsidie relaties voorrang krijgen op nieuwe. Wij vinden dat niet echt bijdragen aan een gelijkheidsprincipe, dus wij zullen niet instemmen. Niets mee aan de orde zijn wordt het voorstel van burgemeester en wethouders met 20 stemmen voor en 2 stemmen (mevrouw Karso en de heer Grimmius) tegen aangenomen. BESPREEKSTUKKEN:

10.

1e Wijziging omgevingsplan thema Bodem. Mevrouw HOEKSTRA merkt inzake bijlage 2A. op dat thermische reiniging van grond gebeurt door vervuilde grond in een oven te verhitten, waardoor het weer bruikbaar wordt. Alleen wordt daar vaak teer houdend asfalt bijgevoegd. Landelijk is dit proces 4

Verslag besluitvormende raadsvergadering 3 juli 2025

verboden en dit moet volgens haar fractie ook zo blijven. Er zijn veel te veel voorwaarden aan verbonden waar het ooit fout bij kan gaan. In bijlage 3. Bodemassen is het materiaal dat overblijft na verbranden als van afval in een afvalindustriecentrale. Bodemas bevat gevaarlijke stoffen die kunnen leiden tot milieu- of gezondheidsschade. Omgevingsdiensten melden regelmatig problemen met de import, productie opwekken, opslag en toepassen van bodemassen. Gemeentes stellen dat de landelijke normen verouderd zijn en dat er geen tijd is om te wachten op nieuwe landelijk landelijke regels. Uit de stukken blijkt dat bodemassen vermengd wordt met cement, waardoor deze gifstoffen na verloop van tijd in het milieu terechtkomen d.m.v. uitspoelen. Alleen daarom al is het onverantwoord dit te gebruiken als verhardingsmateriaal. Ook stelt men andere eisen aan bermen vanwege strooizout. Ook hier heeft haar fractie bedenkingen over. Bijlage 4 spitst zich ook toe op de bodemassen en op PVAS. Zij stelt voor een manier te zoeken om dit vergoed en veilig op te stellen in een duurzame eindproductie, in plaats van d.m.v. regelgeving dit toch toe te staan. Men leest in de veranderingen maatregelen die gaan naar vergunningplichtig i.p.v. het te verbieden. Dit is geen strengere wetgeving, zoals was aangegeven door de wethouder. Bij de toepassing van thermische gereinigde grond staat dat o.a.

gekeken moet worden of er grondwater en oppervlaktewater in de nabijheid aanwezig is. Grondwater zit overal en het lijkt haar fractie vanzelfsprekend dat het nergens toegepast zou mogen worden. Graag ontvangt men hier een reflectie op van het college. In artikel 11.8 staat dat de verwachte zitting voor de komende 100 jaar is. De aanvraagvereisten zijn nodig bij het beoordelen, opstellen en afgeven van een omgevingsvergunning. De gegevens zijn ook nodig voor het uitvoeren van toezicht- en handhavingstaken door het bevoegd gezag. Haar fractie vraagt wie dit 100 jaar lang gaat controleren, als men in de praktijk ziet dat een nazorgplan van bijna 25 jaar opgeheven gaat worden. EERSTE TERMIJN COLLEGE Wethouder KOSTEN hoort vanuit de OP-fractie een aantal opmerkingen in detailniveau. Hierbij valt het op dat hun vertrekpunt een heel andere is dan die van de andere fracties en het college. Uiteraard zou men idealiter alles uit het milieu willen hebben, maar men probeert een optimale situatie te creëren. De technische vragen die men heeft gesteld zijn technisch beantwoord. In de oordeelsvorming heeft de rest van de raad uitgesproken vertrouwen te hebben in dit stuk. Mocht Onafhankelijk Papendrecht dit anders willen, heeft men daar de instrumenten voor en heeft men de raad te overtuigen.

De wethouder heeft de overtuiging dat men met deze wijziging van het omgevingsplan bijdraagt aan een gezondere en veiligere leefomgeving.

5

Verslag besluitvormende raadsvergadering 3 juli 2025

TWEEDE TERMIJN RAAD Mevrouw HOEKSTRA zegt dat zij er enkele kleine zaken uit heeft gehaald, terwijl ze hier een uur over kan praten. Zaken die verboden zijn worden nu gegund als men aan de regels voldoet. Dit is niet beter voor het milieu en daar maakt zij zich grote zorgen om. (Schorsing op verzoek van mevrouw Hoekstra van 20.25 – 20.30 uur)

Stemverklaring mevrouw HOEKSTRA: Als fractie stemmen wij verdeeld. Niets meer aan de orde zijnde wordt het voorstel van burgemeester en wethouders met 19 stemmen voor en 3 stemmen (mevrouw Hoekstra en de heren Hardam en Spitsbaard) tegen aangenomen. 11.

Participatieverordening gemeente Papendrecht. De heer VAN HETEREN geeft aan dat zijn fractie voor dit voorstel zal stemmen. Men denkt dat er goede stappen worden gemaakt in het verbeteren van het participatie- en inspraakrecht in Papendrecht. Toch denkt men dit met 2 amendementen wat scherper te kunnen maken. Allereerst het amendement dat de evaluatie van de nieuwe verordening van 1x per raadsperiode wenst te verhogen naar 2x per raadsperiode. Het dictum van amendement A10.01. Evaluatiefrequentie participatieverordening luidt als volgt: Beslispunt 1, De Participatie- en inspraakverordening Papendrecht vast te stellen, Te wijzigen (aan te vullen) als volgt: Pag. 13, Artikel 23 – Evaluatie en monitoring De tekst: “De uitvoering van deze verordening wordt één keer per raadsperiode geëvalueerd. Het college stuurt aan de raad een evaluatieverslag ter bespreking.” Te vervangen door: “De uitvoering van deze verordening wordt ten minste twee keer per raadsperiode geëvalueerd. Het college stuurt daartoe aan de raad een evaluatieverslag ter bespreking.” Verder heeft amendement A.10.02. Participatieverordening motiveringsplicht als doel om een specifiek artikel in de verordening wat aan te scherpen. Nu kan het college volgens de nieuwe verordening afzien van participatie op basis van een aantal gronden.

