Verslag Beeldvorming 28.11. 2024 VO-scholen MFA.pdf
Tekst van het document
Besluitenlijst Beeldvorming VO-scholen van 28 november 2024
BESLUITENLIJST VAN DE OPENBARE BEELDVORMENDE VERGADERING d.d. 28 november 2024 (reguliere aanvang 20.00 uur). Aanwezig: Mevrouw A. Stigter, voorzitter; Mevrouw H.M. van Wijngaarden (PAB), de heer A. Tieleman (PAB), de heer L. Bruijniks (PAB), mevrouw A. van Gent (PAB), de heer I. Brands (OP), mevrouw A. Bokma (VVD), mevrouw S.J.A. Verdoorn-de Lang (VVD), de heer J. Mulder (VVD), mevrouw A. Verschoor-De Winter (CDA), de heer H. Bezemer (CU), de heer E. den Boef (CU), mevrouw T.C. van Es (D66), de heer Y. Hardenbol-Kroek (D66), de heer N. van Heteren (D66), de heer A. Boersma (SGP), de heer W. Goudriaan (SGP), de heer K. Leenhouts (SGP), mevrouw D. Yildiz-Karso (PvdA), de heer P.C. Grimmius (GroenLinks), de heer B.H. Grimmius (GL) en de heer J. van den Boogaart (GL). De heer M. Koorn, projectmanager nieuwbouw VO-scholen gemeente Papendrecht; De heer R. Eldering, projectleider Van der Palmgebied gemeente Papendrecht; De heer M. Penders, teamleider Financiën gemeente Papendrecht; Mevrouw L. Sandwijk-Roos, Synarchis De heer G. Jacobs, adviesbureau HEVO; De heer R. Demmers, Deloitte, De heer W. van der Vlies, muziekvereniging Excelsior, inspreker agendapunt 04. Mevrouw M.J.M. van Driel, portefeuillehouder; De heer J.W. van der Borg, portefeuillehouder; De heer J.L. van Erk, portefeuillehouder; De heer A.M.J.M. Janssen, portefeuillehouder; De heer A.J. Kosten, portefeuillehouder.
De heer M. Hermans, interim griffier; De heer M. Swagemakers, raadsadviseur. J. Nieuwstaten, notulist. 01.
Opening. De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom.
02.
Vaststelling van de agenda. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
03.
Vaststelling verslagen 17 oktober en 14 november 2024. De verslagen worden ongewijzigd vastgesteld. 1
Besluitenlijst Beeldvorming VO-scholen van 28 november 2024
04.
Nieuwbouw VO-scholen en Multifunctionele accommodatie (MFA). In de beeldvormende vergadering van 17 oktober is de raad geïnformeerd over de laatste stand van zaken m.b.t. de structuurontwerpen nieuwbouw VO-scholen, de ruimtelijke verkaveling Van der Palmgebied, het haalbaarheidsonderzoek naar een nieuwe Multifunctionele Accommodatie en de investeringskosten inclusief de effecten daarvan in meerjarenperspectief. Bij de behandeling van de perspectiefnota in juli 2024 is vanuit het college toegezegd het bestuurlijke gesprek te voeren m.b.t. de VO-scholen. Daarbij ging het om gesprek over risico’s m.b.t. de besluitvorming van de VO-scholen. Verder was er de behoefte om inzichtelijk te maken waar het college op af koerst qua richting en welke knoppen er dan voor de raad zijn om keuzes in te kunnen maken. En ten slotte kwam vanuit de raad de behoefte om de MFA bij de besluitvorming te betrekken. De raad sprak ook de behoefte uit om het bestuurlijk gesprek tijdig te willen voeren. Vanavond wil het college graag dit bestuurlijke gesprek voeren. Aan de ene kant wil het college tijdens deze bijeenkomst de richting aangeven rond de te maken keuzes. Daarbij wil men inzichtelijk maken welke keuzemogelijkheden en/of ‘knoppen’ er voor de raad zijn. Aan de andere kant heeft het college ook de behoefte om het gesprek te voeren over wat de raad nog nodig heeft om tot een keuze te komen.
Met de inbreng van de raad wil het college verder kunnen toe werken naar een concreet raadsvoorstel. Begin 2025 volgen daarop dan de oordeelsvorming en besluitvorming. Inspreker de heer VAN DER VLIES: Geachte raadsleden en college, Dank voor de gelegenheid om wederom namens de muziekvereniging Excelsior in te mogen spreken bij deze raadsvergadering i.v.m. het agendapunt haalbaarheidsonderzoek MFA. Op de beeldvormende raadsvergadering van 17 oktober hebben wij 2 vragen gesteld: om te bewaken dat er een passend ontwerp komt voor het MFA, met een daarbij behorende passende exploitatievorm. En de andere vraag was de planning bestuurlijk vast te stellen, zowel in tijd als in geld. Voor een verdieping van deze vragen hebben wij een presentatie gemaakt, die ik u wil laten zien. Vanwege de maximale inspreektijd van 5 minuten, moet ik snel door deze presentatie heen. Maar u krijgt deze presentatie, inclusief een onderbouwende memo. Deze wordt via de griffie verspreid. Aansluitend vraagt mevrouw VAN WIJNGAARDEN of het eerder getekende plan voor de herbouw van een cultureel centrum, waarvan ook Excelsior deel zou uitmaken, er nog is en of dit nog bruikbaar zou zijn. De heer VAN DER VLIES zegt 2
Besluitenlijst Beeldvorming VO-scholen van 28 november 2024
dat er meerdere plannen (van 15 jaar terug) zijn geweest, waaronder het gebouw waar de hospice nu zit, op de huidige locatie is een plan geweest, in De Kooij waar ook schetsontwerpen van waren en voor de voormalige locatie van De Wieken. Multifunctioneel of alleen Excelsior en er zijn plannen voor een kleinschaliger MFA geweest. Het huidige plan is in een vergevorderd stadium en hierover heeft men geconcludeerd dat er met De Willem samen sprake van versterking is. Technisch gezien is het mogelijk om eerdere plannen te gebruiken, maar die zijn niet zover uitgewerkt als dit plan. De heer C. GRIMMIUS vraagt wat de mening van Excelsior is inzake scenario 3, waarbij de kapitaallasten nog lager zijn dan bij scenario 2, waarop de heer VAN DER VLIES zegt dat sport en cultuur bij elkaar te grootschalig wordt. Het is een mooi theoretisch model, maar met veel partijen bij elkaar is men toch geneigd om het eigen belang te behartigen. Wanneer het MFA nog groter wordt, wordt dit risico ook groter. Men is voorstander van scenario 2, of 1 omdat dit makkelijker is. Men ziet in de samenwerking met De Willem voor Excelsior zeker voordelen. De VOORZITTER dankt de heer Van der Vlies voor zijn inbreng.
