CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

RV 1e wijziging omgevingsplan thema Bodem GETEKEND.pdf

Raadsvergadering Papendrecht 3 juli 2025, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 10: 1e wijziging omgevingsplan thema Bodem - Voorstel22.855 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

39

44/58

Dit artikel heeft betrekking op de gegevens en bescheiden die voor het begin van een activiteit moeten worden verstrekt. In aanvulling op de gegevens en bescheiden van artikel 4.1220 van het Besluit activiteiten leefomgeving moeten ook gegevens en bescheiden worden verstrekt ten aanzien van terugplaatsing van grond 'op en nabij' locatie van herkomst en over de risico's van de activiteit. QQQQ Sectie 'Artikel 11.31 Maatwerkregel meldingsplicht: voor het begin van de activiteit' wordt geplaatst na sectie 'Artikel 11.28 Maatwerkregel informatieplicht: voor het begin van de activiteit'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.31 11.34 Maatwerkregel meldingsplicht: voor het begin van de activiteit Uitleg artikel In dit artikel wordt aangegeven welke gegevens ook als onderdeel van de informatieplicht bij de milieubelastende activiteit moet worden verstrekt. Bij de melding is het verplicht om een bodemonderzoek in te dienen. In dit artikel wordt aangegeven dat ook in XML-format van het bodemonderzoek moet worden ingediend. Dit XML-format gebruikt het bevoegd gezag om invulling te geven aan de Wet basisregistratie ondergrond. Reikwijdte Dit artikel heeft betrekking op de gegevens en bescheiden die voor het begin van een activiteit moeten worden verstrekt. RRRR Sectie 'Artikel 11.32 Maatwerkregel informatieplicht: voor het begin van de activiteit' wordt geplaatst na sectie 'Artikel 11.31 Maatwerkregel meldingsplicht: voor het begin van de activiteit'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.32 11.35 Maatwerkregel informatieplicht: voor het begin van de activiteit Uitleg artikel In dit artikel wordt aangegeven welke gegevens ook als onderdeel van de informatieplicht bij de milieubelastende activiteit moeten worden verstrekt. De gevraagde gegevens hier betreffen enkele vragen over de milieubelastende activiteit, zoals of sprake is van verschillende kwaliteiten grond. Deze gegevens zijn wel bekend, alleen bij ontvangst van de melding niet digitaal toegankelijk. Het gaat dus om gegevens die bij de aanvrager bekend zijn. De gegevens zijn bedoeld om de risico's van de graafactiviteit inzichtelijk te maken. Dit stelt het bevoegd gezag in staat tot een risico gestuurde uitvoering van de VTH-taken. Dit artikel maakt mogelijk dat de gegevens en bescheiden c.q. vragen in het Digitaal Stelsel Omgevingswet kunnen worden gesteld. Reikwijdte Dit artikel heeft betrekking op de gegevens en bescheiden die voor het begin van een activiteit moeten worden verstrekt. In aanvulling op de gegevens en bescheiden van artikel 4.1226 van het Besluit activiteiten leefomgeving moeten ook gegevens en bescheiden worden verstrekt ten aanzien van de risico's van de activiteit.

SSSS Sectie 'Artikel 11.30 Maatwerkregel graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit' wordt geplaatst na sectie 'Artikel 11.32 Maatwerkregel informatieplicht: voor het begin van de activiteit'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

