CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB beantwoording technische vragen Jaarrekening 2023.pdf

Oordeelsvormende vergadering Papendrecht 27 juni 2024, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 6: Jaarstukken 2023 - Voorstel6.340 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de gemeenteraad Datum Behandeld door Ons kenmerk

24 juni 2024 B.L. Liang / M. Penders 20240624.01

Doorkiesnummer Onderwerp

Beantwoording technische vragen Jaarstukken 2023

Geachte mevrouw, heer, Hieronder treft u de beantwoording van schriftelijke gestelde technisch vragen van de fracties PAB en D66 aan. In deze brief volstaan we met een korte, technische beantwoording. I.

Door de fractie van PAB zijn onderstaande schriftelijke technische vragen gesteld over de Jaarstukken 2023. Deze beantwoording betreft alleen technische vragen.

Jaarverslag Sport, Cultuur en Recreatie – Hoofdtaakveld 5 Taakveld 5.1 Sportbeleid en activering – maatregel 1a: Niet-sporters Pag. 62 In twee jaar tijd is het beeld t.o.v. Nederland verslechterd. Vraag 1a Is het bekend waar dit door komt? Antwoord vraag 1a: Er kan een vertekend beeld zijn ontstaan door een wijziging in definitie. In de analyse van 2020 sprak men nog over ‘niet-sporters’ en in de analyse van 2022 over ‘wekelijkse sporters’. Tot “niet-sporters” worden inwoners bedoeld die minder dan één keer per week sporten. Tot “wekelijkse sporters” worden inwoner bedoeld die minstens één keer in de week sporten. De conclusie is een verbetering. De vergelijking kan niet precies gemaakt worden, omdat een wekelijkse sporter meer dan eenmaal per week kan sporten. Daarom de cijfers op een rijtje om het beeld meer helder te krijgen: Niet sporters wekelijkse sporters 2020 2022 2020 2022 Papendrecht

54,4%

53,2%

45,6%

46,8%

Nederland

49,3%

46,4%

50,7%

53,6%

Sport/beweeggedrag hangt af van allerlei factoren, zoals leeftijd, geslacht, inkomen en woonomgeving. Het is bekend dat de grijze druk in Papendrecht hoger ligt in vergelijking met Nederland. Vraag 1b Waarom hebben we hier in Papendrecht zoveel meer niet-sporters? Antwoord vraag 1b: Zie vraag 1a.

1

Jaarverslag Sport, Cultuur en Recreatie – Hoofdtaakveld 5 5.1 Sportbeleid en activering – maatregel 1d: Stapje fitter Pag. 63 Vraag 2a Hoe groot is de groep statushouders in Papendrecht? Antwoord vraag 2a: Op dit moment zijn er 133 statushouders geregistreerd die ook een uitkering krijgen daarnaast zijn er in Papendrecht 15 gezinsmigranten geregistreerd die geen uitkering ontvangen maar wel inburgeringsplichtig zijn (stand van zaken 20 juni). De doelgroep voor Stapje Fitter zijn deels statushouders die een bijstandsuitkering ontvangen. Vraag 2b Hoeveel van hen doen mee aan dit project? Antwoord vraag 2b: Jaarlijks gemiddeld 6 statushouders. Dit is afhankelijk van het aantal potentiële deelnemers die door de Sociale Dienst Drechtsteden worden aangedragen. Vraag 2c Zijn de kosten verantwoord gezien 11 deelnemers? Het gaat om 11 cursisten. Bij de vermelding van successen of het overstappen naar een andere activiteit lijkt de relatie met het aantal van 11 niet te kloppen? Antwoord vraag 2c: De maatschappelijke baten van deze interventie zitten hem niet alleen in ontwikkelen naar (vrijwilligers)werk, maar ook op het vlak van een gezonde leefstijl, omgaan met geld en opbouw van een sociaal netwerk.

Er worden meer overstappen naar andere activiteiten genoemd dan aantal deelnemers, omdat sommige deelnemers na afloop in meerdere dingen zijn gaan participeren (bijvoorbeeld sport én vrijwilligerswerk).

Jaarverslag Sociaal Domein – Hoofdtaakveld 6 Taakveld 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie – Deel 1 (Participatie) – maatregel 1d: PuurPapendrecht Pag. 73 Vraag 3 Er wordt een viertal successen genoemd (samenbrengen, lokale initiatieven steunen, buurt wordt beter, informatiebron lokale partijen). Op grond van welke statistieken (kwalitatief en kwantitatief) zijn deze successen gebaseerd? Antwoord vraag 3: Dit heeft MijnBuurtje - de organisatie achter PuurPapendrecht die in veel gemeenten in Nederland een site heeft - onderzocht. Daarnaast heeft PuurPapendrecht een overzicht van alle statistieken van de site zoals het aantal bezoekers, berichten, activiteiten, aantal hulpvragen en hulpaanbod.

Sociaal Domein – Hoofdtaakveld 6 Taakveld 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie – Deel 2 (Sociaal Domein) – maatregel 1a: Suppord Pag. 74 Vraag 4a Welke statistieken heeft Suppord over de vroegtijdige signalering?

2

Antwoord vraag 4a: Suppord houdt geen statistieken bij over aantallen en inhoud van de vroegtijdige signalering. Het jongerenwerk behelst het contact onderhouden met jongeren, zowel op locatie Boeieraak als in de buitenruimte. Tijdens deze contactmoment kunnen zorgwekkende signalen worden opgevangen en bij zorgwekkende signalen wordt er in samenspraak met de jongere afgestemd met samenwerkingspartners. Vraag 4b Wat is er aan duurdere zorg voorkomen? Antwoord vraag 4b: Het jongerenwerk richt zich op preventie, waarvan de effecten en resultaten moeilijk te meten zijn en doorgaans pas op lange termijn zichtbaar worden. Uit onderzoek blijkt wel dat preventieve maatregelen leiden tot een verminderd beroep op jeugdzorg. De preventieve inzet door Suppord, bijvoorbeeld de wekelijkse 'chill en talk' sessies, kan helpen om doorverwijzingen naar jeugdzorg in Papendrecht te verminderen. Vraag 4c Wat houdt versterken doelgroep in? Antwoord vraag 4c: Het versterken van de doelgroep betekent dat jongeren via diverse activiteiten hun sociale netwerk en bijbehorende vaardigheden ontwikkelen. Preventieve gesprekken over uiteenlopende thema's vergroten hun bewustwording en helpen hen bij het maken van weloverwogen keuzes. Bijvoorbeeld weerbaarheidstrainingen verhogen de veerkracht van jongeren en kunnen ervoor zorgen dat problemen niet escaleren.

