CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag Besluitvorming 27.3.2025.pdf

Raadsvergadering Papendrecht 17 april 2025, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 5: Vaststellen verslag 27 maart 20256.116 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

16 alinea's met “verslag”: 1 2 6 10 14 25 29 33 37 41 45 49 54 58 62 66

Verslag besluitvormende raadsvergadering 27 maart 2025

VERSLAG VAN DE OPENBARE BESLUITVORMENDE RAADSVERGADERING VERGADERING VAN DE GEMEENTERAAD VAN PAPENDRECHT d.d. 27 maart 2025 (aanvang 20.00 uur) Een integrale geluidsopname van deze vergaderingen is te beluisteren op www.papendrecht.nl Aanwezig: Mevrouw M.J.M. van Driel, (voorzitter); De dames: A. Bokma (VVD), T.C. van Es (D66), H.C.T.J. Hoekstra (OP), A.A.S. Stigter (CU), A. Verschoor - De Winter (CDA), H.M. van Wijngaarden (PAB) en de heren: A. Boersma (SGP), L. Bruijniks (PAB), L.T. van den Dool (CDA), P.J. van der Giessen (VVD), W. Goudriaan (SGP), G.C.H. Hardam (OP), N. van Heteren (D66), X.D.R. Janssen (PAB), P.C. Grimmius (GL), R. Lammers (OP), A. Rietveld (CU), R. Schuil (CDAH.D. Stouthart (VVD), A. Tieleman (PAB) en M.H.A. Verweij (PAB). De heren J.W. van der Borg, J.L. van Erk, A.M.J.M. Janssen en A.J. Kosten; wethouders. De heer M. Hermans, interim griffier; De heer J. Lier, pl. griffier/raadsadviseur. Verslaglegging: Jeanine Nieuwstraten Afwezig: mevrouw D. Yildiz-Karso (PvdA) en de heer K. Spitsbaard (OP). Mevrouw W. Renzen-van Leeuwen, wethouder. 01.

Opening. De VOORZITTER opent de raadsvergadering en heet eenieder van harte welkom. Zij merkt op dat door de afwezigheid van mevrouw Karso niet alle fracties vertegenwoordigd zijn, maar dat men tot en met agenda punt 7 20 besluitvormende stemmen heeft en nog steeds een beslissing kan nemen. Na de benoeming van een tijdelijk raadslid bij agenda punt 8 zijn er door deze gemeenteraad 21 besluitvormende stemmen uit te brengen. Tevens geeft zij aan dat ook de heer Spitsbaard afwezig is.

02.

Vaststelling van de agenda. De VOORZITTER merkt op dat conform het regelement van orde de motie vreemd aan het orde van de dag als laatste punt, agendapunt 11, aan de agenda is toegevoegd. Verder geeft zij aan dat na de behandeling van de omgevingsvisie 2.0 op 20 maart jl. is afgesproken de verdere behandeling hiervan te inventariseren. Naar aanleiding hiervan hebben de meeste fracties de voorkeur uitgesproken om dit agendapunt tijdens de raadsvergadering van 17 april as. te behandelen. Zij gaat er vanuit dat er tijdens de oordeelsvorming van 10 april ook geen behoefte zal zijn hier op terug te komen. 1

Verslag besluitvormende raadsvergadering 27 maart 2025

De agenda wordt aldus gewijzigd en vastgesteld. 03.

Mededelingen. Wethouder VAN ERK merkt op dat het AB van de GR Sociaal deze morgen heeft besloten te stoppen met de pilot powerfull aging in de huidige vorm en te starten met een aangepaste pilot herstelgerichte ondersteuning waarbij het verplichte karakter zal worden beëindigd. Een vrijwillig aanbod om inwoners de mogelijkheid te geven via fysieke training hun fitheid en vitaliteit te vergroten. Door het verplichte karakter te laten vervallen wil het AB recht doen aan het geluid dat deze verplichting voor sommige inwoners een struikelblok was. Men zal uitgebreider ingaan op de verschillende besluiten in een RIB die men binnenkort ontvangt. Er zijn verder geen mededelingen.

04.

Vaststelling verslagen raadsvergadering 6 en 10 maart 2025. De verslagen worden ongewijzigd vastgesteld.

05.

Vragenkwartier. Mevrouw BOKMA stelt een aantal vragen inzake de leegstand en spookbewoning in Papendrecht. 1. Is dit aantal bij het college ook bekend? Wethouder JANSSEN zegt dat langdurige leegstand ongeveer 1% is. Het planbureau voor de Leefomgeving gaat ervan uit dat in een gezonde woningmarkt een leegstand van ongeveer 2% normaal is. 2. Kan aangegeven worden bij hoeveel van deze woningen het gaat om legale of illegale kamerverhuur en daadwerkelijke leegstand langer dan 1 jaar? Wethouder JANSSEN antwoordt dat hij dit niet kan aangeven. Men zou dit nader kunnen onderzoeken, maar de vraag is of dit zinvol is. 3. Welke acties worden er ondernomen? Wethouder JANSSEN zegt dat er diverse acties lopen, bv. in het kader van de eigen regels rond onzelfstandige huisvesting, waarbij de illegale onderverhuursituaties in beeld komen en worden aangepakt. Op korte termijn ziet men geen noodzaak hier andere acties aan toe te voegen. 4. Zijn dit alleen koopwoningen of ook woningen van Woonkracht 10 of grote commerciële verhuurders? Wethouder JANSSEN kan deze vraag niet beantwoorden. Wel is duidelijk dat Woonkracht10 zich niet herkent in deze cijfers. De woningen van Woonkracht10 staan soms tijdelijk leeg voor onderhoud of voor verhuizing, maar geen enkele woning staat voor een jaar of langer leeg. 5.