Wethouder KOSTEN geeft een korte introductie en verzorgt aansluitend een presentatie inzake de VO-scholen en de MFA, waarbij de volgende zaken aan de orde komen: - Structuurontwerpen VO-scholen met investeringskrediet. - Aanvullende investeringen VO-scholen (alleen de gebouwen). De presentatie wordt gevolgd door de volgende vragen en antwoorden: Mevrouw VAN ES schrikt van deze informatie, omdat de laatste financiële doorrekening van Deloitte aangaf dat dit i.v.m. de grote investering van 168 miljoen (het MFA zit er in de presentatie niet bij en maakt geen onderdeel uit van scenario 1 of 2) zo niet mogelijk is. Wethouder KOSTEN merkt op dat dit later in de presentatie aan de orde komt, waarop mevrouw VAN ES aangeeft dat ze dit niet acceptabel vindt. Dit omdat de laatste presentatieavond dusdanig is verlopen dat om 22.45 uur de financiële kant en de fundamentele vragen (eigenlijk niet meer) pas aan de orde kwam(en). Het rapport van Deloitte geeft aan dat het raadzaam is om tijdig, transparant en proactief met de provincie Zuid-Holland af te stemmen. Bespreek de plannen, investeringsagenda en dergelijke met hen en neem hen mee in de ontwikkelingen van de kerngetallen op de lange termijn. Mevrouw VAN ES merkt op dat deze investering van Papendrecht van dezelfde orde van grootte is als waar Rotterdam 7 x Feyenoord City van zou kunnen bouwen.
Zij vonden 1 keer te duur! De D66-fractie wil niets liever dan genoeg geld hebben om dit allemaal te realiseren, maar de gemeente moet niet 3
Besluitenlijst Beeldvorming VO-scholen van 28 november 2024
afstevenen op een ongewenste opschaling met Dordrecht, een art. 12-gemeente worden, of miljoenen over de schutting gooien zonder dat men hier plannen voor heeft om dit op te vangen. Op haar vraag of er (proactief en tijdig) met de provincie is gesproken en of men een advies van de provincie heeft ontvangen antwoordt wethouder KOSTEN dat de vraag en zorgen duidelijk zijn en dat er sprake is van een spannende grote stap. Tegelijkertijd zou het college geen voorstel doen waar men niet achter staat. Men denkt dat het kan en hij zegt dat een en ander nader zal worden onderbouwd in het financiële gedeelte. Verder geeft hij aan dat er contact is opgenomen met de provincie, dat nog wel een vervolg dient te krijgen. Mevrouw VAN ES vindt dit geen direct antwoord op haar vraag of er plannen zijn voor de opvang van tekorten en of het advies dat men ontvangt van de provincie voorafgaand aan het voorstel naar de raad zal worden gecommuniceerd. Wethouder KOSTEN hoort deze wens en neemt deze mee en merkt op dat het contact met de provincie uiteraard onderlinge afstemming behoeft.
Op de vraag van de heer BEZEMER of de bedragen voor de keuzemogelijkheid wel/geen (B)ENG vaststaan en of hier nog een keuzemogelijkheid in bestaat antwoordt wethouder KOSTEN dat men moet voldoen aan de eisen en dat er wordt gekeken naar het aantal leerlingen en de categorie leerling, waarbij voor elke categorie andere normen gelden. Een en ander leidt tot een totaalsom. De wethouder is van mening dat dit een realistische prijs is, waarbij men heeft gerekend met een worstcasescenario. Bij een definitiever programma worden de bedragen preciezer en zal men uiteraard kijken of het nog scherper kan. De heer BEZEMER zegt dat er sprake is van een oneerlijke situatie waarbij de jeugd uit de gehele regio gebruik maakt van de nieuw te bouwen vo-scholen, terwijl de buurgemeenten hieraan niet bijdragen. Hij vraagt zich af of Papendrecht wel 2 scholen moet bouwen, waarop wethouder KOSTEN aangeeft dat dit de situatie is en dat men voor de bekostiging van leerlingen uit een andere gemeenten ca. 1,5 miljoen euro ontvangt. Hij zal deze vraag technisch beantwoorden. Dat dit niet overeenkomt met de grootte van de investering begrijpt hij goed.
In antwoord op de vraag van de heer BEZEMER wat de consequenties zijn als de bouwheren van de scholen -terwijl de gemeente bouwheer is voor het sportcluster- vinden dat er nog zaken toegevoegd zouden moeten worden geeft wethouder KOSTEN aan dat het bouwheerschap bij wet bij de scholen ligt en zij het project gaan trekken. Uiteraard maakt men vooraf afspraken over hetgeen men gaat realiseren en de bedragen die hiermee gemoeid gaan. Op de vraag van de heer C. GRIMMIUS of de 3 concept beslispunten als 1 besluit worden voorgelegd aan de raad antwoordt wethouder KOSTEN dat dit waarschijnlijk wel het geval is. De heer GRIMMIUS merkt op dat de aanvullende 4
Besluitenlijst Beeldvorming VO-scholen van 28 november 2024
duurzaamheidsinvesteringen 10 miljoen zouden kosten t.o.v. een totaalinvestering van 128 miljoen. Van BENG naar ENG zou dit bedrag 3 miljoen euro zijn. Op zijn vraag wat de reden van het college is om deze niet gelijk mee te nemen antwoordt wethouder KOSTEN dat dit te maken heeft met de totaalinvestering en dat men van mening is dat men met de gewone investering al veel kwaliteit biedt en men er niet van overtuigd is dat deze aanvullende investering in relatie staat tot de opbrengst hiervan. In antwoord op de vraag of men de opbrengsten van de investering van de aanvullende duurzaamheidseisen meer kan duiden op de langere termijn zegt wethouder KOSTEN dat er van BENG naar ENG uiteraard opbrengsten zijn, maar dat die bij de scholen vallen. De heer MULDER merkt op dat men in 2050 100% seculair moet bouwen en in 2030 50%. Op zijn vraag of men het nog kan maken om niet of half seculair te bouwen antwoordt wethouder KOSTEN dat men met de huidige stand van zaken in de bouw waarschijnlijk meer krijgt dan waar men aan denkt. In antwoord op de vraag of er wordt voldaan aan de regel (1 januari 2024) om directe zoninstraling in een gebouw te voorkomen geeft wethouder KOSTEN aan dat men in de vorige beeldvorming heeft aangeduid wat de verschillen zijn.
