CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag besluitvorming 2 juli 2026

Raadsvergadering Papendrecht 24 september 2026, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 4: Vaststelling verslag raadsvergaderingen 2 juli, 6 juli en 9 juli 20268.362 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

20 alinea's met “verslag”: 1 2 4 6 8 10 12 14 17 19 21 24 26 28 30 32 35 37 39 41

Verslag besluitvormende raadsvergadering 2 juli 2026 VERSLAG VAN DE OPENBARE BESLUITVORMENDE RAADSVERGADERING VERGADERING VAN DE GEMEENTERAAD VAN PAPENDRECHT d.d. 2 juli 2026 (aanvang 18.00 uur) Een integrale geluidsopname van deze vergaderingen is te beluisteren op www. papendrecht .nl Aanwezig: Mevrouw M.J.M. van Driel, voorzitter; De dames T.C. van Es (D66), H.C.T.J. Hoekstra (Fractie Hoekstra), C.W. Libert- Boogaard (PRO), N.J. Matena (PVV), M.H. Minasian (CDA), N. de Ruiter (PVV), A.A.S. Stigter (CU) en S.J.A. Verdoorn – De Lang (VVD) en de heren: M. Aarnoudse (VVD), A.K.J. de Blom (PVV), A.J. Boersma (SGP), A.M. Eikelenboom (PVV), W. Goudriaan (SGP), P.C. Grimmius (PRO), N. van Heteren (D66), L. van Houtert (50Plus), R.J. Kraaijeveld (PVV), J. Kwakernaat (VVD), R. Lammers (OP), J.T.M. Mulder (CDA), D. Stouthart (VVD), A. Tieleman (PAB) en S. Visser (PVV). De heren J.W. van der Borg en J.L. van Erk; wethouders. De heer K. Becking, informateur, inzake agendapunt 07. Mevrouw C. Madern, griffier; Mevrouw C. Dorn, griffiemedewerkster; Verslaglegging: Jeanine Nieuwstraten. Afwezig: 01. Opening. De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom.

Zij geeft aan dat zij een schriftelijke kennisgeving heeft ontvangen als bedoeld in artikel 7 derde lid van het reglement van orde en hierin wordt medegedeeld dat raadslid mevrouw Hoekstra met ingang van onmiddellijk doorgaat als zelfstandige fractie onder de naam Fractie Hoekstra. Overeenkomstig artikel 7 van het reglement van orde wordt vanaf deze vergadering dan ook met deze gewijzigde fractiesamenstelling rekening gehouden. Omdat de gehele raad vertegenwoordigd is zullen er 23 besluitvormende stemmen zijn. 02. Vastellen agenda. De heer STOUTHART stelt voor agendapunt 7, waarbij de heer Becking een toelichting zal geven, anders te behandelen en agendapunt 8 van de agenda af te voeren. De heer TIELEMAN verzoekt agendapunt 14 i.v.m. een amendement als bespreekstuk te behandelen. 1 Verslag besluitvormende raadsvergadering 2 juli 2026 De VOORZITTER geeft vervolgens aan dat bij agendapunt 17 de gewaarmerkte jaarstukken zijn toegevoegd. Zij concludeert dat agendapunt 14 na agendapunt 17 als agendapunt 17a zal worden behandeld, dat agendapunt 7 anders wordt behandeld en dat agendapunt 8 van de agenda wordt afgevoerd. De agenda wordt aldus gewijzigd en vastgesteld. 03. Mededelingen. Er zijn geen mededelingen. 04. Vaststellen verslag 28 mei 2026. Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. 05. Vragenkwartier. Er zijn geen vragen. 06. Ingekomen stukken. I.

het voorstel om de onder categorie I ingekomen stukken voor kennisgeving aan te nemen (de betreffende stukken zijn al als ingekomen stuk te boek gesteld en aan de orde geweest in de vergaderingen van de raadscommissies): de raad gaat hiermee akkoord. II. Het voorstel om de onder categorie II ingekomen stukken (die hierbij rechtstreeks te boek worden gesteld ten behoeve van de onderhavige vergadering van de gemeenteraad) als volgt te behandelen: II.A. De ingekomen stukken (afkomstig van derden) voor kennisgeving aan te nemen; de raad gaat akkoord met de voorgestelde wijze van afdoening. II.B. De ingekomen stukken (afkomstig van derden) in handen stellen van het college ter afdoening. II. D. de ingekomen stukken (afkomstig van het college) voor kennisgeving aan te nemen; de raad gaat akkoord met de voorgestelde wijze van afdoening. II. E. De antwoorden (afkomstig van het college) op RvO ex art. 40 vragen voor kennis aan te nemen; de raad gaat akkoord met de voorgestelde wijze van afdoening. II. F. Behandeling in de besluitvormingscyclus. Er zijn geen bijzonderheden en dit agendapunt wordt afgesloten. 07. Bespreking coalitieakkoord. De heer BECKING geeft een toelichting op de huidige stand van zaken. Dank u wel, voorzitter. Tot gisteravond was ik in de veronderstelling dat ik vandaag een coalitieakkoord zou aanbieden aan u als voorzitter van de raad. Maar niets is minder waar.

Ik heb moeten constateren dat er een nieuwe politieke situatie is ontstaan die gepaard gaat met veel begrijpelijke emotie. De politieke realiteit echter is dat vanavond geen feestelijke aangelegenheid is met de beëdiging van de beoogd nieuwe wethouders. Maar dat opnieuw 2 Verslag besluitvormende raadsvergadering 2 juli 2026 gekeken moet worden naar de beste weg voorwaarts om te komen tot een goed en stabiel bestuur voor Papendrecht. Nadat het advies van de eerste informateur, dat lijkt alweer lang geleden, niet tot een nieuw college leidde, is mij de vraag gesteld om informateur te worden. Het advies dat ik daarna aan uw raad uitbracht op 1 mei jl. is gebaseerd op de gesprekken met alle betrokken partijen, de burgemeester en gemeentesecretaris. Kort gezegd zag ik op basis van die gesprekken in hoofdlijnen 2 mogelijke coalitievarianten. De eerste variant een coalitie met de fractie van de PVV en een coalitie zonder de fractie van de PVV. De fractie van de VVD zou in beide varianten sowieso een sleutelrol vervullen. Ik kwam tot dit advies mede op grond van de aan mij door uw raad verstrekte opdracht. Ik baseerde mijn advies daarom op 4 elementen, daarbij rechtdoend aan de verkiezingsuitslag, de verkenning van die eerste informateur, ook die adviseerde coalitie bestaande uit PVV, VVD en CDA, de gevoerde gesprekken en de geconstateerde inhoudelijke overeenstemming.

Ik adviseerde een coalitie bestaande uit PVV, VVD en OP, als zijnde de op dat moment meest realistische eerste variant. Ik gaf ook aan dat als deze variant niet tot succes zou leiden, er ook een tweede mogelijkheid was. Een coalitie bestaande uit een groter aantal partijen met de VVD maar zonder de PVV. En ook voor die variant was een meerderheid aanwezig. Met instemming van een meerderheid van de gemeenteraad ben ik vervolgens op 6 mei gestart als formateur, met als opdracht die eerste variant uit te werken en indien nodig de tweede variant te onderzoeken. Het doel was om voor de eerste variant een inhoudelijk akkoord te bereiken, duidelijkheid te geven over het aantal wethouders en de portefeuilleverdeling en ten slotte om met de partijen kandidaat wethouders te vinden. In de weken die daarop volgden is tussen partijen uit de eerste variant constructief en in goede sfeer gesproken en is op 16 juni overeenstemming bereikt over een coalitieakkoord. Tussentijds heb ik de burgemeester steeds geïnformeerd over de voortgang van de besprekingen. Voorzitter, ik zal nu niet verder ingaan op de inhoud van dit coalitieakkoord gezien de nieuwe politieke realiteit. Hoe nu verder? Ik denk dat de 2 door mij geadviseerde varianten nog steeds de basis zullen vormen voor een nieuwe coalitie.

