STREKT TER VERVANGING RV Zienswijze ontwerpbegrotingen gemeenschappelijke regelingen 2
Tekst van het document
Raadsvergadering Papendrecht Vergadering van 13 juli 2026 Zaaknummer: 2026-0053728
Voorstel Openbaar
STREKT TER VERVANGING Zienswijze ontwerpbegrotingen gemeenschappelijke regelingen Bevoegde portefeuillehouder:
Jan Dirk van der Borg
Betrokken portefeuillehouder(s):
Arjan Kosten; Jaco van Erk; Margreet van Driel;
Wettelijke basis (aanvullend) Wet gemeenschappelijke regelingen Fatale termijn: Raadsbesluit op 2 juli, zodat de zienswijzen kunnen worden gegeven voorafgaand aan de vergaderingen van de algemene besturen van de verschillende gemeenschappelijke regelingen op 9 juli.
Gevraagd besluit 1. Kennis te nemen van de toelichting op de ontwerpbegrotingen 2027 en jaarstukken 2025 van de gemeenschappelijke regelingen Sociaal, Dienst Gezondheid & Jeugd, Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, Veiligheidsregio Zuid-Holland-Zuid, Bureau Openbare Verlichting Lek-Merwede en Gevudo. (bijlage 1); 2. De zienswijze over de ontwerpbegroting 2027 en de jaarstukken 2025 van de gemeenschappelijke regeling Sociaal (GRS) aan te bieden bij de GRS (bijlage 2.0); 3. Een deel van de voorgestelde maatregelen binnen de GRS door te voeren en een deel nader te onderzoeken, conform bijlage 2.7; 4. De zienswijze over de ontwerpbegroting 2027 en jaarstukken 2025 van de gemeenschappelijke regeling Dienst Gezondheid & Jeugd (DG&J) aan te bieden bij de DG&J (bijlage 3.0); 5. De zienswijze over de ontwerpbegroting 2027 en jaarstukken 2025 van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid (OZHZ) aan te bieden bij de OZHZ (bijlage 4.0); 6. De zienswijze over de ontwerpbegroting 2027 en jaarstukken 2025 van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zuid-Holland-Zuid (VR) aan te bieden bij de VR (bijlage 5.0); 7. De zienswijze over de ontwerpbegroting 2027 en jaarstukken 2025 van het Bureau Openbare Verlichting Lek-Merwede (BOVL) aan te bieden bij de BOVL (bijlage 6.0); 8.
De zienswijze over de ontwerpbegroting 2027 en jaarstukken 2025 van de gemeenschappelijke regeling Gevudo aan te bieden bij Gevudo (bijlage 7.0).
Inhoud Inleiding De gemeenteraad wordt jaarlijks in de gelegenheid gesteld zienswijzen te geven op de ontwerpbegrotingen van de gemeenschappelijke regelingen (GR-en) waarin de gemeente Papendrecht deelneemt. Deze GR-en leveren een belangrijke bijdrage aan het uitvoeren van de gemeentelijke taken en bestuurlijke ambities van de gemeente Papendrecht. De zienswijze is een belangrijk sturingsinstrument van de gemeenteraad op de ontwerpbegroting van een GR. Het bestuur van iedere GR stelt - na weging van de zienswijzen van alle deelnemende gemeenten – een definitieve begroting vast. De zienswijze kan zo leiden tot een aanpassing in de begroting. Een GR kan echter besluiten om bepaalde zienswijzen niet te volgen. Wanneer zienswijzen van verschillende deelnemende gemeenten bijvoorbeeld tegenstrijdig zijn, zal de GR een keuze moeten maken. De GR-
en stellen de gemeenteraden in kennis van hun reactie op en eventuele verwerking van de zienswijzen. Met de ontwerpbegrotingen voor 2027 worden u ook de jaarstukken over 2025 van de GR-en aangeboden. De jaarstukken zijn slecht voor zienswijze bedoeld, indien sprake is van een positief jaarresultaat over 2025 en waarbij wordt voorgesteld dit positieve jaarresultaat te bestemmen. Verder geven de jaarstukken extra context om de begrotingen te kunnen beoordelen. Door de concept zienswijzebrieven van de verschillende GR-en waarin de gemeente Papendrecht deelneemt in één keer te behandelen pogen wij de behandeling en de reactie overzichtelijk te houden. Tegelijkertijd wordt hiermee een zo veel mogelijk eenduidige reactie richting alle GR-en gerealiseerd. STREKT TER VERVANGING • In beslispunt 3 werd oorspronkelijk verwezen naar bijlage 2.5 "overzicht maatregelen en ombuigingen GR Sociaal". Deze bijlage bevat alle maatregelen zoals deze door de GR Sociaal aangeboden zijn. Omdat deze bijlage door de GR Sociaal is aangeboden bij de stukken die voorliggen, is in eerste instantie naar deze bijlage verwezen. Bijlage 2.7 "financieel effect maatregelen concept zienswijze BG2027 GRS (12-5-2027)", bevat de voorgestelde maatregelen groen en oranje waarbij ook een inschatting gemaakt is van de kosten. Voor de maatregelen in het groene kader wordt voorgesteld deze over te nemen.
De maatregelen in het oranje kader vragen een verkennend onderzoek. Een verwijzing bij beslispunt 3 naar bijlage 2.7 lijkt dan ook logischer. Deze aanpassing is verwerkt in een voorstel strekt ter vervanging voorafgaand aan de oordeelsvormende vergadering op 18 juni 2026. • Tijdens de oordeelsvormende vergadering van 18 juni heeft wethouder Van Erk voorgaand aan de behandeling van dit raadsvoorstel toegelicht dat de vierde maatregel ('Persoonlijk Minimabudget (PMB): de hoogte verlagen naar 35% van het sociaal minimum') in de zienswijzebrief was gegroepeerd bij de maatregelen waarvan u zou voorstellen die niet in te voeren. In de onderliggende stukken stond het advies deze maatregel wel in te voeren. Dit was abusievelijk verkeerd verwerkt in de zienswijzebrief. In lijn met het advies is het voorstel maatregel 4 te groeperen onder de in te voeren maatregelen. Deze aanpassing is verwerkt in een voorstel strekt ter vervanging voorafgaand aan de besluitvormende vergadering op 2 juli 2026. Beoogd effect Het uitbrengen van zienswijzen op de ontwerpbegrotingen van de verschillende GR-en waarin de gemeente Papendrecht deelneemt. Via de zienswijzen oefent de gemeenteraad invloed uit op de financiële en inhoudelijke kaders van de GR-en om uitvoering te geven aan de gemeentelijke taken en de gestelde maatschappelijke doelen te realiseren.
Argumenten 1.1 Gemeenschappelijke Regelingen voeren voor de gemeente Papendrecht verschillende gemeentelijke taken uit De gemeente Papendrecht heeft diverse taken belegd bij de verschillende GR-en. Door de samenwerking binnen de GR-en zijn gemeenten in staat gezamenlijk complexe en/of gemeente overstijgende thema’s op te pakken. In samenwerking kunnen bepaalde taken efficiënter en effectiever worden uitgevoerd. De regionale samenwerking geeft de gemeenten schaalvoordelen en versterkt de positie van de regio. 1.2 De uitvoering van taken door een Gemeenschappelijke Regeling vraagt een gemeentelijke bijdrage GR-en voeren de gemeentelijke taken uit voor de deelnemende gemeenten. De kosten voor de uitvoering van deze taken zijn dan ook voor rekening van de deelnemende gemeenten. 1.3 De zienswijze geldt als belangrijk sturingsmiddel op de Gemeenschappelijke Regeling voor de gemeenteraad Door een zienswijze te geven op de ontwerpbegroting van een GR kan de gemeenteraad sturing geven op inhoudelijke en financiële kaders waarbinnen de GR de taken dient uit te voeren. In
2/37
specifieke gevallen kan dit ook bij de conceptjaarrekening of op andere stukken. De begroting is het jaarlijkse moment van de raad om hun zienswijze te delen en daarmee sturing te geven aan de GR. 2.1 Zienswijze op de GR Sociaal In 2025 boekte GR Sociaal op alle opgaven inhoudelijk duidelijke vooruitgang, maar tegelijk was sprake van een forse kostenstijging. De dienstverlening werd versterkt wat leidde tot hoge klantwaarderingen. Ten opzichte van de gewijzigde begroting in de Voorjaarsbrief 2025 resteert voor de gemeenten gezamenlijk nog een na te verrekenen tekort van 2,8 mln. Uit de Voorjaarsbrief 2026 blijkt dat de totale lasten en baten toenemen ten opzichte van de actuele Begroting 2026. De stijging wordt door de GR Sociaal ook hier vooral verklaard door autonome ontwikkelingen die nauwelijks beïnvloedbaar zijn. Ten opzichte van de begroting 2026, jaarschijf 2027 stijgt de begroting voor 2027 regionaal van 336,9 mln. naar 372,0 mln. Dit is een stijging van tot 35,1 mln. De bijdrage van de gemeente stijgt van 27,8 mln. naar 31,9 mln. De stijging wordt ten eerste veroorzaakt autonome groei van het aantal klanten dat leidt tot hogere uitgaven, met name binnen de inkomensondersteuning. Ten tweede is de regeling rondom de toeslagenaffaire verlengd, waardoor ook de bijbehorende apparaatskosten langer moeten worden doorbetaald.