Mevrouw BOKMA begrijpt dat de complete opbrengst wanneer men van BENG naar ENG gaat naar de scholen gaat en dat men inzake het klimaat adaptief bouwen meer krijgt dan men bedacht heeft. Wethouder KOSTEN bevestigt dat dit de knop voor de raad is om eventueel aan te draaien. Op de vraag van de heer C. GRIMMIUS of de scholen bereid zijn/de mogelijkheden hebben om de investering voor BENG naar ENG te doen antwoordt wethouder KOSTEN dat men hierover nog in gesprek is en dat de afspraken hierover nog niet zijn gemaakt. Wanneer dit duidelijk is zal men dit uiteraard bekend maken aan de raad. Mevrouw KARSO gaat ervan uit dat de gemeente de kapitaalslasten van 4,5 miljoen kan dragen, hetgeen wethouder VAN DER BORG bevestigt. Mevrouw KARSO geeft aan dat men vanuit het Rijk ca. 1,5 miljoen vergoed krijgt en de te dragen kapitaalslasten 4,5 miljoen zijn. Op haar vraag of men met het oog op de ontbrekende 3 miljoen heeft overwogen de omliggende gemeenten om een bijdrage te vragen in de vorm van cofinanciering, cocreatie of sponsering antwoordt wethouder KOSTEN dat men geen cofinanciering heeft overwogen. Daarnaast merkt hij op dat een groot deel van de Papendrechtse jongeren ook in de andere gemeenten naar school gaat.
5
Besluitenlijst Beeldvorming VO-scholen van 28 november 2024
Op de vraag van de heer BOERSMA of er al een duidelijk beeld is wat er in de sportvoorziening komt en of er nog aanvullende wensen (turnhal) op het gebied van sport zijn waarover de raad keuzes kan maken antwoordt wethouder VAN DER BORG dat een aantal plussen/wensen van de verenigingen nog niet in het gepresenteerde bedrag zitten. De vraag van de heer B. GRIMMIUS of het inderdaad klopt dat het bouwheerschap voor de scholen bij de scholen ligt, terwijl de gebouwen van de gemeente zijn zal wethouder KOSTEN schriftelijk beantwoorden. Hij is in de veronderstelling dat dit bij wet belegd is bij de scholen, tenzij anders overeengekomen wordt. Vervolg presentatie ruimtelijke verkaveling van het van der Palmgebied. De presentatie wordt gevolgd door de volgende vragen en antwoorden: De heer HARDENBOL vraagt of de basisscholen inmiddels zijn betrokken bij de gesprekken over de ontwikkeling van het Van der Palmgebied en de mogelijkheid dat de frisse scholen klasse B wegvallen, waarop wethouder KOSTEN aangeeft dat er inmiddels contact is geweest en dat dit gesprek goed is verlopen. Op de vraag van de heer C. GRIMMIUS of het halen en brengen van basisschoolkinderen nog wordt opgenomen in de stedenbouwkundige opzet antwoordt wethouder KOSTEN dat 1 van de kaders een verkeersluw deel was, hetgeen schematisch is vertaald.
Er is recent een proef gedaan over het verkeersluwe deel, waar de scholen zeer over te spreken zijn. Het gesprek over kiss and ride-zone zal nog verder worden gevoerd. De heer BEZEMER vraagt wat men precies gaat besluiten: er is 1 stedenbouwkundige opzet van het complete Van der Palmgebied, met daarnaast het vaststellen van de locatie voor de nieuwbouw van het Willem de Zwijgercollege en sport. Wat stelt men wel en niet vast (woningbouw, theater)? Wethouder KOSTEN zegt dat men wanneer een beslispunt niet duidelijk is, hier nog naar moet kijken. De eerder vastgestelde kaders zijn nog steeds van kracht, men deelt functies toe in dit gebied, de gekozen stedenbouwkundige opzet gaat uit van een bepaalde parkeeroplossing. Misschien moet dit duidelijker worden aangeven. Wat men echt van belang vindt is het tweede beslispunt: dat het Willem de Zwijgercollege en de sport wordt vastgesteld. Dit heeft men nodig om verder te kunnen gaan met bouwen. De heer HARDENBOL gaat er m.b.t. het opsplitsen van de beslispunten van uit dat de woningbouw nodig is voor de financiering van de bouw van het Willem de Zwijgercollege en de sportvoorziening. Wethouder KOSTEN zegt dat wethouder 6
Besluitenlijst Beeldvorming VO-scholen van 28 november 2024
Van der Borg hier meer over zal vertellen. Wanneer men kiest voor parkeren op maaiveld niveau is er geen ruimte voor wonen en buitensport. Hiermee heeft men minder uitgaven voor parkeren, maar ook minder opbrengsten. Tenslotte zegt hij toe nog goed naar de beslispunten te zullen kijken. De heer C. GRIMMIUS noemt de verhouding tussen de besluiten onderling. Bij de MFA zal vanuit het haalbaarheidsonderzoek van Synarchis worden aangegeven welke scenario men voor ogen heeft. Men heeft m.b.t. de vo-scholen echter al gezien dat er een voorschot wordt genomen op scenario 2. Ook in de beslispunten staat: Willem de Zwijgercollege en sport vast te leggen en ook hiermee loopt men vooruit op scenario 2 bij de MFA. Op zijn vraag of het nog wel mogelijk is om de dusdanig met elkaar verweven besluiten uit elkaar te trekken zal wethouder KOSTEN bij de presentatie over de MFA uitgebreider ingaan. Ook mevrouw VERDOORN vindt het beslispunt inzake de sport en de sportvelden (i.v.m. parkeren) onduidelijk. Wethouder KOSTEN geeft nogmaals aan dat men het beslispunt zal verduidelijken. Wethouder VAN DER BORG vervolgt de presentatie inzake het haalbaarheidsonderzoek MFA, gevolgd door de volgende vragen en antwoorden: Mevrouw VAN ES zegt dat zij is mee geweest op een roadtrip langs een aantal MFA’s waar de horeca voor sport en cultuur wel gezamenlijk was.
