Verslag Beeldvorming 8 mei 2025 Programma centrum - warmteprogramma.pdf
Tekst van het document
Besluitenlijst Beeldvorming programma centrum - warmteprogramma 8 mei 2025
BESLUITENLIJST VAN DE OPENBARE BEELDVORMENDE VERGADERING d.d. 8.5.2025 (reguliere aanvang 20.00 uur). Aanwezig: Mevrouw H.M. van Wijngaarden, voorzitter; De heer L. Bruijniks (PAB), de heer A. Tieleman (PAB), de heer I. Brands (OP), de heer P.J. van der Giessen (VVD), de heer L.T. van den Dool (CDA), mevrouw C. Lucas (CDA), de heer R. Schuil (CDA), de heer J. Mulder (CDA), de heer A. Rietveld (CU), mevrouw T.C. van Es (D66), de heer K. Leenhouts (SGP) en de heer B.H. Grimmius (GL). Mevrouw W. Renzen - Van Leeuwen, portefeuillehouder; De heer A.M.J.M. Janssen, portefeuillehouder. Mevrouw R. van der Werff, strategische adviseur wonen en ruimte, inzake agendapunt 03 (tot 21.30 uur); De heer P. Holzer, stedenbouwkundig ontwerpbureau Cityförster, inzake agendapunt 03 (tot 21.30 uur); De heer R. Bouwmann, stedenbouwkundig ontwerpbureau Cityförster, inzake agendapunt 03 (tot 21.30 uur); De heer J. Ligtenberg, strategisch adviesbureau Bloc, inzake agendapunt 03 (tot 21.30 uur); De heer R. Lenz, strategisch adviesbureau Bloc, inzake agendapunt 03 (tot 21.30 uur); De heer J.P. Hoste, beleidsadviseur economische zaken gemeente Papendrecht; inzake agendapunt 03 (tot 21.30 uur); Mevrouw M. Pronk, procesmanager Warmteprogramma Drechtsteden, inzake agendapunt 04; Mevrouw L. Lochtenberg, projectcoördinator Warmtetransitie Drechtsteden, inzake agendapunt 04; De heer N.
van der Graaf, projectmanager wijkuitvoeringsplannen, inzake agendapunt 04; De heer T. de Jong, adviseur werkvoorbereiding, inzake agendapunt 04; Mevrouw A. Groffen, beleidsadviseur Energiestrategie, inzake agendapunt 04. J. Nieuwstaten, notulist. 01.
Opening. De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom.
02.
Vaststelling van de agenda. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
03.
Programma Centrum. 1
Besluitenlijst Beeldvorming programma centrum - warmteprogramma 8 mei 2025
Na een korte inleiding door mevrouw VAN DER WERF en een presentatie door de heren LENZ en LIGTENBERG, waarin de raad een beeld krijgt van het proces van het Programma Centrum, volgt een wandeling door het dorp. Op de vraag van mevrouw VAN ES naar het tijdspad van het Programma Centrum antwoordt mevrouw VAN DER WERFF dat dit een lange termijn document richting 2040-2050 is. In antwoord op de vraag van de VOORZITTER naar de zeggenschap van de raad bij het uitvoeringsprogramma geeft wethouder JANSSEN aan dat dit uiteraard het geval is wanneer het past binnen de visie die eerder is vastgesteld door de raad. Hierbij noemt hij de vergelijking met het uitvoeringsprogramma van het mobiliteitsplan, waarvoor men ieder jaar terugkomt bij de raad. Op de vraag van mevrouw VAN ES of er bij de inrichting van de markt rekening wordt gehouden met grote evenementen die een grote open ruimte nodig hebben antwoordt de heer LIGTENBERG dat er genoeg ruimte blijft voor de wekelijkse markt en kleinschalige evenementen en initiatieven. In antwoord op de vraag van de heer VAN DEN DOOL naar de afwijkende verbindingsroute bovenaan de dijk/Pontonniersweg zegt de heer LIGTENBERG dat hier sprake is van de groene verbinding en niet de route voor het autoverkeer. De heer GRIMMIUS vraagt m.b.t.