Een derde oorzaak is het toenemen de loon- en prijsstijgingen in de zorgsector. Deze kosten zijn nauwelijks beïnvloedbaar en worden slechts gedeeltelijke gecompenseerd door het Rijk. Hierdoor ontstaat een structurele druk op de financiële positie van de organisatie. 3.1 Maatregelen GR Sociaal De zeven gemeenten en de GR Sociaal hebben een nieuw pakket opgesteld met circa € 12 miljoen aan mogelijke besparingen. Dit pakket (43 maatregelen) is als bijlage toegevoegd. De GR Sociaal vraagt hierover een oordeel. Per maatregel is toegelicht welke afweging het college heeft gemaakt: Invoeren, onderzoeken of niet invoeren. 4.1 Zienswijze op de GR DG&J Op een begroting van € 215 miljoen sluit de Dienst Gezondheid en Jeugd sluit het jaar 2025 af met een positief resultaat van € 2,0 miljoen voor de merken GGD, Veilig Thuis (VT) en Leerplicht, Voortijdig Schoolverlaten (LVS) en van € 3,1 miljoen bij de Serviceorganisatie Jeugd (SOJ). Het positieve resultaat wordt onder andere veroorzaakt door incidentele meevallers, onderbesteding bestemmingsreserves informatiehuishouding en vitaliteit en onderbesteding door moeilijk vervulbare vacatures, lagere kosten voor door VNG landelijk ingekochte zorg en positieve effecten van het woonplaatsbeginsel.
Voorgesteld wordt om van het resultaat: · € 486.502 te storten als een tijdelijke bestemmingsreserve voor de Covid campagne; · € 11.647 terug laten vloeien naar de bestemmingsreserve vitaliteit; · € 81.174 terug laten vloeien naar de bestemmingsreserve informatiehuishouding. En het resterende bedrag uit te keren aan de deelnemende gemeenten. De ontwerpbegroting 2027 is gebaseerd op het meerjarenbeleidsplan 2024-2028 en de kadernota 2027. Uitgangspunt is een nullijn (begroting 2026 + indexatie) met een taakstelling van 8% (exclusief jeugdhulp). De begroting is gebaseerd op een indexatie van 5,7% op lonen en 2,2% op materiële kosten. De indexering is structureel € 2,4 miljoen en wordt voor € 1,726 miljoen gedekt uit een verhoging van de inwonerbijdrage en voor € 0,655 miljoen vanuit externe subsidies. 5.1 Zienswijze op de OZHZ Op een begroting van € 37,5 miljoen sluit de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) het jaar 2025 af met een positief resultaat van € 1.756.000. Ten opzichte van de tweede bestuursrapportage (€ 402.000) is er sprake van een voordeel van € 1.354.000 (€ 518.000 lagere lasten, € 836.000 hogere baten dan begroot). OZHZ stelt voor van dit positieve resultaat € 600.000 te bestemmen voor archiefbewerking. Voor de resterende € 1.156.000 wordt voorgesteld deze terug te betalen aan de deelnemers (voor Papendrecht € 32.468).
In de begroting 2027 realiseert OZHZ een takstelling van 5%, door kostenreducties (4%) en procesoptimalisatie (1%).
3/37
6.1 Zienswijze op de VRZHZ De Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid (VRZHZ) heeft het jaar 2025 afgesloten met een positief resultaat van € 1.947.000. De VRZHZ stelt voor van dit positieve resultaat € 535.000 te bestemmen voor ophoging van de reserve crisisbeheersing en informatievoorziening, € 365.000 toe te voegen aan de reserve groot onderhoud gebouwen en € 118.000 te toe te voegen aan de reserve schuimblusvoertuigen. Voor de resterende € 929.000 wordt voorgesteld deze terug te betalen aan de deelnemers (voor Papendrecht € 62.243). In de begroting 2027 hanteert de VRZHZ een indexatie van 2,2%, conform de begrotingsrichtlijn. 7.1 Zienswijze op de BOVL De jaarrekening van Bureau OVL laat over 2025 een positief resultaat zien van € 62.875. De begroting 2027 laat een stijging van 4% per lichtobject zien van € 12,10 naar € 12,60. 8.1 Zienswijze op de GR Gevudo De gemeenschappelijke Regeling Gevudo heeft het jaar 2025 afgesloten met een resultaat van nihil. Gevudo verwacht net als voorgaande jaren voor 2027 een op nul sluitende exploitatie.
Kanttekeningen Zienswijzen zijn niet bindend Het is aan het bestuur van de betreffende GR of deze de opmerkingen uit de zienswijze overneemt. In de besturen, waar onze collegeleden lid van zijn, kan de zienswijze mondeling worden toegelicht en kan er eventueel een contrair standpunt worden ingenomen. Uitvoering Besluitvorming over de zienswijzen is gepland voor de raad van 2 juli 2026. Formeel wordt de gemeente verzocht om binnen 8 weken na 30 april (de datum waarop de stukken van de GR-en uiterlijk door de gemeente dienen te worden ontvangen) een zienswijze kenbaar te maken. Dit is uiterlijk 25 juni. Om dit te halen hadden de stukken in de besluitvormende raadsvergadering van 28 mei moeten worden behandeld. De agendacommissie voor deze raadsvergadering was echter al op 8 april, ruim voordat wij überhaupt de stukken van de GR-en hadden ontvangen. Aangezien de AB’s waarin de zienswijzen worden behandeld allemaal gepland staan voor 9 juli, kunnen wij de zienswijzen wel voor de behandeling in de AB’s indienen, wanneer besluitvorming plaatsvindt in de gemeenteraad van 2 juli 2026. Communicatie & participatie Duurzaamheid ICT Financiën Soms heeft de jaarrekening van een verbonden partij ook een financieel effect voor de gemeente.
De financiële effecten van de ontwerpbegrotingen 2027 op de gemeentelijke begroting worden waar nodig en waar mogelijk verwerkt in de perspectiefnota 2027 - 2031. De definitieve vaststelling van de jaarstukken is aan het algemeen bestuur van de betreffende gemeenschappelijke regeling. Door het moment waarop de perspectiefnota wordt vastgesteld, is het niet altijd mogelijk rekening te houden met zulke effecten. Wanneer dat het geval is, wordt dit verwerkt bij de behandeling van de eigen begroting 2027. Alle relevante stukken zijn voor u ter inzage gelegd.
4/37
secretaris
burgemeester
Bijlagen 1. Bijlage 1. Toelichting op Ingekomen Stukken 2026.docx 2. Bijlage 2.0. Zienswijzebrief GR Sociaal 2026 - sterkt ter vervanging 3. Bijlage 2.1 Aanbiedingsbrief PC documenten GR Sociaal.pdf 4. Bijlage 2.2 Concept Jaarstukken 2025 GR Sociaal.pdf 5. Bijlage 2.3 Concept Voorjaarsbrief 2026 GR Sociaal.pdf 6. Bijlage 2.4 Concept Begroting 2027 GR Sociaal - Definitief.pdf 7. Bijlage 2.5 Overzicht maatregelen en ombuigingen GR Sociaal.pdf 8. Bijlage 2.6 inhoudelijke toelichting 120526.docx 9. Bijlage 2.7 Fin. effect maatregelen concept zienswijze BG2027 GRS (12-05-2027).pdf 10. Bijlage 2.8 Memo financieel technische maatregelen GR Sociaal.docx 11. Bijlage 3.0 Zienswijze Papendrecht op jaarrekening 2025 en ontwerpbegroting 2027 DGJ 2026.docx 12. Bijlage 3.1 Brief Jaarstukken 2025 DGJ.pdf 13. Bijlage 3.2 Jaarstukken 2025 GR DGJ.pdf 14. Bijlage 3.3 Brief zienswijze begroting 2027 GR DGJ.pdf 15. Bijlage 3.4 Herziene Begroting 2027 GR DGJ dd. 20260420.pdf 16. Bijlage 4.0 Zienswijze Ontwerpbegroting OZHZ 2027.docx 17. Bijlage 4.1 Brief zienswijze ontwerpbegroting 2027 en voorlopige jaarrekening 2025 OZHZ.pdf 18. Bijlage 4.2 Jaarstukken 2025.pdf 19. Bijlage 4.3 GR Omgevingsdienst ZHZ - jaarrekening incl. controleverklaring 2025.pdf 20. Bijlage 4.4 Ontwerpbegroting GR Omgevingsdienst 2027.pdf 21.
