Verslag Besluitvorming 24.10.2024.pdf
Tekst van het document
Verslag besluitvormende raadsvergadering 24 oktober 2024
VERSLAG VAN DE OPENBARE BESLUITVORMENDE RAADSVERGADERING VERGADERING VAN DE GEMEENTERAAD VAN PAPENDRECHT d.d. 24 oktober (aanvang 20.00 uur) Een integrale geluidsopname van deze vergaderingen is te beluisteren op www.papendrecht.nl Aanwezig: Mevrouw M.J.M. van Driel, (voorzitter); De dames: A. Bokma (VVD), T.C. van Es (D66), H.C.T.J. Hoekstra (OP), A.A.S. Stigter (CU), A. Verschoor - De Winter (CDA), H.M. van Wijngaarden (PAB) en D. Yildiz-Karso (PvdA) en de heren: H.G. Bezemer (CU), A. Boersma (SGP), L. Bruijniks (PAB), L.T. van den Dool (CDA), P.J. van der Giessen (VVD), W. Goudriaan (SGP), N. van Heteren (D66), P.C. Grimmius (GL), G.C.H. Hardam (OP), R. Lammers (OP), H.D. Stouthart (VVD), A. Tieleman (PAB) en M.H.A. Verweij (PAB). De heren J.W. van der Borg, J.L. van Erk, A.M.J.M. Janssen en A.J. Kosten; wethouders. De heer M. Hermans, interim griffier; De heer M. Swagemakers, raadsadviseur. Verslaglegging: Jeanine Nieuwstraten Afwezig: de heren R. Schuil (CDA) en K. Spitsbaard (OP). 01.
Opening. De VOORZITTER opent de raadsvergadering en heet eenieder van harte welkom. De heren Schuil en Spitsbaard zijn afwezig. Aansluitend volgt een kort moment ter nagedachtenis van mevrouw Verweij-Heijstek. De BURGEMEESTER deelt een aantal mooie herinneringen aan haar, haar diepe betrokkenheid bij Papendrecht en bv. haar verbondenheid met de dodenherdenking op 4 mei. Ook de PAB-fractie heeft vele goede herinneringen die zij zullen koesteren, zoals haar betrokkenheid en rake analyses, maar bovenal haar warme, oprechte en medelevende belangstelling voor haar collega’s. Zij was van onbesproken gedrag, had een groot gevoel voor rechtvaardigheid en was een persoon waar iedereen mee kon opschieten. De BURGEMEESTER spreekt haar steun uit voor haar echtgenoot Martin Verweij en hun beide dochters Hanneke en Marieke. Aansluitend volgt er een minuut stilte, het overhandigen van de bloemen en het condoleanceboek aan Martin, Hanneke en Marieke en een korte schorsing.
02.
Vaststelling van de agenda. 1
Verslag besluitvormende raadsvergadering 24 oktober 2024
De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 03.
Mededelingen. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN heeft meerdere signalen gekregen dat de gemeenteapp regelmatig niet blijkt te werken. Op haar vraag of men hiervan op de hoogte is antwoordt de VOORZITTER dat dit niet het geval is, maar dat men dit zal meenemen. Er zijn verder geen mededelingen.
04.
Vaststelling verslag raadsvergadering 26 september 2024. Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.
05.
Vragenkwartier. De heer LAMMERS stelt de volgende vragen inzake problemen van een inwoners met de riolering aan de Frans Hals straat: 1. Hoe kan deze inwoners ervoor zorgen dat het rioolprobleem wordt opgelost? 2. Is de gemeente bereid ter plekke te gaan kijken en een plan van aanpak op te stellen om dit rioolprobleem definitief op te lossen. 3. En op welke termijn is dit probleem opgelost? Wethouder KOSTEN is niet bekend met de situatie, maar zal het gesprek hierover aangaan met de betreffende inwoner. Indien nodig zal een plan van aanpak worden opgesteld. Het is echter niet automatisch het geval dat de gemeente dit probleem zal oplossen. De heer LAMMERS vindt het bijzonder dat het college niet op de hoogte is, omdat zijn fractie hierover 2 keer een brief heeft gestuurd. Mevrouw VAN ES stelt de volgende vragen inzake de aanpak van Veilig Thuis bij huiselijk geweld. 1. Voldoet Veilig Thuis in Papendrecht aan de wettelijke termijn van veiligheidsbeoordeling na een melding over geweld achter de voordeur? En aan het hanteren van maximaal tien weken voor vervolgonderzoek? Wethouder VAN ERK noemt de volgende cijfers van Veilig Thuis voor de regio over de eerste 8 maanden van 2024: in 72% van de meldingen vindt binnen 5 werkdagen triage plaats, de norm hiervoor is minimaal 95%.
In 71% van de gevallen wordt het onderzoek binnen de termijn van 10 weken afgerond, de norm hiervoor is minimaal 85%. 2. Indien Veilig Thuis niet voldoet, wat heeft het college ondernomen/doet het college om te zorgen dat wel binnen het wettelijk kader wordt gehandeld en kinderen in onveilige situaties op tijd geholpen worden, voordat het eventueel verder uit de hand loopt? Wethouder VAN ERK geeft aan dat bij het opstellen van de begroting van de DG&J voor 2024 het aantal te verwachte meldingen voor de 2
Verslag besluitvormende raadsvergadering 24 oktober 2024
regio tussen de 4.000 en 4.200 zou zijn. Dit blijken echter ruim 5.000 meldingen te zijn geweest, waarbij de oorzaken waarschijnlijk liggen in de landelijke publiekscampagnes en het nakomen van de meldcode. Veilig Thuis heeft bij de begroting voor 2025 gevraagd om een uitbreiding van de formatie om deze stijging op te vangen. Het AB van de DG&J heeft op verzoek van verschillende gemeenten aan Veilig Thuis gevraagd deze vraag, anders dan alleen op basis van het aantal meldingen, nader te onderbouwen. Veilig Thuis is daarop gekomen met een impactanalyse, met daarin een aantal voorstellen om de stijging van het aantal meldingen op te vangen. Deze analyse wordt de komende weken i.o.m. het programma Toekomstscenario Jeugd en Gezin verder uitgewerkt in een aantal concrete voorstellen aan het bestuur van de DG&J, die hier naar verwachting voor het eind van het jaar een besluit over zal nemen. Lokaal werkt het college aan de uitvoering van het PvA huiselijk geweld en kindermishandeling. Hierbij zal zeker aandacht zijn voor de duiding van genoemde cijfers en de wijze waarop het college een aanpak formuleert. Begin 2025 wordt de raad hierover middels een RIB geïnformeerd en, zoals eerder is aangegeven, een beeldvormende raadsbijeenkomst. Veilig Thuis en Sterk Papendrecht zijn gevraagd hieraan deel te nemen.
