CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag Beeldvorming 16.5.2024.pdf

Beeldvormende bijeenkomst Papendrecht 13 juni 2024, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 3: Vaststellen verslag 16 mei 20243.771 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Besluitenlijst Beeldvorming van 16 mei 2024

BESLUITENLIJST VAN DE OPENBARE BEELDVORMENDE VERGADERING d.d. 16 mei 2024 (reguliere aanvang 20.00 uur). Een integrale geluidsopname van deze vergaderingen is te beluisteren op www. papendrecht.nl Aanwezig: Mevrouw K.E. Middelkoop-Van den Adel, voorzitter; De heer A. Tieleman (PAB), mevrouw H.M. van Wijngaarden (PAB), mevrouw A. van Gent (PAB), de heer L Bruijniks (PAB), mevrouw A.J.P. Verweij-Heijstek (PAB), de heer R. Lammers (OP), mevrouw H.C.T.J. Hoekstra (OP), de heer P.J. van der Giessen (VVD), mevrouw S.J.A. Verdoorn-de Lang (VVD), mevrouw A. Verschoor-De Winter (CDA), de heer J. Mulder (CDA), de heer R. Schuil (CDA), de heer H.G. Bezemer (CU), de heer E. den Boef (CU), de heer Y.W. Hardebol-Kroek (D66), de heer W. Goudriaan (SGP), de heer K. Leenhouts (SGP), de heer T. Wolters (PVDA), de heer P.C. Grimmius (GroenLinks) en de heer B.C. Grimmius (GroenLinks). De heer T. de Jong, adviseur beheer openbare ruimte Papendrecht, inzake agendapunt 05; Mevrouw J. Rombouts, regisseur energiesysteem en opwek energieregio Drechtsteden, inzake agendapunt 05; De heer J. Reedijk, programma manager energietransitie Smart Delta Drechtsteden, inzake agendapunt 05; Mevrouw A. Groffen, senior beleidsadviseur/regisseur energie-en warmtetransitie/RES Drechtsteden gemeente Papendrecht, inzake agendapunt 05; De heer J.

Westerbeke, beleidsadviseur Sociaal Domein gemeente Papendrecht, inzake agendapunt 06; Mevrouw J. Niesten, projectleider Visie Sociaal Domein gemeente Papendrecht, inzake agendapunt 06; De heer H. Broere, Rebel Group, vernieuwing en transformatie zorgsector en sociaal domein, inzake agendapunt 06. Mevrouw S.H. de Keizer, portefeuillehouder; De heer J.L. van Erk, portefeuillehouder; De heer A.J. Kosten, portefeuillehouder. De heer M. Hermans, interim griffier. 01.

Opening. De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom.

02.

Vaststelling van de agenda. 1

Besluitenlijst Beeldvorming van 16 mei 2024

De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 03.

Vaststellen verslag beeldvorming 4 april 2024. Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.

04.

Duurzaam Netwerk. Men wordt geïnformeerd over de energietransitie en wat verduurzamen op met name bedrijfsterreinen voor effect heeft op het elektriciteitsnet. De vraag is niet of netcongestie ook in Papendrecht gaat optreden, maar wanneer? Dat is negatief voor het vestigingsklimaat, bedrijfsprocessen worden stilgelegd, duurzame maatregelen als zonnepanelen kunnen niet worden aangesloten op het net, etc. Er worden twee oplossingsrichtingen besproken: 1. Verzwaren van het huidige elektriciteitsnet. Dit betekent tot 2050 ca. 67 extra trafohuisjes in Papendrecht erbij. Dit heeft invloed op de openbare ruimte en de beleving van inwoners van hun woonomgeving. 2. Slimmer omgaan met energie met o.a. energieopslag en energie delen. Hiervoor is een tool "Digital Twin' ontwikkeld. Mevrouw ROMBOUTS en de heren DE JONG en REEDIJK verzorgen een presentatie inzake de actualiteit van netcongestie, gevolgd door de volgende vragen en antwoorden. In antwoord op de vraag van de heer BEZEMER of het voorziene aantal (67) trafohuisjes daarbij blijft geeft de heer DE JONG aan dat Stedin het aantal huisjes berekend heeft op basis van de huidige situatie tot 2050, maar dat het totaal aantal trafohuisjes voor de komende jaren moeilijk te bepalen is.