40

45/58

Artikel 11.30 Maatwerkregel graven 11.33 Graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit Uitleg artikel Met dit artikel wordt worden de regels van het Besluit activiteiten leefomgeving over de milieubelastende activiteit "graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit" ook van overeenkomstige toepassing verklaard als dit gaat om graven in grond met een kwaliteit voor PFOA boven de INEV (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging), wat een vergelijkbare waarde is als de interventiewaarde. Reikwijdte en werking Bij het graven in de bodem met een bodemvolume groter dan 25 m3 waarin een sterke verontreiniging (gehalten boven de INEV) met PFOA voorkomt is zijn de regels van het Besluit activiteiten leefomgeving voor de milieubelastende activiteit "graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit" van overeenkomstige toepassing. Dit betekent dat de algemene regels die gelden voor het graven in sterk met reguliere stoffen verontreinigde grond nu ook gelden voor het graven in sterk met PFOA verontreinigde grond. De regels geven onder andere aan dat milieuhygiënisch gewerkt moet worden en dat er een meldplicht is. TTTT Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.33 11.36 Oogmerken saneren van de bodem UUUU Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.34 11.37 Toepassingsbereik saneren VVVV Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.35 11.38 Maatwerkregel saneringsaanpak: aanbrengen duurzaam aaneengesloten verhardingslaag WWWW Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.36 11.39 Maatwerkregel saneringsaanpak: aanbrengen laag grond of baggerspecie XXXX Sectie 'Artikel 11.38 Maatwerkregel saneringsaanpak: uitdampen naar bodemgevoelig gebouw bij verwijderen van verontreiniging' wordt geplaatst na sectie 'Artikel 11.36 Maatwerkregel saneringsaanpak: aanbrengen laag grond of baggerspecie'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

41

46/58

Artikel 11.38 11.41 Maatwerkregel saneringsaanpak: uitdampen naar bodemgevoelig gebouw bij verwijderen van verontreiniging Uitleg artikel In dit artikel wordt voorgeschreven dat de sanering van vluchtige stoffen alleen mag plaatsvinden met de saneringsaanpak: verwijderen van verontreiniging (zoals bedoeld in artikel 4.1242 van het Besluit activiteiten leefomgeving). Hiermee wordt de saneringsaanpak: afdekken (zoals bedoeld in artikel 4.1241 van dat besluit), niet meer mogelijk. Reikwijdte en werking Van de in artikel 4.1242 van het Besluit activiteiten leefomgeving voorgeschreven saneringsaanpak 'verwijderen van de verontreiniging' is sprake bij sanering van de bodem en als de grond verontreinigd is met vluchtige stoffen. Door het verwijderen van de verontreiniging wordt het risico op uitdamping (wat tot gezondheidsrisico's kan leiden) geminimaliseerd. Hierbij een kanttekening: Het kan zijn dat het verwijdering, zoals aangegeven in artikel 4.1242 van het Besluit activiteiten leefomgeving niet volledig technisch of financieel haalbaar is. Het saneren van een bodemverontreiniging met vluchtige stoffen is over het algemeen maatwerk. Dit was het ook onder de voormalige Wet bodembescherming. Een verzoek tot maatwerkvoorschriften kan op dit artikel worden aangevraagd op basis van artikel 2.13 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Bij aanvraag van maatwerkvoorschriften dienen de voorschriften te voorkomen dat blootstelling kan plaatsvinden aan uitdamping vanuit die verontreinigingen naar een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie. De aanvrager dient hierbij rekening te houden met de volgende uitgangspunten: a. de verontreiniging dient zoveel als mogelijk te worden verwijderd; b. blootstelling aan uitdamping vanuit die verontreiniging naar een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie dient voorkomen te worden; c. geurhinder als gevolg van die verontreiniging op een bodemgevoelige locatie dient zoveel als mogelijk te worden voorkomen; d. de nazorg dient zoveel als mogelijk te worden voorkomen of beperkt; e. bovenstaande dient aannemelijk te worden gemaakt in een saneringsplan. YYYY Sectie 'Artikel 11.39 Maatwerkregel meldingsplicht saneren' wordt geplaatst na sectie 'Artikel 11.38 Maatwerkregel saneringsaanpak: uitdampen naar bodemgevoelig gebouw bij verwijderen van verontreiniging'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.39 11.42 Maatwerkregel meldingsplicht saneren Uitleg artikel In dit artikel wordt aangegeven dat bij een melding van de milieubelastende activiteit saneren van de bodem de onderzoeken (bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving) tevens in XML-format moeten worden verstrekt. Reikwijdte Dit artikel heeft betrekking op de gegevens die bij de melding van deze activiteit moeten worden verstrekt. ZZZZ

