Verslag Beeldvorming 8 mei 2025 Woonwagenstandplaatsen.pdf
Tekst van het document
Besluitenlijst Beeldvorming Woonwagenstandplaatsen 8 mei 2025
BESLUITENLIJST VAN DE OPENBARE BEELDVORMENDE VERGADERING d.d. 8.5.2025 (reguliere aanvang 20.00 uur). Aanwezig: De heer C. Grimmius, voorzitter; Mevrouw A. Bokma (VVD), de heer D. Stouthart (VVD), mevrouw S.J.A. Verdoorn-de Lang (VVD), de heer R. Schuil (CDA), mevrouw A.A.S. Stigter (CU), de heer Y. HardenbolKroek (D66), de heer Th. Wolters (D66) en de heer A.J. Boersma (SGP). De heer J.L. van Erk, portefeuillehouder; De heer A.M.J.M. Janssen, portefeuillehouder; De heer A.J. Kosten, portefeuillehouder. De heer J. Westerbeke, beleidsregisseur team maatschappelijke ontwikkeling gemeente Papendrecht, inzake agendapunt 05; Mevrouw J. Niesten, projectleider Samenlevingsvisie gemeente Papendrecht, inzake agendapunt 05; De heer J. de Jong, beleidsregisseur team maatschappelijke ontwikkeling gemeente Papendrecht, inzake agendapunt 05; Mevrouw F. Bergmans-de Pijper, teamleider Grondzaken, Ruimtelijke Ontwikkeling en Vastgoed gemeente Papendrecht, inzake agendapunt 06; Mevrouw M. Rolwes, inspreker/woonwagenbewoonster, inzake agendapunt 06; De heer P. Tiggeloven, adviseur van Companen BV, inzake agendapunt 06; De heer J. Wissink, adviseur van Companen BV, inzake agendapunt 06; Mevrouw E. Bijl, beleidsadviseur Wonen gemeente Papendrecht, inzake agendapunt 06. De heer J. Lier, pl. griffier/raadsadviseur. J. Nieuwstaten, notulist. 01.
Opening. De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom.
02.
Vaststelling van de agenda. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
03.
Vaststellen verslag 3 april 2025. Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.
04.
Insprekers over niet geagendeerde onderwerpen. 1
Besluitenlijst Beeldvorming Woonwagenstandplaatsen 8 mei 2025
05.
Samenlevingsvisie: vragenhalfuurtje. Voorafgegaan door een korte introductie door mevrouw NIESTEN volgen onderstaande vragen en antwoorden. De heer BOERSMA vraagt hoe eventuele aanpassingen -met het oog op de strategische visie- vertaling krijgen in een nieuwe versie van dit document en hoe de opvolging in elkaar zit. Mevrouw NIESSEN antwoordt dat de strategische visie er uiteindelijk boven moet hangen. Wanneer daar een ander accent in komt, betekent dat feitelijk dat deze bijgesteld dient te worden. Kleine dingen zouden middels een technische wijziging kunnen plaatsvinden. Op de vraag van de heer SCHUIL welke methode er worden gebruikt om de gezondheid bevorderende maatregelen te evalueren, hoe men meet of mensen gezond zijn of richting 2040 gezonder zijn geworden antwoordt de heer WESTERBEKE dat de gemeente uiteraard niet over die gegevens (medische dossiers van inwoners) beschikt. Hoe men nu dit nu meet is op basis van onderzoeken vanuit de GGD (hoe inwoners hun gezondheid ervaren) m.b.t. beweging, de aan/afwezigheid van verslavingen, psychische of mentale problemen, etc. Men beschikt niet over harde medische cijfers, maar wel over een beeld hoe inwoners hun gezondheid inschatten. Dit is de belangrijkste indicator die men kan gebruiken.
