CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB beantwoording technische vragen D66 BGR25.pdf

Raadsvergadering Papendrecht 7 november 2024, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 6: Begroting 2025-2029 - Voorstel6.913 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de gemeenteraad Datum Behandeld door Ons kenmerk

09-10-2024 B.L. Liang / M. Penders 20241009.01

Doorkiesnummer Onderwerp

Beantwoording technische vragen D66 Begroting 2025

Geachte mevrouw, heer, Hieronder treft u de beantwoording van schriftelijke gestelde technisch vragen van de fractie D66 aan. In deze brief volstaan we met een korte, technische beantwoording. I.

Door de fractie van D66 zijn onderstaande schriftelijke technische vragen gesteld over de Begroting 2025. Deze beantwoording betreft alleen technische vragen.

Programmabegroting Inleiding Actualisatie ombuigingscatalogus Pag. 9 U schrijft: “De komende periode volgen we ambtelijk het voorbereiden op actualiseren van de ombuigingscatalogus.” Vervolgens heeft u aan waarop u focust, wat uw uitgangspunt (uw eigen kader) als college is. Dit lijkt in strijd met de in juli bij de behandeling van de Perspectiefnota unaniem aangenomen motie Betrek de raad bij ombuigingsproces. In het dictum staat vermeld: …de gemeenteraad… vanaf de start van het proces te betrekken. En: …hiertoe duidelijk processtappen te formuleren, waarbij de raad in alle stappen actief in stelling wordt gebracht… enz. Vraag 1a Voert het college de motie niet uit? Antwoord vraag 1a: Zie de raadsinformatiebrief hieromtrent op 8 oktober is verstuurd. Vraag 1b Waar baseert het college het kader? Graag het vastgestelde document noemen waarop wordt teruggegrepen. Antwoord vraag 1b: Er is nog geen kader geformuleerd.

Programmabegroting Inleiding Uitdagingen op de arbeidsmarkt Pag. 10 Vraag 2 U schrijft dat de percentage inhuur in Papendrecht aanzienlijk hoger ligt dan vergelijkbare gemeenten, namelijk 29,3% t.o.v. 18,8%. Over hoeveel geld hebben we het dan bij die bijna 30%? Er staat: ons streven is het percentage externe inhuur terug te brengen. Er staat niet tot welk niveau en ook niet per wanneer. Mogen wij ervan uitgaan dat het streven is per eind 2025 op het landelijke gemiddelde niveau te zitten?

1

Antwoord vraag 2: Het inhuurpercentage wat is genoemd is een prognose die we afgeven. In de regulier begroting (de voorliggende begroting) wordt rekening gehouden met een structureel inhuurbudget van € 1,3 mln. Bij de perspectiefnota wordt een inschatting gemaakt wat extra nodig is aan inhuur. De dekking vindt plaats door inzet van vacatureruimte, lagere inschaling van medewerkers en toerekening van de lasten aan projecten en investeringen. Over 2024 geeft dit voldoende ruimte om de inhuurlasten te dekken. Zie ook de concernrapportage 2024. Bij de jaarrekening 2024 zal uitgebreid worden ingegaan op de inhuurkosten 2024. Wij streven er inderdaad naar het inhuurbudget terug te brengen naar het landelijke gemiddelde. Wij hopen dit zo snel als mogelijk te realiseren.

Programmabegroting Hoofdtaakveld 0 – Bestuur en Ondersteuning 0.1 Bestuur (Participatie) – Wat gaan er ervoor doen? Pag. 12 Vraag 3 Er staat “Het vanuit een eigenaarsrol van de gemeenteraad werken aan de strategische visie voor Papendrecht, waarbij participatie een belangrijk onderdeel is.” Is dat ergens door de raad vastgelegd, dat participatie (anders dan andere zaken) een belangrijk onderdeel is van de strategische visie? Wij kunnen ons geen besluit van de gemeenteraad over een onderdeel van de strategische visie herinneren. Antwoord vraag 3: Dit is in de RIB verwoord die 30 mei 2024 aan u is verzonden.

Programmabegroting Hoofdtaakveld 0 – Bestuur en Ondersteuning 0.1 Bestuur (Regionale samenwerking) – Wat willen we bereiken? Pag. 13 “We streven bij (regionale) samenwerkingen naar een win-win situatie, waarbij we ons lokale belang versterken.” U schrijft bovenstaande. Wij lezen dan: “We gaan alleen samenwerking aan, als ‘we’ daar lokaal belang bij hebben.” Vraag 4a Wie is concreet ‘we’ in dit verhaal? Antwoord vraag 4a: ‘We’ staat voor gemeente Papendrecht. Vraag 4b Is het juist als we hieruit afleiden dat het College (regionale) samenwerkingsrelaties als puur transactionele relaties beschouwen? Antwoord vraag 4b: Nee, dit is niet juist. Vraag 4c Hoe ziet het college de samenwerking als dit tegelijkertijd het lokale belang moet versterken? Samenwerken vereist ten slotte ook een stuk vertrouwen en opgeven van (directe) invloed. Antwoord vraag 4c: Ten aanzien van samenwerken gaat het college uit van een gemeenschappelijke win-win situatie, zonder de eigen identiteit en eigen belangen uit het oog te verliezen. Samenwerken doe je op basis van vertrouwen en vraagt soms het gedeeltelijk opgeven van directe invloed. Dat moet dan opwegen tegen de voordelen van efficiënter werken, meer lobbykracht ontwikkelen en kwetsbaarheden reduceren.

2

Programmabegroting Hoofdtaakveld 0 – Bestuur en Ondersteuning 0.1 Bestuur (Regionale samenwerking) – Wat gaan er ervoor doen? Pag. 14 Vraag 5 Er staat: “In de samenwerkingsagenda wordt scherp gemaakt met welk overkoepelende ambitie Papendrecht in de regio samenwerkt en aan welke strategische relaties Papendrecht wil werken.” Mogen wij ervan uitgaan dat de keuze hierbij rechtstreeks zal volgen uit de Strategische visie op Papendrecht waar de raad momenteel aan werkt? Antwoord vraag 5: Het opstellen van de samenwerkingsagenda is een op zichzelf staand proces. De agenda wordt gevuld op basis van de ambities uit bestaande kaders. De agenda is niet in beton gegoten, maar kan gaande de tijd aangepast worden. Keuzes die in de strategische visie worden gemaakt, kunnen zodoende op een later moment worden verwerkt.