de stelling bij recreatie op de promenade ‘maak van de waterkant een aantrekkelijke plek met voorzieningen op de begane grond en ruimte voor activiteiten in de openbare ruimte, en verbeter de verbinding met het centrum’ waar men van plan is dit te creëren. De heer LENZ antwoordt dat dit een discussie is voor het uitvoeringsprogramma en een punt op de horizon om over nadenken en dat dit kan gebeuren door het toevoegen of transformeren van de plint en te streven naar meer activering van het straatniveau. De volgende vragen en antwoorden worden tijdens de wandeling langs het gemeentehuis, de Veerweg, de jachthaven en de waterbus en De Meent uitgewisseld. Tijdens de wandeling wordt verteld wat er tijdens de hele voorfase incl. participatie en het maken van de scenario’s’ is meegenomen en welke kant het programma nu op gaat (visie voor de komende 10-20 jaar). De markt: Er wordt nogmaals gevraagd of er bij de inrichting van de markt rekening wordt gehouden met grote evenementen die een grote open ruimte nodig hebben, waarop mevrouw VAN DER WERFF aangeeft dat er plaats blijft voor evenementen 2
Besluitenlijst Beeldvorming programma centrum - warmteprogramma 8 mei 2025
(soms in een kleinere vorm), maar dat het wel een zoektocht wordt om te kijken hoe en waar deze zullen passen. De heer VAN DER GIESSEN merkt op dat Papendrecht anders is dan grotere steden, omdat de markt -afgezien van wanneer er evenementen plaatsvindengeen plaats is waar Papendrechters zomaar heengaan en dat het voor het markplein belangrijk is om horeca toe te voegen. De heer VAN DEN DOOL is het hier niet mee eens en noemt het voorbeeld van de gemeente Hengelo waar pleinen zijn aangepast, zodat ouders met kinderen hier graag naar toe gaan om te spelen. De heer TIELEMAN merkt op dat deze visie is gebaseerd op een onderzoek onder Papendrechters, waarop mevrouw VAN ES zegt dat niet alleen de oudere bewoners van de markt vertegenwoordigd moeten zijn, maar ook de jongeren die bv. de kermis willen bezoeken. Mevrouw VAN DER WERFF zegt dat er een onderzoek moet plaatsvinden naar locaties voor evenementen, waarop de VOORZITTER aangeeft dat die er in Papendrecht niet zijn. De heer HOSTE zegt dat het belang van evenementen en sterke horeca naar voor komt uit het onderzoek onder inwoners. Om het aantrekkelijk te maken voor horeca is een aantrekkelijkere markt van belang. Hoe deze puzzel gelegd moet worden moet nog bekeken worden, waarbij de keuzes worden gemaakt in het uitvoeringsprogramma.
De heer GRIMMIUS merkt op dat er 1 puzzelstukje al wel bekend is, omdat er een grote woontoren gebouwd gaat worden op de markt. Mevrouw VAN ES merkt op dat er heel veel steen is t.o.v. de rest van het centrum, waarop de heer LENZ bevestigt dat er inderdaad een grote overmaat aan steen is en dat de ondernemers (incl. de initiatiefnemer van de ijsbaan) hebben gevraagd om aanpak van de markt. Tenslotte merkt mevrouw VAN ES op dat er initieel altijd weerstand bestaat tegen verandering. De Veerweg: Het belang wordt aangegeven van een verbinding tussen de markt en het water d.m.v. een lange visueel uitnodigende laan met vergroening (hanging baskets, bomen, struiken, schaduw, fonteinen/waterpartijen), mede omdat stenen vlaktes funest zijn voor de klimaatadaptatie en men bezoekers van het water naar het centrum en vice versa wil leiden. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN vraagt of de focus hierbij moet liggen op de Eilandstraat, of op de Veerdam die al deels autoluw is. Zij is van mening dat er praktisch gebruik moet worden gemaakt van wat er al is. De heer VAN DER GIESSEN noemt de werknemers van Fokker, waarop de heer LIGTENBERG aangeeft dat het geen autovrije straat zal worden en dat dit programma er niet voor is om hier beslissingen over te maken.