Wat is de verwachting voor de stand van begin 2025? Wethouder JANSSEN verwacht dat de leegstand voor 2025 ook binnen de gezonde marge van 2% blijft. 2

Verslag besluitvormende raadsvergadering 27 maart 2025

06.

Er zijn verder geen vragen. Ingekomen stukken en ter inzage gelegde stukken. Ter inzage gelegde stukken: I. het voorstel om de onder categorie I ingekomen stukken voor kennisgeving aan te nemen (de betreffende stukken zijn al als ingekomen stuk te boek gesteld en aan de orde geweest in de vergaderingen van de raadscommissies): de raad gaat hiermee akkoord. II. Het voorstel om de onder categorie II ingekomen stukken (die hierbij rechtstreeks te boek worden gesteld ten behoeve van de onderhavige vergadering van de gemeenteraad) als volgt te behandelen: II.A. De ingekomen stukken (afkomstig van derden) voor kennisgeving aan te nemen; de raad gaat akkoord met de voorgestelde wijze van afdoening. II. D. de ingekomen stukken (afkomstig van het college) voor kennisgeving aan te nemen; de raad gaat akkoord met de voorgestelde wijze van afdoening. II. E. De antwoorden (afkomstig van het college) op RvO ex art. 40 vragen voor kennis aan te nemen; de raad gaat akkoord met de voorgestelde wijze van afdoening. Voor het overige zijn er geen bijzonderheden en wordt dit agendapunt afgesloten. HAMERSTUKKEN

07.

Verlenging benoeming tijdelijke wethouder i.v.m. vervanging tijdens ziekte. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.

08.

Benoeming tijdelijk raadslid i.v.m. vervanging wegens ziekte. De heer H. Bezemer, fractievoorzitter van de CU-fractie, heeft aangegeven langdurig ziek te zijn en heeft een verzoek tot tijdelijk ontslag ingediend. Om deze reden zal als tijdelijke opvolger de heer A. Rietveld benoemd worden. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. Aansluitend feliciteert de VOORZITTER de heer Rietveld met zijn benoeming.

09.

Nieuwe programma-indeling begroting. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.

10.

Privacy beleid. 3

Verslag besluitvormende raadsvergadering 27 maart 2025

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. BESPREEKSTUKKEN: 11.

Motie vreemd aan de orde van de dag: Burgerberaad in Papendrecht De heer VAN HETEREN geeft aan dat zijn fractie n.a.v. het initiatief van de burgerbegroting, de burgerraad als instrument voor democratische vernieuwing in Papendrecht (mede de reden waarom de D66-fractie ooit is opgericht) wenst te onderzoeken. Overwegingen hiervoor zijn o.a. dat dit wordt onderschreven door de VNG en het ministerie van Binnenlandse Zaken als iets waardoor de betrokkenheid van inwoners bij gemeentelijke besluitvorming verbeterd kan worden en het de kans biedt om op een gestructureerde en inhoudelijke manier inwoners invloed te geven op lokaal beleid. Verder zijn de burgerberaden in diverse gemeenten succesvol ingezet als instrument voor participatie en democratische vernieuwing en is hiervoor inmiddels een evaluatieladder beschikbaar. Omdat men begrijpt dat een burgerraad niet zomaar ingevoerd zal worden, heeft men de motie opgesteld als een voorzichtige, verkennende, onderzoekende oproep aan het college om dit te onderzoeken. Het dictum van motie M11.01. Burgerberaad in Papendrecht luidt als volgt: Verzoekt het college: 1. te verkennen of en op welke wijze een burgerberaad in Papendrecht ingezet kan worden als instrument voor inwonersparticipatie; 2. in deze verkenning de ervaringen van andere gemeenten en de VNGhandreiking te betrekken; 3.

daarbij te onderzoeken: - welke thema’s zich zouden lenen voor een burgerberaad; - hoe representativiteit en inclusiviteit geborgd kunnen worden; wat de (financiële en organisatorische) randvoorwaarden zijn; - hoe dit past binnen het bestaande participatiebeleid van Papendrecht; 4. de gemeenteraad voor het einde van 2025 te informeren over de uitkomsten van de verkenning en daarbij te komen met een voorstel voor eventuele vervolgstappen. EERSTE TERMIJN RAAD De heer VERWEIJ merkt op dat zijn fractie geen tijd heeft gehad een extra fractieoverleg te realiseren en de motie grondig te onderzoeken. De reactie van de PAB-fractie is de motie aan te houden, zodat men deze later zorgvuldig kan bespreken. Nu in stemming brengen betekent voor hen tegen stemmen. Of de motie moet weer een gewoon doen karakter krijgen, waardoor men sneller ervaring krijgt. In dit kader noemt hij de wettelijke verplichting op korte termijn om o.a. het woonwagenbeleid en daarbij aan te wijzen locaties te bespreken. 4