Sociaal Domein – Hoofdtaakveld 6 Taakveld 6.2 Wijkteams – maatregel 2a Pag. 77 Vraag 5 De laatste zin over indicatoren en kentallen. Zijn deze nu al bekend? Zo ja, op welke plek kunnen wij die vinden? Antwoord vraag 5: Nee, de herziene indicatoren en kerngetallen zijn nog niet bekend.

Sociaal Domein – Hoofdtaakveld 6 Taakveld 6.2 Wijkteams – maatregel 2c Pag. 78 Vraag 6 In de Lange Termijn Agenda (LTA) zien we niet wanneer de zorgroutes aan de raad voorgelegd worden. Wanneer kunnen we deze dossiers verwachten? Antwoord vraag 6: Deze in de Jaarstukken 2023 opgenomen route bestuurlijke besluitvorming is onjuist; de zorgroutes Onderwijs – Jeugd behoeven geen vaststelling door de gemeenteraad, aangezien dit uitvoeringsdocumenten zijn. De zorgroutes Onderwijs – Jeugd worden integraal onderdeel van het Uitvoeringsprogramma van de Routekaart Jeugd. In de 2e helft van 2024 worden de zorgroutes geëvalueerd, dit doen we samen met de ketenpartners. De uitkomst van deze evaluatie zal tegelijkertijd met de eerste halfjaarrapportage van de Routekaart Jeugd, medio 2025, ter informatie aan de raad worden voorgelegd.

3

Volksgezondheid, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing – Hoofdtaakveld 8 Taakveld 8.3 Wonen en Bouwen – maatregel 1c Pag. 104 Eerst geeft men als reden voor het niet behalen van de taakstelling in de tweede helft van 2023 het tekort aan woningen. Vervolgens zou de reden zijn dat de IND te weinig statushouders aan onze gemeente koppelt. Dit spreekt elkaar tegen. Onze gemeente heeft te weinig woningen om alle statushouders te vestigen, maar ook de IND koppelt te weinig statushouders aan Papendrecht. Vraag 7 Klopt het dat dit elkaar tegenspreekt? Hoe zit het nu precies? Antwoord vraag 7: Dit klopt allebei. Er komen te weinig geschikte woningen voor statushouders beschikbaar. Dit komt met name omdat de meeste statushouders alleenstaanden zijn en daarom niet geschikt zijn voor een eengezinswoning. Daarnaast hebben we (bijvoorbeeld ook in Q1 2024) te weinig koppelingen gekregen waardoor we ook weinig statushouders kunnen plaatsen en daarom achterlopen op de taakstelling. Gezien dat laatste handhaaft de provincie sinds kort ook gerichter op realisatie van het aantal koppelingen (in plaats van de realisatie taakstelling).

Paragrafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Top 5 risico’s - GRVRZHZ: deeltijdsrichtlijnen. Pag. 115 Vraag 8 Kunnen we dit probleem pareren door te wijzen op het subsidiariteitsbeginsel (een afspraak binnen de EU)? Antwoord vraag 8: Zoals aangegeven wordt op Rijksniveau gekeken of er juridische oplossingen zijn voor de strijdigheid met de Europese deeltijdrichtlijn. Het subsidiariteitsbeginsel zal hierin zeker worden betrokken. Echter zolang er nog geen duidelijkheid bestaat blijft er wel sprake van een financieel risico. Het is derhalve terecht dat de veiligheidsregio dit als risico heeft opgenomen en in het verlengde wij als gemeente.

Paragrafen Onderhoud kapitaalgoederen Groen (laatste alinea) Pag. 123 Vraag 9 Is een voedselbos i.v.m. de PFAS-problematiek nog een goed initiatief te noemen? Antwoord vraag 9: Een voedselbos is ook in Papendrecht nog steeds een mogelijk initiatief te noemen. Doelstellingen van voedselbossen zijn onder andere het produceren van voedsel en het verhogen van de natuurwaarde. Wat dat laatste aspect betreft vinden insecten, vogels, amfibieën en kleine zoogdieren in voedselbossen ondanks aanwezigheid van PFAS leefruimte, voedsel en beschutting. Wat betreft de voedselveiligheid geeft de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid advies over het eten uit moestuinen: https://www.ozhz.nl/dossiers/pfasinmijntuin/ (Het OZHZ advies voor een heel groot deel van Papendrecht luidt: "Wissel eten van groenten en fruit uit de tuin af met uit de winkel", voor delen van Papendrecht worden op de genoemde website nog andere adviezen gegeven.)

4

Paragrafen Bedrijfsvoering Flexibele organisatie Pag. 160 Vraag 10a Wordt een deel van de inhuur betaald met het overschot van de onder uitputting salarisbudget? Antwoord vraag 10a: Ja. Vraag 10b Hoe is de verhouding van de inhuur tussen inhuur voor regulier werk en inhuur voor specialistische zaken waar wij geen mensen voor hebben? Antwoord vraag 10b: Van het inhuurbudget is 25% voor specialistische inhuur en 75% voor regulier werk.

Jaarrekening 1. Inleiding Pag. 174 Een raadslid moet uiteraard niet alle tabellen gaan doorrekenen, maar hier viel toch iets op. In de tabel Afwijkingen ten opzichte van de Primaire begroting 2023 zijn de getallen onder Totaal volgens ons ontstaan door het verschil te nemen van de getallen uit de eerste kolom en derde kolom van de bovenste tabel (bijvoorbeeld -3115 – -3392 = 277). Doe je dat voor Algemene Dekkingsmiddelen dan zou er 6152 moeten staan i.p.v. 4134 (in de jaarrekening 2022 op bladzijde 161 staat ook een ander dan verwacht getal 9104 i.p.v. 8104. Vraag 11 Wat zit hierachter? Antwoord vraag 11: Het saldo wat is opgenomen in de tabel betreft het totaal aan algemene dekkingsmiddelen, overhead, treasury, vennootschapsbelasting en onvoorzien. Wij hebben dit in het nieuwe boekwerk ook zo opgenomen.