Programmabegroting Hoofdtaakveld 0 – Bestuur en Ondersteuning 0.4 Overhead – Wat gaan we ervoor doen? Pag. 17 Vraag 6 Wanneer is de regionale besluitvorming van het geactualiseerde (regionale) werving- en selectiebeleid? Wij zijn onder meer benieuwd naar wat de maatregelen zijn voor bevordering van diversiteit en inclusie. Krijgen wij hiervan automatisch bericht en ontvangt de raad dit beleid in de ingekomen stukken? Antwoord vraag 6: Wanneer de besluitvorming rond is, kan een korte terugkoppeling worden gegeven over de wijze waarop de aandacht voor diversiteit en inclusie vorm heeft gekregen binnen het beleid.

Programmabegroting Hoofdtaakveld 0 – Bestuur en Ondersteuning 0.5 Lokale Financiën – Wat willen we bereiken? Pag. 20 Vraag 7 Pag. 20 Bestuur en Ondersteuning, Lokale financiën Er staat: “Lokale lasten niet meer dan het landelijk gemiddelde laten stijgen (trendmatige verhoging OZB.” Dat is iets anders dan: uitsluitend indexeren. Met hoeveel procent stijgt de OZB landelijk gemiddeld de laatste paar jaar, boven op de indexering? Op pagina 194 en 195 van het Meerjarig overzicht van Baten en Lasten, zien we de verwachte opbrengst van de lokale heffingen stijgen van 8,9 miljoen in 2024 naar 9,6 miljoen in 2026. Waaruit bestaat die verwachte verhoging? (Ook weer in het licht van indexering versus stijging daar bovenop)? Antwoord vraag 7: Volgens de COELO zijn de tarieven OZB 2023 t.o.v. 2022 gestegen met 6,0% en voor 2024 t.o.v. 2023 met 5,9%. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt in indexatie en boven op de indexatie. De OZB-stijging voor Papendrecht komt uit op 5,5% voor 2023 en 3,4% voor 2024. Hiermee blijven we onder het landelijke gemiddelde. De ontwikkeling van de algemene dekkingsmiddelen onderdeel lokale heffingen voor de jaren 20242026 betreft de onroerendezaakbelasting en parkeerbelasting. Hierbij is rekening gehouden met een jaarlijkse stijging van afgerond 4% voor de OZB.

3

Programmabegroting Hoofdtaakveld 0 – Bestuur en Ondersteuning 0.5 Lokale Financiën – Wat willen we bereiken? Pag. 20 Vraag 8 Er staat: Belangrijk is dat onze begroting sluitend is, zowel voor het lopende begrotingsjaar als structureel op lange termijn. Is hier iets gewijzigd ten opzichte van de perspectiefnota en het door de gemeente gevolgde VNGadvies om in het rampjaar geen sluitende begroting aan te leveren? Antwoord vraag 8: Nee, wij blijven het advies van de VNG volgen.

Programmabegroting Hoofdtaakveld 2 – Verkeer, Vervoer en Waterstaat 2.2 Parkeren – Wat willen we bereiken? Pag. 31 Vraag 9 Genoemd wordt de overdekte fietsenstalling (op de Meent). Wij zien dat deze vaak zo goed als vol staat. Daar zijn we blij mee. Tegelijkertijd kan er nog aan verbeterd worden. Zijn er plannen om een aantal laadpunten voor elektrische fietsen te plaatsen en om de mogelijkheid te creëren om winkelwagentjes achter te laten? Antwoord vraag 10: Er is ons niet bekend dat er behoefte is om elektrische fietsen op te laden in de fietsenstalling. Mogelijk is dit het gevolg van de korte afstanden in Papendrecht. Het realiseren van een plaats voor winkelwagens is een verantwoordelijkheid van de winkeleigenaren.

Programmabegroting Hoofdtaakveld 2 – Verkeer, Vervoer en Waterstaat 2.2 Parkeren – Wat willen we bereiken? Pag. 31 Vraag 10 Wij weten dat eerder klimaatadaptief aanleggen van nieuwe parkeerplaatsen daar onderdeel van was. Is die ambitie losgelaten? Antwoord vraag 10: Nee, waar mogelijk passen we een klimaatadaptieve inrichting van parkeerplaatsen toe.

Programmabegroting Hoofdtaakveld 2 – Verkeer, Vervoer en Waterstaat 2.4 Openbaar Vervoer – Wat willen we bereiken? Pag. 31 Vraag 11 Er staat: We verbeteren de bereikbaarheid van onze gemeente door een betere aansluiting op en ontsluiting via het openbaar vervoer te realiseren. Dit staat er stelliger dan de veelgelezen termen: we streven naar, we zetten in op, enz. Wat zijn de concrete plannen voor deze verbeteringen van de bereikbaarheid van Papendrecht via het OV? Wij zien dat niet direct terug onder “Wat gaan we ervoor doen?”

4

Antwoord vraag 11: De ambitie is verbeteren van de ontsluiting via het openbaar vervoer en dit streven we dan ook na. Paar concrete voorbeelden van plannen zijn het verplaatsen van een bushalte én het realiseren van een stukje busbaan. Daarnaast blijven we uiteraard in gesprek met zowel provincie Zuid-Holland (als opdrachtgever) en Qbuzz (als opdrachtnemer).

Programmabegroting Hoofdtaakveld 3 – Economie Wat mag het kosten? Pag. 38 Vraag 12 In de tabel zien we bij 3.1 bij de Economische ontwikkeling, dat van 2024 op 2025 er een stijging van de baten te zien is van meer dan 60%. In de jaren daarvoor en daarna is het verschil met voorgaande jaren aanzienlijk lager. Waaraan is deze verwachte stijging in economische baten toe te schrijven? Antwoord vraag 12: De verhoging van de baten op taakveld 3.1 heeft betrekking op de rentevergoeding van Fokker op de verstrekte geldlening door de gemeente Papendrecht (raadsbesluit 29 februari 2024). Daar staat wel een hogere last tegenover met betrekking tot de te betalen rente voor het aangaan van de geldlening.

Programmabegroting Hoofdtaakveld 4 – Onderwijs Wat gaan we ervoor doen? Pag. 40 Vraag 13 Genoemd wordt: Uitvoeren van de regionale aanpak laaggeletterdheid om inwoners die moeite hebben met basisvaardigheden te ondersteunen door middel van les- en leeractiviteiten. Wat zijn de concrete (kwantitatieve) resultaten die hiermee in Papendrecht behaald zijn recentelijk versus de inspanningen? Wij hebben hierover in de jaarstukken niets concreets gevonden en de zoekfunctie in GO geeft als laatste resultaat januari 2021. Antwoord vraag 13: We bieden, via de centrumgemeente, diverse vormen van (taal)lessen en soortgelijke activiteiten aan en leiden inwoners toe naar het beschikbare aanbod wat bij hen past. De activiteiten worden georganiseerd door meerdere partijen, waaronder de bibliotheek. We zullen in de volgende jaarrekening de resultaten van 2024 opnemen.