42

47/58

Sectie 'Artikel 11.37 Maatwerkregel saneringsaanpak: terugsaneerwaarden lood en PFOA bij verwijdering van verontreiniging' wordt geplaatst na sectie 'Artikel 11.39 Maatwerkregel meldingsplicht saneren'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.37 11.40 Maatwerkregel saneringsaanpak: terugsaneerwaarden lood en PFOA bij verwijdering van verontreiniging Uitleg artikel In artikel 4.1242 van het Besluit activiteiten leefomgeving is te lezen dat, bij verwijdering van een verontreiniging als saneringsaanpak, de verontreiniging moet worden verwijderd tot onder of gelijk aan de waarde die gelijk is aan de waarde voor de bodemfunctieklasse van die locatie. Ten aanzien van lood en PFOA gelden voor een aantal gebruiksfuncties met dit artikel lokale waarden. In principe hoeven alleen die stoffen te worden gesaneerd, die in sterk verhoogde gehalten voorkomen (in gehalten die de toelaatbare kwaliteit van de bodem overschrijden). Dit wordt met aanhaling van artikel 11.55 11.58 expliciet genoemd en zo staat het voor andere stoffen ook in het Besluit activiteiten leefomgeving genoemd waar dit artikel maatwerk op is. Lood: De Omgevingswet en bruidsschat sluiten voor lood aan op de oude normen. Maar de normen zijn reeds achterhaald door het onderzoek en advies van het RIVM (2015 en 2017) en de GGD (2016). De huidige normen voor lood bieden onvoldoende bescherming voor jonge kinderen. De provincie Zuid-Holland heeft, op basis van de rapporten van het RIVM en de GGD, in 2020 een handelingskader voor lood vastgesteld met advieswaarden. De huidige norm voor de functieklasse landbouw/natuur voldoet aan de advieswaarden.

Voor de gevoelige gebruiken van moes volks- en volkstuinen moestuinen wordt hierbij aangesloten. De norm voor wonen is lager dan de landelijke norm en is gelijkgesteld aan de advieswaarde van de provincie. De gebruiksfunctie industrie is niet gevoelig, daarom wordt hiervoor aangesloten bij de landelijke normen voor de functieklasse industrie. De waarden sluiten aan bij de hergebruiksnormen in paragraaf 11.1.2. PFOA: De terugsaneerwaarden die per gebruiksfunctie behaald moeten worden na sanering zijn in dit artikel gelijk gesteld gelijkgesteld aan de hergebruiksnormen die gelden bij die gebruiksfunctie. Zoals in artikel 4.1242 van het Besluit activiteiten leefomgeving is aangegeven, is het gebruikelijk en ook logisch om met terugsaneerwaarden aan te sluiten bij de waarde die past bij de bodemfunctieklasse, omdat deze waarden zijn gebaseerd op een duurzaam bodemgebruik en zijn afgestemd op de gebruiksfunctie. Opgemerkt wordt dat maatwerk mogelijk is. Dit zal per situatie moeten worden afgestemd. Per locatie kan hiervoor een maatwerkbesluit worden aangevraagd. Ook bij maatwerk moet de gezondheid van de mens beschermd blijven. Voor maatwerkmogelijkheden is het beleid dat geldt voor maatwerk op hergebruik van grond van toepassing.

Reikwijdte Dit artikel is van toepassing op het saneren van de bodem met de standaardaanpak verwijderen van de verontreiniging en wel bij de sanering van een verontreiniging met lood en/of PFOA. AAAAA Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.40 11.43 Maatwerkregel informatieplicht aan het begin van de activiteit saneren BBBBB Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.41 11.44 Toepassingsbereik grondwatersaneringen CCCCC