Met een aantal hiervan kan zijn fractie instemmen, maar er staan er ook 2 bij, spoedeisendheid en het belang van kwetsbare groepen, waarvan men zich afvraagt hoe dit in de praktijk zal uitwerken. Men vindt dit erg vatbaar voor uiteenlopende interpretaties en kan zich voorstellen dat men hier in de toekomst grote discussies over zou kunnen krijgen. Om deze reden stelt zijn fractie voor op deze 2 specifieke onderdelen (C en D) te vragen om een schriftelijk onderbouwde motivering waarom in die specifieke gevallen wordt afgezien van participatieplicht. Omdat men begrijpt dat het college dit bij spoedeisendheid niet 6

Verslag besluitvormende raadsvergadering 3 juli 2025

van tevoren kan doen, zou men dit ook achteraf kunnen doen. Het dictum van amendement 10.A.2. Verduidelijking uitzonderingsgronden participatieverordening luidt als volgt: Besluit: Beslispunt 1, De Participatie- en inspraakverordening Papendrecht vast te stellen, Te wijzigen (aan te vullen) als volgt: Pag. 7, Artikel 3. Doelstelling en reikwijdte Aan artikel 3 een nieuw lid 6 toe te voegen: 6. Indien het bestuursorgaan van participatie afziet op grond van lid 3, onderdelen c of d, geldt: a. het bestuursorgaan motiveert dit besluit vooraf, schriftelijk en op openbare wijze; b. in de motivering wordt onderbouwd waarom participatie in het specifieke geval aantoonbaar onmogelijk of disproportioneel is, mede gezien de belangen van inwoners; c. de gemeenteraad wordt hierover actief en tijdig geïnformeerd. Indien sprake is van een spoedeisende situatie waarin directe besluitvorming vereist is, kan de motivering als bedoeld onder a en b ook achteraf worden verstrekt, mits dit zo spoedig mogelijk na het besluit gebeurt. De heer VERWEIJ geeft aan dat zijn fractie bij de oordeelsvormde vergadering al heeft aangegeven dat men dit een goed handvat vindt om de participatie in Papendrecht te bevorderen. Omdat ook zijn fractie vaker zou willen evalueren dan nu wordt voorgesteld, zal men het amendement hiertoe steunen. Verder heeft hij m.b.t.

de uitzonderingsgevallen vaak het woord vaag gebruikt. Omdat deze vaagheid middels het tweede amendement (enigszins) wordt weggehaald, zal men deze ook steunen. De heer BOERSMA merkt op dat ook zijn fractie kan instemmen met de participatieverordening. Verder geeft hij aan amendement 10.A.1. Evaluatiefrequentie participatieverordening te zullen steunen. Zeker in de eerste periode lijkt het zijn fractie raadzaam frequenter te evalueren en te leren hoe men op een goede manier met de participatieverordening kan omgaan. Halverwege de periode/richting het einde van de periode zou men de frequentie wellicht wat kunnen verlagen. Bij amendement 10.A.2. Verduidelijking uitzonderingsgronden participatieverordening ziet men dat de reikwijdte van het amendement flink is ingeperkt. Dit is goed, omdat zijn fractie deze in de ruimere vorm niet had gesteund. In de toelichting op de modelverordening van de VNG staat dat terughoudend met de uitzonderingsgronden moet worden omgegaan en dat er ook aandacht moet zijn voor het feit dat participatie niet alleen gaat over de voorbereiding, maar ook over de uitvoering en evaluatie van beleid. Daarom is zijn fractie blij dat het niet volledig is dichtgetimmerd in het derde lid, maar dat er ook staat in beginsel geen participatie. Verder zegt de toelichting op de modelverordening -in lijn met het amendement- dat het wel goed is dat als er een 7

Verslag besluitvormende raadsvergadering 3 juli 2025

beroep wordt gedaan op de uitzonderingsbevoegdheid, men dit motiveert. Hierbij merkt hij wel op dat art. 3, lid 2 zegt dat elk bestuursorgaan besluit t.a.v. eigen beleid, taken en uitvoering, taken en bevoegdheden of participatie wordt toegepast. Dit lijkt een zekere ruimte te impliceren voor elk bestuursorgaan, het college of de burgemeester, om een besluit te nemen over al dan niet participatie, ook over alle onderdelen van onderdeel C. Dit amendement geeft aan dat het college op een aantal onderdelen een verantwoordingsplicht richting de gemeenteraad moet hebben. Hij vraagt de D66-fractie of men er, omdat dit een beetje op gespannen voet staat met elkaar, over heeft nagedacht hoe dit zich tot elkaar verhoudt. Het amendement zegt dat als een bestuursorgaan van participatie afziet, dit vooraf schriftelijk en openbaar moet worden gemotiveerd en dat ook de gemeenteraad tijdig wordt geïnformeerd. Hierbij merkt de heer BOERSMA op dat de gemeenteraad ook een bestuursorgaan is en dat dit kijkend naar de definitie in artikel 2, juridisch technisch niet klopt, omdat dit impliceert dat de gemeenteraad zichzelf moet informeren. Verder dient er in het raadsvoorstel m.b.t. kwetsbare inwoners onder het kopje participatie worden toegelicht waarom er wel of geen participatie plaatsvindt. Mevrouw STIGTER is blij met deze participatieverordening.

Juist omdat inwoners soms ook ervaren dat ze niet worden betrokken bij het vaststellen van het beleid, is het goed dat er een verordening is die meer ruimte en duidelijkheid geeft aan inwoners. Verder zal men instemmen met amendement 10.A.1. Evaluatiefrequentie participatieverordening en amendement 10.A.2. Verduidelijking uitzonderingsgronden participatieverordening. Wel is men benieuwd naar de reactie van het college. Mevrouw KARSO zal instemmen met amendement 10.A.1. Evaluatiefrequentie participatieverordening, omdat het beeld bestaat dat Papendrecht bij bestaande of nieuwe plannen heel veel dingen goed kan onderzoeken, verkennen en hier gesprekken over kan voeren, maar dat evalueren, terugkijken en lessen trekken nog wel eens wordt vergeten. Omdat dit expliciet wordt genoemd in het amendement kan men zich hier goed in vinden. M.b.t. amendement 10.A.2. Verduidelijking uitzonderingsgronden participatieverordening merkt zij op dat haar fractie jaren geleden een motie heeft ingediend om bij alle raadsvoorstellen een aparte kopje op te nemen, specifiek m.b.t. communicatie en participatie. Dit wordt niet altijd even goed ingevuld, maar men ziet wel een aantal zaken terugkomen. Daarom zou men verwachten dat daar -ook al gebeurt het niet altijd in de praktijk- de motiveringsplicht goed tot zijn recht komt.

Om deze reden vraagt zij de D66-fractie waarom dit amendement expliciet nodig is en men niet kan volstaan met wat er nu bij de raadsvoorstellen is geregeld. (Behalve de eerder gemaakte opmerking dat dit niet altijd even goed wordt gemotiveerd en ingevuld.) De gedachte achter het amendement om veel meer gemotiveerd te krijgen waarom het wel of niet gebeurt, kan men wel volgen. Zij wacht hierop de reactie van het college af. 8

Verslag besluitvormende raadsvergadering 3 juli 2025

Ook de heer GRIMMIUS beperkt zich, omdat men reeds heeft aangegeven blij te zijn met de verordening, tot de amendementen. M.b.t. amendement 10.A.1. Evaluatiefrequentie participatieverordening sluit hij zich aan bij eerdere sprekers, dit is een goed amendement waar men voor zal stemmen. Tenminste 2 keer per jaar lijkt zijn fractie de juiste frequentie om te evalueren. M.b.t. amendement 10.A.2. Verduidelijking uitzonderingsgronden participatieverordening sluit hij zich m.b.t. het juridisch technische deel grotendeels aan bij de heer Boersma. Bij art. 6 sub C. moet m.b.t. het bestuursorgaan nog even naar een formulering worden gekeken. Verder merkt hij richting de D66-fractie op dat in art. 6 sub A. wordt voorgesteld dat het bestuursorgaan het besluit vooraf motiveert. Dit lijkt erop dat de beslissing om dat niet te doen vooraf moet worden bekendgemaakt en alvorens een periode daarna het daadwerkelijke besluit moet worden genomen. Gewoonlijk wordt de motivatie als toelichting bij het besluit gelijktijdig bekendgemaakt. Hij vraagt zich af wat de toegevoegde waarde is van het vooraf informeren, of de raad/de inwoners daar iets mee moeten/kunnen en wat de tussenliggende periode zou moeten zijn. Los daarvan wel is zijn fractie het heel erg eens met de strekking dat dit gemotiveerd moet worden.