Programmabegroting Hoofdtaakveld 5 – Sport, Cultuur & Recreatie Pag. 44 Wij lezen dat er sinds dit jaar ‘cultuur’ besproken wordt binnen de Alblasserwaard. Vraag 14a Wat is de hoop en de (realistische) verwachting van het college bij dit overleg? Antwoord vraag 14a: Dit overleg bevindt zich in de beginfase waarbij we nog aan het verkennen zijn welke thema’s verder aan de orde komen in dit bestuurlijk overleg. De insteek is om vanuit de wens ervaringen te delen en samen de uitdagingen aan te gaan die we als kleinere gemeentes allemaal ervaren rondom het behoud van voorzieningen en stimuleren van cultuurparticipatie. Vraag 14b Wat is de inzet van het college bij dit overleg?

5

Antwoord vraag 14b: Zie antwoord vraag 14a. Vraag 14c Is het een bewuste keuze om de Drechtsteden en daarbinnen Dordrecht, met veel culturele voorzieningen niet als cultuurpartners te zien, en de dorpen in de buurt wel? Wij zijn benieuwd wat de reden is (en welk vastgesteld kader dit binnenvalt), omdat wij bij de genoemde onderwerpen cultuurparticipatie en cultuureducatie vermoeden dat Dordrecht een ruimer aanbod heeft, waarvan ook Papendrechters veelvuldig gebruik maken? Antwoord vraag 14c: Zie ook antwoord vraag 14a. Dordrecht heeft als centrumstad heel andere vraagstukken en uitdagingen, wat maakt dat de afstemming met Dordrecht ook een ander karakter heeft. Vraag 14d Is er even intensief bestuurlijk overleg m.b.t. cultuurparticipatie en -educatie met Dordrecht? Antwoord vraag 14d: Zie antwoord vraag 14c.

Programmabegroting Hoofdtaakveld 5 – Sport, Cultuur & Recreatie Pag. 44-47 Vraag 15a Wij vernamen dat onze bibliotheek in een (deel)bestuur samenvalt met Sliedrecht en Hardinxveld. Klopt dat? Was dat altijd al zo of is dat een recente ontwikkeling? Antwoord vraag 15a: De bibliotheek AanZet heeft de regio onderverdeeld in rayons. Wij hebben altijd in het rayon Papendrecht, Sliedrecht, Hardinxveld-Giessendam gezeten, wat concreet inhoudt dat we dezelfde manager en coördinatoren hebben. Vraag 15b Hoe zorgt de gemeente ervoor dat culturele voorzieningen toegankelijk en aantrekkelijk blijven voor alle inwoners, ondanks de bezuinigingen en lagere inkomsten uit het gemeentefonds? Antwoord vraag 15b: Dit is een politieke afweging en daardoor geen technische vraag. Vraag 15c Welke concrete stappen worden ondernomen om lokale culturele initiatieven te ondersteunen, en hoe past dit binnen de bredere inclusieve visie van de gemeente? Antwoord vraag 15c: Dit doen we onder meer door het budget incidentele subsidies, waar organisaties en initiatiefnemers een aanvraag voor kunnen doen. Vraag 15d Wat is de langetermijnstrategie om de betrokkenheid van jongeren bij cultuur te vergroten, en welke investeringen worden daarvoor vrijgemaakt? Antwoord vraag 15d: Het jongerenwerk Suppord speelt een cruciale rol in de betrokkenheid van Papendrechtse jongeren bij cultuur.

Onder de noemer talentontwikkeling biedt het jongerenwerk diverse culturele activiteiten aan, zoals tekenworkshops en kinderdisco's, gericht op het ontdekken en ontwikkelen van jong talent. Daarnaast hebben we een heel programma rondom cultuureducatie (ToBe) en dat het nieuw gevormde cultuurplatform een rol heeft in het stimuleren van cultuurparticipatie onder jongeren.

6

Programmabegroting Hoofdtaakveld 5 – Sport, Cultuur & Recreatie 5.2 Cultuur en Musea – Wat willen we bereiken? Pag. 45 Vraag 16 Wij lezen dat bij de businesscase cultuur onder andere wordt gewerkt aan: “het intensiveren van het perspectief op de lokale cultuurgeschiedenis van Papendrecht.” Ook staat er: “Onderdeel hiervan is het zorgvuldig beheren van de collectie moderne kunst uit het voormalige Museum De Rietgors. Als het gaat om ‘uitingen’ en ‘het perspectief’ is onze vraag: tot welk jaar loopt ‘de lokale cultuurgeschiedenis van Papendrecht;’? (De definitie onderaan pagina 46 doet vermoeden dat het stopt bij het einde van de Tweede Wereldoorlog). Onze vraag is of recentere en zeer invloedrijke ontwikkelingen op de samenstelling en cultuur van Papendrecht hier ook onder vallen, zoals bijvoorbeeld ons verleden als VINEX-locatie, dat tussen 1960 en 2000 zorgde voor een grote influx van mensen vanuit andere plaatsen. Of is voor het college cultuurgeschiedenis een periode die verder terug ligt? Bovenaan pagina 47 staat “materiële en immateriële zaken” en ‘cultureel erfgoed en wat onze gemeente heeft gemaakt tot wat zij is.” Graag een concreet antwoord op de Vinex-vraag. Wij krijgen graag beeld bij wat de bedoeling is. Antwoord vraag 16: Dit is geen technische vraag, maar we verwijzen u graag naar de RIB Businesscase Cultuurplatform (d.d. 16 mei 2024).

Programmabegroting Hoofdtaakveld 5 – Sport, Cultuur & Recreatie Pag. 44-49 Vraag 17 Nederland scoort slecht als het gaat om toegankelijkheid van gebouwen en de openbare ruimte voor gehandicapten. Een paar weken geleden deed het VN-comité Handicap aanbevelingen aan Nederland om de rechten van mensen met een beperking te verbeteren. Daarin staat onder meer: “Ontwikkel een strategie om het gehele VN-verdrag Handicap uit te voeren in alle lagen van de overheid. Betrek daarbij structureel mensen met een beperking en hun vertegenwoordigende organisaties.” Sommige zaken zijn aan het Rijk om uit te werken, maar lang niet alles. De vraag is: Gaat Papendrecht de genoemde aanbevelingen invulling geven? Antwoord vraag 17: Dit is geen technische vraag.