Verslag besluitvormende raadsvergadering 27 maart 2025

Mogelijk geeft dit de gelegenheid om op korte termijn een pilot burgerberaad uit te voeren over dit onderwerp. Een onderwerp waar veel op het spel staat en waarbij de kans op een houding van ‘niet in mijn buurt’ groot is. De vraag is of het college de kans ziet om dit te realiseren en aan de raad of men van mening is dat dit uitvoerbaar is. Mevrouw STIGTER zegt dat de CU-fractie het belangrijk vindt dat inwoners betrokken zijn bij het lokale beleid van de gemeente. Juist in deze tijd, waar de democratie wereldwijd onder druk staat, wil men met mensen verbonden zijn en hen zien en horen. Haar fractie hoopt dat de gemeenteraad besluiten gaat nemen waarvan de inwoners weten dat de raad zich goed heeft laten informeren door de inwoners. Verder geeft zij aan blij te zijn met de huidige participatie, waarvan zij een aantal voorbeelden noemt. Er zijn de inwonersavonden, wijkplatforms, een burgerpanel -waar 800 burgers via enquêtes hun wensen en behoeften kenbaar kunnen maken- en er is een Wmo-adviesraad Sociaal Domein, die ook een formele adviesrol naar het college en de raad heeft. Daarnaast bestaat ook de mogelijkheid om in te spreken bij raadsvergaderingen. De CU-fractie is van mening dat al deze mogelijkheden nog veel beter benut, gestimuleerd en versterkt mogen worden. Men maakt zich zorgen om het feit dat de Wmoadviesraad Sociaal Domein nog steeds onderbezet is.

Juist zij komen op voor kwetsbare mensen en kunnen invloed hebben op het te maken beleid. Wanneer het al moeilijk is om deze raad volledig te bemensen, hoe realistisch is het dan dat men een burgerberaad kan bemensen? Daarnaast merkt zij op dat de ambtenaren op dit moment hard werken aan de participatieverordening. Een verkenning zal opnieuw een beroep doen op deze ambtenaren. Voor een definitieve mening wacht haar fractie de reactie van het college af, maar vooralsnog is haar fractie voor het versterken van de bestaande mogelijkheden. De heer GRIMMIUS, die het woord voert mede namens de PvdA-fractie, is medeindiener van de motie en is groot voorstander van een burgerberaad. In tal van gemeenten in Nederland, maar ook in de wereld, is duidelijk geworden dat dit een praktisch en uitvoerbaar initiatief is om ervoor te zorgen dat een ieder die dat wil lokaal (of nationaal) kan bijdragen op maatschappelijke thema's. Dit omdat een burgerberaad een antwoord kan geven op een situatie waarbij toenemende polarisatie aan de orde is. Het kan een ontmoetingsplaatseffect krijgen. Mensen uit alle gelederen van het electoraat maar ook daarbuiten, bv. mensen onder de 18, komen bij elkaar en gaan vanuit allerlei gezichtspunten kijken hoe een probleem eventueel aangepakt en opgelost kan worden.

Op die manier wordt er een stuk minder in ideologische hokjes gedacht en levert dat mooie resultaten op. Polarisatie die wel speelt op sociale media en dus ook af en toe in de politieke arena, is daarmee opeens een stuk minder aanwezig op het moment dat iedereen daarover met elkaar in gesprek kan gaan, met als doel het 5

Verslag besluitvormende raadsvergadering 27 maart 2025

vinden van een gezamenlijke oplossing. Hierbij noemt hij het voorbeeld van Ierland, dat bekend staat om zijn katholieke en in bepaalde opzichten conservatieve aard, waar een nationaal burgerberaad is gekomen over euthanasie (of abortus). Tegen de verwachting in kwam daar een heel mooi resultaat uit, waar het grootste gedeelte van het volk mee kon leven. Dit ondanks dat men dit van tevoren -zeker in de politieke verhoudingen- niet had verwacht. Hiermee wil de heer GRIMMIUS uiteraard niet zeggen dat het een manier is om altijd maar de zin door te drijven. Het is echter wel een manier om te laten zien dat het volk op het moment dat men met elkaar praat tot mooie resultaten kan komen. Dit zou men in Papendrecht ook over bepaalde thema’s kunnen doen. Het voorstel van de heer Verweij is er wellicht een dat in aanmerking zou kunnen komen. Omdat het dictum van de motie zodanig is opgesteld dat er niks vastligt, kan men dit later nog bespreken. Als voorbeeld noemt hij bv. asielzoekerscentra en het omgaan met vuurwerk. Wat zijn fractie betreft, en ook wat namens de PvdAfractie, een mooie optie om mee te nemen in de gereedschapskist om inwoners echt te betrekken bij de besluitvorming op thema's waar het soms lastig kan zijn. De heer VAN DER GIESSEN vindt het namens zijn fractie belangrijk dat burgers zich gehoord voelen als het gaat om deelname aan beslissingsprocessen.