De eerste variant zou verder opgepakt kunnen worden met de uitbreiding van 1 of meerdere partijen naast PVV, VVD en OP. De tweede variant met een bredere samenstelling behoort ook nog steeds tot de mogelijkheden, hoewel hier ook wel enigszins de situatie gewijzigd is, na gisteren. Het lijkt mij, voorzitter, van wijsheid getuigen goed na te denken over de situatie die nu is ontstaan en over de mogelijke weg voorwaarts. Daar is denk ik, ook enige tijd voor nodig. Mocht ik in die nieuwe situatie behulpzaam kunnen zijn dan ben ik daartoe vanzelfsprekend bereid. Papendrecht, zeg ik via u voorzitter, verdient ondanks deze moeilijke omstandigheden een goed en stabiel bestuur voor de vele uitdagingen die er zijn. Ik wens uw raad de komende dagen en weken veel succes en wijsheid toe. Er is de afgelopen periode door veel mensen ontzettend goed en hard gewerkt. Dat mag ook wel even gezegd worden. En graag wil ik de partijen en hun fractievoorzitters danken voor het vertrouwen en de goede samenwerking tot 3 Verslag besluitvormende raadsvergadering 2 juli 2026 op heden. En in het bijzonder noem ik nu graag de ambtelijke ondersteuning door Jaap, Jelmer, Hans, Christine en Kyra. En zij verdienen een applaus. Dank u wel. Afsluitend dankt de VOORZITTER de heer Becking voor zijn bijdrage. HAMERSTUKKEN: 09. Verlenging ontheffing ingezetenschap (oud) wethouder Van der Borg.

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 10. Agendacommissie. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 11. Benoeming leden agendacommissie. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 12. Uitbreiding capaciteit griffie. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 13. Subsidieplafonds 2027. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 15. Aanvraag vangnetuitkering BUIG 2025 participatiewet. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. BESPREEKSTUKKEN: 16. Zienswijze ontwerpbegrotingen gemeenschappelijke regelingen. De heer GRIMMIUS dient namens zijn fractie amendement 16.A1. Gelijke verdeling ombuigingen (PRO, D66, PAB, VVD, SGP, CDA) in. Het amendement heeft als doel om in de zienswijze richting de GR Sociaal duidelijk vast te leggen dat de raad verwacht dat de GR Sociaal zelf ook bezuinigingen doorvoert.

Volgens de indieners zou voor elke euro die de gemeente ombuigt, de GR Sociaal eveneens een euro aan besparingen binnen de eigen organisatie moeten realiseren. Hij zegt dat in de begrotingsstukken diverse maatregelen zijn voorgesteld om de kosten binnen het sociaal domein terug te dringen. Deze maatregelen hebben echter grotendeels directe of indirecte gevolgen voor inwoners. De indieners vinden daarom dat niet alleen naar bezuinigingen 4 Verslag besluitvormende raadsvergadering 2 juli 2026 voor inwoners gekeken moet worden, maar ook naar besparingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie van de GR Sociaal. Met het amendement wordt het bestuur van de GR Sociaal gevraagd om met dezelfde inzet naar interne bezuinigingen te kijken als van gemeenten wordt gevraagd. Daarbij dienen ook de effecten van gemeentelijke maatregelen op de organisatie van de GR Sociaal te worden meegenomen. Als bv. de drempel voor het aanvragen van voorzieningen wordt verhoogd en daardoor minder aanvragen binnenkomen, heeft dat volgens de heer GRIMMIUS ook gevolgen voor de benodigde personele inzet binnen de GR Sociaal. Het amendement beoogt deze besparingsmogelijkheden expliciet mee te laten wegen.

Het dictum van dit amendement luidt als volgt: Besluit het volgende te wijzigen:  Besluitpunt 2 te wijzigen in: De conceptzienswijze (bijlage 2.0) te wijzigen, door middel van het toevoegen van de volgende tekst (rood) in de vierde alinea op pagina 2: “Wij zullen ons aandeel in de te maken keuzes nemen aangezien wij beseffen dat ons beleid en de keuzes die we maken, een groot aandeel vormt in de uitgaven voor de uitvoering. Dit betekent echter wel dat we keuzes moeten maken die onze inwoners gaan raken, wat pijnlijk is. Wij hechten eraan om maatregelen met een negatieve impact op onze inwoners als laatste toe te passen en te starten met begrotingstechnische maatregelen en maatregelen gericht op de bedrijfsvoering van de GR Sociaal. Daarom vragen we u nadrukkelijk vanuit uw rol, om parallel ook opnieuw kritisch te kijken naar mogelijke besparingen die u in uw organisatie kunt realiseren op andere vlakken, zoals in de structuur van management en de organisatie, bedrijfsvoering, via digitalisering, efficiëntere werkwijzen en samenwerking. Hierbij verwachten we bijvoorbeeld dat u kritisch kijkt naar de huidige managementstructuur met meerdere, dikke managementlagen, de externe inhuur en invulling van vacatureruimte. Dit doen we als gemeente voor onze eigen organisatie en verwachten we daarom ook van u als verlengd lokaal bestuur.

Wij verwachten van u dat u een even grote inspanning doet om de tekorten teniet te doen, als wij als gemeente doen. Omdat meerdere maatregelen die worden voorgesteld direct impact hebben op onze inwoners, vinden wij het redelijk om van u een gelijkwaardige inspanning te mogen verwachten om de lasten te verdelen. Concreet spreken wij de expliciete verwachting uit dat u, voor iedere euro die de gemeente Papendrecht ombuigt, zelf ook een euro ombuigt. Wij hebben de overtuiging dat een slankere managementstructuur en scherpere benadering van externe inhuur niet ten koste hoeft te gaan van de kwaliteit van bedrijfsvoering richting onze inwoners. We zien graag dat u op deze verwachting expliciet een terugkoppeling geeft aan de gemeenteraden. Verder geven we u als overweging mee om hierbij ook de effecten van de voorgestelde bezuinigingen op uw organisatie te betrekken. We doen daarnaast een klemmend beroep op u, om maximaal gebruik te maken van de ruimte die er is om door middel van de technische uitgangspunten de begroting zo ver mogelijk naar beneden bij te stellen. We constateren dat deze maatregelen primair gericht zijn op financiële 5 Verslag besluitvormende raadsvergadering 2 juli 2026 beheersbaarheid en ramingsdiscipline in een periode van grote onzekerheden, waaronder landelijke beleidsontwikkelingen.