In antwoord op de vraag van de heer SCHUIL naar de balans tussen zelfzorg en professionele hulpverlening antwoordt mevrouw NIESTEN dat dit de grootste uitdaging voor de komende tijd voor alle gemeenten is. Er zal sprake zijn van continu uitproberen, experimenteren en vooral in gesprek zijn met professionals, informele hulpverlening en de inwoner zelf. Het gaat niet alleen om een gedragsverandering bij de gemeente of de professionele hulpverleners, maar ook bij de inwoners. Dit is echter een verandering die men niet zomaar kan afdwingen. De heer HARDENBOL vraagt waarom er m.b.t. de kernproblemen van inwoners en de onderliggende oorzaken -op basis van wetenschappelijke inzichten, data, ervaringen en gesprekken- eerst weer onderzoeken moeten plaatsvinden, terwijl de problemen niet nieuw zijn en er al gegevens bekend moeten zijn. Mevrouw NIESTEN antwoordt dat dat niet de insteek is. Een voorbeeld van wat men al doet is hoe men bezig is met bv. de scheidingsproblematiek. Met alles wat daarover in de routekaart Jeugd staat weet men op basis van heel veel data al dat het een heel groot probleem is. Daar zet men nu al op in, maar deze visie is voor de lange termijn geschreven. Een aantal problemen staan al in de visie en hier moet blijvende aandacht voor zijn en verder zal men altijd opnieuw moeten onderzoeken of er nog nieuwe problemen zijn ontstaan en waar of in welke wijk 2
Besluitenlijst Beeldvorming Woonwagenstandplaatsen 8 mei 2025
of bij welke doelgroep er extra aandacht nodig is. Hierbij verlaat men zich op zowel onderzoeken als gesprekken met inwoners en professionals. Het gaat hierbij ook om de manier van werken en de bewust keuzes die men daarin maakt die door de tijd kunnen wisselen. Op de vraag van de heer HARDENBOL hoe het m.b.t. de trendinformatie en indicatoren komt dat Papendrecht op veel van de indicatoren slechter dan gemiddeld scoort antwoordt de heer WESTERBEKE dat bij een paar indicatoren (bv. het sociaal isolement dat misschien hoger is of de Wmo-indicaties) de iets vergrijzende/oudere bevolking wellicht mee kan spelen. Op de andere vlakken heeft hij momenteel geen verklaring paraat. Het viel mevrouw STIGTER juist op dat de eenzaamheid onder ouderen eigenlijk relatief hetzelfde is als in Zuid-Holland-Zuid en juist bij jongeren in Papendrecht zoveel hoger dan in de regio. De heer WESTERBEKE bevestigt dit, wat de reden hiervan is kan hij op dit moment niet aangeven. De heer HARDENBOL vindt het belangrijk om te beseffen dat de zorgkosten harder stijgen dan de inflatie en de belastingopbrengst en dat men uiteindelijk keuzes moet maken in schaarste.
Op zijn vraag hoe die keuzes gemaakt gaan worden en hoe/of er rekening is gehouden met de geopolitieke crisis en de landelijk toenemende uitgaven voor defensie die effect gaan hebben op het sociale domein en hoe deze visie daarop inspeelt antwoordt mevrouw NIESSEN dat dit op meerdere manieren gebeurt. Men probeert bij de zorg voor de meest kwetsbare al te kijken hoe het anders/minder kan (groepsgericht) en hoe men meer kan samenwerken met de informele hulpverlening. Daarnaast verwijst zij naar het afwegingskader (hoofdstuk 5), waarin men heeft opgenomen dat -wat men ook doet - de zorg voor de meest kwetsbare door moet kunnen gaan. Dat kan betekenen dat men op andere vlakken andere keuzes moet maken. Wanneer dat zover komt, zal men deze keuzes aan de raad moeten voorleggen. Dit betekent dat men meer dan ooit bij alles wat met doet heel goede afwegingen moet maken. Soms kan er inhoudelijk voldoende draagvlak zijn, terwijl het qua capaciteit niet past omdat de arbeidsproblematiek meer dan ooit meespeelt. De heer BOERSMA vraagt een toelichting op de afweging van de prioriteiten en wat er (in de blauwe kaders) wel en niet is opgenomen. Daarnaast vraagt hij of het klopt dat wanneer men iets wil amenderen, men dit op blauwe kaders doet, hetgeen mevrouw NIESSEN bevestigt.