Er moet voldoende ruimte zijn om hun mening te geven over het onderwerp in kwestie en men moet hen daarna meenemen in het proces, door hen op de hoogte te houden. Burgerberaden worden vaak aangeprezen als een manier om de democratie te versterken. Zijn fractie is echter bang dat ze juist de chaos in de democratie vergroten en problemen verergeren in plaats van ze op te lossen. Mensen hebben vaak niet voldoende kennis om geïnformeerde beslissingen te nemen. Hun meningen kunnen gebaseerd zijn op de verkeerde gronden, zoals eigenbelang of onderbuikgevoelens, in plaats van het algemeen belang. Dit kan leiden tot inefficiënte besluitvorming, die niet het beste belang is voor de samenleving. Daarnaast is een burgerberaad niet efficiënt, vooral omdat er veel verschillende meningen zullen zijn om tot een eensgezinds oordeel te komen. Dit kan de besluitvorming vertragen en compliceren, wat niet bevorderlijk is voor het oplossen van urgente problemen. Een andere zorg is dat de grootste schreeuwers eerder hun zin krijgen dan mensen die zich bescheidener opstellen. Dit kan de uitkomst van een burgerberaad oneerlijk beïnvloeden en leiden tot besluiten die niet representatief zijn voor de meerderheid. Net als bij vele andere vormen van burgerparticipatie vormt de daadwerkelijke deelname van degenen die zijn ingeloot een van de grootste uitdagingen.

Het is een participatievorm die veel geld, tijd en inzet kost en niet iedereen kan, wil of durft die tijd vrij te maken. Dit kan resulteren in een lagere opkomst en een gebrek aan representativiteit. Uiteraard is men bereid na te denken over alternatieve manieren om de democratie te versterken, zonder de nadelen van burgerberaden. Men dient te blijven streven naar effectieve en inclusieve participatievormen die echt bijdragen 6

Verslag besluitvormende raadsvergadering 27 maart 2025

aan het welzijn van de samenleving en eerst te investeren in hetgeen er al is. Men stelt voor eerst verdere invulling te geven aan de participatieverordening. Om deze reden vindt de VVD-fractie deze motie iets te vroeg. Afsluitend merkt hij richting de PAB-fractie op dat een pilot inzake het woonwagenbeleid een van de mogelijkheden zou kunnen zijn om een keer uit te proberen. De heer LAMMERS staat namens zijn fractie positief tegenover de motie. Het burgerberaad is -als tegenhanger geldt de vertegenwoordigende democratie- een vorm van deliberatieve democratie. Het is een bestuurssysteem waarbij politieke beslissingen worden genomen op basis van overleg, doordachte discussie en debat tussen leden van de gemeenschap. Het verruimt de scoop van de mensen die in een samenleving leven en een bepaald besluit willen nemen. De motie vindt men heel verstandig, voorzichtig en veilig opgesteld. Men deelt de mening dat Papendrecht gebaat is bij vernieuwende vormen van participatie, die aansluiten bij landelijke ontwikkelingen. Ook is een zorgvuldige verkenning wenselijk om te beoordelen of en hoe een burgerberaad passend is in Papendrecht. Om deze reden vraagt de motie het college om te verkennen op welke wijze een burgerberaad in Papendrecht ingezet zou kunnen worden als instrument voor inwonersparticipatie.

Omdat men eerst beter moet bepalen wat de plek van het burgerberaad zou kunnen zijn, vindt de heer LAMMERS het nog niet verstandig om in te gaan op het idee van het PAB-fractie. Men steunt de analyse die GL en de PvdA-fractie hebben gegeven over de noodzaak en wenselijkheid van een burgerberaad in Papendrecht. Men is niet bang dat hierdoor onderbuikgevoelens het overnemen van verstandig denkende burgers in de samenleving. Het is wel een nieuw instrument of een nieuwe manier van met elkaar tot besluitvorming komen. De heer VAN DEN DOOL geeft aan dat net zoals bij de initiatiefnemers de D van democratie in hun fractienaam zit. In werkgroepen merkt hij ook dat het hart inderdaad op die plek van het versterken van de democratie zit. Ditzelfde geldt voor het gloedvolle betoog van de GL-fractie. Maar toch is de CDA-fractie niet voor de motie. Men is van mening dat het op dit moment allemaal iets te veel gaat worden. Er is de kinderburgemeester, er is komende maand de Papendrechtse initiatieftafel en de nieuwe participatieverordening, waaraan iedereen (ambtelijk, bestuurlijk, de raad en inwoners) moeten wennen. Verder noemt hij het digitale burgerpanel van het onderzoekscentrum Drechtsteden dat recent weer is uitgebreid bij het traject rond de toekomststrategie van Papendrecht. Van deze zaken maakt men (ook de raad) veel te weinig gebruik.