Programmabegroting Hoofdtaakveld 5 – Sport, Cultuur & Recreatie Pag. 44-49 Er wordt veel gedaan om sporten mogelijk te maken en te bevorderen. Toch zien we dat minder Papendrechters sporten dan landelijk gemiddeld en ook ‘gewoon bewegen’ kan beter. Vraag 18a Is uit onderzoek bekend wat werkt en niet werkt om mensen, jong en oud, fit en beperkt, meer te laten bewegen?

7

Antwoord vraag 18a: Hier zijn meerdere elementen te noemen, zoals voorlichting, educatie en advies, zodat men weet dat er aanbod is en waar dat te vinden is. Maar ook een beweegvriendelijke omgeving, waardoor mensen uitgedaagd worden om te bewegen, en een omgeving waarin mensen zich veilig voelen en anderen kennen. Verder helpt draagvlak van de omgeving, zoals ouders, familie, trainers, docenten en rolmodellen. Een deskundige coach stimuleert eveneens om te gaan en blijven bewegen. Vraag 18b Welke maatregelen neemt de gemeente om sportparticipatie te stimuleren onder diverse bevolkingsgroepen, vooral kinderen en ouderen? Antwoord vraag 18b: Dit betreft een breed palet aan maatregelen, in lijn met bovenstaande. Onder meer: - Een Vitaliteitsakkoord die initiatieven van inwoners aanjaagt om vitaliteit en bewegen te stimuleren. - Inzet op aangepast sporten, onder meer met de mogelijkheid voor persoonlijk beweegadvies. - Een JOGG-regisseur die voorlichting op scholen geeft op gebied van bewegen, gezonde voeding, water drinken en voldoende slaap. - Activiteiten op het Cruyff court, de sport- en spelbus op de veldjes en schoolpleinen voor kinderen van het basisonderwijs en voetbal voor jongeren. - Lessen in de Beweegtuin voor senioren, valpreventiescans, gezondheidschecks en beweeginformatie bij de seniorencoach.

- Stapjefitter is de interventie die jaarlijks ingezet wordt voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt en statushouders. - Begeleiding van sportverenigingen door een verenigingsadviseur en organisatie van sportcafé's. - Het Calisthenicstoestel en de clinics die daar maandelijks georganiseerd worden voor de inwoners. - Al meer dan zestig jaar wordt jaarlijks de gemeentelijke schoolsportdag georganiseerd voor de groepen 7 en 8 van het basisonderwijs door de vakleerkrachten en docenten. Vraag 18c Genoemd wordt dat er een programmatische aanpak is (…) met extra aanplant van bomen en groen. Is hiervan een overzicht/document beschikbaar waar, wanneer meer bomen worden of al zijn geplant? Kunnen inwoners dit ergens nalezen? Antwoord vraag 18c: Dit is in voorbereiding en dit jaar worden er bomen aangeplant. Het idee is de resultaten en de status van de verschillende projectlocaties te delen met inwoners via een digitaal platform. We verkennen momenteel hoe dit exact vorm te geven.

Programmabegroting Hoofdtaakveld 5 – Sport, Cultuur & Recreatie 5.5 Openbaar Groen en (Openlucht) Recreatie Pag. 47-48 Vraag 19a Welke maatregelen neemt de gemeente om biodiversiteit te bevorderen in de openbare ruimte, en hoe wordt dit afgestemd op andere duurzaamheidsdoelen zoals klimaatadaptatie? Antwoord vraag 19a: Ten eerste laten we groenonderhoud waar mogelijk en passend natuurvriendelijk uitvoeren. Ten tweede wordt zo mogelijk ook in projecten de natuurwaarde versterkt door het benutten van kansen. We doen dit bijvoorbeeld door het toepassen van inheemse soorten. Ook met het omvormen van niet noodzakelijke verharding naar groen versterken we de biodiversiteit. De koppeling van versterken van biodiversiteit aan andere duurzaamheidsdoelstellingen zit vooral in klimaatadaptatie. Natuurlijker groen en het vergroenen is goed voor biodiversiteit. Daarnaast wordt het

8

water langer vastgehouden. Ook versterkt een groter boomkroonvolume door grotere of meer bomen de natuurwaarde en beperkt dit hittestress. Vraag 19b Hoe worden inwoners betrokken bij initiatieven om de biodiversiteit te vergroten, bijvoorbeeld door het stimuleren van groene daken en gevels? Hoe effectief zijn de al lopende maatregelen? Antwoord vraag 19b: De gemeente geeft waar mogelijk ruimte aan biodiversiteitsinitiatieven zoals het creëren van geveltuinen en stimuleert bijvoorbeeld het beplanten van boomspiegels met inheemse planten. De gemeente brengt biodiversiteit actief onder de aandacht o.a. met betrekking tot icoonsoorten. De gemeente stimuleert daarbij het monitoren van wilde planten en dieren door inwoners via o.a. waarneming.nl. We laten jaarlijks door een ecoloog de kans op beschermde soorten in openbaar groen en water actualiseren t.b.v. het voldoen aan wetgeving op het gebied van natuurbescherming bij het uitvoeren van onderhoud. De effectiviteit van groene gevels en daken op de biodiversiteit laten we niet monitoren. Vraag 19c Welke financiering is beschikbaar gesteld voor projecten die biodiversiteit bevorderen, en zijn er specifieke doelstellingen vastgesteld voor de komende jaren? Antwoord vraag 19c: Er is geen specifiek budget voor biodiversiteit. Biodiversiteit lift mee met de kredieten voor integrale projecten.

De doelstellingen voor biodiversiteit zijn vooralsnog algemeen geformuleerd.

Programmabegroting Hoofdtaakveld 6 – Sociaal Domein Pag. 52-60 Vraag 20 Geleidelijk is, in de optiek van de D66-fractie, de definitie van ‘preventie’ bij gezondheid en welzijn, gewijzigd. Niet alleen in Papendrecht, maar nationaal. Het was ongeveer: “Datgene dat je kunt doen om lichamelijk en geestelijk gezond en fit te blijven om te voorkomen dat je naar een zorgloket of arts moet voor hulp.” Het is nu ongeveer: “Iets dat je binnen het sociale en zorgdomein aan een loket haalt en tot ‘lichte hulp” wordt gerekend en dat ten laste komt van sociale- dan wel zorgbudgetten.” We bedenken het hier zelf, maar grofweg is de vraag: is preventie iets dat je aan een zorgloket haalt of is dat een contradictio in terminis. Wij lezen in de begroting zaken over ‘loketten’ in combinatie met “we pakken problemen preventief aan”. Onze vraag aan het college: Wat is de definitie die het college hanteert voor ‘preventie’ binnen het sociaal domein? Dit is voor onze fractie een zeer fundamentele kwestie, met grote inhoudelijke en financiële gevolgen. Graag een serieus antwoord, dus echt de definitie, zonder voorbeelden en opsommingen. Antwoord vraag 20: In de door u nog vast te stellen nieuwe Visie Sociaal Domein beschrijven we wat onze visie is op het gebied van preventie, voorkomen van problemen en het verminderen en/of afschalen van problemen.