We onderkennen dat een deel van de maatregelen is gebaseerd op aannames en verwachtingen, waarvan de uiteindelijke effecten zich in de praktijk moeten bewijzen. Dit brengt een risico met zich mee dat de financiële uitkomsten anders kunnen zijn dan nu geraamd.”  Besluitpunt 3 te wijzigen in: De gewijzigde conceptzienswijze over de ontwerpbegroting 2027 en de jaarstukken 2025 van de gemeenschappelijke regeling Sociaal (GRS) als zienswijze aan te bieden bij de GRS (bijlage 2.0). De heer GOUDRIAAN dient namens zijn fractie amendement 16.A2. Zorgen voor ondersteuning in. Het betreft het schrappen van maatregel 40, huishoudelijke ondersteuning gebiedsgericht inrichten. Bij deze ombuigingsmaatregel wordt al bij voorbaat aangegeven dat de besparing minimaal is en deze impact kan hebben op de keuzevrijheid van mensen. Dit is voor zijn fractie de reden om dit amendement in te dienen. Het dictum daarvan luidt als volgt: Besluit het volgende te wijzigen: • · Besluitpunt 2 te wijzigen in: De conceptzienswijze (bijlage 2.0) te wijzigen, door middel van het schrappen van de volgende tekst in de tabel op pagina 5: “40 Huishoudelijk ondersteuning gebiedsgericht inrichten.” en de volgende tekst op bladzijde 7: “Maatregel 40: Huishoudelijke ondersteuning gebiedsgericht inrichten - U geeft aan dat er geen indicatie te geven is van de besparing.

Daarnaast hechten onze inwoners vaak aan hun keuzevrijheid, hoewel we beseffen dat afwijken hiervan wel kan zorgen voor meer efficiency. Enkele andere gemeenten geven aan dat zij een pilot willen doen. Graag blijven we op de hoogte van de voortgang, inclusief het effect dat het op de keuzevrijheid van inwoners heeft. We zouden hier in een later stadium een oordeel over willen geven op basis van die pilots.” Uiteraard steunt men het door zijn fractie mede ingediende amendement 16.A1. Gelijke verdeling ombuigingen. M.b.t. motie 16.M1. Bewustwording en preventie van zorgfraude in Papendrecht en de Drechtsteden vraagt hij wat met deze motie wordt beoogd. Mevrouw STIGTER geeft aan dat haar fractie amendement 16.A1. Gelijke verdeling ombuigingen steunt. Tijdens de oordeelsvorming heeft de fractie al aangegeven dat zij deze lijn het liefst breder zou zien en ook van toepassing zou willen laten zijn op andere GR’en. Volgens haar fractie lijkt er ook bij andere GR’en ruimte te zijn om kritisch naar de kosten te kijken. Daarbij merkt zij op dat sommige regelingen iets ruimer begroten en aan het einde van het jaar middelen teruggeven. Haar fractie ziet daarin mogelijkheden om verder op de uitgaven te besparen. Zij constateert echter dat er voor een 6 Verslag besluitvormende raadsvergadering 2 juli 2026 bredere aanpak momenteel geen meerderheid is.

Daarom laat men het voorstel voor nu zoals het is, maar merkt zij wel op dat dit onderwerp in de toekomst opnieuw bekeken zou kunnen worden. De heer VAN HETEREN geeft aan dat zijn fractie mede-indiener is van amendement 16.A1. Gelijke verdeling ombuigingen. Hij zegt dat de D66- fractie dit een goed amendement vindt omdat het oproept om kritisch te kijken naar de rol en uitgaven van GR Sociaal, zeker met het oog op de komende bezuinigingen en ombuigingen. Ook motie 16.M1. Bewustwording en preventie van zorgfraude in Papendrecht en de Drechtsteden kan rekenen op steun van zijn fractie. Men vindt het belangrijk dat er extra aandacht komt voor zorgfraude. Volgens de heer VAN HETEREN blijkt uit nieuwe inzichten steeds opnieuw dat zorgfraude een aanzienlijke rol speelt binnen het sociale domein. Zijn fractie ondersteunt daarom de oproep om hier meer aandacht aan te besteden. M.b.t. amendement 16.A2. Zorgen voor ondersteuning vraagt hij zich af wat men met het amendement wil bereiken. Zijn fractie staat in principe positief tegenover maatregelen die de efficiëntie vergroten, maar merkt op dat het college al heeft aangegeven het voorstel niet over te nemen. Daarom begrijpt hij niet goed waarom het amendement alsnog is ingediend. De heer VAN HETEREN verzoekt de SGP-fractie hierop een nadere toelichting te geven. De heer TIELEMAN dient (mede namens de D66-fractie) motie 16.M1.

Bewustwording en preventie van zorgfraude in Papendrecht en de Drechtsteden in. Hij merkt op dat de zorgfraude het vertrouwen in het zorgstelsel ondermijnt en ten kosten gaat van inwoners die de zorg en ondersteuning echt nodig hebben. Daarom is men van mening dat men niet alleen moet inzetten op toezicht en handhaving, maar juist ook preventie en bewustwording. Het dictum luidt als volgt: Verzoekt het college/spreekt uit dat: • Samenwerking met alle betrokken partijen in de Drechtsteden te zoeken (zoals gemeenten, Sociale Dienst Drechtsteden, politie, handhavers en maatschappelijke organisaties) om fraude effectief te signaleren en te voorkomen; • inwoners actief te informeren over bestaande meldmogelijkheden via gemeentelijke communicatiekanalen, sociale media, wijkgerichte communicatie en bijeenkomsten; • te onderzoeken of aanvullende voorlichting via wijkteams, maatschappelijke organisaties en zorgaanbieders kan worden ingezet; • Beleid en handhaving op elkaar af te stemmen door te zorgen voor actueel, duidelijk en samenhangend beleid, toezicht en handhaving rondom de aanpak van zorgfraude; • De gemeenteraad uiterlijk in het laatste kwartaal van 2026 te informeren over de aanpak, voortgang, resultaten en eventuele vervolgstappen. 7 Verslag besluitvormende raadsvergadering 2 juli 2026 M.b.t.

de vragen van de SGP-fractie over de ingediende motie zegt hij dat hij op dit moment nog niet kan aangeven wat er precies ontbreekt, omdat nog niet duidelijk is wat mogelijk gemist wordt binnen het geheel. Volgens de heer TIELEMAN is het doel van de motie vooral om de raad concreter te informeren over de behaalde resultaten. Op dit moment ontbreekt volgens hem voldoende inzicht in die resultaten. Met de motie wordt gevraagd om meer duidelijkheid, zodat de raad beter kan beoordelen wat de opbrengsten zijn en deze ook kan meten. Hij zegt dat het uitgangspunt daarbij is dat meten nodig is om te kunnen weten wat het effect van beleid en maatregelen is. De heer GRIMMIUS merkt op dat het door de heer Tieleman uitgesproken dictum niet overeenkomt met dat in GO. Aansluitend wordt de vergadering geschorst (18.24 – 18.41 uur). De VOORZITTER heropent de vergadering en merkt op dat de getekende versie de juiste versie is. De heer GRIMMIUS sluit zich m.b.t. motie 16.M1. Bewustwording en preventie van zorgfraude in Papendrecht en de Drechtsteden aan bij de vragen die door de SGP-fractie zijn gesteld. Voor zijn fractie is nog onvoldoende duidelijk wat de motie precies toevoegt, omdat zij ervan uitgaat dat veel van de genoemde activiteiten rondom fraudebestrijding al plaatsvinden. Daarnaast heeft de heer GRIMMIUS moeite met de toon en insteek van de motie.

