CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag Besluitvorming 13.4.2026.pdf

Raadsvergadering Papendrecht 6 mei 2026, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 4: Vaststelling verslag raadsvergadering 13 april 202613.587 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

58 alinea's met “verslag”: 1 2 5 8 10 14 16 19 27 31 33 34 35 39 40 42 43 45 47 51 52 53 55 57 58 59 63 65 67 68 69 70 71 72 73 75 76 79 80 83 …

Verslag besluitvormende raadsvergadering 13 april 2026

VERSLAG VAN DE OPENBARE BESLUITVORMENDE RAADSVERGADERING VERGADERING VAN DE GEMEENTERAAD VAN PAPENDRECHT d.d. 13 april 2026 (aanvang 20.00 uur) Een integrale geluidsopname van deze vergaderingen is te beluisteren op www.papendrecht.nl Aanwezig: Mevrouw M.J.M. van Driel, voorzitter; De dames T.C. van Es (D66), C.W. Libert-Boogaard (GL/PvdA), N.J. Matena (PVV), M.H. Minasian (CDA), N. de Ruiter (PVV), A.A.S. Stigter (CU) en S.J.A. Verdoorn – De Lang (VVD) en de heren: M. Aarnoudse (VVD), A.K.J. de Blom (PVV), A.J. Boersma (SGP), A.M. Eikelenboom (PVV), W. Goudriaan (SGP), de heer P.C. Grimmius (GL-PvdA), de heer N. van Heteren (D66), de heer L. van Houtert (50Plus), R.J. Kraaijeveld (PVV), J. Kwakernaat (VVD), R. Lammers (OP), J.T.M. Mulder (CDA), D. Stouthart (VVD), A. Tieleman (PAB) en S. Visser (PVV). De heer J. Bijl, Periklesinstituut, inzake agendapunt 09. De heren J.W. van der Borg, J.L. van Erk, A.J. Kosten; wethouders. Mevrouw C. Madern, griffier; Mevrouw C. Dorn, griffiemedewerkster; Verslaglegging: Jeanine Nieuwstraten. Afwezig: mevrouw H.C.T.J. Hoekstra (OP). 01.

Opening. De VOORZITTER opent de eerste raadsvergadering van de nieuwe raadsperiode en heet een ieder van harte welkom. Mevrouw Hoekstra is afwezig, derhalve zijn er 22 besluitvormende stemmen. Verder geeft de VOORZITTER een korte toelichting op het fenomeen crimestreet/ondermijningsstraat.

02.

Vastellen agenda. De VOORZITTER geeft aan dat het verslag van verkenner zojuist is toegevoegd aan de agenda. De heer GRIMMIUS stelt voor agendapunt 7b als hamerstuk te behandelen. Er wordt aldus besloten. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

03.

Mededelingen. Wethouder VAN DER BORG deelt mee dat het college een brief heeft ontvangen van het ministerie van Justitie en Veiligheid over de uitvoering van de 1

Verslag besluitvormende raadsvergadering 13 april 2026

spreidingswet. In deze brief constateert het Rijk dat de gemeente Papendrecht niet volledig voldoet aan de wettelijke opgave. Men is daarom formeel ingeschaald op trede 2 van de interventieladder. Het college is verzocht binnen 3 weken te reageren op de brief, onder meer over de realisatie van het benodigde aantal en de redenen waarom nog niet aan de wettelijke taak wordt voldaan. De wethouder geeft aan dat, indien uit de aangeleverde informatie blijkt dat de voortgang onvoldoende is, opschaling naar trede 3 kan volgen. Het college zal tijdig reageren en de ontvangen brief via de dagmail met de raad delen. Er zijn verder geen mededelingen. 04.

Vaststellen verslagen 5 en 31 maart en 1 april 2026. De verslagen worden ongewijzigd vastgesteld.

05.

Vragenkwartier. Er zijn geen vragen.

06.

Benoeming duo-raadsleden. De VOORZITTER geeft aan dat met de voorgestelde regeling mogelijk wordt gemaakt dat, naast raadsleden, ook zogenoemde duo-raadsleden kunnen deelnemen aan de beeldvormende en oordeelsvormende vergaderingen van de raad. Daarmee wordt beoogd de betrokkenheid en ondersteuning binnen de fracties te versterken. Op grond van artikel 3 van de Verordening raadscommissies Papendrecht 2024 kan de raad op voordracht van een fractie niet-raadsleden benoemen tot duo-raadslid. Per fractie kunnen maximaal 2 duo-raadsleden worden voorgedragen. De commissie geloofsbrieven onderzoekt de geloofsbrieven en toetst of de voorgedragen kandidaten aan de vereisten voldoen. Na benoeming door de raad leggen de duo-raadsleden de eed dan wel de verklaring en belofte af, overeenkomstig de bepalingen uit de Gemeentewet, aangepast aan hun rol als duo-raadslid. De VOORZITTER benadrukt dat de voorgestelde invulling van functies en benoemingen een voorlopig karakter heeft. Ontwikkelingen in de komende periode, zoals coalitievorming, benoeming van wethouders en mogelijke bestuurlijke vernieuwing, kunnen aanleiding geven om op een later moment wijzigingen aan te brengen. Vervolgens verzoekt zij de voorzitter van de commissie geloofsbrieven, mevrouw Stigter, verslag te doen.

De VOORZITTER van de commissie van de geloofsbrieven mevrouw STIGTER geeft aan dat conform het Reglement van Orde en de Verordening op de raadscommissies Papendrecht 2024 de commissie voor de geloofsbrieven een onderzoek heeft verricht n.a.v. de benoeming van nieuwe duo-raadsleden. De commissie heeft de geloofsbrieven en overige stukken onderzocht van de personen die na de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart 2026 door fracties 2

Verslag besluitvormende raadsvergadering 13 april 2026

zijn voorgedragen als duo-raadslid en hun benoeming hebben aanvaard. Het betreft de heren E. den Boef, I. Brands, L.C. Donk, D. Hedayati-Sohani, F. van Hemert, X.D.R. Janssen, C.M. Leenhout, P. Stavridis, J.G.S. van der Tak, G.W.H. Tillema en M. Verhoeven, en de dames A. van Gent, D. van Gerven, W.M. Hardenbol-Kroek, L.C.R. Quist en H.J.T. Rozendaal-Mampaey. De commissie concludeert dat alle genoemde personen voldoen aan de eisen die zijn gesteld in de Gemeentewet en de gemeentelijke verordening. De commissie adviseert de gemeenteraad van Papendrecht om de genoemde personen toe te laten als duo-raadslid van de raad. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. Aansluitend geeft de VOORZITTER voorafgaand aan het afleggen van de eed of belofte een korte toelichting op de gang van zaken. Zij spreekt vervolgens de volgende tekst uit: Ik zweer dat ik, om tot duo-raadslid van de raad benoemd te worden, rechtstreeks nog middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks, nog middellijk, enige schenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.

Ik zweer dat ik getrouw zou zijn aan de grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van het gemeentebestuur naar eer en geweten zal vervullen. Hierop leggen de heren DEN BOEF, BRANDS, DONK, HEDAYATI-SOHANI, LEENHOUTS en VERHOEVEN en de dames QUIST en ROZENDAAL-MAMPAY de eed af met de woorden ‘zo waarlijk helpe mij God Almachtig.’ Aansluitend worden foto’s gemaakt en ontvangen zij bloemen. Daarna volgt de belofte: Ik verklaar dat ik, om tot duo-lid van de raad benoemd te worden, rechtstreeks nog middelijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik verklaar en beloof dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks nog middelijk, enige schenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik verklaar en ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de grondwet. Dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van het gemeentebestuur naar eer en geweten zal vervullen. Hierna leggen de heren VAN HEMERT, JANSSEN, STAVRIDIS, VAN DER TAK en TILLEMA en de dames VAN GENT, VAN GERVEN en HARDENBOL-KROEK de belofte ‘dat verklaar en beloof ik’ af. 3

Verslag besluitvormende raadsvergadering 13 april 2026

De BURGEMEESTER feliciteert aansluitend de nieuwe duo-raadsleden. Na agendapunt 8 zal gelegenheid worden gegeven voor felicitaties. HAMERSTUKKEN: 07.

Benoeming leden auditcommissie. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.

07B.

Naamswijziging fractie GroenLinks-PvdA naar PRO Papendrecht. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. BESPREEKSTUKKEN:

08.