De heer BOERSMA stelt de volgende vragen inzake de aanhoudende overlast door Fokker. 1. Herkent het college het beeld dat er nog steeds veel overlast voor omwonenden is? Vindt het college dat de maatregelen die tot op heden zijn genomen afdoende werken? Wethouder JANSSEN zegt dat het college ziet dat er nog steeds overlast is. In de zomer leek dit bijna weg te zijn, maar inmiddels ziet men weer een toename. Verder merkt hij op dat de maatregelen effectief zijn, maar dat men blijft werken aan verbeteringen, zoals het instellen van een blauwe zone en de bouw van tijdelijke extra parkeerplaatsen. Men heeft daarnaast een enquête uitgezet over de 11 reacties van overlast door Fokker medewerkers en verwarring over eenrichtingsverkeer. Daarnaast worden begin november snelheidsremmers geplaatst. Verder is Fokker continue in overleg met omwoners inzake geluid, licht, zicht, netheid en gedrag. Dit omvat het plaatsen van geluidschermen, het plaatsen van bewegingssensoren voor verlichting, het aanplanten van bomen voor een fraaier uitzicht, nieuwe afvalbakken en maatregelen tegen verkeerd parkeren. Ook zijn verkeersregelaars ingehuurd om gedrag van medewerkers te verbeteren en er zullen -zodra de procedure daarvoor is doorlopen- 70 extra tijdelijke parkeerplaatsen worden aangelegd. 2.
Wordt er op dit moment extra gehandhaafd op Het Eiland en aan de Anthony Fokkerweg (zoals ook begin 2024 gebeurde)? Wethouder JANSSEN antwoordt dat er 2-3 x per week wordt gecontroleerd.
3
Verslag besluitvormende raadsvergadering 24 oktober 2024
3. Wanneer is er meer duidelijkheid over uitbreiding van de blauwe parkeerzone op Het Eiland? Wethouder JANSSEN geeft aan dat men verwacht hierover binnenkort een besluit te kunnen nemen. 4. De omleidingsroute voor de bouwactiviteiten voor Toren M loopt t/m 15 december via het Aviolandaplein en de Houthaven. Welke maatregelen neemt het college om de verkeersoverlast op dit woonerf tegen te gaan en de verkeersveiligheid te vergroten? Wethouder JANSSEN merkt op dat de overlast die wordt veroorzaakt door het leggen van kabels en leidingen tot 22 november duurt, waarna men aan de slag gaat met de extra oplossingen. 5. Waarom is er geen tijdelijke oplossing verzonnen voor de 21 parkeerplekken die verdwijnen door de bouw van Toren M? Wethouder JANSSEN merkt op dat de oplossing van de blauwe zone hand in hand gaat met de bouw hub en plekken in de parkeergarage. Deze parkeerplekken blijven ter beschikking tot aan de bouw van de parkeerdekken. 6. De motie van PAB, SGP, VVD en CU vroeg dat de bouw van het parkeerdek naast het Fokker hoofdkantoor uiterlijk november 2024 zou worden afgerond. Inmiddels is duidelijk dat dit eind 2024 - begin 2025.
Is de raad hierover geïnformeerd, zo nee, waarom niet? Betekent dit dat de afspraken voor de verhuur van parkeerplaatsen op de Meent ook worden verlengd? Wethouder JANSSEN geeft aan dat wethouder De Keijzer de raad tijdens een oordeelsvormende vergadering heeft geïnformeerd over de vertraging van de bouw van de parkeerdekken. De bouw hiervan wordt nu definitief voorzien in de zomer van 2025. 7. Kunt u binnen twee weken meer duidelijkheid geven over de oplossingen voor de extra parkeerproblematiek ten gevolge van de bouw van het parkeerdek naast het Fokker-hoofdkantoor en wat de rol van Fokker bij die oplossingen zal zijn? Ook de heer LAMMERS stelt de volgende vragen inzake de verkeersproblemen omgeving Havenstraat. 1. Binnen welke norm ligt de door inwoners ervaren overlast? Inwoner spreekt namens meerdere bewoners uit de buurt die liever anoniem willen blijven. Mensen zijn bang met represailles van gemeentewege te maken te krijgen. Dit probleem wordt breed gevoeld. Wethouder JANSSEN geeft aan dat men m.b.t. de norm naar het hele verkeersplaatje kijkt: de parkeernormen en de maximaal toegestane verkeersbewegingen. Er worden in het gebied regelmatig tellingen gedaan en men ziet dat er sprake is van overlast. Dit, ook de normen en kaders die gelden, bespreekbaar maken zal nóóit tegen bewoners worden houden. Alleen de insinuatie al vindt de wethouder laakbaar. 2.
Is het niet mogelijk dat het Fokkerpersoneel wordt verboden nog langer in de buurt te parkeren? Wethouder JANSSEN geeft aan dat een parkeerverbod voor Fokker personeel, omdat het juridisch onhoudbaar is om een parkeerverbod voor 4
Verslag besluitvormende raadsvergadering 24 oktober 2024
een bepaalde doelgroep op te leggen, niet mogelijk is. Daarnaast is dit praktisch ook niet handhaafbaar. 3. Hoe kijkt het college hier tegenaan? Inwoners van de Havenstraat en de Eilandstraat zijn het parkeren door Fokker personeel zat en vragen of er niet een tijdelijk parkeerverbod kan komen, zodat zij tenminste in hun eigen straat kunnen parkeren. 4. Heeft het college kennisgenomen van het feit dat een aantal buurtbewoners hun huis te koop heeft gezet en/of uit onvrede met de ontstane situatie is verhuisd? Dat is een indicatie dat het ter plekke niet goed gaat. Wethouder JANSSEN geeft aan dat het college niet gaat zinspelen op redenen van de verkoop van een huis. De heer LAMMERS vindt het vreemd dat het college niet op de hoogte is van het feit dat mensen om deze reden verhuizen. Wethouder JANSSEN geeft nogmaals aan hierover niet te willen zinspelen. 5. Is het college er ook mee bekend dat dit voorkomt op het Westeind, waar ook veel overlast door buurtbewoners door verkeer zijdens Fokker over de dijk wordt ervaren? Dat is een indicatie dat het ter plekke niet goed gaat. 6. Is het instellen van een parkeerverbod binnen een maand haalbaar? 7. Waarom heeft Fokker het parkeren van auto’s van hun personeelsleden niet zelf opgelost? Er zou een parkeerdek worden gebouwd bij Fokker. 8. Wanneer is het parkeer- en vervoersprobleem in de Eilandstraat en omgeving opgelost? 9.
Wanneer is het parkeerdek gereed, en zijn de problemen met de vergunning inmiddels opgelost? De heer VAN HETEREN stelt de volgende vragen worden gesteld inzake de rotonde Veerweg/Burgemeester Keijzerweg. 1. Hoe beoordeelt u de conclusies van het politierapport met betrekking tot de rotonde Veerweg/Burgemeester Keijzerweg, waarin wordt gesteld dat de tweerichtingsfietspaden op de rotonde een risico vormen voor ongevallen? 2. Wat is uw mening over de suggestie in het rapport om de tweerichtingsfietspaden bij de rotonde aan te passen naar een eenduidige rijrichting om het risico op ongelukken te verminderen? Wethouder JANSSEN geeft aan dat men in het politierapport concludeert dat eenrichtingverkeer op een rotonde over het algemeen veiliger is, maar dat in dit geval de keuze voor tweerichting verkeer logisch en veilig blijkt te zijn. Men heeft eerder reeds aangegeven dat de verkeersveiligheid en bereikbaarheid juist zou verslechteren wanneer de rotonde volledig op eenrichting voor fietsers zou worden ingesteld. De ongevallenstatistieken bevestigen dit, men ziet niet alleen minder ongevallen dan voor de aanpassingen, maar ook het verkeersbeeld is aanzienlijk rustiger. 3. Het rapport noemt vijf ongevallen in de afgelopen jaren, waarvan vier op het deel van de rotonde met tweerichtingsfietspaden.
