CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

RV Vastgoed- en Accommodatiebeleid GETEKEND.pdf

Raadsvergadering Papendrecht 28 september 2023, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 12: Vastgoed- en Accommodatiebeleid - Voorstel31.947 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

▪ ▪

▪

Voor sport en bewegen verwachten wij dat inwoners van Papendrecht, net als in de rest van Nederland, steeds meer ongeorganiseerde vormen van sporten en bewegen zullen kiezen (buiten verenigingsverband). Ook verwachten wij dat deze ontwikkeling minder effect zal hebben op de buitensport (en met name voetbal) en iets meer effect op de binnensport. Per saldo leidt dit tot een lagere behoefte aan de ‘traditionele’ sportaccommodaties voor binnen- en buitensport en een stijgende behoefte aan vormen van ongeorganiseerde sport. Voor cultuur en muziek verwachten wij dat de behoefte aan cultuur ook iets daalt, veroorzaakt door het dalende aantal inwoners. Voor sociaal-culturele activiteiten, welzijn en zorg zullen traditionele verenigingsactiviteiten iets aan populariteit inboeten, maar worden vervangen door ontmoeting, educatiev e activiteiten, dans, et cetera. Voor kinderopvang is het denkbaar dat de vraag vanaf 2025 zal toenemen omdat het kabinet het voornemen heeft kinderopvang vanaf dat jaar nagenoeg gratis te maken. Dat zou als gevolg kunnen hebben dat er meer locaties nodig zijn waar kinderopvang wordt aangeboden. De verwachte daling van het aantal leerlingen zou in dat verband mogelijk een kans zijn omdat het aannemelijk is dat de leegstand in scholen juist zal toenemen. De behoefte aan VVE-plaatsen lijkt stabiel te zijn, ook op de langere termijn.

De betaalbaarheid, vanuit het perspectief van de aanbieder, kan wel onder druk komen te staan door de plannen van het kabinet.

DE AARD VAN DE VRAAG/BEHOEFTE Wellicht nog veel belangrijker dan de veranderingen in de omvang van de vr aag/behoefte, zijn de veranderingen in de aard van de vraag/behoefte. Door veranderende wensen van de inwoners van Papendrecht en de ambities van gemeente en maatschappelijke partners (de maatschappelijke opgave) mag vooral een ‘domeinoverstijgende’ verandering worden verwacht. Naar verwachting zal steeds meer ingezet gaan worden op samengestelde activiteiten die een combinatie vormen van EINDRAPPORT

26/124

16 | 72

bewegen, cultuur, ontmoeten, sporten, welzijn en zorg. Dit veronderstelt dat accommodaties en hun beherende instellingen gezamenlijk dergelijke arrangementen gaan ontwikkelen en huisvesten. Ook verwachten we een verschuiving naar meer individuele vormen van vrijetijdsbesteding, bewegen en sporten, een groter beroep op de buitenruimten (voor bewegen, ontmoeten en sporten) en een verdere toename van het gebruik van het commerciële aanbod (bijvoorbeeld fitness).

3.8

UITGANGSPUNTEN VOOR HET NIEUWE BELEID

Gegeven de huidige ‘staat van de accommodaties’, de ontwikkeling en de conclusies hebben wij de volgende uitgangspunten geformuleerd voor het nieuwe Vastgoed- en Accommodatiebeleid en IHP: 1. Algemene uitgangspunten: a. Het centraal stellen van het versterken van samenhang, samenwerking en multifunctionaliteit in het accommodatiebeleid. b. Het versterken van de relatie tussen de inhoudelijke doelstellingen van de gemeente op het gebied van bewegen, cultuur, onderwijs, ontmoeting, welzijn en zorg en het accommodatiebeleid. c. Het inzetten van het accommodatiebeleid om de duurzaamheidsambities van de gemeente te realiseren. d. Uitgaan van toekomstbestendige oplossingen die gebruikers langjarige zekerheid bieden voor hun huisvesting. 2. Accommodatiebeleid, de volgende uitgangspunten in onderlinge samenhang: a. Het centraal stellen van de verbetering van de kwaliteit van de grote groep accommodaties die het einde van de technische levensduur heeft bereikt. b. Het oplossen van capaciteitsproblemen. c. Het streven naar logische, inhoudelijk samenhangende clusters van voorzieningen met gerichte keuzes voor enerzijds centraliseren of juist spreiden. Spreiding is vooral van belang voor scholen, kinderopvang en voorzieningen voor senioren. 3. Vastgoedbeleid: a. Uitgaan van gemeentelijk eigendom van accommodaties die cruciaal zijn voor het bereiken van de gemeentelijke doelstellingen. b.

Uitgaan van kostendekkende huren voor maatschappelijke accommodaties in combinatie met subsidies voor gebruikers vanuit het oogpunt van transparantie en marktconforme huren voor commerciële accommodaties. 4. Integraal Huisvestingsplan (IHP): a. Alle schoolgebouwen voor primair onderwijs in de gemeente op te waarderen naar Frisse School Klasse B voor wat betreft de thema's luchtkwaliteit en operationele temperatuur . b. Alle bestaande schoolgebouwen voor primair onderwijs vóór 2030 te transformeren naar minimaal BENG (= Bijna Energieneutraal). c. De capaciteit van een schoolgebouw met 200 m2 bruto vloeroppervlakte te verminderen als een ruimte in dat schoolgebouw is verhuurd voor het huisvesten van een peuterspeelzaal, buitenschoolse opvang of kinderopvang en het college voor deze verhuur vooraf toestemming heeft verleend.

EINDRAPPORT

27/124

17 | 72

4

ACCOMMODATIEBELEID

4.1

INLEIDING

Centraal in het accommodatiebeleid staan meer samenhang, samenwerking, verbetering van de kwaliteit en functionaliteit van de accommodaties en verduurzaming. In dit hoofdstuk worden de voorstellen beschreven om deze doelstellingen te bereiken. Het hoofdstuk start met de ingrepen die de meeste impact hebben, waarna de voorstellen met kleinere impact de revue passeren.

4.2

CULTUURCLUSTER

HET DOEL Verenigingen en instellingen met een maatschappelijke functie en vooral de sociaal-culturele en culturele verenigingen en instellingen zijn op dit moment gehuisvest in verschillende verouderde, niet functionele en niet duurzame accommodaties. Binnen deze accommodaties functioneren de verenigingen en instellingen min of meer op zichzelf. Dit terwijl samenhang en samenwerking geboden is. Voorgesteld wordt dan ook om een nieuwe accommodatie te realiseren waar de verschillende verenigingen en instellingen gezamenlijk en multifunctioneel worden gehuisvest. Een dergelijke ingreep zou een forse stap zijn naar een kwalitatief en multifunctioneel aanbod, naar samenhang en samenwerking en naar verduurzaming van het vastgoed. Voorgesteld wordt om dit ‘Cultuurcluster’ in de nabijheid van Theater de Willem te realiseren. Deze accommodatie zal huisvesting bieden aan repetitieruimte en muziekleslokalen (voor o.a. Excelsior en ToBe), aan dansactiviteiten, aan het Servicebureau voor Onderwijs en Cultuur (SOC), ontmoeting en creatieve en informatieve cursussen en bijeenkomsten. De gebiedsvisie voor dit gebied geeft de ruimtelijke kaders voor het Cultuurcluster aan. Door de onmiddellijke nabijheid van het Theater de Willem kan ook de samenwerking met dit theater worden gezocht. Deze ontwikkeling is geheel in lijn met de Businesscase Cultuur.

Gezien de compactheid van Papendrecht en de functie van deze accommodatie (cultuur, vrijetijdsbesteding) is één centrale accommodatie geen belemmering. De reisafstand is voor alle inwoners van Papendrecht acceptabel. DE ACCOMMODATIE Samen met de beoogde gebruikers van het Cultuurcluster hebben wij een ruimteprogramma opgesteld. Dat programma bevat alle ruimten en voorzieningen die nodig zijn om de maatschappelijke en culturele activiteiten van deze gebruikers goed te huisvesten. Dit ruimteprogramma zal de komende periode nog verder uitgewerkt moeten worden tot een voldragen programma van eisen, maar biedt u op dit moment inzicht in de aard en de omvang van het toekomstige Cultuurcluster. Het ruimteprogramma is opgebouwd uit een ‘ruggengraat’ van voorzieningen die in alle gevallen nodig zijn om de (sociaal)-culturele activiteiten te huisvesten. Daarnaast worden nog enkele opties geboden die als keuzemogelijkheid voorliggen. In de volgende tabel zijn de noodzakelijke ruimtes en de opties samengevat weergegeven.

EINDRAPPORT

28/124

18 | 72

Tabel 2: Globaal ruimteprogramma Cultuurcluster.

Rui m te

m²

Toel i chti ng

Ontmoeten

275

Centrale ontmoetingsruimte voor de gemeentelijke kerntaak ontmoeting

Muziek/dans

545

Multifunctionele ruimten voor muziekles, repetities en uitvoeringen, maar ook grote vergaderingen, bridge, e.d.

