Verslag Beeldvorming 14.11.2024 SDD - participatiewet.pdf
Tekst van het document
Verslag beeldvorming SDD en Omgevingsvisie van 14 november 2024
VERSLAG VAN DE OPENBARE BEELDVORMENDE VERGADERING d.d. 14 november 2024 (reguliere aanvang 20.00 uur). Aanwezig: Mevrouw A. Stigter, voorzitter; De heer M.H.A. Verweij (PAB), de heer A. Tieleman (PAB), mevrouw A. Bokma (VVD), mevrouw S.J.A. Verdoorn-de Lang (VVD), de heer J. Mulder (CDA), mevrouw A. Verschoor-De Winter (CDA), de heer E. den Boef (CU) de heer H. Bezemer (CU), de heer Y. Hardenbol-Kroek (D66), de heer W. Goudriaan (SGP), de heer Th. Wolters (PvdA) en de heer B.H. Grimmius (GL). Mevrouw D. van Petersen, beleidsmedewerker team maatschappelijke ontwikkeling, inzake agendapunt 04; Mevrouw M. Klink, directielid Bestaanszekerheid & Zorg GR Sociaal, Sociale Dienst Drechtsteden, inzake agendapunt 04; De heer R. Beelen, projectleider Omgevingsvisie gemeente Papendrecht, inzake agendapunt 05; Mevrouw H. van der Werf, adviseur fysieke omgeving gemeente Papendrecht, inzake agendapunt 05; De heer T. Bruijnincks, inspreker agendapunt 05. De heer J.W. van der Borg, portefeuillehouder; De heer A.M.J.M. Janssen, portefeuillehouder. De heer M. Swagemakers, raadsadviseur. J. Nieuwstaten, notulist. 01.
Opening. De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom.
02.
Vaststelling van de agenda. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
03.
Vaststellen verslagen 13 juni en 17 oktober 2024. De heer GRIMMIUS informeert m.b.t. het verslag van 17 oktober naar de stand van zaken van de toezeggingen. De VOORZITTER geeft aan dat de desbetreffende portefeuillehouder(s) hierop terug zullen komen. De verslagen wordt ongewijzigd vastgesteld.
1
Verslag beeldvorming SDD en Omgevingsvisie van 14 november 2024
04.
Opgaven Sociale Dienst Drechtsteden en herijking gemeenschappelijke reintegratie en participatiebeleid. In deze beeldvormende bijeenkomst krijgt men enerzijds een kort algemeen beeld over de huidige opgaven van de Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) en anderzijds over de herijking van het re-integratie en participatiebeleid (beleid op grond van de Participatiewet). Er wordt gewerkt aan een nieuwe visie sociaal domein. Deze visie vormt het kader voor besluitvorming, over beleid op alle terreinen in het sociaal domein waaronder ook het beleid op het gebied van werk en inkomen. Op 10 september 2024 is de raad via een RIB geïnformeerd dat het proces vertraagd is, omdat de landelijke wijziging van de Participatiewet, waar een deel van de te maken keuzes uit voorkomen, vertraagd is. Na een korte inleiding door mevrouw VAN PETERSEN verzorgt mevrouw KLINK een presentatie. Hierin gaat zij kort in op de taken en uitdagingen van de Sociale Dienst Drechtsteden, om weer te geven wat er op dit moment speelt op alle terreinen. Tevens zal gedetailleerd worden ingegaan op de ontwikkelingen die er spelen in Papendrecht.