Op de vraag wat de criteria voor de plaatsing van de trafohuisjes zijn antwoordt de heer DE JONG dat Stedin vooral gebonden is aan afstanden (van voorheen ca. 250 woningen per trafohuisje naar ca. 150 woningen per huisje in de toekomst) en de gemeente vooral kijkt of het niet ten koste gaat van groen, parkeren en de woonbeleving. Op de vraag van de heer BEZEMER naar de veiligheid en gezondheid antwoordt de heer DE JONG dat dit ook 1 van de criteria is, maar dat men ziet dat er veel mogelijk is en dat transformatorhuisjes dicht bij/tegen woningen mogen staan. Op de vraag de heer LEENHOUTS naar een mogelijke aanpassing van de bestaande trafohuisjes antwoordt de heer DE JONG dat Stedin inderdaad naar verzwaring van trafohuisjes kijkt. In antwoord op de vraag hoe men transport van energie op terreinen die niet benut wordt voorkomt antwoordt mevrouw ROMBOUTS dat het doel is om lokale duurzame energiesystemen te realiseren, maar dat er pieken ontstaan met meer/minder energie die flexibiliteit in de energievraag tussen ondernemers vraagt. 2

Besluitenlijst Beeldvorming van 16 mei 2024

Op de vraag naar ander gebruik van de vraag en aanbod antwoordt mevrouw ROMBOUTS dat gedacht kan worden aan het inrichten van een laadplein voor bidirectioneel laden. In antwoord op de vraag van de heer TIELEMAN naar ondersteuning bij investeringen voor (startende) ondernemers zegt mevrouw ROMBOUTS dat men kan starten met een energiemanagementsysteem en een handelsplatform, waarmee men virtueel energie kan verhandelen. Men ziet de bereidheid van ondernemers om te investeren als de kostprijs voor energie stabiel gaat worden. Binnen een energie hub werkt men toe naar een energiesysteem die lokaal gebaseerd is. Daarnaast zijn er ook energiehubs die samen investeren in windmolens of grotere batterijen. Wanneer men deze samen aanschaft is het interessanter dan ieder bedrijf voor zich. Daarnaast ziet men in Den Haag het belang om het net beter te gebruiken en komen er middelen beschikbaar om energiehubs te ondersteunen. Het is daarnaast niet ondenkbaar dat er een wisselwerking tussen grote en kleine ondernemers kan plaatsvinden, waarbij de kleine ondernemers onder de hoede worden genomen bij het lokale energieterrein dat is opgezet door de grote ondernemers. Op de vraag van de heer TIELEMAN of woonwijken dit ook kunnen doen antwoordt mevrouw ROMBOUTS bevestigend. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN stelt m.b.t.

de woningen voor dit te combineren met wijken waar reconstructies plaatsvinden en te praten met energieleveranciers om t.b.v. de belasting op het net het dal tarief terug te krijgen. Verder stelt zij voor om voor de 4 geplaatste trafohuisjes aan te tonen dat men niet bang hoeft te zijn voor de veiligheid en gezondheid. De heer DE JONG vindt dit een goed idee en geeft aan dat men hier momenteel al aan werkt. Er wordt een gezamenlijk brief door de gemeente en Stedin opgesteld, waarin men het verhaal duidelijk uitlegt om zorgen aan de voorkant te beperken. Mevrouw HOEKSTRA merkt hierbij op dat men moet aangeven dat de trafohuisjes herrie maken. De heer DE JONG geeft aan dat dit wordt meegenomen, maar merkt op dat de geluidsbelasting van de trafohuisjes wettelijk is geregeld en dat deze voldoen aan de bijbehorende normen. Afsluitend geeft hij aan dat er vaak sprake is van de beleving van bewoners. De heer LAMMERS vraagt of de 800 extra trafohuisjes in de Drechtsteden te maken hebben met de elektrificatie van het energiemodel en of er iets wordt gedaan t.b.v. energiebesparing. Mevrouw ROMBOUTS antwoordt dat men enerzijds anders energie is gaan transporteren (van een centraal energiesysteem naar een meer duurzaam decentraal systeem) en men gelijktijdig veel meer energie gaat gebruiken/opwekken. Daarnaast is er uiteraard ook zeker sprake van 3