Cursussen/creativiteit

220

Ruimten voor vergaderen, cursussen, waaronder vuil- of lawaai producerend

Opslag en beheer

250

Opslag voor gebruikers, voor beheer en kantoor

Ondersteunende ruimten

205

Toiletten, werkruimten en gangen

Subtota a l

1.495

Rug g eng ra a t

Opti es Danszaal

95

RTV Papendrecht

120

Suppord

120

Subtota a l

335

Als optie omdat het Sportcentrum een dergelijke ruimte bevat

Huiskamer/ontmoetingsruimte voor jeugd/jongeren

DE INVESTERING Realisatie van een Cultuurcluster brengt vanzelfsprekend een forse investering met zich mee. In de volgende tabel is dat inzichtelijk gemaakt. De tabel bevat de stichtingskosten en de vertaling naar structurele lasten voor de gemeente. De structurele lasten bestaan uit kapitaallasten (rente en afschrijving), de kosten voor groot onderhoud en het eigenaarsdeel van verzekeringen, belastingen en heffingen. De stichtingskosten zijn gebaseerd op het huidige prijspeil en exclusief BTW. Tabel 3: Stichtingskostenraming Cultuurcluster.

Rug g eng ra a t

Opti es

€ 5.610.000

€ 1.240.000

Kapitaallasten

€ 205.000

€ 45.000

Groot onderhoud

€ 60.000

€ 13.000

Verzekeringen/belastingen/heffingen

€ 18.000

€ 4.000

Tota a l

€ 283.000

€ 62.000

Sti chti ng s kos ten

Structurel e l a s ten

EFFECT OP ACCOMMODATIEAANBOD De realisatie van het Cultuurcluster leidt er direct toe dat de gemeente afscheid kan nemen van een aantal verouderde accommodaties. Deze accommodaties/locaties kunnen vervolgens worden herontwikkeld. In dit rapport hebben wij geen voorschot genomen op eventuele herontwikkelingsopbrengsten. In de volgende tabel zijn deze accommodaties/locaties weergegeven.

EINDRAPPORT

29/124

19 | 72

Tabel 4: Overzicht af te stoten accommodaties na realisatie Cultuurcluster.

V oorz i eni ng s ector

A dres

G ebrui ker( s )

Danszaal

P.J. Troelstrastraat 100

Dansstudio 2Move & Wasko

142

Danszalen

Schoorweg 6

Bounce

450

Muziekgebouw

Rembrandtlaan 206

Excelsior & ToBe

710

Cursusgebouw

Vondellaan 158

Volksuniversiteit

415

Ontmoeting

Goudenregenstraat 17

Seniorenbond en countrydance

180

De Kooyker wijkgebouw P. Zeemanlaan 37a

Wijkvereniging De Kooy

156

Radio en TV

RTV Papendrecht

250

Schoorweg 6a

Tota a l

Oppervl a kte i n m ²

2.303

De accommodaties die aan het gebruik onttrokken kunnen worden, hebben tezamen een oppervlak van circa 2.300 m². Daarnaast kan het Cultuurcluster ook de gebruikers huisvesten van enkele accommodaties die geen gemeentelijk eigendom zijn. Het zijn het Denksportcentrum en De Palm. De gebruikers van deze accommodaties kunnen hun activiteiten ook onderbrengen in het Cultuurcluster. Kortom, er wordt een serieuze stap gezet in het opheffen van de versnippering, in kwaliteitsverbetering en in multifunctionaliteit. Het behoeft nauwelijks betoog dat ook op het gebied van duurzaamheid een grote stap wordt gezet. VERSCHIL MET DE HUIDIGE KOSTEN In tabel 3 is weergegeven welke structurele kosten de realisatie van het Cultuurcluster met zich mee zal brengen. Met dit project is ook nagegaan wat de huidige en te verwachten kosten zijn voor instandhouding van de accommodaties die overbodig worden en waarvoor het Cultuurcluster vervangende huisvesting biedt. Deze huidige en te verwachten kosten zijn in de volgende figuur weergegeven. Daarbij is onderscheid gemaakt naar: ▪

De kosten zoals op dit moment opgenomen in de gemeentebegroting. Al eerder in dit rapport is vermeld dat de gemeentebegroting geen reeel beeld geeft van de kosten indien de levensduur van de accommodaties nog met 15 tot 20 jaar moet worden verlengd. In dat geval moet rekening worden gehouden met: ▪ Extra kosten voor groot onderhoud. ▪ Kosten voor renovatie en indien nodig aanpassingen als gevolg van wet- en regelgeving (bijvoorbeeld arbo en toegankelijkheid). Voor een aantal accommodaties geldt dat – indien de levensduur substantieel moet worden verlengd– renovatie moet plaatsvinden, bovenop het grote onderhoud. ▪ Kosten voor verduurzaming. De gemeente heeft immers de ambitie om te verduurzamen.

EINDRAPPORT

30/124

20 | 72

Figuur 8: Huidige en toekomstige instandhoudingskosten accommodaties die kunnen worden afgestoten bij realisatie Cultuurcluster.

Uit de figuur blijkt dat de kosten voor instandhouding – zoals opgenomen in de gemeentebegroting – circa € 55.000,-- bedragen. Als de levensduur van de accommodaties nog met 15 tot 20 jaar moet worden verlengd, dan nemen de structurele kosten met ruim € 250.000,-- toe. In dat geval moet rekening worden gehouden met € 307.000,-- aan structurele kosten. Realisatie van het Cultuurcluster leidt tot € 283.000 aan structurele kosten (de ruggengraat) en € 345.000 inclusief de opties. Deze becijfering is nog zonder de mogelijke opbrengsten van herontwikkeling van de locaties van gebouwen die afgestoten kunnen worden. OVERIGE ASPECTEN De volgende onderwerpen zijn ook van belang voor het Cultuurcluster: ▪

▪

▪

Het lijkt ruimtelijk niet mogelijk om het Cultuurcluster bouwkundig te koppelen aan Theater de Willem. De toekomstige gebruikers van het Cultuurcluster en het theater hebben een sterke voorkeur om de beide gebouwen wel te koppelen. In dat geval kan bijvoorbeeld gekomen worden tot een gezamenlijke ontmoetingsruimte/horecavoorziening (exploitatievoordelen) en gezamenlijke ondersteunende ruimten. Het spreekt voor zich dat – bij koppeling van beide gebouwen – de onderlinge samenwerking en gedeeld ruimtegebruik beter uit de verf zullen komen. Mocht een bouwkundige koppeling niet tot de mogelijkheden behoren, dan zal het Cultuurcluster in de directe nabijheid van Theater de Willem worden gerealiseerd. Dit houdt in dat een foyer/ontvangst/ontmoetingsruimte moet worden gerealiseerd aan het theater. Gegeven de plannen rond de Willem de Zwijgerschool kan dit – net als in de huidige situatie – gecombineerd worden met de kantineruimte van de school. Het Cultuurcluster moet worden beheerd en geëxploiteerd. Deze taak is dermate omvangrijk en complex dat deze niet kan worden overgelaten aan de individuele gebruikers. Het aantal openingsuren en de bedrijfsdrukte (bezetting en bezoekers) zullen zodanig zijn dat alleen vrijwilligers van de gebruikers deze taak niet aankunnen.

Het beheer en exploitatie (verhuur van de zalen, schoonmaak, toezicht, klein onderhoud, et cetera) zal dus bij een beherende instelling neergelegd moeten worden. Daarbij ligt het voor de hand dat deze taak wordt neergelegd bij de Recreatie en Cultuur B.V. Argumenten zijn: ▪ De Recreatie en Cultuur B.V. beschikt over de kennis en ervaring om deze taak uit te voeren. De B.V. beheert en exploiteert immers ook Theater de Willem en het Sportcentrum. ▪ Als het theater en het cultuurcluster door dezelfde instelling worden beheerd en geëxploiteerd optimaliseert dat de mogelijkheden voor samenwerking, afstemming en het delen van voorzieningen. Het spreekt voor zich dat – net als het ruimteprogramma – de beheervorm en de wijze van exploiteren de komende periode samen met de toekomstige gebruikers wordt uitgewerkt (taakverdeling, zeggenschap gemeente en gebruikers, et cetera).