Hoe verhouden deze bevindingen zich tot de evaluatie van de verkeersveiligheid door het college? 5
Verslag besluitvormende raadsvergadering 24 oktober 2024
Wethouder JANSSEN merkt op dat het aantal ongevallen voor een rotonde met zoveel verkeer, hoewel ieder ongeval er 1 te veel is, relatief laag is. 4. Zijn er aanvullende maatregelen in overweging genomen door het college naar aanleiding van dit rapport, gezien het relatief hoge aantal ongevallen op deze rotonde, waaronder het recente ongeluk van 27 september 2024? Wethouder JANSSEN geeft aan dat er nog enkele verbeteringen m.b.t. de toegangswegen en oversteekplekken zullen worden doorgevoerd. Deze zijn inmiddels in voorbereiding en vinden niet specifiek n.a.v. dit politierapport plaats. De RIB hierover zal de raad binnen een paar weken ontvangen. 5. Heeft het college al een reactie opgesteld op de aanbeveling van de politie om de voorrangssituatie op de rotonde te uniformeren? Zo ja, wat zijn de belangrijkste punten van die reactie? Wethouder JANSSEN merkt hij op dat de samenwerking tussen de politie en de gemeente hecht is en men goed op de hoogte is van elkaars wensen en standpunten. 6. In het rapport wordt opgemerkt dat de zichtbaarheid van verkeersborden en markeringen mogelijk onvoldoende is voor weggebruikers. Wat gaat het college doen om deze situatie te verbeteren en daarmee de verkeersveiligheid te verhogen? Wethouder JANSSEN geeft aan dat de gele borden niet meer aanwezig zijn op de rotonde. Mevrouw STIGTER stelt de volgende vragen inzake de definitie van armen: 1.
Is bekend welke gevolgen de nieuwe definitie heeft voor het aantal armen in Papendrecht? 2. Wanneer er door de nieuwe definitie een daling is van het aantal arme inwoners in Papendrecht, welke gevolgen heeft dat voor de mensen die dan nu net boven de grens uitkomen? Verliezen zij het recht op kwijtschelding van gemeentelijke lasten of een bijdrage uit het armoedefonds of andere ondersteuning als voedselbank, Leergeld, etc.? Wethouder VAN ERK is allereerst van mening dat voor bestrijding van armoede de landelijke overheid aan de lat staat. Het Rijk kan middels herziening van belastingen, toeslagen of andere uitkeringen het aantal mensen in armoede laten dalen. Op lokaal niveau ligt dit veel ingewikkelder en heeft men veel minder mogelijkheden. Het college vindt het tegengaan van armoede, zoals verwoord in het collegeprogramma, wel heel belangrijk. Er is daarom niet voor niets een meerjarig doorlopend actieprogramma armoede. Volgens de rapportages van het CBS is het aantal huishoudens met een laag inkomen gedaald van 4,4% in 2021 naar 2,9% in 2022. Dit kwam bv. door de tijdelijke tegemoetkoming op de energiekosten. Wat het nieuwe percentage voor Papendrecht n.a.v. de herziene definitie is, is nog niet bekend. De definitie van armoede wordt in de landelijke politiek met name gebruikt voor de vaststelling van beleidsdoelstellingen.
Als gemeente hanteert men voor de meeste minimaregelingen een percentage van het wettelijk minimumloon. Zo ligt de grens voor stichting Leergeld op 140% van 6
Verslag besluitvormende raadsvergadering 24 oktober 2024
het wettelijk minimumloon, zodat deze inwoners aanspraak kunnen maken op het SOS Kinderfonds of het Sport- en cultuurfonds 18+. Door de nieuwe definitie veranderen deze tegemoetkomingen niet. Er zijn verder geen vragen. 06.
Ingekomen stukken en ter inzage gelegde stukken. Ter inzage gelegde stukken: I. het voorstel om de onder categorie I ingekomen stukken voor kennisgeving aan te nemen (de betreffende stukken zijn al als ingekomen stuk te boek gesteld en aan de orde geweest in de vergaderingen van de raadscommissies): de raad gaat hiermee akkoord. II. Het voorstel om de onder categorie II ingekomen stukken (die hierbij rechtstreeks te boek worden gesteld ten behoeve van de onderhavige vergadering van de gemeenteraad) als volgt te behandelen: II.A. De ingekomen stukken (afkomstig van derden) voor kennisgeving aan te nemen; de raad gaat akkoord met de voorgestelde wijze van afdoening. II.B. De ingekomen stukken (afkomstig van derden) in handen te stellen van het college; de raad gaat akkoord met de voorgestelde wijze van afdoening. II.C. De ter inzage gelegde stukken (afkomstig van het college van burgemeester en wethouders) voor kennisgeving aan te nemen; de raad gaat akkoord met de voorgestelde wijze van afdoening. II. D. de ingekomen stukken (afkomstig van het college) voor kennisgeving aan te nemen; de raad gaat akkoord met de voorgestelde wijze van afdoening. II. E. De antwoorden (afkomstig van het college) op RvO ex art. 40 vragen voor kennis aan te nemen; de raad gaat akkoord met de voorgestelde wijze van afdoening.
Voor het overige zijn er geen bijzonderheden en wordt dit agendapunt afgesloten.
BESPREEKSTUKKEN: 07.
Zienswijze op 8e wijziging GR DG&J. 7
Verslag besluitvormende raadsvergadering 24 oktober 2024
De heer VAN HETEREN geeft een toelichting op het ingediende amendement. Het dictum van amendement 07.1. Vaste evaluatietermijn in de zienswijze op de 8e wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd (tevens mede ingediend door de GL, PvdA, CDA, SGP, CU, VVD, PAB en OP-fractie) luidt als volgt:
Besluit: In de zienswijze op de 8e wijziging van de GR DG&J expliciet op te nemen dat de regeling minimaal elke drie jaar wordt geëvalueerd, waarbij de resultaten van deze evaluatie worden gerapporteerd aan de deelnemende gemeenteraden. De heer TIELEMAN heeft, als mede-indiener van het amendement- namens zijn fractie reeds eerder aangegeven niet tevreden te zijn met de resultaten van de afgelopen 8 jaren en het ritueel indienen van zienswijzen zonder echte inhoud. Men vraagt om concrete acties: de kosten te beheersen en de uitgaven te verminderen. Het lijkt erop dat de geldkraan steeds verder opengedraaid moet worden en dat moet anders. Men vraagt daarom meer transparantie over de besteding van het gemeenschapsgeld en met name inzicht in de resultaten die hiermee geboekt worden door de DG&J. Men wenst duidelijke rapportages te zien over de effectiviteit van de uitgevoerde taken. Dit is waarom de kpi’s (kern prestatie indicatoren) essentieel zijn, omdat ze meetbare waarden geven over hoe effectief een organisatie of een taak presteert. Sterk Papendrecht speelt hierin een belangrijk rol in de gemeente en de PAB-fractie is blij met de toezegging voor de beeldvormende vergadering, waarin men meer inzicht krijgt in de werkzaamheden en resultaten. Daarnaast vindt men dat er structureel geëvalueerd moet worden om de voortgang en effectiviteit van de GR te beoordelen.