Op zijn vraag hoe de prioriteiten zijn ontstaan antwoordt mevrouw NIESSEN dat er per stuk is gekeken wat de hoofdlijn is en wat echt het belangrijkste. Hier zit geen wetenschappelijke onderbouwing onder, maar dit is gebaseerd op alles wat men heeft doorleefd, alle onderzoeksrapporten en gesprekken. 3
Besluitenlijst Beeldvorming Woonwagenstandplaatsen 8 mei 2025
Mevrouw BOKMA vraagt hoe de participerende deelnemers op de hoogte zijn gesteld wat er met hun inbreng is gebeurd, waarop de heer WESTERBEKE aangeeft dat het stuk onlangs openbaar is geworden, waarna men het op de website heeft geplaatst en hier in de media een bericht over is verschenen. In diezelfde week is iedereen die heeft meegedacht en gedaan geïnformeerd, met name de mensen die op de netwerkbijeenkomst waren. Mevrouw BOKMA vraagt of er een terugkoppeling is geweest over wat er is gebeurd met de inbreng van de participatietrajecten, waarop mevrouw NIESTEN aangeeft dat dit niet op dat niveau is gebeurd. Het participatieverslag is bewust zo uitgebreid gehouden, zodat iedereen zich daar zoveel mogelijk in zou herkennen. De bijeenkomst in oktober was bedoeld om te toetsen of de verwerkte input overeenkomt met de inbreng. Mevrouw BOKMA informeert -naast de indicatoren- naar het startpercentage en het doel, waarop mevrouw NIESSEN aangeeft dat de startmeting de bijlage is die bij de stukken zit met de trendinformatie. Dit gaat elke keer, ook in de P&Ccyclus, terugkomen. Dan worden de nieuwe cijfers gepresenteerd met een toelichting waarom iets omhoog of omlaag is gegaan. Daarbij merkt zij op dat men niet bij alle indicatoren kan aangeven hoeveel het omhoog of omlaag moet. Het kan soms ook allebei goed en heel uitlegbaar zijn.
Daarom zijn er op dit moment nog geen prestaties aan gehangen. Op de vraag van de heer SCHUIL of er bewust voor is gekozen om duurzaamheid niet/nauwelijks in de samenlevingsvisie op te nemen antwoordt mevrouw NIESSEN dat hier inderdaad bewust voor is gekozen, omdat dit in de omgevingsvisie staat en men dat niet dubbel wilde doen. Voor alles wat men in het sociaal domein doet en aan duurzaamheid kan raken geldt ook dat de omgevingsvisie het leidend kader is. Afsluitend dankt de VOORZITTER de heren voor hun inbreng en sluit dit agendapunt. 06.
Woonwagenstandplaatsen, beleid en locatiescan. Voorafgegaan door een korte introductie door mevrouw BERGMANS spreekt mevrouw ROLWES in: Goedenavond allemaal. Ik ben Marian Rolwes. Ik wil u allen vragen om met een open hart te luisteren naar ons verhaal, zoals zo mooi staat in de hal van het gemeentehuis van Papendrecht, grondwet nummer 1: allen die zich in Nederland bevinden worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Tot nu toe geldt dit voor alle bevolkingsgroepen, behalve voor de onze: de woonwagenbewoners. Om u een beeld te geven neem ik u graag mee terug in de tijd. Wij waren een reizend volk, maar vanaf 1968 werd dat vrijwel onmogelijk gemaakt door een wijziging in de 4
Besluitenlijst Beeldvorming Woonwagenstandplaatsen 8 mei 2025
Woonwagenwet. Wij werden geplaatst op grote woonwagenkampen, eigenlijk niet beter te verwoorden dan het onder toezicht vastzetten van een voorheen vrij reizend volk. Er was vaak een slagboom met bewaking en een eigen school. Het liefst dit alles ver weg van de bewoonde wereld. Eind jaren 70 kwamen er kleine woonwagenkampen en werden families noodgedwongen opgesplitst. In 1999 werd de Woonwagenwet afgeschaft. Vanaf die tijd kwam er een uitsterfbeleid. Op leeggekomen vakken werden betonblokken geplaatst, zodat er steeds minder van de woonwagenkampen overbleef. Stelt u eens voor, u moet uw kind zien dat niet kan wonen op de manier hoe het cultureel gewend is, omdat ervoor gekozen wordt alles van u af te nemen. Maar toen, in 2018 kwam er weer hoop. De wet werd aangepast, waardoor wij weer recht kregen om te mogen wonen hoe het bij ons cultureel hoort. Helaas verloopt dit tot nu toe nog niet zo vlot als zou moeten. Gemeenten zijn verplicht gesteld vanuit het college van de Rechten van de Mens om niet alleen behoefteonderzoek te doen en een toewijzingsbeleid op te stellen, maar ook om grond beschikbaar te stellen, vakken te maken naar behoefte en dit alles met een toekomstperspectief. Helaas zien wij vaak gebeuren dat er in plaats van een uitsterfbeleid een uitstelbeleid gehanteerd wordt. Dit is volgens de wet niet toegestaan.