Welke doelgroepen hebben we en wat zijn uitdagingen en richtingen waaraan gedacht kan worden, om de dienstverlening goed toe te snijden op deze doelgroepen? Dit zal input zijn voor het vervolgtraject waarin de raad oordeelsvormend keuzes kan maken over hoe men richting wilt geven aan de uitvoering, wat vertaald zal worden in een nieuwe Verordening Werk en Inkomen. Aansluitend worden de volgende vragen en antwoorden uitgewisseld. Op de vraag van de heer GRIMMIUS of het m.b.t. de bijstandskenmerken 19% (van de 481) klopt dat er ca. 100 mensen in Papendrecht al meer dan 10 jaar in de bijstand zitten antwoordt mevrouw KLINK bevestigend. In antwoord op de vraag van mevrouw VERDOORN wat wordt bedoeld met eerder beginnen merkt mevrouw KLINK op dat het beter zou zijn om -zoals elders in het land al gebeurt- op het AZC al voorbereidende gesprekken te voeren, voordat mensen zich bij de SDD melden en een inburgeringstraject starten, zodat een eerdere uitstroom op gang gebracht kan worden. Op de vraag van mevrouw BOKMA of men asielzoekers zonder status ook na een half jaar laat werken (om bijstand te voorkomen) antwoordt mevrouw KLINK dat dit inderdaad het geval is, maar dat dit zelfs eerder zou kunnen door de voorbereidende gesprekken in het AZC te voeren. In antwoord op de vraag van de heer TIELEMAN uit hoeveel personen het team voor Papendrecht bestaat t.o.v.
andere gemeenten geeft mevrouw KLINK aan dat dit gelijk verdeeld is over het aantal klanten en dit voor Papendrecht inhoudt dat 2
Verslag beeldvorming SDD en Omgevingsvisie van 14 november 2024
er 2 consultenten zijn voor ontwikkeling naar werk, 3 voor bestaanszekerheid en 2 voor WMO. Mevrouw VERDOORN vraagt of de vakkundigheid van professionals ook voor de andere zorgaanbieders geldt, waarop mevrouw KLINK aangeeft dat de SDD samen optrekt met de wijkteams, men externen uitnodigt voor een opleidingsprogramma en men voor de WMO gesprekken voert over resultaten. Op de vraag van de heer GRIMMIUS waarom een baan voor een derde van de bijstandsgerechtigden geen haalbare kaart is geeft mevrouw KLINK aan dat de problemen voor deze groep zo groot zijn dat werken en participeren niet lukt en men moet kijken hoe de manier van leven in de bestaanszekerheid op orde blijft. Op de vraag van de heer MULDER naar het aantal voor Papendrecht schat mevrouw KLINK dat dit ongeveer 20% is. Dit is niet perse helemaal de groep die al 10 jaar in de bijstand zit. Op de vraag van de heer VERWEIJ of van de 8 miljoen die beschikbaar is voor de uitstroom uit te bijstand alles wordt gebruikt voor categorie 1 en 2 antwoordt mevrouw KLINK dat hier enige nuance inzit, omdat men ook heel veel eigen consulenten inzet. De genoemde 8 miljoen is vnl. voor de ingezette instrumentarium (cursussen, trainingen, ontwikkeltrajecten, coaching op werkplekken, etc.).
De keuze die, gegeven de middelen, het ravijnjaar en de wijzigingen die meestal niet gepaard gaan met extra geld vanuit het Rijk, gemaakt moet worden is hoe men de middelen gaat in zetten en wat dat betekent. In antwoord op de vraag van de heer GRIMMIUS of de eigen consultenten vallen onder de 68 miljoen bedrijfsvoering en apparaatskosten antwoordt mevrouw KLINK bevestigend. In antwoord op de vraag van mevrouw VERDOORN m.b.t. de kosten binnen de WMO naar het abonnementstarief geeft mevrouw KLINK aan dat men € 20,40 betaalt voor huishoudelijke ondersteuning, terwijl dit voorheen inkomens gerelateerd was. Omdat dit niet meer het geval is, ziet men hier een enorme stijging. Ook in 2025 zal hierop geen andere wetgeving komen. Op de vraag van mevrouw BOKMA wanneer men in aanmerking komt voor huishoudelijke hulp (en niet naar de kinderen wordt verwezen) geeft mevrouw KLINK aan dat er wel altijd wordt gekeken naar beschikbaarheid van kinderen/ mantelzorgers. Wanneer deze er niet of niet beschikbaar zijn, heeft de gemeente de compensatieplicht. In antwoord op de vraag van de heer GRIMMIUS naar eventuele toename van de kosten in 2025 merkt mevrouw KLINK op dat de CAO-cijfers nog niet bekend zijn. 3