Het is de (breder gedeelde) wens dat de beeldvorming veel interactiever en veel meer van en met de samenleving vormgegeven zou moeten worden. Met een burgerberaad bovenop al deze zaken loopt men het risico een eigen teleurstelling te organiseren. De heer VAN DEN DOOL is zich ervan bewust dat er wordt 7

Verslag besluitvormende raadsvergadering 27 maart 2025

gevraagd om een verkenning, maar merkt op dat deze wel binnen een half jaar wordt gevraagd en zegt dat ook een verkenning verwachtingen wekt. De heer BOERSMA zegt dat de heer Van Heten verwees naar de traditie die de D66-fractie heeft m.b.t. staatskundige en democratische vernieuwingen. Het is geen geheim dat de SGP-fractie daar nooit de grootste fan van is geweest. Tegelijkertijd deelt men wel de mening dat er wat moet gebeuren om burgers meer te betrekken bij politiek en bij politieke besluitvormingsprocessen. Burgers voelen zich deels niet vertegenwoordigd door de politiek en besluitvorming staat op afstand van veel mensen. Tegelijk is men hier ook al mee bezig. Naast de Papendrechtse initiatieftafel en het burgerpanel noemt hij de participatieverordening die eraan komt, die elementen bevat van wat hier wordt voorgesteld. Dit biedt verschillende mogelijkheden en verschillende gradaties om burgers te betrekken bij besluitvorming. Daarnaast noemt hij het participatietraject in het kader van de strategische visie, waar het komende jaar veel aandacht, tijd en energie in zal worden gestoken. Ook zijn fractie spreekt de voorkeur uit zich daarop te focussen. Een onderzoek doen of men hieraan nog een extra initiatief kan toevoegen vindt men te veel van het goede.

Uiteraard erkent de heer BOERMSA dat er een aantal succesvolle initiatieven zijn geweest, maar hij is van mening dat een burgerberaad nooit een doel op zichzelf moet zijn. Het is een middel, een instrument in de gereedschapskist zoals genoemd door de heer Grimmius. In dit kader merkt hij op dat gereedschappen nooit zonder risico zijn: met een hamer kan men een spijker in de muur slaan, maar men kan zichzelf ook op de vinger slaan. Dus er kleven ook wel nadelen aan een burgerberaad. Draagvlak is van belang en de mate van commitment van de politiek aan de uitkomst van een burgerberaad is natuurlijk ook een spannende vraag. Meer principieel hecht de SGP-fractie altijd aan de waarde van een representatieve democratie, met ook oog voor de positie van minderheden binnen de besluitvorming. Binnen het burgerberaad wordt toch gezocht naar de grootste gemene deler, een consensusgerichte aanpak. M.b.t. het voorbeeld van Ierland en abortus vraagt hij zich af hoe de positie van een minderheid, die zich bijvoorbeeld verzet tegen een wijziging van de abortuswet, is geborgd in het proces. Er is gezocht naar consensus, maar op een dergelijk onderwerp zou de SGP-fractie dit heel moeilijk te accepteren vinden. Er zijn wel vergelijkbare onderwerpen te bedenken voor een burgerberaad.

Hij vindt echter wel dat het risico bestaat dat het ideologische element in de politieke discussie naar de achtergrond raakt. Uiteraard begrijpt de heer BOERSMA dat de motie vraagt om een onderzoek, maar in het licht van het voorgaande kiest zijn fractie ervoor zich te richten op zaken die reeds in gang zijn gezet en waar heel veel tijd en energie in is gestoken. EERSTE TERMIJN COLLEGE 8

Verslag besluitvormende raadsvergadering 27 maart 2025

Wethouder KOSTEN vindt het goed dat het thema participatie belangrijk is voor de raad. Omdat de meningen en opvattingen onderling wel uiteenlopen vindt het college dit lastig en zegt het college dat het oordeel over de motie aan de raad is. Hierbij heeft hij wel een aantal opmerkingen. Als er behoefte is aan het burgerberaad, kan dat uiteraard toegevoegd worden als instrument aan het palet dat de gemeente qua participatie reeds heeft. Het college geeft er echter de voorkeur aan zich te richten op de bestaande zaken m.b.t. participatie. Men is daarom van mening dat de motie ook wel wat vroeg is. De timing die de motie vraagt betekent concreet dat niet te verwachten is dat er deze bestuursperiode iets gedaan wordt met het burgerberaad. Daarnaast dient men zich er bewust van te zijn dat de uitvoering van een burgerberaad, omdat een burgerberaad veelal door een externe partij wordt gedaan, geld kost. Zou men dit wel zelf doen, kost het ook iets qua capaciteit. Dit zijn zaken die de wethouder zonder verkenning reeds kan zeggen. Daarnaast vraagt het onderzoek en de verkenning ook tijd en capaciteit, die men liever anders wil inzetten. De vraag is dus vooral of men dit wil en of men dit nodig vindt als aanvulling op het huidige pakket dat reeds bestaat.