EINDRAPPORT

31/124

21 | 72

4.3

EEN EXTRA SPORTHAL VOOR PAPENDRECHT

HET DOEL Binnen Papendrecht bestaat een scheve balans tussen sporthallen enerzijds en gymzalen anderzijds. Idealiter wordt het aanbod van gymzalen verminderd en wordt het aanbod van sporthallen uitgebreid met één sporthal extra. Op die manier kunnen, naast het bewegingsonderwijs, ook alle activiteiten van de binnensportverenigingen goed worden gehuisvest. De plannen rond de nieuwbouw van Willem de Zwijger bevat ook binnensportaccommodatie voor het bewegingsonderwijs. In deze plannen wordt al ingezet op multifunctionele inzetbaarheid van deze binnensportaccommodaties. Met het project Vastgoed- en Accommodatiebeleid is de wenselijkheid van de multifunctionele inzetbaarheid nog eens bevestigd. Voorgesteld wordt dat – bij de verdere planontwikkeling van Willem de Zwijger - uitgegaan wordt van één sporthal, als alternatief voor 3 gymzalen die tot voor kort nog onderdeel van de plannen uitmaken. Realisatie van één sporthal in plaats van drie gymzalen leidt tot een extra investering (één sporthal is duurder dan 3 gymzalen), maar direct ook tot het opheffen van het capaciteitstekort van sporthallen in Papendrecht. DE ACCOMMODATIE Ook voor de sporthal hebben wij een ruimteprogramma opgesteld. We gaan uit van een volwaardige sporthal die geschikt is voor alle zaalsporten en competities en het bewegingsonderwijs.

De sporthal is splitsbaar in drie delen, zodat bewegingsonderwijs kan plaatsvinden voor drie klassen tegelijkertijd. In bijlage 4 is het ruimteprogramma weergegeven. Totaal betreft het een sporthal met een bruto vloeroppervlak van circa 2.500 m². DE INVESTERING Wij hebben een raming opgesteld van de te verwachten kosten voor realisatie van een sporthal. In de volgende tabel is die raming weergegeven. De tabel bevat de stichtingskosten en de vertaling naar structurele lasten voor de gemeente. De structurele lasten bestaan uit kapitaallasten (rente en afschrijving), de kosten voor groot onderhoud en het eigenaarsdeel van verzekeringen, belastingen en heffingen. De tabel bevat de kosten voor de sporthal. Ook laat de tabel zijn wat de meerkosten zijn van een sporthal ten opzichte van de eerder geplande 3 gymzalen. De stichtingskosten zijn gebaseerd op het huidige prijspeil en exclusief BTW. Tabel 5: Stichtingskosten sporthal en meerkosten ten opzichte van 3 gymzalen.

Sportha l Sti chti ng s kos ten

€

6. 650.000

Meerkos ten t. o.v. 3 g ym z a l en €

2.050.000

Structurel e l a s ten Kapitaallasten

€

191.000

€

59.000

Groot onderhoud

€

80.000

€

20.000

Verzekeringen/belastingen/heffingen

€

21.000

€

7.000

Tota a l

€

292.000

€

86.000

Uit de tabel blijkt dat realisatie van een sporthal in plaats van 3 gymzalen € 86.000,-- aan structurele meerkosten met zich meebrengt. Daarbij moet worden opgemerkt dat in deze tabel nog geen rekening

EINDRAPPORT

32/124

22 | 72

is gehouden met extra inkomsten. Een sporthal zal in de avonduren veelvuldig worden gebruikt door verenigingen. Dat brengt meer huurinkomsten met zich mee dan bij 3 gymzalen. Verderop in deze paragraaf wordt hier nader op ingegaan. EFFECT OP ACCOMMODATIEAANBOD Realisatie van een sporthal, in combinatie met de overige plannen rondom de VO-scholen, leidt ertoe dat de gemeente afscheid kan nemen van twee verouderde gymzalen. Dat zijn: Tabel 6: Overzicht af te stoten accommodaties na realisatie Sporthal.

V oorz i eni ng s ector

A dres

G ebrui ker( s )

Molenvliet gymzaal

Stellingmolen 182

Basisonderwijs en verenigingen

De Kooy gymzaal

P. Zeemanlaan 39

TTVP en Taekwondo

Voor de Stellingmolen betekent dit dat de gymlessen van De Leilinde en Prins Constantijn gehuisvest moeten worden in het sportcentrum, gezien de norm voor loopafstand. Het ligt voor de hand om uren van IKC Beatrix, OBS de Viermaster en/of OBS Anne Frank dan onder te brengen in de nieuw te realiseren sporthal, om ruimte vrij te spelen in het sportcentrum voor de Leilinde en Prins Constantijn. Kortom de capaciteit is er (ook in de toekomst), maar de verdeling naar zalen zal nader ingevuld moeten worden. Verder geldt dat ook het gebruik van accommodaties die geen eigendom zijn van de gemeente kan worden overgeheveld naar de sporthal. Het betreft het gebruik van HV DES en De Olympiaan. VERSCHIL MET DE HUIDIGE KOSTEN In tabel 5 is weergegeven welke structurele extra kosten de realisatie van een sporthal met zich mee zal brengen. Echter, realisatie van een extra sporthal leidt ook tot besparingen en/of extra inkomsten, te weten: ▪

De gemeente maakt kosten voor de instanhouding van de gymzalen Molenvliet en De Kooy. Deze accommodaties kunnen aan het gebruik worden onttrokken. Ook voor beide gymzalen geldt dat de gemeentebegroting geen reëel beeld geeft van de kosten indien de levensduur van de accommodaties nog met 15 tot 20 jaar moet worden verlengd (in dat geval extra kosten voor onderhoud, renovatie en verduurzaming).

Figuur 9: Huidige en toekomstige instandhoudingskosten gymzalen die kunnen worden afgestoten bij realisatie extra sporthal.

EINDRAPPORT

33/124

23 | 72

▪

De sporthal zal in de avonduren en weekenden gebruikt gaan worden door de sportverenigingen in Papendrecht. Wij verwachten een gebruik van circa 800 uren per jaar. Dat brengt circa € 40.000,-aan huurinkomsten met zich mee.

OVERIGE ASPECTEN De volgende onderwerpen zijn nog van belang voor de extra sporthal: ▪

▪

In het ruimteprogramma voor de nieuwe sporthal is een ontmoetingsruimte/horeca opgenomen bij de sporthal. Daarbij is geen voorschot genomen over het eventueel combineren van deze horeca met bijvoorbeeld Theater de Willem en/of Cultuurcluster. Indien een dergelijke koppeling mogelijk is, dan kan dat leiden tot lagere investeringen (maximaal € 430.000,-- lager). Het programma voor bewegingsonderwijs in Willem de Zwijger bestaat uit meer dan alleen een sporthal. Er wordt ook nog voorzien in een gymzaal. Wij stellen voor om geen traditionele gymzaal te realiseren, maar een eigentijdse beweegvoorziening (binnen en buiten). Een dergelijke voorziening is uitermate geschikt voor modern bewegingsonderwijs, maar ook multifunctioneel inzetbaar voor andere gebruikers, waaronder senioren en jeugd. Een dergelijke eigentijdse beweegvoorziening leidt niet noodzakelijkerwijs tot meerkosten. In de volgende figuur treft u enkele voorbeelden aan.

▪

Ook voor de sporthal geldt dat deze beheerd en geexploiteerd moet worden. Gegeven het feit dat de sporthal ook in de avonduren en weekenden gebruikt zal worden, ligt het niet voor de hand dat de school deze hal beheert en exploiteert. De Recreatie en Cultuur B.V. ligt meer voor de hand als beherende partij.

4.4

EÉN CENTRALE LOCATIE VOOR INFORMATIE EN MAATSCHAPPELIJKE HULP- EN DIENSTVERLENING

HET DOEL De maatschappelijke hulp- en dienstverlening (welzijn, werk, wonen en zorg) is op dit moment versnipperd over meerde loketten. Gezien de verhuizing van de bibliotheek doet zich de kans voor om meerdere van deze loketten te clusteren tot één samenhangend punt voor maatschappelijke informatie-, hulp- en dienstverlening. In dat geval zouden meerdere maatschappelijke instellingen gehuisvest kunnen worden, in samenhang met Sterk Papendrecht. EINDRAPPORT

34/124

24 | 72

DE ACCOMMODATIE De accommodatie aan de Veerweg 125-127 biedt momenteel huisvesting aan Sterk Papendrecht, Jong JGZ en Stichting Jeugdteams ZHZ. Sterk Papendrecht heeft de wens om uit te breiden aan de Veerweg en afstand te doen van de (vergader)ruimte in De Spil. Er is behoefte aan een multifunctionele ruimte voor vergaderingen en workshops/trainingen. Daarnaast ziet Sterk Papendrecht in Woonkracht10 een interessante partijen om aan te haken bij ‘de’ locatie voor informatie en maatschappelijke hulp- en dienstverlening. Voor Woonkracht10 is er behoefte aan flexplekken, waarbij er 1 dagdeel per week een vergadering met circa 6 personen plaatsvindt. Hiervoor lijkt de wenselijke multifunctionele ruimte al een uitkomst. In de volgende tabel is een globaal ruimteprogramma weergegeven met de vierkante meters per partij en de wensen/kansen om huidige leegstand met een maatschappelijke meerwaarde in te vullen. Tabel 7: Mogelijke uitbreiding voor het “informatiecluster maatschappelijke hulp- en dienstverlening”, uitgesplitst naar m2.