Op haar vraag of dit bij scenario 2 wel de bedoeling is antwoordt wethouder VAN DER BORG bevestigend. Er is sprake van een sporthal met de basisvoorziening voor het bewegingsonderwijs en de plus voor de sportverenigingen waar een tribune en horecagelegenheid bij hoort. Verder bestaat het cultuur deel uit het theater met een foyer en een aantal ruimten voor de cultuursector, met een ontmoetingsruimte met horecafunctie. Mevrouw VAN ES concludeert dat de wethouder in eerste instantie bevestigend antwoordde, maar nu aangeeft dat dit niet het geval is. Haar fractie vraagt zich af of dit een goed doordacht idee is, omdat men eerst van mening was dat dit niet het geval is, maar men in de praktijk heeft gezien/gehoord dat dit wel het geval is en het goed is dat mensen mengen. Wethouder VAN DER BORG zegt dat de wensen vanuit verschillende verenigingen aangeven dat men schroomt om alle functies te vermengen. Ook de opmerking van de heer Van der Vlies dat er misschien sprake is van te veel partijen is een argument dat meespeelt. Mevrouw VAN ES geeft aan dat men een veel grote horecagelegenheid kan maken (met verschillende hoekjes) als met dit wel combineert. Haar vraag wat het betekent voor de grootte van een horeca gelegenheid wanneer men dit niet combineert zal wethouder VAN DER BORG schriftelijk beantwoorden. 7
Besluitenlijst Beeldvorming VO-scholen van 28 november 2024
Mevrouw BOKMA informeert naar de impact op de toegankelijkheid van de horeca en het zicht op de sportvelden voor de handbalvereniging wanneer de horeca wel/niet gecombineerd wordt, waarop wethouder VAN DER BORG antwoordt dat dit nog met de handbalvereniging besproken moet worden en hij hier daarom niet concreet op wil ingaan. Men neemt het mee in de afwegingen. De heer BEZEMER vraagt wanneer de vervolgonderzoeken en gesprekken worden gevoerd en of de raad voor de besluitvorming wordt geïnformeerd over de inbreng van de potentiële gebruikers. Wethouder VAN DER BORG zegt dat de uitkomst van dit onderzoek de reden is om later met het investeringskrediet te komen. Hij verwacht dat de uitkomst hiervan in Q1 2025 beschikbaar is en gaat zijn best doen hier, t.b.v. de scenariokeuze, een eerste duiding aan te geven. De heer B. GRIMMIUS vraagt of er naast de financiële haalbaarheid voor de gemeente ook wordt gekeken naar de financiële haalbaarheid voor de potentiële (15) gebruikers en wat de eventuele consequenties voor de gebruikers en de gemeente zijn van het afhaken van een of meerdere partijen. Wethouder VAN DER BORG zegt dat dit exact de reden is waarom het onderzoek naar tarifering nodig is, zodat verengingen weten wat deelname aan de MFA financieel betekent voor hun situatie en voor de commitment.
De heer GRIMMIUS vraagt hoe het kan dat het rapport stelt dat de huur idealiter niet noemenswaardig afwijkt van de huidige accommodatiekosten, waarop wethouder VAN DER BORG aangeeft dat dit meer geldt voor de sportverenigingen dan voor de cultuurverenigingen. Voor de sportverenigingen is het aannemelijk dat men uitkomt op een huur zoals bij de andere sporthallen en is het duidelijk wat het financiële plaatje zal worden. Voor de cultuurverenigingen is dit anders. Omdat er zoveel verschillende gebouwen in gebruik zijn, is er nog geen sprake van een gewoonterecht en is onderzoek hiernaar noodzakelijk. Sommige verenigingen zullen dit kunnen dragen en anderen zal men een vorm van subsidie/ondersteuning moeten geven. Op de vraag van mevrouw VAN WIJNGAARDEN of alle verenigingen enthousiast zijn over scenario 2 antwoordt wethouder VAN DER BORG dat dit geldt voor de grote meerderheid. Inzake de optie voor scenario 1 geeft mevrouw VAN WIJNAARDEN aan dat niet iedere partij uit de cultuurcluster per se een foyer nodig heeft. Zij zou zich daarom niet focussen op gezamenlijk gebruik van de foyer en stelt voor in de vervolggesprekken te informeren naar de behoeften aan een keuken/foyer, zodat alles niet nog langer gaat duren. Wethouder VAN DER BORG merkt op dat een solitaire locatie voor de cultuurpartners in zijn totaliteit en per m2 duurder is.
Des te meer cultuurpartners in 1 locatie, hoe goedkoper het wordt voor de gemeente en voor de partners zelf. Naast het financiële argument 8
Besluitenlijst Beeldvorming VO-scholen van 28 november 2024
is ook het inhoudelijke argument dat de cultuurpartners samenwerken van belang. Hij is ervan overtuigd dat dit beter wordt/kansen geeft wanneer men samen in 1 gebouw zit. Mevrouw VAN ES merkt richting mevrouw Van Wijngaarden op dat men niet in de veronderstelling moet zijn dat iedereen zijn eigen ruimte heeft die leegstaat wanneer zij er niet zijn. Dit is niet de kern van een MFA. Er is sprake van ruimtes die door meerdere verenigingen gebruikt worden, waarbij het de bedoeling is dat men elkaar verplicht tegenkomt, hetgeen de samenwerking en meerwaarde stimuleert. Het is van belang dat de verenigingen zich hier zelf over uitspreken. Wethouder VAN DER BORG zegt dat deze behoefte er vanuit de verenigingen (het cultuurplatform) is en zegt toe de verenigingen te zullen uitnodigen om dit zelf te vertellen. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN vraagt of men -t.b.v. de snelheid van het proceskan onderzoeken in hoeverre het loskoppelen van de foyer van De Willem te overwegen zou zijn en wat men aan tijdwinst kan boeken. Los daarvan zit er een aantal verenigingen in panden die niet goed meer zijn. Wethouder VAN DER BORG begrijpt haar zorg over de termijn waarop een aantal verenigingen een plek krijgen en dat zij daarom voor scenario 1 wil kiezen.