Bijlage 5.0 Zienswijze Papendrecht op jaarrekening 2025 en ontwerpbegroting 2027 VRZHZ.docx 22. Bijlage 5.1 Veiligheidsregio-ZHZ-Aanbiedingsbrief-Jaarrekening-2025-Begroting-2027.pdf 23. Bijlage 5.2 Veiligheidsregio-ZHZ-Jaarrekening-2025 24. Bijlage 5.3 Veiligheidsregio- ZHZ-Begroting 2027 25. Bijlage 6.0 Concept Zienswijzebrief BOVL.doc 26. Bijlage 6.1 Begeleidingsbrief Jaarstukken 2026 en begroting 2027 e.v. BOVL.pdf 27. Bijlage 6.2 jaarstukken 2025 BOVL.pdf 28. Bijlage 6.3 Ontwerpbegroting BOVL 2027 e.v..pdf 29. Bijlage 7.0 Zienswijze GEVUDO.doc 30. Bijlage 7.1 GR Gevudo - Jaarstukken 2025 finaal definitief (met waarmerk).pdf 31. Bijlage 7.2 Ontwerp-Begroting 2027 Gevudo.pdf
Niet digitale bijlagen
5/37
Bijlage bij zienswijzebrief GR Sociaal Inhoudelijke toelichting maatregelen GRS Met de in 2024 opgestelde Bestuurlijke Opdracht Toekomstbestendig Sociaal Domein werd al gezocht naar besparingen in het sociaal domein. Eind 2025 was een deel van de maatregelen uitgevoerd. Andere bleken niet haalbaar of leverden minder op dan verwacht. Zo stopte de pilot Herstelgerichte Ondersteuning (Powerfull Ageing) voortijdig waardoor een verwachte besparing verviel. De zeven gemeenten en de GR Sociaal hebben een nieuw pakket opgesteld met circa € 12 miljoen aan mogelijke besparingen. Dit pakket (43 maatregelen) is als bijlage toegevoegd. De GR Sociaal vraagt hierover een oordeel. Per maatregel is toegelicht welke afweging het college heeft gemaakt: Invoeren, onderzoeken of niet invoeren. De maatregelen komen voort uit een regionale ambtelijke verkenning. Op 30 april 2026 is hiervan een gezamenlijke lijst opgesteld met kansrijke, nader te onderzoeken en afgeraden maatregelen. Deze lijst is lokaal gewogen op basis van bestaand beleid en de huidige financiële situatie. Het college heeft vervolgens het conceptvoorstel op 12 mei vastgesteld en legt het nu aan u voor. De lijst is een concept. Het voorliggende voorstel is verwerkt in de concept-zienswijzebrief aan het Algemeen Bestuur van de GR Sociaal.
Ten tijde van het opstellen van dit voorstel is er nog geen nieuw coalitieakkoord waaraan het voorstel ambtelijk en door het college kan worden getoetst. Uw raad heeft uiteraard de ruimte het voorstel op basis van uw eigen oordeel aan te passen. Daarom vragen wij u nadrukkelijk of u met het voorstel kunt instemmen. Of dat er maatregelen zijn die u wilt verschuiven naar een andere categorie, groen, oranje of rood. Alle gemeenteraden in de regio maken deze keuze. Er is gestreefd naar regionale afstemming vanwege efficiency in de uitvoering, maar lokale verschillen blijven mogelijk. Na besluitvorming kunnen de verwachte besparingen deze zomer worden verwerkt in een eerste begrotingswijziging. Andere kunnen volgen via de Voorjaarsbrief 2027. In onderstaande tabellen staat elke ombuigingsmaatregel toegelicht. Onder het kopje Inhoudelijke financiële toelichting is voor de gemeente Papendrecht waar mogelijk, de netto verwachte besparing die de grs berekend opgenomen. De bedragen kunnen in de praktijk afwijken naar gelang de ontwikkeling van het gebruik van voorzieningen. Ze geven echter wel een indicatie voor de orde van grootte waaraan gedacht moet worden. Ombuigingsmaatregel 1 1. Opgave
Bestaanszekerheid versterken
2. Maatregel
Stoppen met buitenwettelijk begunstigend beleid bijzondere bijstand: Extern budgetbeheer
Inhoudelijke toelichting maatregel Het huidige beleid voor bijzondere bijstand bevat onderdelen die ruimer zijn dan de Participatiewet vereist. Extern budgetbeheer is hier een onderdeel van. Ruimer beleid is niet vereist, andere gemeenten doen het vaak ook niet. Maatschappelijke impact Budgetbeheer is een goede manier om inwoners ondersteuning te bieden wanneer bewindvoering niet noodzakelijk is. De kwaliteit per budgetbeheerder verschilt. In de praktijk wordt het vaak ook gebruikt door bewindvoerders als een manier om geld te ontvangen zonder dat ze verantwoording hoeven af te leggen richting de rechtbank, wat voor formele bewindvoering wel geldt. Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing Momenteel geeft de GR Sociaal jaarlijks €340.000,- uit aan deze kosten Voor Papendrecht is de verwachte besparing €15.000,-. Indien deze vergoedingen worden stopgezet, bespaart dit bedrag. Het risico bestaat echter dat er eventueel
6/37
extra kosten optreden bij Schuldhulpverlening wanneer deze kosten als voorliggende voorziening moeten worden opgevangen.
Advies: Niet invoeren Het effect op de inwoners is waarschijnlijk hoog. Er kan een effect optreden naar schuldhulpverlening waardoor de besparing mogelijk niet gehaald wordt.
Ombuigingsmaatregel 2 1. Opgave
Bestaanszekerheid versterken
2. Maatregel
Persoonlijk Minimabudget (PMB): Verlagen inkomensgrens naar 110% Wettelijk Sociaal Minimum
Inhoudelijke toelichting maatregel Het PMB is in bij de herijking minimabeleid 2023 verruimd op basis van de Minima effectrapportage 2022). Gemeenten kunnen ervoor kiezen deze verruiming op hoogte en doelgroep terug te draaien. Daarbij speelt mee dat sinds 2023 diverse landelijke maatregelen de inkomenspositie van minimahuishoudens hebben versterkt, zoals de verhoging van het minimumloon/ bijstandsnormen. Maatschappelijke impact Minder mensen komen in aanmerking. Landelijke inkomensverbeteringen beperken de negatieve gevolgen. Impact dienstverlening Voor de inwoners die het betreft is het een verslechtering van de dienstverlening. Anderzijds zijn dit inwoners met de relatief hogere inkomens. De verhoging in 2023 had als insteek dat de kosten voor inwoners op dat moment sterk stegen. Inmiddels is dit landelijk gecorrigeerd. Hierdoor kan men redeneren dat het PMB op dit moment erg ruim is ingestoken. Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing De berekening is gebaseerd op een inschatting van het aantal klanten met een inkomen tussen 110% en 120%. Klanten met inkomensgrens 120% worden niet apart geregistreerd. De inschatting is daarom gebaseerd op het verschil tussen de uitgaven van PMB-klanten zonder bijstandsuitkering in 2022 (Inkomensgrens 110%-grens van toepassing) en de uitgaven in 2025 (Inkomensgrens 120%-grens van toepassing).
Voor Papendrecht is de verwachte besparing €11.000,-. Advies: Niet invoeren Het beleid van de Papendrechtse raad is afgelopen jaren gericht geweest op meer inzet op armoedebestrijding. In dat licht raden we deze maatregen af.