RIB ontwikkelingen en financieel perspectief. De heer VAN HETEREN geeft aan dat men de betreffende RIB heeft geagendeerd omdat er binnen meerdere fracties grote zorgen bestaan over het verwachte miljoenentekort in de meerjarenbegroting. Over dit onderwerp heeft zijn fractie eerder artikel 40-vragen gesteld, die door het college inmiddels zijn beantwoord en bij de stukken zijn gevoegd. De fracties hebben kennisgenomen van deze beantwoording, maar achten deze nog onvoldoende aansluitend op de gestelde vragen. Hij geeft aan dat het college hierop schriftelijk vervolgvragen zal ontvangen. Verder is men blij dat het college de ingediende motie M08. Beleidsarme Perspectiefnota 2027 ondersteunt. Hierbij benadrukt de heer VAN HETEREN dat de perspectiefnota een kaderstellend document van de raad is dat jaarlijks wordt vastgesteld. Indien nu een beleidsrijke perspectiefnota zou worden vastgesteld, zou dat betekenen dat het huidige college ingrijpende beleidskeuzes en mogelijke ombuigingen voorbereidt, voorafgaand aan de vorming van een nieuw college en zonder dat deze keuzes zijn gekoppeld aan een nieuw politiek mandaat. Dit wordt door de indienende fracties als onwenselijk beschouwd. Tegelijkertijd erkent men dat er grote en mogelijk ingrijpende keuzes nodig zijn.

Deze keuzes worden echter passend geacht bij een nieuw college en een nieuwe coalitie, in lijn met de gewijzigde verhoudingen in de raad. De motie beoogt ruimte, rust en duidelijkheid te bieden in een bestuurlijk onrustige periode. Het dictum van motie M08. Beleidsarme Perspectiefnota 2027, ingediend door de D66, GL/PvdA, OP en CDA-fracties, luidt als volgt: Verzoekt het college: 1. de PPN 2026 terughoudend op te stellen ten aanzien van nieuwe beleidsintensiveringen en majeure ombuigingen, tenzij deze noodzakelijk zijn voor de financiële houdbaarheid of voortvloeien uit onvermijdelijke ontwikkelingen; 2. waarbij het college terughoudendheid betracht met het doen 4

Verslag besluitvormende raadsvergadering 13 april 2026

van politiek richtinggevende voorstellen die vooruitlopen op de uitkomsten van de coalitievorming; 3. beleidsrijke keuzes en mogelijke ombuigingsrichtingen in hoofdzaak te betrekken bij de begroting 2027, zodat deze aansluiten bij de nieuwe coalitievorming en politieke verhoudingen; 4. de raad tijdig te informeren over de procesmatige voorbereiding van de begroting, zodat een zorgvuldig, transparant en consistent traject kan worden doorlopen; 5. en daarbij ruimte te laten voor het nieuw te vormen college en de raad om, indien gewenst, bij de behandeling van de PPN nadere beleidskeuzes en richtinggevende uitspraken te doen. De heer BOERSMA geeft aan deze motie te zullen steunen en dankt de D66fractie voor het opstellen daarvan. De heer LAMMERS roept, als mede indiener van deze motie, de raad op deze te ondersteunen. EERSTE TERMIJN COLLEGE Wethouder VAN DER BORG geeft aan dat het preadvies van het college later op de dag aan de stukken is toegevoegd en dat mogelijk nog niet alle raadsleden hiervan kennis hebben genomen. Daarom licht hij kort de inhoud toe. Het college ondersteunt de ingediende motie en acht deze uitvoerbaar, met enkele aandachtspunten die volgens de wethouder ook al in lijn zijn met de inzet van het college. Het college blijft terughoudend t.a.v. nieuwe beleidsintensiveringen en ombuigingen, wat aansluit bij het verzoek van de raad.

Tegelijkertijd wijst de wethouder op de verantwoordelijkheid van het college voor de voorbereiding van een sluitende begroting voor 2027, die uiterlijk op 15 november moet worden ingediend bij de provincie. Daarbij speelt ook het provinciaal toezicht een rol. De perspectiefnota wordt eveneens aan de provincie toegezonden ter beoordeling. De wethouder geeft aan dat dit proces onverminderd doorgang vindt en dat het college scenario’s en denkrichtingen zal schetsen die bijdragen aan een zorgvuldig besluitvormingsproces. De perspectiefnota zal daarom hoofdzakelijk bestaan uit een overzicht van financiële ontwikkelingen en opgaven, een duiding van financiële risico’s en onzekerheden en een verkenning van mogelijke ombuigingsrichtingen, zonder deze al concreet uit te werken of af te wegen. In het kader van verwachtingsmanagement wijst wethouder VAN DER BORG erop dat de tijd tussen de besluitvorming over de perspectiefnota (begin juli) en het opstellen van de begroting tijdens het zomerreces beperkt is. Begin september neemt het college al een besluit over de begroting. Dit maakt een uitgebreid ombuigingsproces in deze fase niet haalbaar. Volgens de wethouder is een gefaseerde aanpak noodzakelijk, waarbij eerst wordt ingezet op een sluitende begroting voor 2027 en daarna wordt gekeken naar de jaren daarna.

5

Verslag besluitvormende raadsvergadering 13 april 2026

Zonder verdere beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. (Schorsing 20.35 – 20.52 uur.) 09.

Verslag verkenner. De VOORZITTER geeft aan dat dit een belangrijk moment is in het proces van de coalitievorming. Tijdens het duidingsdebat van 20 maart heeft de raad uitgesproken de wens te hebben een verkenner te benoemen om de mogelijkheden voor de vorming van een nieuwe coalitie te onderzoeken. Die avond hebben de lijsttrekkers van de gekozen politieke partijen de heer John Bijl benaderd om verkennende gesprekken te voeren met alle partijen. De heer Bijl heeft zich bereid verklaard deze rol op zich te nemen en was direct beschikbaar. De opdracht aan de verkenner bestond uit het verkennen van combinatiemogelijkheden om te komen tot een coalitie die recht doet aan de verkiezingsuitslag, met een gezamenlijke visie en voldoende daadkracht om de opgaven voor Papendrecht aan te pakken. Daarbij stond het doel centraal te komen tot een stabiel, betrouwbaar, herkenbaar, bestuurskrachtig en transparant college voor de komende vier jaar. De verkenner heeft zijn werkzaamheden uitgevoerd door met iedere partij afzonderlijk vertrouwelijke gesprekken te voeren, in beslotenheid en met ondersteuning van de griffie. Zoals afgesproken heeft de heer Bijl zijn bevindingen vastgelegd in een schriftelijk verslag. Dit verslag is eerder in concept toegezonden aan de fracties. Daarbij was afgesproken dat het verslag niet eerder dan 13 april om 20.00 uur openbaar zou worden gemaakt.

Het embargo is inmiddels verstreken en het verslag is openbaar. De heer Bijl is vanavond aanwezig om zijn bevindingen toe te lichten. Na deze toelichting krijgt de raad de gelegenheid tot het stellen van technische vragen. Aansluitend volgt de eerste termijn voor de politieke reacties van de fracties. De heer BIJL: Wat een genoegen dat ik ook een stukje inhoudelijk van uw vergadering deelgenoot mocht zijn. De ministerieburger zal zich ervan weerhouden om er toch een column van te schrijven. Zoet en zuur, een helse achtbaan, botsen als doelstelling en attracties die misschien niet iedereen bevallen, maar gelukkig is er voor elk wat wils. Maar laten we het niet teveel over de kermis hiervoor op het plein hebben vanavond. U heeft van mij gekregen een verslag van een twaalftal gesprekken die ik met u heb gevoerd. Tien fracties, maar zoals u weet heb ik ook gesproken met de burgemeester en de gemeentesecretaris om hun duiding te geven op een toekomstige periode. Die gesprekken waren openhartig, dank daarvoor. We hebben het niet alleen gehad over het kwartetten zoals het bekend staat bij het verkennen, informeren en formeren, maar ook over de werking van een lokale democratie. En ik mag zeggen dat ik genoten heb van die gesprekken. 6

Verslag besluitvormende raadsvergadering 13 april 2026

Zoals u weet hou ik erg van lokale democratie, meer dan van welke vorm van democratie dan ook. En uw openhartigheid en uw bevindingen en uw ervaringen hebben mij ook weer geïnspireerd om door te gaan met het werk waar ik al zo lang mee bezig ben. Dat het daarmee geen eenvoudige opgave is om in zo'n pluriforme raad, om dat woord toch maar te gebruiken, tot een goede meerderheid te komen, is dan toch ook weer evident. Uw samenstelling is ingrijpend veranderd, niet alleen in fracties, maar ook in bemensing. Er is veel nieuw bloed aanwezig en dat vraagt ook een aandachtspunt. Tegelijkertijd heeft u zelf ook een agenda meegegeven. En dat is dat u met z'n allen, ik denk dat niemand daar van is uitgesloten, ook streeft naar een andere bestuurscultuur. Ik zie noodzaak, dat hoort toch even te duiden. Want het is al zo vaak een container begrip en zeker na enkele discussies alweer enige jaren geleden rondom het thema bestuurscultuur in die andere gemeenteraad, de Tweede Kamer, voel ik me toch genoodzaakt om het hier wat concreter te maken. Allereerst heeft u al uitgesproken dat de samenwerking in het gemeentebestuur tussen raad en college wat u betreft anders moet worden georganiseerd.

