RIB beantwoording technische vragen BGR25 PAB.pdf
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad Datum Behandeld door Ons kenmerk
23-10-2024 B.L. Liang / M. Penders 20241023.01
Doorkiesnummer Onderwerp
Beantwoording nagekomen technische vragen Begroting 2025
Geachte mevrouw, heer, Hieronder treft u de beantwoording van nagekomen schriftelijke gestelde technisch vragen van de fractie PAB aan. Bij de oordeelsvormende vergadering van 10 oktober staat een technische vraag open van de fractie van de PvdA. Deze brief volstaan we met een korte, technische beantwoording. I. Door de fractie van PAB zijn onderstaande schriftelijke technische vragen gesteld over de Begroting 2025. Deze beantwoording betreft alleen technische vragen. PAB Programmabegroting Inleiding Uitdaging op de arbeidsmarkt Pag.10 Vraag 1 Het percentage externe inhuur bedraagt 29,3%, wat aanzienlijk hoger is dan het gemiddelde van vergelijkbare gemeenten (18,8%). Dit leidt tot hogere kosten, aangezien externe inhuur doorgaans duurder is (gemiddeld 30%) dan vaste personeelskosten. Welke acties en extra uitgaven worden ondernomen om het hoge percentage inhuur te reduceren? Antwoord vraag 1: Het inhuurpercentage wat is genoemd is een prognose wat wordt afgeven. In de reguliere begroting (de voorliggende begroting) wordt rekening gehouden met een structureel inhuurbudget van € 1,3 mln. Bij de perspectiefnota wordt een inschatting gemaakt wat extra nodig is aan inhuur. De dekking vindt plaats door inzet van vacatureruimte, ruimte in de inschaling van medewerkers en toerekening van de lasten aan projecten en investeringen.
Het beperken van de omvang van inhuur staat hoog op de agenda en er vindt elke keer een afweging plaats wat echt nodig is afgezet tegen de ambities die er liggen, de noodzaak die er is om de reguliere processen te blijven doen en de afweging te maken voor werving van vast personeel. Onze inzet is zo snel als mogelijk terug te komen op het landelijk gemiddelde.
Programmabegroting Inleiding Uitdaging op de arbeidsmarkt Pag.10 Vraag 2 Gezien de hogere kosten die gepaard gaan met externe inhuur, kan concreet worden aangegeven welk totaalbedrag van de personeelskosten naar verwachting aan inhuur zal worden besteed. Antwoord vraag 2: Inzet van personele kosten ter dekking van de inhuurkosten bestaat enerzijds uit de vacatureruimte en anderzijds uit ruimte in de inschaling van personeel. In de begroting bedraagt dit in totaal € 3,3 miljoen.
1
Programmabegroting Inleiding Uitdaging op de arbeidsmarkt Pag.10 Vraag 3 In de inleiding, onder het onderwerp "Uitdagingen op de arbeidsmarkt", wordt beschreven dat het streven is om het percentage externe inhuur te verlagen. Naar welk acceptabel percentage wordt gestreefd en wanneer wordt verwacht dit te bereiken? Antwoord vraag 3: Wij streven naar maximaal het landelijk gemiddelde. Wij willen dit zo snel als mogelijk bereiken.
Programmabegroting Hoofdtaakveld 0 – Bestuur en Ondersteuning 0.2 Burgerzaken (Dienstverlening) – Wat gaan er ervoor doen? Pag.15 Vraag 4 Er staat vermeld wat de gemeente hiervoor gaat doen en de plannen worden uiteen gezet. Is bekend hoe onze inwoners de kwaliteit van de dienstverlening ervaren en kan dit worden uitgedrukt in een waardering (bijvoorbeeld een cijfer)? Is er een concreet doel, naast het afhandelen van minimaal 80% van de vragen en tijdig terugbellen? Naar welk doel wordt gestreefd? Antwoord vraag 4: Cijfers over klanttevredenheid worden bijgehouden en gepubliceerd op de website van de gemeente. De cijfers over voorgaande jaren zijn uitermate goed (gemiddeld meer dan een 9). Ons streven met betrekking tot inwoners tevredenheid over onze dienstverlening is minimaal een 8.
Programmabegroting Hoofdtaakveld 0 – Bestuur en Ondersteuning 0.4 Overhead – Wat willen we bereiken? Pag. 20 Vraag 5 Er staat beschreven dat de focus ligt op het ontwikkelen van een adaptieve organisatie. Wanneer wordt verwacht dat dit proces afgerond is? In de paragrafen over Bedrijfsvoering (blz. 180 t/m 188) wordt niets meer vermeld over een adaptieve organisatie. Kan worden toegelicht wat hiermee precies wordt bedoeld? Antwoord vraag 5: Met een adaptieve organisatie wordt bedoeld een organisatie die zich snel en gemakkelijk kan aanpassen aan veranderende omstandigheden. Dat impliceert dat medewerkers qua kennis en vaardigheden up-to-date zijn en zich snel nieuwe werkprocessen en werkmethoden eigen kunnen maken. Door de vele personele mutaties is dit feitelijk een bijna voortdurend proces.