Daarbij beschrijven we eveneens wat dat betekent voor de rol van de gemeente, van partners en van inwoners zelf.

9

Programmabegroting Hoofdtaakveld 6 – Sociaal Domein 6.4 WMO en Volwassenzorg – Wat gaan we ervoor doen? Pag. 55 Vraag 21 Wat is het lange termijnplan van de gemeente om zorgvoorzieningen duurzaam en betaalbaar te houden, vooral gezien de verwachte financiële tekorten na 2025? Hoe zorgt de gemeente ervoor dat investeringen in seniorenvoorzieningen niet ten koste gaan van andere essentiële voorzieningen, zoals onderwijs en infrastructuur? (Pagina 8-9 - Veranderend financieel perspectief, druk op zorgvoorzieningen). Antwoord vraag 21: Dit is een politieke afweging of investeringen in seniorenvoorzieningen wel of niet ten koste zouden moeten gaan van andere voorzieningen en is derhalve geen technische vraag.

Programmabegroting Hoofdtaakveld 6 – Sociaal Domein Wat mag het kosten? Pag. 57-58 Vraag 22 Als we even terugkijken in eerdere begrotingen en naar inschattingen die toen werden gemaakt, dan zien we dat in de begroting van 2020 de inschatting werd gemaakt dat in 2023 de totale lasten 31,4 miljoen euro zouden bedragen. In werkelijkheid, zien we in deze begroting, was dat in 2023 44,1 miljoen. (Als de tabellen goed te vergelijken zijn). Nu zien we dat de verwachting voor 2028 is, dat wij 43,3 miljoen kwijt zullen zijn. Wij hebben zelf nog nooit meegemaakt dat de kosten in het sociaal domein daalden. We snappen dat er berekeningen op worden losgelaten (modellen moeten worden gehanteerd), maar hoe kijkt het college zelf naar de waarschijnlijkheid van de inschattingen of zien zij dat niet direct als relevant zoveel jaren van tevoren? Antwoord vraag 22: De hoogte van de kosten binnen het hoofdtaakveld Sociaal domein worden in belangrijke mate bepaald door de bijdragen aan de verbonden partijen Gemeenschappelijke Regeling Sociaal en Dienst Gezondheid en Jeugd. In beginsel worden de bijdragen gemeente vanuit de begrotingen van de verbonden partijen overgenomen in de eigen gemeentelijke begroting. In de totale lasten over 2028 van € 43,3 miljoen is rekening gehouden met een opgenomen kostenreductie op middelen jeugd (lokaal) van € 1,956 miljoen (zie ook blz. 199 van de begroting 2025).

Onderdeel van deze kostenreductie zijn onder meer de effecten van de routekaart jeugd, zoals verwoord in de verstuurde zienswijze van de gemeenteraad op de begroting 2025 van de Dienst Gezondheid en Jeugd. Dit verklaart grotendeels de lagere lasten. De vraag hoe het college hiernaar kijkt is geen technische vraag.

Programmabegroting Hoofdtaakveld 7 – Volksgezondheid & Milieu Pag. 62-68 Vraag 23a Hoe implementeert de gemeente klimaatadaptieve maatregelen in de inrichting van de openbare ruimte, en welke rol speelt dit in de bredere duurzaamheidsstrategie? Antwoord vraag 23a: De klimaatadaptieve maatregelen zijn opgenomen in de Strategie Klimaatadaptatie, waarbij de invulling plaatsvindt in integrale vervangingsprojecten. Klimaat is een onderdeel in het programma Duurzaamheid, en daarmee ook de duurzaamheidsstrategie.

10

Vraag 23b Welke specifieke klimaatadaptieve maatregelen worden genomen om wateroverlast, droogte en hittebestendigheid in de gemeente aan te pakken? Antwoord vraag 23b: Zie beantwoording vraag 23a. Daarnaast werken we aan het duurzaamheidskader fysieke ontwikkelingen. Klimaatadaptiviteit is daar een wezenlijk onderdeel van. Vraag 23c Hoe worden de effecten van klimaatadaptieve projecten gemonitord en gerapporteerd aan de gemeenteraad? Antwoord vraag 23c: De effecten van de klimaatadaptieve maatregelen worden gemonitord binnen de 5-jaarlijkse actualisatie van de hittestresstesten. Deze worden opgesteld binnen de samenwerking A5H. Rapportage vindt via een RIB plaats. Ook zijn de effecten van klimaatadaptieve projecten opgenomen in de klimaateffectatlas.

Programmabegroting Hoofdtaakveld 8 – Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening & Stedelijke Vernieuwing 8.2 Grondexploitaties (niet-bedrijventerreinen) – Wat willen we bereiken? Pag. 71 Met betrekking tot de Uitvoering van een studie naar de structuur van het Marktplein de volgende vraag: Vraag 24a Met welk doel wordt deze studie uitgevoerd, dan wel: welk probleem/kans is aanleiding voor deze studie? Antwoord vraag 24a: Het marktplein is een onderdeel van het centrum en wordt als zodanig ook meegenomen in de Centrumvisie dat nu ontwikkeld wordt. Daarbij worden mogelijke problemen en kansen meegenomen. Vraag 24b Hangt deze studie ook samen met het daarna genoemde punt: keuzes t.a.v. het Marktplein om het plein beter te laten functioneren en te vergroenen. Hierbij graag een toelichting op wat nu als probleem wordt ervaren. Antwoord vraag 24b: Ja, het marktplein heeft een groot oppervlak wat mogelijk beter benut kan worden. Hier ligt een kans voor onder andere het beter laten functioneren en vergroenen.

Programmabegroting Hoofdtaakveld 8 – Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening & Stedelijke Vernieuwing 8.3 Wonen en Bouwen (Wonen en bouwen) – Wat willen we bereiken? Pag. 72 Vraag 25 Er staat: We zetten in op bouwen voor alle doelgroepen en specifiek voor starters, ouderen, jonge gezinnen en kwetsbare groepen. Welke groepen geeft men géén prioriteit aan bij het bouwen van nieuwe woningen? Antwoord vraag 25: Hogere-inkomensgroepen krijgen geen prioriteit bij het bouwen van nieuwe woningen omdat zij over het algemeen meer mogelijkheden hebben om in de reguliere woningmarkt te functioneren.