Een organisatiemodel of bestuursmodel is misschien een beter woord, waarin de raad wat meer betrokken raakt bij de beleidsvorming en niet alleen voorzien wordt van voordrachten van het college en zelf ook aan de voorkant, zoals het dan heet, iets mee kan geven waar een voordracht op uit moet komen. Tegelijkertijd zegt u dat de raad daar zelf ook zal moeten veranderen. Dat betekent namelijk met 10 fracties op toch niet een hele grote raad, dat je op een andere manier moet gaan samenwerken. En woorden die ik daar graag aan toevoegde in zoveel gesprekken die ik de afgelopen week met u allen heb gevoerd, beter met elkaar van mening te gaan verschillen, want laat dat toch de essentie zijn van democratisch bestuur. En als laatste heeft u zich ook uitgesproken om als raad een meer actieve rol in de samenleving te gaan spelen. Hoewel uw opkomst voor deze Rotterdammer iets is om jaloers op te worden, kan ik me voorstellen dat u ambieert dat er meer inwoners van de gemeente betrokken raken bij politieke besluitvorming. En een aantal dossiers die u de afgelopen 4 jaar voorbij heeft zien komen, vragen ook wel dat u als raad een actievere rol speelt in die samenleving. Ja, dan kom je tot een advies.

Zoals u heeft kunnen lezen stel ik een kleine kerncoalitie voor, die in ieder geval met onderwerpen aan de slag gaat waarvan u alle zo ongeveer heeft gezegd dat de nood het hoogst is en er beleid moet worden gemaakt. Wonen, herziening in het sociaal domein en leefbaarheid. Tegelijkertijd zou deze kerncoalitie ook een college opdrachten kunnen geven om te gaan werken aan participatiebeleid, waarmee u uw actieve rol in de samenleving nog beter belegt en inwoners nog vaker of anders betrekt bij de beleidsvorming en besluitvorming door de gemeenteraad. Misschien ook wel agendavorming, moet ik daarbij zeggen. En die samenwerkende bestuurscultuur die volgens mij de verlevendiging van het gemeentebestuur moet weerspiegelen, waar u allemaal om heeft gevraagd. 7

Verslag besluitvormende raadsvergadering 13 april 2026

Zo'n college zou uit maximaal 4 wethouders moeten bestaan. Niet alleen was daar, denk ik, door u het meeste draagvlak voor, maar past ook goed bij de omvang van de gemeente en de ambitie die de ambtelijke organisatie daarbij ook kan geven. Zo'n kerncoalitie is natuurlijk niet alles, maar zou het college ook de opdracht kunnen geven om wat breder te kijken. U vindt niet hetzelfde, u als raad vertegenwoordigt alle meningsverschillen in de samenleving en u doet er goed aan om die meningsverschillen zo goed mogelijk een plaatsje te geven in uw beleidsvormende agenda. Dus mijn verzoek zou zijn, dat dit college samen met de gemeenteraad komt tot een agenda waarin deze gemeenteraad zelf aan de beleidsvorming komt. Welke onderwerpen dat zijn, dat mag u in de volgende fase van deze collegevorming zelf met elkaar bepalen. Maar het staat in ieder geval niet in de weg dat de onderwerpen waar u wel urgentie op voelt, wonen, herziening in het sociaal termijn en leefbaarheid, met elkaar alvast kunt uitwerken. In mijn verslag heb ik een bijzondere aandacht gegeven voor één dossier, asiel en opvang. Dat heeft u gelezen. Het is een onderwerp waar we het in alle gesprekken zo ongeveer over hebben gehad. Niet per se omdat we verwachten dat hier nu snel nieuwe besluitvorming op komt, maar wel omdat er een duidelijke opdracht is meegegeven door de kiezer. Het heeft veel in de aandacht gestaan.

Tegelijkertijd hebben velen van u gezegd dat het ook een dossier is waarvan het niet altijd makkelijk is geweest om er nog politiek op te bedrijven. Het, om bij gebrek aan een beter woord, zomaar te zeggen polariseerde. En polarisatie is een eigenschap van een maatschappelijk discours waarop je niet meer naar elkaar luistert. Standpunten verharden, mensen zich ingraven, er op de persoon wordt gespeeld en het niet meer over argumenten gaat. En zoals ik sommigen van u heb voorgehouden, aan standpunten heb je niet zoveel in de politiek. Het zijn argumenten die het zuurstof zijn van het debat en het debat is op zichzelf alweer het zuurstof voor de democratie. Nog mooier zo zijn dat u een bestuurscultuur ontwikkelt waarin u naar elkaar luistert, elkaar bevraagt en erachter komt waar die argumenten dan precies vandaan komen. Daar heeft u elkaar voor nodig. Dat zijn dus de twee sporen die ik u adviseer op basis van de gesprekken die ik met u voerde. Om snel aan de slag te gaan met een kerncoalitie en onderwerpen die er toe doen. En of dat dat lijstje van 3 of dat er uitputtend is, dat laat ik ook graag aan u. Maar tegelijkertijd ook vooral samen te werken en recht te doen aan het zijn van het hoogste bestuursorgaan van de gemeente en natuurlijk de vertegenwoordiging van alle inwoners. Dank u wel, voorzitter.

Vragen en antwoorden: Mevrouw STIGTER vraagt of de suggestie in het verslag, waarin 3 partijen worden genoemd die met elkaar in gesprek zouden kunnen gaan, ook expliciet met deze 3 partijen is gedeeld. Daarnaast vraagt zij of er een tweede gesprek met deze 8

Verslag besluitvormende raadsvergadering 13 april 2026

partijen heeft plaatsgevonden en op welke wijze de communicatie met deze 3 partijen is verlopen. De heer BIJL antwoordt dat er geen tweede gesprek met de betreffende partijen is gevoerd. Hij geeft aan dat hij zijn bevindingen en suggestie heeft verwoord in het advies zoals dat nu voorligt. Hij verwacht dat de genoemde fracties zich herkennen in de uitspraken die zij zelf hebben gedaan. Tevens merkt hij op dat ook andere fracties duidelijke wensen hebben uitgesproken t.a.v. coalitievorming, maar dat deze niet in de genoemde groep van 3 zijn opgenomen. Een tweede gespreksronde vindt hij, mede vanwege de beperkte toegevoegde waarde en het feit dat de raadsvergadering deze avond gepland stond, niet doelmatig. De heer VAN HOUTERT vraagt waar het maximum aan 4 wethouder op gebaseerd is, waarop de heer BIJL aangeeft dat iedereen heeft aangegeven dat dit meer past bij de omvang en opgave van de gemeente en de financiële en ambtelijke capaciteit. Hierop zegt de heer VAN HOUTERT dat er voor het huidige takenpakket 5 wethouders zijn en dat de uitvoering hiervan voor 4 wethouders een veel grotere belasting inhoudt. De heer BIJL antwoordt hierop dat het takenpakket, kijkend naar de capaciteit van de ambtelijke organisatie en de opgaven, kan worden uitgevoerd door 4 wethouders.