Verslag beeldvorming SDD en Omgevingsvisie van 14 november 2024
De tarieven voor 2025 voor de huishoudelijke hulp zijn al wel bekend en bevatten 6% CAO-stijging. (Op de cijfers van 2023 komt 6% voor 2024 en voor 2024 6% voor 2025.) In 2023 had men rekening gehouden met 4%, terwijl dit 8,5% bleek te zijn. Men heeft te maken met een uitspraak waarbij reële prijs landelijk de afspraak is. Op de vraag van mevrouw VERSCHOOR welke categorie van begeleiding van inwoners (0,6 toezicht en stimuleren, 07 aanleren en oefenen en 0,9 overnemen/regievoeren) het grootst is antwoordt mevrouw KLINK dat dat de middelste (aanleren en oefenen) is, maar dat het uiteindelijke doel afschalen is. Financieel is dit voor 0,6 is 5 miljoen, voor 0,7 8 miljoen en voor 0,9 is dat 4 miljoen. In antwoord op de vraag van mevrouw VERDOORN of het n.a.v. het nieuwe normenkader is dat het beter gaat met de kosten en tarifering en er meer sturing naar de aanbieders plaatsvindt geeft mevrouw KLINK aan dat men sterk op resultaatgerichte financiering is gaan zitten. Wanneer dit niet lukt, hetgeen bv. kan liggen aan de type (zwaardere) klanten, voert men (elk kwartaal) gesprekken met de aanbieders. Hierbij is het ook van belang dat de aanbieders in dezelfde referentiegroep met elkaar communiceren. Omdat resultaat gerichte financiering vanuit het Rijk niet meer mag, moet men over naar een ander systeem van indiceren waarin uren en minuten weer meer centraal komen te staan.
De heer MULDER vraagt of de aanbieders ook daadwerkelijk onderling in gesprek gaan, waarop mevrouw KLINK aangeeft dat zij dit niet uit zichzelf doen, maar dat zij onder begeleiding van de SDD wel bij elkaar worden gezet in fysieke overlegtafels. Op de vraag van de heer BEZEMER of de sturing naar de aanbieders t.o.v. eerdere jaren gelet op de kosten nog voldoende effect heeft antwoordt mevrouw KLINK dat de sprongen die men ziet in de prijsontwikkeling te maken hebben met CAOverhogingen en het hanteren van de reële prijs. Voor het antwoord op de vraag van de heer TIELEMAN naar de begroting voor Papendrecht verwijst mevrouw KLINK naar de stukken van de zienswijze. Niets meer aan de orde zijnde dankt de VOORZITTER mevrouw Klink voor haar inbreng en wordt dit agendapunt afgesloten.
4
Verslag beeldvorming SDD en Omgevingsvisie van 14 november 2024
05.
Inhoud en proces Omgevingsvisie 2.0. De VOORZITTER geeft aan dat men tijdens deze beeldvormende vergadering wordt geïnformeerd over de inhoud van de ontwerp omgevingsvisie en de rol van de raad in dit proces. Het vaststellen van de omgevingsvisie is een raadsbevoegdheid en daarom is een raadsbesluit nodig. De ontwerpomgevingsvisie ligt vanaf 24 oktober zes weken ter inzage, zodat iedereen de mogelijkheid heeft om een zienswijze in te dienen. Er zal een presentatie gegeven worden waarin onder andere de inhoudelijke onderwerpen en de planning doorgenomen zal worden. Voor vaststelling van de omgevingsvisie zal de raad in het eerste kwartaal van 2025 om een besluit gevraagd worden. Voorafgaand aan de presentatie spreekt de heer Bruijnincks in op dit onderwerp. De heer BRUIJNINCKX: Ik wil graag een duidelijk antwoord op 1 simpele vraag: Gaan we nu bouwen in het groen van het dijklint, ja of nee? Ik zou vanavond graag als een leeswijzer voor u willen optreden. In de voorliggende presentatie staat: inventarisatie van de omgevingsvisie en andere relevante documenten, waarvan een groot deel vastgesteld beleid is. Dat wordt u voorgehouden en dat zal best kloppen, maar niet voor het dijklint. Graag even opletten, ik neem u even mee. Het bestemmingsplan is dan ook kraakhelder, daar staat ‘geen woningen erbij en we blijven af van het groen’.