Org a ni s a ti e

Bruto vloeroppervlak i n m 2

G eves ti g d a a n de V eerweg Sterk Papendrecht

411

Careyn (Jong JGZ)

333

Stichting Jeugdteams ZHZ

179

Opti oneel / wens MF ruimte

60

Woonkracht10

10*

* flexplekken Met de verhuizing van de bibliotheek is er circa 750m² ruimte ‘vrijgespeeld’. Uit de vorige tabel blijkt dat er circa 70 m² extra vloeroppervlak nodig is. DE INVESTERING De realisatie van de uitbreiding naar één centrale locatie voor informatie en maatschappelijke hulp- en dienstverlening, vraagt nauwelijks investeringen, maar brengt wel kosten met zich mee. Er worden immers vierkante meters maatschappelijk verhuurd (waarvan de kosten uiteindelijk bij de gemeente terecht komen). Deze vierkante meters kunnen ook worden verhuurd aan commerciële- of zorgpartijen. In de volgende tabel is een overzicht van de huurkosten weergegeven op basis van de vierkante meters zoals in de vorige tabel. Tabel 8: Huurprijzen per jaar uitgesplitst naar maatschappelijk en (schatting) commercieel tarief.

Opti oneel / wens

m2

m a a ts cha ppel i j k

Com m erci eel

MF ruimte

60

€ 8.500

€ 10.625

Woonkracht10

10

€ 1.500

€ 1.875

Uit de vorige tabel blijkt dat de jaarlijkse huurprijzen voor de multifunctionele ruimte en flexplekken op circa 10.000,-- uitkomen. Voor de multifunctionele ruimte zijn dit extra (nieuwe) kosten, voor Woonkracht10 kan de jaarlijkse huurprijs wel als extra inkomsten worden gezien. Wanneer de 70m2 commercieel wordt verhuurd levert dit jaarlijks ongeveer 12.500,-- aan huurinkomsten op.

EINDRAPPORT

35/124

25 | 72

KANTTEKENINGEN Het pand aan de Veerweg betreft een courant pand. Het is verstandig om snel keuzes te maken voor de invulling van de vrije vierkante meters. Geïnteresseerde partijen staan in de wacht en er kunnen geen huurinkomsten worden opgestreken.

4.5

GESPREIDE VOORZIENINGEN VOOR SENIOREN

Het is al vaker vermeld, maar ook Papendrecht krijgt te maken met een groeiende groep senioren. Naar verwachting zal het merendeel van de senioren vitaal zijn en blijven. Er mag echter ook worden uitgegaan van een groeiende groep minder vitale senioren in een kwetsbare positie. Voor deze laatste groep is het wenselijk dat – in de directe nabijheid van de woonomgeving – voorzieningen aanwezig zijn voor ontmoeten, bewegen en vitaliteit. Voorgesteld wordt om uit te gaan van dergelijke voorzieningen door middel van medegebruik van bestaande accommodaties, door hergebruik van leegstand in basisscholen, medegebruik van sportkantines of andere voorzieningen. SENIOREN PER WIJK We hebben een uitgebreide analyse op wijk en buurtniveau gedaan waar de senioren momenteel, en in de nabije toekomst, woonachtig zullen zijn. In zijn algemeenheid geldt dat in vrijwel alle wijken van Papendrecht op termijn grote groepen ouderen woonachtig zullen zijn, met uitzondering van de wijk Oostpolder. Vanzelfsprekend is het aandeel 65 plussers het hoogste in de wijken waar de seniorenwooncomplexen gevestigd zijn. In bijlage 5 is een gedetailleerd overzicht per wijk weergegeven. TYPE VOORZIENINGEN Verschillende type voorzieningen kunnen een functie vervullen voor de groeiende groep senioren. Denk hierbij aan laagdrempelige activiteiten voor bewegen en ontmoeten.

We hebben in kaart gebracht welke accommodaties – met behulp van een goede programmering – een brede maatschappelijke functie kunnen vervullen. In de volgende figuur is inzichtelijk gemaakt waar de verschillende type voorzieningen te vinden zijn. Figuur 10: Aanbod aan voorzieningen (na afstoten accommodaties volgens het accommodatiebeleid) die een breed maatschappelijke functie kunnen vervullen.

Uit de vorige figuur is op te maken dat er relatief veel voorzieningen zijn die kansen bieden om een maatschappelijke functie te vervullen specifiek voor (kwetsbare) senioren. De accommodaties met de functie ‘ontmoeten’ zijn hier expliciet op ingericht.

EINDRAPPORT

36/124

26 | 72

De vorige figuur laat ook zien dat er in de wijk Wilgendonk een witte vlek zichtbaar is. De Espenhof is een relatief kleine ruimte binnen een seniorencomplex en biedt in de toekomst te weinig mogelijkheden voor de groeiende groep senioren. Opgemerkt dient te worden dat in Wilgendonk verreweg de meeste inwoners momenteel tussen de 45 en 65 jaar oud zijn. Aangenomen mag worden dat de grootste groep inwoners de komende jaren mobiel genoeg is om gebruik te maken van diverse voorzieningen. Papendrecht is immers een compacte gemeente. SAMENVATTEND Indien de gemeenteraad akkoord gaat met het accommodatiebeleid ontstaat er geen tekort aan voorzieningen voor (kwetsbare) senioren. Sterker nog er blijven veel voorzieningen over die een breed maatschappelijke functie kunnen vervullen. Op de lange termijn ontstaat er wel een uitdaging in de wijk Wilgendonk. Momenteel is het gros van de inwoners in deze wijk nog geen 65+, maar is er een tekort aan seniorenvoorzieningen voor bewegen en ontmoeten. PROGRAMMERING EN BEHEER De samenvattende opmerkingen laat onverlet dat er ‘werk aan de winkel’ is. Alhoewel er op termijn voldoende voorzieningen lijken te zijn, blijft er een uitdaging op het gebied van programmering en beheer. Voor de niet-vitale senioren zal – gespreid over de gemeente – een specifieke programmering van activiteiten nodig zijn.

Ook zullen op sommige locaties aanvullende oplossingen moeten worden aangeboden voor beheer.

4.6

JEUGD EN JONGEREN

Ondanks dat Papendrecht de komende jaren vergrijst en krimpt blijft de maatschappelijk opgave om jeugd en jongeren zo gezond, veilig en kansrijk mogelijk te laten opgroeien van kracht. Diverse partijen spelen hierin een belangrijke rol, denk aan: Sterk Papendrecht, Jong JGZ, Stichting Jeugdteams, Suppord jeugd- en jongerenwerk en Woonkracht10. Naast de bestaande voorzieningen voor Jeugd en Jongeren aan de Veerweg en de Boeieraak (Suppord) kan het totale aanbod aan voorzieningen (exclusief de buitenruimte), zoals in de vorige paragraaf weergegeven, in meer of mindere mate ook een rol spelen voor opgaves rondom jeugd en jongeren. De Boeieraak In het pand aan de Boeieraak 1-3 is Stichting Hart voor IQ (Haviq) tezamen met Suppord jeugd- en jongerenwerk gevestigd . Haviq is een stichting die zich richt op hoogbegaafde kinderen. De stichting huurt kantoor- en praktijkruimte van de gemeente Papendrecht en behoeft geen gemeentelijke subsidie voor de uitvoering van haar taken. Suppord jeugd en jongerenwerk zet zich in voor inwoners tussen 6 en 21 jaar. De jeugd - en jongerenwerkers geven gratis preventievoorlichting, advies en coaching/hulp op allerlei onderwerpen waar jeugd en jongeren mee (kunnen) worstelen. Momenteel is het jeugd- en jongerenwerk geaccommodeerd in een wijk waar de maatschappelijke opgave voor jeugd en jongeren in mindere mate van toepassing is.

Een centrale plek in Papendrecht zal de functie van het jeugd- en jongerenwerk beter passen. Met dit gedachtegoed is Suppord ook als optie opgenomen in het multifunctionele cultuurcluster, waarbij voorgesteld wordt om een klein gedeelte strikt voor Suppord te reserveren om een veilige omgeving te creëren voor jongeren met gedragsproblematiek. Bij een verplaatsing van Suppord geldt dat minder vierkante meters dan de huidige situatie leidt tot minder kosten. De huidige vierkante meters van Suppord aan De Boeieraak kunnen bij verhuizing (commercieel) verhuurd worden. Denk hierbij voor 286 m2 aan huurinkomsten van ruim 50.000,-- per jaar.