Voorts merkt hij op dat met het begin van een nieuwe bestuursperiode ook een nieuw takenpakket voor het college wordt vastgesteld. Tegelijkertijd bestaat bij de raad de wens om meer aan de voorkant van het proces te werken en een meer beleidsvormende rol te vervullen. Dit impliceert een andere functieverdeling binnen het college en tussen college en raad. Deze werkwijze wordt passend geacht bij een college bestaande uit 4 wethouders. Mevrouw DE RUITER verwijst naar het verslag van de verkenner, waarin wordt gesproken over een vierde wethouder die geen traditionele voordracht vanuit de fractie is, maar een politieke afweging die bijdraagt aan een college dat herkenbaar is voor de raad als geheel. Zij vraagt de heer Bijl hoe hij dit voor zich ziet en hoe dit in de praktijk vorm kan krijgen. De heer BIJL antwoordt dat het gebruikelijk is dat een wethouder wordt voorgedragen door een fractie, hoewel dit niet formeel is vastgelegd. Ook wijst hij erop dat er varianten bestaan waarin een wethouder door meerdere fracties gezamenlijk wordt voorgedragen. Daarnaast bestaat de mogelijkheid van een wethouder die niet afkomstig is uit de partijpolitiek, maar wel beschikt over relevante ervaring in het politiekbestuurlijke domein.

Wethouders die via een fractie worden voorgedragen zijn doorgaans lid van of geaffilieerd aan de betreffende partij en hebben daardoor een sterker partijpolitiek profiel. Verder geeft hij aan dat een vierde wethouder zonder uitgesproken partijpolitiek profiel een waardevolle aanvulling kan zijn, met name in het licht van de wens om meer aan de voorkant te werken en de beleidsvormende rol te versterken. Een dergelijke wethouder zou ook herkenbaar 9

Verslag besluitvormende raadsvergadering 13 april 2026

en aansprekend kunnen zijn voor een breder deel van de raad. Dit past volgens de heer BIJL bij een kerncoalitie met een stevig takenpakket op urgente politieke dossiers, gecombineerd met de ambitie om te werken aan een transparantere bestuurscultuur. Daarbij krijgt de raad een bredere rol in de beleidsvorming. Deze werkwijze vraagt om een andere benadering, waarbij competenties zwaarder wegen dan het partijpolitieke profiel, hoewel deze aspecten deels samenhangen. EERSTE TERMIJN RAAD De VOORZITTER geeft mevrouw de Ruiter het woord voor haar maidenspeech. Mevrouw DE RUITER: Voorzitter, vanavond zit ik hier namens een nieuwe partij. Een partij die vanuit het niets het vertrouwen heeft gekregen van onze inwoners en goed is voor 6 zetels. En dat is geen toeval, dat is een duidelijk signaal. Een signaal dat mensen voelen dat het anders moet en misschien nog wel belangrijker dat het anders kan. Er wordt gezegd ‘u bent nieuw, u heeft geen ervaring’, laat ik daar meteen helder over zijn. Ja, wij zijn nieuw, maar dat betekent niet dat we naïef zijn. Nieuw betekent niet onbekwaam. Nieuw betekent onbevangen, scherp en vrij van oude patronen. Want laten we eerlijk zijn, ervaring is alleen waardevol als het ook tot betere resultaten leidt. En juist daar knelt het. En dat durven wij ook te benoemen. Wat wij meebrengen is iets waar op dit moment een groot tekort aan is.

Gezond verstand, frisse energie en misschien nog wel het allerbelangrijkste, zuivere intenties. Wij zijn hier niet om systemen in stand te houden. Wij zijn hier om te doen wat nodig is. En ja, dat kan spannend zijn, verandering is altijd spannend. Zeker als iemand hardop zegt waar het schuurt. Maar laten we niet vergeten, iedereen in deze zaal geeft in haar verkiezingsprogramma en tijdens de afgelopen gesprekken aan dat het anders moet. Dat het beter moet. Dat inwoners, ondernemers centraal moeten gaan staan. Nou voorzitter, dan is dit het moment om dat ook echt te laten zien. We hebben met elkaar gekozen voor John Bijl als verkenner. En dan zijn we het ook aan onszelf verplicht om recht te doen aan zijn advies. Om daar serieus naar te kijken en om open te staan om die richting verder te onderzoeken. En laat ik daar ook duidelijk over zijn: mocht blijken dat de voorgestelde combinatie uiteindelijk niet de juiste blijkt, dan is dat geen falen. Dat is dan een volgende stap. Dan vervolgt de PVV de verkenning met andere partijen: open, transparant en met hetzelfde doel voor ogen. De beste samenwerking voor onze gemeente. Voorzitter, wij zijn bereid die stappen te zetten. Niet vanuit ego, niet vanuit macht, maar vanuit verantwoordelijkheid en inhoud.

Verantwoordelijkheid naar onze inwoners, naar onze ondernemers, maar ook naar alle partners met wie wij deze gemeente draaiende houden. Zij verwachten van ons geen politieke spelletjes. Zij verwachten dat wij leveren. Dus laten we stoppen met wie hier het langst meeloopt, of de focus op oud zeer. We staan aan het begin 10

Verslag besluitvormende raadsvergadering 13 april 2026

van een nieuwe bestuursperiode, vol kansen en nieuwe mogelijkheden. En daar moet de focus liggen. En laten we elkaar uitdagen om het beste uit onszelf te halen in het belang van alle Papendrechters. De heer Bijl geeft in zijn verslag aan dat wonen, sociaal domein en leefbaarheid topprioriteiten zijn in ons dorp. En ook voor ons zijn dit topprioriteiten waarin wij direct slagen willen maken. PVV Papendrecht is er klaar voor. De vraag is, en ik richt me voorlopig even op de VVD en het CDA in deze, bent u bereid uw verantwoordelijkheid ook te nemen? Tot slot wil ik verkenner John Bijl bedanken voor het werk dat hij heeft verricht in een hele korte tijd. Het is namelijk geen eenvoudige opgave die wij hem hebben gegeven in een verdeeld politiek landschap en de mogelijkheden in kaart te brengen en partijen bij elkaar te brengen. Zijn verslag biedt een helder vertrekpunt voor verdere gesprekken en geeft richting aan een mogelijke samenwerking. Dank voor uw inzet, de zorgvuldigheid en de open benadering in dit proces. Dank u wel. De heer STOUTHART: Voorzitter, de verkenner heeft zijn werk gedaan en er ligt nu een verslag. Dat geeft ons een basis om het gesprek te voeren. Maar voor de VVD roept dit verslag op een aantal wezenlijke punten nog de nodige vragen op. Laat ik beginnen bij wat voor ons centraal staat: onderling vertrouwen en bestuurlijke stabiliteit.

Dat zijn voor de VVD geen vrijblijvende begrippen, maar harde voorwaarden voor goed bestuur. Zeker in een raad -die zoals in het verslag ook wordt beschreven gefragmenteerd is en waarin ervaring niet van sprekend is- moet die basis stevig zijn. Voorzitter, dan kom ik op het advies zelf. Er wordt voorgesteld om te komen tot een coalitie van PVV, VVD en CDA. Maar de onderbouwing waarom juist deze combinatie de meest stabiele optie zou zijn, vinden wij onvoldoende uitgewerkt. Er wordt uitgebreid gesproken over bestuurscultuur, samenwerking en inhoudelijke overeenkomsten. Maar de cruciale stap waarom dit leidt tot precies deze coalitie, blijft wat ons betreft te mager. Wat is de concrete basis tot deze combinatie te komen en belangrijker nog, waarom is dit de meest stabiele keuze? Dat halen wij er op dit moment simpelweg niet uit. Voorzitter, daar komt bij dat deze coalitie zou steunen op 12 van de 23 zetels. Dat is een krappe meerderheid. Dat kan, maar dan moet alles kloppen. Vertrouwen tussen partijen, stabiele fracties en goede omgangsvormen. Juist op die punten wordt in het verslag zelf zorgen benoemd. Dan mag je verwachten dat de keuze voor deze combinatie extra stevig wordt onderbouwd. Dat zien wij nu onvoldoende terug. We hebben daarnaast vragen over de invulling van het college. Er wordt gesproken over maximaal 4 wethouders, maar een concrete uitwerking ontbreekt nog.