En op welke thema’s men dat dan wil en wat dit betekent voor de rol van de raad? Dit zijn vragen waarop het college de antwoorden niet direct heeft. Om deze reden zegt men: oordeel raad. Schorsing 20.42 – 20.46 uur TWEEDE TERMIJN RAAD De heer VAN HETEREN is blij dat de PAB-fractie open staat voor het idee van de motie en zelf een thema aandroeg. M.b.t. de door de CU-fractie (en diverse andere fracties) genoemde reeds bestaande participatiemiddelen, waaronder het burgerpanel, merkt hij op dit zelf een passief middel te vinden, waarbij men een online enquête kan uitsturen. Uiteraard vindt zijn fractie dit wel heel waardevol om inzichten te krijgen. Het burgerberaad ziet de heer VAN HETEREN als iets wezenlijk anders dat er nog niet is, waarbij inwoners met elkaar in gesprek kunnen gaan. Richting de VVD (en PAB)-fractie verontschuldigt hij zich voor het feit dat men geen kans heeft gehad om zich in de motie te verdiepen. Hij heeft in hun woordvoering een aantal vooroordelen gehoord die niet op de waarheid berusten en die volgens de ervaringen vanuit de VNG/de pilot gemeentes en het ministerie van BiZa ook niet kloppen. Het is juist het tegenovergestelde van wat wordt bereikt in de burgerberaden. Inwoners gaan met elkaar in gesprek en vinden consensus.

Dit doen ze niet op basis van vooroordelen, maar ze gaan met kennis en experts in gesprek en vinden daardoor meer nuance en relativering over soms gevoelige onderwerpen. Verder wordt er gelet op diversiteit van de groep, zodat niet de grootste schreeuwers altijd het woord voeren, en wordt de burgerberaad begeleid. M.b.t de inloting merkt hij op dat het door inwoners 9

Verslag besluitvormende raadsvergadering 27 maart 2025

wordt gewaardeerd om aan een burgerberaad deel te nemen en hier tijd voor vrij te maken. Om deze reden vraagt hij zich af waar de VVD-fractie haar informatie vandaan haalt, waarop mevrouw BOKMA per interruptie vraagt of het hebben van een andere mening volgens de heer Van Heteren betekent dat men zich niet voldoende heeft ingelezen. De heer VAN HETEREN heeft het meer opgevat als feiten die gedeeld werden en die niet overeenkomen met de feiten die te vinden zijn. Wanneer dit de mening van de VVD-fractie is, ziet hij dit vooral als vooroordelen, maar uiteraard mag een iedere hun eigen mening hebben. Richting het CDA, de SGP-fractie en het college, die spraken over focussen op de huidige participatie instrumenten, is hij het ermee eens dat men deze inderdaad moet versterken. Hij hoopt daarom ook dat men daar gezamenlijk het eigenaarschap voor gaat dragen, om deze tot een succes te maken. Zelf is hij het eens met de heer Grimmius dat men een gereedschapskist met participatiemiddelen moet hebben, die voor zijn fractie niet groot genoeg kan zijn. Omdat zijn fractie het eens is met de opmerkingen inzake de participatieverordening wordt in de motie opgeroepen om te onderzoeken en te verkennen en niet direct in te voeren, maar om dit als een koppelkans te zien. De heer VERWEIJ heeft geen antwoord van de wethouder gehoord of een lightversie burgerberaad een optie is. M.b.t.

de teleurstellende resultaten van de huidige participatiemiddelen is hij van mening dat goede communicatie over de mogelijkheden richting inwoners kan leiden tot meer participatie. De laatste keer was er bij een participatiebijeenkomst in de speeltuinvereniging De Zonnebloem helaas niet één inwoner. Ook de bijeenkomst inzake het mobiliteitsplan waren er heel weinig (minder dan 5) inwoners. De mensen die er waren ging het alleen over hun eigen straat. De heer GRIMMIUS is het per interruptie eens met de voorbeelden die de heer Verweij noemt. Zijn vraag zou daarom juist zijn of er dan niet juist de noodzaak is om te kijken naar iets anders dat misschien wel werkt. De heer VERWEIJ zegt dat men dan zou stapelen met een nieuw instrument, waarvan men het effect ook nog niet kent. Verder merkt hij op dat bij een destijds gehouden enquête, waarbij werd gevraagd of men betrokken wilde worden bij beslissingen, hoog werd geschoord op het antwoord ‘ja’. Op de vraag of men bereid zou zijn zich hiervoor actief in te zetten werd echter heel laag geschoord. Men wil wel veel horen en uitgelegd hebben, maar wanneer men zich hiervoor moet inzetten, is dat een ander verhaal. Hij is zich ervan bewust dat een burgerberaad anders werkt, waarbij mensen worden ingeloot en er sprake is van een representatieve steekproef. Omdat deze mensen overdag worden vrijgehouden moet hiervoor worden betaald.

Hij vraagt de wethouder nogmaals naar de mogelijkheid van een kleinschalige pilot om dit uit te proberen.