De heer VAN DER GIESSEN geeft aan dat zijn fractie zal instemmen met het voorstel over de participatieverordening. Het is goed dat het college vooraf de afbakening geef. Men zal ook instemmen met amendement 10.A.1. Evaluatiefrequentie participatieverordening. M.b.t. amendement 10.A.2. Verduidelijking uitzonderingsgronden participatieverordening wacht men de reactie van de wethouder af. Mevrouw VERSCHOOR merkt op dat haar fractie zal instemmen met de participatieverordening. Omdat men 1 evaluatie per raadsperiode weinig vindt, zal men amendement 10.A.1. Evaluatiefrequentie participatieverordening steunen. Men kan zich echter niet vinden in amendement 10.A.2. Verduidelijking uitzonderingsgronden participatieverordening. Men vindt de regels zoals gesteld in de verordening goed. Zoals in het amendement gesteld vindt men het niet goed uitvoerbaar. Het wordt te veel dichtgespijkerd en als de wet het voorschrijft, moet het afdoende zijn. Daarbij is de verordening vastgesteld aan de hand van het VNG model. Ook dit lijkt haar fractie voldoende. EERSTE TERMIJN COLLEGE Wethouder KOSTEN merkt m.b.t. amendement 10.A.1. Evaluatiefrequentie participatieverordening op dat het oordeel hierover aan de raad is. Men heeft zich hier duidelijk over uitgesproken. Amendement 10.A.2. Verduidelijking uitzonderingsgronden participatieverordening heeft hij gelezen vanuit het 9

Verslag besluitvormende raadsvergadering 3 juli 2025

bestuursorgaan college en vanuit die hoedanigheid zou het college deze over kunnen nemen. M.b.t. de andere bestuursorganen laat hij dit aan de raad. Mocht er een aanpassing komen, zou hij de suggestie willen doen -omdat dit logischer leest- om het aangepaste lid na lid 3te plaatsen. De heer BOERSMA heeft behoefte aan een reactie van het derde bestuursorgaan in deze zaal, de burgemeester. Dit omdat de spoedeisendheid ook over zaken kan gaan die de burgemeester raken. De heer VERWEIJ zegt dat er is uitgelegd dat vooraf informeren niet hoeft bij spoedeisende zaken. Maar dat men dan achteraf kan rapporteren De heer GRIMMIUS sluit zich, omdat de burgemeester een apart bestuursorgaan is, aan bij de heer Boersma. Hij kan zich goed voorstellen dat de visie van het ene bestuursorgaan heel erg aansluit bij de visie van een ander bestuursorgaan. Maar dat hoeft niet per se het geval te zijn. Omdat de BURGEMEESTER zich hierop wil beraden volgt er een schorsing. (Schorsing 20.51. – 21.10 uur)

Burgemeester VAN DRIEL geeft aan dat er is gekeken hoe vaak het bij een zelfstandig bestuursorgaan van de burgemeester voorkomt dat participatie nodig of gewenst is. Men heeft geconcludeerd dat in de gevallen waar er een beroep wordt opgedaan op de burgemeester als zelfstandig bestuursorgaan, participatie tot nu toe niet aan de orde is. Dit heeft ook heel sterk te maken met de AVG die van toepassing is. Het college kan leven met de formulering zoals deze er staat, dat mocht het wel een keer gebeuren dat motivatie indien mogelijk en niet gehinderd door de AVG na het besluit kan plaatsvinden. TWEEDE TERMIJN RAAD De heer VAN HETEREN merkt op dat zijn fractie amendement 10.A.2. Verduidelijking uitzonderingsgronden participatieverordening n.a.v. de opmerkingen vanuit het college en de fracties, om het goed werkbaar en uitvoerbaar te houden, heeft aangepast. Men heeft de reactie van het college overgenomen, onder art. 3 wordt onder geen zesde maar een nieuw vierde lid ingevoegd. Verder staat er nu bij a. dat het niet vooraf gemotiveerd hoeft te worden, alleen schriftelijk en op openbare wijze. Bij c. is m.b.t. het bestuursorgaan verduidelijking aangebracht, door aan te geven dat indien het college of de burgemeester besluitvormend orgaan is, de gemeenteraad hierover actief en tijdig wordt geïnformeerd.

Verder vindt de motivering, afhankelijk van de aard van de situatie, zo spoedig mogelijk na het besluit plaats. Het aangepaste dictum luidt als volgt: Besluit: 10

Verslag besluitvormende raadsvergadering 3 juli 2025

Beslispunt 1, De Participatie- en inspraakverordening Papendrecht vast te stellen, Te wijzigen (aan te vullen) als volgt: Pagina 7, Artikel 3. Doelstelling en reikwijdte Aan artikel 3 wordt onder vernummering een nieuw vierde lid ingevoegd: 4. Indien het bestuursorgaan, op grond van het derde lid, onderdelen c of d, besluit om van participatie af te zien, geldt: a. het bestuursorgaan motiveert dit besluit schriftelijk en op openbare wijze; b. in de motivering wordt onderbouwd waarom participatie in het specifieke geval aantoonbaar onmogelijk of disproportioneel is, mede in het licht van de belangen van inwoners; c. indien het college of de burgemeester het besluitvormend orgaan is, wordt de gemeenteraad hierover actief en tijdig geïnformeerd. De motivering vindt plaats zo spoedig mogelijk na het besluit, afhankelijk van de aard van de situatie. De heer BOERSMA dankt de D66-fractie voor het wijzigen van het amendement, zijn fractie zal daarmee instemmen. Mocht dit toch tot onoverkomelijke bezwaren leiden, wordt deze over 2 jaar geëvalueerd. De heer GRIMMIUS geeft aan dat ook zijn fractie na de aanpassingen volmondig kan instemmen met het amendement. Voor de heer VAN DER GIESSEN en mevrouw VERSCHOOR geldt hetzelfde. De heer SPITSBAARD zegt dat de OP-fractie tijdens de oordeelsvorming al had aangegeven te zullen instemmen met de participatiebeoordeling.

De portefeuillehouder gehoord hebbende zal men ook instemmen met de 2 amendementen. Stemming amendement 10.A.1. Evaluatiefrequentie participatieverordening: Met 22 stemmen voor wordt het amendement aangenomen. Stemming gewijzigde amendement 10.A.2. Verduidelijking uitzonderingsgronden participatieverordening: Met 22 stemmen voor wordt het amendement aangenomen. Stemming voorstel Participatieverordening gemeente Papendrecht: Met 22 stemmen voor wordt het voorstel van burgemeester en wethouders voor unaniem aangenomen. 12.