Besluitenlijst Beeldvorming van 16 mei 2024

inzet op energiebesparing. Op de vraag naar de kostenverdeling van de trafohuisjes tussen bedrijven en woningen antwoordt de heer REEDIJK dat alle kosten die Stedin maakt om het energiesysteem te verzwaren worden verdeeld over alle gebruikers in het verzorgingsgebied. Hij is wel van mening dat de kosten waarschijnlijk nog wel eerlijker verdeeld zullen gaan worden en dat de weeffouten in wet- en regelgeving na verloop van tijd aangepast zullen worden. De kosten die -met dank aan het warmtenet- door de netbeheerder worden vermeden vloeien niet terug naar de warmteketen. Ook dat is een weeffout die nog moet worden aangepast. Op de vraag van de heer WOLTERS of men niet ontkomt aan meer trafohuisjes antwoordt de heer DE JONG bevestigend. De heer C.GRIMMIUS gaat er inzake het verslimmen van de bedrijventerreinen, winkelcentra, etc. vanuit dat er geen sprake is van een gesloten systeem, maar dat men nog steeds aangesloten zal blijven op het grotere net, waarbij het transport hierop wel afneemt en de aangelegen huishoudens hier voordeel van zullen hebben. De heer REEDIJK bevestigt dit. Op zijn vraag wat voor gedragsmaatregelen men vanuit inwoners kan nemen om een bijdrage te leveren antwoordt mevrouw ROMBOUTS dat dit al gebeurt door bv. zonwassen, e-klok, etc.. Zij merkt hierbij op dat een financiële prikkel extra zou motiveren.

Op de vraag van de heer GRIMMIUS of dit ook geldt voor woningen die zelf geen stroom opwekken antwoordt mevrouw ROMBOUTS dat dit voor hen en alle apparatuur in een woning ook geldt. Op zijn vraag of het mogelijk is dat laadpalen uitgezet kunnen worden antwoordt mevrouw ROMBOUTS dat dit inderdaad kan en dit in Duitsland al gebeurt, maar deze discussie in Den Haag nog niet plaatsvindt. Op de vraag van de heer SCHUIL hoe lang het gaat duren voor alle informatie over energiehubs heel Papendrecht heeft bereikt en wat de gemeente Papendrecht kan betekenen antwoordt mevrouw ROMBOUTS dat zij op 12 bedrijventerreinen actief zijn, waarvan 1 in Papendrecht, dat men gesprekken voert met de lokale ondernemersverenigingen en er binnenkort 4 bijeenkomsten zullen plaatsvinden om toe te werken naar een energiecorporatie. Hierbij is het regionaal kennis delen van belang, om elkaar te helpen om tot oprichting van hubs te komen. Wat de gemeente Papendrecht kan doen is het zoveel mogelijk stimuleren van ondernemers om de collectiviteit op te zetten en de bewustwording kenbaar te maken. De heer REEDIJK merkt op dat men werkt vanuit de regionale groeiagenda en dat men nauw samenwerkt met lokale ambtenaren en lokale federaties. Daarnaast zegt hij dat netcongestie hoog op de agenda van de rijksoverheid staat en dat alle regio’s aanvullende middelen zullen krijgen om meer capaciteit in te zetten t.b.v.

dit vraagstuk. 4

Besluitenlijst Beeldvorming van 16 mei 2024

In antwoord op de opmerking van de heer MULDER dat 25m2 erg veel is voor een trafohuisje geeft mevrouw ROMBOUTS aan dat er een veiligheidszone omheen moet liggen. De heer DE JONG zegt dat ze echter meestal met een veel kleinere maatvoering geplaatst kunnen worden. Op de vraag wat de uitgangspunten zijn om te komen tot 67 trafohuisjes antwoordt de heer DE JONG dat de netbeheerder dit heeft berekend en dat deze informatie eventueel bij Stedin opgehaald zou kunnen worden. Daarnaast merkt de heer MULDER op dat de trafohuisjes zoveel mogelijk inpandig zouden moeten worden gerealiseerd en dat er een enorme energiebesparing mogelijk zou zijn wanneer alle transformators worden vervangen door energiezuinigere trafohuisjes. Hierdoor zou men in Papendrecht voor een heel lange tijd 300-400 huizen gratis van stroom kunnen worden voorzien. Op de vraag van de heer HARDENBOL hoe de trafohuisjes de grotere capaciteit /overbelasting aan moeten kunnen antwoordt mevrouw ROMBOUTS dat de trafohuisjes in Nederland niet bemeterd zijn, maar uiteindelijk meer bemeterd moeten worden. De heer REEDIJK merkt op dat de trafohuisjes altijd verzwaard moeten gaan worden, maar dat men met verslimmen veel kan bereiken en het verzwaren 6 jaar kan uitstellen. Men bespaart, maar uiteindelijk moet alles -i.v.m. de elektrificatie- verzwaard worden.