10

Verslag besluitvormende raadsvergadering 27 maart 2025

Alles overwegende en de mening van het college gehoord hebbende is mevrouw STIGTER namens haar fractie van mening dat het helaas nog te vroeg is voor een burgerberaad. De heer GRIMMIUS is blij dat het college ruimte ziet om dit eventueel toe te voegen en het oordeel aan de raad te laten. Om deze reden is het aan de raad hier het gesprek over te voeren. In navolging van de heer van Heteren heeft ook hij een aantal zaken gehoord over de burgerberaad die niet helemaal kloppen. M.b.t. de reeds bestaande participatie instrumenten en wat een burgerberaad hier aan zou toevoegen geeft hij aan dat de bestaande middelen vooral reactief zijn en een passieve manier van participatie. Met de Papendrechtse Ideeëntafel een voorstel van GL en D66- komt er een wat meer proactieve vorm van participatie aan, maar met het burgerberaad zou men hier een tweede vorm aan toe kunnen voegen. Hierbij legt men de bal echt bij de inwoner en krijgen zij vanaf het eerste begin de kans om mee te praten over wat men doet, i.p.v. hen alleen te laten reageren op wat de raad/het college aangeeft. In die zin ziet de heer GRIMMIUS het verschil met de middelen die er op dit moment zijn. De heer VERWEIJ vraagt per interruptie of de participatiemogelijkheid met de participatieverordening al niet op die manier versterkt wordt. De wet versterkt de betrokkenheid van inwoners bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie.

De heer GRIMMIUS zegt dat dit inderdaad beoogd wordt, maar dat het nog maar de vraag is of dat ook daadwerkelijk zal gebeuren. Hierbij merkt hij op dat in de participatieverordening een participatieladder zit, waarbij de onderste regionen aangeeft wat men eigenlijk al doet. De vraag is of men ooit boven die eerste twee treden van die ladder uit gaat komen. Tot nu toe doet is dat niet het geval. Dit is een middel dat hiervoor een meer productieve vorm kan zijn. De heer BOERSMA merkt per interruptie met een sportmetafoor op dat Papendrecht in een vrij lage participatie divisie speelt, terwijl wordt voorgesteld in allerhoogste divisie te gaan spelen en zegt dat hiertussen nog behoorlijk wat ruimte zit. Zijns inziens biedt de nieuwe participatieverordening de raad handreikingen om aan de slag te gaan met wat verdergaande en meer proactieve vormen van participatie. Wanneer men hier nog niet mee heeft geoefend, is het dan verstandig op het allerhoogste niveau te willen spelen? De heer GRIMMIUS wil als overtuigd Ajaxied altijd voor de Champions League gaan en nooit settelen voor de Europa League. Ook hier zou men de ambitie willen hebben om op het juiste niveau 100% voor participatie te gaan. Richting de heer Verweij die een kleine pilot voorstelt, zegt hij daarom ‘als je het doet, moet je het goed doen’.

Een aantal zorgen die in de eerste termijn werden gedeeld zijn begrijpelijk, maar zijn ook te voorkomen en zijn afhankelijk van de inrichting. Omdat het echt een serieuze meerwaarde kan brengen is hij van mening dat men de ambitie moet hebben om het ook echt goed te willen doen. De heer SCHUIL merkt per interruptie op dat de wethouder aangaf dat het onderzoek eventueel dit jaar zou plaatsvinden, maar dat het burgerberaad pas 11

Verslag besluitvormende raadsvergadering 27 maart 2025

door het nieuwe college zou worden opgepakt. Op zijn vraag of de heer Grimmius niet bang is dat het onderzoek in de la verdwijnt antwoordt de heer GRIMMIUS dat zijn fractie in juli 2023 een motie voor de burgerbegroting heeft ingediend en dat men over een maand beslist over de Papendrechtse ideeëntafel, die de uitvoering van deze motie is. Er is soms wat nodig voor de uitwerking van een motie, maar dat hoeft de uitvoering van deze motie niet in de weg te staan. M.b.t. de genoemde (terechte) zorgen merkt hij op dat deze bij andere burgerberaden ook aan de orde zijn geweest, dat men hier al van heeft geleerd en dat de gemeente Papendrecht hier ook lering uit kan trekken. In plaats van in te gaan op alle genoemde zorgen raadt hij de raadsleden aan het boek van Eva Rovers te lezen/luisteren, dat is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek naar burgerberaden, waarbij de voor- en nadelen aan de orde komen en de mogelijke problemen waar men tegenaan loopt en de manieren hoe men deze kan lossen. De heer VAN DER GIESSEN merkt richting de heer Van Heteren op dat de VVDfractie zeker sceptisch is. Men heeft de mond vol van participatie, maar in de praktijk ziet men, welke vorm er ook wordt toegepast, dat het heel lastig is om de burger er ook echt daadwerkelijk bij te betrekken.

Om deze reden is men van mening dat er meer energie moet worden gestoken in de reeds bestaande participatievormen alvorens met iets nieuws te starten. M.b.t. de opmerking inzake de mening van de VVD-fractie merkt hij op dat hij deze kan onderbouwen door een onderzoek vanuit het NEC van twee jaar geleden. De heer LAMMERS dankt het college voor de opmerking ‘oordeel raad’. Als de raad het verstandig vindt, dan zal het college hier op een constructieve manier gevolg aan geven. Verder merkt hij op dat de motie niet meer is dan een oproep namens de raad aan een college om iets te gaan onderzoeken. Zijn fractie vraagt zich af wat hier tegen zou kunnen zijn. Of het nu of over twee jaar wordt ingevoerd, vindt men ook niet zo belangrijk. Het gaat er niet om of men voor of tegen een burgerberaad is, het gaat erom of men het wil laten onderzoeken. Mocht het tot een voorstel komen, zou men hier altijd nog tegen kunnen stemmen. Op de vraag van mevrouw STIGTER hoe het onderzoek bekostigd zou moeten worden antwoordt de heer LAMMERS dat dit uit de begroting zou kunnen. Met de laatste woorden van de heer Lammers in het achterhoofd merkt de heer VAN DEN DOOL op dat wanneer men de eigen teleurstelling organiseert, dit ook schade berokkent aan de informele democratie.