Van der Palmgebied – stedenbouwkundige verkaveling. Mevrouw KARSO merkt op dat zij door omstandigheden (i.v.m. de bijgevoegde brief) en in overleg met de voorzitter geen deel zal nemen aan de beraadslagingen. Zij zal wel gebruik maken van haar stemrecht. 11

Verslag besluitvormende raadsvergadering 3 juli 2025

De heer LAMMERS geeft aan dat de voorzitters van gymnastiekvereniging Olympia en handbalvereniging DES72 afgelopen maandag bij de OPfractievergadering hebben ingesproken. Het zou volgens zijn fractie problematisch zijn als beide verenigingen uit het plan worden geschreven. Olympia heeft terecht de eis neergelegd dat de zaal minimaal 9 meter hoog dient te zijn. Als hier meer kosten mee gemoeid zijn, dan verneemt men graag om welke bedragen het gaat. De puzzel is nog lang niet goed gelegd en met reële wensen van beide sportverenigingen zou volgens zijn fractie rekening gehouden worden moeten. Ook tijdens de oordeelsvormende debatten hebben zij om een realistische planvorming gevraagd, omdat zij o.a. graag in controle blijven bij de horecafunctie. Destijds was er een plan om het buitenveld boven op het dak van de nieuw te bouwen sporthal neer te leggen, maar dat zou te duur zijn. Juist de combinatie van een binnen- en buitenveld is van belang en dat buitenveld zou, met in acht name van de veiligheidseisen, net zo goed op het dak kunnen komen. Dan is er ook geen probleem met vandalisme en dergelijke. De horecafunctie zou men bij de sportverenigingen moeten laten, om de kosten zo laag mogelijk te houden. Samenvattend vindt de OP-fractie dat beide verenigingen historisch gezien een betekenisvolle band met Papendrecht hebben.

Het is daarom wel zaak dat men die band respecteert en dat de gemeente de reële wensen van deze verenigingen niet alleen serieus neemt, maar ook actief meeneemt bij de verdere planvorming rondom de stedenbouwkundige verkaveling voor het Van der Palm gebied. Het dictum van amendement A10.2. Neem gymnastiekvereniging Olympia en handbalvereniging DES’72 mee in de verdere planvorming luidt als volgt: Gevraagd besluit: 1. De stedenbouwkundige verkaveling voor het Van der Palmgebied, overeenkomstig de voorkeursvariant A, vast te stellen als basis voor de ruimtelijke procedure omgevingsplan. 2. De breed gedragen wens tot versnelling van de realisatie van het Willem de Zwijger College en de multifunctionele accommodatie te onderschrijven en de daardoor veroorzaakte extra lasten ten bedrage van 3 miljoen euro ten laste te brengen van de algemene reserve. 3. Een investeringskrediet van € 9.703.750, - (excl. BTW/ einde werk) voor de realisatie van een parkeergebouw beschikbaar te stellen. 4. Een voorbereidingskrediet van € 450.000, - (excl. BTW) voor het opstellen van een inrichtingsplan voor de openbare ruimte in het Van der Palmgebied beschikbaar te stellen Vervangen door: 1. De stedenbouwkundige verkaveling voor het Van der Palmgebied, overeenkomstig de voorkeursvariant A, vast te stellen als basis voor de ruimtelijke procedure omgevingsplan. 12

Verslag besluitvormende raadsvergadering 3 juli 2025

2. De breed gedragen wens tot versnelling van de realisatie van het Willem de Zwijger College en de multifunctionele accommodatie te onderschrijven en de daardoor veroorzaakte extra lasten ten bedrage van 3 miljoen euro ten laste te brengen van de algemene reserve. 3. Een investeringskrediet van € 9.703.750, - (excl. BTW/ einde werk) voor de realisatie van een parkeergebouw beschikbaar te stellen. 4. Een voorbereidingskrediet van € 450.000, - (excl. BTW) voor het opstellen van een inrichtingsplan voor de openbare ruimte in het Van der Palmgebied beschikbaar te stellen. 5. Gymnastiekvereniging Olympia en handbalvereniging DES’72 actief mee te nemen in de verdere planvorming. De heer GRIMMIUS vraagt m.b.t. het amendement wat er mee wordt bedoeld om beide verenigingen actief mee te nemen in de verdere planvorming. Hij is het helemaal eens met de OP-fractie dat er sprake is van 2 zeer belangrijke verenigingen voor de gemeente, die vooral behouden moeten blijven. De vraag is alleen of dat op deze locatie moet zijn. Ook in de oordeelsvorming is gesproken over opties op andere plekken in Papendrecht, zowel voor Olympia en DES72. Zijn fractie weet niet of dit ideaal is, maar vindt dat men dit niet moet uitsluiten.

Zijn vraag aan de OP- fractie is, of men bedoelt meenemen in de verdere planvorming op dit punt en op deze locatie? Dat is zijns inziens niet noodzakelijk, omdat er ook naar andere opties gekeken moet worden. Zeker ook omdat de wethouder bij de oordeelsvorming duidelijk heeft aangegeven dat op die locatie bepaalde beperkingen zijn. Wanneer men van mening is dat het per se op locatie moet zijn, vindt de heer GRIMMIUS het woord planvorming niet helemaal juist en is hij terughoudend t.o.v. het amendement. M.b.t. motie M10.1. Studioappartementen Van der Palmgebied en de brief die men daarover heeft ontvangen van de Bethlehemkerk, is het de vraag wie er bepaalt wat voor woningen daar gaan komen. Bepaalt de gemeente dat, bepaalt de Bethlehemkerk dat of doet men dat samen en hoe ligt die verhouding? In de brief van de Bethlehemkerk wordt gezegd: En het voelt ook niet goed dat in een prille samenwerking op voorhand 1 partij bepaalt wat er moet gebeuren, terwijl de Bethlehemkerk het overgrote deel van de betrokken grond inbrengt. Hij is van mening dat daar het probleem zit. Het idee dat de Bethlehemkerk zich in een samenwerking bevindt met 2 gelijkwaardige private partners. Hoewel dit formeel gezien een private aangelegenheid is, is de gemeente geen gelijkwaardige private partner in dit geheel. Er is sprake van een openbaar orgaan, een overheid die het publieke belang behartigt.

Als gemeente heeft men te maken hebben met een overeenkomst met de Bethlehemkerk enerzijds en ca. 32.000 inwoners anderzijds. Dat is niet iets dat men kan weg denken m.b.t. het soort woningen. Zijn fractie heeft in de oordeelsvorming aangegeven dat men zich studioappartementen op die locatie goed kan voorstellen en dat men dit passend 13

Verslag besluitvormende raadsvergadering 3 juli 2025

vindt. Hoewel het wellicht nog wat vroeg is om die keuze nu al te maken -net zo goed als het vroeg zou zijn om de keuze voor zorgwoningen te maken- kan hij zich wel voorstellen dat de raad ten alle tijden een visie aan het college kan meegeven in de verdere ontwikkeling van dat gebied en de verdere onderhandelingen met de Bethlehemkerk. Het verbaast zijn fractie wel dat waar in het voorstel werd gesproken over zorgwoningen, het college aangaf dat dit maar een voorbeeld was en dat er in principe nog niets is vastgelegd. Het is duidelijk dat de Bethlehemkerk wel aangeeft dat zij zorgwoningen willen. Hij kan zich niet aan het gevoel onttrekken dat deze optie al is besproken. Zijn fractie vindt koop studioappartementen op die locatie goed passen en ziet in de brief van de Bethlehemkerk zelf geen reden om de motie niet aan te nemen. Wel is hij benieuwd hoe de andere fracties en het college daar tegenaan kijken. Mevrouw VAN ES zegt dat haar fractie heel blij is met het voorstel zelf, haar fractie kan zich heel goed vinden in de ruimtelijke indeling van het gebied en de andere besluitpunten. M.b.t. A10.2.