Door in sommige gevallen tactisch creëren van schaarste aan vakken, is er vaak sprake van verdringing, waardoor de hechte banden van de familie onder druk gezet worden. Dit is verboden inmenging en verstoring van de cultuur. Gelukkig is dit bij ons niet het geval. Wij allen strijden met elkaar en voor elkaar en dat willen wij graag zo houden. Stelt u eens voor, u moet uw huis uit en wonen in een caravan. Dat is leuk voor vakantie of ter overbrugging, maar nu bent u 20 jaar verder. U vraagt om hulp, maar u wordt niet gezien of gehoord. Dat is hoe het voor ons voelt. Veel mensen zijn blij als ze naar vakantie weer thuiskomen. Maar wij kunnen nooit terug naar onze thuis. Ik sta vanaf mijn 18e op de wachtlijst. Ik word bijna 40 en dat is 22 jaar. Mijn zuster Jolanda staat op de wachtlijst vanaf haar 18e. Ze wordt nu bijna 48 jaar, dus dat is al 30 jaar. Wij kunnen niet leven zoals wij dat cultureel gewend zijn. Wij missen de geborgenheid en de veiligheid van het samenzijn en het kunnen zorgen voor de ouderen. Onze moeder Mina van Est is helaas gestorven in 2021, zielsongelukkig gedwongen wonend in huis. Wij hebben toen ze ziek was, niet voor haar kunnen zorgen zoals wij dat gewend zijn, omdat wij niet bij elkaar stonden. Nu is onze vader Willem Rolwes ziek. Hij is pas geopereerd en er volgt nog een lang herstel en weer kunnen wij niet voor hem zorgen, zoals wij dat gewend zijn.
Onze kinderen kunnen niet opgroeien op de manier zoals bij onze cultuur hoort: tussen familie, iedereen die bij elkaar binnen kan lopen. En wij, wij kunnen niet voor ons kinderen zorgen, zoals wij dat gewend zijn. Er is een mooi gezegde. Je kunt het meisje uit de wagen halen, maar de wagen niet uit het meisje en dat klopt. Ik ben trots op mijn afkomst en ik weet heel goed waar mijn wiegje heeft gestaan. Ik zou me dan ook nooit schamen voor mijn afkomst. Maar zielsongelukkig, dat kan je haar wel maken door haar uit de wagen te halen. Mijn zuster Jolanda Rolwes is dan ook 5
Besluitenlijst Beeldvorming Woonwagenstandplaatsen 8 mei 2025
door stress lichamelijk heel ziek, doordat zij gedwongen in een huis woont. Ik wil afsluiten met u allen nogmaals te vragen uw harten open te stellen en ons terug te laten keren naar onze thuis, zodat wij weer voor elkaar kunnen zorgen en onze kinderen hun laatste stukje jeugd kunnen opgroeien daar waar ze recht op hebben en daar waar ze thuishoren: in de woonwagen. Bedankt voor uw tijd en voor het luisteren naar ons verhaal. Vragen en antwoorden: Op de vraag om verduidelijking van mevrouw STIGTER waar mevrouw Rolwes zich thuis voelt antwoordt zij dat zij gedwongen in een huis wonen en het gevoel hebben nooit meer thuis te komen omdat zij zich thuis voelen in een woonwagen. Op de vraag van mevrouw VERSCHOOR of zij zich, als reizend volk, wel thuis zou voelen in een vaste woonwagen antwoordt mevrouw ROLWES dat het vanwege de wet niet meer is toegestaan om te reizen, hetgeen hun in het bloed zit en wat zij nog het allerliefst zouden doen. Omdat dat niet meer mag zijn de woonwagenkampen daarna de beste optie, die echter inmiddels ook is afgenomen en waarvoor zij strijden om dat terug te krijgen. Mevrouw VERSCHOOR begrijpt dat het er om gaat om als familie of gemeenschap bij elkaar te zijn, hetgeen mevrouw ROLWES bevestigt. Het zorgen voor elkaar, de geborgenheid, de veiligheid en de kinderen die in en uit kunnen lopen bij elkaar als er wat aan de hand is.