43

48/58

Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.42 11.45 Maatwerkvoorschrift grondwaterverontreiniging DDDDD Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.43 11.46 Maatwerkregel saneringsaanpak grondwaterverontreiniging EEEEE Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.44 11.47 Maatwerkregel informatieplicht bij begin van de grondwaterbodemactiviteit FFFFF Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.45 11.48 Maatwerkregel informatieplicht bij beëindiging van de grondwaterbodemactiviteit GGGGG Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.46 11.49 Toepassingsbereik nazorg HHHHH Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.47 11.50 Nazorg na afloop van saneren van de bodem IIIII Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.48 11.51 Nazorg tijdelijke beschermingsmaatregelen bij toevalsvondst JJJJJ Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.49 11.52 Toepassingsbereik historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico

44

49/58

KKKKK Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.50 11.53 Oogmerken historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico LLLLL Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.51 11.54 Mitigerende maatregelen historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico MMMMM Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.52 11.55 Toepassingsbereik bouwen van een bodemgevoelig gebouw NNNNN Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.53 11.56 Oogmerken bouwen van een bodemgevoelig gebouw OOOOO Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.54 11.57 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen bouwen van een bodemgevoelig gebouw PPPPP Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.55 11.58 Waarde toelaatbare kwaliteit van bodemgevoelige locatie QQQQQ De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.56 11.59 Maatregelen bij overschrijding waarde toelaatbare kwaliteit van bodemgevoelige locatie Uitleg artikel Wanneer de bodemkwaliteit de waarde voor de toelaatbare kwaliteit overschrijdt, is bouwen alleen mogelijk na het uitvoeren van sanerende of andere beschermende maatregelen, mits die technisch mogelijk zijn. De vraag is louter of het technisch mogelijk is om het geschikt te maken. Het antwoord

45

50/58

op die vraag is niet afhankelijk van de goede wil van de initiatiefnemer maar alleen of het objectief, technisch, milieuhygiënisch mogelijk is. Saneringsmaatregelen worden uitgevoerd in overeenstemming met de milieubelastende activiteit saneren van de bodem, zoals opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving. Hierin staan twee standaardaanpakken beschreven. Indien deze aanpakken niet voldoen, kan degene die saneert een maatwerkvoorschrift aanvragen bij het bevoegd gezag. Reikwijdte Dit artikel is van toepassing als sprake is van een overschrijding van de toelaatbare bodemkwaliteit. In het voorgaande artikel 11.55 11.58 staat wanneer hier sprake van is. RRRRR Sectie 'Artikel 11.59 Meldingsplichtige gevallen bouwen van een bodemgevoelig gebouw' wordt geplaatst na sectie 'Artikel 11.56 Maatregelen bij overschrijding waarde toelaatbare kwaliteit van bodemgevoelige locatie'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.59 11.62 Meldingsplichtige gevallen bouwen van een bodemgevoelig gebouw Uitleg artikel Dit artikel legt vast dat voor bouwactiviteiten waar geen omgevingsvergunning voor moet worden aangevraagd wel een meldplicht geldt als het bouwen van een bodemgevoelig gebouw betreft. Lid 1 bepaalt dat vooraf aan het bouwen van een bodemgevoelig gebouw (definitie staat in eerder artikel) een melding bij het bevoegd gezag gedaan moet worden. Het is verboden de activiteit te starten zonder de melding te doen. Met een melding wordt het bevoegd gezag op de hoogte gesteld van de te starten activiteit (het bouwen van een bodemgevoelig gebouw). Reikwijdte en werking Het artikel geldt als sprake is van een het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie, tenzij deze activiteit vergunningplichtig is. SSSSS Sectie 'Artikel 11.57 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning bouwen van een bodemgevoelig gebouw' wordt geplaatst na sectie 'Artikel 11.59 Meldingsplichtige gevallen bouwen van een bodemgevoelig gebouw'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.57 11.60 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning bouwen van een bodemgevoelig gebouw Uitleg artikel Bij een aanvraag om een vergunning voor het bouwen wordt een bodemonderzoek overgelegd. In lid 2 is aangegeven dat de resultaten van een voorafgaand bodemonderzoek ook in digitaal format (XML-format) moet worden verstrekt. Dit bodemonderzoek is noodzakelijk om te bepalen of de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem is overschreden. In dat geval zijn sanerende of andere beschermende maatregelen een voorwaarde voor het bouwen (Artikel 11.58 Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwen van een bodemgevoelig gebouw artikel 11.61 Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwen op een bodemgevoelige locatie en Artikel 11.55 Waarde toelaatbare kwaliteit bodemgevoelige locatie) artikel 11.58 Waarde toelaatbare kwaliteit van bodemgevoelige locatie . Digitale aanlevering is nodig om te kunnen voldoen aan de Wet basisregistratie ondergrond. Dit is een voortzetting van artikel 8 van de Woningwet in samenhang met de lokale bouwverordening. Reikwijdte