EINDRAPPORT

37/124

27 | 72

4.7

OVERIGE

In Papendrecht zijn ook accommodaties gevestigd die in meer of mindere mate een bijdrage leveren aan de sociaal maatschappelijke- en sportieve opgave. Het gaat hierbij om: RTV Papendrecht De redactie van RTV Papendrecht spant zich in om Papendrechters te voorzien van nieuws uit en over Papendrecht en omstreken. RTV Papendrecht wordt financieel gesteund door de gemeente, maar de hele organisatie bestaat uit vrijwilligers die onbetaald hun diensten verlenen. De huidige licentie van de omroep loopt tot 2025. Momenteel wordt een verhuizing intern verkend bij de gemeente Papendrecht. Wij hebben de huisvesting van RTV Papendrecht als optie meegenomen in het cultuurcluster. Door de diverse multifunctionele ruimtes zijn er minder vierkante meters nodig dan momenteel het geval is voor RTV Papendrecht. Dansscholen In Papendrecht zijn een tweetal dansscholen te weten: Sport- en dansstudio Bounce en Dans- en ontspanningsstudio 2MOVE. Sport- en dansstudio Bounce heeft inmiddels een nieuwe accommodatie gevonden. Dans- en ontspanningsstudio 2MOVE is momenteel nog gevestigd in een gemeentelijk pand die op korte termijn gesloopt wordt. Dans- en ontspanningsstudio 2MOVE is zelf aan zet voor adequate huisvesting. In het Sportcentrum is een danszaal aanwezig die gehuurd kan worden (waarbij het onderwijs en verenigingen voorrang krijgen).

Hetzelfde geldt voor de te verwachte beschikbare ruimte in het cultuurcluster, waar mogelijkerwijs ook gedanst kan worden. Herstructurering Kraaihoek Zoals eerder vermeld is in de wijk Kraaihoek onlangs een herstructureringsproject van start gegaan. Woonkracht10 geeft aan ruimte te reserveren voor het realiseren voor een- of meerdere ontmoetingsplekken in de wijk passend bij de sociaal maatschappelijke opgave voor Papendrecht. De realisatie van eventuele voorzieningenplekken moet nog wel handen en voeten krijgen in samenspraak met stakeholders zoals Sterk Papendrecht en de gemeente Papendrecht.

4.8

SAMENVATTEND

Als de gemeenteraad akkoord gaat met de voorstellen die in dit hoofdstuk zijn gedaan, mogen de volgende effecten worden verwacht: ▪

▪ ▪

De samenhang en multifunctionaliteit van het accommodatieaanbod in Papendrecht wordt sterk verbeterd. Daarmee creëert de gemeente de randvoorwaarden voor samenwerking tussen de verenigingen en instellingen. De versnippering in het accommodatieaanbod wordt sterk teruggebracht. Een groot aantal, kleinere en nauwelijks functionele accommodaties wordt aan het gebruik onttrokken. De gemeente zet een stevige stap in de verduurzaming van het accommodatieaanbod. Een grote hoeveelheid niet duurzame accommodaties wordt vervangen door enkele nieuwe, duurzame accommodaties.

In de volgende tabel zijn alle voorstellen nog eens samengevat weergegeven.

EINDRAPPORT

38/124

28 | 72

Tabel 9: De voorstellen samengevat.

N i euw/toevoeg i ng

Onttrekken/herontwi kkel en

A ccom m oda ti es

m²

A ccom m oda ti es

m²

Cultuurcluster

1.500

2 Move

140

Opties

330

Bounce

450

Excelsior/To Be

710

Volksuniversiteit

420

Seniorenbond

180

De Kooy

160

RTV Papendrecht

250

CU LTU U R EN W ELZ IJ N Gemeentelijk

Subtotaal

1.830

Niet gemeentelijk

2.310

Denksport

650

De Palm

800

Subtotaal

1.450

TOTA A L

1.830

3.760

BIN N EN SPORT Gemeentelijk

Sporthal

Subtotaal

750*

GZ Molenvliet

510

GZ De Kooy

500

750

Niet gemeentelijk

Subtotaal

1.010

HV DES

160

Olympiaan

500 660

TOTA A L

750

1.670

70

0

TOTA A L

70

0

TOTAAL MAATSCHA PPELIJ KE V OORZ IEN IN G EN

2.650

5.430

HU LP- EN DIENSTV ERLEN IN G Gemeentelijk

EINDRAPPORT

Cluster veerweg

39/124

29 | 72

5

INTEGRAAL HUISVESTINGSPLAN (IHP) PRIMAIR ONDERWIJS

5.1

INLEIDING

Dagelijks volgen rond de 2.700 kinderen (speciaal) basisonderwijs in de gemeente Papendrecht. Dat onderwijs wordt gegeven op 14 locaties, verspreid over de gehele gemeente. Een aantrekkelijk, veilig en gezond gebouw dat voldoende ruimte biedt, is daarbij een belangrijke randvoorwaarde. De instandhouding van de schoolgebouwen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de schoolbesturen en de gemeente. In een Integraal Huisvestingsplan (hierna: IHP) beschrijven de schoolbesturen en de gemeente het gezamenlijke perspectief voor de schoolgebouwen. In dit hoofdstuk is dat IHP beschreven. Dit IHP bevat scenario’s die de gemeente en de schoolbesturen in het (speciaal) basisonderwijs samen verder kunnen uitwerken opdat er sprake is van kwantitatief en kwalitatief goede onderwijshuisvesting voor alle scholen. Voor wat betreft de fasering wordt er een onderscheid gemaakt tussen scenario’s die op korte termijn zouden moeten worden uitgewerkt (2023 – 2026) en scenario’s voor de langere termijn (2027 – 2034). Voor alle scenario’s worden de financiële consequenties inzichtelijk gemaakt. Daarmee heeft dit IHP een scope van 12 jaren waarbij er eens in de vier jaar een herijking plaatsvindt.

5.2

TERUGBLIK IHP 2013 - 2022

Om een terugblik op het IHP 2013 – 2022 goed te kunnen duiden, is het goed om inzicht te geven in de algemene kenmerken van het scholenbestand in Papendrecht. Zoals eerder gesteld zijn de scholen verspreid over 14 locaties. Eén daarvan is de locatie Lindenzoom, waar enkele noodlokalen staan ten behoeve van basisschool Prins Floris. De overige 13 locaties zijn reguliere, permanente, schoolgebouwen. Van die 13 schoolgebouwen zijn er 4 in deze eeuw gerealiseerd. Deze vier schoolgebouwen (i.c. IKC Beatrix, OBS De Viermaster, ’t Kofschip en CKC Prins Floris locatie Zuidkil) komen logischerwijs niet in aanmerking voor renovatie of vervanging, niet in het huidige IHP maar ook niet in het vorige IHP. Op grond van het IHP 2013 – 2022 zijn 7 schoolgebouwen gerenoveerd. Dat is ook duidelijk zichtbaar geworden bij een eerste (virtuele) rondgang langs de scholen waaruit is gebleken dat de basis van de gebouwen, op een uitzondering na, op orde is.

5.3

VO-SCHOLEN PROJECT

Papendrecht beschikt over twee VO-scholen, te weten het Willem de Zwijger College en Christelijke Scholengemeenschap De Lage Waard. De gebouwen zijn verouderd en het leerlingaantal is de afgelopen jaren gedaald. Deze ontwikkelingen waren de aanleiding voor een haalbaarheidsstudie naar de (on)mogelijkheden van herontwikkeling op een tweetal locaties. De haalbaarheidsstudie is eind 2021 afgerond en eind 2022 is er een stedenbouwkundige visie opgesteld. Momenteel wordt op basis hiervan een stedenbouwkundig plan ontworpen. Het is goed te benoemen dat het voorliggende IHP louter betrekking heeft op het primair onderwijs. In die zin staat het VO-scholen project volledig los van het IHP.

5.4

LOKALE EN WETTELIJKE KADERS

5.4.1 WETGEVING De basis voor regelgeving over huisvesting van scholen in het primair en voortgezet onderwijs is vastgelegd in de Wet op het Primair Onderwijs (WPO) en de Wet Voortgezet Onderwijs 2020 (WVO 2020). Deze wetten verplichten de gemeente om te zorgen voor adequate huisvesting. De regels die in acht moeten worden genomen zijn uitgewerkt in de ‘verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Papendrecht (2015)’.