In het geval van haar zieke vader moet zij constant met de auto naar hem toe te rijden. De heer BOERSMA informeert naar de situatie in Papendrecht, waarop mevrouw ROLWES aangeeft dat de onderlinge banden goed zijn, maar dat men niet kan leven op de manier hoe men dat gewend is. Men zit op afstand van elkaar en dat is het probleem. Ook het gevoel om niet in de woonwagen te kunnen wonen. Het is anders dan in een huis en een huis went niet, het is opgesloten zitten tussen 4 muren. Het is moeilijk te beschrijven, vandaar dat zij de omgekeerde vergelijking maakte van in een huis wonen en daarna gedwongen te worden om in een caravan te wonen. De gemeenschap is uit elkaar getrokken en men woont niet in de woning waar men thuishoort. Mevrouw BOKMA noemt het kamp bij de Randweg en de woonwagenwoningen achter de manege in de Wilgendonk. Zij vraagt of de wens een woonwagen woning zoals in de Wilgendonk is, of een klassieke woonwagen waarop mevrouw ROLWES aangeeft dat de meningen/gevoelens daarover verdeeld zijn. Haar eigen voorkeur zou uitgaan naar de klassieke woonwagen. De definitie van een woonwagenkamp is dat iedereen zijn eigen woonwagen heeft hoe hij/zij dat zou 6
Besluitenlijst Beeldvorming Woonwagenstandplaatsen 8 mei 2025
willen, rijk en arm door elkaar heen. Iedereen mag zijn wie hij/zij is en iedereen strijdt voor en met elkaar. Dat is iets wat men ook zo wil houden. Op de vraag van mevrouw BOKMA of men heeft mee kunnen praten over de totstandkoming van het nieuwe beleid en of men het gevoel heeft daarin gehoord te zijn antwoordt mevrouw ROLWES dat het tot nu toe heel moeizaam is verlopen. Om deze reden noemt zij het uitstelbeleid dat volgens hen wordt gehanteerd. Het proces is in 2018 begonnen, om informatie moest men vaak zelf vragen en ook de door hen zelf aangevraagde gesprekken (1 per jaar) verliepen een beetje moeizaam. Het laatste gesprek was wel heel positief. I.v.m. wisseling van de medewerkers moest men hun verhaal iedere keer opnieuw vertellen en moest alles opnieuw bekeken worden. Dit is voor hun gemeenschap verloren tijd en daarom voelt men zich niet gehoord en gezien, maar van het kastje naar de muur gestuurd. Op de vraag van de heer HARDENBOL hoeveel mensen er in Papendrecht nog wachten op een plek antwoordt mevrouw ROLWES dat zij geen specifieke cijfers kent, maar dat er ca. 25 op de wachtlijst zouden staan. Uiteraard zijn er inmiddels ook weer mensen bijgekomen, die 18 jaar zijn geworden. Zij gaat ervan uit dat dit in de presentatie nog aan de orde zal komen, hetgeen wordt bevestigd door de heren.
Niets meer aan de orde zijnde dankt de VOORZITTER mevrouw Rolwes voor haar inbreng. Aansluitend volgt een presentatie gegeven door de heer TIGGELOVEN en mevrouw BERMGANS, waarbij zal worden ingegaan op de aanleiding voor het beleid, de opgave die men voor ogen heeft, de huidige situatie, de uitgangspunten van het beleid en de inventarisatie van mogelijke locaties voor uitbreiding van woonwagenstandplaatsen. Vervolgens worden onderstaande vragen en antwoorden uitgewisseld. Op de vraag van de heer HARDENBOL wat er tussen 2018 (toen de gesprekken zijn gestart) en 2023 is gebeurd, geeft de heer TIGGELOVEN aan dat dit voor Companen -die sinds het voorjaar van 2023 betrokken is- moeilijk is om te beantwoorden. Hij is er wel van op de hoogte dat er in de voorgaande periode verschillende personeelswisselingen zijn geweest. De heer HARDENBOL stelt voor dat het college hier schriftelijk op terugkomt. Hij vraagt in hoeverre mensen uit de woonwagencultuur nog voldoen aan de definitie van woonwagenbewoner, als er al ruim 25 jaar een uitsterfbeleid wordt gevoerd. De heer TIGGELOVEN zegt dat men dit nu nog kan doen. Wanneer men jaren verder zou zijn, wordt het steeds lastiger. Hierbij merkt hij op dat er geen termijn wordt gesteld van wanneer men in een woonwagen heeft gewoond. Als de familie van generatie op generatie in de woonwagen heeft gewoond kan iemand zich woonwagenbewoner 7
Besluitenlijst Beeldvorming Woonwagenstandplaatsen 8 mei 2025