Jaarverslag Bestuur en Ondersteuning – Hoofdtaakveld 0 Taakveld 0.2 Burgerzaken (Dienstverlening) – maatregel 1b Pag. 21 “Doorlopend blijven uitbreiden van de eerstelijns vragen in FAQ's ter afhandeling bij de telefooncentrale. Het streven is minimaal 80% van de vragen eerstelijns af te handelen. Investeren in bereikbaarheid van medewerkers is essentieel, evenals het openstellen van agenda's.” Vraag 12 Is de dienstverlening geanalyseerd? Zo ja wat is de uitkomst van de analyse. Wordt de gestelde doelstelling om minimaal 80% van de vragen eerstelijns af te handelen behaald? Wat is het resultaat? Zo nee, wat is de reden dat dit niet is geanalyseerd of behaald wordt? Antwoord vraag 12: Bij dienstverlening wordt geanalyseerd. Input hiervoor is de rapportage telefonie, waarin we zien hoeveel binnen gekomen telefoontjes er bij dienstverlening worden doorverbonden. Dat geeft een indicatie van het aantal vragen dat niet bij dienstverlening beantwoord wordt. Gemiddeld verbinden wij 18% van het aantal telefoontjes door.

5

Hierin zitten ook telefoontjes die niet in door de eerste lijn beantwoord kunnen worden. Bijvoorbeeld specialistische vragen of verzoeken voor het maken van een afspraak met een bestuurder of specifieke collega. Dit kunnen we er niet uitfilteren, maar waarmee we wel kunnen vaststellen dat we i.d.d. in staat zijn bij dienstverlening om meer dan 80% van de eerstelijns vragen te beantwoorden.

Jaarverslag Bestuur en Ondersteuning – Hoofdtaakveld 0 Taakveld 0.3 Beheer overige gebouwen en gronden – maatregel 2a Pag. 23 “In 2023 is hard gewerkt aan een verduurzamingsplan voor ons gemeentelijk vastgoed. We kijken pragmatisch naar verduurzaming door geen maatregelen te nemen bij gebouwen die op kortere termijn op de nominatie voor sloop staan. Het goed uitwerken van het plan vraagt meer onderzoek dan enige tijd geleden werd gedacht.” Vraag 13a Wanneer staat gepland om het onderzoek uit te voeren en welke kosten brengt dit met zich mee? Antwoord vraag 13a: Vanwege de werkzaamheden op het gebied van onderwijshuisvesting zijn wij hier nog niet aan toegekomen. Tevens richten wij ons op het implementeren van het beheerprogramma van ons gemeentelijk vastgoed. Zodra deze werkzaamheden zijn afgerond hebben wij ruimte om verder te gaan met het verduurzamingsplan. Het is nog onbekend welke kosten het verduurzamingsplan met zich mee brengt. Vraag 13b Zijn deze kosten inmiddels opgenomen in de begroting? Antwoord vraag 13b: Nee, nog niet.

Jaarverslag Bestuur en Ondersteuning – Hoofdtaakveld 0 Taakveld 0.3 Beheer overige gebouwen en gronden – maatregel 2c Pag. 23-24 “Het is de bedoeling om op termijn het planmatig onderhoud van alle gemeentelijke gebouwen in beheersystemen onder te brengen.” Vraag 14a Binnen welke termijn staat gepland om de gemeentelijke gebouwen in een beheerssysteem onder te brengen. Antwoord vraag 14a: Na positieve besluitvorming over de Perspectiefnota 2024-2029 implementeren we het beheersysteem. Vraag 14b Hier zullen ongetwijfeld investeringen mee gemoeid gaan. Zijn deze inmiddels begroot en opgenomen in de begroting? Antwoord vraag 14b: Het beheersysteem helpt ons om op een professionele wijze regie te voeren over het gemeentelijk vastgoed. Wij zijn tevens in gesprek met het SGD om te bekijken waar wij aan kunnen haken qua contractbeheer en meerjarenonderhoudsplannen voor het gemeentelijk vastgoed. De eventuele financiële gevolgen die voortvloeien uit de investeringen zijn nog niet in beeld gebracht.

6

Jaarverslag Bestuur en Ondersteuning – Hoofdtaakveld 0 Taakveld 0.4 Overhead – ICT en GEO – maatregel 2d Pag. 27 “Er is een interne pilot geweest om dit vorm te geven. Deze was gericht op de verbeelding van de vergroening van Papendrecht (opgestart in 2023).” Vraag 15a Wat is het resultaat geweest van de pilot en wordt de ontwikkeling Digital Twin Papendrecht verder uitgerold? Antwoord vraag 15a: Deze pilot betreft een ontwerp-onderzoek naar het verder vergroenen in de openbare ruimte waarbij ruimte zowel bovengronds maar vooral ondergronds gezocht wordt in afstemming met ondergrondse kabels en leidingen en riolering. Dit wordt vervolgens afgestemd op de bestaande groenstructuur. Het geplande vervolg is de uitbreiding van de groenstructuur. Het ontwerp-onderzoek loopt nog door in 2024. De tekst “Er is een interne pilot geweest” (opgestart in 2023) moet zijn “Is opgestart in 2023”. Vraag 15b) Zijn de uitgaven die hiervoor benodigd zijn begroot? Antwoord vraag 15b: De voor het ontwerp-onderzoek benodigde middelen zijn begroot.