3
Besluitenlijst Beeldvorming programma centrum - warmteprogramma 8 mei 2025
De heer MULDER noemt de integratie tussen de strategische visie 2040 en de centrum visie. De jachthaven en de waterbus. De VOORZITTER zegt dat men zich voorzichtig moet uitdrukken -m.b.t. eerder genoemde voetgangersbrug en eventueel toe te voegen gebouwen- richting mensen (de watersportvereniging) die op een bepaalde plek geworteld zijn. De heer VAN DER DOOL zegt dat diverse inwoners hebben aangegeven dat ze van deze locatie worden weggestuurd, waarop mevrouw VAN ES vraagt van wie Papendrecht eigenlijk is. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN geeft aan dat het terrein van de watersportvereniging is. De heer VAN DEN DOOL vindt het belangrijk dat de inwoners van Papendrecht kunnen genieten van deze plek. De heer LIGTENBERG vindt het belangrijk dat er wisselwerking en samenwerking plaatsvindt, waarop mevrouw VAN WIJNGAARDEN aangeeft dat er een groot verschil is tussen samenwerking en iets door de strot duwen. De heer LENZ is zich hiervan bewust en zegt dat er een goed gesprek (over de scenarioverkenning) heeft plaatsgevonden met de watersportvereniging en dat er nog een vervolggesprek zal plaatsvinden. Mevrouw VAN ES zegt dat mensen altijd schrikken bij eventuele veranderingen, zeker wanneer hierbij gebruik wordt gemaakt van plaatjes, waarop de heer LIGTENBERG aangeeft dat ze deze les zeker hebben geleerd.
Mevrouw VAN DER WERFF zegt dat er een goed vervolggesprek (samen met wethouder Janssen) heeft plaatsgevonden, waarbij de zorgen van de watersportvereniging serieus zijn genomen. De Meent: M.b.t. vergroening van de Meent noemt mevrouw VAN WIJNGAARDEN verplaatsbaar groen. Op de vraag van de heer TIELEMAN naar het type ondernemers -de leuke kleine winkeltjes zijn niet meer vertegenwoordigd- antwoordt de heer HORSTE dat deze volgens de inwoners zeker wenselijk zijn, maar dat dit vandaag de dag voor kleine ondernemers financieel niet makkelijk is. De heer BRUIJNIKS merkt op dat het winkelcentrum eigenlijk overdekt zou moeten worden. Afronding: De heer VAN DEN DOOL stelt voor dat er in de uitwerking aandacht is voor place making: door alvast wat kleinere dingen te doen om te zien wat het later gaat worden en men niet gelijk naar het eindbeeld gaat. De heer LIGTENBERG zegt dat het Programma Centrum een voorzichtig vertrekpunt is van het 4
Besluitenlijst Beeldvorming programma centrum - warmteprogramma 8 mei 2025
uitvoeringsprogramma, waarbij men inderdaad kleine zaken kan testen (investering tijdlijn pag. 17) richting de globale doelen. De uitwerking op pag. 18 schetst een beeld hoe het uitvoeringsprogramma zou kunnen worden, door dit per kleine interventie te bekijken. Afsluitend noemt mevrouw VAN DER WERFF de vervolgstappen, dankt de VOORZITTER een ieder voor hun inbreng en sluit dit agendapunt. 04.