11

Programmabegroting SDG-indicatoren SDG 1: Geen armoede Pag. 79 Vraag 26 We zien in dat de laatste paar jaar het aantal huishoudens met problematische schulden sterk is gestegen. Dat valt samen met juist een beleid van eerder ingrijpen. Is bekend wat de oorzaak is en kan daaraan iets worden gedaan? Antwoord vraag 26: Zoals in de vraag al wordt vastgesteld grijpen we op dit moment eerder in dan voorheen. En juist door die verandering naar de voorkant zien we ook meer. Daardoor zien we ook een stijging van mensen met problematische schulden. Deze mensen bleven voorheen onder de radar en zijn nu zichtbaar geworden. De komende tijd willen we eigenlijk een continuering van dit beeld zien in combinatie met een daling van de gemiddelde schuld. Dat betekent namelijk dat we er steeds eerder bij zijn en daarmee grotere schulden voorkomen.

Programmabegroting SDG-indicatoren SDG 5: Gendergelijkheid Pag. 86 Vraag 27 We zien dat het aantal meldingen van huiselijk geweld sinds het eerste half jaar van 2019 gestaag toenam van rond de 30 tot rond de 60 in de tweede helft van 2023. De afgelopen jaren is er in Papendrecht meer aandacht geweest voor huiselijk geweld en het belang van melden en hulp zoeken. Is bekend of de toename in meldingen duidt op feitelijk meer geweld in gezinnen of ligt het aan grotere bereidheid om te melden? Antwoord vraag 27: Sinds 1 januari 2019 is er een verbeterde meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Dit draagt eraan bij dat professionals eerder signaleren en melden. Ook zijn er publiekscampagnes geweest waardoor het belang van melden onder de aandacht werd gebracht. De stijging valt hierdoor deels te verklaren. Het is echter niet met zekerheid te zeggen dat de stijging in het aantal meldingen alleen daaraan toe te schrijven is.

Programmabegroting SDG-indicatoren SDG 13: Klimaatactie Pag. 102 Vraag 28 Te zien is dat alleen de sector Welzijn meer CO2 uitstoot in 2022 dan in 2019. Alle andere sectoren scoren beter in 2022 dan in 2019. Hoe kan dat? Antwoord vraag 28: Er zijn aanpassingen gemaakt in de indeling van sectoren en de onderliggende functies. Sommige functies werden in 2019 geschaard onder overig gemeentelijk bezit (dat van 26 naar 12 kilogram CO2 uitstoot per m2 ging) en staan nu bij welzijn gecategoriseerd. Dit beeld is ook terug te zien bij de provinciale en landelijke trend (zie vraag 29).

12

Programmabegroting SDG-indicatoren SDG 13: Klimaatactie Pag. 102-103 Vraag 29 Kunt u voor SDG 13.1, 13.2, 13.3 en 15.1 ook de cijfers van Papendrecht afzetten tegen het gemiddelde van Nederland en gemiddelde van Zuid-Holland. Antwoord vraag 29:

SDG 13.1 Oppervlakte van groen Bron: (Klimaateffectatlas, 2021)

SDG 13.2

Oppervlakte private ruimte groen Bron: (Klimaateffectatlas, 2021)

Gemiddelde Papendrecht 38.7%

Gemiddelde Nederland 46,8%

Gemiddelde Zuid-Holland 39,1%

Gemiddelde Papendrecht 8.3%

Gemiddelde Nederland 14,9%

Gemiddelde Zuid-Holland 12.5%

Gemiddelde Papendrecht 18.4%

Gemiddelde Nederland 25,0%

Gemiddelde Zuid-Holland 16,2%

SDG 13.3:

SDG 15.1

Oppervlakte van bomen

Bron: (Klimaateffectatlas, 2021)

Programmabegroting SDG-indicatoren SDG 16: Vrede, Justitie en Sterke Publieke Diensten Pag. 107 Vraag 30 We zien een aantal categorieën die zowel betrekking kunnen hebben op geweld in gezinnen als daarbuiten. Is te zeggen of de cijfers die gemeld zijn bij mishandeling, moord en doodslag en zedenmisdrijven vooral achter de voordeur plaatsvinden binnen gezinnen of buiten het eigen huishouden? Wij willen beeld krijgen bij hoeveel ernstige misdrijven onder ‘geweld achter de voordeur’ kan worden geschaard?

13

Antwoord vraag 30: Kijkend naar de grafiek is het niet mogelijk om op basis van alleen de cijfers aan te geven wanneer er sprake is geweest van ernstige misdrijven die achter de voordeur hebben plaatsgevonden of juist daarbuiten. Verder is het lastig inschatten of de cijfers zijn gebaseerd op meldingen van misdrijven en/of er sprake is geweest van een werkelijk gepleegd misdrijf al dan niet met een justitieel vervolg.

Programmabegroting BBV-indicatoren Pag. 112-114 Begrijpen wij het goed dat op basis van de voorlopige cijfers van 2023 er in Papendrecht ten opzichte van het gemiddelde van Nederland: Vraag 31a Meer jongeren jeugdhulp ontvangen? Antwoord vraag 31a: Het klopt op basis van genoemde data dat een groter percentage jeugdhulp ontvangt. Vraag 31b Er minder kinderen in een uitkeringsgezin wonen? Antwoord vraag 31b: Dat klopt eveneens. Overigens zien we bij nadere analyse dat er in de grafiek helaas een rekenfout zit. Ten onrechte is het Papendrechts gemiddelde berekend door de buurtpercentages bij elkaar op te tellen en te delen door de 4 buurten (7%). Volgens de cijfers van het CBS op gemeenteniveau is het gemiddelde voor Papendrecht 5%. Vraag 31c Er minder absoluut en relatief schoolverzuim is onder leerlingen? Antwoord vraag 31c: Er is inderdaad op basis van deze data te zien dat er minder absoluut en relatief schoolverzuim is. Vraag 31d Minder jongeren bij de jeugdreclassering lopen? Antwoord vraag 31d: Het aantal jongeren bij jeugdreclassering in Papendrecht ligt rond het Nederlands gemiddelde. Vraag 31e Minder jongeren een Halt-verwijzing krijgen? Antwoord vraag 31e: Dat klopt, ten opzichte van het Nederlandse gemiddelde zijn er in Papendrecht minder jongeren die een Halt-verwijzing krijgen.

Programmabegroting BBV-indicatoren Gemeentelijke lasten eenpersoonshuishoudens versus meerpersoonshuishoudens Pag. 114 De D66-fractie heeft vaker aandacht gevraagd voor de relatief hoge gemeentelijke lasten in Papendrecht voor eenpersoonshuishoudens (met een koopwoning) versus lage lasten voor meerpersoonshuishoudens. Dit omdat in een aantal gevallen gedifferentieerde tarieven ontbreken. Bij de tabel van gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishoudens staat bij Papendrecht 945 euro. De gegevens voor Nederland gemiddeld meldt: geen data.