Jaarverslag Bestuur en Ondersteuning – Hoofdtaakveld 0 Taakveld 0.4 Overhead – ICT en GEO – maatregel 5b Pag. 29 “Borgen risicomanagement en uitvoeren van risicoanalyses over de (nieuwe) processen/ gegevensverwerkingen en systemen in de vorm van DPIA's (Data Protection Impact Assessment) en BRA's (Basis Risico Analyse). In 2023 hebben we 5 Risicoanalyses en 4 DPIA’s uitgevoerd (waarvan enkele nog niet volledig zijn afgerond).” Vraag 16 Wat is nu de status ten aanzien van de afronding van de analyses en wat zijn de uitkomsten? Antwoord vraag 16: Op dit moment bevindt zich nog één DPIA in de afrondende fase. De uitkomsten van de overige zijn positief om de benodigde wijzigingen in de systemen en applicaties door te voeren.

Jaarverslag Bestuur en Ondersteuning – Hoofdtaakveld 0 Taakveld 0.4 Overhead – ICT en GEO – maatregel 5c Pag. 29 “Er is in 2023 een project “Basis op Orde” opgestart waarbij de kritische processen worden opgetekend. Zodra deze processen inzichtelijk zijn kunnen waar nodig maatregelen worden getroffen om risico's af te zwakken. Gezien de grote capaciteitsbelasting die dit project met zich meebrengt wordt gekeken hoe we dit in 2024 voort kunnen zetten.” Vraag 17 Wat is de status van het project en wordt het voortgezet? Wanneer is het afgerond?

7

Antwoord vraag 17: Er is een projectleider aangesteld om dit project te versnellen en de interne organisatie te ontlasten. Voor nu zetten we in om halverwege 2025 de meest kritische processen met een hoog risico op informatiebeveiliging, privacy en P&C-cyclus afgewikkeld te hebben.

Jaarverslag Bestuur en Ondersteuning – Hoofdtaakveld 0 Taakveld 0.64 Belasting en overig – maatregel 1a Pag. 33 “Vanuit interne beheersing werken we aan het beschrijven en actueel houden van relevante processen. Een efficiencytoets is daar onderdeel van.” Vraag 18 Heeft de efficiency toetst plaatsgevonden en wat is het resultaat? Welk doel is bepaald? Antwoord vraag 18: Het betreft hier een continu proces wat hoort bij de dagelijkse werkzaamheden. Daar waar wij zien dat er verbeteringen in de werkwijze kan worden doorgevoerd en er dus efficiënter gewerkt kan worden dan wordt dit ook doorgevoerd. Dit wordt niet centraal bijgehouden omdat het regulier werk betreft en ook onderdeel is van de dagelijkse werkzaamheden. Aanvullend hebben we wel het project “processen op orde” ingesteld om de meest kritische processen op het gebied van informatiebeveiliging, privacy en P&C-cyclus specifiek te onderzoek en te beoordelen. Dit project loopt nu. Zie ook vraag 17.

Jaarverslag Veiligheid – Hoofdtaakveld 1 Taakveld 1.2 Openbare orde en veiligheid – maatregel 2j/3d Pag. 42 “Door capaciteitsgebrek is het implementatietraject stil komen te liggen.” Vraag 19a Wat is het plan, wanneer wordt het implementatietraject opgestart en is het plan om geïmplementeerd te hebben? Antwoord vraag 19a: In 2023 lag het implementatietraject stil vanwege capaciteitsgebrek. De vacature voor een projectleider is in de afgelopen tijd opgevuld, in de loop van dit jaar starten we daarom het implementatietraject weer verder op. Vraag 19b Wat is het doel dat bereikt moet worden? Antwoord vraag 19b: AVE staat voor ‘aanpak ter voorkoming van escalatie’. Het uitgangspunt is dat burgers zelf regie hebben over hun leven. Als dit niet (meer) lukt, is hulpverlening en opschaling nodig, met mogelijk (tijdelijke) overname van de regie. AVE moet stagnerende samenwerking en ineffectiviteit in de hulpverlening voorkomen. Voor iedereen moet duidelijk zijn wie (rol, functie) wanneer (fase AVE) de regie heeft.

8

Jaarverslag Sport, Cultuur en Recreatie – Hoofdtaakveld 5 Wat heeft het gekost? Pag. 70 “Lasten Openbaar groen en (openlucht) recreatie nadelig resultaat van 127k.” Vraag 20 Wat is de oorzaak dat er een nadelig verschil is ontstaan ten opzichte van de begroting? Antwoord vraag 20: Op bladzijde 199 van de jaarrekening staat bij het onderdeel "5. Toelichting op het overzicht van lasten en baten Jaarrekening 2023" bij taakveld 5 onderstaande uitleg opgenomen. Openbaar groen en (openlucht) recreatie (nadeel € 127.000) - Op de post onderhoud bomen is een overschrijding ontstaan doordat schadeherstel van een tuinmuur veroorzaakt door boomwortels niet voorzien was. - Bij het schonen watergangen en het onderhoud van ruw gras zijn in 2023 zowel de kostenindexering uit jaarschijf 2022 als index jaargang 2023 doorgevoerd. De hoge indexatie viel achteraf tegen. Daarnaast zijn bij de afrekening in 2023 de bestekhoeveelheden aangepast met gevolg meerkosten. Deze meerkosten waren niet te voorzien

II.

Door de fractie van D66 zijn onderstaande schriftelijke technische vragen gesteld over de Jaarstukken 2023. Deze beantwoording betreft alleen technische vragen.

Jaarverslag Inleiding Krapte op de arbeidsmarkt Pag. 15 Op deze pagina staat een tabel waaruit blijkt dat de uitgaven voor externe inhuur t.o.v. de loonsom 29,4% zijn. Naar aanleiding daarvan de volgende vragen. Vraag 1a Hoeveel van deze inhuur betreft ZZP'ers? Antwoord vraag 1a: Wij huren altijd centraal in via Yacht. Wij huren niet zelfstandig ZZP’ers in. Vraag 1b Verwacht het College een verlaging van kosten voor inhuur door de opheffing van het handhavingsmoratorium op de wet Deregulering Arbeidsrelaties per 2025? Antwoord vraag 1b: Nee dit verwachten wij niet. Ook nu al geldt dat wanneer vaste of tijdelijke arbeidsovereenkomsten mogelijk zijn, wij dit ook doen. Wanneer dit niet mogelijk is dan zetten wij een opdracht uit bij de inhuurdesk. Nu al wordt bij de inhuurdesk een toets gedaan op de Wet Deregulering Arbeidsrelaties. Dit zal dus geen verandering teweegbrengen.