Dit zorgt niet alleen voor transparantie, maar ook voor vertrouwen bij de raad en inwoners. Omdat hier veel gemeenschapsgeld in om gaat wil men zien welke resultaten men mag verwachten. Daarbij is de PAB-fractie van mening dat er behoorlijk bespaard kan worden, 40% moet mogelijk zijn. Afsluitend geeft de heer TIELEMAN aan het mede ingediende amendement uiteraard te steunen. Mevrouw BOKMA geeft aan dat de VVD-fractie kritisch zal blijven volgen of de raad voldoende betrokken wordt bij de ingrijpende besluiten waarover geen verplichte zienswijzeprocedure is. Daarom is men, ook als 1 van de deelnemende gemeenten dit niet zou wensen, groot voorstander van een raadsadviescommissie. Deze is essentieel om als gemeenteraad goed geïnformeerd te zijn en de controlerende en kaderstellende taak goed uit te voeren. De heer LAMMERS noemt als de enige beste oplossing wederom centralisatie naar het Rijk. Zolang dit niet mogelijk is, zal men daar waar mogelijk verbeteringen moeten aanbrengen. Uit het rapport Rode draden van de 8
Verslag besluitvormende raadsvergadering 24 oktober 2024
jeugdautoriteit blijkt dat het jeugdstelsel onbetaalbaar en onhoudbaar wordt en de problemen, zelfs wanneer meer financiële middelen beschikbaar zijn, niet verdwijnen. Meer geld aan zorg uit geven betekent niet noodzakelijk dat zorg beter/toegankelijker wordt. Uit onderzoek blijkt daarnaast dat meer geld voor het vergroten van het aanbod gecompenseerd wordt door toename van de vraag. Meer zorgaanbod kan meer zorgvraag creëren, met name zorg die niet noodzakelijk is/kan zijn. Daarnaast wordt in de jeugdzorg niet of nauwelijks aandacht besteed aan de kosteneffectiviteit van interventies. Slechts 10-12% van de interventies in de jeugdzorg zou effectief zijn. Desalniettemin zijn er mogelijkheden om methoden die in de gezondheidseconomie gebruikt worden ook toe te passen in de jeugdzorg. Het gebruik van kosteneffectiviteitsanalyses zou een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het beheersen van de kosten van de jeugdzorg. Tenslotte vindt de OP-fractie de raadsadviescommissie een goed idee en stemt men, met in acht name van het amendement, in met de zienswijze. EERSTE TERMIJN COLLEGE Wethouder VAN DER BORG zal het ingediende amendement om grip op de GR te vergroten steunen. Hij zal zich hiervoor hard maken in het AB. M.b.t. de raadsadviescommissie merkt hij op dat wanneer 1 gemeente hiermee niet instemt, dit waarschijnlijk geen doorgang zal vinden.
Daarbij is hij van mening dat men dit dan ook niet zou moeten willen, omdat er wanneer 1 gemeente geen participant is men geen krachtige commissie heeft en men geen duidelijke adviezen kan geven richting het bestuur van de DG&J. Uiteraard heeft hij in het AB wel aangegeven dat het verstandig zou zijn dat de verschillende portefeuillehouders hun eigen raden adviseren hiermee wel in te stemmen. Richting de PAB-fractie, met de wens voor duidelijke rapportages inzake de effectiviteit en het in de hand houden van de kosten, merkt de wethouder op dat men hiermee bezig is en forse stappen zet. Volgend jaar kan men hierover meer laten zien. M.b.t. de beeldvorming over Sterk Papendrecht heeft hij geen specifieke toezegging gedaan, maar heeft het college de raad een brief gestuurd met nadere informatie over Sterk Papendrecht. Het is aan de raad om dit voorzien van een oplegnotitie- te agenderen.
TWEEDE TERMIJN RAAD EN COLLEGE
9
Verslag besluitvormende raadsvergadering 24 oktober 2024
Mevrouw VAN WIJNGAARDEN benadrukt dat m.b.t. de bijeenkomst inzake Sterk Papendrecht reeds eerder is aangegeven dat het niet de bedoeling is dat Sterk Papendrecht een presentatie geeft, maar dat men wordt voorzien van cijfers en feiten. M.b.t. de opmerking van de wethouder dat wanneer Dordrecht -want daar gaat het over- niet mee doet aan de raadscommissie deze niet veel kracht heeft, vraagt mevrouw VAN WIJNGAARDEN naar de reden dat Dordrecht niet mee wil doen. Zij is van mening dat het niet zo kan zijn dat als Dordrecht iets niet wil, het ook niet gebeurt. Wethouder VAN ERK kent de reden niet waarom Dordrecht -net zoals bij de GR Sociaal- niet mee wil doen, maar zou hiernaar kunnen informeren. Verder is hij niet in de positie om te reageren op de stellingname dat men zich niet moet laten leiden door Dordrecht/Dordrecht de baas te laten spelen, wel heeft hij de portefeuillehouder van de gemeente Dordrecht al opgeroepen de raad aan te sporen om toch mee te doen. Mevrouw VAN ES begrijpt de opmerking van mevrouw Van Wijngaarden, maar vraagt de wethouder te bevestigen dat in de GR-verordening staat dat een beslissing unaniem moet zijn. Wethouder VAN ERK is van mening dat dit inderdaad het geval is, mocht dit niet zo zijn komt hij hier schriftelijk op terug. Wanneer dit inderdaad het geval is, is dit een interessant gegeven om nader te bespreken.
Op de vraag van mevrouw VAN WIJNGAARDEN wie de aangewezen persoon is om dit zodanig te veranderen dat men niet met een vetorecht werkt geeft wethouder VAN DER BORG aan dat het AB over het reglement gaat, maar dat de raad via een zienswijze een voorstel kan doen om dit te wijzigen. Het is aan het AB om hierover te besluiten. De heer VAN DEN DOOL merkt op dat in het kader van de wet op de GR alleen iets gewijzigd of besloten kan worden als alle gemeenten het er mee eens zijn. Als 1 gemeente aangeeft iets niet te willen, gaat het ook niet door. Dit is heel betreurenswaardig, maar dat is de wet. Stemming (gewijzigd) amendement 07.1. Vaste evaluatietermijn in de zienswijze op de 8e wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd. Aansluitend wordt het amendement met 20 stemmen unaniem aangenomen. Stemming raadsvoorstel zienswijze begrotingswijziging 2024 Dienst Gezondheid & Jeugd. Aansluitend wordt unaniem voor het geamendeerde voorstel van burgemeester en wethouders besloten.
08.