Neem gymnastiekvereniging Olympia en handbalvereniging DES’72 mee in de verdere planvorming is zij het eens met de woordvoering van de heer Grimmius en zal zij de reactie van het college hierop afwachten, omdat men niet wil dat dit een belemmering voor de ontwikkeling, noch voor de genoemde verenigingen is. Verder is men uiteraard erg enthousiast over de eigen motie M10.1. Studioappartementen Van der Palmgebied, die men samen met de PAB-fractie heeft ingediend. Hierop heeft men veel enthousiaste reacties gekregen, omdat het toch iets heel anders is dan wat er normaal gesproken in Papendrecht wordt gebouwd. Ook voor de doelgroep waar het hier om gaat. Deze motie is er omdat het een heel bijzondere locatie betreft, waar eerst geen woningbouw was en nu wel komt. Ook omdat het een gebied is waar door alles wat daar is -de VO- scholen, het theater, de toekomstige MFA, de sportvoorziening, de garage en de kerk- zowel overdag, ’s avonds, doordeweeks en in het weekend altijd reuring zal zijn. Dat is een omgeving waar jonge mensen zich vaak prettig in voelen omdat er levendigheid is. De andere reden is de studioappartementen zelf. Als men kijkt naar de ‘starterswoningen’ die aan de P.C. Hooftlaan worden gebouwd, lopen de prijzen op tot € 355.000, -. Dat is voor een jongvolwassene tot 30-35 jaar nog helemaal niet te betalen.

Studio appartementen hebben het kenmerk dat het complete woningen zijn, op een beperkt aantal vierkante meters. Dit biedt de mogelijkheid om het echt betaalbaar te houden. Waarom moet de gemeenteraad hier nu een uitspraak over doen? Dit heeft te maken met de locatie, het belang van betaalbare koopwoningen voor jongeren en omdat een deel van de grond van de gemeente is. Hierbij merkt zij op dat er sprake is van een A-locatie die eigenlijk op de lijst van beeldbepalende locaties zou moeten staan. Nu de gemeente ook een deel van de grond heeft, vindt men dat er echt actief op gestuurd kan worden. M.b.t. de brief van de kerk is zij van mening dat er sprake is van een misverstand, dat de 14

Verslag besluitvormende raadsvergadering 3 juli 2025

raad hier geen uitspraak over zou moeten doen. De raad moet sowieso altijd een uitspraak kunnen doen over wat waar in de gemeente moet worden gebouwd. Men zit hier voor het algemeen belang dat men moet dienen. Daar komt bij dat de stedenbouwkundige verkaveling van dat gebied nu wordt vastgesteld en als basis gaat dienen voor de ruimtelijke procedure van het omgevingsplan en dit het aangewezen moment is om dit in te brengen. Het volgende argument is dat de gemeenteraad in principe over het omgevingsplan gaat. Men hoort graag van het college of dit afdoende is en of de gemeenteraad hier echt formele rechten heeft. Dit omdat het college altijd heeft gezegd dat daar waar dit dat onder de Omgevingswet niet meer zo is, het college bij belangrijke besluiten altijd naar de raad komt. Daarnaast vraagt men zich af of het hele Van der Palmgebied niet toegevoegd zou moeten worden als beeldbepalende locatie. Met alle respect voor de eigenaren van de grond die daar qua identiteit zorgwoningen beter vinden passen, is men niet van mening dat een eigenaar van grond (kerk of bedrijf) zelf mag/kan bepalen welke identiteit daar qua woningen het beste past. Uiteraard staat het de verkoper vrij, als zij zich daar niet in kunnen vinden, om van de verkoop van de grond af te zien. Bovendien is al aangegeven dat deze ontwikkeling pas aan het einde van de hele ontwikkeling van het gebied komt.

In die zin heeft men ook tijd om -als de kerk dit nu niet wil- e.e.a. verder af te wachten. Hierbij merkt zij ook op dat het niet gaat om een besluit om daar koopstudio's te bouwen, maar om het meegeven van het kader voor het haalbaarheidsonderzoek. Met deze motie beslist men uiteraard niet wat daar definitief komt. Het dictum van motie M10.1. Studioappartementen Van der Palmgebied luidt als volgt: Verzoekt het college: 1. In overleggen met de Bethlehemkerk over woningbouw aan te geven dat het kader van de gemeenteraad is om koop-studioappartementen te realiseren met als doelgroep jongvolwassenen en (andere) alleenstaanden; 2. In het voorgenomen haalbaarheidsonderzoek koop-studio’s als uitgangspunt te nemen en te laten uiteenzetten onder welke voorwaarden het ontwikkelen van koop-studio’s haalbaar is; 3. Indien mogelijk in dit onderzoek tevens mee te nemen of eenvoudige inrichting (badkamer/keuken) de verkoop(prijs) positief kan beïnvloeden; 4. Geen besluiten te nemen of afspraken te maken die afwijken van het meegegeven kader tot bouw van studio’s, zonder dit vooraf met de raad te bespreken; 5. De raad nadrukkelijk te blijven betrekken en informeren bij het verloop van dit project, met name de samenwerking met de Bethlehemkerk en de uitkomsten van het haalbaarheidsonderzoek. De heer VAN DER GIESSEN kan zich vinden in het gevraagde besluit. M.b.t. amendement A10.2.

Neem gymnastiekvereniging Olympia en handbalvereniging 15

Verslag besluitvormende raadsvergadering 3 juli 2025

DES’72 mee in de verdere planvorming merkt hij op dat men door het expliciet vermelden van Olympia en DES72 een precedent schept. De VVD-fractie wil geen uitzonderingsregels hebben, omdat elke vereniging hen even dierbaar en gelijk is. Vooralsnog denkt men niet in te stemmen met het amendement. M.b.t. motie M10.1. Studioappartementen Van der Palmgebied vindt men het nu al vastleggen van de keuze (voor jongeren, zorg, of ouderen) heel vroeg. M.b.t. de studio’s twijfelt men of dit de oplossing is voor het bouwen voor jongeren. Een studio ziet zijn fractie meer als een studentenwoning. Daar ga je 1 of 2 jaar wonen en dan wil men weer wat anders. De heer VAN DEN DOOL is blij dat men met dit voorstel die een belangrijke en een mooie ontwikkeling voor Papendrecht verder mogelijk kan maken. M.b.t. amendement A10.2. Neem gymnastiekvereniging Olympia en handbalvereniging DES’72 mee in de verdere planvorming merkt hij op dat men het college vorige maand heeft opgeroepen om de mogelijkheden voor deze verenigingen elders te verkennen. Een motie daartoe die zijn fractie destijds wilde initiëren- bleek toen overbodig. Voor die verkenning, concludeerde de raad, is nog voldoende tijd. Hij heeft begrepen dat hier ook goede gesprekken over gevoerd worden. Wat zijn fractie betreft worden deze voortgezet. Daarbij wil men het college niet iedere maand een andere opdracht meegeven.