voelen. Andere categorieën zoals mensen die in een tiny house hebben gewoond of stadsnomaden is niet de woonwagengroep die hier bedoeld wordt. Het gaat echt om mensen die ook enige binding hebben met de gemeente Papendrecht. Dit zijn ca. 25-26 mensen die hieraan voldoen. In antwoord op de vraag van de heer HARDENBOL of de voorkeurslocatie aan de Randweg voldoet aan de voorwaarden van de milieuzone geeft mevrouw BERGMANS aan dat dit punten zijn waar men rekening mee moet houden en die nog verder uitgezocht zullen moeten worden. De heer WOLTERS merkt op dat 2 van de 4 genoemde locaties bezet zijn door de volkstuinen en hij vraagt of die plaatsen voldoende zijn voor de 26 woonwagenbewoners. Mevrouw BERGMANS zegt dat de verhuur van de volkstuinen enorm terugloopt en dat dit daarom wat ruimte geeft om te kijken naar andere mogelijkheden. Op zijn vraag hoeveel plaatsen men kan creëren op de genoemde locaties kan zij niet direct antwoord geven. De 4 locaties zijn nodig om aan het totaal te kunnen voldoen aan de behoefte van de woonwagenbewoners. Op de vraag van de heer WOLTERS over de inschrijf– en zoektijden (van 9,7 jaar vs. ca. 5 jaar) antwoordt de heer TIGGELOVEN dat er is gekeken naar wat er vanuit het college van de Rechten van de Mens is genoemd, waar ook het ministerie van Binnenlandse Zaken in hun advies een uitspraak over heeft gedaan.
Daarin wordt gesproken over de inschrijftijd, hetgeen echter niet in detail wordt toegelicht. Hierbij moet men een zekere balans zien te vinden tussen vergelijkbaar en reëel zijn. Als de actieve zoektijd als uitgangspunt wordt genomen, wordt die tijd een stuk minder en is het de vraag of het wel zo reëel is om in die korte tijd standplaatsen te kunnen realiseren. Er moeten afspraken worden gemaakt over de locaties, deze moeten bouwrijp worden gemaakt, etc. Daarbij is Papendrecht een gemeente waar. Er zijn ook gemeenten zoals in Noordoost Groningen waar men binnen een paar maanden inschrijftijd al aan een reguliere sociale huurwoning komt. Daarom kan men die norm niet meer als uitgangspunt nemen voor enerzijds die druk vergelijkbaar houden en anderzijds moet het reëel zijn om de plekken te kunnen realiseren. De heer SCHUIL vindt het, wanneer alle 4 de locaties worden toegekend en de wachtlijst nihil is, niet reëel t.o.v. anderen die nog steeds 9,5 jaar moeten wachten. De heer TIGGELOVEN zegt dat een deel van de mensen die op de wachtlijst staan hier ook al een behoorlijke tijd op staan. Daarnaast is het vanuit een praktisch oogpunt handiger om direct een locatie te ontwikkelen voor deze mensen die al heel lang op de wachtlijst staan. Het is heel onhandig en niet financieel rendabel om maar een aantal plekken te ontwikkelen en de rest niet. 8
Besluitenlijst Beeldvorming Woonwagenstandplaatsen 8 mei 2025
Hoe dit er in de praktijk uit zal zien is nog onderwerp van gesprek met bv. Woonkracht10. Men heeft gekeken of men met de locaties die nu in beeld zijn de totale behoefte kan realiseren. Vervolgens moet het gesprek gevoerd worden over welk tijdspad daaruit volgt en of alles in één keer wordt gerealiseerd of gefaseerd. Op de vraag van de heer SCHUIL hoe men met de 4 locaties voldoet aan de wens van de woonwagenbewoners m.b.t. het bij elkaar wonen antwoordt de heer TIGGELOVEN dat er verschillende families zijn en dat het belangrijk is dat de mensen met hechte familiebanden en/of die mantelzorg willen verlenen bij elkaar kunnen wonen. Daarbij moet het besef er ook zijn dat men kijkt wat mogelijk is en moet men met de woonwagenbewoners kijken naar de meest ideale situatie. In antwoord op de vraag van de heer SCHUIL naar de 2 locaties waar de volkstuinen zitten en de verstoring van hun bezigheden antwoordt mevrouw BERGMANS dat de gedachtegang bij de 4 locaties is dat er een bepaalde volgorde in, waarbij de Randweg makkelijker te realiseren is dan de locatie van de volkstuinen. Hier zal qua tijd een verloop in zitten. Die tijd kan men gebruiken om in gesprek te gaan met de gebruikers van de volkstuinen. E.e.a. vraagt nog de nodige gesprekken en aandacht en is een complexe opgave.