46

51/58

Dit betreft aanvragen om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie. TTTTT Sectie 'Artikel 11.58 Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwen op een bodemgevoelige locatie' wordt geplaatst na sectie 'Artikel 11.57 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning bouwen van een bodemgevoelig gebouw'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.58 11.61 Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwen op een bodemgevoelige locatie Uitleg artikel Dit artikel bevat voorwaarden voor het toelaten van een bouwactiviteit, kortgezegd het bouwen van een bouwwerk of gebouw, op een bodemgevoelige locatie. Deze activiteit mag niet uitgevoerd worden zonder een omgevingsvergunning. Het eerste deel geeft onder a en b criteria waaraan een omgevingsvergunningaanvraag van een binnenplanse omgevingsplanactiviteit wordt getoetst. Het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie bij overschrijding van de toelaatbare bodemkwaliteit is alleen toegelaten als sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen. Het tweede deel geeft een criteria aan waaraan tevens een omgevingsvergunningaanvraag van een binnenplanse omgevingsactiviteit wordt getoetst. Het criteria bestaat uit het oordeel van bevoegd gezag of de bodem geschikt is voor het beoogde doel. Als dit naar haar oordeel niet het geval is, kan zij voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning om de bodem geschikt te maken. Dit artikel is bedoeld als vangnet voor overige stoffen die niet in Artikel artikel 11.58 Waarde toelaatbare kwaliteit van bodemgevoelige locatie 11.55 (Waarde toelaatbare kwaliteit bodemgevoelige locatie) van dit omgevingsplan staan.

Het doel van dit artikel is om een gelijk beschermingsniveau (voor mens en milieu) te borgen dat bestond onder de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en Woningwet. Deze ging uit van een geval van ernstige bodemverontreiniging zoals bedoeld in de voormalige Wet bodembescherming en uitgewerkt in de voormalige Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. Bij de beoordeling van bevoegd gezag of de bodemkwaliteit toelaatbaar is, zal aangesloten worden bij dit beschermingsniveau. In deze voormalige wet- en regelgeving staat aangegeven hoe wordt omgegaan met niet-reguliere en/of niet genormeerde stoffen. Het Bevoegd gezag kan hiermee bij overschrijding van de interventiewaarde of vergelijkbare waarde (in een bodemvolume groter dan 25 m3) voor elke stof sanerende of andere beschermende maatregelen voorschrijven, mits die technisch mogelijk zijn. Het tweede deel bepaalt dat het college bij ernstige bodemverontreiniging aanvullende maatregelen aan de omgevingsvergunning kan verbinden. Bijvoorbeeld bij de beoordeling van een aanvraag van een omgevingsvergunning bouw voor een kantoorpand op een bedrijfsterrein met chemische industrie of de bouw van een woning op een locatie wat voorheen een tankstation was of een voormalige scheepswerf. Op deze locaties kan sprake zijn van een sterke verontreiniging met bijvoorbeeld tributyltin, MTBE, ETBE, detergenten of diethyltriamine.