Warmteprogramma. Tijdens de presentatie door mevrouw PRONK en de heer VAN DER GRAAF wordt de perspectiefkaart voor Papendrecht op buurtniveau getoond. Er wordt kort teruggeblikt op wat er is gerealiseerd en vooruit gekeken naar wat er komt na het warmteprogramma. Aansluitend worden de volgende vragen en antwoorden uitgewisseld. Op de vraag van de heer GRIMMIUS of er het warmteprogramma sprake is van college bevoegdheid omdat dit een afgeleide is van de omgevingsvisie antwoordt mevrouw PRONK dat dit klopt en dat het de omgevingsvisie is die deze systematiek voorschrijft. Hierbij merkt zij op dat de raad bij het omgevingsplan wel weer aan zet komt. In antwoord op de vraag van de heer GRIMMIUS of er bij de wens tot betrokkenheid/participatie een concreet verschil is tussen huur -en koopwoningen geeft mevrouw PRONK aan dat dit niet het geval is. Ook bij huurwoningen heeft men 75% instemming nodig. De VOORZITTER mist het punt van zorg over het alleenrecht van HVC inzake het bepalen van de tarieven. Daarnaast vindt zij het van belang dat inwoners ook de mogelijkheid krijgen om niet digitaal te reageren. Op de vraag van de heer VAN DEN DOOL of er al een gebied is aangesloten op het warmtenet antwoordt mevrouw PRONK dat dit klopt. De heer RIETVELD informeert naar de wijk- en buurtgebonden aanpak van het warmteprogramma (incl.
koopwoningen), waarop mevrouw PRONK aangeeft dat men verwacht dat de wetgeving hierover dit komend jaar rond zal zijn. Op zijn vergelijk met glasvezel waarop inwoners zich desgewenst kunnen aansluiten geeft mevrouw PRONK aan dat het warmtenet niet zo werkt. Op de vraag van mevrouw VAN ES naar de combinatie van warmte en elektriciteit antwoordt mevrouw PRONK dat dit zich alleen richt op de verduurzaming van de warmtevraag. 5
Besluitenlijst Beeldvorming programma centrum - warmteprogramma 8 mei 2025
In antwoord op de vraag van de heer MULDER inzake de beschikbaarheid van warmte en of er al gebruik wordt gemaakt van de 2 geothermische bronnen op de grens van Papendrecht geeft de heer VAN DER GRAAF aan dat dit niet het geval is en dat de behoefte aan warmte lager is dan de beschikbaarheid. Op de vraag van de heer VAN DEN DOOL of het klopt dat de wet aangeeft dat de aanwijzingsbevoegdheid van de raad gaat worden antwoordt mevrouw PRONK dat dit inderdaad het geval is. Dit moet via het Omgevingsplan worden opgenomen en in het warmteplan moet de intentie worden vastgelegd inzake welke wijken men denkt deze in te zullen zetten. Er is sprake van een planvormingstermijn van 5-6 jaar voor de raad de aanwijzingsbevoegdheid mag inzetten. De heer VAN DEN DOOL merkt op dat er in het kader van de destijds vastgestelde warmtevisie voor de Drechtsteden heel veel besluiten genomen moeten worden, waarop mevrouw PRONK aangeeft dat er vermoedelijk bepaalde criteria zullen zijn (dat 80% al over is en men de bevoegdheid voor de resterende 20% mag inzetten) waaraan men moet voldoen. Hierbij zal men moeten aantonen dat er een betaald aanbod is en hoe dit onderbouwd moet worden.