9

Jaarverslag Bestuur en ondersteuning – Hoofdtaakveld 0 Taakveld 0.1 Bestuur – Participatie Pag. 18-19 Er zijn vele vormen van participatie. Van vrijblijvend meepraten tot een overheid die echt loslaat. Vraag 2a Is al besloten dat de scope die in de participatienota zal worden voorgelegd zich beperkt tot “samen beleid oppakken, op initiatief van de gemeente?” Zaken echt loslaten, zaken op initiatief van de samenleving zelf, vallen dan al af bijvoorbeeld. Antwoord vraag 2a: Nee. Vraag 2b Wordt duidelijk omschreven in de nota welke doelen het college heeft met participatie in Papendrecht en waarom? Antwoord vraag 2b: Ja.

Jaarverslag Bestuur en ondersteuning – Hoofdtaakveld 0 Taakveld 0.62 OZB niet-woningen – tabel waarde woningen Pag. 32 Vraag 3 Het lijkt erop dat de WOZ-waarde slecht de actuele waarde volgt. In hoeverre is daar eventueel ruimte met het oog op extra inkomsten voor de gemeente? Antwoord vraag 3: De gemeente bepaalt de WOZ-waarde (taxatiewaarde) van een woning. Dit is het uitgangspunt voor de heffing van bijvoorbeeld de OZB. De vraagprijs is het bedrag dat minimaal voor een woning wordt gevraagd bij de verkoop van een huis en is dus onderhevig aan het systeem van vraag en aanbod. Met het verschil tussen de WOZ-waarde en de actuele waarde ontstaat er geen ruimte voor de gemeente om extra inkomsten te genereren. We moeten ons blijven vasthouden aan de WOZwaarde.

Jaarverslag Bestuur en ondersteuning – Hoofdtaakveld 0 Taakveld 0.11 Resultaat van de rekening van de baten en lasten – maatregel 2d Pag. 36 Het college geeft aan om ken- en stuurgetallen toe te koppelen aan duurzame ontwikkeldoelstellingen van de VNG. Vraag 4a Welke ken- en stuurgetallen zijn dit? Antwoord vraag 4a: De VNG heeft een overzicht gemaakt van welke ken- en stuurgetallen passen bij de verschillende duurzaamheidsdoelstellingen. Dit zijn vaak ken- en stuurgetallen die gemeenten kunnen leveren (voor een deel zijn dit gegevens die zijn opgenomen in “Waar staat je gemeente?”. Niet alles daarvan is bruikbaar, maar we willen die koppeling wel zoveel mogelijk gaan aanbrengen.

10

Vraag 4b Kunnen wij die terugvinden in de jaarstukken? Antwoord vraag 4b: Wij hebben een aantal van die ken- en stuurgetallen opgenomen, maar zullen daar voor het eerst bij de begroting 2025 meer gebruik van maken. Vraag 4c Wat is die genoemde duurzame ontwikkeldoelstelling van de VNG? Antwoord vraag 4c: Het zijn er feitelijk 17 en het betreft de zogenaamde Sustainable Development Goals (vertaald: duurzaamheidsdoelstellingen). Deze nemen wij altijd op bij de onderdelen in de P&C-documenten (dat zijn die gekleurde afbeeldingen).

Jaarverslag Bestuur en ondersteuning – Hoofdtaakveld 0 Wat heeft het gekost? Pag. 37 Vraag 5 Klopt het dat het resultaat van de rekening van baten en lasten van -4.079 miljoen is opgebouwd uit de elementen die op pagina 16 staan? Antwoord vraag 5: De elementen die zijn benoemd op pagina 16 zijn de grootste afwijkingen. Vanaf pagina 191 wordt in detail een analyse per programma weergegeven.

Jaarverslag Veiligheid – Hoofdtaakveld 1 Taakveld 1.2 Openbare orde en veiligheid – maatregel 2b: Participeren in overleggen Pag. 40 Er staat: “In het Zorg- en Veiligheidshuis zijn in 2023 14 casussen voor de gemeente Papendrecht behandeld.” Vraag 6a Betreft het dan altijd ‘ernstige zaken’ als huiselijk geweld en/of kindermishandeling? (Bijvoorbeeld: blijf-van-mijn-lijf huizen?). Antwoord vraag 6a: Behandeling van een casus in het Zorg- en Veiligheidshuis richt zich op complexe veiligheidscasuïstiek. Er is sprake van complexe casuïstiek indien; - Er meerdere problemen zijn op meer dan één leefgebied en deze problemen (naar verwachting) leiden tot crimineel en/of overlastgeven gedrag; - Er samenwerking tussen meerdere ketens nodig is om tot een effectieve aanpak te komen; - Beïnvloeding van de problematiek heeft impact op het (gezin)systeem en/of directe sociale leefomgeving; - Er is sprake van ernstige lokale of gebied gebonden veiligheidsproblematiek. Kortom het betreffen dus altijd zaken die complex zijn. Dit kan inderdaad huiselijk geweld en/of kindermishandeling betreffen, maar ook jeugdcriminaliteit of personen met onbegrepen gedrag. Vraag 6b Wij nemen aan dat er meer meldingen (telefoontjes) zijn, dan die 14. Klopt dat? En wanneer wordt het gerekend als ‘casus’?

11

Antwoord vraag 6b: Er zijn meer aanmeldingen bij het Zorg- en Veiligheidshuis dan casuïstiek behandeld wordt. Dit heeft er mee te maken dat sommige casuïstiek niet voldoet aan de criteria van het Zorg- en Veiligheidshuis en daar dus niet behandeld wordt. Deze casuïstiek wordt dan op lokaal niveau opgepakt. Vraag 6c Hoe is de ontwikkeling van het aantal Papendrechtse casussen geweest in de voorbije jaren? Antwoord vraag 6c: Het aantal casuïstiek is vergelijkbaar met voorgaande jaren. De enige ontwikkeling die te zien is, is dat er een lichte stijging zit in het aantal zaken huiselijk geweld.