Skatepark. 10
Verslag besluitvormende raadsvergadering 24 oktober 2024
De heer VAN DEN DOOL geeft een toelichting op de door zijn fractie (mede ingediend door de CU en PAB-fractie) ingediende motie. Het dictum van motie 08.1. Onderhoud skatebaan luidt als volgt:
Verzoekt het college/spreekt uit dat: Het onderhoud van de skatebaan zo spoedig mogelijk uit te voeren. Hierbij de suggesties en de input van de jongeren zo veel, en waar mogelijk mee te nemen. De heer BEZEMER begrijpt het voorstel van het college, maar betreurt dit wel. Er was sprake van een goed onderbouwd burgerinitiatief, waarbij de initiatiefnemers een deel van de middelen zelf opbrachten. Het gaat om de doelgroep jongeren die de gemeente na aan het hart ligt en waarvoor men goede initiatieven zoekt, zodat zij niet uiteindelijk bij de DG&J terecht komen. Er is een goed samenspel geweest tussen initiatiefnemers, ambtenaren en de portefeuillehouder en er lag een goed plan, dat helaas -vanwege de financiële consequenties- strandde bij de oordeelsvorming van de raad. Zijn fractie begrijpt dit, maar vindt dat deze consequenties voor deze doelgroep wel verdedigbaar zijn. Men vindt het jammer dat dit initiatief sneuvelt en vindt de voorgestelde goede afsluiting het minste dat men kan doen. Omdat men de jeugd niet in de kou wil laten staan, is zijn fractie mede-indiener van de motie om het onderhoud aan de skatebaan direct uit te voeren. De heer GOUDRIAAN merkt op dat met dit voorstel wordt gevraagd de conclusie die in de oordeelsvorming is getrokken te bekrachtigen. Dit is zijns inziens de juiste conclusie op basis van het gevoerde debat.
Zijn fractie zal het voorstel daarom steunen. Tegelijkertijd is het belangrijk om uit dit proces ook lessen te trekken, zo heeft het erg lang heeft geduurd voor er een definitieve uitkomst was over dit initiatief. Art.7 van de verordening burgerinitiatief stelt dat de burgemeester over elk jaar verslag uitbrengt over de werking van het recht van burgerinitiatief in de praktijk. Zijn fractie ziet met belangstelling uit naar het verslag en of, en zo ja welke conclusies er getrokken worden. De heer BRUIJNIKS spreekt de waardering van zijn fractie uit voor het genomen burgerinitiatief en de inzet die de jongeren hebben getoond. Het is mooi om te zien hoe de jongeren zich inzetten voor een voorziening die helpt om te sporten en te ontspannen. De PAB-fractie wil de jongeren op sportief gebied ondersteunen en begrijpt de teleurstelling dat men niet zal instemmen met de aanleg van een skatebaan (in het groen). Groen is van onschatbare waarde, het biedt een plek van rust, draagt bij aan diversiteit en is voor iedereen toegankelijk. Zijn fractie ziet graag dat men de jongeren blijft te stimuleren om te sporten en bezig te zijn voor gezondheid en sociaal welzijn. Echter bij het nemen van beslissingen dient men ook zorgvuldig te kijken naar de verhouding tussen het 11
Verslag besluitvormende raadsvergadering 24 oktober 2024
aantal gebruikers en de benodigde investering. In dit geval gaat het, in verhouding tot andere sportverenigingen en faciliteiten, om een relatief kleine groep jongeren. Men vindt het moeilijk te rechtvaardigen om een stuk kostbaar groen op te offeren en deze hoge investering te doen. Men ziet wel mogelijkheden de bestaande skatebaan -binnen de geldende regelgeving en beschikbare financiële middelen- op te knappen en aantrekkelijker te maken. Niet alle wensen van de jongeren zullen mogelijk gerealiseerd kunnen worden en de huidige skatebaan moet blijven voldoen aan de geldende eisen. Omdat de skatebaan toe is aan een opknapbeurt en moet blijven voldoen aan de veiligheidseisen heeft zijn fractie de motie mede ingediend. De heer HARDAM is het, alhoewel treurig, eens met het voorstel voor een mooie afsluiting. Men is het eens met de motie, maar niet kost wat het kost. Zijn fractie zal niet instemmen met een motie zonder financiële afbakening, maar wanneer deze duidelijk is stemt men hier graag mee in. De heer VAN HETEREN sluit zich m.b.t. het groen aan bij de heer Bruijniks. Men zal het voorstel, dat i.p.v. een RIB noodzakelijk is voor de provincie, steunen. De motie met de stelling dat de skatebaan nu achterstallig onderhoud heeft vindt men vergaand. Er kan nog steeds geskate worden en er is geen sprake van een noodsituatie.
Wel vraagt men zich af wanneer het huidige onderhoud gepland staat. Verder gaat zijn fractie ervan uit dat de input van jongeren, zeker na het burgerinitiatief, inderdaad zoveel mogelijk wordt meegenomen. Afsluitend merkt de heer VAN HETEREN op dat zijn fractie niet tegen een skatepark is, maar dat men hier geen geschikte locatie voor heeft gevonden. Mevrouw KARSO zag het teleurstellende voorstel -i.v.m. onvoldoende draagvlak uit de raad- om na een twee jaar lang proces te stoppen met het burgerinitiatief voor het skatepark niet aankomen. De meeste fracties hadden positief gereageerd op de suggestie van de heer Wolters voor de alternatieve locatie het Slobbengors. Uiteindelijk is echter de locatie niet meer de uitdaging, maar de financiën (voor een kleine groep). Het lijkt erop dat sommige fracties geen geld willen investeren in ontmoetingsplekken voor jongeren en om topsport te bedrijven. Een aanvullende reden kan zijn dat dit burgerinitiatief door een kleine groep is ingediend, haar fractie is van mening dat het de kracht van een burgerinitiatief is, dat ook enkele inwoners met een goed initiatief en enthousiasme de ruimte krijgen om iets voor elkaar te krijgen. Als politiek moet men dit soort initiatieven veel meer willen en moet men laten zien dat het wat oplevert.
Richting de enthousiaste initiatiefnemers heeft haar fractie de boodschap: geef het niet op, na 6 maanden mag je opnieuw een (zelfde) initiatief indienen. De initiatiefnemers hebben 2 jaar lang warmgelopen voor de participatiemarathon, de race begint nu. Verder doet zij ook de suggestie om te 12
Verslag besluitvormende raadsvergadering 24 oktober 2024
gaan praten met de kinderburgemeester Mees van Veen. M.b.t. de motie merkt zij op dat achterstallig onderhoud, waarvan geen sprake mag zijn, geen aanleiding was voor het initiatief. Wat wordt de boodschap naar de initiatiefnemers? ‘Je krijgt geen skatepark, maar mag wel meepraten over de verfkleur’. Wanneer er sprake is van achterstallig onderhoud, is het de taak van de gemeente om dit op te knappen. Ook de heer GRIMMIUS vindt het een hard gelag om te stoppen met het 2-jarig proces van burgerparticipatie. Hierbij komt dat de kosten van het project, de reden van veel fracties om niet voor te stemmen, vanaf het begin bekend waren. Dat dit na 2,5 jaar de doorslag geeft vindt zijn fractie niet netjes tegenover de initiatiefnemers. Hij is van mening dat zij, terwijl in de oordeelsvorming de locatie het onderwerp was, hiermee aan het lijntje zijn gehouden en men veel eerder duidelijkheid had moeten scheppen. Men had hen niet de hoop moeten geven dat er alleen een locatie gevonden moest worden, terwijl het om het geld ging. Alleen de D66-fractie heeft vanaf het begin duidelijkheid gegeven over de locatie. Daarnaast noemt de heer GRIMMIUS een ander burgerinitiatief, de BMX-baan, dat niet is doorgegaan. Hiervoor heeft de OP-fractie destijds lang en veel aandacht gevraagd en is hier boos om geweest.