Ombuigingsmaatregel 3 1. Opgave
Bestaanszekerheid versterken
2. Maatregel
Persoonlijk Minimabudget (PMB): Referteperiode verlengen naar twee jaar
7/37
Inhoudelijke toelichting maatregel Bij het PMB wordt momenteel een referteperiode van een jaar gehanteerd. Inwoners moeten één jaar een laag inkomen hebben gehad. Door deze periode te verlengen naar twee jaar, komen mensen minder snel in aanmerking voor het PMB. Hardinxveld- Giessendam heeft al een referteperiode van twee jaar. Maatschappelijke impact Minder mensen komen in aanmerking want een inwoner moet langere tijd een laag inkomen en vermogen hebben. Dit maakt de regeling gerichter. Landelijke inkomensverbeteringen beperken de negatieve gevolgen. Het inkomen van de mensen met de laagste inkomens zijn sinds de herijking al verhoogd op landelijk niveau. Dus het beperken van het PMB heeft een beperkte invloed op het besteedbaar inkomen. Impact dienstverlening Voor de inwoners is het een verslechtering maar een referteperiode van twaalf maanden is op landelijk niveau kort. Een termijn van 36 maanden is bijvoorbeeld heel gebruikelijk. Het gaat volgens de wet om een langdurig laag inkomen. Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing De besparing is gebaseerd op de informatie van het CBS. De inschatting is dat het verlengen van de referteperiode naar twee jaar een besparing oplevert van 5%. Hierdoor verlaagt de begroting met €200.000,-. Voor Papendrecht is de verwachte besparing €18.000,-.
Advies: Niet invoeren: Het beleid van de Papendrechtse raad is afgelopen jaren gericht geweest op meer inzet op armoedebestrijding. In dat licht raden we deze maatregel af. De impact op inwoners is groot, dit weegt naar verwachting niet op tegen de besparing.
Ombuigingsmaatregel 4 1. Opgave
Bestaanszekerheid versterken
2. Maatregel
Persoonlijk Minimabudget (PMB): de hoogte verlagen naar 35% van het sociaal minimum.
Inhoudelijke toelichting maatregel Het PMB is in bij de herijking minimabeleid 2023 verruimd op basis van de MER 2022. Gemeenten kunnen ervoor kiezen deze verruiming op hoogte en doelgroep terug te draaien. Daarbij speelt mee dat sinds 2023 diverse landelijke maatregelen de inkomenspositie van minimahuishoudens hebben versterkt, zoals de verhoging van het minimumloon/ bijstandsnormen. Maatschappelijke impact Alle inwoners die PMB ontvangen krijgen voortaan een lager PMB. Landelijke inkomensverbeteringen beperken de negatieve gevolgen. Met dat laatste wordt bedoeld dat de inkomens van inwoners met een laag inkomen op landelijk niveau al gecorrigeerd/ verhoogd zijn. Dat was anders toen besloten werd om de bedragen ter verhogen. Impact dienstverlening Voor de inwoners is het een verslechtering maar de bedragen zijn relatief hoog ten opzichte van landelijke bedragen. Zoals gezegd heeft de verhoging toen als insteek gehad dat de kosten voor inwoners op dat moment sterk stegen. Inmiddels is dit landelijk gecorrigeerd en je zou kunnen zeggen dat het PMB op dit moment erg ruim is ingestoken.
Dat effect wordt nog versterkt Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing Het bedrag van de Persoonlijk Minimabudget (PMB) is gebaseerd op een percentage van de bijstandsnorm en bedraagt momenteel 40% voor de gemeenten Dordrecht, Papendrecht en Zwijndrecht of 45% voor de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht van de toepasselijke bijstandsnorm. Dit percentage wordt verlaagd naar 35%. Hierdoor zullen de kosten per gemeente afnemen. Voor Papendrecht is de besparing €40.000,- (verschil tussen 40% en 35%). Advies: Invoeren De onderbouwing voor de verruiming in 2023 is achterhaald door diverse landelijke maatregelen. De besparing is substantieel. N.B. Meegeven om na te gaan wat het netto-effect van het verlagen van het percentage is ten opzichte van de landelijke verhogingen, voor de inwoners.
8/37
Ombuigingsmaatregel 5 1. Opgave
Bestaanszekerheid versterken
2. Maatregel
Stoppen met subsidiëren bureaukosten SUN Drechtsteden (noodfonds en sociaal leenfonds)
Inhoudelijke toelichting maatregel De GR Sociaal en SUN Drechtsteden hebben een subsidierelatie t.b.v. van één FTE en de bureaukosten van SUN Drechtsteden. De uitvoering van het Sociaal Leenfonds is sinds een aantal jaren bij SUN belegd en dit komt voort uit het Beleidsplan schuldhulpverlening 2021-2024. Maatschappelijke impact Een dergelijke keuze kan de samenwerking met SUN Drechtsteden bemoeilijken. Bovendien raakt is het een vangnet voor onze inwoners: bij het ontbreken van SUND, of bij verminderde capaciteit van SUND, vervalt de mogelijkheid voor onze inwoners om een gift te ontvangen of een renteloze lening te krijgen in situaties van urgente nood. Zonder een renteloze lening vanuit het Sociaal Leenfonds kan een kleine schuld zich ontwikkelen tot een problematische schuld. Dit kan leiden tot een toename van het aantal aanmeldingen voor schuldhulpverlening. Impact dienstverlening Het is een externe partner dus het heeft niet direct invloed op onze dienstverlening. Maar de inwoner kan er in urgente situaties wel veel aan hebben. Als wij niet kunnen helpen dan kunnen we op dit moment wel doorverwijzen. Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing Besparing is het subsidiebedrag €121.000,-. Voor Papendrecht is de besparing €11.000,- (via de Bijdrage GRS)
Advies: Maatregelen onderzoeken Er moet in beeld gebracht worden wat de effecten van deze maatregel zijn, en wat de alternatieven zouden kunnen zijn. In Papendrecht is er het Algemeen Sociaal Fonds Papendrecht (ASFP) dat aanvullend werkt op het aanbod van SUN Drechtsteden. Met ASFP zou verkend kunnen worden of zij mogelijk (een deel van) de hulpvragen die bij SUN Drechtsteden kan overnemen vanuit haar noodfonds.
Ombuigingsmaatregel 6 1. Opgave
Bestaanszekerheid versterken
2. Maatregel
Werken met een drempelbedrag voor de bijzondere bijstand
Inhoudelijke toelichting maatregel Wettelijk gezien mag je een drempelbedrag hanteren bij het toekennen van bijzondere bijstand. Deze maatregel regelt dat inwoners pas een aanvraag kunnen indienen als hun kosten een bepaald bedrag overstijgen. Dit voorkomt aanvragen van mensen die niet veel bijzondere noodzakelijke kosten hebben. Dit bedrag wordt landelijk jaarlijks vastgesteld en bedraagt per 1 januari 2026 een maximaal bedrag van €176,00 per 12 maanden. Maatschappelijke impact Je vraagt aan mensen om tot een bepaald bedrag kosten zelf te dragen. Niet veel gemeenten doen dit. Het kan in de beeldvorming negatief worden uitgelegd. Impact dienstverlening Inwoners moeten een groter bedrag zelf betalen waardoor je de kosten voor bijzondere bijstand omlaag brengt. Daarnaast verlaag je de uitvoeringskosten omdat er minder aanvragen binnenkomen voor kleine bedragen. Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing Een exacte berekening is mogelijk, maar niet op korte termijn. Een inschatting op basis van bestand is de besparing lager dan €50.000,- regionaal. Het bedrag zal lokaal voor Papendrecht laag zijn. Advies; Niet invoeren Het beleid van de Papendrechtse raad is afgelopen jaren gericht geweest op meer inzet op armoedebestrijding. In dat licht raden we deze maatregel af.
De impact op inwoners is groot, de besparing zou moeten worden berekend maar de verwachting is dat deze zeer klein is, regionaal maar €50.000,-.
9/37
Ombuigingsmaatregel 7 1. Opgave
Bestaanszekerheid versterken
2. Maatregel
Persoonlijk minimabudget: Stoppen met extra bedrag voor kinderen tot 18 jaar
Inhoudelijke toelichting maatregel Bij het PMB hanteren momenteel zes van de zeven deelnemende gemeenten een extra bedrag voor gezinnen met kinderen tussen de 13 en 18 jaar. Maatschappelijke impact Inwoners met kinderen krijgen op dit moment een aanvullend bedrag. Dit is bedoeld voor kinderen tot 18 jaar. Dit bedrag is ook bedoeld om kosten te compenseren die deze inwoners maken. Het bedrag is niet dusdanig hoog dat het grote gevolgen heeft voor het besteedbare inkomen. Daarbij komt dat er sinds de regionale invoering van dit kindbedrag landelijke inkomensverbeteringen zijn doorgevoerd voor gezinnen met kinderen (o.a. verhoging kindgebonden budget) Impact dienstverlening Een verslechtering is altijd lastig voor inwoners maar door landelijke regeling heeft het geen grote invloed op het besteedbaar inkomen. Op onze dienstverlening heeft het geen invloed. Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing In 2025 zijn er 760 betalingen gedaan, voor een totaalbedrag van €76.300, ten behoeve van huishoudens met kinderen. Stoppen met het toekennen van het extra bedrag voor kinderen tot 18 jaar leidt tot een besparing van €76.300. Voor Papendrecht is de verwachte besparing €7.000,-.