Hij vindt dat deze een te sterke nadruk legt op het opsporen van fraude en spreekt in dat verband over een gevoel van ‘fraudejacht’. Vooral het onderdeel waarin inwoners worden aangemoedigd om vermoedens van fraude bij anderen te melden, roept bij zijn fractie twijfels op. Hoewel hij benadrukt dat fraude onacceptabel is en moet worden aangepakt, voelt dit voor zijn fractie ongemakkelijk. De heer GRIMMIUS geeft aan eerst de beantwoording van de gestelde vragen te willen afwachten, maar zegt dat zijn fractie op dit moment neigt naar het niet ondersteunen van de motie. Vervolgens gaat hij in op amendement 16.A2. Zorgen voor ondersteuning en geeft aan dat zijn fractie dit amendement niet zal steunen. Daarbij verwijst hij naar het standpunt van het college, dat heeft aangegeven eerst nader onderzoek te willen doen. Zijn fractie kan zich daarin vinden en wil de resultaten van dat onderzoek afwachten. Volgens de heer GRIMMIUS is het daarom niet nodig om de betreffende post nu al te schrappen. Als uit het onderzoek later blijkt dat de maatregel weinig oplevert, kan daar op een later moment alsnog een besluit over worden genomen. EERSTE TERMIJN COLLEGE Wethouder VAN ERK merkt m.b.t. amendement 16.A1.

Gelijke verdeling ombuigingen op dat hier tijdens de oordeelsvorming al uitvoerig over is gesproken en dat er inmiddels een aangepaste versie van het amendement 8 Verslag besluitvormende raadsvergadering 2 juli 2026 ligt. Het college heeft deze zorgvuldig beoordeeld en adviseert het amendement gewijzigd over te nemen. De eerste voorgestelde wijziging betreft de volgende passage uit het amendement: “Daarom vragen we u nadrukkelijk vanuit uw rol om parallel ook opnieuw kritisch te kijken naar mogelijke besparingen die u in uw organisatie kunt realiseren op andere vlakken, zoals in de structuur van management en de organisatie, bedrijfsvoering via digitalisering, efficiëntere werkwijze en samenwerking.” Het college stelt voor deze tekst te vervangen door: “Daarom vragen we u nadrukkelijk vanuit uw rol om parallel ook opnieuw kritisch te kijken naar mogelijke besparingen die u zelf binnen uw organisatie kunt realiseren.” Volgens wethouder VAN ERK wordt hiermee voorkomen dat de opdracht wordt beperkt tot enkele specifieke onderdelen. De formulering wordt daardoor breder, terwijl in andere passages van de zienswijze nog steeds voorbeelden worden genoemd. N.a.v. een verduidelijkende vraag van de VOORZITTER bevestigt wethouder VAN ERK dat hiermee ook een passage wordt aangepast die oorspronkelijk vanuit het college zelf aan de raad was voorgesteld.

Hij geeft aan dat het college, gezien de omvang van de aangebrachte wijzigingen in het amendement, nu adviseert om de betreffende tekst integraal te vervangen door de nieuwe formulering. De tweede voorgestelde wijziging heeft betrekking op de passage: “Concreet spreken wij de expliciete verwachting uit dat u voor iedere euro die de gemeente Papendrecht ombuigt, zelf ook een euro ombuigt.” Het college stelt voor deze tekst te vervangen door: “Concreet spreken we de expliciete verwachting uit dat de GR Sociaal naar rato bijdraagt aan de ombuigingsopgave in Papendrecht. Deze bijdrage dient in verhouding te staan tot de invloedbare deel van de begroting van de GR Sociaal.” Wethouder VAN ERK zegt dat de oorspronkelijke tekst de indruk wekt dat de volledige bezuinigingsopgave van de gemeente wordt neergelegd bij de GR Sociaal. Volgens het college is dat niet haalbaar en niet realistisch. Daarom wordt voorgesteld de bijdrage van de GR Sociaal in verhouding te laten staan tot het deel van de begroting waarop daadwerkelijk invloed kan worden uitgeoefend. N.a.v. een verzoek van de heer GRIMMIUS zegt wethouder VAN ERK toe dat de voorgestelde tekstwijzigingen schriftelijk via de griffie beschikbaar worden gesteld, zodat de indieners deze tijdens een schorsing kunnen beoordelen. Vervolgens gaat wethouder VAN ERK in op amendement 16.A2.

Zorgen voor ondersteuning, hij laat hierover het oordeel aan de raad. Hij erkent dat de verwachte besparing waarschijnlijk beperkt zal zijn en dat de exacte opbrengst op dit moment nog niet kan worden ingeschat. Tegelijkertijd merkt hij op dat meerdere gemeenten experimenteren met pilots op dit gebied en dat het 9 Verslag besluitvormende raadsvergadering 2 juli 2026 college eerder heeft geadviseerd deze ontwikkeling te onderzoeken en mogelijk daarbij aan te sluiten. De SGP-fractie stelt voor eerst de resultaten van dergelijke pilots af te wachten. Volgens wethouder VAN ERK is dat een verdedigbare keuze. Hoewel het schrappen van de maatregel nu geen directe financiële gevolgen heeft, blijft het mogelijk dat een pilot op termijn alsnog een besparing oplevert. Alles afwegend laat het college het oordeel hierover aan de raad. Tot slot zegt hij m.b.t. motie 16.M1. Bewustwording en preventie van zorgfraude in Papendrecht en de Drechtsteden dat zowel de raad als het college het belang van dit onderwerp onderschrijven. Volgens hem heeft zorgfraude al langere tijd de aandacht van de gemeente, de sociale dienst en andere betrokken organisaties. Ondanks dat er al veel gebeurt op dit terrein, kan het college zich vinden in de inhoud van het dictum van de motie.

Wethouder VAN ERK merkt op dat achter ieder onderdeel van de motie een uitgebreide uitvoeringspraktijk schuilgaat, maar dat het college de voorgestelde richting ondersteunt. Daarom geeft het college een positief advies over de motie. (Schorsing 18.53 – 19.13 uur) TWEEDE TERMIJN RAAD De heer GRIMMIUS licht de aangepaste versie van amendement 16.A1. Gelijke verdeling ombuigingen toe. Hij zegt dat men de eerste voorgestelde aanpassing van het college niet zal overnemen. Volgens hem heeft deze wijziging deels betrekking op de tekst die oorspronkelijk al afkomstig was uit het voorstel van het college zelf. Men vindt het daarom niet nodig om die passage aan te passen. Daarnaast zijn zij het niet eens met de argumentatie van het college dat de oorspronkelijke tekst de besparingsmogelijkheden zou beperken tot enkele genoemde onderdelen. Volgens de heer GRIMMIUS is daarvan geen sprake, omdat in de tekst staat dat het gaat om besparingen ‘zoals’ op de genoemde onderdelen. Daarmee is volgens hem geen sprake van een limitatieve opsomming. De tweede voorgestelde aanpassing van het college is wel gedeeltelijk overgenomen.

De oorspronkelijke passage: ‘Concreet spreken wij de expliciete verwachting uit dat u voor iedere euro die de gemeente Papendrecht ombuigt zelf ook een euro ombuigt.’ is gewijzigd in: ‘Concreet spreken wij de expliciete verwachting uit dat u in vergelijkbare mate bijdraagt aan de ombuigingsopgave in Papendrecht.’ De heer GRIMMIUS merkt op dat dit de enige inhoudelijke wijziging is die n.a.v. het collegeadvies in het amendement is verwerkt. M.b.t. amendement 16.A2. Zorgen voor ondersteuning en motie 16.M1. Bewustwording en preventie van zorgfraude in Papendrecht en de Drechtsteden geeft de heer GRIMMIUS aan dat zijn fractie deze -in afwachting van de reactie van de PAB-fractie- voornemens is niet te steunen. 10 Verslag besluitvormende raadsvergadering 2 juli 2026 De heer GOUDRIAAN merkt richting de D66-fractie m.b.t. amendement 16.A2. Zorgen voor ondersteuning op dat de SGP-fractie veel waarde hecht aan het waarborgen van de keuzevrijheid voor inwoners. Volgens hem bestaat het risico dat de voorgestelde maatregel deze keuzevrijheid beperkt, wanneer ook de gemeente Papendrecht deze richting zou inslaan. Hij merkt op dat Papendrecht momenteel de resultaten van een pilot in andere gemeenten afwacht.