Mevrouw VAN ES vraagt of het de verwachting is dat wanneer men begint met aanbieden al bekend is onder welke voorwaarden men die aanwijzing mag gaan doen, waarop mevrouw PRONK aangeeft dat dit besluit er al had moeten liggen. Over een aantal maanden zal hier meer duidelijkheid over zal zijn. De heer VAN DEN DOOL merkt op dat de CDA-fractie op dit punt een motie aangenomen heeft gekregen, omdat men zich zorgen maakt over het feit dat de raad niet goed weet wat men allemaal moet doen en wat het voor de gemeente gaat kosten om een aantrekkelijk aanbod te kunnen doen. De heer TIELEMAN vraagt of er al koopwoningen zijn aangesloten op het warmtenet waarop de heer VAN DER GRAAF aangeeft dat het, behalve de woningen die in de Oostpolder zijn aangesloten op het bestaande warmtenet, tot nu toe allemaal huurwoningen zijn. De heer VAN DEN DOOL vraagt naar het gevaar dat wanneer de grote appartementsgebouwen aan de C. Huygenslaan zijn aangesloten op het warmtenet en de duurdere wijken aan de beurt komen, de gemeente wordt gevraagd bij te betalen om het warmtenet van HVC over te nemen. De heer VAN DER GRAAF zegt dat het warmtenet alleen kan worden uitgebreid bij voldoende financiële steun vanuit het Rijk, om een haalbaar en betaalbaar aanbod richting de inwoners te kunnen doen. Op dit moment is dat één van de grotere uitdagingen om verdere stappen te kunnen maken.
Verder noemt de heer VAN DEN DOOL het ongemakkelijke idee dat HVC ook aandeelhouders/eigenaren uit Heerhugowaard heeft die over het Papendrechtse warmtenet gaan beslissen. De heer VAN DER GRAAF zegt dat HVC een publiek 6
Besluitenlijst Beeldvorming programma centrum - warmteprogramma 8 mei 2025
warmtebedrijf is in verschillende delen van het land. De kosten en tarieven die zij richting de gebruiker mogen berekenen worden in wetten geregeld en kunnen zij zelf niet bepalen. De heer VAN DEN DOOL vindt het een vervelend idee dat nu de meest rendabele delen van Papendrecht daarop zijn aangesloten, waarvan de inkomsten gaan naar een bedrijf met eigenaren van buiten de regio. Hij vindt het lastig in een warmtenet te investeren als een wethouder uit Heerhugowaard hier net zoveel over te zeggen heeft als de eigen wethouder. Mevrouw VAN ES merkt op dat het Rijk de maximum tarieven bepaalt en de heer MULDER zegt dat HVC een groot bedrijf is dat eigendom is van 48 gemeenten en 6-8 waterschappen en dus vertrouwen geeft. Op de vraag van de heer BRUIJNIKS hoe lang de leidingen meegaan antwoordt de heer DE JONG dat deze vergelijkbaar zijn met gasleidingen, dat deze van staal met een isolatielaag zijn en ca. 60 jaar mee gaan. De heer RIETVELD vraagt of er in de businesscase ook rekening is gehouden met het feit dat de winters zachter worden en er minder warmte nodig is, waarop de heer VAN DER GRAAF antwoordt dat de businesscase/het stelsel is gebaseerd op de behoefte en de vraag. Op de vraag van de heer RIETVELD naar de vergelijking met de warmtepomp die ook koelt antwoordt de heer VAN DER GRAAF dat het traditionele warmtenet alleen verwarmt en niet actief kan koelen.