Advies: Invoeren Het effect voor inwoners is beperkt. Zij kunnen ook aanspraak maken op St. Leergeld. De Minima Effect Rapportage laat zien dat deze maatregel moet kunnen. Bovendien constateren we dat deze gezinnen er, door diverse maatregelen, er in de afgelopen jaren op vooruit zijn gegaan.
Ombuigingsmaatregel 8 1. Opgave
Bestaanszekerheid versterken
2. Maatregel
Stoppen met buitenwettelijk begunstigend beleid bijzondere bijstand: Medische kosten
Inhoudelijke toelichting maatregel Het huidige beleid voor bijzondere bijstand bevat onderdelen die ruimer zijn dan de Participatiewet vereist. Medische kosten zijn hier een onderdeel van. Onder medische kosten vallen onder andere tandartskosten, orthodontie en eigen bijdrage voor medicijnen. Maatschappelijke impact Negatieve maatschappelijke effecten zijn te verwachten. Hoge zorgkosten kunnen leiden tot financiële problemen omdat inwoners met een laag inkomen weinig tot geen buffer hebben. Daarnaast kan het leiden tot zorgmijding. De coulance op medische kosten is toegevoegd bij de herijking van het minimabeleid per 2023, op wens van de raden en op basis van praktijksignalen van SUN Drechtsteden. Impact dienstverlening Het is voor dit soort maatregelen belangrijk om een samenhang te zien en balans te zoeken. Deze kosten hangen samen met bijvoorbeeld de collectieve zorgverzekering. Met name inwoners met hoge zorgkosten (chronisch zieken en gehandicapten) kunnen hierdoor anders geraakt worden. Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing In 2025 is aan 396 klanten een totaalbedrag van €160.000,- verstrekt voor medische kosten. De verstrekkingen hadden betrekking op fysiotherapie, orthodontie, tandartskosten, orthopedische kosten en opticienkosten. Bij beëindiging van deze regeling vervallen deze uitgaven.
Voor Papendrecht is de verwachte besparing €10.000,-.
10/37
Advies: Niet invoeren Bij de herijking van het beleid in 2023 is deze verruiming op verzoek van de raden ingevoerd. Wij achten dit bestuurlijke standpunt leidend. Juist tandarts- en andere zorgkosten die buiten de basisverzekering vallen zijn vaak lastig te betalen voor deze doelgroep. De gevolgen kunnen zeer hard (pijnlijk) zijn.
Ombuigingsmaatregel 9 1. Opgave
Bestaanszekerheid versterken
2. Maatregel
Stoppen met regeling tegemoetkoming eigen bijdrage kinderopvang.
Inhoudelijke toelichting maatregel De regeling vergoedt de eigen bijdrage van de kinderopvangtoeslag. Er komt momenteel maar een kleine doelgroep in aanmerking voor deze regeling (werkende armen tot 130% WSM) en deze doelgroep is lastig te bereiken. Maatschappelijke impact Gezien de beperkte omvang van deze regeling is de totale maatschappelijke impact minimaal. Voor een individuele inwoner kan het wel financiële impact hebben want voor minima kan de eigen bijdrage van 4% van de totale kinderopvangkosten een groot maandelijks bedrag zijn. Voor een inwoner kan dit een drempel zijn om te gaan werken. Impact dienstverlening Zie maatschappelijke impact. Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing De besparing betreft de begroting 2027. Het scheelt aanvullend op het bovenstaande bedrag nog wat apparaatskosten. Voor Papendrecht is de verwachte besparing €3.000,-.
Advies: Niet invoeren
-
Gezien het geringe financiële effect maar de hoge impact voor de inwoners, adviseren we om deze maatregel niet door te voeren. Het belemmert eventueel de stap naar werk. De besparing voor één persoon die vanuit de uitkering (parttime of geheel) kan gaan werken is al hoger dan besparing door de maatregel.
Ombuigingsmaatregel 10 1. Opgave
Bestaanszekerheid versterken
2. Maatregel
Stoppen met buitenwettelijk begunstigend beleid bijzondere bijstand: Eigen bijdrage peuteropvang
Inhoudelijke toelichting maatregel Het huidige beleid voor bijzondere bijstand bevat onderdelen die ruimer zijn dan de Participatiewet vereist. In ons bijzondere bijstandsbeleid staat nu opgenomen dat we voor inwoners de eigen bijdrage voor de peuteropvang vergoeden. Dit is een relatief kleine kostensoort. Maatschappelijke impact Het is een kleine regeling waar weinig gebruik van wordt gemaakt, ook wegens de complexiteit van de regeling. In Dordrecht bestaat inmiddels al een alternatief voor deze regeling: Dordrecht stelt de eigen bijdrage direct zelf op nihil voor lage inkomens. Zo is er geen aanvraag meer nodig en worden veel meer inwoners ‘bereikt’. Impact dienstverlening Het is een kleine regeling en er wordt niet veel gebruik van gemaakt. Dus de impact is klein. Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing De begroting voor de eigen bijdrage peuteropvang bedraagt voor 2027 €13.000,- Omdat hiervoor geen juridische verplichting bestaat, leidt het beëindigen van deze regeling tot een jaarlijkse besparing van €13.000,-. Voor Papendrecht is de verwachte besparing €2.000,-.
11/37
Advies: Maatregel onderzoeken Het financieel effect zal zeer laag zijn dus in principe Niet invoeren. Het treft een kwetsbare doelgroep.
-
Aangeven interesse te hebben in het invoeren naar Dordts model: voor lage inkomens wordt de eigen bijdrage op €0,- gezet. Dit maakt het bereik van het armoedebeleid hoger.
Ombuigingsmaatregel 11 1. Opgave
Bestaanszekerheid versterken
2. Maatregel
Collectieve Zorgverzekering voor Minima: Vermogensgrens hanteren (met behulp van Bureau InformatieDiensten Nederland)
Inhoudelijke toelichting maatregel De CZM is bedoeld om inwoners met een laag inkomen toegang te bieden tot goede en betaalbare zorg. Er wordt géén vermogensgrens gehanteerd (in tegenstelling tot bijvoorbeeld algemene en bijzondere bijstand). Het idee is om een vermogensgrens te hanteren die gelijk is aan de algemene bijstand. Maatschappelijke impact Het maatschappelijke effect hiervan is dat inwoners met een laag inkomen en een té hoog vermogen mogelijk zorg zullen gaan vermijden. Eventuele effecten hiervan zijn zorgschulden met de daarbij behorende gevolgen zoals een bestuurlijke premie en/of schuldhulp. Impact dienstverlening
/ Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing Voor 2027 bedraagt de begroting €2.800.000,-. Naar schatting heeft ongeveer 1/3 van de huidige ontvangers van de Gemeentepolis een té hoog vermogen o.b.v. de vermogensgrens en daarom geen recht meer op de regeling, wat tot een mogelijke besparing van 1/3 van het bedrag €2.800.000,- bedraagt €930.000,-.
Advies: Maatregel onderzoeken We staan open voor deze maatregelen, maar het is nog onduidelijk welke inkomensen vermogensgrens gehanteerd wordt. En wat dan het precieze financiële effect is. De potentiële besparing lijkt echter substantieel dus we vragen de GRS deze maatregel te preciseren.