14

Vraag 32a Is het voor Papendrecht genoemde bedrag, alleen voor eenpersoonshuishoudens met een koopwoning of ook huurders? Antwoord vraag 32a: Alleen voor koopwoningen. Vraag 32b Coelo meldt dat een eenpersoonshuishouden met een koopwoning gemiddeld in Nederland 867 euro betaalt; eenpersoonshuishoudens met een huurwoning betalen gemiddeld 346 euro. Heeft het college andere cijfers beschikbaar van gemeentelijke lasten waarbij de gemiddelde lasten voor eenpersoonshuishoudens in Papendrecht (zowel huurders als eigenaren) kunnen worden vergeleken met de gemiddelde gemeentelijke lasten in Nederland? Antwoord vraag 32b: Nee.

Paragrafen Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Top 5 risico’s Pag. 116 Vraag 33a Als derde risico staat genoemd, de flexwoningen Noordhoek. We zien dat hier hogere kosten zijn dan verwacht, maar snappen niet direct waarom dit ‘feit’ als risico wordt gekwalificeerd. Het lijkt ons een kostenpost die zeker is, tenzij er iets heel bijzonders gebeurt, zoals een subsidie waar nu nog geen zicht op is. Waarom wordt dit niet als verliespost genomen, maar als risico aangemerkt? Antwoord vraag 33a: Vanuit het Rijk heeft de gemeente een subsidie ontvangen voor de realisatie van flexwoningen. Aan deze subsidie zijn voorwaarden gekoppeld. Als blijkt dat aan deze subsidievoorwaarden niet kan worden voldaan, zijn er ten aanzien van flexwoningen nog meerdere subsidiemogelijkheden. Deze opties worden verder onderzocht als blijkt dat het risico zich voor gaat doen. Vraag 33b Kunnen we concluderen dat alle structurele risico’s waarop de gemeente invloed heeft (dus uitgezonderd de rijksuitkering), het sociale domein betreft? Antwoord vraag 33b: Nee dat is niet juist. De gemeente neemt deel in meerdere verbonden partijen, heeft zitting in vennootschappen en/of geeft uitvoering aan beleid waar risico's zich kunnen voordoen. Ook op andere beleidsterreinen zijn in de begroting incidentele en structurele risico's opgenomen, maar deze zijn te beperkt om ze via de top-5 risico's aan u te presenteren.

Paragrafen Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Beschikbaar weerstandsvermogen Pag. 118 Vraag 34 Hier wordt genoemd dat in geval van een calamiteit, de financiële gevolgen gedekt kunnen worden uit een verhoging van de OZB. Mogen wij ervan uitgaan dat onder ‘calamiteit’ nooit een zich voordoend risico wordt verstaan die vooraf was voorzien (en in de begroting opgenomen)?

15

Antwoord vraag 34: De onbenutte belastingcapaciteit bestaat uit de extra ruimte die de gemeente heeft om, met inachtneming van de wetgeving, maximale inkomsten te generen uit de gemeentelijke heffingen. Deze extra ruimte kan worden benut als bijvoorbeeld een onverwachte financiële claim wordt toegekend of bij ongunstige tijden.

Paragrafen Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Beoordeling weerstandsvermogen Pag. 119 Vraag 35 Wat is de reden voor de neerwaartse bijstelling van de risico's ten aanzien van externe personeelskosten, terwijl de afhankelijkheid van externe inhuur nog steeds hoog is? Antwoord vraag 35: In de Perspectiefnota 2024 – 2029 is het inhuurbudget incidenteel met € 0,5 mln. verhoogd. Door deze budgetaanpassing is een neerwaartse bijstelling van het risico op zijn plaats.

Paragrafen Onderhoud Kapitaalgoederen Klimaatadaptatie Pag. 124-125 Vraag 36 Er staat vermeld dat bij nieuwbouwprojecten minimaal 50% van de neerslag op eigen terrein in het groen en de bodem wordt verwerkt. Wordt met ‘eigen terrein’ dat van de bewoner van dat pand bedoeld of de gemeente? In het geval de bewoners 50% van de neerslag op eigen terrein verwerkt moeten krijgen, is de vraag: hoe gaat dat gerealiseerd worden als iedereen vrij is (en er geen prijsprikkel is) om de hele tuin te betegelen? Misschien begrijpen we het verkeerd. Graag een toelichting. Antwoord vraag 36: Dit betreft 40mm waterberging, waarbij minimaal 50% van de jaarneerslag die op eigen terrein wordt verwerkt. Hierdoor heeft de verharding of het groen de tijd om de neerslag te verwerken. Het eigen terrein is bij nieuwbouw voor de projectontwikkelaar. Deze richt het perceel in op basis van dit uitgangspunt, waarbij materialisatie (bijvoorbeeld aanleg groen dak, parkeren op grasbetontegels) getoetst wordt door de gemeente.

Paragrafen Onderhoud Kapitaalgoederen Openbaar verlichting Pag. 127 Vraag 37 Wordt bij vervanging van de openbare verlichting rekening gehouden met ecologische aspecten en zogenoemde ‘slimme lantarenpalen’ geplaatst (bij vervanging). Deze kunnen gebruikt worden als laadpaal, slimme lantarenpalen hebben nachtdiervriendelijk licht ’s nachts, zijn vaak dimbaar en kunnen zelfs op relevante plekken gekoppeld worden aan meetapparatuur voor luchtkwaliteit? Heeft Papendrecht hierover afspraken gemaakt? Antwoord vraag 37: Bij vervanging van openbare verlichting vindt alleen een aanpassing naar (veelal dimbare) LEDverlichting plaats. Het gaat hierbij om een functionele vervanging. Eventuele ´slimme lantarenpalen´ zijn hierin niet aan de orde.

16

Paragrafen Onderhoud Kapitaalgoederen Vastgoed Pag. 130-132 Vraag 38 Welke concrete stappen worden genomen om de verduurzaming van sportaccommodaties en gemeentelijke gebouwen te realiseren? Is er voldoende financiële dekking voor deze projecten, en hoe wordt de voortgang gemonitord? Antwoord vraag 38: Vanuit het Accommodatiebeleid worden flinke stappen gemaakt in verduurzaming door nieuwbouw van een sporthal bij het Willem de Zwijgercollege die in de plaats komt van de oude gymaccommodaties. Indien bij besluitvorming over wordt gegaan tot realisatie van de nieuwe MFA in het Van der Palmgebied geldt hetzelfde waarbij vele oude niet-duurzame maatschappelijke accommodaties kunnen worden gesloopt. Zowel de nieuwe sporthal als de nieuwe MFA zijn onderdeel van de stedenbouwkundige ontwikkelingen in relatie tot nieuwbouw van het Willem de Zwijgercollege. Voor alle overige accommodaties wordt op dit moment een nulmeting uitgevoerd die samen met een eerder uitgevoerde duurzaamheidsstudie beeld geven hoe de overige gemeentelijke accommodaties verduurzaamd kunnen worden. Voor dit laatste moet na beeldvorming een uitvoeringsplan worden opgesteld. Eventueel financiële consequenties dienen nog vertaald te worden in de meerjarenbegroting.