Hij stelt voor eerst de resultaten af te wachten. Er is toegezegd dat het college eind dit jaar zal rapporteren over de uitkomst van de gesprekken. De verenigingen kunnen in de MFA terecht, maar ook elders in Papendrecht. Dat betekent overigens niet dat men niet de zelfde zorg heeft als de OP-fractie, dat beide verenigingen uiteindelijk in een goede accommodatie terecht komen en hopelijk zelfs sportactiviteiten die eerder in Papendrecht nog niet mogelijk waren, uiteindelijk ook in Papendrecht mogelijk zijn. Maar waar en hoe, daar wacht men de gesprekken met het college over af. Men zal daarom niet instemmen met dit amendement. Inzake motie M10.1. Studioappartementen Van der Palmgebied geeft de heer VAN DEN DOOL aan dat zijn fractie de uitdrukkelijke wens voor koopstudio's best een goede gedachte vindt, die men zich in dat gebied kan voorstellen. Tegelijkertijd vindt men de motie zoals die nu is opgesteld te rigide. In dictum 1 één staat: het kader is om…. In dictum 2 staat: als uitgangspunt te nemen en te laten uiteenzetten onder welke voorwaarden. In dictum 3 staat iets over hoe de woningen ingericht zouden moeten worden. Dit vindt men ook erg ver gaan. In dictum 4: geen besluiten te nemen of afspraken te maken die afwijken van het meegeven van dat kader, zonder dit vooraf weer eerst met de raad te gaan bespreken.

Men vindt dit te rigide en zou de indieners in overweging willen geven om bij dictum 1. aan te geven dat dit een nadrukkelijke wens van de raad is. En dan vervolgens de andere punten over te slaan en bij 5 te vragen de raad te betrekken bij... Hierbij merkt hij op dat de raad nog maar heel kortgeleden heeft bedacht dat er toch wonen in het gebied zou kunnen komen en dat dit op deze plek zo direct naast de Bethlehemkerk zou kunnen. Dit rechtvaardigt in zijn ogen in deze prille fase een open gesprek hierover. Verder merkt hij op dat de realisatie pas na 2033 speelt, dus nu al een heel specifieke 16

Verslag besluitvormende raadsvergadering 3 juli 2025

invulling van alleen koopstudio’s vragen, houdt geen rekening met de vele veranderingen die in vraag en aanbod van woningen kunnen optreden over een periode van bijna 10 jaar. Daarbij vindt men het wenselijk de partner in deze ontwikkeling- die de meeste grond inbrengt, een zalencentrum en een pastorie moet slopen- de gelegenheid te geven zijn wensen in het plan in te brengen. Het gaat er ook om dat de gemeente zich in een dergelijke onderhandeling behoorlijk opstelt en goed met een partner omgaat. Daar past in deze fase wat zijn fractie betreft een houding bij die ook ruimte biedt en balans geeft in een verkennende fase van het gesprek. Een ander argument is ook dat dat men vindt dat men met deze motie eigenlijk op de stoel van de wethouder gaat zitten, terwijl deze goed weet waar hij mee bezig is. Hij heeft op dit terrein in de afgelopen bestuursperiode al veel gerealiseerde en de raad moet niet op zijn stoel gaan zitten. Het college voert de onderhandelingen en de raad kan richting en kaders meegeven. Vandaar de formulering, een uitdrukkelijke wens, maar er moet wel ruimte voor de wethouder zijn om zijn rol te vervullen. Hij moet speelruimte hebben en dat vertrouwt zijn fractie hem ook toe. Door alleen koopstudio's te willen en als dat niet lukt, eerst nog weer bij de raad terug te komen, lijkt hem de gang van zaken ook te voorspelbaar.

De wethouder moet de raad dan binnen enkele maanden weer vragen om meer ruimte voor een vervolggesprek. Verder heeft zijn fractie niet in de brief gelezen dat de kerk alleen om zorgwoningen vraagt. Men vraagt om meer ruimte om verschillende mogelijkheden te verkennen. Zijn fractie vindt koopstudio's ook een goed idee, maar er zijn ook andere woonvormen denkbaar, zoals bv. vriendenwoningen met een gezamenlijke badkamer en keuken en 2 woonkamers, dat gebeurt tegenwoordig ook heel vaak. De heer VAN DEN DOOL doet nogmaals de oproep om het dictum te veranderen, waarna zijn fractie de motie ook zou kunnen steunen. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN merkt naast de toelichting van mevrouw Van Es op de motie op, dat men hiertoe ook heeft besloten zodat men, voordat er een heel uitgewerkt plan ligt, op tijd is. Verder is er zeker geen sprake van wantrouwen richting de wethouder, integendeel, ook haar fractie heeft buitengemeen veel vertrouwen in de wethouder. Men hoort echter dagelijks om zich heen dat jongeren (en hun ouders) het zat zijn bij hun ouders op zolder te zitten. Daarom stelt men voor te bouwen op een plek die voor jongeren ook betaalbaar is, omdat zij zich geen appartement van € 300.000, - kunnen veroorloven. Verder verbaast het haar m.b.t.

de brief van de Bethlehemkerk dat haar fractie al meerdere malen in een vergadering heeft aangegeven daar koopstudio’s te willen en men deze brief nu pas ontvangt. Uiteraard mag de Bethlehemkerk over zorgwoningen denken zoals zij willen. Haar fractie heeft een buitengewoon groot hart voor mensen die zorg nodig hebben, maar er zijn ook al ideeën over de Douwes Dekkerlaan. M.b.t. de opmerking van de heer Van Den Dool over de gedetailleerde omschrijving merkt zij op dat het maar vast duidelijk kan zijn, zodat men geld kan besparen. Iedere € 1.000, - is er 1 voor jongeren, die hier ook geen 20 jaar hoeven te blijven wonen. Haar fractie wil heel graag dat dit wordt 17

Verslag besluitvormende raadsvergadering 3 juli 2025

meegenomen in de besprekingen. Verder sluit zij zich deels aan bij de woordvoering van de heer Grimmius over de 2 betrokken partijen. De heer GOUDRIAAN heeft tijdens de oordeelsvorming reeds aangegeven dat de SGPfractie kan instemmen met het voorstel. Verder kan men zich ook vinden in motie M10.1. Studioappartementen Van der Palmgebied en het bouwen van betaalbare woningen voor jongvolwassenen en alleenstaanden in het Van der Palmgebied. Eerder dit jaar heeft collega Leenhouts een pleidooi gehouden voor woningen voor deze doelgroepen in het genoemde gebied. Op het eerste gezicht had het dus een motie van de SGP-fractie kunnen zijn. Echter, als men goed naar de motie kijkt, met name naar de beslispunten, zal zijn fractie de motie zoals die er nu ligt om de volgende redenen niet kunnen steunen. De SGP- fractie vindt het niet correct om tijdens lopende gesprekken met de kerk eenzijdig dermate strikte voorwaarden te verbinden aan mogelijke woningbouw. Daarnaast is er sprake van een geldend Woonplan 2020-2030 en is deze motie veel te veel in beton gegoten. Er zit weinig speelruimte in: bv. beslispunt. 4, het zijn of koopstudio's, of het college moet terug naar de raad. Verder vindt men de motie te gedetailleerd, zoals bij het derde beslispunt over de eenvoudige inrichting van de badkamer en keuken.