Ombuigingsmaatregel 12 1. Opgave
Bestaanszekerheid versterken
2. Maatregel
Inkomensgrens Collectieve Zorgverzekering voor minima verlagen van 130% naar 120%
12/37
Inhoudelijke toelichting maatregel De CZM is bedoeld om inwoners met een laag inkomen toegang te bieden tot goede en betaalbare zorg. De gemeenten betalen een deel (€13,50 of €27,00) van de maandelijkse premie. De inkomensgrens van de Gemeentepolis bedraagt voor het verzekeringsjaar 2026 130% van het WML. Dat is €3.153,10 bruto per maand, inclusief 8% vakantiegeld. Dit ligt flink boven het wettelijk sociaal minimum. Maatschappelijke impact Zodra de inkomensgrens van de Gemeentepolis wordt verlaagd zal er minder toegang zijn tot uitgebreidere zorg voor een inwoners en een toename van schuldenproblematiek. Een belangrijk aspect hierin is dat de Gemeentepolis zowel een basis als ook een aanvullende verzekering heeft. Dat houdt dus ook in dat mondzorgkosten worden vergoed, een probleem wat vorig jaar nog landelijke aandacht heeft gehad i.v.m. mondzorgmijding. Bij een verlaging van 130% naar 120% WML zal dit effect beperkt zijn omdat de inkomensgrens momenteel vrij hoog ligt. Impact dienstverlening De doelgroep die hiervan gebruik maakt is te omschrijven als kwetsbaar in ieder geval qua gezondheid. Zij lopen het risico op hoge zorgkosten anders zouden ze waarschijnlijk deze zorgpolis niet afsluiten. Het verlagen van de inkomensgrens heeft effect op deze doelgroep. Hoge zorgkosten hebben impact op financiële kwetsbaarheid.
Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing Voor 2027 begroten we een bedrag €2.800.000,-. Als de inkomensgrens van de Gemeentepolis wordt verlaagd van 130% WML naar 120% WML heeft dit impact op de groep 130% WML. Deze groep betreft ongeveer 20% van de totale doelgroep. Naar schatting maakt circa 5% van deze groep gebruik van de regeling, wat neerkomt op een afname van 5%. Deze afname vertaalt zich naar een besparing van €140.000,-.
Advies: Niet invoeren
-
Dit heeft mogelijk grote gevolgen voor inwoners met een kleine beurs. Met loopt het risico op de armoedeval.
Ombuigingsmaatregel 13 1. Opgave
Bestaanszekerheid versterken
2. Maatregel
Collectieve Zorgverzekering voor Minima: Stoppen met het aanbieden van het Gemeentepakket in samenwerking met VGZ.
13/37
Inhoudelijke toelichting maatregel De CZM is bedoeld om inwoners met een laag inkomen toegang te bieden tot goede en betaalbare zorg. We kunnen stoppen met het aanbieden van het Gemeentepakket in samenwerking met VGZ. Het contract met VGZ loopt tot en met 2027. Dat houdt praktisch in dat er over het jaar 2028 verzekerd kan worden via de Gemeentepolis. Maatschappelijke impact Minder toegang tot zorg voor een groot gedeelte van onze inwoners. Daarbij is het maatschappelijke effect eventueel ook een grotere aanspraak op bijzondere bijstand maar wellicht ook een toename in aanmeldingen schuldhulpverlening. Daarnaast hanteert VGZ een coulante betalingsregeling bij achterstanden die her instroom in de Gemeentepolis eenvoudig maakt en het doorverwijzen naar CAK zo veel mogelijk voorkomt. Impact dienstverlening In het najaar van 2025 en het begin van 2026 hebben de GR Sociaal en VGZ gezamenlijk een pilot uitgevoerd op het SamenWerkplein in het kader van het Programma inrichten overheidsbrede loketten. VGZ was wekelijk aanwezig en inwoners konden met hun vragen over de polis, betalingsachterstanden en andere zaken terecht. Ook verwezen zij warm door naar partners. Eind februari 2026 heeft VGZ aangegeven de samenwerking te willen voortzetten. In de planvorming is het voornemen om meer in te zetten op jongeren en vroegsignalering. Op dit tweede punt wordt al samengewerkt met de GRS.
Het stopzetten van de Gemeentepolis zal dan ook negatieve gevolgen hebben voor de integraliteit en kwaliteit van onze dienstverlening. Daarbij zal ook de relatie met VGZ als strategisch partner geschaad worden, voornamelijk op het terrein van vroegsignalering, preventie en zorg. De eventuele beëindiging raakt niet alleen de zorgverzekering zelf, maar ook bredere samenwerkingsdoelen binnen het sociaal domein. Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing Voor 2027 bedraagt de begroting van de collectieve zorgverzekering €2.800.000,-. Stoppen met het aanbieden van het Gemeentepakket in samenwerking met VGZ leidt tot een verlaging van de totale begroting.
Advies: Niet invoeren, wel onderzoeken. Afschaffen van de collectieve zorgverzekering heeft mogelijk grote gevolgen voor de inwoner, zeker wanneer zij hoge zorgkosten hebben. Wel kan onderzocht worden of het bij een nieuwe aanbesteding ook mogelijk is om een beperkter aanbod onderdeel te laten zijn van de collectieve verzekering of dat individuele gemeenten de keus kunnen maken om niet of beperkter af te nemen. Mogelijk levert dat wel besparingsmogelijkheden op.
Ombuigingsmaatregel 14 1. Opgave
Bestaanszekerheid versterken
2. Maatregel
Stoppen met buitenwettelijk begunstigend beleid bijzondere bijstand: Terugwerkende kracht van zes maanden naar één maand
Inhoudelijke toelichting maatregel Het huidige beleid voor bijzondere bijstand bevat onderdelen die ruimer zijn dan de Participatiewet vereist. Momenteel kunnen inwoners met zes maanden terugwerkende kracht bijzondere bijstand aanvragen. Wettelijk gezien hoeft dat niet. Het terugbrengen van die periode naar één maand heeft twee voordelen. -
Het maakt het voor de uitvoering makkelijker om aanvragen af te handelen omdat er geen historische gegevens opgevraagd hoeven te worden. Daarnaast worden er minder aanvragen ingediend die feitelijk al voldaan zijn.
Extra argument is dat de Participatiewet dit jaar aangeeft dat bijstand (dus ook bijzondere bijstand) maximaal met drie maanden terugwerkend kan worden verstrekt en alleen als individuele omstandigheden daar aanleiding toe geven. Deze zes maanden is dus voor veel aanvragen langer dan volgens de wet mag. Maatschappelijke impact Inwoners zullen dit wel merken omdat ze nu gewend zijn dat bijzondere bijstand met zes maanden terugwerkende kracht kan worden aangevraagd en verstrekt. Het zal vaker voorkomen dat inwoners een afwijzing ontvangen wegens te late aanvraag, waarmee ze de kosten zelf moeten betalen. Overgangsrecht moet worden overwogen. Impact dienstverlening Het heeft wel wat invloed en vraagt om goede communicatie naar inwoners, maar als inwoners gewend zijn
14/37
geraakt dat aanvragen binnen een bepaalde termijn ingediend moeten worden dan wordt dat snel gebruikelijk. Bovendien gaat het om kosten die waarschijnlijk allang betaald zijn. Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing Het is lastig om hier een concreet bedrag aan te verbinden, aangezien geen aantallen beschikbaar zijn. De maatregel zal naar verwachting leiden tot een vermindering van de apparaats- en programmakosten. Advies: Invoeren Gezien de wettelijke aanpassing van 6 naar 3 maanden is dit feitelijk onvermijdelijk.
Ombuigingsmaatregel 15 1. Opgave
Bestaanszekerheid versterken
2. Maatregel
Persoonlijk minimabudget: PMB als voorliggende voorziening op de bijzondere bijstand
Inhoudelijke toelichting maatregel Wettelijk gezien is het mogelijk om het PMB als voorliggende voorziening op de bijzondere bijstand aan te merken. Dit betekent dat iemand die aanspraak kan maken op het PMB eerst dat PMB moet gebruiken om de bijzondere kosten te betalen. Maatschappelijke impact Het kan zijn dat inwoners worden genoodzaakt hun PMB te gebruiken voor kosten waar ze normaal bijzondere bijstand voor konden aanvragen. Dit heeft invloed op hun bestedingsruimte. Impact dienstverlening Het heeft geen invloed op onze dienstverlening. Voor de inwoner kan het effect hebben afhankelijk van hoe breed je dit trekt. Je kunt de keuze maken om het alleen voorliggend te maken wat betreft witgoed en inrichtingskosten. Dat zijn kosten waar inwoners normaal voor zouden moeten reserveren. A. Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing Het is niet direct mogelijk om hier een bedrag aan te koppelen. Advies: Maatregel onderzoeken Deze maatregel heeft effect op de bestedingsruimte van inwoners en veronderstelt dat mensen in staat zijn een bufferbudget te sparen. Het financieel effect is ook onzeker. Daarom eerst nader onderzoeken.