Voor de VVD is dat essentieel. Bestuur valt of staat met kwaliteit en samenwerking van wethouders en het belang van onderling vertrouwen. Dat hebben wij als partij zelf ook ervaren. Dat is voor ons geen theoretisch punt, maar een concreet aandachtspunt. Daarom willen wij weten: hoe ziet een verkenner de invulling van de wethouders? Hij heeft er net kort al wat over gezegd, maar dat hadden wij ook 11

Verslag besluitvormende raadsvergadering 13 april 2026

voor ons nog niet gekregen. Wat voor profiel hoort daarbij? En hoe wordt er geborgd dat dit daadwerkelijk een stabiel samenwerkend college wordt? Heeft iedere partij geschikte wethouders klaarstaan? Voorzitter, ook richting de betrokken partijen hebben wij vragen. Aan het CDA vragen wij hoe zij als ervaren bestuurderspartij naar dit advies kijken. Zijn zij er werkelijk van overtuigd dat dit een stabiele basis is om te besturen? Zien zij dit als een combinatie die het volhoudt, ook als het spannend wordt? Of hebben zij daar zelf twijfels bij? En welke rol nemen zij om die stabiliteit daadwerkelijk te borgen? En richting de grootste partij, de PVV, hoe wordt invulling gegeven aan die verantwoordelijkheid? Het vraagt consistentie, betrouwbaarheid en het kunnen dragen van besluiten, ook als ze lastig zijn of niet in het straatje passen van de achterban. Dat raakt voor ons een principieel punt. Voorzitter, besturen betekent dat je altijd houdt aan de wet, ook als politiek ongemakkelijk is. Als dat betekent dat plannen niet doorgaan of moeten worden aangepast. Voor de VVD is het cruciaal dat daar geen enkele twijfel over bestaat.

Daarom stellen wij de vraag, hoe gaan partijen om met situaties waarin ambities niet gerealiseerd kunnen worden omdat de wet grenzen stelt? Wat doet dat met de opstelling van een partij? Hoe borgen we dat het naleven van de wet altijd voorop staat, voorzitter? Wij zien inhoudelijke overeenkomsten, dat erkennen wij, maar er zijn ook duidelijke verschillen tussen partijen. Dat hoeft geen probleem te zijn. Mits er volwassen wordt samengewerkt en omgangsvormen op orde zijn. Juist dat laatste is voor de VVD essentieel. Zonder die basis wordt de krappe meerderheid al heel snel kwetsbaar. Voorzitter, laat ik afsluiten. De VVD is bereid verantwoordelijkheid te nemen voor het bestuur van Papenrecht. Maar juist omdat wij die verantwoordelijkheid altijd serieus nemen, willen wij helder hebben waarom deze combinatie, hoe de stabiliteit wordt geborgd en hoe het bestuur daadwerkelijk gaat functioneren. Op dit moment vinden wij dat nog onvoldoende duidelijk. Wij zien daarom uit naar verdere toelichting van deze punten. Dank u wel. De heer LAMMERS: Ja, voorzitter, dank u wel. De fractie van Onafhankelijk Papendrecht heeft kennisgenomen van het verslag van de verkenner en we vinden het resultaat teleurstellend. We geven hierna puntsgewijs weer waarom en we eindigen onze bijdrage aan deze eerste termijn met een paar vragen. 1.

Het verslag van de verkenner is feitelijk oude wijn in nieuwe zakken. Waarom Papendrecht meer verdient dan een coalitie als voorgesteld? De verkenner schetst in zijn verslag een beeld van bestuurlijke vernieuwing, een frisse start en een nieuwe bestuurscultuur. Maar wie de voorgestelde kerncoalitie naast de inhoudelijke opgave legt, ziet vooral iets anders. Continuïteit van het oude denken verpakt in nieuwe verhoudingen. Het is, zoals het gezegde luidt, oude wijn in nieuwe zakken. Dit is niet wat Papenrecht nodig heeft. En het is zeker niet wat 12

Verslag besluitvormende raadsvergadering 13 april 2026

onafhankelijk Papenrecht al jaren bepleit. Een open, transparant, vernieuwend bestuur dat de inwoners centraal zet en niet terugvalt op de patronen die ons juist in de huidige bestuurlijk problemen hebben gebracht. 2. De verkenner benoemt de problemen scherp, maar zijn oplossingen sluiten er niet op aan. De verkenner beschrijft een aantal structurele problemen in de Papendrechtse bestuurscultuur. Gebrek aan vertrouwen tussen fracties, te weinig ruimte voor inhoudelijk debat, te veel dichtgetimmerde afspraken, een raad die onvoldoende invloed heeft op de beleidsvorming, en een ambtelijke organisatie die overbelast raakt door gebrek aan duidelijke keuzes. Deze analyse is helder en wordt door vrijwel alle fracties gedeeld. Maar de voorgestelde oplossing sluit daar nauwelijks op aan. Toch kiest de verkenner voor een samenstelling die grotendeels bestaat uit dezelfde partijen die die bestuurscultuur mede hebben vormgegeven. Dat is geen vernieuwing, dat is bestuurlijke herhaling. 3. De PVV als vernieuwer. De PVV is nieuw in de raad, maar inhoudelijk biedt de partij volgens de door ons gemaakte vergelijkingstabel overhandigd aan de verkenner nauwelijks een basis voor brede samenwerking.

Er is geen focus op klimaat of leefomgeving, geen inzet op sociale inclusie -de PVV is een tegenstander van het regenboogpad-, geen aandacht voor armoedebestrijding, geen inhoudelijke kennis van de bestuurlijke problemen bij de GR Sociaal of welke andere gemeenschappelijke regeling dan ook. Een standpunt over asielopvang dat haaks staat op de spreidingswet, terwijl alle andere partijen erkennen dat die wet moet worden uitgevoerd. Geen ervaring in de Papendrechtse bestuurspraktijk. Toch wordt de PVV door de verkenner gepositioneerd als derde pijler van een stabiel college. Dat is opmerkelijk, zeker omdat de verkenner zelf benadrukt dat stabiliteit en continuïteit cruciaal zijn in een gefragmenteerde raad met veel nieuwe leden. Een coalitie die stabiliteit zoekt kiest niet voor een partij die inhoudelijk op veel dossiers diametraal tegenover anderen staat en nog geen enkele ervaring heeft in de lokale bestuurspraktijk. 4. De echte vernieuwing ligt juist in de brede inhoudelijke overeenstemming. De verkenner benoemt dat er brede overeenstemming bestaat over de belangrijkste inhoudelijke opgave voor de komende bestuursperiode: woningbouw, sociaal domein, leefbaarheid en veiligheid, participatie, versterking van de rol van de raad. Deze thema's zijn precies de onderwerpen waar Onafhankelijk Papendrecht al jaren op inzet. En dat is de vernieuwing die Papendrecht nodig heeft.

Een bestuur dat niet top-down is, maar samen met inwoners en met de hele raad, politiek dus van onderop. Maar de voorgestelde kerncoalitie kiest juist voor een klassieke, smalle meerderheid met partijen die in de afgelopen jaren al de toon hebben gezet. En dat staat haaks op de wens van de raad om anders te werken en om meer ruimte voor debat en afweging te creëren. De verkenner schrijft dat het college herkenbaar moet zijn voor de raad als geheel en dat het programma op hoofdlijnen moet worden opgesteld met ruimte voor de raad om te sturen. Dat is geen vernieuwing, dat is politieke 13

Verslag besluitvormende raadsvergadering 13 april 2026

reflexpolitiek. Onafhankelijk Papenrecht staat voor een andere koers: een koers die wel aansluit bij de opdracht van de verkenner en bij zijn analyse. Ons verkiezingsprogramma laat een duidelijke lijn zien: een open bestuurscultuur, transparantie en democratische vernieuwing. Inhoud boven partijpolitiek, participatie als uitgangspunt, niet als sluitpost. Duurzame keuzes voor de leefomgeving, een sociaal en menselijk beleid. Geen wethouders van buiten en geen inmenging in de lokale politiek van landelijke politici en partijen, omdat daar in andere gemeenten gedoe van kwam. Dat sluit naadloos aan bij de analyse van de verkenner, die stelt dat de belangrijkste opgaven worden door vrijwel alle fracties gedeeld. Verschillen zitten in accenten en prioritering. Als de overeenstemming zo groot is, waarom zou Papendrecht dan kiezen voor een coalitie die die breedte niet weerspiegelt? Een college dat recht doet aan de uitslag en aan de inhoud zou juist moeten bestaan uit partijen die inhoudelijk breed gedragen thema's delen, bereid is om samen te werken op basis van openheid, niet vastzittende in oude patronen, de bestuurscultuur daadwerkelijk willen vernieuwen, niet door de landelijke politici worden aangestuurd. En dat is precies waar onafhankelijk Papendrecht voor staat. Conclusie: Papendrecht verdient beter dan oude wijn en nieuwe zakken.