Door de maatregel nu al van de lijst met mogelijke bezuinigingsmaatregelen te schrappen, wil zijn fractie duidelijk maken dat zij deze ontwikkeling niet wenselijk vindt en deze richting niet op wil gaan. De heer VAN HETEREN vraagt per interruptie of het niet juist waardevol is om eerst de uitkomsten van de pilot af te wachten. Hij merkt op dat ook het college heeft aangegeven benieuwd te zijn naar de gevolgen voor de keuzevrijheid. Volgens zijn fractie kan pas na de evaluatie worden vastgesteld of die keuzevrijheid daadwerkelijk wordt beperkt, of dat de effecten uiteindelijk meevallen terwijl mogelijk wel efficiencywinst wordt bereikt. De heer GOUDRIAAN antwoordt dat in de toelichting op de ombuigingsmaatregel zelf al staat dat de verwachte besparing minimaal is en dat er tegelijkertijd gevolgen kunnen zijn voor de keuzevrijheid van inwoners. Juist deze combinatie is voor de SGP-fractie doorslaggevend. Men ziet daarom onvoldoende reden om de maatregel verder te onderzoeken en is van mening dat de maatregel beter direct van de lijst kan worden geschrapt. Mevrouw STIGTER merkt op dat men motie 16.M1. Bewustwording en preventie van zorgfraude in Papendrecht en de Drechtsteden niet zal steunen. Volgens haar wordt er op landelijk niveau al beleid ontwikkeld om strenger op te treden tegen zorgfraude.

Zij zegt dat zowel de minister als de staatssecretaris hier nadrukkelijk mee bezig zijn. Daarom vraagt zij zich af wat de motie nog toevoegt aan de bestaande aanpak. Haar fractie ziet daarom onvoldoende meerwaarde in de motie. M.b.t amendement 16.A2. Zorgen voor ondersteuning geeft zij aan dat keuzevrijheid voor haar fractie een belangrijk uitgangspunt is. Tegelijkertijd vindt men het waardevol om deel te nemen aan een pilot, zodat op basis van de praktijkervaring kan worden vastgesteld wat de daadwerkelijke gevolgen en effecten van de maatregel zijn. De heer VAN HETEREN geeft aan dat zijn fractie amendement 16.A2. Zorgen voor ondersteuning niet zal steunen. Net als de CU wil zijn fractie eerst de resultaten van de pilot afwachten om beter inzicht te krijgen in de daadwerkelijke gevolgen voor de keuzevrijheid van inwoners. Volgens hen is het belangrijk om op basis van praktijkervaring te beoordelen of er daadwerkelijk sprake is van ongewenste effecten. M.b.t. motie 16.M1. Bewustwording en preventie van zorgfraude in Papendrecht en de Drechtsteden merkt de heer VAN HETEREN op dat door andere fracties is gesuggereerd dat deze mogelijk overbodig zou zijn. Zijn fractie is echter blij dat de portefeuillehouder heeft aangegeven de motie te kunnen omarmen en te ondersteunen.

Voor hen is dat een bevestiging dat er nog mogelijkheden zijn 11 Verslag besluitvormende raadsvergadering 2 juli 2026 om de aanpak van zorgfraude steviger te verankeren binnen het gemeentelijke beleid en de uitvoering. Hij wijst erop dat veel taken binnen het sociaal domein bij gemeenten zijn belegd. Juist daarom vindt zijn fractie het belangrijk dat er blijvende aandacht is voor het voorkomen en bestrijden van zorgfraude. Daarbij gaat het volgens hem niet om het stimuleren dat inwoners elkaar aangeven, zoals volgens hem door de PRO-fractie werd gesuggereerd, maar vooral om het aanpakken van malafide zorgaanbieders. Hij zegt dat het aantal aanbieders binnen het sociaal domein de afgelopen jaren sterk is gegroeid en dat gemeenten jaarlijks grote bedragen uitgeven aan onder meer jeugdzorg en andere vormen van ondersteuning. Volgens de D66-fractie is het daarom noodzakelijk om alert te blijven op misbruik en ervoor te zorgen dat zorggeld daadwerkelijk terechtkomt bij mensen die daar recht op hebben. De heer GRIMMIUS merkt per interruptie op dat hij de redenering van de D66- fractie over malafide zorgaanbieders goed kan volgen. Hij wijst er echter op dat de motie niet alleen betrekking heeft op aanbieders, maar ook op onderwerpen als onrechtmatige declaraties en misbruik van persoonsgebonden budgetten. Daarmee raakt de motie volgens hem ook inwoners rechtstreeks.

Hij vraagt hoe men de verhouding ziet tussen fraude door zorgaanbieders enerzijds en fraude door inwoners anderzijds. Daarbij spreekt hij de zorg uit dat een te sterke focus op fraude door inwoners kan leiden tot situaties die doen denken aan de toeslagenaffaire. De heer VAN HETEREN antwoordt dat hij geen exacte verhouding kan geven tussen beide vormen van fraude. Hij zegt de zorgen van de heer Grimmius te begrijpen en benadrukt dat het nadrukkelijk niet de bedoeling is om inwoners onnodig hard aan te pakken of een situatie te creëren die vergelijkbaar is met de toeslagenaffaire. Tegelijkertijd wijst hij erop dat er regelmatig voorbeelden naar buiten komen van aanzienlijke bedragen die, ook via persoonsgebonden budgetten, onterecht worden gedeclareerd. Volgens zijn fractie is het daarom belangrijk om alert te blijven op misbruik, zonder daarbij door te slaan in de controle. De heer VAN HETEREN spreekt daarbij zijn vertrouwen uit in het college en de portefeuillehouder om hierin een zorgvuldige balans te bewaren. Volgens hem moet het uitgangspunt zijn dat iedere euro die aan zorg wordt besteed ook daadwerkelijk terechtkomt bij het doel waarvoor deze bedoeld is. De heer TIELEMAN geeft aan dat motie 16.M1. Bewustwording en preventie van zorgfraude in Papendrecht en de Drechtsteden vooral gericht is op het herkennen en voorkomen van fraude binnen de zorg.