Paragrafen Onderhoud Kapitaalgoederen Regionale samenwerking Pag. 132 Vraag 39 Heeft de gemeente plannen om aanvullende subsidies aan te vragen of samenwerkingsverbanden aan te gaan met andere gemeenten om de duurzaamheidstransitie te bekostigen? Antwoord vraag 39: De ontwikkelingen in de duurzaamheidstransitie lenen zich goed voor samenwerkingsverbanden. Zo werken we voor de energietransitie nauw samen binnen Smart Delta. OZHZ heeft in de ontwikkeling van hun Circulaire Agenda een aantal regionale overleggen georganiseerd. Daar hebben we waardevolle informatie gebracht en gehaald die ons verder helpt in de ontwikkeling van het duurzaamheidskader fysieke ontwikkelingen. Inmiddels zijn we daarvoor in contact met het Expertteam Toekomstbestendig Bouwen van de Provincie om hier een vervolg aan te geven. Voor klimaatadaptatie werken we onder de vlag van het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie samen in de regie Alblasserwaard-Vijfheerenlanden. Het resultaat is de gezamenlijke Regionale Adaptatiestrategie.

Paragrafen Lokale heffingen Vergelijking andere gemeenten Pag. 147 Als we kijken naar de gemiddelde WOZ-waarde van woningen in de Drechtstedengemeenten, dan valt ons op dat Papendrecht de laagste WOZ-waarde heeft. Tegelijkertijd zien we dat Papendrecht het hoogste tarief rekent als % OZB eigen woning. Vraag 40a Klopt dat?

17

Antwoord vraag 40a: Ja dat klopt. Uiteindelijk is het gemiddelde bedrag wat betaald moet worden door de inwoner bepalend. Vraag 40b Betekent dit dat bij de berekening van de woonlasten en het bepalen van de benchmark er wat betreft het deel OZB gekeken wordt naar de som van de gemiddeld betaalde OZB in absolute bedragen (en dus niet hoe hoog het gehanteerde percentage van de WOZ is die wordt gehanteerd?) Antwoord vraag 40b: Ja dat klopt. In de benchmark wordt de absolute OZB met elkaar vergeleken en niet de tarieven.

Financiële begroting 2. Belangrijke afwijkingen ten opzichte van de lopende begroting Pag. 192 Vraag 41a Wat zijn de verwachte gevolgen van de actualisatie van de rentekosten van de leningenportefeuille, en hoe beïnvloedt dit de totale kapitaallasten in de komende jaren? Antwoord vraag 41a: Actualisatie van de verwachte rentekosten beïnvloed het begrotingssaldo in dit geval negatief en dat is naar de toekomst toe nu bijgesteld. De omvang van de in de kapitaallasten opgenomen rentecomponent beïnvloed niet het begrotingsresultaat aangezien dit in relatie staat met de herrekening van de rentekosten. Vraag 41b Hoe gaat de gemeente om met de toename in kapitaallasten door nieuwe investeringen en wat is de strategie om de lasten gelijkmatig over de jaren te spreiden? Antwoord vraag 41b: Bij elke investeringsaanvraag wordt beoordeeld of er dekking is binnen de begroting. Bij het bepalen van de kapitaallasten wordt gerekend met een rekenpercentage aan rentekosten. Dit verandert niet. Wel houden we bij wat investeringen doen met onze lening portefeuille en dus de werkelijk te betalen rentekosten. Dit zijn communicerende vaten en die zijn voor de komende jaren geactualiseerd. Het gelijkmatig verspreiden van lasten als gevolg van investeringen is afhankelijk van de te hanteren afschrijvingstermijnen en het bepalen wanneer de investering in welk jaar is afgerond.

Financiële begroting 3. Meerjarig overzicht van baten en lasten per programma en mutaties reserves Overhead Pag. 194-196 Vraag 42 Heeft de gemeente plannen om aanvullende subsidies aan te vragen of samenwerkingsverbanden aan te gaan met andere gemeenten om de duurzaamheidstransitie te bekostigen? Antwoord vraag 42: Zie antwoord vraag 39.

18

Financiële begroting 3. Meerjarig overzicht van baten en lasten per programma en mutaties reserves Sociaal Domein Pag. 194-196 Vraag 41a Hoe worden de stijgende kosten in het sociaal domein (46.573.000 euro aan lasten in 2025) opgevangen, en welke hervormingen worden overwogen om deze kosten beheersbaar te houden? Antwoord vraag 41a: In 2025 wordt op de gemeentebegroting een positief begrotingssaldo verwacht van € 1,4 miljoen. Vanaf 2026 wordt een tekort verwacht van € 1,4 miljoen, dat in 2027 oploopt tot € 2,0 miljoen tekort. De kosten van het sociaal domein maken hier onderdeel van uit en worden betrokken in het (veranderend) financieel perspectief, zoals benoemd op bladzijde 8 van de begroting 2025. Dit vraagt om het treffen van voorbereidingen voor mogelijke ombuigingen. Specifiek voor het sociaal domein volgen we vanzelfsprekend de ontwikkelingen van het Rijk op de hervormingsagenda jeugd. Los hiervan pakken we lokaal onze rol met de routekaart Jeugd (lokaal). Via het algemeen bestuur van de Dienst Gezondheid en Jeugd worden regionaal onder meer initiatieven op inkoop opgepakt. Ook werken we met de GR Sociaal en de DG&J aan verschillende sporen vanuit de opdracht “Een toekomstbestendig sociaal domein” om de dienstverlening lokaal en regionaal zo efficiënt mogelijk in te richten.

Vraag 41b Welke invloed hebben de structurele tekorten binnen het sociaal domein op de algemene financiële gezondheid van de gemeente, en welke stappen worden genomen om dit te adresseren? Antwoord vraag 41b: Verwezen wordt naar de alinea veranderend financieel perspectief op blz. 8 van de begroting 2025. Zie verder ook beantwoording vraag 41a.

Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend,

J.M. Ansems Algemeen directeur

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/892/documents/14059