En daar moeten bewoners dan op basis van rechtszekerheid en het vertrouwensbeginsel op kunnen vertrouwen. Dan de omgevingsvisie: daarin staat een 180 graden gedraaid beleidsvoornemen voor het dijklint. De eerst daarin genoemde prioriteit voor het dijklint is letterlijk ‘het toevoegen van woningen gebeurt binnen de kaders van de Dijkvisie’. Dus van geen enkele woning toevoegen naar het juist toevoegen van woningen, als eerst genoemde prioriteit. Een beetje gemaskeerd door het noemen van het binnen de kaders van de dijkvisie. Dat is een nieuwe politieke keuze, met als risico dat het dijklint rap volgebouwd gaat worden. Met zelfs het bouwen op de groene achtererven. Een snel afscheid van het dijklint is geen ondenkbaar scenario. Het kan zich direct ontvouwen. Er lagen immers voor deze omgevingsvisie al plannen klaar voor Kraaihoek 6, waar nu 1 woning staat. Een plan voor 7 woningen, waarvan B&W al had aangegeven dat dit plan goed past in de dijkvisie. Waarvan 4 woningen zelfs in het groen. Voor hetzelfde kavel lag ook al een plan klaar voor 20 zorgwoningen, wat namens B&W als wenselijk werd beoordeeld. Dus van 1 naar 7 woningen of zelfs naar 20 woningen. En ook nog in het groen. Dit alles volledig in strijd met het zelfs nu nog vast te stellen bestemmingsplan voor het dijklint en ook al positief beoordeeld, voordat zelfs de omgevingsvisie ter inzage werd gelegd.
Het bouwen in het groen staat in de startblokken. Initiatieven voor andere lucratieve woningbouwontwikkelingen van de dan resterende groene achtererven zullen dan snel volgen. Die kunnen op basis van het gelijkheidsbeginsel en de nieuwe politieke prioriteit dan ook amper meer tegen 5
Verslag beeldvorming SDD en Omgevingsvisie van 14 november 2024
gehouden worden. Willen we echt afscheid nemen van het behoud van het dijklint door te gaan bouwen in het groen? Dat is de vraag. Ik vind, als bewoner van het dijklint, van niet. Het behoud van het dijklint verdient eerder een absoluut mortuarium op het bouwen in het groen. Maar B&W, als bestuur, lijkt wel te willen bouwen in het groen. Gezien de nieuwe omgevingsvisie en de vooruitlopend daarop al positieve behandeling van plannen voor het bouwen van woningen in het nu nog beschermde groen van het dijklint. Ik heb daarnaast persoonlijk grote moeite met deze terugwerkende kracht van de omgevingsvisie voor de genoemde plannen. Dit tast het vertrouwen en de rechtszekerheid van burgers aan en neigt naar willekeur. De schijn van achteraf kloppend maken. Ik verzoek de gemeenteraad dan ook met klem zorgvuldig naar het bouwen in het groen te kijken. Deze omgevingsvisie is, als men dit zomaar door laat gaan, een mogelijk onomkeerbaar keerpunt voor het behoud van het dijklint. Wat niet ongemerkt, zonder een goede bespreking, mag passeren. Dit deel van de omgevingsvisie is echt geen vaststaand beleid.
Let op: het is een radicaal andere uitleg van de dijkvisie, met prioriteit woningen toevoegen en kennelijk ook nog in het groen, dan de huidige strikte uitleg van de dijkvisie, zoals opgenomen in de deze maand nog vast te stellen bestemmingsplan dijklint: geen nieuwe woningen en afblijven van het groen. Het woord is dan aan de politiek en hopelijk houdt u rekening met deze leeswijzer van mij. Kijk nog even naar het groen op de Plaat, voordat je het doorhebt is het open karakter en de beleving als landelijk gebied weg. Daar (hij wijst het aan op een foto/kaart) ziet u de Plaat rechtsboven en met de 2 oranje peilen is plan 1. De rest wat u nog groen ziet, zijn de volgende kavels die nog ontwikkeld kunnen gaan worden. Dank voor uw aandacht. Vervolgens worden de volgende vragen en antwoorden uitgewisseld. De heer GRIMMIUS dankt de heer Bruijninckx voor de verwijzing naar het bestemmingsplan voor het dijklint, dat hijzelf nog niet nog niet geheel had gelezen en waar hij nu alert op zal zijn. De heer BRUIJNINCKX geeft aan dat in het plan staat: geen bouwvlakken voor woningen, strikt houden aan bestaande vlakken, alleen grondgebonden woningen, alleen herbouw van bestaande hoeveelheid in inhoud woningen, strikte toepassing van bestemming tuinen voor het behoud van het open karakter van het dijklint en geen vervanging dan wel uitbreiding van bijbouwen.