In antwoord op de vraag van de heer HARDENBOL hoe de trafohuisjes de toename van energie aankunnen zegt mevrouw ROMBOUTS dat men niet meer energie is gaan gebruiken, maar wel meer gelijktijdig is gaan gebruiken, waar het systeem niet op is gemaakt. In antwoord op de vraag van de heer HARDENBOL wat de salderingsregeling doet met de netcongestie antwoordt mevrouw ROMBOUTS dat het positief is voor de portemonnee, maar niet voor netcongestie en dat het een financiële prikkel is om de opgewekte energie direct te gebruiken. De heer REEDIJK merkt m.b.t. de kostenverdeling op dat mensen met zonnepanelen de druk op het energiesysteem en de kosten voor de netbeheerders verhogen, zij de voordelen van de zonnepanelen hebben en ook van de salderingsregeling. Dit is een verkapte manier om mensen met geld en middelen extra te spekken en de mensen zonder zonnepanelen de rekening mee betalen. Vanuit het rechtvaardigheidsprincipe vindt hij het geen slecht idee om de saldering af te schaffen. Niets meer aan de orde zijnde dankt de VOORZITTER mevrouw Rombouts en de heren De Jong en Reedijk voor hun bijdrage. Op de vraag of men voldoende is geïnformeerd antwoordt mevrouw VAN WIJNGAARDEN het op prijs te zullen stellen wanneer er nog een vervolg vergadering met een splitsing tussen woningen en bedrijventerreinen plaatsvindt. De heer GRIMMIUS zou in die 5

Besluitenlijst Beeldvorming van 16 mei 2024

bijeenkomst ook antwoord willen krijgen op de vraag waar de gemeente in beeld komt. 05.

Evaluatie Sociaal Kompas. De heer BROERE verzorgt een presentatie over de uitkomsten van de evaluatie van het huidige Kompas Sociaal Domein en van de plannen voor de participatiefase. Aansluitend wordt er besproken op welke mogelijke manieren men betrokken kan en wil worden in het verdere proces van visievorming. Op de vraag van de heer GRIMMIUS of de gemeente Papendrecht voldoende invloed heeft bereikt, of dat de gemeente in dit domein maar beperkte invloed heeft antwoordt de heer BROERE dat de inzet merendeel regionaal georganiseerd is (70% van de middelen die in het sociaal domein omgaan) en dat de mogelijkheden van de gemeente in termen van geld en inzet beperkt zijn en dat de transformatie van het sociaal domein en de effecten van beleid vaak veel tijd kosten (5-10 jaar) en de bewegingsruimte voor de gemeente daarom beperkt is. In antwoord op de vraag van de heer VERWEIJ of preventie/aan de voorkant werken om te voorkomen dat mensen te laat zorg krijgen, resulteert in een aanzuigende werking antwoordt de heer BROERE dat hij dit dilemma herkent en dat deze mogelijkheid wel bestaat. Of dit daadwerkelijk het geval is heeft men niet onderzocht en de landelijk data hierover is ook niet eenduidig. Hierbij is hij van mening dat mensen niet zomaar zorg en ondersteuning aanvragen en dat het afhankelijk is of er sprake is van ouderen of jeugdigen.

De neiging om snel hulp te zoeken ligt meer bij (ouders) van kinderen. De heer BEZEMER vraagt naar de stelling dat de beoogde effecten niet aantoonbaar zijn opgetreden en ze pas op lange termijn merkbaar zijn, waarop de heer BROERE aangeeft dat de doelstellingen in het sociaal kompas abstract zijn geformuleerd en dat er geen meetbare effecten zijn benoemd. In dat geval is het moeilijk om vast te stellen of een doel behaald is. Daarbij komt dat deze effecten vaak pas op langere termijn optreden. De aanbeveling is daarom om de te behalen doelen zo scherp mogelijk te stellen. Op de vraag van de heer BEZEMER of het dan reëel is te veronderstellen dat de effecten op korte termijn te evalueren zijn antwoordt de heer BROERE dat men een aantal zaken heeft laten zien t.a.v. de ontwikkeling van participatie, welzijn, gevoel van eenzaamheid, etc., waarvan de data verzameld zijn op regionaal niveau. De vraag is of men dit direct kan relateren aan de beleidsmaatregelen die vanuit dit document voortkomen, of het autonome trends zijn, of dat het een begin van een ontwikkeling is. Afsluitend merkt hij op dat het heel belangrijk is om zaken consequent te blijven volgen, zodat men het begin van bepaalde ontwikkelingen ziet, doelstellingen scherper te benoemen en consequent te monitoren. 6