De voorgestelde coalitie wordt gepresenteerd als een stap naar stabiliteit en vernieuwing. Maar wie het verslag aandachtig leest, ziet dat deze combinatie geen inhoudelijke vernieuwing brengt, geen antwoord biedt op de bestuurskundige problemen, niet aanstaat bij de brede inhoudelijke overeenstemming in de raad, geen herkenbaar college vormt voor alle inwoners en vooral een voortzetting is van het oude denken. Papendrecht verdient een bestuur dat luistert, dat open werkt, dat inwoners betrekt en kiest voor inhoud boven politieke reflexen. Een bestuur dat niet terugvalt op oude patronen, maar dat de kans grijpt om echt een nieuwe koers te varen. Dat is geen luxe, maar dat is noodzakelijk. En dat is precies waar onafhankelijk Papendrecht voor staat. Tot zover, dank u wel. De heer MULDER: Dank u wel, voorzitter, wat een eer. Ik heb een kortere speech dan mijn voorgangers. De verkenner adviseert, met alle respect voor het rapport, om te starten met een kerncoalitie van PVV, VVD en CDA. Dat las ik bij mijn ontbijt vanochtend. Om eerlijk te zijn, die had ik niet zien aankomen. Mag ik dat zo zeggen hier? Dat moet u van me geloven. Daardoor voelt het CDA zich eigenlijk gedwongen om hier meteen krachtig afstand van te nemen. Een dergelijk concreet advies hadden wij als CDA ook graag eerst van tevoren persoonlijk gehoord.

Nu kunnen we er niets meer aan veranderen, behalve dan te stellen dat we ons als CDA niet herkennen in dit voorstel tot een kerncoalitie met deelname van onze partij. Het CDA zou dan ook graag na de uitleg hierop willen horen van onze verkenner, hoe hij tot de conclusie is gekomen om ons in dat rijtje te zetten. Dank u wel, voorzitter. 14

Verslag besluitvormende raadsvergadering 13 april 2026

De heer GRIMMIUS: Dank u wel voorzitter. En aangezien gewenning toch wel belangrijk is bij grote veranderingen zal ik tevens praten over de fractie van PRO, aangezien dat nog maar minder dan 3 uur geldt en dan Ik zie de voorzitter schudden, maar ik zal mijzelf aanduiden als PRO, laat ik het zo zeggen. Voorzitter, wij hebben het verslag van de verkenner gelezen en de toelichting zojuist gehoord. En we zien en horen dat de verkenner een aantal conclusies trekt, een aantal constateringen doet over hoe het er aan toe gaat hier in Papendrecht en waar noodzaak toe is. Voor wat betreft de bestuurscultuur, het moet nadrukkelijk anders, staat in het verslag en daar zijn wij het roerend mee eens en dat hebben we in zoverre ook al aangegeven in het duidingsdebat. Er is noodzaak om op bepaalde onderwerpen stevige daadkracht te laten zien, hervorming in het sociaal domein, aanpak van de woningbouw, dat vlot trekken, in het sociaal domein waaronder ook de jeugdzorg, de leefbaarheid in onze gemeente. En zojuist zou ik daar toch aan willen toevoegen, de verkenner zei daar ook wat over en we hebben juist ook de wethouder gehoord, er moeten stappen worden gezet op het gebied van de asielopvang. Er zijn grote opgaven. Daarnaast concludeert de verkenner ook dat er noodzaak is voor stabiliteit in het bestuur. En ook die conclusie kunnen wij met hem delen en daar zijn we dus ook blij mee.

Tot zover de conclusies die wij delen in het verslag die wij hier lezen, want om vervolgens te komen met een voorstel voor een kerncoalitie van PVV, VVD en CDA, die snappen wij minder goed ten aanzien van de conclusies die daarboven zijn beschreven. Wij lezen overigens zelf ook duidelijk een hint richting de fractie van het SGP hierbij, om die hierin mee te nemen. Onze fractie ziet niet in waarom een coalitie van PVV, VVD, CDA de noodzakelijke stappen zal zetten op de hervormingen in het sociaal domein, op het gebied van wonen, op het gebied van de leefbaarheid van het dorp of op het gebied van de asielopvang. In zoverre waarom zij dat beter zouden doen dan elk ander voorstel voor een coalitie dat gedaan zou kunnen worden. We zien ook niet in waarom deze coalitie die voorgesteld wordt beter of meer stabiel is dan elke andere coalitie die hier voorgesteld had kunnen worden. In zoverre vinden we het verslag geen antwoord geven op de vragen of eigenlijk de onderbouwing van de coalitie zoals die voorgesteld is. Wij zien hem niet en wij snappen hem ook niet. Voorzitter, we hebben ook zojuist het CDA gehoord dat hier, als ik de woorden eventjes mag herhalen, krachtig afstand van neemt. En in zoverre kunnen we ook al concluderen dat dit misschien niet de coalitie is die tot stand zal gaat komen.

Wat dat betreft is het wat de PRO-fractie betreft, terug naar de tekentafel en zullen we nadere stappen moeten zetten. En is het heel erg dank voor dit advies, maar lijkt het erop dat we hier niet veel mee kunnen. Dank u wel. De heer VAN HETEREN: Dank u wel, voorzitter. En ook dank aan de verkenner voor het gevoerde gesprek en het verslag. Wij vonden het fijn om in een open en vertrouwelijk gesprek onze 15

Verslag besluitvormende raadsvergadering 13 april 2026

eigen inzichten te delen. Sommige van die inzichten zien wij in de analyse terug, andere weer niet. In het verslag lees ik duidelijk dat er een noodzaak is voor een veranderopgave. Die noodzaken ken ik wel, voorzitter. Dat is immers wat wij als D66-fractie ook voor hebben gepleit bij de verkenner. Een grote veranderopgave voor het gehele bestuurlijke apparaat in Papendrecht. En dan hebben wij het over raad, college en ambtelijke organisatie. Allereerst over de raad. In de vorige bestuursperiode is meer dan de helft van de raadsleden gestopt. De huidige raad bestaat daardoor grotendeels uit nieuwe raadsleden. Dat brengt inderdaad frisse ideeën en nieuwe perspectieven met zich mee, maar maakt de raad ook kwetsbaarder qua continuïteit, historisch besef en kennis van langlopende dossiers. Juist daarom is een goede balans nodig tussen ervaren en onervaren raadsleden, in zowel coalitie als oppositie. Dan over het bestuur, het college. Deze situatie, de raad, legt extra verantwoordelijkheid bij het college. Het college is niet alleen uitvoerder, maar ook hoeder van bestuurlijke stabiliteit en kwaliteit. Dat vraagt om duidelijk leiderschap, transparantie en een constructieve relatie met de raad. Door dossiers zorgvuldig op te bouwen, keuzes helder toe te lichten en ruimte te bieden voor debat, ondersteunt het college het leerproces van de raad.

Ook binnen het college is een goede mix van ervaring en vernieuwing essentieel. En tot slot de ambtelijke organisatie, want zij spelen ook een sleutelrol. En de ambtelijke organisatie verbindt de raad en college met de uitvoering en draagt bij aan begrijpelijke, tijdige en volledige informatievoorziening. Alleen, voorzitter, hebben wij de afgelopen maanden mogen ervaren dat wij het gevoel krijgen dat de ambtelijke organisatie niet meer in controle is. Anders kunnen wij ons niet voorstellen dat binnen 3 maanden miljoenen tekorten uit het niets bij de raad terecht zijn gekomen. En daar maken wij ons grote zorgen over. Dus ook daarin moeten we kijken hoe we dat met een grote veranderopgave weer op orde op zaken stellen. Goed lokaal bestuur vraagt om samenhang tussen die raad, het college en ambtelijke organisatie die allemaal elkaar versterken in hun eigen rol. Juist in zo'n situatie is politieke bestuurlijke ervaring geen luxe. Maar een absolute en noodzakelijke randvoorwaarde. Voorzitter, Papendrecht staat voor uitzonderlijk zware uitdagingen. Niet alleen qua organisatorische, maar ook natuurlijk inhoudelijke. In het verslag wordt deze expliciet al benoemd. Tegen deze achtergrond kijk ik met zorgen naar het voorgestelde coalitieadvies. Allereerst dacht ik even dat ik in 2010 beland was: de PVV samen met de VVD en het CDA.