Ombuigingsformulier Ombuigingsmaatregel 16 Bestaanszekerheid versterken 2. Maatregel
Vermogenstoets vereenvoudigen en vermogensgrens verlagen voor bijzondere bijstand
Inhoudelijke toelichting maatregel Bij de bijzondere bijstand hebben gemeenten beleidsvrijheid om te bepalen welke middelen inwoners moeten aanwenden om de kosten zelf te betalen. Het is tijdrovend werk om al die middelen in kaart te brengen. Daarnaast moeten inwoners veel aanleveren en worden bestanddelen meegenomen die moeilijk in geld zijn om te zetten. Een inwoner gaat niet zijn huis of auto verkopen om zijn bijzondere kosten te betalen. Met een toets op directe beschikbare geldmiddelen (banksaldo en crypto), zoals bij energietoeslag versimpel je de procedure voor inwoners en medewerkers. Een lagere vermogensgrens (vermogen boven een x bedrag aanwenden voor bijzondere kosten) corrigeert eventueel buiten beschouwing gelaten vermogen. Je kunt kiezen voor alle kostensoorten of voor algemene kosten waarvoor je geacht wordt te reserveren Maatschappelijke impact Voor de inwoners heeft dit weinig impact, het kan worden uitgelegd als een verslechtering of als een verbetering. Dat hangt ook af van de exacte invulling.
15/37
Impact dienstverlening Voor inwoners is het een versimpeling want ze hoeven minder aan te leveren. Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing Nadere informatie nodig om de besparing te berekenen, maar besparing betreft voornamelijk apparaatskosten. Advies: Maatregel onderzoeken De hoogte van de vermogensgrens is een politieke keuze. Ook wijkt een verlaagde vermogensgrens dan af van andere vermogensgrenzen en dit maakt het beleid mogelijk ingewikkelder voor de inwoners. Vereenvoudigen van de vermogenstoets zien we als goede ontwikkeling. We vragen u in beeld te brengen wat de besparing is als gekozen wordt voor alleen vereenvoudiging
Ombuigingsmaatregel 17 1. Opgave
Bestaanszekerheid versterken
2. Maatregel
Stoppen met stortingen in het sociaal leenfonds (SUN)
Inhoudelijke toelichting maatregel Het Sociaal Leenfonds is een gezamenlijk initiatief van SUN Drechtsteden en de Sociale Dienst Drechtsteden (SDD). Het fonds is bedoeld om grotere schulden te voorkomen door tijdelijke financiële ondersteuning te bieden in de vorm van leningen. SUN Drechtsteden beheert het fonds, en de looptijd van een lening bedraagt doorgaans drie jaar. Maatschappelijke impact Het Sociaal Leenfonds is een vangnet voor inwoners met beperkte schulden (nog niet problematisch) én aflossingscapaciteit. Het Leenfonds probeert een opstapeling van schulden te voorkomen. Bij het wegbezuinigen van het Leenfonds is de kans groter dat schulden van onze inwoner sneller oplopen en zij uiteindelijk in een regulier schuldhulptraject terecht komen. Impact dienstverlening Het is een externe partner dus het heeft niet direct invloed op onze dienstverlening. Maar de inwoner kan er in urgente situaties wel veel aan hebben. Als wij niet kunnen helpen dan kunnen we op dit moment wel doorverwezen. Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing Het Leenfonds betreft een revolverend fonds. Bij achterstanden van klanten heeft dit invloed op het beschikbare saldo van dit fonds, waardoor SUN mogelijk geen nieuwe leningen kan verstrekken. Ongeveer een keer per twee jaar wordt een bedrag (€10.000,-) aan het Leenfonds gestort om het saldo aan te vullen.
Advies: Invoeren Er moet in beeld gebracht worden wat de effecten van deze maatregel zijn, en wat de alternatieven zouden kunnen zijn. In Papendrecht is er het Algemeen Sociaal Fonds Papendrecht (ASFP) dat aanvullend werkt op het aanbod van SUN Drechtsteden. Met ASFP of een andere lokale partij zou verkend kunnen worden of een vorm van een leenfonds past binnen haar aanbod.
Ombuigingsmaatregel 18 1. Opgave
Bestaanszekerheid versterken
2. Maatregel
Stoppen met buitenwettelijk begunstigend beleid bijzondere bijstand: Werken met afwijkende draagkracht- en toekenningsperiodes
16/37
Inhoudelijke toelichting maatregel Er wordt meestal gewerkt met een draagkracht- en toekenningsperiode van twaalf maanden, maar voor sommige doelgroepen of kostensoorten kan deze periode bewust langer worden vastgesteld. Dit kan zowel voor klanten als niet klanten worden toegepast. De draagkrachtperiode bedraagt 36 maanden bij doelgroepen met een vast laag inkomen (of onbepaalde tijd bij pensioen/AIO). De toekenningsperiode voor periodieke bijzondere bijstand loopt gelijk met die periode van 36 maanden gelijk, tenzij de kosten korter nodig zijn. Maatschappelijke impact Deze maatregel is prettig voor inwoners die jaarlijks dezelfde aanvraag moeten indienen. Bij langere toekenningen is dat niet meer nodig. Het beperkt de administratieve lasten van inwoners (en SDD). Impact dienstverlening Het heeft niet veel impact op de dienstverlening. Als het al impact heeft dan is die impact positief voor de inwoner. Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing Het invoeren van afwijkende draagkracht- en toekenningsperiodes kan leiden tot een besparing op de apparaatskosten. Wanneer inwoners niet langer jaarlijks een aanvraag hoeven in te dienen, neemt het aantal aanvragen af, waardoor consulenten minder aanvragen hoeven af te handelen. De totale besparing is afhankelijk van de concrete uitwerking van deze maatregel.
Een exacte berekening is mogelijk, maar niet op korte termijn. Advies: Invoeren: Deze maatregel vermindert de administratieve last voor zowel de inwoners als de consulent. Wel zouden we graag meer zicht hebben op de doelgroepen waarop dit van toepassing zou zijn. En ook wel effecten die dit heeft op de workload van de consulenten.
Ombuigingsmaatregel 19 1. Opgave
Bestaanszekerheid versterken
2. Maatregel
Ambtshalve verstrekken van het PMB
Inhoudelijke toelichting maatregel Met ingang van 1 januari 2027 biedt de Participatiewet de mogelijkheid om de individuele inkomenstoeslag (in de Drechtsteden: het Persoonlijk Minimabudget) ambtshalve te verstrekken. Nu is dat wettelijk nog niet toegestaan en moet iedere inwoner zelf een aanvraag indienen, terwijl de SDD op basis van bestaande gegevens al kan vaststellen wie recht heeft op de toeslag. Jaarlijks worden circa 6.400 aanvragen ingediend, waarvan 5.250 door inwoners met een bijstandsuitkering die aantoonbaar recht hebben. Het verwerken van deze aanvragen kost gemiddeld 30–45 minuten per aanvraag en legt daarmee onnodig beslag op de uitvoeringscapaciteit. Maatschappelijke impact De maatschappelijke impact van deze maatregel is hoog. Het is voor inwoners een hele prettige ervaring als zij automatisch krijgen waar ze recht op hebben. Dit kan gezien worden als een voorloper van proactieve dienstverlening. Waarbij aanvullend opgemerkt wordt dat inwoners deze regeling eens in de twaalf maanden kunnen aanvragen. Op het moment dat inwoners het vergeten aan te vragen dan schuift die datum op. Dit ondervang je eveneens door het ambtshalve te verstrekken. Impact dienstverlening De maatregel leidt tot een verbetering. Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing We verwachten dat de wijziging per saldo kostenneutraal uitvalt.
Door het nieuwe proces hoeven geen individuele aanvragen meer te worden afgehandeld, wat een aanzienlijke besparing in menselijk werk oplevert (geschat circa €200.000,- per jaar). Tegelijkertijd stijgt het bereik wat bijdraagt aan de doelstelling voor het bestrijden van armoede. Dit betekent dan wel dat de programmakosten stijgen doordat de toeslag voortaan ambtshalve wordt verstrekt. De uitvoeringsbesparing compenseren deze hogere uitgaven grotendeels. Omdat de huidige werkzaamheden worden uitgevoerd door medewerkers in vaste dienst, ontstaat de daadwerkelijke besparing pas op termijn, bijvoorbeeld bij natuurlijk verloop of wanneer medewerkers kunnen doorstromen naar functies waarvoor nu vacatures zijn. Advies: Invoeren Deze maatregel draagt bij aan het verhogen van het bereik van doe doelgroep met een
17/37
kleine beurs. Waarbij de hogere kosten worden gecompenseerd door lagere kosten in de uitvoering.