Besluitenlijst Beeldvorming van 16 mei 2024

In antwoord op de vraag van mevrouw VERDOORN naar het zicht op de sociale basis geeft de heer BROERE aan dat er wel zicht is op bv. de jongerenwerkers, maar dat dit niet (genoeg) geldt voor de informele sociale basis. Op de vraag van de heer LAMMERS in hoeverre er in Papendrecht binnen de domeinen-met het oog op toekomstige bevolkingsontwikkelingen en trends uit het sociaal beleid- sprake is van een integrale aanpak antwoordt de heer BROERE dat dit afhankelijk is van de doelgroep. Wel is de definitie van het sociaal domein (ook in de uitvoering) veel breder geworden en ziet men dat sport en volksgezondheid en de verbinding met onderwijs en jeugdigen nadrukkelijker in beeld is gebracht. Daarnaast is de visie van de gemeente op woon/zorg voor m.n. ouderen een veel scherper en beter afgebakend document, met heldere doelstellingen. Met ziet dat er in de afgelopen 2-3 jaar stappen zijn gezet om breder te kijken. In antwoord op de vraag van de heer LAMMERS wat de gemeenten vanuit het sociaal domein kan doen om jongeren in Papendrecht te behouden/aan te trekken zegt de heer BROERE dat men hier niet naar heeft gekeken, maar dat de verbinding met onderwijs en jeugdzorg wel gebeurt. Op de vraag van de heer B.

GRIMMIUS of men in het rapport good practices uit andere gemeente heeft meegenomen antwoordt de heer BROERE dat men ziet dat langdurig vasthouden aan de visie positief werkt en dat gemeenten die dat doen goede effecten hebben en dat gemeenten die kennis hebben over hun bevolking (wensen, sociale positie, inkomens positie, etc.) en monitoren effectief zijn. Daarnaast geeft hij aan dat de verleiding van tijdelijk geld (SPUK-middelen) heel groot is, maar dat die op de langere termijn echter een contraproductief effect kunnen hebben. In antwoord op de vraag van de heer LAMMERS hoeveel scherper men regionale visie sociaal domein van de Drechtsteden uit 2019 moet formuleren en wat de rol van de gemeenteraad hierin kan zijn noemt de heer BROERE de zorgen over de kosten van de jeugdhulp en de toenemende neiging van de raad hier operationeel in mee te doen. Zijn advies is om op het niveau van de doelen scherp en realistisch te zijn en zich goed te laten voorlichten. De heer BEZEMER mist de aanbeveling inzake integraliteit, waarop de heer BROERE aangeeft dat men dit kijkend naar de grondoorzaken (huisvestingsproblemen, inkomensonzekerheid, sociaal vraagstuk) anders heeft verwoord en dat men integraal moet kijken naar alle levensgebieden.

Verder merkt men wel hoe moeilijk het is zaken integraal te organiseren, maar in de gemeente Papendrecht liggen die kansen er wel en zijn de lijnen kort. Op de vraag van de heer BEZEMER of hij er voor pleit om in dit huis volop het gesprek met elkaar aan te gaan antwoordt de heer BROERE dat men eerst in de analyse naar 7

Besluitenlijst Beeldvorming van 16 mei 2024

de grondoorzaken van vraagstukken moet kijken en op basis daarvan kan gaan kijken hoe men dit kan organiseren. Op de vraag van de heer GOUDRIAAN hoe lang de periode moet zijn waarvoor men het nieuw beleidskader vaststelt antwoordt de heer BROERE dat dit een politieke vraag is, maar dat men moet kijken naar een periode waarin gedrag van mensen verandert en het effect heeft, hetgeen 5-10 jaar kan duren. Verder geeft hij aan dat veel gemeenten contracten afsluiten voor 8 jaar, die gericht zijn op de transformatie. Dit komt echter niet altijd overeen met de planperiode die politiek opportuun is. Hierbij merkt hij wel op dat niet mogelijk is een plan te maken dat 8 jaar geldt en dat continue monitoren en bijstellen noodzakelijk is. Aansluitend verzorgt mevrouw NIESTEN een presentatie inzake de Visie Sociaal Domein en worden de volgende vragen en antwoorden uitgewisseld. De heer BEZEMER merkt op dat het aan de raad is om te bepalen hoe breed het participatieproces gaat worden, maar dat verwachtingsmanagement hierbij wel van groot belang is. Mevrouw NIESTEN bevestigt dat het in dit proces extreem belangrijk is om aan alle partners duidelijk maken dat het uiteindelijk aan de raad is over de ideeën te besluiten.