Alleen neemt het CDA nu wat krachtiger afstand van deze coalitie samenstelling i.p.v. het partijcongres van toen. Volgens mij een niet heel welgevallen samenstelling, maar we zijn nu in Papendrecht. Een andere situatie, maar toch naar onze mening een vreemde samenstelling als we die analyse nog eens erbij pakken. Er wordt een kerncoalitie voorgesteld van 3 fracties met 12 zetels. Van die 12 zetels zijn er 10 ingevuld door nieuwe, onervaren raadsleden. Daarnaast zijn er door de voorgestelde fracties nog geen ervaren wethouders kandidaten naar voren gebracht die deze kwetsbaarheid kunnen compenseren. Laat ik 16

Verslag besluitvormende raadsvergadering 13 april 2026

duidelijk zijn: dit is geen kritiek op nieuwe mensen. Nieuwe raadsleden en nieuwe wethouders zijn nodig en welkom, maar er moet wel een gezonde balans zijn. De combinatie van beperkte politiek-bestuurlijke ervaring, de grote financiële uitdagingen waar we mee te maken hebben, de zware en complexe dossiers met een lange geschiedenis, vooral in het sociaal domein, en de organisatie die onder druk staat, maakt dit voorstel wel heel erg riskant voor goed bestuur. Stabiliteit zit niet alleen in zetelaantallen, maar in ervaring, voorspelbaarheid en bestuurlijke capaciteit. Daarom kunnen wij er oprecht met ons verstand niet bij hoe de verkenner tot deze conclusie is gekomen. Het advies staat volledig op gespannen voet met de eigen analyse in het verslag. Wij hebben geen vragen. Dank u wel. De heer BOERSMA: Dank u wel voorzitter. Om te beginnen wil ik degenen die hun maidenspeech hebben gehouden van harte feliciteren met hun eerste bijdrage in de gemeenteraad. Vervolgens wil ik de verkenner bedanken voor zijn werk, voor de gesprekken die hij heeft gevoerd met alle partijen en voor het adviesrapport dat hij heeft opgeleverd. En als mede-dasdrager in de politiek zou ik zeggen, er moeten meer dassen in de politiek, dus laten we daaraan werken. Dat schept altijd een band.

Voorzitter, de gesprekken in de afgelopen weken hebben wat de SGP-fractie betreft een mooie en bruikbare analyse voor ons als gemeenteraad opgeleverd. Dat is nog iets anders dan of het een goede bijdrage levert aan het proces om te komen door een college, maar daar kom ik zo meteen op. Het is belangrijk om de komende tijd als gemeenteraad echt te investeren in elkaar, om elkaar te leren kennen en ook in gezamenlijkheid te bouwen aan verantwoordelijk bestuur van de gemeente Papendrecht. Het advies laat zien dat er in de gemeenteraad gedeeld urgentie besef is om op een aantal grotere thema's stappen te zetten: wonen, sociaal domein, leefbaarheid zijn genoemd. In onze brief aan de verkenner hebben wij zelf bepleit een kernachtig akkoord met voldoende ruimte voor de raad en dat zien we ook terug in het adviesrapport. Tegelijkertijd wijs ik er wel op dat het voor de thema's die dan niet 1 van die 3 zijn, bv. financiën of asielopvang, ook belangrijk is dat daar afspraken over worden gemaakt in een eventueel akkoord. En in tegenstelling tot wat het advies suggereert, is dat laatste, dus asiel zeker geen accentverschil wat ons betreft tussen partijen, maar doet dat ook niet helemaal recht aan de complexiteit en ook de grootheid van het onderwerp op dit moment in deze raad. Dan de vorming van een nieuw college, wat dat betreft vind ik het wel een ingewikkeld advies.

Het advies dat wij gisteravond zondagavond laat ontvingen, roept om eerlijk te zijn bij ons een heel aantal vragen op en wij zien ook de nodige open eindjes. De verkenner adviseert om te komen tot een kerncoalitie van PVV, VVD en CDA. En uit het advies is niet op te maken waarom de verkenner juist tot deze combinatie van partijen is gekomen. Dat wordt nergens beargumenteerd. 17

Verslag besluitvormende raadsvergadering 13 april 2026

Het wordt ook niet duidelijk hoe er gekomen moet worden tot de door de verkenner voorgestelde vierde wethouder. En ook de term kerncoalitie. Ja, dit is gewoon een coalitie van 3 partijen, maar wat is dan precies een kerncoalitie? Daar zegt het rapport verder ook niets over. De opdracht aan de verkenner vroeg om combinatiemogelijkheden in kaart te brengen. Er wordt nu een combinatie van 1 getalsmatige meerderheid voorgesteld, van 3 partijen die dan 12 zetels hebben. Maar het is niet duidelijk welke andere combinatiemogelijkheden de verkenner überhaupt heeft overwogen en welke eventueel zijn afgevallen. Wij vinden het advies op dit punt echt incompleet. Het advies brengt niet in kaart hoe partijen de onderlinge samenwerking zien. En in dat verband vinden we het ontbreken van gespreksverslagen een extra gemis, omdat je daar dan iets meer duiding had kunnen krijgen uit de verslagen. Uit het duidingsdebat werd duidelijk dat tenminste 1 partij bv. de samenwerking met de PVV uitsluit. Als je wilt weten welke partijen met elkaar kunnen samenwerken, is het ook verstandig om te vragen welke partijen willen niet met elkaar samenwerken. En uit het advies wordt niet duidelijk of er meer partijen zijn die dat vinden. ‘Formeren is elimineren’ zei ooit Herman Tjeenk Willink. Het is toch leuk om die ook een keer te citeren hier. En dat is gewoon zo, afstrepen.

Het advies wijst er terecht op dat de opgave voor de komende periode niet alleen inhoudelijk van aard is, maar ook in belangrijke mate institutioneel en relationeel. Ik citeer: ‘de samenstelling van de raad, de omvang van de fracties en het te verwachten verloop onder raadsleden vragen om bestuurlijke stabiliteit en organisatorische zorgvuldigheid’. En het blijft voor ons echt onduidelijk hoe in dit advies rekening wordt gehouden met die aandachtspunten. Zojuist heb ik begrepen dat de partijen die genoemd worden als de 3 partijen die de kerncoalitie zouden moeten gaan vormen, dat het advies blijkbaar niet vooraf bij hen is getoetst. Bij de VVD leven heel veel vragen, zojuist is duidelijk geworden dat het CDA ronduit afstand neemt, zich niet herkent in het advies en het advies dus ook niet overneemt. Dat maakt dus dat dit advies, wat dus ook geen alternatieven biedt, niet uitgevoerd kan worden als het gaat over de collegevorming. Dus ik heb een aantal dingen gezegd over waar we als raad mee aan de slag kunnen, dat blijft allemaal staan, maar voor het proces van collegevorming kan dit advies niet worden uitgevoerd. Dat is volgens mij gewoon een constatering. Dat maakt dus dat er een vervolgstap nodig is om te zoeken wat er dan wel mogelijk is. Wij hebben daar zelf ideeën bij, maar dat vind ik ook iets voor de tweede termijn. Dus daar komen we zo wel over te spreken.

En ik kan ook met belangstelling luisteren naar wat de andere fracties nog te verder brengen. Dank u wel. De heer VAN HOUTERT: Ik sluit me aan bij de meeste van de vorige sprekers. Dit leidt gewoon tot de constatering, juist wat het CDA naar voren brengt, dat dit advies gewoon 18

Verslag besluitvormende raadsvergadering 13 april 2026

vuilnisbak in kan, want dat kan niet uitgevoerd worden. Alternatieven zoals de heer Boersma aangaf, zijn ook niet gegeven. Het zit vol met losse eindjes, het kan vriezen, het kan dooien. Dus ja, ik heb niet zoveel met dit advies. Dus ik beperk me maar tot de constatering dat we weer overnieuw kunnen gaan beginnen. En m.b.t. de openheid die in de raad en in het bestuur zo'n belangrijke plaats moet gaan innemen, zou ik willen zeggen: ‘als we weer verder gaan verkennen, meer openheid, gewoon duidelijk maken wat je aan het doen bent, welke mogelijkheden onderzocht worden en zijn, zodat in ieder geval degenen die daar rechtstreeks bij betrokken worden, duidelijk de informatie krijgen om daar al een mening over te geven, dat we niet weer een voorstel krijgen waar dingen in staan die betrokkenen, die dan in het advies weer met name genoemd gaan worden, weer gaan zeggen van ja, maar dat wil ik niet. Ga dat maar eerst onderzoeken wie wel en wie niet, wat meneer Boersman ook terecht zegt, met elkaar zou willen samenwerken. Ik dank u wel. Mevrouw STIGTER: Dank u wel voorzitter. Ook ik wil natuurlijk iedereen die voor het eerst een speech gehouden heeft hartelijk feliciteren. En meneer Bijl wil ik heel hartelijk bedanken voor zijn inzet als informateur. En dan? Ja, dan ga ik zeggen dat ik mijn verbazing wil uitspreken.