Ombuigingsmaatregel 20 1. Opgave
ONW
2. Maatregel
Loonkostenpremie uitbreiden
Inhoudelijke toelichting maatregel Loonkostenpremie is een financiële stimulans voor werkgevers om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in dienst te nemen en te behouden. Voor de inzet hiervan loopt momenteel een pilot onder mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Dit gaat om een forfaitaire loonkostensubsidie voor inwoners zonder indicatie voor banenafspraak of beschut werk voor een periode van 6 maanden. Deze inzet richt zich vooral op de doelgroep statushouders die doorgaans zeer graag aan het werk gaan maar juist vaak extra lang in de uitkering zitten. De pilot blijkt succesvol om hen naar werk te helpen. Voorgesteld wordt deze pilot minimaal met een jaar te verlengen en afhankelijk van de verdere resultaten nader te continueren en eventueel uit te breiden c.q. te verbreden. Maatschappelijke impact Met de pilot wordt het voor werkgevers aantrekkelijker om statushouders in dient te nemen, waarbij een eventuele lagere arbeidsproductiviteit door taalachterstand en/of (culturele) omgangsvormen tijdelijk worden gecompenseerd. De mogelijkheden voor de inwoner naar betaald werk en een duurzaam dienstverband worden hiermee vergroot. Dit verkort de uitkeringsduur. Impact dienstverlening Zowel naar de werkgevers als de inwoners wordt de ingezette dienstverlening vanuit de pilot gecontinueerd.
Het doortrekken van de pilot biedt tevens een handvat in de richting van verdere beleidsontwikkeling rond de inzet van duale trajecten waarbij de inzet vanuit de Wet inburgering 2021 en de Participatiewet kunnen worden gecombineerd. Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing De kosten van de loonkostenpremie bedragen per inwoners circa €10.000,-. Met de dekking van de kosten van de loonkostenpremie is al rekening gehouden in de meerjarenbegroting Participatie. Na de aanpassing van de inzet wordt de premie in de meeste gevallen toegekend bij het bieden van jaarcontracten. De daarbij bespaarde uitkeringslasten bedragen daarbij circa €19.000,-. Indien de inzet wordt verlengd op basis van 50 inwoners per jaar betekent dit een totale besparing van de jaarlijkse uitkeringslasten van €475.000,- (50 uitkeringen met geleidelijke instroom baan gedurende het jaar). Het biedt continuïteit van het plaatsen van uitkeringsgerechtigden op een vast contract. Dit rechtvaardigt de investering. Voor Papendrecht is de verwachte besparing €37.000,-. Advies: Invoeren De inzet van loonkostenpremie ten gunste van een doelgroep die door dit extra ondersteunend zetje sneller uit de uitkering raakt en zelfredzaam wordt door betaald werk vinden is een goede ontwikkeling. De pilot laat zien dat dit middel vruchten heeft afgeworpen.
De verwachte besparing is substantieel te noemen.
18/37
Ombuigingsmaatregel 21 1. Opgave
ONW
2. Maatregel
Baanbonus uitbreiden
Inhoudelijke toelichting maatregel De baanbonus is een financiële tegemoetkoming voor werkgevers die iemand met een afstand tot de arbeidsmarkt in dienst nemen of houden. Om het instrument baanbonus beter aan te sluiten op de inwoners in het bestand wordt voorgesteld om de urennorm voor de huidige baanbonus te verlagen naar 28 uur. Daarbij vindt in vrijwel alle gevallen volledige uitstroom uit de uitkering plaats. Ook wordt voorgesteld een nieuwe baanbonus in te stellen voor een urennorm van tussen de 27 en minimaal 16 uur. Enerzijds met bonusbedragen van €1.000,- bij een dienstverband van 6 maanden en anderzijds van €2.000,- bij 12 maanden. Aanpassing van de baanbonus stimuleert het gebruik t.o.v. de huidige situatie waardoor het beschikbare budget moet worden verruimd. Anderzijds worden met de aanpassing de uitkeringslasten via de BUIG gereduceerd. Maatschappelijke impact Inzet van de aangepaste baanbonus levert meer baanopeningen op voor de inwoners van de Drechtsteden die (nog) niet volledig in staat zijn uit te stromen naar een fulltimebaan. Het biedt meer mogelijkheden om gelijktijdig werkervaring op te doen en indien nodig, taalontwikkeling te stimuleren. Daarnaast blijft de GR Sociaal t.o.v. andere regio’s achter bij het aandeel parttime werkenden met een aanvullende uitkering. Deze maatregel draagt bij aan verbetering.
Impact dienstverlening Met de maatregel wordt zowel de kwaliteit van de dienstverlening naar de inwoner als de werkgevers in de regio verbeterd. Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing Door de aanpassing en verwachte toename van het gebruik moet het voor de baanbonus beschikbare budget van €40.000,- worden verhoogd tot €80.000,- Participatiemiddelen. De verwachting is dat er ongeveer 14 jaarcontracten en 28 halfjaarcontracten kunnen worden afgesloten wat resulteert in een geraamde afname van de uitkeringslasten (BUIG) van circa €285.000,- per jaar (afhankelijk van het aantal werkzame uren). Voor Papendrecht is de verwachte besparing €22.000,-. Advies: Invoeren De inzet van de baanbonus bij werkgevers ten behoeve van parttimewerk vinden wij positief. Het stimuleert werkgevers om parttimebanen aan te bieden en vergroot de kans dat inwoners in de bijstand, voor wie fulltime werken een brug te ver is, toch deels kunnen uitstromen en op die wijze mee kunnen doen. Het verlaagt ook het gemiddelde bijstandsbedrag. De potentiële besparing is redelijk substantieel te noemen.
19/37
Ombuigingsmaatregel 22 1. Opgave
Ontwikkelen naar Werk
2. Maatregel
Inzet Werk Ontwikkelpunt (WOP) voor uitvoering MAP
Inhoudelijke toelichting maatregel De uitvoering van de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) wordt momenteel op basis van aanbesteding uitgevoerd door een externe partij. De huidige overeenkomst kent een formele looptijd tot en met 31 december 2026 met een optie tot verlenging met 2 maal 1 jaar. De inhoudelijke invulling hiervan kent een overlap met het aanbod van het WOP voor de doelgroep statushouders. Overwogen kan worden om de uitvoering van de MAP volledig onder te brengen bij het Werk Ontwikkelpunt (WOP). Maatschappelijke impact Binnen de MAP wordt een oriëntatie geboden op werk en arbeidsmarkt in theorie en praktijk. De MAP is een verplicht onderdeel volgens de Wet inburgering en wordt aangeboden aan statushouders in de B1- en de Zroute en gezinsmigranten. Het biedt daarmee een koppeling met de uitvoering van de Participatiewet en vormt een eerste stap in de toeleiding naar betaald werk voor deze doelgroepen. Wenselijk is om alle verschillende initiatieven op dit vlak te bundelen binnen 1 uitvoerende organisatie, namelijk het WOP. Impact dienstverlening De oriëntatie op werk en arbeidsmarkt wordt momenteel vanuit een aantal verschillende organisaties geleverd, waardoor zowel situaties ontstaan van overleg als het vallen van hiaten.
Vanuit het oogpunt van zowel efficiëntie als doelmatigheid is het wenselijk om de inzet op dit vlak te stroomlijnen en zoveel mogelijk onder te brengen bij 1 organisatie om daarmee de kwaliteit van de dienstverlening naar de inwoners en in de richting van potentiële werkgevers. Inhoudelijke financiële toelichting (evt.) voorinvestering en verwachte besparing De financiering van de MAP vindt momenteel plaats vanuit de SPUK Wet inburgering. In 2025 gaat het daarbij om een bedrag van €240.000,- aan uitvoeringskosten. Indien de uitvoering hiervan bij het WOP wordt belegd kan de uitvoerende capaciteit (indicatief €180.000,- SPUK Wet inburgering) uit dit budget worden gefinancierd. De besparing kan worden ingeboekt zodra het WOP hiervoor gereed is (vandaar de besparing in 2027 en 2028 onder voorbehoud). Advies: overnemen Als de GR Sociaal de MAP zelf kan aan te bieden wordt per saldo dezelfde dienstverlening geboden, maar tegen een lager bedrag. Evenwel leidt dit niet tot directe besparing in de begroting omdat de kosten worden gedekt door de specifieke uitkering (SPUK) van het Rijk Tegelijkertijd ontstaat er wel ruimte om meer te doen op het onderwerp aangezien de kosten lager worden. Voorwaarde is wel dat deze uitbreiding van taken van het MAP niet strijdig is met de toekomstige plannen van Drechtwerk.