Als voorbeeld daarvan noemt hij de discussie inzake wel of geen metro vanuit Rotterdam naar Ridderkerk en de teleurstelling in de veel te grote hoeveelheid van voor inwoners onduidelijke manieren van participatie, die leidde tot afhaakgedrag op grote schaal. Dit kan gebeuren wanneer de gemeente te veel tegelijk wil doen. Waar zijns inziens ook 12

Verslag besluitvormende raadsvergadering 27 maart 2025

over nagedacht moet worden is dat het, wanneer men voor een burgerberaad zou kiezen, eigenlijk maar over één waarde gaat. Het gaat over participatie en responsiviteit in de democratie. Er zijn echter ook andere waarden die misschien veel te weinig aandacht krijgen in de Papendrechtse democratie: de legitimiteit, de rechtsstatelijkheid en effectiviteit. De vraag is of men dan nog – om het in gereedschapskist termen te houden- een vijfde hamer nodig heeft om ook een iets grotere en een iets kleinere spijker in de muur te slaan. Of zou het toch slim zijn om uiteindelijk een tang of zaag aan de gereedschapskist toe te voegen? De heer GRIMMIUS vraagt zich per interruptie af of de heer Van Dool werkelijk meent dat men op dit moment niet aan de andere zaken zoals legitimiteit, rechtsstatelijkheid en dergelijke voldoet en geen tang en zaag heeft. De heer VAN DEN DOOL heeft eerder de kinderburgemeester, participatieverordening, het burgerinitiatief en veel andere participatie instrumenten genoemd. Op dit moment vindt zijn fractie dit voor de samenleving en ambtelijke organisatie genoeg. Over de meer filosofische vraag of men aan zaken zoals legitimiteit, rechtsstatelijkheid en dergelijke voldoet, zou hij graag een keer de discussie willen voeren.

De heer VAN HETEREN vraagt de heer Van den Dool om concrete voorbeelden waarmee men de legitimiteit en rechtsstatelijkheid zou kunnen versterken. De heer VAN DEN DOOL weet geen concrete voorbeelden voor Papendrecht, maar m.b.t. legitimiteit noemt hij handhaving daar waar regels worden overtreden en waar corruptie of criminaliteit een rol speelt zonder dat men dat ziet of merkt. Hij verwijst hierbij naar Pieter Tops die hier hele mooie boeken over heeft geschreven. Ook inzake effectiviteit zijn er goede boeken over bv. de doe-democratie, die op een heel andere manier probeert de democratie te versterken. Hij vraagt zich af of het niet verstandig is om hier nog een keer over na te denken. De heer BOERSMA vond het een mooie discussie. Hij merkt op dat het werk van Eva Rovers schrijft over het onderwerp klimaat, hetgeen een hoogst politieke keuze is. Op de website van de Hans van Mierlo-stichting (het wetenschappelijk Instituut van de D66-fractie) vond hij een reflectie dat het een risico is dat een politieke discussie technisch gevoerd gaat worden. Dit is een risico van een burgerberaad. De heer VAN HETEREN vraagt per interruptie of dat erg zou zijn, waarop de heer BOERSMA van mening is dat dit inderdaad het geval is. De D66fractie heeft, als meer pragmatische partij, een andere invalshoek van hoe men politiek bedrijft dan de SGP-fractie.

In die zin verschilt men hierover van mening. TWEEDE TERMIJN COLLEGE Op de vraag naar de mogelijkheid van een pilot antwoordt wethouder KOSTEN dat het college per keer kijkt wat er qua participatie nodig is om de juiste belangen op tafel te krijgen. Dat kan proactief, dat kan reactief, gewoon doen. Als 13

Verslag besluitvormende raadsvergadering 27 maart 2025

de raad kiest voor het burgerberaad is een pilot zeker mogelijk, mits men hiervoor –‘gewoon uit de begroting’- geld beschikbaar stelt. Dit vraagt wel om afspraken vooraf, o.a. welke rol de raad daarin wil innemen. M.b.t. het concrete voorbeeld (woonwagenbeleid) dat de PAB-fractie noemt, zou hij er heel goed over na willen denken hoe dat bij dit thema uitpakt. Hij zou hier voorzichtig mee zijn. Schorsing op verzoek van de heer VAN HETEREN van 21.15 - 21.17 uur. Aansluitend geeft hij aan de beraadslagingen gehoord hebbende, de motie aan te zullen houden. 12.

Sluiting. De VOORZITTER sluit de vergadering om 21.20 uur, onder dankzegging aan eenieder voor diens inbreng. Interim griffier, De heer M. Hermans

De voorzitter, Mevrouw M.J.M. van Driel

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/1053/documents/15242