De heer VAN DEN DOOL noemt in het kader van het ontbreken van de ruimhartige subsidies de 18 miljoen euro t.b.v. het van BENG naar ENG brengen van de basisscholen. Hij vraagt zich af of de investering van een dergelijk bedrag zou kunnen resulteren in de aanleg van een warmtenet in de hoofdstraten van Papendrecht, waardoor de zijstraten rendabel worden. De heer VAN DER GRAAF vindt dit een mooi idee (vooral het verbinden van de wijken kost veel geld) en zegt dat om verder te kunnen ontwikkelen er geld vanuit het Rijk nodig is. De gemeente kan hier echter ook keuzes in maken. De heer VAN DEN DOOL merkt nogmaals op dat sommige gemeenten het warmtenet zelf aanleggen en de tarieven in rekening brengen. Het zou een mogelijkheid zijn om de 18 miljoen te investeren en het warmtenet gedeeltelijk aan te leggen. De heer VAN DER GRAAF zegt dat deze keuze aan de gemeente is. De heer MULDER noemt de verzwaring van het elektriciteitsnet, waarop de heer VAN DER GRAAF bevestigt dat wanneer er gebruik wordt gemaakt van het warmtenet dit minder verzwaard hoeft te worden. Hierin zoekt men in de uitvoeringsplannen de samenwerking op. De heer LEENHOUTS vraagt wat de verwachting -in de financieel onzekere tijden- is t.o.v. de ontbrekende subsidies, waarop de heer VAN DER GRAAF antwoordt dat men wacht op de beslissing, dat het Rijk hier druk mee bezig is en er vanuit de regio actief op wordt 7
Besluitenlijst Beeldvorming programma centrum - warmteprogramma 8 mei 2025
gelobbyd. Mevrouw PRONK zegt dat tijdens het debat in de Tweede Kamer over de Wcw de definitie van betaalbaarheid wordt bepaald en dat die bepalend gaat zijn. Mevrouw VAN ES vraagt of e.e.a. -naast de communicatie over de te verwachten kosten voor huurwoningen door de woningcorporatie- ook gecommuniceerd zal worden richting particuliere eigenaren, zodat zij vooraf een afweging kunnen maken. De heer VAN DER GRAAF merkt op dat men op een gegeven moment moet kunnen aangeven wat de kosten, overlast en duur van de aanleg zal zijn. Op dit moment is dat nog niet zeker, maar men kan al wel stappen maken ter voorbereiding van dit traject. Uiteraard is participatie en communicatie een heel belangrijk onderdeel in de uitvoeringsplannen en men is l bezig om te kijken welke boodschap/informatie men nu al kan aanbieden. Mevrouw GROFFEN merkt op dat dat het voordeel voor de huurwoningen is dat de bewoners door de woningcorporaties worden ontzorgd, maar dat dit voor particulieren niet geldt. De heer VAN DEN DOOL heeft bij andere gemeenten gezien dat het voor bereidheid van inwoners cruciaal is dat er een enthousiaste groep bewoners is die het graag wil en het voortouw neemt, waarop mevrouw GROFFEN aangeeft dat dit 1 van de speerpunten van het communicatieplan is om de wijk bereid te krijgen.
Op de vraag van de heer GRIMMIUS of de focus alleen ligt op het warmtenet, of dat er andere mogelijkheden worden aangeboden antwoordt mevrouw GROFFEN dat de focus voor de gekozen wijk(en) alleen ligt op het warmtenet. Uiteraard hoeft niet iedereen aan een collectief aanbod mee te doen en zullen er ook keuzes zijn voor mensen die niet mee willen doen. Mocht men daar ook niet aan mee willen doen, is dit de eigen verantwoording. (De focus ligt ALLEEN op het warmtenet, maar er worden wel keuzes geboden?) Mevrouw VAN ES zegt dat Drechtstedenbestuurder mevrouw Van Dongen heeft aangegeven dat wanneer men te lang wacht inwoners andere keuzes gaan maken en er te weinig mensen overblijven om het betaalbaar te maken. Mevrouw GROFFEN zegt dat dat de reden is dat men eerder met het warmteprogramma komt, om perspectief te kunnen bieden. De heer GRIMMIUS zegt dat zij destijds ook heeft aangegeven dat er ook handjes tekort zijn om het te kunnen realiseren, waarop mevrouw GROFFEN aangeeft dat het belangrijk is om in de wijk waar men aan de slag gaat mensen op te leiden tot vakmensen. Niets meer aan de orde zijnde dankt de VOORZITTER een ieder voor hun inbreng en sluit dit agendapunt. 05.
Sluiting. 8
Besluitenlijst Beeldvorming programma centrum - warmteprogramma 8 mei 2025
Niets meer aan de orde zijnde sluit de VOORZITTER de vergadering om 22.27 uur onder dankzegging aan eenieder voor diens inbreng. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de 2025. Mevrouw H.M. van Wijngaarden (voorzitter)
9