Hij vindt het daarom zuur dat diezelfde fractie de doorslaggevende stemmen uitbracht om met dit initiatief te stoppen. Men kan niet blijven roepen een betrouwbare overheid te zijn en burgerparticipatie een serieuze plek te willen geven, maar hier niet op te handelen. M.b.t. het omgaan met burgerinitiatieven heeft de portefeuillehouder eerder aangegeven dat de verordening hieromtrent niet precies duidelijk is. Hij stelt voor deze goed tegen het licht te houden en het proces en de verantwoordelijkheden duidelijk in te richten. In de (vorige versie van) motie werd gesuggereerd het geplande onderhoud naar voor te halen. Zijn fractie vraagt zich af of er al onderhoud gepland stond en hoe men dit zonder dekking gaat doen? Verder is hij benieuwd naar interpretatie van het college van deze motie, omdat eerder is aangegeven dat (niet dat de motie hierom vraagt) uitbreiding op de huidige plek niet mogelijk is. Tevens vraagt hij zich in dit kader af wat de juridische implicaties zijn van een al te chique opknapbeurt t.o.v. uitbreiding. EERSTE TERMIJN COLLEGE Wethouder VAN DER BORG merkt op dat ook bij het college, die het burgerinitiatief van de jongeren in de overtuiging van het belang van voorzieningen voor jongeren heeft doorgeleid naar de raad, de teleurstelling de overhand heeft. Uiteindelijk was het echter aan de raad om een afweging te maken. Deze afweging/oordeel m.b.t.
de financiën en de schaarse ruimte hebben geleid tot het voorliggend voorstel. M.b.t. de motie merkt hij op dat er, omdat het 13
Verslag besluitvormende raadsvergadering 24 oktober 2024
college dacht dat het skatepark gerealiseerd zou worden, geen onderhoud gepland staat en dit dus financieel ook niet is ingeboekt. Feit is wel dat het skatepark financieel is afgeschreven en het einde van de technische levensduur nabij is. Als het voorstel voor een nieuw skatepark niet was gepasseerd, was dit ongeveer het moment geweest om na te denken over het onderhoud van het skatepark. In antwoord op de vraag van de heer TIELEMAN hoe het gesteld is met de veiligheid van de baan antwoordt wethouder VAN DER BORG dat deze niet onveilig is, maar dat het wel tijd is voor groot onderhoud. Op de vraag in welke mate dit onderhoud zou plaatsvinden heeft de wethouder in de oordeelsvorming reeds aangegeven dat het bij het huidige skatepark (i.v.m. de 80 meter regel t.o.v. woningen) lastig is om grootse vernieuwingen aan te brengen. Kijkend naar het huidige skatepark zal er waarschijnlijk sprake zijn van grootschalige vervanging, om de kwaliteit in stand te houden. M.b.t. de functionele kwaliteit die vanuit het oogpunt van de initiatiefnemers niet op orde zou zijn, is het zoeken naar de grens en kan hij nog niet aangeven wat dit inhoudt. Op de vraag wat het college gaat doen wanneer deze motie wordt aangenomen, geeft de wethouder aan dat men een aantal zaken in beeld gaat brengen.
De mogelijkheden om via vervanging/groot onderhoud de voorziening in stand houden, in hoeverre de functionaliteit van het skatepark daarmee kan worden verbeterd en wat hiervan de juridische risico’s voor de omgeving zijn en welke investering dit vergt. Het grof geschatte bedrag van ca. € 70.000, - staat niet ingeboekt in de begroting. Wanneer deze motie wordt aangenomen gaat men eerder genoemde zaken onderzoeken en zal men een en ander voor ca. € 70.000, - gaan realiseren. Wanneer de raad hiertoe niet bereid is, moet men de motie niet aannemen. De heer VAN DEN DOOL geeft aan dat de motie een oproep doet, het college is gehouden binnen de begroting te werken en dat het einde van het jaar nadert en er nog budget is voor het beheer van de openbare ruimte en onderhoud aan sportvoorzieningen. Met deze motie wenst men het college op te roepen om te kijken of men uit dat restant budget van 2024 € 70.000, - kan halen en indien dit niet het geval is terug te komen naar de raad. Op de vraag van de GL-fractie hoe om te gaan met burgerinitiatief geeft wethouder VAN DER BORG aan dat dit binnen het college ook is besproken. Het is niet goed geregeld en inmiddels is men bezig met de herijking van de verordening burgerparticipatie, waarbij dit punt nadrukkelijk aan de orde komt.
(Schorsing 21.48 – 22.02 uur) TWEEDE TERMIJN RAAD De heer BEZEMER vindt het vreemd dat het iedereen spijt dat men dit besluit moet nemen, maar dat men het wel neemt. Hiermee laat men de jongeren in de kou laten staan. Omdat de wethouder aangaf dat onderhoud noodzakelijk is, 14
Verslag besluitvormende raadsvergadering 24 oktober 2024
roept hij de raad op de motie te steunen. Daarbij steunt hij de suggestie van de heer Van den Dool om nog resterende middelen te gebruiken. M.b.t. het groot onderhoud merkt hij op dat dit over een aantal jaar afgeschreven kan worden en de last niet op 1 jaar drukt. Tenslotte is hij het eens met de opmerking dat de regels inzake het burgerinitiatief beter in beeld moeten worden gebracht. De heer GOUDRIAAN geeft aan dat zijn fractie de motie niet zal steunen omdat de dekking hiervoor ontbreekt. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN stelt voor een maximumbedrag voor het burgerinitiatief te bepalen. M.b.t. de voorgeschiedenis van dit burgerinitiatief merkt zij op dat de PAB-fractie vanaf het eerste moment faliekant tegen een voorziening in het groen is geweest en het voorbehoud heeft gemaakt dat een onderzoek naar een andere locatie niet per se zou betekenen dat men zou instemmen. M.b.t. het Slobbengors merkt zij op dat deze locatie met name i.v.m. de bodemgesteldheid niet geschikt zou zijn voor de aanleg van een skatebaan. Verder zegt zij dat haar fractie de jeugd wel aan het sporten wil helpen, maar dat de skatebaan hiervoor niet de enige mogelijkheid in Papendrecht is. In dit kader merkt zij op dat er in parken voorzieningen zijn aangebracht waar jongeren gebruik van kunnen maken.