Hij geeft aan dat men om deze reden de mogelijkheid heeft verkend -en hier lijken kansen toe te zijn- om scenario 2 in fasering naar voor te halen, zodat verenigingen (o.a. Excelsior, Denksport) idealiter niet tijdelijk naar een andere locatie hoeven. Hierbij merkt hij wel op dat deze zorgen niet moeten leiden tot de conclusie dat scenario 1 beter is. Hier worden de verenigingen en de gemeente niet beter van. Afsluitend merkt mevrouw VAN WIJNGAARDEN op dat hoe langer men wacht hoe duurder alles wordt. Wethouder VAN DER BORG is zich hiervan bewust. De heer BOERSMA merkt m.b.t. de huurtarieven op dat het Synarchis-onderzoek aangeeft dat het scenario van kostendekkende huur betekent dat de gemeente moet bijleggen. Op zijn vraag op welk moment dit inzichtelijk wordt en of dit wordt betrokken bij het besluit dat men in Q2 gaat nemen, of dat dit -i.v.m. de commitment van verenigingen/organisaties- later pas volgt antwoordt wethouder VAN DER BORG dat men dit bij het investeringsvoorstel MFA kan betrekken. Op de vraag van de heer BOERSMA of er binnen het totaalbedrag voor de cultuurcluster van 13,5 miljoen nog keuzes te maken zijn m.b.t. noodzaak en eventuele wensen antwoordt wethouder VAN DER BORG dat dit voor het sportgedeelte zeker mogelijk is. Voor cultuur is er sprake van een pakket dat men onderling met de cultuurpartijen afspreekt.
Als de raad dit te duur vindt, zal men daar samen met de verschillende gebruikers mee aan de slag moeten. De heer BOERSMA wenst mee te geven dat er vanuit het bestuursakkoord is toegezegd dat de theatervoorziening gebruikt kan worden als multicultureel cultuurhuis. Nu 9
Besluitenlijst Beeldvorming VO-scholen van 28 november 2024
geeft men een upgrade aan het theater, met daarnaast een cultuurhuis. De SGPfractie wenst zoveel mogelijk koppelkansen te benutten om het totaalbedrag te drukken. Wethouder VAN DER BORG deelt deze stelling niet. Het voorstel van scenario 2 is bij uitstek een geïntegreerde cultuurfunctie. Men behoudt de grote theaterzaal, waaraan een kleinere theaterzaal wordt gebouwd met een aantal andere ruimten en een ontmoetingsruimte die als foyer wordt gebruikt. De heer C. GRIMMIUS vraagt in hoeverre de besluiten met elkaar zijn verweven en of deze nog losgetrokken kunnen worden, waarop wethouder VAN DER BORG aangeeft dat dit ook voor het college een worsteling is geweest, maar dat de tijd noopt om dit zo te doen. Verder geeft hij aan dat het investeringskrediet het go/no go-moment is voor de raad m.b.t. de MFA. Tegelijkertijd wil men verder met de vo-scholen en het gebied vrijhouden om de gewenste functies te fixeren en helder te krijgen wat men daarin wenst. Men probeert het eens te worden over een keuze voor een scenario en inzichtelijk te krijgen hoe men dit ongeveer een plek kan geven en hij zegt dat het ultieme no go-moment op een later moment plaatsvindt. Dit is hoe het is, maar het college had dit ook graag anders gezien. Op de vraag of men -i.v.m.
de snelheid- eerder dan 6 maart kan besluiten over het voorkeurscenario antwoordt wethouder VAN DER BORG dat de besluitvorming maximaal een maand eerder zou kunnen plaatsvinden, maar dat zijn advies is dit zo integraal mogelijk te doen. In antwoord op de vraag wat er gebeurt met partners die niet mee kunnen/willen doen met MFA, maar ook niet in de panden kunnen blijven die gesloopt gaan worden zegt wethouder VAN DER BORG dat zij een eigen keuze hebben en dat de gemeente niet verantwoordelijk is voor de huisvesting. Wel voelt men zich verantwoordelijk om een voorziening te bouwen waar men in potentie een plek zou kunnen hebben. Als gebruikers hier niet voor kiezen gaat men uiteraard kijken wat er mogelijk is, maar zijn zij hier zelf verantwoordelijk voor. M.b.t. de koppelkansen hoort de heer GRIMMIUS als tegenargument voor scenario 3 de schroom bij verschillende partijen om samen te werken. Met het oog op de grote investering vraagt hij zich af of deze schroom -hoe belangrijk deze ook kan zijn- leidend moet zijn/meegewogen moet worden. Op zijn vraag in hoeverre het college naast de wens van de partijen zelf andere redenen heeft om niet voor scenario 3 maar voor scenario 2 te kiezen antwoordt wethouder VAN DER BORG dat het college de ontmoetingsfunctie met name in de cultuursector belangrijk vindt, i.c.m. het feit dat men commitment van gebruikers nodig heeft.
Daarnaast was het advies van Synarchis duidelijk: de extra meerwaarde van 1 grote geïntegreerde MFA met allerlei functies is heel klein. Om deze redenen neigt men naar scenario 2. Mevrouw VAN ES vraagt zich af of niet de visie van het college leidend moet zijn bij de vraag wat men wil met horeca/gedeelde functies en hoe men deze kan indelen voor de lange termijn. Wethouder VAN DER BORG bevestigt dit. Haar 10
Besluitenlijst Beeldvorming VO-scholen van 28 november 2024
vraag wat scenario 2 voor de lange termijn voor de grootte van de horecagelegenheden t.o.v. scenario 3 betekent zal wethouder VAN DER BORG schriftelijk terugkomen. Op de vraag van mevrouw VAN WIJNGAARDEN of de mogelijkheden van subsidies uit Europa of de provincie zijn onderzocht antwoordt wethouder VAN DER BORG dat men dit bij de provincie heeft nagevraagd, maar dat er niet veel deuren opengingen. Richting Europa heeft men, omdat dit waarschijnlijk geen nut heeft, geen poging heeft gedaan. (Schorsing 21.37 – 21. 50 uur) Wethouder VAN DER BORG vervolgt de presentatie inzake de Financiën, gevolgd door de volgende vragen en antwoorden: Op de vraag van mevrouw BOKMA welk deel van de ca. 2 miljoen die in de begroting is opgenomen voor de huisvestingslasten van de scholen voor de bestaande vo-scholen is antwoordt wethouder VAN DER BORG dat dit het spaarbedrag voor de investeringen betreft. Daarnaast zijn er de Eneco-gelden in de algemene reserve, waarmee men 90 miljoen van de investering probeert te financieren. Mocht dit niet het juiste antwoord zijn, zal de wethouder hier schriftelijk op terugkomen.