Jaarverslag Veiligheid – Hoofdtaakveld 1 Taakveld 1.2 Openbare orde en veiligheid – maatregel 2g Pag. 41 Vraag 7 Uit de beschrijving halen we niet precies wie nu precies gecontroleerd wordt in het kader van deze maatregel. Zijn dat bedrijven, (semi-)overheid of juist particulieren? Antwoord vraag 7: Het gaat hierbij om rechtspersonen die in de KvK ingeschreven staan. Dit kunnen bedrijven of (semi-) overheid zijn. Particulieren worden in eerste aanleg niet gecontroleerd, tenzij er tijdens een integrale controle gestuit wordt op een particulier, die niet in de KvK ingeschreven staat, maar wel bedrijfsmatige activiteiten uitvoert of hier vooraf signalen over zijn.

Jaarverslag Onderwijs – Hoofdtaakveld 4 Taakveld 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken – maatregel 1c Pag. 59-60 In onderdeel 1c staat uitgelegd dat men inwoners die moeite hebben met basisvaardigheden (taal, rekenen, digitale vaardigheden) ondersteunt. In de ‘Wat hebben we daarvoor gedaan?’ lezen we vervolgens enkel iets over laaggeletterdheid. Vraag 8a Wat doet de gemeente aan achterstanden bij rekenvaardigheid? Antwoord vraag 8a: We werken vanuit de middelen uit de Wet Educatie Beroepsvaardigheden vraaggericht. Er is tot heden geen vraag vanuit de inwoners in Papendrecht en de Drechtsteden naar een aanbod op rekenvaardigheden. Bij een concrete vraag en behoefte wordt regionaal gezocht naar een passende aanbieder. De Bibliotheek AanZet verwijst via haar kennisbank naar een aanbod rekenvaardigheden. Vraag 8b Wat doet de gemeente bij achterstanden in digitale vaardigheden? Zeker bij oudere inwoners blijft dit relatief vaak achter, terwijl de digitalisering zich in rap tempo doorzet. Antwoord vraag 8b: Gemeenten hebben per 1 januari 2023 de regiefunctie over de Informatiepunten Digitale Overheid (IDO) gekregen. De gemeente ontvangt via een specifieke uitkering geld voor de instandhouding van het IDO-punt. Dit IDO-punt is gevestigd in de bibliotheek en ook door de bibliotheek bemand.

Inwoners kunnen hier terecht bij vragen over de digitale overheid zoals huurtoeslag, studiefinanciering maar ook over de aanvraag van een paspoort en rijbewijs. De medewerker van het IDO-punt verwijst ook indien nodig actief naar het andere aanbod van de bibliotheek zoals het taalhuis en de cursus klik en tik.

12

Ten aanzien van oudere inwoners is in de Actieagenda Wonen en zorg voor senioren opgenomen dat we de mogelijkheden onderzoeken of we het huidige aanbod kunnen vergroten om senioren te leren om hun digitale vaardigheden uit te breiden of om bij te blijven met nieuwe digitale ontwikkelingen.

Jaarverslag Sport, Cultuur en Recreatie – Hoofdtaakveld 5 Taakveld 5.1 Sportbeleid en activering – maatregel 1a Pag. 62 We zien dat in Papendrecht aanzienlijk minder mensen sporten, dan gemiddeld in Nederland. (53,2% sport niet in Papendrecht; 46,4% sport niet in Nederland). Vraag 9a Is bekend waardoor dit verklaard kan worden? Heeft bijvoorbeeld het feit dat Papendrecht een relatief oude bevolking heeft en weinig kinderen hiermee te maken? Antwoord vraag 9a: Zoals te lezen bij vraag 1 van de fractie PAB is er geen sprake van achteruitgang, wel ligt het cijfer inderdaad lager dan het Nederlands gemiddelde. We hebben op dit moment geen eenduidige verklaring waardoor dit komt, wel doet dit verschijnsel zich breder bij onze regiogemeenten ook voor. Vraag 9b Zijn er ook gegevens per leeftijdscategorie die sport in vergelijking tot Nederland, bijv. 0-18, enz. tot 65+? Antwoord vraag 9b: In het dashboard op www.hoegezondiszhz.nlzijn meer uitgewerkte tabellen op leeftijdsniveau te vinden op diverse onderdelen waar Papendrecht met de gehele regio worden vergeleken, die inzicht bieden in lokale en regionale patronen. In het dashboard zijn over het algemeen op dat niveau de cijfers van het Nederlands gemiddelde niet beschikbaar.

Jaarverslag Sport, Cultuur en Recreatie – Hoofdtaakveld 5 Taakveld 5.2 Sportaccommodaties – maatregel 1c Pag. 62 Vraag 10 Hierin wordt gesproken over een evaluatie van het contract Sportcentrum met het oogmerk het te herzien. Wat is de uitkomst van de evaluatie geweest en wat is de wens van de gemeente bij herziening van het contract, voor zover dat gedeeld kan worden? Antwoord vraag 10: De evaluatie is in samenwerking met het Sportcentrum, Theater Willem en de gemeente opgestart in 2023 en loopt door in 2024. De afronding van de evaluatie vindt naar verwachting halverwege 2024 plaats.

Jaarverslag Algemene vraag Vraag 11 Is het mogelijk om in tabellen met kengetallen ook vergelijkende cijfers met eerdere jaren of omliggende gemeenten op te nemen, zoals bijvoorbeeld de tabel op pagina 79 met aandeel huishoudens met problematische schulden? We willen trends kunnen zien.

13

Antwoord vraag 11: Dat is in principe mogelijk als die andere gemeenten ook dezelfde cijfers aanleveren. In “waar staat je gemeente?” zijn deze vergelijkingen te maken.