Wat de SGP-fractie betreft zou het meer een motie moeten zijn die het college oproept om in de gesprekken met de Bethlehemkerk het idee van de studioappartementen te bespreken. Tenslotte merkt de heer GOUDRIAAN op dat zijn bijdrage al klaar was voordat hij de brief van de Bethlehemkerk had gelezen. De inhoud van de brief is wat hem betreft een onderstreping van dat wat hij genoemd heeft. M.b.t. amendement A10.2. Neem gymnastiekvereniging Olympia en handbalvereniging DES’72 mee in de verdere planvorming heeft men de indruk dat er tot nu toe gesprekken zijn gevoerd en nog gevoerd worden met DES en Olympia. Tijdens de oordeelsvormende vergadering heeft de wethouder aangegeven dat er met DES gekeken wordt of er nog andere geschikte locaties binnen Papendrecht zijn en is de verwachting uitgesproken om er met Olympia ook uit te komen. In de toelichting van het amendement wordt gezegd dat de argumenten die de besturen aandragen relevant zijn en niet zonder meer terzijde mogen worden geschoven. De SGP-fractie is niet van mening dat hier sprake van is. Het is goed om bij alle wensen van de betrokken verenigingen te kijken hoe daar zoveel mogelijk binnen het algehele plaatje aan tegemoet gekomen kan worden. Dat betekent overigens niet dat men aan alles tegemoet kan komen, er is op een gegeven moment een grens. Zijn fractie is afsluitend benieuwd naar de reactie van de wethouder.

De heer RIETVELD zal voor het voorstel stemmen. Als het gaat om de scenario's rond de nieuwbouw van woningen van het Van der Palmgebied heeft de raad kunnen lezen welke uitkomsten er mogelijk zijn. Voor de CU-fractie is het duidelijk wat de consequenties zijn. Mocht de gemeente er niet uitkomen met de Bethlehemkerk, dan komen er geen woningen, dus ook niet op een andere plek binnen het gebied. Tenzij de Bethlehemkerk bereid is om de grond te verkopen 18

Verslag besluitvormende raadsvergadering 3 juli 2025

aan de gemeente. M.b.t. motie M10.1. Studioappartementen Van der Palmgebied merkt hij op dat zijn fractie deze zou kunnen steunen. Er zijn uiteraard altijd argumenten te bedenken om niet voor slechts 1 doelgroep te bouwen, maar gezien de huidige onbalans in het woningaanbod acht zijn fractie het verstandig om juist nu in te zetten op een specifiek woningtype, in dit geval studio’s, om meer evenwicht te creëren. Deze woningen zijn impliciet geschikt voor starters op de woningmarkt en ook toegankelijk voor iedereen. Dat is ook een oproep aan de indieners van de motie om lid 1. iets anders te verwoorden, zodat dit beter tot zijn recht komt. Niet alleen de doelgroep die er nu staat, maar meer starters op de woningmarkt, in veel gevallen jongvolwassenen of alleenstaanden. Zijn fractie zoekt naar een passende motie, zodat er een mooie opdracht voor het college ligt, die niet al te dwingend is. Men vindt het jammer dat de Bethlehemkerk heeft aangegeven liever in te zetten op een andere woonvorm. Men begrijpt dat vanuit hun visie en dat is ook hun goed recht, zij zijn tenslotte eigenaar van de grond. Zijn fractie beschouwt dit eerder als een sec private ontwikkeling binnen de kaders van de Omgevingswet.

Men heeft dan echter wel een uitdaging, omdat er volgens het huidige voorstel binnen het gebied geen andere plek beschikbaar is voor woningbouw vanuit die bredere opgave die de gemeente heeft. Zijn fractie hoort hier graag een reactie van de portefeuillehouder op. Amendement A10.2. Neem gymnastiekvereniging Olympia en handbalvereniging DES’72 mee in de verdere planvorming zal zijn fractie niet steunen. Naar hun mening wordt er al actief overlegd met alle beoogde gebruikers van de MFA en worden zij meegenomen in verdere planvorming. De CU-fractie ziet graag dat er in deze fase extra intensief overleg plaatsvindt met DES en met Olympia om tot overeenstemming te komen. Het gaat hun echter te ver om dit zo expliciet vast te leggen in het besluit. Wel is dit voor hen een signaal om hier ook goed te kijken wat de consequenties zijn als het overleg niet succesvol blijkt te zijn. Wat betekent dit dan met name voor de huidige velden van DES, mochten zij bv. verhuizen naar een andere locatie binnen Papendrecht? Wat wordt dan de functie van dit deel van de verkaveling? Is woningbouw dan alsnog een optie, zoals ook in de eerste schetsen werd weergegeven. En hoe werkt het dan? EERSTE TERMIJN COLLEGE Wethouder JANSSEN merkt m.b.t. motie M10.1. Studioappartementen Van der Palmgebied op dat het formele overleg en de feitelijke onderhandelingen met de Bethlehemkerk nog moeten beginnen.

Uiteraard heeft er vooroverleg plaatsgevonden en heeft men de mogelijkheden met elkaar verkend. Dat is ook de reden waarom men in de eerdere plannen al een mogelijke invulling zag die nog niet is ingevuld door de gemeente of kerk. Het is goed dat de raad via de gebruikelijke kaders haar wensen voor ontwikkeling van woningen in een vroeg 19

Verslag besluitvormende raadsvergadering 3 juli 2025

stadium aan het college meegeeft. De motie die nu echter is opgesteld helpt juist weer niet. Er is sprake van 2 grondeigenaren en een gedeelde ontwikkeling en beide grondeigenaren hebben verschillende doelen. Het doel van de Bethlehemkerk is voornamelijk financieel. Met de opbrengst wil men de kosten dekken voor de renovatie van de kerkzaal, een stukje opbouw op het middendeel en de totale vernieuwing van de technische installaties. Het doel van de gemeente is het toevoegen van een woonfunctie in de gebiedsontwikkeling van het Van der Palmgebied. Om te achterhalen of deze doelstellingen haalbaar zijn en bij elkaar kunnen komen, is sowieso de beschikbaarheid van een ontwikkelruimte nodig. Dat is het besluit dat men vanavond neemt. De motie geeft hierin wel een heel erg gedetailleerd kader mee. Dat kader is zijns inziens te beperkend in het onderzoek naar een optimale variant die invulling geeft aan de doelstelling van beide grondeigenaren. Het is dan ook logisch dat de toekomstige doelgroep, welke dat dan ook is, moet passen bij het karakter van het gebied. In dat opzicht zijn meerdere doelgroepen denkbaar: jongvolwassenen, andere alleenstaanden, jongvolwassen stellen zonder kinderen, maar zelfs ook ouderen die zich lekker voelen bij reuring.