Op de vraag van mevrouw BOKMA of het dekkingsvoorstel benodigde maximale inzetprognose volumegroei van de algemene uitkering niet voornamelijk bedoeld is voor de opvang van de inflatie van alle stijgende kosten en hoe reëel het is dat men een deel hiervoor gebruikt antwoordt wethouder VAN DER BORG dat men dit advies vanuit het Deloitte-rapport heeft gekregen. 25% van de 2,8% volumegroei kan men, volgens Deloitte en de financieel adviseur, gebruiken als dekking. De wethouder zal dit antwoord nogmaals schriftelijk toelichten. In antwoord op de vraag van mevrouw BOKMA naar een nadere toelichting op de reserve toekomstige investeringen die tot 2029 naar ruim 9 miljoen stijgt, maar die wanneer deze wordt gedeeld door de benodigde onttrekking uit deze reserve maar neerkomt op 14 jaar t.o.v. de duur van de investering en de lasten antwoordt wethouder VAN DER BORG dat men de reserve op verschillende manieren kan gebruiken en men er voor kan kiezen voor welke afschrijvingstermijn en voor welke type investering men dit gebruikt. Deze vraag zal hij ook nog technisch beantwoorden. Op de vraag van mevrouw BOKMA waarom er is gekozen voor een uitwerking op 3% rente i.p.v. op 4% geeft wethouder VAN DER BORG aan dat 3% dichter bij de verwachting ligt. In antwoord op de vraag naar de keuze voor annuïtair vs.
lineair aflossen geeft wethouder VAN DER BORG aan dat de consequentie van deze keuze is dat men de eerste jaren forser moet ombuigen dan bij de andere optie. De afweging van deze 11
Besluitenlijst Beeldvorming VO-scholen van 28 november 2024
keuze is uiteraard aan de raad. Op de vraag van mevrouw BOKMA of men dit zou kunnen opvangen door meer in te zetten vanuit de reserve toekomstige investeringen antwoordt wethouder VAN DER BORG dat hij vermoedt van niet. Op de vraag van de heer C. GRIMMIUS hoe realistisch de investeringsruimte van 90 miljoen voor de huisvesting vo-scholen is, wanneer het voorstel spreekt over ruim 150 miljoen, antwoordt wethouder VAN DER BORG dat dit bedrag al zo in de begroting zit en dat de structurele reserve toekomstige investeringen er is. Daarnaast zijn er 2 andere dekkingsmogelijkheden voor het resterende bedrag. Daarnaast vraagt de heer GRIMMIUS naar een overzicht van beide afschrijvingsvormen (annuïtair en lineair) over de totale looptijd, waarop wethouder VAN DER BORG aangeeft deze vraag schriftelijk te zullen beantwoorden. De heer HARDENBOL vraagt een toelichting op de inzet structureel budget toekomstige investeringen waarop de heer PENDERS aangeeft dat men in februari 2021 een eerste doorrekening heeft gemaakt t.b.v. de investering voor de vo-scholen. Hierbij is aangegeven dat men alvast moet sparen voor de toekomst. Hiervoor is in de begroting voor 2022 uit het structureel overschot van de begroting 6 ton gestort. Vervolgens heeft men gezegd jaarlijks een ton te claimen van de algemene uitkering en jaarlijks 1,5% OZB extra te heffen t.b.v.
het structureel budget, met als doel om investeringen te kunnen financieren. Dit budget groeit jaarlijks totdat men het inzet. Verder vindt de heer HARDENBOL het opvallend dat wanneer het college rekent men uitkomt op 0, terwijl Deloitte uitkomt op een tekort van 4,5 miljoen tekort. Wethouder VAN DER BORG zegt dat dit bedrag de totale investeringsdekking is, dit zegt niets over de consequentie voor de begroting. Wat Deloitte doorrekent is het totaal van alle investeringen, dat uitkomt op een tekort van 4,5 miljoen. Beide werkelijkheden zijn waar. Of men het kan betalen is de vraag die men moet beantwoorden. De heer C. GRIMMIUS merkt op dat er nog andere grote structurele investeringen zijn die gedaan moeten worden. Op zijn vraag in hoeverre de te maken keuze concreet invloed heeft op bv. het verduurzamen van de primair onderwijs scholen en of dit doorgang kan vinden antwoordt wethouder VAN DER BORG dat dit technisch gezien kan. Politiek gezien is het de vraag of men dit wil. Naar mate de ratio’s roder worden neemt de flexibiliteit in de begroting af. Verder heeft de wethouder aangegeven dat het college alleen een voorstel voorlegt als men er 100% van overtuigd is dat de gemeente dit kan dragen en men ook nog een aantal investeringen in de toekomst kan doen. Uiteindelijk is dit een politiek keuze die de raad maakt.
Hij ziet het als de taak van het college om deze overweging inzichtelijk te maken. Daarbij merkt hij op dat men niet in de 12
Besluitenlijst Beeldvorming VO-scholen van 28 november 2024
toekomst kan kijken en kan bepalen welke investeringen er nog op de gemeente af komen. Het rapport van Deloitte schets wel een aantal zaken en cijfers, maar dat is niet het hele plaatje. Feitelijk technisch en vermoedelijk ook vanuit de redernering vanuit het BBV en provinciaal toezicht kan het, of men het wil is een politieke keuze. Op de vraag van de heer GRIMMIUS of het college bereid is om uit te spreken voor deze investeringen (van ca. 100 miljoen) te staan, deze te willen uitvoeren en ervoor te zorgen dat deze plaatsvinden antwoordt wethouder VAN DER BORG dat het college staat voor genomen besluiten. Men kan dit echter niet zeggen voor besluiten die nog niet zijn genomen. De andere kant van het verhaal is dat het college en de raad het proces van ombuigingen voor de komende jaren ingaan. Hierbij zullen ook (de fasering van) deze investeringen betrokken worden en is het de raad die hierover gaat. Mevrouw KARSO vraagt of in het voorstel dat men in maart zal ontvangen inzake de vo-scholen een stelpost voor ombuigingen en een volledige dekking wordt meegenomen. Wethouder VAN DER BORG zegt dat in maart de keuze voor een investeringskrediet, voorzien van een financiële paragraaf voor de dekking, voorligt.