Daarbij gaat het volgens hem met name om malafide zorgaanbieders en vormen van criminaliteit waarbij zorggelden onterecht worden gebruikt. Hij benadrukt dat er landelijk grote bedragen gemoeid zijn met zorgfraude en dat het daarom van belang is dat beschikbare middelen terechtkomen bij de mensen voor wie ze bedoeld zijn. De heer TIELEMAN merkt op dat de portefeuillehouder de motie heeft omarmd als een steun in de rug voor de bestaande inzet op dit onderwerp. Volgens hem draagt de motie eraan bij dat zowel binnen de ambtelijke organisatie als onder inwoners blijvend aandacht wordt besteed aan het 12 Verslag besluitvormende raadsvergadering 2 juli 2026 herkennen van signalen van fraude. Daarnaast benadrukt hij dat juist mensen die afhankelijk zijn van zorg moeten weten waar zij terecht kunnen met vragen of twijfels over de zorg die zij ontvangen. Wanneer zij vermoeden dat er iets niet klopt, moeten zij eenvoudig de juiste kanalen kunnen vinden voor advies of melding. Volgens de heer TIELEMAN is het daarom belangrijk dat de bewustwording rond dit onderwerp wordt vergroot en behouden blijft. Tot slot is hij m.b.t. amendement 16.A2. Zorgen voor ondersteuning van mening dat de voorgestelde pilot een kans moet krijgen, zodat de effecten in de praktijk kunnen worden beoordeeld. Om die reden kan zijn fractie het amendement niet steunen. Mevrouw VERDOORN geeft aan amendement 16.A2.

Zorgen voor ondersteuning niet te zullen steunen. Zij wijst erop dat de betreffende maatregel als ‘oranje’ is geclassificeerd en dat nog onderzocht kan worden wat de daadwerkelijke effecten en opbrengsten zijn. Om die reden wil haar fractie eerst bekijken wat de maatregel mogelijk oplevert voordat daar een definitief oordeel over wordt gegeven. M.b.t. motie 16.M1. Bewustwording en preventie van zorgfraude in Papendrecht en de Drechtsteden merkt mevrouw VERDOORN op dat haar fractie deze eigenlijk als overbodig beschouwt, omdat over dit onderwerp al afspraken zijn opgenomen in het coalitieakkoord. Zij geeft aan dat het jammer is dat het coalitieakkoord niet is behandeld, omdat dat volgens haar duidelijk had gemaakt dat er al aandacht is voor dit onderwerp. Desondanks zal haar fractie de motie steunen. Stemming gewijzigd amendement 16.A1. Gelijke verdeling ombuigingen. Met 23 stemmen voor wordt dit amendement aangenomen. Stemming amendement 16.A2. Zorgen voor ondersteuning. Met 4 stemmen (mevrouw Hoekstra en de heren Boersma, Goudriaan en Van Houtert) voor en 19 stemmen tegen wordt dit amendement verworpen. Stemming geamendeerde raadsvoorstel Zienswijze ontwerpbegrotingen gemeenschappelijke regelingen. Met 23 stemmen voor wordt het voorstel van burgemeester en wethouders besloten amendement aangenomen. Stemming motie 16.M1.

Bewustwording en preventie van zorgfraude in Papendrecht en de Drechtsteden. Met 4 stemmen (de dames Libert en Stigter en de heren Grimmius en Visser) tegen en 19 stemmen voor wordt deze motie aangenomen. 17. Jaarstukken 2025. De heer BOERSMA zegt dat zijn fractie zich kan vinden in de jaarstukken en in het voorstel voor de bestemming van het resultaat. Daarbij merkt hij op dat tijdens de oordeelsvorming al is besproken dat er niet volledig sprake was van 13 Verslag besluitvormende raadsvergadering 2 juli 2026 een daadwerkelijk overschot. Op 1 onderdeel maakt zijn fractie een uitzondering, daarom heeft men amendement 17.A1. Economische impuls (SGP/D66) ingediend. Hij merkt op dat hiervoor vorig jaar bij de Perspectiefnota € 50.000, - beschikbaar is gesteld voor 2025. Omdat dit bedrag niet is benut, stelt zijn fractie voor dat alsnog in te zetten. Hij verwijst daarbij naar het actieplan voor Papendrechtse ondernemers dat hij vorig jaar bij de Perspectiefnota heeft gepresenteerd. Onderdeel daarvan was het idee voor een ondernemersfonds in Papendrecht. Volgens de heer BOERSMA sluit dit ook aan bij het coalitieakkoord.

Het amendement is volgens hem opgesteld voordat Het dictum luidt als volgt: Verzoekt het college:  in kaart te brengen, of bij nieuwbouwprojecten zoals van VO-scholen, een restwaarde van 20% van de stichtingskosten en een afschrijvingsduur van 40 jaar gangbaar is;  welke vervangingskosten binnen de afschrijvingstermijn reëel zijn bij de twee VO-scholen;  wat reëel is met betrekking tot restwaarde en afschrijvingsduur voor de Papendrechtse VO-scholen;  hierin mee te nemen of het op (korte of lange) termijn voordelig kan zijn, om een andere afschrijvingsmethodiek te kiezen en hierover advies uit te brengen aan de gemeenteraad;  de gemeenteraad te informeren, uiterlijk vóór behandeling van de begroting in november 2026. M.b.t. motie 17.M1. Onderzoek afschrijvingsmethodiek VO-scholen constateert hij dat hiervoor inmiddels brede steun binnen de raad bestaat. Hoewel zijn fractie de motie niet noodzakelijk vond, zal zij deze gezien de brede ondersteuning wel steunen. De heer GRIMMIUS merkt m.b.t. amendement 17.A1. Economische impuls op dat zijn fractie daar gemengde gevoelens bij heeft. Tegelijkertijd vindt hij dat het past binnen de gebruikelijke financiële werkwijze om middelen die in een bepaald jaar beschikbaar waren maar niet zijn besteed door te schuiven naar een volgend jaar.

Vanuit die gedachte vindt hij het logisch om ook het bedrag van € 50.000, - door te zetten naar het volgende jaar. Om die reden zal zijn fractie het amendement steunen. M.b.t. motie 17.M1. Onderzoek afschrijvingsmethodiek VO-scholen merkt de heer GRIMMIUS op dat zijn fractie mede-indiener is. Hij spreekt daarbij zijn waardering uit voor de auditcommissie, die het onderliggende advies heeft gegeven. Daarnaast is hij tevreden dat de motie op brede steun binnen de raad lijkt te kunnen rekenen. Mevrouw VAN ES geeft aan dat de D66-fractie amendement 17.A1. Economische impuls mede heeft ingediend en uiteraard steunt. Volgens haar spreekt de inhoud van het amendement voor zich en is deze al voldoende toegelicht door eerdere sprekers. Vervolgens gaat zij in op motie 17.M1. Onderzoek afschrijvingsmethodiek VO-scholen, die is ingediend door D66, 14 Verslag besluitvormende raadsvergadering 2 juli 2026 OP, PVV, PRO, CDA, 50PLUS en PAB. Deze heeft betrekking op een advies dat door de auditcommissie is uitgebracht naar aanleiding van de jaarstukken. Mevrouw VAN ES geeft aan dat de auditcommissie in totaal 3 adviezen heeft gegeven, waarvan het college 2 adviezen heeft overgenomen of heeft toegezegd deze uit te voeren. Eén advies is echter niet overgenomen. Volgens haar is een uitspraak van de raad nodig als de raad wil dat ook dit derde advies alsnog wordt opgevolgd.