Ten eerste natuurlijk mijn positieve verbazing, want ik begin altijd heel positief. Het is geweldig dat alle partijen bij de informateur hebben aangegeven dat ze zich willen gaan houden aan de wet. Ja, dat is me toch wel even opgevallen. Het verbaasde mij, want in de verkiezingstijd werden hier andere uitspraken over gedaan. Concreet zelfs ‘ik leg die verantwoordelijkheid terug naar Den Haag’. En ik ben dus ook dankbaar dat de democratie en de wet nu door alle partijen wordt erkend en nageleefd wil worden. De volgende verbazing is de keuze van de 3 partijen en dan met name natuurlijk dat deze 3 partijen helemaal niet op de hoogte zijn gebracht van dit advies. Ik spreek daar echt mijn verbazing over uit. En dat we hier dus te horen krijgen dat het CDA gewoon zegt, ‘ja, we herkennen ons er niet in en wij gaan het niet doen’. Als ChristenUnie hebben wij al eerder aangegeven dat wij een hele bescheiden rol willen hebben. En we hebben dat aan de informateur natuurlijk ook aangegeven. En we hebben ook aangegeven bij de informateur dat wij geen samenwerking met de PVV zien. En dat is natuurlijk ook vanwege hun houding tijdens de verkiezingen. Waarbij ze, de lijsttrekker, mij dus met name, echt een beetje belachelijk hebben gemaakt. En dat is een schade die nog niet hersteld is.

Wij blijven natuurlijk wel uitkijken naar een sterk bestuurlijk college wat stabiel wordt en waaraan we constructief mee willen denken, om ook zeker weer tot goede besluiten te komen, die zowel verantwoordelijk zijn op financieel, maar ook recht doen aan alle inwoners. En dat is zeg maar heel belangrijk. En we zijn dus ook van mening dat dit advies een onvoldoende verdient.

19

Verslag besluitvormende raadsvergadering 13 april 2026

De heer TIELEMAN: Dank u wel, voorzitter. Het is altijd mooi om als laatste het woord te mogen voeren, natuurlijk. Allereerst dank aan de verkenner voor het verslag en de toelichting die hij zojuist met ons als raad heeft gedeeld. Het geeft een beeld van de gesprekken en de opgave, maar ook de uitdaging waar wij met z'n allen voor staan als raad. Positief is in ieder geval dat er een brede overeenstemming bestaat over de belangrijkste thema's, zoals wonen, het sociaal domein en de leefbaarheid. Allemaal terug te vinden in onze verkiezingsprogramma's. Dat biedt een goede basis om de komende periode stappen te gaan zetten. Tegelijkertijd wordt terecht benadrukt dat er gewerkt moet worden aan een andere bestuurscultuur. Meer openheid, onderling vertrouwen en ruimte voor inhoudelijk debat zijn daarbij essentieel. Zeker in een raad met veel fracties is het belangrijk dat iedereen zich gehoord, betrokken wordt en voelt. Voor een fractie met 1 zetel is het van belang dat deze openheid ook daadwerkelijk in de praktijk zichtbaar wordt. Niet alleen voor de fractie, maar ook voor onze inwoners. En dat alle fracties kunnen bijdragen aan de besluitvorming. Het advies voor een kerncoalitie is duidelijk. Voor mij staat voorop dat de raad als geheel goed in positie wordt gebracht en daadwerkelijk invloed heeft op de koers en de uitwerking van het beleid.

Zoals eerder door mij gezegd, in de vorige raadsvergadering, dienen wij ons ook aan de wet te houden en aan de regelgeving. Dat geldt ook voor vertrouwen in elkaar hebben. Discussie op de inhoud en niet op de persoon. Daarbij is samenwerken zeker geen keuze, maar een gezamenlijke verantwoordelijkheid, zoals ook in het verslag staat vermeld. Ik hoorde meneer Grimmius de uitspraak doen om terug te gaan naar de tekentafel en dat onderstreep ik. Zeker door het feit dat door de heer Mulder namens zijn fractie van het CDA afstand wordt genomen van het verslag wat door de verkenner is uitgebracht. Voorzitter, tot slot geeft de verkenner aan dat we gebonden zijn aan wet en regelgeving, zoals bij de spreidingswet. En wat ik net ook al hoorde, er zijn een aantal uitspraken gedaan in de verkiezingstijd. Hoe ziet hij binnen de kaders de rol van de raad bij het maken van politieke afwegingen? Tot zover, voorzitter. De VOORZITTER feliciteert mevrouw De Ruiter en de heren Mulder en Van Houtert met hun maidenspeech en gaat over tot een schorsing. (Schorsing 21.47 – 22.10 uur) De VOORZITTER heropent de vergadering en merkt op dat een aantal fracties vragen hebben gesteld aan de verkenner. Zij stelt daarom voor aan de tweede termijn te starten en licht toe dat het doel van het debat is om gezamenlijk een volgende stap te zetten in het proces.

20

Verslag besluitvormende raadsvergadering 13 april 2026

TWEEDE TERMIJN Mevrouw DE RUITER: Ja, dank u wel, voorzitter. Jeetje, wat een pleidooien. Ben ik verbaasd? Nee. Vind ik de reacties van sommigen jammer, absoluut. Nogmaals, in het verslag van John hebben we het over stabiliteit en die stabiliteit is er de afgelopen 4 jaar ook niet geweest. En dat ligt niet aan ons, want wij waren er nog niet. Dat was aan de vorige raad, waarom het niet stabiel was. En we kunnen in een kristallen bol gaan kijken met z'n allen over hoe en nou ja, we zijn nieuw. En hoe dat gaat verlopen de aankomende 4 jaar, dat weten wij zelf ook niet. Niemand weet dat. Mevrouw STIGTER vraagt waarom mevrouw De Ruiter concludeert dat de voorgaande raad niet stabiel was. Mevrouw DE RUITER: Ja, voorzitter, dat is gebleken uit het rapport van de heer Bijl. Dus ja, nogmaals, ik woon hier zelf. Ja, dat staat er zeker wel in. Dus ja, weet je, ik vind het heel lastig, heel lastig. En ik wil ook voorstellen dat wij de gesprekken opnieuw gaan voeren met een andere informateur in deze. En dat we inderdaad met z'n allen gaan kijken van hé, wat is wel mogelijk. Bij deze, ja, met partijen te kijken die dat wel zien zitten met ons. En ja, ik hoop dat iedereen ook gewoon wat duidelijker is naar ons als partij toe van of jullie, of de partijen het wel zien zitten met ons. Ja of nee, want in principe heeft iedereen in het duidingsdebat gezegd dat ze openstaan voor gesprekken.

Daar is nu inmiddels wat uitgerold. Ik vind het dan heel erg jammer om te horen dat er zelfs partijen zijn die niet eens het gesprek aan willen gaan met ons. Dat vind ik echt oprecht heel erg jammer, want zo'n gesprek is voor verduidelijking tussen de partijen. Kijken waar je met elkaar overeenkomt, waar je niet met elkaar overeenkomt, om bruggen te bouwen naar elkaar toe. En daarvoor zijn die volgende gesprekken gewoon heel erg belangrijk. En ja, ik vind het heel erg jammer dat dat te veel is, zeg maar. Dus ik stel voor om gesprekken opnieuw te gaan voeren met een andere informateur. Wij hebben hier uiteraard zelf ook een beeld bij hoe we dat voor ons zien. Voor nu laat ik het hier eventjes bij, dankjewel. De heer STOUTHART: Voorzitter, wij sluiten geen partijen uit. Dat hebben wij altijd aangegeven. Wel is het zo dat nu het CDA de deur dichtgooit, het er naar uit ziet dat er geen meerderheid lijkt te zijn in combinatie met PVV en VVD. Waardoor nu ook de VVD heil ziet. Ook gehoord hebbende wat andere partijen hebben aangegeven. Dat maakt natuurlijk het verhaal wel heel erg complex, ook omdat wij vinden dat de grootste partij in the lead is. De VVD is altijd bereid om verantwoordelijkheid te nemen, dat zullen we ook altijd blijven doen. Maar een combinatie die recht doet 21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/1347/documents/17734