EINDRAPPORT

40/124

30 | 72

5.4.2 ZORGPLICHT GEMEENTE Volgens de wet heeft de gemeente een zorgplicht op het gebied van onderwijshuisvesting. In grote lijnen is het sinds 1 januari 2015 de verantwoordelijkheid van de gemeente om te voorzien in: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

bekostiging van uitbreiding bekostiging van (vervangende) nieuwbouw bekostiging van eerste inrichting (schoolmeubilair en onderwijsleerpakket); vergoeden van schade die het gevolg is van bijzondere omstandigheden (zoals brand, inbraak of vandalisme) bieden van voldoende ruimte voor bewegingsonderwijs

Het aanbieden van ruimten voor bewegingsonderwijs (gymnastiekaccommodaties) valt buiten de scope van dit IHP, maar is meegenomen in het accommodatie- en vastgoedbeleid. 5.4.3 TAKEN, VERANTWOORDELIJKHEDEN EN BEVOEGDHEDEN VAN SCHOOLBESTUREN De schoolbesturen zijn in beginsel verantwoordelijk voor beheer, onderhoud en exploitatie van het schoolgebouw. Daarvoor ontvangt het schoolbestuur rechtstreeks van het ministerie van Onderwijs een vergoeding. Voor de bekostiging van onderwijshuisvestingsvoorzieningen heeft het schoolbestuur dus te maken met twee financieringsstromen: één vanuit de gemeente (voor de genoemde voorzieningen in de vorige paragraaf) en één vanuit de rijksoverheid. Schoolbesturen en gemeenten zijn dus ieder vanuit een eigen wettelijke taak en invalshoek gezamenlijk verantwoordelijk voor het investeren in de kwaliteit van onderwijshuisvesting. 5.4.4 GEZAMENLIJK PLAN PO-RAAD, VO-RAAD EN VNG OVER RENOVATIE De PO-raad, VO-raad (dat zijn de koepelorganisaties van de schoolbesturen) en de VNG delen het standpunt dat renovatie onvoldoende is geregeld in de onderwijswetten. Daarom hebben zij in april 2018 een gezamenlijk plan opgesteld. Uitgangspunt hierbij is dat gemeenten en schoolbesturen een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor de (kwaliteit van de) huisvesting van scholen.

De twee belangrijkste elementen uit dit plan zijn het opnemen van de voorziening ‘renovatie’ in de wet en het verplicht stellen van een IHP. Een IHP heeft onder meer als doel om te anticiperen op de toekomstige noodzakelijke investeringen op het gebied van onderwijshuisvesting. Strikt formeel heeft een IHP op dit moment géén juridische status omdat aanvragen voor (vervangende) nieuwbouw en/of uitbreiding conform de procedures zoals omschreven in de verordening moeten worden ingediend. Het IHP is in feite een beleidsdocument en in die zin niet vatbaar voor bezwaar en beroep. In het plan van de drie genoemde partijen wordt de gemeente verplicht om samen met de schoolbesturen een IHP voor ten minste 16 jaar vast te stellen. Voor de eerste vier jaren wordt daarbij een concreet uitvoeringsprogramma opgesteld. Het IHP wordt in de onderwijswetten opgenomen en is aanvullend op het systeem waarbij jaarlijks huisvestingsaanvragen kunnen worden ingediend. In het IHP wordt dus voor elk schoolgebouw aangegeven of en wanneer er renovatie of vervangende bouw is voorzien. Daarnaast wordt het voor schoolbesturen gemakkelijker om zelf bij te dragen aan voorzieningen in de onderwijshuisvesting. De Minister voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft deze plannen omarmd en op dit moment wordt er gewerkt aan een wetsvoorstel. De verwachting is dat de wet begin 2025 in werking treedt.

Zowel de gemaakte keuzes in het vorige IHP als de te maken keuzes in dit IHP sorteren voor een groot deel voor op deze wetswijziging.

EINDRAPPORT

41/124

31 | 72

5.4.5 DE VERORDENING ONDERWIJSHUISVESTING De basale uitwerking van het beleid inzake onderwijshuisvesting is vastgelegd in de ‘verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Papendrecht (2015)’ oftewel, de verordening. Hierin is opgenomen welke voorzieningen schoolbesturen kunnen aanvragen bij de gemeente en welke procedures en criteria daarbij gelden. De verordening is de uitwerking van een aantal wettelijke bepalingen. De belangrijkste daarvan is dat de verordening zodanig is opgezet dat kan worden voldaan aan de redelijke eisen die het onderwijs aan de huisvesting van scholen in de gemeente stelt. Over aanvragen voor onderwijshuisvestingsvoorzieningen die de gemeente in behandeling heeft genomen, wordt op overeenstemming gericht overleg (OOGO) met de schoolbesturen gevoerd. 5.4.6 OVERIGE LOKALE UITGANGSPUNTEN In januari 2023 heeft de gemeenteraad de ‘Uitgangspuntennotitie Accommodatie- en Vastgoedbeleid en IHP Papendrecht’ besproken. De behandeling in de gemeenteraad heeft aanleiding gegeven de specifieke uitgangspunten voor het IHP zoals opgenomen in de uitgangspuntennotitie verder uit te werken en te concretiseren. In de alinea’s hieronder worden de uitgangspunten benoemd die het kader vormen waarbinnen dit IHP is opgesteld.

INTEGRATIE KINDEROPVANGVOORZIENINGEN Verreweg de meeste scholen bieden ruimte aan kinderopvang, die in de meeste gevallen door stichting WASKO wordt aangeboden. Niet in alle gevallen is er sprake van een zelfstandige ruimte die is, of kan worden afgescheiden van het schoolgebouw. Bij de schoolbesturen bestaat behoefte aan duidelijkheid omtrent de gehanteerde capaciteit van het schoolgebouw indien een kinderopvangorganisatie gebruik maakt van het schoolgebouw. De verordening bevat een passage waarin wordt gesproken over de integratie van kinderopvangvoorzieningen in een school. In bijlage III van de verordening staat namelijk een artikel (A.1.1 lid 2) over specifieke ruimte voor kindvoorzieningen: " Wanneer binnen een schoolgebouw sprake is van leegstand, wordt de capaciteit van een schoolgebouw verminderd met 90 vierkante meter als een ruimte in het schoolgebouw is verhuurd voor het huisvesten van een peuterspeelzaal, buitenschoolse opvang of kinderopvang en het college voor deze verhuur vooraf toestemming heeft verleend.”

In feite gaat deze bepaling ervan uit dat een school in ieder geval 90 m 2 ruimte kan inzetten voor kindvoorzieningen zonder dat deze ruimte voor onderwijs moet worden ingezet. In de praktijk is 90 m2 niet voldoende om een volwaardige integratie van een kinderopvangvoorziening in een school te waarborgen. Daarom wordt het uitgangspunt om hier 200 m2 van te maken waarbij de voorwaardelijke leegstand wordt geschrapt. Feitelijk stelt de gemeente daarmee dat elk schoolgebouw in beginsel recht heeft op een kinderopvangvoorziening ter grootte van 200 m2 . De verordening wordt hier in de loop van 2023 op aangepast. In het geval deze bepaling ertoe leidt dat een bestaand gebouw moet worden uitgebreid, worden er afspraken gemaakt met het schoolbestuur en de kinderopvangorganisatie over het vergoeden van de extra kapitaallasten die zijn gemoeid met de investering. Dit is in lijn met het beleid ten aanzien van kostprijsdekkende huur in het vastgoedbeleid.

VENTILATIE EN BINNENKLIMAAT De Rijksoverheid heeft een zogenaamd ‘Programma van Eisen Frisse Scholen’ opgesteld. Daarin zijn criteria opgenomen voor onder meer de luchtkwaliteit en operationele temperatuur in schoolgebouwen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen een zogenaamde Frisse School Klasse A (uitmuntend), B (goed) en C (minimum-niveau). Landelijk geldt Klasse B als dé referentienorm voor Frisse Scholen. Bij nieuwbouw is het overigens al sinds 2015 verplicht om een Frisse School Klasse B te realiseren voor wat betreft de aspecten luchtkwaliteit en operationele temperatuur.

EINDRAPPORT

42/124

32 | 72

In dit IHP is het uitgangspunt dat alle scholen gedurende de looptijd worden opgewaardeerd naar Frisse School Klasse B voor wat betreft de thema’s luchtkwaliteit en operationele temperatuur. Een kengetal voor de opwaardering naar Frisse School Klasse B komt uit op € 375,- per m2 bvo.

DUURZAAMHEID Papendrecht wil vóór 2050 een energieneutrale gemeente zijn en de ambitie is om de gemeentelijke organisatie in 2030 klimaatneutraal te laten zijn. Alhoewel schoolgebouwen strikt genomen niet tot het maatschappelijk vastgoed van de gemeente behoren (de schoolbesturen zijn namelijk in beginsel eigenaar van de gebouwen), is de gemeente wel verantwoordelijk voor de bekostiging van nieuwbouw en uitbreiding van schoolgebouwen. In het maximale scenario worden de bestaande schoolgebouwen vóór het einde van de looptijd van het IHP getransformeerd naar minimaal BENG (= Bijna Energieneutraal). Daarmee voldoen de gebouwen aan de duurzaamheidseisen die ook aan nieuwbouw van scholen worden gestel d. Een kengetal voor de transformatie naar een BENG gebouw komt uit op € 1.150,- per m2 bvo. 5.4.7 CO-FINANCIERING De gemeente is verantwoordelijk voor nieuwbouw en uitbreiding van schoolgebouwen en de schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het onderhoud ervan. In die zin is het opwaarderen naar Frisse School Klasse B en de transformatie naar BENG een grijs gebied in de onderwijswetgeving. Het lijkt erop dat de onderwijswetgeving vanaf 2025 een bepaling zal bevatten waarin de zorgplicht voor een goed binnenklimaat expliciet bij het schoolbestuur komt te liggen. Het is niet de verwachting dat de schoolbesturen daarvoor ook extra middelen zullen ontvangen.