De heer BOERSMA informeert naar het aantal (in de toekomst uit te breiden) standplaatsen aan de Molenvliet en de volkstuinen, waarop mevrouw BERGMANS aangeeft dat het bij de Molenvliet gaat om ca. 20 standplaatsen en bij de volkstuinen ter hoogte van de Amberdreef om ca. 6-8. De heer WISSINK zegt dat er is gekeken naar de totale oppervlakte van de locatie en dat men bij de Molenvliet 20 standplaatsen zou kunnen realiseren. Afhankelijk van de familieverbanden en de omvang van de locatie zou men ook de helft van de locatie kunnen ontwikkelen, zodat ook een deel van de volkstuinen zou kunnen blijven bestaan. M.b.t. de Randweg lijkt het de heer BOERSMA eenvoudig om plekken toe te voegen, omdat deze daar al gereserveerd zijn en daar ooit iets heeft gestaan is, waarop de heer TIGGELOVEN aangeeft dat dit in het kader laaghangend fruit in eerste instantie wel de meest voor de hand liggende locatie is waar men redelijk snel -er liggen ook al leidingen in de grond- woonwagens kan aansluiten. Wanneer men op maagdelijke grond woonwagens gaat realiseren, moeten deze in de basis ook bijna energieneutraal en aardgasvrij zijn. Op de locatie van de Randweg kan men daarom redelijk snel en betaalbaarder plekken realiseren. Op de vraag van de heer BOERSMA waarom, naast de 2 locaties die kansrijk zijn maar wel wat ingewikkelder (het grasveldje achter het nieuwe politiebureau en 9
Besluitenlijst Beeldvorming Woonwagenstandplaatsen 8 mei 2025
de locatie volkstuinen Westeind), de resterende potentiële locaties niet zijn genoemd en waarom deze minder kansrijk zijn antwoordt de heer WISSINK dat er -op basis van de kaart op tafel en de gesprekken die men heeft gevoerd- een groslijst is gemaakt van alle locaties die er zijn. Een aantal van deze locaties zijn, i.v.m. een andere invulling daarvan zoals reguliere woning bouwen of andere ontwikkelingen, afgevallen. In aanvulling daarop merkt mevrouw BERGMANS op dat de Noordhoek hierop stond, waar men nu bezig is met de flexwoningen. In antwoord op de vraag van mevrouw STIGTER hoelang het zal duren voor men tot uitvoering kan overgaan zegt de heer TIGGELOVEN dat dit moeilijk te beantwoorden is en dat gemeenten heel druk zijn met onderzoeken en beleid opstellen, maar dat de feitelijke realisatie wel wat achterblijft. De crux zit hem vooral in de neuzen dezelfde kant op krijgen. Men ziet dat dit een opgave is waar men -omdat deze doelgroep al zo lang wacht- iets voor moet betekenen en dat het van belang is om snel stappen te zetten. Hij durft hier echter geen termijn aan te hangen. Op de vraag van mevrouw STIGTER of men er ervaring mee heeft om gemeenten/inwoners de neuzen dezelfde kant op te krijgen antwoordt de heer WISSINK dat Companen vooral actief is waar het gaat om de behoefte te bepalen, beleid op te stellen en locatieonderzoek te doen.
Er zijn andere bureaus beschikbaar m.b.t. de communicatie(vaardigheden). Mevrouw BOKMA vraagt welke locaties de voorkeur van de families hebben en hoeveel standplaatsen er uiteindelijk worden gerealiseerd. Mevrouw BERGMANS merkt op dat de 13 locaties zijn afgestemd met de woonwagenbewoners, maar dat de verdere uitsplitsing naar 7 en naar 4 is niet met de woonwagenbewoners is overlegd. M.b.t. de hoeveelheid benodigde locaties zegt zij dat er 4 locaties nodig zijn om de opgave op te kunnen vangen en de wachtlijst te reduceren. Verder merkt mevrouw BOKMA op dat haar fractie ooit heeft voorgesteld om huizen te gaan bouwen op het terrein van de manege, wat geen doorgang kon vinden omdat deze locatie te dicht bij de N3 ligt. Zij vindt het heel bijzonder dat er wel woonwagens zouden mogen worden geplaatst. Mevrouw BERGEMANS heeft hier nu geen antwoord op en zegt toe hier schriftelijk op terug te komen. Tenslotte informeert mevrouw BOKMA naar het participatie-traject en stelt hierbij voor om omwonenden met de families te laten praten in plaats van over hen, zodat men kan ontdekken of ze er goede buren aan zouden hebben. De heer BOERMSA vraagt of het bouwen bij de Molenvliet (dicht bij de snelweg en daarachter een industrieterrein) meegenomen kan worden bij de schriftelijke reactie, waarop mevrouw BERGMANS dit toezegt.