Dat is voor de indieners de aanleiding geweest om de motie in te dienen. Het dictum van de motie luidt als volgt: Verzoekt het college:  in kaart te brengen, of bij nieuwbouwprojecten zoals van VO-scholen, een restwaarde van 20% van de stichtingskosten en een afschrijvingsduur van 40 jaar gangbaar is;  welke vervangingskosten binnen de afschrijvingstermijn reëel zijn bij de twee VO-scholen;  wat reëel is met betrekking tot restwaarde en afschrijvingsduur voor de Papendrechtse VO-scholen;  hierin mee te nemen of het op (korte of lange) termijn voordelig kan zijn, om een andere afschrijvingsmethodiek te kiezen en hierover advies uit te brengen aan de gemeenteraad;  de gemeenteraad te informeren, uiterlijk vóór behandeling van de begroting in november 2026. Mevrouw STIGTER geeft aan dat haar fractie motie 17.M1. Onderzoek afschrijvingsmethodiek VO-scholen, ondanks de brede steun die daarvoor binnen de raad lijkt te bestaan, niet zal steunen. Men begrijpt de wens om zorgvuldig om te gaan met de financiële kaders rondom de nieuwbouw van de VO-scholen, maar vindt het niet verstandig om nu al onderzoek te doen naar een mogelijke aanpassing van de afschrijvingstermijnen. Volgens mevrouw STIGTER wordt op 1 januari 2027 de Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting verwacht.

Deze wet moet zorgen voor een meer planmatige aanpak van onderwijshuisvesting door gemeenten en schoolbesturen. Daarnaast biedt de wet meer duidelijkheid over het onderscheid tussen renovatie en onderhoud en zal deze naar verwachting ook leiden tot aangepaste kaders van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten voor onderwijshuisvesting. De CU-fractie vindt het daarom verstandig om deze ontwikkelingen eerst af te wachten. Daarna kan de gemeente in één keer een integrale investeringsbegroting voor alle scholen opstellen, inclusief een doorrekening van de financiële gevolgen en een eventuele heroverweging van de afschrijvingstermijnen. Volgens mevrouw STIGTER is deze aanpak efficiënter, voorkomt het dubbel werk en maakt deze het mogelijk besluiten te nemen op basis van de meest actuele wet- en regelgeving. Daarnaast wijst zij erop dat een eventuele verkorting van de afschrijvingstermijn na 40 jaar aanzienlijke financiële gevolgen kan hebben voor de gemeente. Om die reden vindt men dat hierover pas een afgewogen besluit kan worden genomen zodra het nieuwe wettelijke kader en de bijbehorende richtlijnen 15 Verslag besluitvormende raadsvergadering 2 juli 2026 beschikbaar zijn. Tot slot merkt mevrouw STIGTER op dat de motie ook ingaat op het onderhoud van schoolgebouwen. Volgens haar ligt de verantwoordelijkheid voor het onderhoud bij de schoolbesturen en niet bij de gemeente.

De CU-fractie vindt daarom dat in de motie verschillende verantwoordelijkheden door elkaar worden gehaald. De heer BLOM geeft (in zijn maiden speech) aan blij te zijn met de aanvulling van mevrouw Stigter. Volgens hem hoeven de voorgestelde motie en de toekomstige ontwikkelingen rondom de nieuwe wetgeving elkaar niet uit te sluiten. Hij benadrukt dat de motie slechts vraagt om de raad te informeren en te onderzoeken of een andere afschrijvingsmethodiek mogelijk voordelen kan opleveren voor de gemeente. Daarbij merkt hij op dat de verwachte Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting juist als uitgangspunt kan worden meegenomen bij het opstellen van dit advies. Volgens de heer BLOM vraagt de motie om een advies vóór november, maar betekent dit niet dat er direct daarna ook een besluit genomen moet worden. Een eventuele besluitvorming kan volgens hem ook op een later moment, bv. in het volgende jaar, plaatsvinden. Met die overweging vraagt de heer BLOM de raad om de motie alsnog te steunen, omdat onderzoek naar de mogelijkheden volgens hem nuttige informatie kan opleveren zonder dat daarmee al direct definitieve keuzes worden gemaakt. EERSTE TERMIJN COLLEGE Wethouder VAN DER BORG merkt m.b.t. motie 17.M1.

Onderzoek afschrijvingsmethodiek VO-scholen op dat het standpunt van het college niet nieuw is en dat hierover tijdens de oordeelsvormende vergadering al uitgebreid is gesproken. Namens het college adviseert hij de motie gedeeltelijk over te nemen. Voor het onderdeel m.b.t. de restwaarde ziet het college mogelijkheden. Volgens de wethouder zijn er landelijk ontwikkelingen gaande op dit vlak, is het betreffende rekenmodel inmiddels formeel erkend door de commissie-BBV. Om die reden staat het college positief tegenover nader onderzoek naar dit onderdeel. Over het andere deel van de motie is hij aanzienlijk kritischer. Wethouder VAN DER BORG geeft aan dat een onderzoek altijd mogelijk is, maar dat volgens hem de uitkomst op voorhand al bekend is. Hij zegt dat een wijziging van de afschrijvingsmethodiek naar verwachting minimaal € 800.000 per jaar zou kosten. Gezien de financiële opgaven waarvoor de gemeente de komende jaren staat, vindt hij het daarom niet verstandig om hier verder onderzoek naar te laten doen. De wethouder geeft aan dat het college een onderzoek vanzelfsprekend kan uitvoeren als de raad dat wenst, maar dat hij de toegevoegde waarde daarvan niet ziet. Hij zal zijn opvolger/de ambtelijke organisatie daarom adviseren dit deel van de motie niet over te nemen. Hij ontraadt dit deel van de motie nadrukkelijk.

Tot slot verwijst wethouder VAN DER BORG naar de bijdrage van mevrouw Stigter, waarin hij zich in belangrijke mate kan herkennen. Hij roept de raad op die 16 Verslag besluitvormende raadsvergadering 2 juli 2026 overwegingen mee te nemen in de besluitvorming en adviseert met klem om het betreffende deel van de motie niet over te nemen. Wethouder VAN ERK merkt m.b.t. amendement 17.A1. Economische impuls op dat in het budget van € 110.000, - voor 2026, dat in het amendement wordt genoemd, al een reservering is opgenomen voor een onderzoek naar een ondernemersfonds. Volgens het college is het daarom niet nodig om hiervoor aanvullend € 50.000, - beschikbaar te stellen. Om die reden ontraadt het college het amendement. TWEEDE TERMIJN RAAD De heer BOERSMA merkt op dat amendement 17.A1. Economische impuls in feite alleen regelt dat het bedrag van vorig jaar wordt overgeheveld naar dit jaar. Daarbij wordt wel een voorstel gedaan voor de besteding van het bedrag, maar hij benadrukt dat hier ook een andere invulling aan kan worden gegeven. Verder geeft hij aan dat er ambtelijk al een inventarisatie is gemaakt van de mogelijke opties, waaruit een volgend college keuzes kan maken. De heer BOERSMA stelt daarom voor het amendement ongewijzigd te laten en dit te betrekken bij de verdere afwegingen.

Naar zijn mening vormt het amendement een extra impuls voor het beschikbare budget van dit jaar en is het zinvol om deze middelen beschikbaar te houden. Mevrouw VAN ES reageert op de inbreng van de portefeuillehouder. Zij geeft aan dat het voor haar fractie belangrijk is om inzichtelijk te krijgen wat de gevolgen zijn van een afschrijvingstermijn van 40 jaar. Volgens haar is dit geen nieuw verzoek, omdat haar fractie hier eerder ook al aandacht voor heeft gevraagd. Zij schrikt ervan dat de wethouder aangeeft dat het voorstel niet zal worden uitgevoerd en dat deze mening ook aan een volgend college wordt meegegeven. Zij zegt dat de meerderheid van de raad die het amendement indient het belangrijk vindt om financiële zaken met grote consequenties helder in beeld te hebben. Daarmee ziet zij een duidelijk verschil van inzicht met de portefeuillehouder/het huidige college. Mevrouw VAN ES geeft aan dat het amendement wordt gehandhaafd en ter besluitvorming wordt voorgelegd. Zij zegt dat zij bij een volgend college opnieuw aandacht zal vragen voor het onderzoek als het huidige college hier niet aan wil meewerken, om te zien of dat college wel bereid is het gevraagde onderzoek uit te voeren. Volgens haar heeft de raad, ongeacht de samenstelling van het college, recht op de informatie die zij aan het college vraagt. Niets meer aan de orde zijnde wordt er overgegaan tot stemming.