Paragrafen Financiering Interne rente Pag. 129 Er staat: “Voor de interne doorberekening van de rentekosten naar investeringen wordt een omslagrente van 1,0% gehanteerd. De BBV-notitie rente schrijft voor dat als de werkelijke rentelasten die over een jaar aan taakvelden hadden moeten worden doorbelast afwijken van de rentelasten die op basis van voorcalculatie van de renteomslag aan de taakvelden zijn toegerekend, de gemeente kan besluiten tot aanpassing.” Vraag 12 Kunt u iets uitgebreider en eenvoudiger uitleggen wat hier precies mee wordt bedoeld en wat voor effect dat heeft op de financiën van de gemeente? Antwoord vraag 12: Bij het berekenen van de rentelasten over investeringen hanteren de gemeenten een vaste rekenrente. Voor de gemeente Papendrecht is dit 1%. Wanneer de werkelijke rentelasten die aan de taakvelden worden doorberekend meer dan 25% afwijkt ten opzichte van de toegepaste rekenrente dan dient er een aanpassing plaats te vinden. Dit omdat anders er te veel verschil ontstaat met de werkelijke rentekosten. Dit is bij ons niet het geval zodat er geen correctie nodig is van de door ons toegepaste rekenrente.

Paragrafen Lokale heffingen Vergelijking met andere gemeenten Pag. 138 Wij zien dat in alle Drechtstedengemeenten behalve Papendrecht en Alblasserdam huurders, net als kopers, een rioolheffing betalen. De rangorde van hoe duur onze gemeente met belastingen is, is dan ook in Papendrecht voor woningbezitters (plaats 142) veel hoger dan voor huurders (plaats 99). Vraag 13a Klopt het dat, omdat rioolheffing kostendekkend is, Papendrechtse woningbezitters meebetalen voor het gebruik van het riool van huurders? Antwoord vraag 13a: De kosten voor de rioolheffing worden bij de eigenaren van woningen en niet- woningen in rekening gebracht en zijn in principe kostendekkend. Bij panden die verhuurd worden zijn de kosten rioolheffing verdisconteerd in de huurprijs van de verhuurder. Vraag 13b Met betrekking tot de rangorde: is bekend of de keuze van huurders voor een woonplaats binnen de Drechtsteden mede bepaald wordt door de woonlasten? Antwoord vraag 13b: Dit is niet bekend. Vraag 13c Is er ooit een gemotiveerd (op basis van een visie bijvoorbeeld) besluit genomen om Papendrechtse huurders niet hun eigen rioolgebruik te laten betalen, maar dit te laten financieren door woningeigenaren? Indien ja, graag dat besluit en motivatie bijvoegen.

14

Antwoord vraag 13c: Huurders betalen een all-in huur incl. de voorziening van een rioolaansluiting van de woning op het gemeentelijk riool. Dit is een verplichting voor eigenaren van alle woningen en niet- woningen waar water vrijkomt. De kosten van voorziening en de afvoer van regenwater zijn aanzienlijk hoger dan de kosten van het eigenrioolgebruik van bv. een huurder. Een gemotiveerd besluit (op basis van een visie bijvoorbeeld) is niet bekend. De huidige systematiek wordt voor zover wij kunnen nagaan meer dan 15 jaar toegepast. Besluitvormend stelt de gemeenteraad jaarlijks de verordening rioolheffing vast. Hierin staat niet allen het tarief maar ook de wijze van heffing.

Jaarrekening Inleiding Afwijkingen ten opzichte van de concernrapportage 2023 Pag. 175 Hier staat dat we een voordeel t.o.v. de concernrapportage van EUR 1,1 miljoen hebben behaald op de inhuur derden en doorbelasting loonkosten naar specifieke uitkeringen (SPUK’s). Vraag 14 Waarom kon dit ten tijde van de concernrapportage nog niet ingeschat worden? Antwoord vraag 14: De peildatum voor het opstellen van de concernrapportage is 1 september 2023 wat een doorkijk van de werkelijke inhuurkosten over een heel jaar lastig maakt. Uiteraard is er een inschatting gemaakt en is er in de concernrapportage 2023 een bedrag van € 500.000 vrijgevallen voor de inhuurkosten. Met betrekking tot de doorbelasting van de loonkosten naar de specifieke uitkeringen kan dit niet eerder dan bij het opstellen van de afrekening die in 2024 plaatsvindt op basis van de meest recente verantwoordingseisen die hoort bij de betreffende specifieke uitkering. Dit maakt het bijzonder lasten hier op voorhand al een “definitieve” berekening te maken.

Jaarrekening Inleiding Afwijkingen ten opzichte van de concernrapportage 2023 Pag. 175 En 5. Toelichting op het overzicht van lasten en baten Jaarrekening 2023 Taakveld 6 – Sociaal Domein – Wijkteams Pag. 202 Vraag 15 Hier is 300.000 EUR meer ontvangen dan gedacht. Betekent dit, dat als dit bedrag ‘over is’, er toeslagenouders minder snel geholpen zijn dan werd gedacht. Klopt het dat een overschot hier in feite nooit goed nieuws kan zijn, of kan dat wel? Graag toelichting. Antwoord vraag 15: De beoordeling of dit goed of geen goed nieuws is, is een politieke vraag. In 2023 zijn vanuit het Rijk meer middelen beschikbaar gekomen dan geraamd. Dit leidt tot een positiever resultaat dan ingeschat, maar dat staat los van de uitvoering. We zien over 2023 namelijk dat 40 gedupeerden hun plan van aanpak hebben afgerond en 7 gedupeerden de nazorg. Gezien de landelijke ontwikkelingen en de wachtlijsten bij de Commissie Werkelijke schade lopen we regionaal goed op schema.