De motie zou alleen uit te voeren zijn, in de situatie waar er geen sprake zou zijn van een gedeelde ontwikkeling en de gemeente het eigendom van de betreffende delen van en rond de kerk zou verwerven. De ervaringen in de afgelopen tientallen jaren laten echter zien dat over het algemeen de verwervingskosten dan hoger zijn dan de opbrengsten die te verwachten zijn. Tenzij men ca. 10 of 15 jaar wil wachten met het ontwikkelen en bouwen. Vanuit de Bethlehemkerk is de belangrijkste boodschap: hou oog voor meerdere doelgroepen en woonconcepten. Dat is ook het idee van het college, in zijn algemeenheid kijkt men altijd naar de aard van de locatie en de huidige en toekomstige woningmarktsituatie. Dat heeft meestal een goed resultaat. (Hierbij noemt hij de Veerpromenade, waarbij 1/3 starterswoningen zou moeten zijn. Het proces dat heeft geleid tot een ondertekening van de burgemeester met de projectontwikkelaar laat zien dat 67% aan starterswoningen gerealiseerd gaat worden. Wanneer de opdracht precies 1/3 was geweest, was dit misschien niet het geval geweest. Hier wordt gebouwd met meer dan men gewenst heeft en met andere woonconcepten die in datzelfde gebouw hun invulling krijgen). M.b.t. de motie vindt ook hij dat deze anders verwoord kunnen worden. Hierbij kan men een oproep doen aan het college om iets mee te nemen in de onderhandelingen met de kerk. M.b.t. punt 1.

waarin het college wordt verzocht merkt hij op dat in een proces waarin men op zoek gaat naar de samenwerking met de Bethlehemkerk, men een dergelijk gedetailleerd kader van de gemeenteraad niet eenzijdig kan opleggen. Daarnaast is het m.b.t. punt 2. in het haalbaarheidsonderzoek altijd mogelijk koopstudio's als mogelijk woontype mee te nemen, maar dat kan nooit met een absolute garantie. M.b.t. punt 3. merkt de wethouder op dat voor het stadium van het bepalen van de haalbaarheid het gevraagde een te gedetailleerd niveau is. Hij is er persoonlijk wel van overtuigd 20

Verslag besluitvormende raadsvergadering 3 juli 2025

dat een eenvoudige inrichting altijd moet leiden tot een lagere prijs. Maar dat staat er eigenlijk al. Verder merkt de wethouder onder punt 4. op dat de genoemde eis niet past in een proces waarin men op zoek gaat naar een samenwerking met de Bethlehemkerk in een gedeelde ontwikkeling. M.b.t. punt 5. merkt hij op dat de raad altijd via de normale routes geïnformeerd zal worden over de voortgang. De wethouder zegt toe de programmatische wens van de raad mee te zullen nemen in het haalbaarheidsonderzoek, zonder daar nu een garantie over te geven, en de raad hierover terugkoppeling te geven. Het college ontraadt de motie echter met klem. M.b.t. de vraag van mevrouw Van Es of het Van der Palmgebied als beeldbepaalde locatie moet worden toegevoegd, merkt hij op dat dit oordeel altijd aan de raad is. De vraag is hierbij wel, waarom men dat zou willen. Men heeft inmiddels binnen de wensen en kaders die de raad eerder heeft gesteld al aangegeven dat men dit een belangrijke en wenselijke ontwikkeling vindt in het Van der Palmgebied. Wethouder VAN DER BORG dankt voor amendement A10.2. Neem gymnastiekvereniging Olympia en handbalvereniging DES’72 mee in de verdere planvorming, de betrokkenheid bij deze verenigingen ondersteunt het college van harte.

Hierbij merkt hij op dat men al jaren in gesprek is over de planontwikkeling in het Van de Palmgebied en de inpasbaarheid van alle wensen die door alle partijen zijn genoemd, in het kader van het haalbaarheidsonderzoek van Synarchis en de inpassing van de verschillende verenigingsactiviteiten en de verwerving van de eigendommen van de verenigingen. De opgave is om alle activiteiten en wensen van de sportverenigingen, inclusief Olympia en DES72, daarbij een plek te geven in het Van der Palmgebied. Men heeft eerder al geconstateerd en besproken dat dit op onderdelen niet mogelijk lijkt. Multifunctioneel gebruik van het maatschappelijk vastgoed betekent ook dat dit hier en daar wat inschikkelijkheid van een aantal gebruikers vereist. Net zoals de OP-fractie benoemt, koestert ook het college de historische band van DES72 en Olympia met Papendrecht. Men blijft, zoals de belofte in de oordeelsvorming is geweest, actief met hen in gesprek om de mogelijkheden -in het Van der Palmgebied of elders in Papendrecht- te verkennen. Ook hij verzoekt de OPfractie hierover wat scherpte te vragen in het amendement. Er zijn 2 opties: men kan het college via het amendement oproepen om met deze partijen in gesprek te blijven om een blijvende plek in Papendrecht te creëren. Dat is in lijn met de toezegging die hij in de oordeelsvorming heeft gedaan.

(Daarbij is het goed te kijken naar het woord planvorming, hetgeen suggereert dat het sec dit gebied gaat.) De andere optie, blijf in gesprek met deze verengingen om een plek in dit gebied te creëren, is contraire aan de besluitvorming zoals deze avond voorligt. In dat geval ontraadt het college dit amendement. (Schorsing 22.05 – 22.20 uur op verzoek van de D66-fractie)

21

Verslag besluitvormende raadsvergadering 3 juli 2025

Mevrouw VAN ES merkt op dat de motie ongewijzigd in stemming zal worden gebracht. TWEEDE TERMIJN RAAD De heer LAMMERS kan zich vinden in de opmerking dat het woord planvorming het amendement te stellig bindt aan het Van de Palmgebied. De interpretatie van zijn fractie is: het meenemen in de planvorming bij het vinden van geschikte huisvesting voor Olympia en DES72 binnen de gemeente Papendrecht. Geluisterd hebbende naar het college valt dit wel binnen de strekking van het college en zou het amendement om die reden niet ontraden worden. Men heeft de tekst van het een amendement veranderd en punt 5. als volgt geformuleerd: Gymnastiekvereniging Olympia en Handbalvereniging DES72 actief mee te nemen in de onderhandelingen, gericht op een plek binnen de gemeente Papendrecht. Het is van de planvorming bij het Van de Palmgebied verruimd richting het grondgebied van de hele gemeente Papendrecht, met een inspanningsverplichting om voor die verenigingen een goede vervangende huisvesting te vinden. De heer VAN DEN DOOL merkt per interruptie op dat zijn fractie veel sympathie heeft voor de oproep, maar vraagt zich af wat deze toevoegt aan de toezegging van de wethouder, waarop de heer LAMMERS aangeeft dat men een discussie zou kunnen beginnen over wat er is toegezegd en wat er van toezeggingen wordt nagekomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/1091/documents/16203