Stemming amendement 17.A1. Economische impuls: Met 20 stemmen voor en 3 stemmen (mevrouw Minasian en de heren Lammers en Mulder) tegen wordt dit amendement aangenomen. 17 Verslag besluitvormende raadsvergadering 2 juli 2026 Stemming geamendeerde raadsvoorstel jaarstukken 2025: Met 23 stemmen voor wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. Stemming motie 17.M1. Onderzoek afschrijvingsmethodiek VO-scholen: Met 18 stemmen voor en 5 stemmen (de dames Stigter en Verdoorn en de heren Aarnoudse, Kwakernaat en Stouthart) tegen wordt deze motie aangenomen. 17a. Nieuw SROI-beleid en pilot 2026-2028. De heer TIELEMAN dient samen met de D66-fractie amendement 17a.A1. Vaststellen van concrete en meetbare evaluatiecriteria SRoI-pilot in. Het dictum luidt als volgt: Besluit het volgende te wijzigen: Besluit besluitpunt § 1.5 Zichtbaarheid, transparantie en meetbaarheid aan te vullen met de volgende tekst: De evaluatie van de pilot vindt plaats op basis van vooraf vastgestelde, objectief meetbare prestatie-indicatoren (KPI’s).

De evaluatie bevat ten minste de volgende indicatoren:  het aantal gerealiseerde SRoI-plaatsingen;  het aantal duurzame uitstroomtrajecten naar regulier werk;  het aantal gerealiseerde leerwerk- en scholingstrajecten;  de maatschappelijke impact, gemeten met The Social Handprint;  de financiële resultaten en de kosten-batenverhouding van de pilot;  Het aantal inwoners uit Papendrecht of de regio Drechtsteden dat via SRoI een werk-, leerwerk- of ontwikkeltraject heeft doorlopen. De resultaten worden geregistreerd in WIZZR en vormen de basis voor de evaluatie van de pilot. De evaluatie wordt ter kennisname aan de gemeenteraad aangeboden voorafgaand aan een besluit over eventuele structurele invoering van het SRoI-beleid. De heer TIELEMAN geeft aan dat de fracties zich kunnen vinden in het beleid en dat zij het belangrijk vinden dat dit via een pilot wordt uitgevoerd. Volgens hem moet vooraf duidelijk zijn hoe het succes van de pilot wordt beoordeeld. Daarom stelt het amendement voor om de evaluatie uit te voeren aan de hand van vooraf vastgestelde en objectieve meetindicatoren. Daarbij kan worden gekeken naar het aantal gerealiseerde SROI-plaatsingen, duurzame uitstroom naar regulier werk en leerwerk- en scholingstrajecten.

Daarnaast noemt hij de maatschappelijke impact, de financiële resultaten en het aantal inwoners uit Papendrecht en de Drechtssteden dat via SROI aan werk, een leerwerkplek of een ontwikkeltraject wordt geholpen. Op basis van deze gegevens kan de raad beoordelen of de pilot de beoogde resultaten heeft opgeleverd en of structurele invoering verantwoord is. Tot slot geeft de heer TIELEMAN dat het amendement niets verandert aan de inhoud van het beleid, maar ervoor zorgt dat de pilot transparant, controleerbaar en goed te 18 Verslag besluitvormende raadsvergadering 2 juli 2026 evalueren is. Hij hoopt dat het amendement op brede steun van de raad kan rekenen. EERSTE TERMIJN COLLEGE Wethouder VAN ERK merkt op dat amendement 17a.A1. Vaststellen van concrete en meetbare evaluatiecriteria SRoI-pilot vraagt om het vaststellen van concrete en meetbare evaluatiecriteria voor de pilot en zich richt op een onderdeel dat geen formeel beslispunt is. Daarom stelt het college voor om de inhoud van het amendement in de reactiebrief te verwerken als een duidelijke randvoorwaarde voor de uitvoering van de pilot. Hij geeft aan dat het college de voorgestelde aanpassingen omarmt, omdat eerder al is besproken dat zowel tussentijds als aan het einde van de pilot goed moet kunnen worden beoordeeld of deze succesvol is geweest.

De wethouder zegt dat hiervoor concrete indicatoren nodig zijn en ziet deze terug in het amendement. Het college stelt daarom voor de voorgestelde evaluatiecriteria op te nemen in de reactiebrief. Vervolgens is het aan de raad om het amendement verder te beoordelen. Niets meer aan de orde zijnde wordt overgegaan tot stemming. Stemming Amendement 17a.A1. Vaststellen van concrete en meetbare evaluatiecriteria SRoI-pilot: Met 23 stemmen voor wordt het amendement unaniem aangenomen. Stemming geamendeerde raadsvoorstel Nieuw SROI-beleid en pilot 2026- 2028. Zonder verdere beraadslaging wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 18. Motie vreemd aan de orde van de dag. - 19. Sluiting. Afsluitend staat de VOORZITTER stil bij de merkwaardige periode die de raad, het bestuur en de betrokkenen de afgelopen dagen hebben doorgemaakt. Zij spreekt de wens uit dat iedereen de komende tijd rust en wijsheid vindt. Vervolgens richt zij zich tot de wethouders Van der Borg en Van Erk. Zij benadrukt dat beide wethouders zich tot het laatste moment hebben ingezet voor het bestuur van de gemeente. Ook merkt zij op dat met hun vertrek een einde komt aan het college zoals dat tot nu toe heeft gefunctioneerd. Zij wijst erop dat op 10 juli officieel afscheid wordt genomen van de vertrekkende wethouders.

Zij nodigt hiervoor iedereen uit en spreekt haar waardering uit voor de inzet, het teamwork en de vasthoudendheid van de wethouders Van der Borg en Van Erk, die volgens haar hebben bijgedragen aan de bestuurlijke 19 Verslag besluitvormende raadsvergadering 2 juli 2026 stabiliteit van de gemeente in de afgelopen periode. Daarnaast staat zij stil bij hun vervolgstappen. Wethouder Van der Borg wordt wethouder in Lansingerland en wethouder Van Erk gaat aan de slag als voorzitter van het college van bestuur van Stichting PCPO Capelle-Krimpen. Ook noemt zij de eerder vertrokken wethouder Janssen, die een nieuwe stap heeft gezet in Zuid-Frankrijk, wethouder Renzen die is teruggekeerd als wethouder in Midden-Delfland en wethouder Kosten die onlangs is begonnen als wethouder in Alblasserdam. Volgens de VOORZITTER laten deze benoemingen zien dat er waardering bestaat voor hun ervaring, kennis en betrokkenheid. Namens de raad bedankt zij alle vertrekkende wethouders voor hun inzet en hun betekenis voor Papendrecht. Als blijk van waardering ontvangen zij bloemen. Niets meer aan de orde zijnde sluit de VOORZITTER de vergadering om 19.52 uur onder dankzegging aan eenieder voor diens inbreng. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 2026. Mevrouw C. Madern Mevrouw M.J.M. van Driel (griffier) (voorzitter) 20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/1241/documents/18648