In reactie op de opmerking van de heer BEZEMER dat er niet overal geskate kan worden, geeft mevrouw VAN WIJNGAARDEN aan dat niet altijd (direct) aan alle wensen tegemoet gekomen kan worden. Er is sprake van een voorziening (€ 300.000,- minus € 50.000, - van de provincie, plus de jaarlijkse onderhoudskosten) voor een heel kleine groep jongeren. Daarbij komt dat dit niet uit te leggen is aan verenigingen waar heel grote bezuinigingen hebben plaatsgevonden. Haar fractie vindt het jammer voor de jongeren dat ze zijn uitgekeken op de mogelijkheden van de skatebaan, maar vindt € 300.000, - te veel geld. Zij stelt voor de motie, in afwachting van het antwoord op de suggestie van de heer Van den Dool of de € 70.000, - gevonden kan worden in het resterende budget voor 2024, aan te houden. De heer HARDAM merkt op dat zijn fractie zeker niet tegen een investering voor jongeren is en positief was over de optie Slobbengors, maar vindt € 250.000, voor een tiental jongeren teveel. M.b.t. de opmerking hierover geeft hij aan dat het bij de BMX-baan om € 10.000,-/€ 20.000, - ging. Deze motie heeft niemand, behalve de PvdA-fractie, gesteund. Dit geldt ook voor de GL-fractie die nu wel een investering van € 250.000, - verdedigt. Zijn fractie verwelkomt initiatieven voor jongeren -dit is de reden dat hij zelf de politiek is ingegaan- en zal omdat renovatie zeker nodig is en het bedrag van ca.
€ 70.000, - (dat hopelijk deels gefinancierd kan worden uit de huidige budgetten) wordt overgenomen, instemmen met motie. 15
Verslag besluitvormende raadsvergadering 24 oktober 2024
De heer STOUTHART geeft aan dat zijn fractie vanaf het begin heeft aangegeven dat de kosten meespelen in de keuze en dat een andere locatie geen garantie zou zijn voor steun voor dit voorstel. Men deelt de mening van de GL-fractie dat er een kader voor burgerinitiatieven moet komen, waarin vastligt welke begrotingsruimte jaarlijks beschikbaar is voor het initiatief. De motie die vraagt om (ca. € 70.000, - voor) onderhoud van de skatebaan (met weinig uitdaging) vindt zijn fractie geen goed idee en men zal deze niet steunen. De heer VAN HETEREN merkt op dat het de normale gang van zaken is dat een onderhoudsplanning is voorzien van budget voor (groot) onderhoud. Hij vraagt waarom de € 70.000, - niet eerder in de stukken en bij de financiering is vermeld. Verder geeft hij aan dat de D66-fractie vooral de locatie niet wenselijk vond, maar dat men wel had kunnen instemmen met een eenmalige investering. M.b.t. de motie geeft hij aan dat zijn fractie geen moties steunt die vaag zijn over de financiële dekking. Tenslotte vindt ook zijn fractie reflectie op het burgerinitiatief, waarvoor te weinig spelregels zijn afgesproken, belangrijk en merkt hij op dat niet elk burgerinitiatief tot een positief besluit gaat leiden. Ook mevrouw KARSO verbaast zich, omdat hieraan geen besluit ten grondslag ligt, over het ontbreken van budget in de begroting voor onderhoud.
Daarnaast vraagt haar fractie zich af of er sprake is van onderhoud of een vervangingsinvestering. Mevrouw VAN ES merkt per interruptie op dat men, als men had geweten dat er (indien er een nieuw skatepark zou worden aangelegd voor € 300.000,-, minus € 250.000,-) geen € 70.000,- zou worden uitgegeven, men een besluit had moeten nemen over een investering van € 180.000, -. Mevrouw KARSO zegt dat als de € 70.000,- wel in de begroting had gestaan, het voorstel € 250.000,- minus € 70.000, - tot een fors lager bedrag zou leiden. Haar fractie zal de motie, in afwachting van verdere acties van het college, niet steunen. Verder stimuleert ook haar fractie burgerinitiatieven, die men per geval zal afwegen. Hierbij vindt men het belangrijk dat er dekking moet zijn voor alles dat gerealiseerd moet worden. Op de vraag van mevrouw VAN WIJNGAARDEN of zij het ermee eens is dat men vooraf in de communicatie aan indieners duidelijk moeten maken of een aanvraag financieel haalbaar is antwoordt mevrouw KARSO dat zij niet vindt dat men dit vooraf kan zeggen. Zij kan zich wel voorstellen dat de initiatiefnemer zelf opzoek gaat naar sponsoring en dat het restbedrag aan de raad is om af te wegen.
Op de vraag van mevrouw VAN WIJNGAARDEN of zij het een goede oplossing vindt om vooraf per jaar een bedrag vast te stellen dat beschikbaar is voor burgerinitiatief antwoordt mevrouw KARSO dat zij dit begrijpt maar geen goed idee vindt, omdat niet dit maar de inhoud en het signaal dat men afgeeft (uitsluitend) leidend moet zijn.
16
Verslag besluitvormende raadsvergadering 24 oktober 2024
De heer GRIMMIUS merkt richting de portefeuillehouder op dat de participatieverordening en verordening op de burgerinitiatieven 2 verschillende zaken zijn. Verder heeft hij niet gezegd dat er een maximumbedrag per jaar moet komen, maar dat men de burgerinitiatieven per keer moet bekijken, waarover het besluit bij de politiek ligt. Hierbij merkt hij wel op dat niet elk burgerinitiatief tot een positief besluit zal leiden en dat de kosten hierbij een afweging zijn, maar hiervoor niet van tevoren al een bedrag vastgesteld moet worden. Hij ziet dit als de doodsteek voor burgerinitiatieven. (De VOORZITTER merkt op dat de besluitvorming zich richt op het voorstel om te stoppen met dit burgerinitiatief en stelt voor hierop te focussen.) M.b.t. de motie vindt zijn fractie de onzekerheid van de door de portefeuillehouder genoemde onderzoek naar de kosten en eventuele juridische implicaties niet stroken met de stevige oproep van de motie tot onderhoud. De GL-fractie zal daarom niet voor de motie stemmen. De heer VAN DEN DOOL heeft de formulering van de motie, nadat is gebleken dat er geen onderhoud gepland was, aangepast. Zijn fractie is het eens met de kritiek op het feit dat er geen onderhoud gepland staat. Richting de SGP-fractie merkt hij op dat de motie een oproep is, die men zonder dekkingsvoorstel mag doen.
Dit betekent dat er binnen de reeds afgesproken spelregels gehandeld zou moeten worden. In dit geval betekent dat, dat het college eerst zoekt naar ruimte in de begroting om dit voorstel te dekken. Zijns inziens is het teveel gevraagd aan raadsleden/indieners van de motie om hiervoor met een technisch onderbouwd voorstel te komen inzake kosten voor en afschrijving van (groot) onderhoud. Dit is een taak van de gemeente in het kader van beheer en onderhoud van de toestellen. Als het college er binnen de spelregels niet uitkomt, roept de motie op om het wel te doen, waardoor men het college dwingt om terug te komen naar de raad. Verder is zijn fractie blij met de warme pleidooien voor de jongeren en de teleurstelling dat er geen skatebaan kan komen. Afsluitend merkt hij op dat de wethouder in de raad op een aantal ongemakkelijke momenten zijn nek heeft uitgestoken en het heeft opgenomen voor de initiatiefnemers. Men deelt in de teleurstelling en roept nogmaals op om de motie aan te nemen, zodat het skatepark niet verslechtert en uiteindelijk gesloten wordt. Tenslotte merkt hij op dat de fracties het belangrijk vinden om de motie duidelijk te houden en niet af te zwakken en daarom geen aanpassing hebben gedaan.