De VOORZITTER vraagt mevrouw Bergmans terug te komen op de normen t.a.v. wegen, luchtkwaliteit, etc. 10
Besluitenlijst Beeldvorming Woonwagenstandplaatsen 8 mei 2025
De heer WOLTERS vraagt hoe de toewijzing -wanneer men niet kan voldoen aan het gewenste aantal plaatsen- in zijn werk gaat, waarop de heer TIGGELOVEN aangeeft dat in het omgevingsprogramma de toewijzingsregels voor het woonwagenbeleid zijn opgenomen en dat die zijn vastgelegd in de huisvestingsverordening. Hierin wordt aangegeven wie er eerst in aanmerking komt en wie daarna, waarbij ook rekening wordt gehouden met die familiebanden. De mensen die afstammen van de woonwagenfamilies zijn als eerste aan de beurt. Op de vraag van de heer SCHUIL naar het aantal te ontwikkelen locaties en de voorkeurslocaties van de families antwoordt de heer TIGGELOVEN dat er bij het leggen van de puzzel een aantal factoren spelen. Hoeveel plekken er beschikbaar op een bepaalde locatie zijn en welke familie daar qua omvang en het aantal familieleden het beste past. Dit doet men het liefst met de mensen die al het langst op de wachtlijst staan, maar er zullen misschien ook wat familieleden zijn die iets korter op de wachtlijst staan dan sommige anderen die geen familie zijn.
De VOORZITTER merkt op dat mevrouw Bergsma een aantal vragen aan de raad heeft gesteld over de voorkeur van de locaties en of er behoefte is aan een tweede beeldvormende bijeenkomst, waarbij hij zich kan voorstellen dat men hier in een tweede beeldvorming op in kan gaan en de vraag over de nabijheid bij de N3 en A15 tegen die tijd beantwoord kan zijn, of dat dit in de oordeelsvorming aan de orde komt. De heer BOERSMA heeft begrepen dat het beleid naar de oordeelsvorming gaat, maar niet de locatieanalyse. Mevrouw BERGSMA zegt dat het Woonwagenbeleid een programma onder de Omgevingswet is en dat hiervoor sprake is van college bevoegdheid. Uiteraard kan men dat, als men daar behoefte aan heeft, aan de raad doen toekomen. De locatiekeuze is echter wel een raadsbevoegdheid, omdat dit een kader geeft en aan de 4 locaties ook een financieel aspect verbonden is. Om verdere stappen te kunnen zetten is een uitspraak hierover zeer noodzakelijk. Om die reden heeft de heer BOERSMA behoefte aan nog een beeldvormende sessie waarbij dieper wordt ingegaan op alle criteria voor de kansrijke en minder kansrijke locaties, zodat men kan zien hoe en welke afwegingen daarin zijn gemaakt. Mevrouw STIGTER deelt de wens voor een extra beeldvormende vergadering op korte termijn en zou dan ook graag inzichtelijk hebben wat de financiële consequenties zouden zijn.
Ook mevrouw BOKMA deelt de wens voor een extra beeldvorming, waarbij men alle locaties kan behandelen. De heer SCHUIL deelt 11
Besluitenlijst Beeldvorming Woonwagenstandplaatsen 8 mei 2025
deze wens. De VOORZITTER concludeert dat de wens bestaat voor een tweede beeldvorming waarin men dieper kan ingaan op de verschillende locaties, waarbij ook de voorkeur voor deze locaties duidelijker wordt. Tegen die tijd heeft men meer schriftelijke informatie over de nabijheid van de grote wegen, is het programma ter inzage gelegd en kan men dat meenemen in de beeldvorming, met waar mogelijk meer inzicht in de financiën. Afsluitend dankt hij eenieder voor hun inbreng en sluit dit agendapunt. 07.
Sluiting. Niets meer aan de orde zijnde sluit de VOORZITTER de vergadering om 21.45 uur onder dankzegging aan eenieder voor diens inbreng. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de 2025. De heer J. Lier (plv. griffier)
de heer C. Grimmius (voorzitter)
12