15

Jaarrekening 5. Toelichting op het overzicht van lasten en baten Jaarrekening 2023 Taakveld 0 – Bestuur en ondersteuning – Overhead Pag. 191 We lezen dat de overheadskosten op papier zijn gedaald met 1,1 miljoen EUR t.o.v. de begroting. Onder meer door 490.000 EUR voor personeel door te belasten aan projecten voor klimaat- en energiebeleid, cultuurparticipatie en de sociale basis. Hiervoor was 590.000 EUR extra geld vanuit het rijk gekomen. Vraag 16a Staat hier eigenlijk: met dat extra geld vanuit het rijk voor klimaat, cultuur en de sociale basis, hebben wij inhoudelijk geen extra projecten op die terreinen gedaan, maar we hebben er de personeelslasten die er toch al waren en eerder als overheadskosten waren ingeboekt, van betaald? Antwoord vraag 16a: Nee, wij volgen de uitvoering zoals met uw raad besproken. Bij de genoemde specifieke uitkeringen is opgenomen dat deze middelen meerjarig ingezet mogen worden voor de dekking van de personele lasten en dus doorgeschoven mogen worden naar het volgende jaar. Vraag 16b Wat was de reden dat wij die extra middelen vanuit het Rijk kregen? Antwoord vraag 16b: De reden was om de gemeenten in staat te stellen een extra impuls te geven in de genoemde onderdelen.

Jaarrekening 5. Toelichting op het overzicht van lasten en baten Jaarrekening 2023 Taakveld 0 – Bestuur en ondersteuning – Overhead Pag. 192 Er staat dat er aanzienlijk minder is uitgegeven voor klimaat en de energietransitie. Vervolgens staat er dat er een incidenteel nadeel is van 311.000 EUR én dat de nog beschikbare middelen worden doorgeschoven naar 2024. Vraag 17a Minder uitgegeven, nadeel, doorschuiven. Die combinatie snappen we niet. Graag een toelichting Antwoord vraag 17a: Bij de lasten is er sprake van minder uitgaven. Aan de batenkant worden er minder middelen toegerekend omdat er ook sprake is van lagere uitgaven. Hierdoor ontstaat er aan de lastenkant een voordeel (minder uitgaven dan begroot) en aan de batenkant een nadeel (minder baten dan begroot). Het ontvangen bedrag van de SPUK 2023 die niet is gebruikt wordt overgeheveld naar 2024 zodat deze middelen beschikbaar blijven. Vraag 17b En, moet er geld teruggestort worden aan het Rijk? Antwoord vraag 17b: Nee, dit is pas bekend wanneer we moeten overgaan tot eindverantwoording van de SPUK-regeling. Dit loopt door tot 2030.

16

Jaarrekening 5. Toelichting op het overzicht van lasten en baten Jaarrekening 2023 Taakveld 4 – Onderwijs – Onderwijsbeleid en leerlingzaken Pag. 197 Er is een voordeel bij de uitvoering van de specifieke Rijksregeling Nationaal Programma Onderwijs. Verder staat er dat dit door de gefaseerde uitvoering komt. Vooraf was ingeschat wat de uitgaven zouden zijn en minder uitgeven aan onderwijsbeleid dan door het rijk verstrekt wordt, wekt de indruk dat er ‘taken zijn blijven liggen, waar wel geld voor was.’ Vraag 18a Kan worden toegelicht waarom het beschikbare geld niet allemaal is ingezet (waarbij fasering ons niet veel zegt). Antwoord vraag 18a: Het budget in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs heeft een looptijd van augustus 2021 tot augustus 2025. Het budget zetten we in voor activiteiten die in deze periode vallen (gefaseerd). In 2023 is het een uitvoeringspartner om meerdere redenen niet gelukt om alle geplande activiteiten uit te voeren. Intussen is voor dit overgebleven budget een goede bestemming gevonden gericht op het tegengaan van eenzaamheid onder jongeren. Vraag 18b En, moet eventueel niet ingezet geld later worden terugbetaald aan het rijk? Antwoord vraag 18b: Het budget dat voor augustus 2025 niet is ingezet, moeten we terugbetalen. Onze inschatting is dat er geen of een zeer gering bedrag terugbetaalt moet worden.

Een zeer geringe terugbetaling is het geval als er voor het resterende budget geen zinvolle activiteit, passend bij de doelstellingen van het budget, te bedenken is.

Jaarrekening 6. Overzicht incidentele baten en lasten Incidentele lasten – Rijksmiddelen Energietransitie t/m 2030 Pag. 212 Begroot was dat we 600.000 EUR zouden uitgeven aan klimaat- en energiebeleid, waarvoor wij het geld vanuit het rijk krijgen. Om in 2030 minimaal 55% uitstootvermindering te hebben gerealiseerd, als tussendoel van volledig klimaatneutraal in 2050. Er is maar 225.000 EUR uitgegeven, dus veel minder werk gedaan. De verklaring wordt volledig toegeschreven aan: krapte op de arbeidsmarkt. Vraag 19a Als dat de reden is, zullen alle andere Drechtstedengemeenten óók minder hebben uitgegeven aan klimaatmaatregelen. En zelfs landelijk zal dit het geval zijn. Is dat zo? Antwoord vraag 19a: Landelijk is het niet bekend. Regionaal wordt dit beeld wel bevestigd. Vraag 19b Graag de gegevens van een paar Drechtstedengemeenten hieromtrent, om een beeld te krijgen: HIA, Sliedrecht, Zwijndrecht is voldoende (meer mag, als het makkelijk te achterhalen is). Hoeveel ontvingen zij voor dit beleid vanuit het rijk, hoeveel gaven zij uit in 2023? Antwoord vraag 19b: HIA ontving € 500.000 en de uitgaven kwamen uit op een bedrag van € 300.000. Voor Sliedrecht is een bedrag ontvangen van € 460.000 en is uitgegeven € 175.000. Tenslotte voor de gemeente Zwijndrecht is ontvangen € 820.000 en uitgegeven € 473.000.

17

Bijlage 4 – Overzicht PIOFACH Pag. 251 Vraag 20 Dit betreft de overheadkosten. Bij de post Huisvesting staat een bedrag van 975.000 EUR. Vorig jaar was dat 332.000. Waardoor is dit verschil te verklaren? Antwoord vraag 20: Bij de jaarrekening 2022 is abusievelijk de verdeling onjuist toegerekend aan communicatie terwijl dit huisvesting had moeten zijn. Het juiste bedrag voor 2022 had moeten zijn: Huisvesting € 790 en communicatie € 231. Het totaalbedrag klopt uiteraard wel.

Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend,

J.M. Ansems Algemeen directeur

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/900/documents/13469