Men is het niet gewoon om hierin voor te sorteren op wat men normaal gesproken in de P&C-cyclus doet en wat het college van plan is om te doen: het ombuigingstraject in de perspectiefnota en de rest van de P&C-cyclus een plek te geven. Dit is hoe men het gewoon is, hij is zich er echter van bewust dat dit een ongewoon voorstel is dat misschien anders moet. Hierbij geeft hij aan dat men in het voorstel zal omschrijven dat dit betekent dat een bepaalde vorm van ombuigingen/her prioritering van projecten nodig is, maar dat dit een plek zal krijgen bij de P&C-cyclus. Het feit dat men hier kennis van heeft, is zijns inziens belangrijk dan de vraag hoe men dit gaat oplossen. Mevrouw VAN ES merkt op dat er sprake is van een voorstel met een investering waarvoor men een ombuiging moet gaan doen voor een bedrag dat men ergens in de komende jaren moet gaan vinden. Daarnaast is het niet alleen de vraag of men de andere toekomstige investeringen nog kan doen, maar moeten inwoners bezuinigen omdat er miljoenen gevonden moeten worden. Hierbij merkt zij op dat alle subsidies voor cultuur samen nog geen 1 miljoen bedragen, terwijl men 4,5 miljoen moet vinden. N.a.v. het Deloitte-rapport zou men graag het eerlijke verhaal zien wat van het faseringslijstje wanneer wordt gepland en a.d.h.v. welke groslijst men de tekorten gaat ombuigen.
Moeten mensen (naast de stijgende kosten voor waterzuivering, riool, etc.) per jaar 10 jaar lang € 100,- meer OZB betalen of is verdubbeling van de OZB nodig? Men wil in ieder geval weten wat het daadwerkelijk voor de inwoners betekent, wat zij over een aantal jaar moeten betalen, of er nog muziekles is, of groen onderhoud en of er nog klimaatmaatregelen genomen kunnen worden, t.b.v. een paar mooie scholen. Wat weet men van tevoren? Of bestaat het plan waar het college over spreekt 13
Besluitenlijst Beeldvorming VO-scholen van 28 november 2024
alleen uit taakstellingen? Wethouder VAN DER BORG begrijpt de zorg en de vraag of men zich na deze investering andere zaken nog kan veroorloven en wie het gaat betalen. Het college begrijpt goed dat de hoge investering die in maart voorligt voor deze vragen zorgt. Met de inzet van Deloitte heeft men gepoogd hier een eerste inzicht in te geven. Hij zegt dat deze vanavond bedoeld is om helder te krijgen wat men nodig heeft. Hij heeft geprobeerd aan te geven hoe het college hiermee om wil gaan en heeft geschetst hoe de dekking vorm krijgt en wat ervoor nodig is om het structurele evenwicht in de exploitatie in de komende jaren te krijgen. Als de raad dit anders wil, zal het college dit anders moeten voorbereiden. Mevrouw VAN ES hoort duidelijk dat men geen enkel idee heeft waar de 4,5 miljoen vandaan moet komen. Zij vraagt of de commissie ook meer inzicht in de opties wil hebben alvorens men het besluit kan nemen. De heer GRIMMIUS is het hiermee eens, eens temeer omdat de wethouder aangeeft dat al deze zaken invloed op elkaar hebben en men de gevolgen (van de ombuigingen) integraal moet zien voordat men een weloverwogen besluit kan nemen. Mevrouw BOKMA vindt het daarnaast van belang wanneer de (100 miljoen voor) toekomstige investeringen gepland zouden zijn en welk van deze eventueel doorgeschoven/naar voor gehaald moeten worden.
Haar fractie begrijpt dat dit dekkingsvoorstel nog niet tot bezuinigingen leidt, maar het feit dat men minder middelen gaat ontvangen en dat men andere investering wil/moet doen, doet dat wel. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN is het eens met de vraag van mevrouw Van Es. Ook de heer BEZEMER zou meer inzicht willen krijgen, ook m.b.t. de consequenties van de fasering en de mogelijkheid om het lopende traject van de besparingscatalogus hierbij te betrekken. Mevrouw VERSCHOOR is het ook eens met mevrouw Van Es. Men heeft er deels wel vertrouwen in dat het gaat lukken, maar zou wel vooraf willen bepalen hoe men zaken gaat betalen. De heer BOERSMA wenst een oordeelsvormende discussie te vermijden die in februari/maart gaat plaatsvinden. Zijn vraag is meer wat de fracties nog nodig hebben om een besluit te kunnen nemen. Voor zijn fractie is het van belang dat het college duidelijk aangeeft of de behoefte aan aanvullende informatie consequenties kan hebben voor het besluitvormingsmoment (ook van het MFA). Daarnaast heeft het college aangegeven hoe een P&C-cyclus regulier werkt en hoe ingrijpend het is hiervan af te wijken. Hij sluit zich aan bij de opmerking van de heer Bezemer inzake de ombuigingscatalogus, die voor maart verschijnt.
Daarnaast wenst zijn fractie meer inzicht te krijgen in de 100 miljoen die door Deloitte wordt genoemd voor toekomstige investeringen, waarover men nog besluiten moet nemen en hoe men dit zou kunnen faseren. Tenslotte vraagt men 14
Besluitenlijst Beeldvorming VO-scholen van 28 november 2024
zich af of er ook fasering kan plaatsvinden op andere te verwachte investeringen die al in de planning ingeboekt staan. Mevrouw KARSO zegt dat het geen kwestie van vertrouwen of aanvullende informatie is, maar van een duidelijk raadsvoorstel ook m.b.t. de financiën en wie het gaat betalen. Of dit onderdeel is van de P&C-cyclus is hierbij niet de vraag. Verder is zij het eens met het verzoek van de heer Bezemer om dit meer te combineren met de ombuigingen. Het dilemma hierbij is echter dat men hiervoor nog kaders moet opgeven. In dit kader stelt zij, met het oog op goede timing en goede besluitvorming, voor om het voorstel van maart te verzetten naar juni. Ook zij is het eens met mevrouw Van Es dat men meer informatie nodig heeft. Mevrouw VAN ES zegt richting de heer Boersma dat zij de griffie heeft gevraagd of men oordeelsvormende vragen mocht stellen en dat haar fractie precies heeft aangegeven wat men voor de besluitvorming nog nodig heeft. Men wil niet eerst wachten op een voorstel -waar al deze informatie niet in staat- en deze vragen achteraf pas stellen. De vraag is wat deze investering betekent voor Papendrecht. Wethouder VAN DER BORG zal hier nog niet inhoudelijk op reageren en wil een en ander eerst in het college bespreken.