Daarom is het redelijk en billijk te noemen dat het grootste deel van de investering in een goed binnenklimaat door de gemeente wordt gedragen. De schoolbesturen dragen vanuit hun onderhouds- en exploitatiebudget een bedrag van € 50,- per m2 bvo bij aan de opwaardering van het binnenklimaat. Ook bij de transformatie van bestaande schoolgebouwen naar BENG is co-financiering aan de orde. In tegenstelling tot bij de verbetering van het binnenklimaat, is het hierbij redelijk om aan te nemen dat de exploitatielasten van de school zullen dalen. Met andere woorden; de investering verdient zich in zeker zin terug. Globaal zijn er drie varianten denkbaar voor wat betreft de wijze waarop schoolbesturen co-financieren: 1.

Een eenmalig bedrag per m 2 bvo bij aanvang van de investering;

2.

Een eenmalig bedrag bij aanvang van de investering, gebaseerd op een vast percentage van de investering;

3.

Gedurende 20 jaar een jaarlijks bedrag dat is gebaseerd op het te behalen exploitatievoordeel

Bij de uitwerking van dit IHP gaan we uit van de derde variant. Feitelijk is hierbij sprake van een winwin situatie. De transformatie naar BENG draagt bij aan de duurzaamheidsambities van de gemeente, de schoolbesturen betalen daaraan mee en per saldo zijn er geen meerkosten voor de schoolbesturen. Voor aanvang van een specifiek project zullen de huidige exploitatielasten van de school dan inzichtelijk moeten worden gemaakt en worden afgezet tegen de verwachte exploitatielasten. Daartoe zal dan een berekening moeten worden opgesteld. De schoolbesturen dragen jaarlijks 70% van het verwachte exploitatievoordeel bij als co-financiering. De evaluatie van deze systematiek maakt onderdeel uit van elke vierjaarlijkse herijking van het IHP.

EINDRAPPORT

43/124

33 | 72

Een voorbeeld: de huidige exploitatielasten van een school zijn € 75.000,-. Dit bedrag wordt besteed aan gas, water, licht en onder meer onderhoud aan installaties. Na transformatie naar BENG zullen de energiekosten dalen en de kosten voor het onderhoud aan installaties stijgen. Per saldo komen de verwachte exploitatielasten na de transformatie uit op € 45.000,-. Het schoolbestuur draagt dan gedurende 20 jaar elk jaar 70% van € 30.000,- (i.c. het verschil tussen € 75.000,- en € 45.000,-) bij als co-financiering, oftewel € 21.000,-. 5.4.8 MINIMAAL EN MAXIMAAL SCENARIO Op basis van de geschetste mogelijke ingrepen in de vorige paragrafen en de indicatie van de kosten die daarmee samenhangen, kan er een minimaal en een maximaal scenario uiteen worden gezet. Welk scenario er ook wordt gevolgd, bij álle scholen voor (speciaal) basisonderwijs wordt in ieder geval binnen 12 jaar het binnenklimaat in lijn gebracht met de landelijke standaard ‘Frisse Scholen Klasse B’.

5.5

HUIDIGE SITUATIE

Op de kaart hieronder staan alle scholen in de gemeente schematisch weergegeven.

5.5.1 ONDERZOEK BINNENKLIMAAT Voor alle scholen, op de noodlokalen op de Lindenzoom en de twee scholen op de Zuidkil na, is een quickscan uitgevoerd naar de toestand van het binnenklimaat. Meer specifiek zijn de thema’s luchtkwaliteit en temperatuur gescoord op de eerdergenoemde Frisse Scholen klasse. In de volgende tabel zijn de resultaten in één oogopslag te zien:

EINDRAPPORT

44/124

34 | 72

Luchtkwaliteit Temperatuur

School Augustinus IKC Beatrix KC Prins Constantijn KC Oranje Nassau Prins Floris (Lindenzoom) Prins Floris (Moerbeihof) Prins Floris (Zuidkil) IKC De Wielen t Kofschip Anne Frank Knotwilg Leilinde Viermaster SBO De Kameleon

C C C C

C C C C

C

C

B

C

C A B B B

C C C C C

Bron: Bremen Bouwadviseurs, januari 2023

De quickscans bevestigen het beeld dat uit de inventarisatie naar voren is gekomen. Op alle locaties is het binnenklimaat ondermaats, waarbij met name opvalt dat de temperatuur nergens hoger uitkomt dan klasse C. Enkele scholen scoren wel goed op het gebied van luchtkwaliteit, maar ook op die scholen is de temperatuur niet op orde. 5.5.2 LEERLINGENPROGNOSE De meest recente leerlingenprognose voor het regulier basisonderwijs is opgesteld in december 2022. De grafiek hieronder laat het verwacht verloop van het totaal aantal leerlingen in het regulier basisonderwijs zien: Totaal aantal leerlingen basisonderwijs 2022 - 2039 3000

2500

2000

1500

1000

500

0 2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2035

2036

2037

2038

2039

Bron: PVG, december 2022

Hieruit valt op te maken dat het aantal leerlingen in het regulier basisonderwijs naar verwachting met 119 kinderen afneemt gedurende de looptijd van het IHP (2023 – 2034). Dat komt overeen met een daling van 4,7%. Ook als we kijken naar de specifieke cijfers per school zien we dat elke school te maken krijgt met een (lichte) daling van het aantal leerlingen, met uitzondering van de Prins EINDRAPPORT

45/124

35 | 72

Constantijn (+14,3%). Een wat sterkere daling wordt verwacht bij OBS Anne Frank, OBS De Knotwilg en beide locaties van de Prins Floris (tussen de -10% en -13%). Logischerwijs wordt de ruimtebehoefte van een basisschool bepaald aan de hand van het aantal leerlingen. In het volgende hoofdstuk wordt voor elke school inzichtelijk gemaakt hoe de veranderende ruimtebehoefte zich verhoudt tot de capaciteit van het gebouw. De leerlingenprognose van SBO De Kameleon is niet opgenomen in bovenstaande grafiek. Anders dan bij een leerlingenprognose voor een reguliere basisschool, kan voor een speciale basisschool niet zonder meer een demografische trend worden doorgetrokken naar de toekomst. De omvang van een school voor speciaal basisonderwijs heeft namelijk ook te maken met het beleid van het samenwerkingsverband en de wijze waarop passend en inclusief onderwijs een plek krijgt in het regulier basisonderwijs.

5.6

SCENARIO’S 2023 - 2034

Dit hoofdstuk bevat de mogelijke scenario’s voor elke specifieke school die gedurende de looptijd van het IHP kunnen worden uitgevoerd. Het zwaartepunt van het minimale scenario (opwaardering naar Frisse School Klasse B en bij enkele locaties een beperkte uitbreiding) ligt in de eerste fase (2023 – 2026). Het maximale scenario (gelijk aan het minimale scenario + het transformeren van alle bestaande schoolgebouwen naar BENG) staat gepland voor de fase 2027 – 2034. In de volgende paragrafen wordt per schoolbestuur aangegeven hoe de scenario’s eruit komen te zien. Voor elke school zijn de volgende gegevens in een tabel gezet: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

bouwjaar capaciteit actuele ruimtebehoefte permanente ruimtebehoefte leegstand / ruimtegebrek leegstand / ruimtegebrek bij reductie 200 m2 bvo lucht temperatuur

Sommige gegevens behoeven een nadere duiding. Met ‘capaciteit’ wordt de omvang van het schoolgebouw, uitgedrukt in vierkante meters bruto vloeroppervlakte, bedoeld. Dit betreft de totale capaciteit van het gebouw, inclusief eventuele verhuurde ruimte aan een kinderopvangorganisatie. De actuele ruimtebehoefte is de ruimtebehoefte in vierkante meters gebaseerd op het huidige aantal leerlingen. De zogenaamde ‘permanente ruimtebehoefte’ is de ruimtebehoefte op lange termijn (gebaseerd op een structurele behoefte gedurende 15 jaren). Anders gezegd, stel dat het schoolgebouw zou worden vervangen door een nieuw gebouw, dan zou de omvang hiervan gelijk zijn aan de permanente ruimtebehoefte. Voor het bepalen van de permanente ruimtebehoefte is de leerlingenprognose dus van belang. Voor de volledigheid; een positief getal in deze kolom betekent ‘leegstand’ en een negatief getal betekent ‘ruimtegebrek’. Als de capaciteit en de permanente ruimtebehoefte tegen elkaar worden afgezet, wordt duidelijk welke structurele leegstand of welk structureel ruimtegebrek elke school heeft. Zoals eerder gesteld, gaan we in dit IHP uit van een reductie van 200 m 2 bvo van de geregistreerde capaciteit indien de school een ruimte heeft verhuurd aan een kinderopvangpartner. In de tabel is ook te zien waar de leegstand of het ruimtegebrek op uitkomt als deze reductie wordt toegepast.