De heer GRIMMIUS ziet daarin enige discrepantie t.o.v. dia 52 van de tweede presentatie. Op de vraag van mevrouw BOKMA hoe hij staat t.o.v. enige vorm van uitbreiding t.b.v. bv. een mantelzorgwoning of huisje in de tuin voor kinderen geeft de heer BRUIJNINCKX aan dat het groen gerespecteerd moet worden. Als hiervan al afgeweken zou worden, zou hij zich beperken tot wat nu woongebied is. Als men 6
Verslag beeldvorming SDD en Omgevingsvisie van 14 november 2024
het groen in gaat, gaat de rest volgen. Als hij ontwikkelaar zou zijn, zou hij het opkopen. Dit is al gebeurd, de woning op het perceel dat is opgekocht wordt gesloopt en gaat van de dijk af. Het hele open karakter van het dijklint gaat er aan. Niets meer aan de orde zijnde dankt de VOORZITTER de heer Bruijninckx voor zijn inbreng. Aansluitend verzorgt de heer BEELEN een presentatie inzake de ontwerp omgevingsvisie. Vervolgens worden de volgende vragen en antwoorden uitgewisseld. Op de vraag van mevrouw BOKMA of het klopt dat de fracties een zienswijze kunnen indienen die meegaat in de reguliere zienswijze procedure voor inwoners antwoordt de heer BEELEN bevestigend. Een andere optie is het voorstel amenderen bij de oordeelsvormende raadsvergadering. In antwoord op de vraag van de heer BEZEMER voor hoelang men de (i.v.m. veranderde wetgeving en andere inzichten aangepaste) omgevingsvisie 2.0 gaat vaststellen geeft de heer BEELEN aan dat het de bedoeling is dat de omgevingsvisie regelmatig gewijzigd wordt vastgesteld. Omdat de omgevingswet en visie nieuw zijn, kan men nog niet aangeven hoe vaak deze behoefte binnen de ambtelijke organisatie, het college en de raad zal ontstaan. Op de vraag van de heer BEZEMER of dit zowel op initiatief van het college en de raad kan gebeuren antwoordt de heer BEELEN bevestigend.
De omgevingsvisie is het kaderstellend beleidsdocument van de raad. Op de vraag van de heer HARDENBOL in het kader van de beleidsontwikkeling en doorwerking en het bestemmingsplan dijklint of het klopt dat het omgevingsplan niet in strijd kan zijn met de omgevingsvisie en dat deze een invulling is van de omgevingsvisie antwoordt de heer BEELEN dat dit inderdaad zo is. Het omgevingsplan is de doorwerking van de ambities, doelstellingen en prioriteiten uit de omgevingsvisie. Hierbij is het wel zo dat het bestemmingsplan dijklint, omdat het ter inzage is gelegd voor de inwerkingtreding van de omgevingswet, juridisch een bestemmingsplan onder het oude recht is. Om deze reden wordt deze in alle opzichten nog behandeld als een oude wet bestemmingsplan. Op de vraag van de heer HARDENBOL of dit bestemmingsplan ook onderdeel is van de zogeheten bruidsschat en meegaat onder de omgevingswet antwoordt de heer BEELEN dat het hier wel op neer komt. Toen de omgevingswet op 1 januari 2024 in werking trad, ontstond het omgevingsplan van rechtswege. Dit betekent dat alle bestemmingsplannen en beheersverordeningen de bruidsschatregels vanuit het Rijk en enkele andere verordeningen die betrekking hebben op de fysieke 7
Verslag beeldvorming SDD en Omgevingsvisie van 14 november 2024