Voor deze verontreinigingen kunnen bij de bouwactiviteit op basis van dit artikel sanerende of andere beschermende maatregelen worden voorgeschreven in de vergunning. Deze kunnen niet worden voorgeschreven op basis van artikel 11.55 (Waarde toelaatbare kwaliteit bodemgevoelig gebouw) artikel 11.58 Waarde toelaatbare kwaliteit van bodemgevoelige locatie , omdat de in het voorbeeld genoemde verontreinigde stoffen niet binnen de reikwijdte van deze artikelen valt. Het Besluit kwaliteit leefomgeving biedt onvoldoende ruimte om dit te regelen. Reikwijdte en werking Dit artikel betreft het toelaten van een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie. Wanneer de bodemkwaliteit de waarde voor de toelaatbare kwaliteit overschrijdt, is bouwen alleen mogelijk na het uitvoeren van sanerende of andere beschermende maatregelen, mits die technisch mogelijk zijn. Dit geldt voor de in artikel artikel 11.58 Waarde toelaatbare kwaliteit van bodemgevoelige locatie 11.55 (Waarde toelaatbare kwaliteit bodemgevoelig gebouw) genoemde stoffen.

47

52/58

Daarnaast kan het bevoegd gezag in een omgevingsvergunning bouwen ook voor andere stoffen, die maken dat de bodem een ontoelaatbare kwaliteit heeft, sanerende of andere beschermende maatregelen voorschrijven. UUUUU Sectie 'Artikel 11.62 Informatieplicht na het bouwen op een bodemgevoelige locatie' wordt geplaatst na sectie 'Artikel 11.58 Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwen op een bodemgevoelige locatie'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.62 11.65 Informatieplicht na het bouwen op een bodemgevoelige locatie Uitleg artikel Voordat een bodemgevoelig gebouw of een gedeelte van een bodemgevoelig gebouw in gebruik genomen wordt, wordt die informatie verstrekt waaruit blijkt hoe de sanerende of andere beschermende maatregelen, bedoeld in artikel paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving, zijn uitgevoerd. Ter bescherming van de gezondheid van de gebruikers van een bodemgevoelig gebouw is het van belang om te waarborgen dat de voorgeschreven maatregelen daadwerkelijk zijn uitgevoerd. Daartoe dient het voldoen aan deze informatieplicht als voorwaarde voor ingebruikname. Het Besluit activiteiten leefomgeving kent ook een vergelijkbare informatieplicht na beëindiging van de activiteit bodemsanering. De initiatiefnemer kan in één keer aan beide informatieplichten voldoen. De strekking is dat de initiatiefnemer na afloop van de sanering het bevoegd gezag informeert dat en hoe hij de sanering heeft uitgevoerd. Dit geeft het bevoegd gezag de gelegenheid om adequaat en tijdig toezicht te houden voordat het gebouw in gebruik wordt genomen om te beoordelen of de sanering is afgerond en inderdaad heeft opgeleverd dat het bodemgevoelige gebouw geschikt is voor gebruik.

Dit artikel is gericht op een vergunningvoorschrift met een verbod op ingebruikname als niet is voldaan aan de voorwaarde (voldoen aan de informatieplicht). Het voldoen aan deze informatieplicht heft dat verbod op. Ingeval van het verzuimen om te informeren of het ontbreken van de benodigde informatie kan het bevoegd gezag dus handhaven op overtreding van deze informatieplicht. Toezicht en handhaving op de wijze van saneren en of die in overeenstemming is met de voorschriften over saneren in het Besluit activiteiten leefomgeving vindt plaats op basis van dat besluit. Reikwijdte Dit betreft de in gebruik name van een bodemgevoelig gebouw of een gedeelte van een bodemgevoelig gebouw waar sanerende of andere beschermende maatregelen waren voorgeschreven in een omgevingsvergunning bouw. VVVVV Sectie 'Artikel 11.60 Indieningsvereisten melding bouwen van een bodemgevoelig gebouw' wordt geplaatst na sectie 'Artikel 11.62 Informatieplicht na het bouwen op een bodemgevoelige locatie'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.60 11.63 Indieningsvereisten melding bouwen van een bodemgevoelig gebouw Uitleg artikel In dit artikel is puntsgewijs aangegeven welke gegevens moeten worden aangeleverd bij de melding. Bij het tweede lid wordt voor overschrijding van de toelaatbare bodemkwaliteit verwezen naar artikel 11.55 11.58 in dit omgevingsplan. In lid 3 is aangegeven dat de resultaten van een voorafgaand bodemonderzoek uit lid 1 onder a ook in digitaal format (XML-format) moet worden verstrekt. Reikwijdte en werking