Wel geeft hij mee dat de mate van de gevraagde informatie wel consequenties kan hebben voor de planning en het ombuigingsproces en hij vraagt zich of dit wenselijk is. De vraag van mevrouw VAN WIJNGAARDEN of het tekort van €732.000,- niet eenmalig uit de Eneco-gelden gehaald kan worden zal wethouder VAN DE BORG schriftelijk beantwoorden. Op haar vraag wie dit -wanneer dat niet het geval isgaat betalen antwoordt wethouder VAN DER BORG dat dit uit de exploitatie betaald moet worden. Op de vraag van mevrouw VAN WIJNGAARDEN waarom men apart over de vo-scholen/sportvoorziening en de MFA besluit antwoordt wethouder VAN DER BORG dat besluitvorming over de MFA op 6 maart niet mogelijk is, omdat voor het investeringskrediet aanvullend onderzoek inzake tarifering voor de verenigingen en het daaruit volgende commitment nodig is. Dit betekent (hoogstwaarschijnlijk) niet dat de start van de MFA niet gelijk met de voscholen kan plaatsvinden.
Wethouder KOSTEN vervolgt de presentatie inzake de vervolgplanning, gevolgd door de volgende vragen en antwoorden: De heer GRIMMIUS vraagt of naast de toezegging voor 6 maart aan te geven of de scholen bereid zijn om zelf in de duurzaamheidsinvesteringen te investeren, de mogelijkheden tot gezamenlijk scholen/gemeente investeringen meegenomen kan worden, waarop wethouder KOSTEN aangeeft dat hij heeft toegezegd te laten weten wat er uit de gesprekken met de scholen komt. 15
Besluitenlijst Beeldvorming VO-scholen van 28 november 2024
Op de vraag van mevrouw KARSO om een toezegging of er t.b.v. zorgvuldige besluitvorming opnieuw naar de planning gekeken gaat worden antwoordt wethouder KOSTEN dat hij dit niet direct kan toezeggen. Op het moment dat dit nodig is voor de gedane vragen en verzoeken zal men dit doen. De VOORZITTER concludeert dat het college gaat kijken wat men gaat doen met de vraag van de raad om inzicht te krijgen in de financiële consequenties van de vraag van mevrouw Van Es wie de ontbrekende 4,5 miljoen gaat betalen. Wethouder KOSTEN zegt dat alle vragen nog beantwoord worden en dat men het, als dit gevolgen heeft, laat weten. 05.
Sluiting. Niets meer aan de orde zijnde sluit de VOORZITTER de vergadering om 22.45 uur onder dankzegging aan eenieder voor diens inbreng. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de 2024. De heer M. Hermans (Interim griffier)
Mevrouw A. Stigter (voorzitter)
Lijst met toezeggingen 1. Bekostiging van leerlingen uit een andere gemeenten. Portefeuillehouder Kosten De portefeuillehouder controleert of het inderdaad klopt dat men voor de bekostiging van leerlingen uit een andere gemeenten ca. 1,5 miljoen euro ontvangt. 2. Bouwheerschap scholen. Portefeuillehouder Kosten De portefeuillehouder zal de vraag of het bouwheerschap voor de scholen bij de scholen ligt, terwijl de gebouwen van de gemeente zijn, schriftelijk beantwoorden. 3. Beslispunten. Portefeuillehouder Kosten De portefeuillehouder zegt toe naar verduidelijking van de beslispunten te zullen kijken. 4. Combinatie horeca sport en cultuur. Portefeuillehouder Van der Borg 16
Besluitenlijst Beeldvorming VO-scholen van 28 november 2024
De portefeuillehouder zal de vraag wat scenario 2 voor de lange termijn voor de grootte van de horecagelegenheden t.o.v. scenario 3 betekent schriftelijk beantwoorden. 5. Combinatie horeca sport en cultuur. Portefeuillehouder Van der Borg De portefeuillehouder zal de verenigingen uitnodigen hun standpunt inzake het wel/niet combineren van sport/cultuur horeca te verduidelijken. 6. 2 miljoen t.b.v. huisvestingslasten vo-scholen. Portefeuillehouder Van der Borg De portefeuillehouder zal de vraag welk deel van de ca. 2 miljoen die in de begroting is opgenomen voor de huisvestingslasten van de scholen voor de bestaande vo-scholen is schriftelijk beantwoorden. 7. Dekkingsvoorstel benodigde maximale inzetprognose volumegroei van de algemene uitkering. Portefeuillehouder Van der Borg De portefeuillehouder zal de vraag inzake het dekkingsvoorstel benodigde maximale inzetprognose volumegroei van de algemene uitkering schriftelijk beantwoorden. 8. Reserve toekomstige investeringen. Portefeuillehouder Van der Borg De portefeuillehouder zal de vraag inzake de reserve toekomstige investeringen die tot 2029 naar ruim 9 miljoen stijgt schriftelijk beantwoorden. 9. Overzicht van beide afschrijvingsvormen (annuïtair en lineair).
Portefeuillehouder Van der Borg De portefeuillehouder zal de vraag inzake een overzicht van beide afschrijvingsvormen (annuïtair en lineair) over de totale looptijd schriftelijk beantwoorden. 10. overzicht van beide afschrijvingsvormen (annuïtair en lineair). Portefeuillehouder Van der Borg De portefeuillehouder zal de vraag of het tekort van €732.000,- niet eenmalig uit de Eneco-gelden gehaald kan worden schriftelijk beantwoorden. 11. Eventueel gevraagde aanvullende informatie. Portefeuillehouder Kosten 17
Besluitenlijst Beeldvorming VO-scholen van 28 november 2024
De portefeuillehouder informeert de raad wanneer de gevraagde aanvullende informatie (inzake bv. de financiële consequenties van de vraag wie de ontbrekende 4,5 miljoen gaat betalen) invloed heeft op de planning.
18