Op de vraag van de heer HARDENBOL naar de mogelijkheid voor deelonderwerpen binnen een kompas sociaal domein antwoordt mevrouw NIESTEN dat in de (vergevorderde) omgevingsvisie sociale aspecten worden geraakt, waarbij het niet bedoeling is dit met de visie sociaal domein over te doen, maar dat zaken in elkaar gevlochten moet worden. Op de vraag van de heer VERWEIJ hoe men meetbare doelen maakt die gemonitord kunnen worden antwoordt mevrouw NIESTEN dat het een ontdekkingstocht is, waarbij men gebruik maakt van inspiratie van andere gemeenten en kennisinstituten, etc. Mevrouw VERDOORN is van mening dat men gebruik moet maken van kerken, plaatselijke verenigingen, etc. uit Papendrecht, zodat men kan bepalen wat werkbaar is voor Papendrecht en niet zozeer voor andere gemeenten. Mevrouw NIESTEN zegt dat het niet de bedoeling is de plannen van andere gemeenten te kopiëren, maar dat men aan de hand van de opzet van andere gemeente een Papendrechtse visie maakt. Mevrouw VERSCHOOR mist het benoemen van meer preventief werken en samenwerken, waarmee men veel winst kan behalen en problemen kan voorkomen. Waar men in het onderwijs bij kleine kinderen al problemen 8

Besluitenlijst Beeldvorming van 16 mei 2024

signaleert kan men preventief eerder hulp inzetten en verdere problemen bij de jeugd te voorkomen. Op het voorstel van de heer VAN DER GIESSEN om voor het bevragen van betrokkenen ook gebruik te maken van social media merkt mevrouw NIESTEN op dat men hier op dit moment bewust nog niet voor heeft gekozen, omdat men op dit moment al heel veel gesprekken gaat voeren. In antwoord op het idee van de heer HARDENBOL om een enquête van het onderzoekcentrum in te zetten antwoordt mevrouw NIESTEN dat men ook hier bewust niet voor heeft gekozen, omdat men wil dat het onderzoek kwalitatief van aard is en men hiervoor het verhaal van mensen wil horen. De heer HARDENBOL begrijpt dit, maar vindt ook dat meer kwantitatief onderzoek een beter idee geeft van zaken die spelen, waardoor prioriteiten beter en makkelijker gesteld kunnen worden. Mevrouw NIESTEN geeft aan dat men hier (zelfs op wijkniveau) al veel informatie over zal hebben. Op de vraag van de heer GRIMMIUS of de aanbeveling inzake een langjaren visie overgenomen gaat worden antwoordt mevrouw NIESTEN dat dit aan de raad is, maar dat men hier ambtelijk sterk voorstander van is. De heer VERWEIJ merkt op dat men niet de verwachting moet wekken dat men alle problemen van inwoners gaat oplossen, waarop mevrouw NIESTEN aangeeft dat het inderdaad heel belangrijk is om verwachtingen af te stemmen. Op de vraag wat men t.b.v.

de participatie nog meer zou kunnen meenemen noemt mevrouw VERSCHOOR noemt de participatie/verslagen van het PMV. De heer GRIMMIUS vindt de input van de partners (in een bijeenkomst voor 14 november) belangrijker dan een raadsklankbordgroep. De heer BEZEMER weet niet of hij op die plek het debat wil voeren en ziet meer in de rol van toehoorder, waarop mevrouw NIESTEN aangeeft dat raadsleden in dergelijke trajecten inderdaad vaker aanwezig zijn als toehoorder. De heer LAMMERS vindt behandeling van de visie sociaal domein i.c.m. de omgevingsvisie een goed idee, maar denkt dat dit eerder vanuit de raad moet komen dan vanuit het college. Afsluitend dankt de VOORZITTER mevrouw Niesten en de heren Broere en Westerbeke voor hun inbreng en sluit dit agendapunt.

9

Besluitenlijst Beeldvorming van 16 mei 2024

07.

Sluiting. Niets meer aan de orde zijnde sluit de VOORZITTER de vergadering om 22.51 uur onder dankzegging aan eenieder voor diens inbreng. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de 2024. De heer M. Hermans (interim griffier)

Mevrouw K.E. Middelkoop-Van den Adel (voorzitter)

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/879/documents/13307