48

53/58

Met dit artikel worden voor de bodemkwaliteit bij een melding dezelfde voorwaarden als voor een omgevingsvergunning bouwen van een bodemgevoelig gebouw opgelegd voor het toelaten van een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie. Het vangnetartikel (lid 2 van artikel 11.58 11.61 ) is van toepassing bij een melding. WWWWW Sectie 'Artikel 11.63 Toepassingsbereik bouwen van een grondwatergevoelig gebouw' wordt geplaatst na sectie 'Artikel 11.60 Indieningsvereisten melding bouwen van een bodemgevoelig gebouw'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.63 11.66 Toepassingsbereik bouwen van een grondwatergevoelig gebouw De definitie van een grondwatergevoelig gebouw is van belang omdat bij het bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie door middel van onderzoek (paragraaf 7.3.5.1 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening) vastgesteld moet worden of er sprake is van verontreiniging van het grondwater. Bij verontreiniging van het grondwater volgt dat een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, bedoeld in paragraaf 3.4.2 (Module risicobeoordeling grondwaterkwaliteit uit de ZHOV) verplicht is. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt dat er sprake is van een significante grondwaterverontreiniging, zijn sanerende maatregelen verplicht. Voor het bepalen wat een grondwatergevoelig gebouw is allereerst aangesloten bij de definitie die het Rijk in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving geeft voor bodemgevoelige gebouwen. Een bodemgevoelig gebouw is een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt waar minimaal 2 uur per dag blootstelling plaatsvindt. Ook bijbehorende bouwwerken horen bij een bodemgevoelig gebouw, mits ze groter dan 50 m2 zijn. Het toepassingsbereik van een grondwatergevoelig gebouw omvat daarnaast ook niet-bodemgevoelige gebouwen.

Of een mobiele verontreiniging in de vaste bodem een risico vormt voor het grondwater staat immers los van of er blootstelling plaatsvindt. Voor gebouwen die geen bodemgevoelig gebouw zijn, vindt de provincie het echter niet proportioneel de regels in deze paragraaf te koppelen aan zeer kleine gebouwen. De provincie heeft daarom niet-bodemgevoelige gebouwen die kleiner zijn dan 50 m2 uitgesloten van het toepassingsbereik. Het gaat hier om het oppervlak van het deel van het gebouw dat de bodem raakt. Met de definitie van een grondwatergevoelige locatie stuurt de provincie er op het aangrijpen van dat het natuurlijk moment om een mobiele bron van verontreiniging in de vaste bodem in samenhang met een activiteit aan te pakken. Voor het bepalen wat een grondwatergevoelig locatie is, is allereerst aangesloten bij de definitie die het Rijk in artikel 5.89h van het Besluit kwaliteit leefomgeving geeft voor een bodemgevoelige locatie. Een bodemgevoelige locaties, omvat ook het perceel en de tuin. Voor niet-bodemgevoelige gebouwen vindt de provincie het niet proportioneel om naar het gehele perceel te kijken of het natuurlijk moment aangegrepen kan worden voor het verbeteren van de grondwaterkwaliteit.