TWEEDE TERMIJN COLLEGE Wethouder VAN DER BORG merkt in het kader van de discussie over beschikbare potjes op dat er in de begroting een budget voor vervanging van sport- en speeltoestellen van € 60.000, - is opgenomen. Hiervan moeten echter wel veel vervanging/onderhoudsinvesteringen betaald worden. Dit is dus niet een potje dat zomaar gebruikt kan worden. Dit betekent dat er wel wat (andere budgetten) 17
Verslag besluitvormende raadsvergadering 24 oktober 2024
beschikbaar is, maar niet dit hele bedrag en hij sowieso bij de raad moet terugkomen. Op de vraag van mevrouw Van Es of men geen bedrag van € 180.000,- had moeten reserveren antwoordt de wethouder dat dit niet het geval is en dat het eerder genoemde bedrag van € 70.000, - een ruwe schatting is. Dit is, om eerdergenoemde reden, niet in de begroting gereserveerd. In antwoord op de vraag van de PvdA-fractie inzake een onderhoud- of vervangingsinvestering geeft de wethouder aan dat er eerder sprake is van een grotere investering dan alleen klein onderhoud. De raad horende dat er inderdaad onderhoud gepleegd dient te worden, moet het college uitzoeken wat dit betekent en komt men hierop terug. De heer VAN DEN DOOL geeft aan dat de motie oproept om binnen de bestaande spelregels te kijken wat er beschikbaar is en bij een tekort terug te komen naar de raad. Wethouder VAN DEN BORG antwoordt hierop dat hij dan zeker terug moet komen bij de raad. De heer BEZEMER merkt op dat de € 70.000,- voor groot onderhoud niet ten laste komt van 1 jaar, hetgeen wethouder VAN DER BORG bevestigt. Toch moet hij hiervoor terugkomen bij de raad. Het lijkt de heer VAN HETEREN handig om bij de perspectiefnota een aparte reservering voor groot onderhoud voor grotere i.p.v. kleine voorzieningen op te nemen. Wethouder VAN DER BORG vindt dit geen slecht idee, waarover hij zal nadenken.
Hierbij merkt hij wel op dat dit het enige type toestel is dat qua onderhoud zoveel geld kost. Op de vraag of de skatebaan, wanneer men tegen de motie stemt, ter ziele gaat antwoordt wethouder VAN DER BORG dat wanneer de motie niet wordt aangenomen hij in beginsel niet verder kan gaan met onderhoud van de skatebaan. Dit betekent dat deze de komende jaren gaat verslechteren en er een moment zal komen dat de veiligheidsaspecten aan de orde zullen komen en hij bij de raad zal terugkomen. Omdat niemand dit wil is het een goed idee om een middeling te vinden. De heer GRIMMIUS merkt per interruptie op dat de wethouder in eerste termijn aangaf dat wanneer het burgerinitiatief het niet zou halen, dit het moment voor het college zou zijn om te kijken naar onderhoud. Op zijn vraag of dit betekent dat het college dit, als de motie niet ingediend zou worden, toch al zou doen antwoordt wethouder VAN DER BORG dat dit inderdaad aan de orde zou komen, maar dat men geen uitspraak van de raad kan negeren. Op de vraag of men het onderhoud, wanneer de motie wordt ingetrokken, zal plegen antwoordt wethouder VAN DER BORG bevestigend. Dit is precies de reden waarom hij heeft geprobeerd te formuleren hoe men tot een middeling van de standpunten kan komen. Iedereen wil dat het skatepark blijft bestaan en geeft het college de opdracht om uit te werken hoe dit gerealiseerd kan worden.
Hij ziet de motie als steun in de rug om dit uit te zoeken. Op de vraag van mevrouw KARSO of de skatebaan wanneer de motie niet wordt aangenomen mogelijk verdwijnt, antwoordt wethouder VAN DER BORG dat hij de uitspraak van de raad niet kan negeren. Mevrouw KARSO merkt op dat er geen uitspraak is, maar een besluit om het burgerinitiatief te staken. Wethouder VAN DER BORG duidt op de 18
Verslag besluitvormende raadsvergadering 24 oktober 2024
motie waar men tegen stemt. Mevrouw KARSO vindt niet dat men daarmee een besluit neemt dat de bestaande skatebaan weg moet. De wethouder zegt dat de motie een uitspraak van de raad is. Wanneer men daartegen stemt is dat een werkelijkheid. De heer VAN HETEREN doet een ordevoorstel om te schorsen en e.e.a. in de fracties te bespreken. Hij begrijpt dat het verstandiger zou zijn om de motie in te trekken, zodat er geen uitspraak van de raad ligt en het college verder kan. Zijn fractie kan om technische redenen niet voor de motie stemmen. De VOORZITTER zegt toe na deze termijn te zullen schorsen. De heer STOUTHART stelt voor een motie in te dienen die oproept om te onderzoeken wat de definitieve kosten kunnen zijn. De heer VAN DEN DOOL zegt dat de fracties dit in de schorsing al hebben besproken. Men heeft besloten een duidelijke oproep te willen doen en zal deze motie niet intrekken. (Schorsing 22.41 – 22.57 uur) Stemming raadsvoorstel om te stoppen met het ondersteunen en begeleiden van het burgerinitiatief skatepark. Stemverklaring de heer BEZEMER:
Wij zullen voor het voorstel gaan stemmen omdat we ons realiseren dat het college niet anders kan dan dit voorstel inbrengen, maar willen nogmaals aangeven dat we betreuren dat dit voorstel nu voorligt. Stemverklaring mevrouw VAN ES:
Ik stem tegen dit voorstel omdat ik het proces heel slecht vindt, er is niet eens rekening gehouden met de kaders die golden. En die is wat ons betreft onder de minimumvoorwaarde. Aansluitend wordt met 16 stemmen (2 CU, 2 SGP, 4 PAB, 3 OP, 2 CDA, 3 VVD) voor en 4 stemmen (2 D66, 1 PvdA, 1 GL) tegen conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. Stemming motie 08.1. Onderhoud skatebaan. Stemverklaring mevrouw VAN ES:
Ik vind het een overbodige motie. Het is een verantwoordelijkheid van het college om zelf met alles wat aan vervanging toe is naar de raad te komen.
19
Verslag besluitvormende raadsvergadering 24 oktober 2024
Stemverklaring mevrouw BOKMA:
Ik ben van mening dat de motie overbodig is en dat een tegenstem niet betekent dat wij als VVD geen onderhoud zouden willen. Aansluitend wordt de motie met 11 stemmen (2 CU, 2 SGP, 4 PAB, 1 OP, 2 CDA) voor en 9 stemmen (1 GL, 1 PvdA, 2 D66, 3 VVD, 2 OP) tegen aangenomen. 09.
Sluiting. De VOORZITTER sluit de vergadering om 23.02 uur, onder dankzegging aan eenieder voor diens inbreng.
Interim griffier,
De voorzitter,
De heer M. Hermans
Mevrouw M.J.M. van Driel
Lijst met toezeggingen
1.
Zienswijze op 8e wijziging GR DG&J: raadsadviescommissie.
Portefeuillehouder Van Erk
De portefeuillehouder zegt toe te informeren naar de reden waarom Dordrecht -net zoals bij de GR Sociaal- niet mee wil doen aan de raadadviescommissie. De portefeuillehouder komt er schriftelijk op terug wanneer er niet in de GRverordening staat dat een beslissing unaniem moet zijn.
20