leefomgeving het omgevingsplan van rechtswege wordt genoemd. De landelijke bestemmingsplannen die nog onder het overgangsrecht vallen worden ook onderdeel van het omgevingsplan van rechtswege. Daarbij is het wel zo dat er ook wordt gewerkt aan een definitief omgevingsplan, waarbij al deze plannen geïntegreerd worden. De heer GRIMMIUS vraagt op welke monumenten men -in het kader van de prioriteiten bij het dijklint- duidt bij het behoud van beide rijksmonumenten, waarop de BEELEN aangeeft dat dit de terp bij de Edelweisslaan en de klok in de oude kerk betreft. Mevrouw BOKMA vraagt wat er m.b.t. de tegenstellingen in de omgevingsvisie en het bestemmingsplan dijklint vóór gaat, waarop mevrouw VAN DER WERF aangeeft dat de omgevingsvisie ter tafel ligt en daarnaast het bestemmingsplan ook nog apart ter tafel komt. Zij neemt aan dat hiertussen geen verschillen bestaan en geeft aan dat dit op dit moment ook niet de vraag is. De omgevingsvisie is een document waarin beleidsdocumenten zijn meegenomen en dat haakjes bevat voor nieuwe elementen, hoe men wil omgaan met toekomstig te ontwikkelen beleid. De heer GRIMMIUS merkt op dat de omgevingsvisie niet 100% bindend is, maar dat het onderliggende omgevingsplan wel juridisch bindend is.
De heer BEELEN bevestigt dit, het omgevingsplan van rechtswege waarvan het vastgestelde bestemmingsplan onderdeel van wordt- is inderdaad juridisch bindend. Daarbij is het wel zo dat het bestemmingsplan conserverend van aard is en als doel heeft gehad om alle bestemmingsplannen en beheersverordeningen die daarvoor golden in 1 lijn te trekken. De omgevingsvisie moet doorwerken (meestal via een programma) in het omgevingsplan. Het is daarbij niet zo dat de omgevingsvisie helemaal gaat afwijken m.b.t. het bouwen langs de dijk. De prioriteit geeft aan dat er wordt gebouwd binnen de kaders van de vastgestelde dijkvisie. De heer HARDENBOL leest dat men, zolang het binnen de omgevingsvisie past, wel kan afwijken van het omgevingsplan. Het is dus juridisch bindend, maar tegelijkertijd ook weer niet. De heer BEELEN merkt op dat het omgevingsplan bindend is, maar hiervan kan altijd -met een sluitende motivering binnen de kaders van de omgevingsvisie – buitenplans worden afgeweken. De heer HARDENBOL merkt op dat een BOPA een collegebevoegdheid betreft en het bindend adviesrecht van de raad nagenoeg non existent is. De heer BEELEN bevestigt dat het een collegebevoegdheid betreft, maar dat de raad in sommige gevallen inderdaad bindend adviesrecht heeft. Of daar hier wel of niet sprake van is, durft hij niet te zeggen.
8
Verslag beeldvorming SDD en Omgevingsvisie van 14 november 2024
Op de vraag van de heer GRIMMIUS of de raad voor de volgende beeldvormende vergadering nog een terugkoppeling ontvangt over de ingediende zienswijzen antwoordt de heer BEELEN dat de nota zienswijzen samen met de andere stukken zal worden geagendeerd. De heer ? vult aan dat de raad 2 weken + 10 dagen de mogelijkheid heeft om de zienswijzen in te zien. Op het verzoek van de heer GRIMMIUS om z.s.m. een RIB over de strekking van de ingediende zienswijzen te ontvangen geeft de VOORZITTER aan dat op 4 maart de eerste beeldvormende vergadering staat gepland, met de week daarna de oordeelsvorming en de week daarna besluitvorming. 10 dagen voor die tijd (eind februari) krijgt men de stukken, inclusief alle zienswijzen en de reactie van het college daarop, aangeleverd. De heer GRIMMIUS ziet dat als een toezegging. Aansluitend dankt de VOORZITTER een ieder voor hun inbreng en sluit dit agendapunt. 06.
Sluiting. Niets meer aan de orde zijnde sluit de VOORZITTER de vergadering om 22.30 uur onder dankzegging aan eenieder voor diens inbreng.
De heer M. Hermans (Interim griffier)
Mevrouw A. Stigter (voorzitter)
9