De instructieregels richten zich tot het deel van het perceel waar de ontwikkeling of herinrichting daadwerkelijk plaatsvindt in samenhang met de bouw van het grondwatergevoelige gebouw zodat in samenhang met de activiteit, net als onder de Wet bodembescherming, het natuurlijk moment aangegrepen wordt bij dergelijke verontreinigingen. Zodoende is geduid dat het enkel gaat om het aangrenzende tuin of perceel voor zover het samenhang heeft met het te bouwen grondwatergevoelige gebouw. XXXXX Sectie 'Artikel 11.61 Maatwerkvoorschriften meldingsplicht bouwen van een bodemgevoelig gebouw' wordt geplaatst na sectie 'Artikel 11.63 Toepassingsbereik bouwen van een grondwatergevoelig gebouw'. De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.61 11.64 Maatwerkvoorschriften meldingsplicht bouwen van een bodemgevoelig gebouw Uitleg artikel

49

54/58

In artikel 11.2 is een algemene bepaling opgenomen voor het stellen van maatwerkvoorschriften door het bevoegd gezag (op verzoek van een initiatiefnemer). Dat artikel is van toepassing op alle paragrafen in hoofdstuk 11. In aanvulling hierop is deze specifieke bepaling voor het stellen van maatwerkvoorschriften opgenomen in artikel 11.61 voor de meldingen voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie. Met dit artikel maken we naar de buitenwereld duidelijk dat het bevoegd gezag voor deze melding dezelfde voorschriften wil kunnen stellen als bij de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie. Dit artikel vormt tegelijk een vangnet voor de meldingen, zodoende kan gebruik worden gemaakt van het vangnetartikel artikel 11.58 11.61 ). YYYYY Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.64 11.67 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen bouwen van een grondwatergevoelig gebouw ZZZZZ Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.65 11.68 Voorafgaand grondwateronderzoek AAAAAA Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.66 11.69 Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit BBBBBB Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.67 11.70 Sanerende maatregelen bij significante grondwaterverontreiniging CCCCCC Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.68 11.71 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning en informatieplicht bouwen van een grondwatergevoelig gebouw DDDDDD Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.69 11.72 Beoordelingsregel omgevingsvergunning bouwen van een grondwatergevoelig gebouw EEEEEE Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

50

55/58

Artikel 11.70 11.73 Meldingsplichtige gevallen bouwen van een grondwatergevoelig gebouw FFFFFF Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.71 11.74 Indieningsvereisten melding bouwen van een grondwatergevoelig gebouw GGGGGG Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.72 11.75 Informatieplicht ingebruikname na maatregelen bouwen van een grondwater gevoelig gebouw HHHHHH De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.188 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het ontwikkelen of afdrukken van fotografisch materiaal. Dit isde is de 'ouderwetse', chemische manier van ontwikkelen en afdrukken van lichtgevoelige film.

Digitaal afdrukken, het met onder andere inkjet- en laserprinters afdrukken van digitale foto's, isspecifiek is specifiek uitgezonderd. IIIIII Na sectie 'Artikel 22.303 Voorschriften over archeologische monumentenzorg' worden twee secties ingevoegd, luidende:

Artikel 29.1 Delegatie afwijkende kwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie Uitleg artikel In artikel 11.15 wordt het reeds sinds 2010 bestaande hergebruiksbeleid overgenomen voor nieuwe industrieterreinen/bedrijventerreinen van groter dan 2 hectare. Op deze terreinen is het mogelijk om grond uit het beheergebied toe te passen die voldoet aan de kwaliteitsklasse industrie. Echter zijn kunnen hier uitzonderingen op zijn. Dit artikel bepaalt dat de aanwijzing van eventuele andere locaties is gedelegeerd aan het college. Dit zijn locaties waar de gemeente andere ambities ten aanzien van de bodemkwaliteit heeft.

Artikel 29.2 Delegatie locaties nazorg aanwijzen Uitleg artikel Op de kaart 'locaties nazorg Omgevingswet' komen nazorglocaties (na saneren en na nemen tijdelijke beschermingsmaatregelen) te staan. Deze moeten worden geregistreerd in het omgevingsplan. Met dit artikel kunnen door het college worden doorgevoerd. Reikwijdte

51

56/58

Het college kan alleen wijzigingen in de kaarten: 'locaties nazorg Omgevingswet', doorvoeren voor het eigen beheergebied.

52

57/58

58/58

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/1076/documents/15807