De gegevens bij ‘lucht’ en ‘temperatuur’ komen overeen met de tabel uit paragraaf 5.5.1.

EINDRAPPORT

46/124

36 | 72

5.6.1 STICHTING OPOPS Stichting Openbaar Primair Onderwijs Papendrecht Sliedrecht (OPOPS) is het schoolbestuur van de openbare basisscholen in de gemeente Papendrecht. OPOPS verzorgt het onderwijs op zes locaties in Papendrecht.

OBS ANNE FRANK

Bouwjaar Capaciteit 1994 1532

Leegstand / ruimtegebrek Actuele Permanente Leegstand / bij reductie ruimtebehoefte ruimtebehoefte ruimtegebrek 200 m2 bvo Lucht 1211

1055

477

277

Temperatuur

C

C

OBS Anne Frank is één van de scholen die niet is gerenoveerd naar aanleiding van het vorige IHP. Dat was op dat moment, gezien het bouwjaar, ook niet aan de orde. In het kader van inclusief onderwijs heeft het schoolbestuur de intentie om de mogelijkheden voor het op termijn clusteren van voorzieningen samen met SBO De Kameleon te verkennen. Daarom wordt voor deze school één scenario voorgesteld waarbij er wel sprake is van een beperkte renovatie en een opwaardering van het binnenklimaat, maar géén transformatie naar een BENG gebouw. Voor de beperkte renovatie wordt uitgegaan van een kengetal van € 750,- per m2 bvo waarbij ervan wordt uitgegaan dat het schoolbestuur een deel van de onderhoudsreserve inlegt. Immers, een renovatie gaat gepaard met ingrepen die normaliter tot het (planmatig) onderhoud van het schoolgebouw vallen.

OBS DE KNOTWILG

Bouwjaar Capaciteit 1982 1644

Leegstand / ruimtegebrek Actuele Permanente Leegstand / bij reductie ruimtebehoefte ruimtebehoefte ruimtegebrek 200 m2 bvo Lucht 1634

1352

292

92

Temperatuur

A

C

OBS De Knotwilg is gerenoveerd in de periode van het vorige IHP. Voor OBS De Knotwilg wordt in het minimale scenario een opwaardering van het binnenklimaat voorgesteld, waarbij in de uitvoering uiteraard moet worden aangesloten op het relatief goede vertrekpunt voor wat betreft de huidige status in het gebouw. In het maximale scenario wordt het gebouw getransformeerd naar een BENG gebouw.

DE LEILINDE

Bouwjaar Capaciteit 1974 1226

Leegstand / ruimtegebrek Actuele Permanente Leegstand / bij reductie ruimtebehoefte ruimtebehoefte ruimtegebrek 200 m2 bvo Lucht 1080

980

246

46

Temperatuur

B

C

De Leilinde is gerenoveerd in de periode van het vorige IHP. Voor de Leilinde wordt in het minimale scenario een opwaardering van het binnenklimaat voorgesteld, waarbij in de uitvoering uiteraard moet worden aangesloten op het relatief goede vertrekpunt voor wat betreft de huidige status in het gebouw. In het maximale scenario wordt het gebouw getransformeerd naar een BENG gebouw.

EINDRAPPORT

47/124

37 | 72

IKC DE WIELEN

Bouwjaar Capaciteit 1973 737

Leegstand / ruimtegebrek Actuele Permanente Leegstand / bij reductie ruimtebehoefte ruimtebehoefte ruimtegebrek 200 m2 bvo Lucht 463

428

309

109

Temperatuur

B

C

IKC De Wielen is zeer recent gerenoveerd. Voor IKC De Wielen worden in het minimale scenario geen maatregelen voorgesteld, ten eerste vanwege de zeer recente renovatiedatum en ten tweede omdat het binnenklimaat niet als knelpunt wordt ervaren. In het maximale scenario wordt het gebouw getransformeerd naar een BENG gebouw. N.B., de hierboven genoemde capaciteit is een aanname op basis van de bekende gegevens dat de ene helft van het oorspronkelijke gebouw zou worden gesloopt en de andere helft zou worden gerenoveerd.

OBS DE VIERMASTER

Bouwjaar Capaciteit 2001 1633

Leegstand / ruimtegebrek Actuele Permanente Leegstand / bij reductie ruimtebehoefte ruimtebehoefte ruimtegebrek 200 m2 bvo Lucht 1508

1427

206

6

Temperatuur

B

C

Voor OBS De Viermaster wordt in het minimale scenario een opwaardering van het binnenklimaat voorgesteld, waarbij in de uitvoering uiteraard moet worden aangesloten op het relatief goede vertrekpunt voor wat betreft de huidige status in het gebouw. In het maximale scenario wordt het gebouw getransformeerd naar een BENG gebouw.

‘T KOFSCHIP

Bouwjaar Capaciteit 2002 1931

Leegstand / ruimtegebrek Actuele Permanente Leegstand / bij reductie ruimtebehoefte ruimtebehoefte ruimtegebrek 200 m2 bvo Lucht 1276

1266

665

Temperatuur

465

Het pand waarin ’t Kofschip is gehuisvest is formeel nog eigendom van de gemeente. Ondanks het relatief recente bouwjaar zijn er verschillende gebreken en problemen bekend, waarbij het slechte binnenklimaat één van de meest urgente is. Voordat het pand wordt overgedragen aan het schoolbestuur, zal een onderzoek moeten uitwijzen in hoeverre er sprake is van ontwerp-, bouwen/of constructiefouten die moeten worden verholpen. Vooruitlopend daarop wordt in ieder geval het binnenklimaat opgewaardeerd. In het maximale scenario wordt het gebouw getransformeerd naar een BENG gebouw. 5.6.2 SCOPS Stichting Christelijk Onderwijs in Papendrecht en Sliedrecht (SCOPS) is het schoolbestuur van vijf christelijke basisscholen in de gemeente Papendrecht. SCOPS verzorgt het onderwijs op zes locaties in Papendrecht.

EINDRAPPORT

48/124

38 | 72

KC PRINS CONSTANTIJN

Bouwjaar Capaciteit 1973 1268

Leegstand / ruimtegebrek Actuele Permanente Leegstand / bij reductie ruimtebehoefte ruimtebehoefte ruimtegebrek 200 m2 bvo Lucht 1120

1176

92

-108

Temperatuur

C

C

KC Prins Constantijn is gerenoveerd in de periode van het vorige IHP. Voor KC Prins Constantijn wordt in het minimale scenario een opwaardering van het binnenklimaat voorgesteld én een uitbreiding van het gebouw met 108 m2 . Bij deze school wordt voor het eerst in dit IHP expliciet duidelijk waar de beleidslijn inzake ruimte voor kinderopvang toe kan leiden. Alhoewel het gebouw strikt genomen groot genoeg is om de leerlingen in te huisvesten, is het gebouw niet geschikt voor een volwaardige integratie van kinderopvangvoorzieningen. Met een relatief kleine uitbreiding van 108 m2 wordt dit gefaciliteerd. Voor een dergelijke uitbreiding wordt een kengetal van € 4.500 per m2 gehanteerd. In het maximale scenario wordt het gebouw daarnaast getransformeerd naar een BENG gebouw.

KC ORANJE NASSAU

Bouwjaar Capaciteit 1976 947

Leegstand / ruimtegebrek Actuele Permanente Leegstand / bij reductie ruimtebehoefte ruimtebehoefte ruimtegebrek 200 m2 bvo Lucht 1196

1131

-184

-384

Temperatuur

C

C

KC Oranje Nassau is gerenoveerd in de periode van het vorige IHP. Voor KC Oranje Nassau wordt in het minimale scenario een opwaardering van het binnenklimaat voorgesteld én een uitbreiding van het gebouw met 384m2 . Deze voorgestelde uitbreiding is niet nieuw. SCOPS heeft reeds een beschikking ontvangen voor een uitbreiding van 362 m2 waarvan de helft is bedoeld voor kinderopvang. Het is echter gebleken dat het verstrekte budget onvoldoende is om de ontworpen uitbreiding te realiseren. SCOPS en de gemeente zijn hierover reeds in gesprek; de noodzaak voor aanvullende ruimte blijft namelijk wel bestaan. Op dit moment wordt dit opgelost door het gebruik van een voormalig schoolgebouw aan de andere zijde van het schoolplein. In overleg met het schoolbestuur zal de meest optimale en wenselijke wijze van het uitbreiden van de capaciteit moeten worden verkend. In de financiële paragraaf wordt in ieder geval rekening gehouden met het verhogen van het bestaande krediet op basis van een kengetal van € 4.500 per m2 bvo. In het maximale scenario wordt het gebouw daarnaast getransformeerd naar een BENG gebouw.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/654/documents/11545