2
Programmabegroting Hoofdtaakveld 0 – Bestuur en Ondersteuning 0.5 Lokale financiën – Wat willen er bereiken? Pag.20 Vraag 6 Er staat dat onze reservepositie op een solide niveau wordt gehandhaafd, met een solvabiliteit tussen de 30% en 70%, en voldoende weerstandsvermogen, met een weerstandsratio van minimaal 1. Het huidige weerstandsvermogen is begroot op een ratio van 2,08 per 1 januari 2025 (blz. 119). Het benodigde bedrag is 28.065.611 euro en het resultaat is 58.436.000 euro, een positief verschil van 30.370.389 euro. Wat is het uiteindelijke doel of streefdoel kijkend naar de ratio en geld? Antwoord vraag 6: Door de gemeenteraad is de norm voor de ratio weerstandsvermogen vastgesteld op minimaal 1. Deze norm kan worden gezien als het doel/streefdoel. Met een ratio van 2,08 wordt het doel dan ook ruimschoots behaald.
Programmabegroting Hoofdtaakveld 0 – Bestuur en Ondersteuning 0.5 Lokale financiën – Wat willen er bereiken? Pag.20 Vraag 7 Er staat dat onze reservepositie op een solide niveau wordt gehandhaafd, met een solvabiliteit tussen de 30% en 70%. Wat wordt momenteel beschouwd als een solide niveau? Antwoord vraag 7: De vraag bestaat uit twee elementen, namelijk de beoordeling van het ratio weerstandsvermogen en de solvabiliteitsratio. De weerstandsratio wordt berekend door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door het benodigde weerstandsvermogen. De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit middelen (voornamelijk reserves) waar de gemeente (direct) over kan beschikken om niet begrote kosten, die onverwacht en substantieel zijn, te dekken zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van bestaande taken. Deze middelen zijn opgebouwd uit de vrij aanwendbare algemene reserve, bestemmingsreserves, de post onvoorzien en de onbenutte belastingcapaciteit. Er wordt gesproken over een solide, stevig niveau als de beschikbare weerstandscapaciteit voldoende is om de geïdentificeerde risico’s (benodigde weerstandsvermogen) in financiële zin af te kunnen dekken. In het geval van de solvabiliteitsratio is een juiste balans tussen het eigen en vreemd vermogen een indicatie of een gemeente haar bezit zeer zwaar belast met schuld.
Een signaleringswaarde tussen 20%-50% wordt als neutraal/solide beschouwd. Papendrecht schommelt jaarlijks zo rond de 43%.
Programmabegroting Hoofdtaakveld 0 – Bestuur en Ondersteuning 0.5 Lokale financiën – Wat gaan er ervoor doen? Pag.10 Vraag 8 Er staat dat de lokale lasten niet meer stijgen dan het landelijk gemiddelde (trendmatige verhoging OZB). Kan worden aangegeven wat de verwachte gemiddelde landelijke stijging van de OZBverhoging is? Antwoord vraag 8: Volgens de COELO zijn de tarieven OZB 2023 t.o.v. 2022 gestegen met 6,0% en voor 2024 t.o.v. 2023 met 5,9%. De OZB-stijging voor Papendrecht komt uit op 5,5% voor 2023 en 3,4% voor 2024. Hiermee blijft de stijging onder het landelijke gemiddelde.
3
De landelijke stijging voor 2025 kunnen wij op dit moment nog niet geven. Dit zal pas rond april 2025 bekend zijn. Voor Papendrecht is over 2025 rekening gehouden met stijging van OZB van 4%. Gezien de landelijke stijgingen over de afgelopen jaren en de financiële opgaven waar veel gemeenten de komende jaren voor staan is de verwachting dat de gemiddelde stijging van de OZB landelijk gezien hoger zal uitkomen dan de 4% die wij voor 2025 hebben gehanteerd.
Programmabegroting Hoofdtaakveld 0 – Bestuur en Ondersteuning Wat mag het kosten? Pag.12-13 Vraag 9 Kan worden toegelicht welke lasten zijn opgenomen bij taakveld 0.5 Treasury, waar een nadelig bedrag van 715.000 euro is begroot? Opvallend is dat de realisatie in 2023 nadelig 1.119.000 euro bedroeg, en in 2024 is 1.301.000 euro begroot. Waar komt het grote verschil vandaan? Antwoord vraag 9: Op taakveld 0.5 - Treasury worden de rente van kapitaallasten verantwoord. De toename in 2024 is een voortvloeisel van de actualisatie van kapitaalasten. De daling van de lasten in 2025 wordt veroorzaakt doordat de omslagrente van 1% naar 0,5% is aangepast.
Programmabegroting Hoofdtaakveld 0 – Bestuur en Ondersteuning Wat mag het kosten? Pag.22 Vraag 10 Kan worden toegelicht waardoor de lasten bij taakveld 0.8 Overige baten en lasten dalen van 1.990.000 euro in 2024 naar 1.410.000 euro in 2025 en verder naar 178.000 euro in 2028? Antwoord vraag 10: Op dit taakveld worden naast de posten onvoorzien, nieuw beleid en het structurele budget toekomstige investeringen ook de verwachte prijsindexaties voor de komende jaren opgenomen. Bij deze laatste post hebben wij bij het opstellen van de begroting 2025 reeds diverse prijsindexaties al toegerekend naar de taakvelden. Hierdoor is het budget over 2025 op dit taakveld afgenomen ten opzichte van de primaire begroting 2024. De in uw vraag opgenomen bedrag van € 178.000 in 2028 zien wij niet terug in de begroting op pagina 22.
Programmabegroting Hoofdtaakveld 0 – Bestuur en Ondersteuning Wat mag het kosten? Pag.22 Vraag 11 De baten voor taakveld 0.5 Treasury zijn voor 2024 begroot op 496.000 euro en voor 2025 op 576.000 euro. Kan worden toegelicht waar de stijging van 80.000 euro door wordt veroorzaakt? Antwoord vraag 11: In de primaire begroting 2024 is er binnen taakveld 0.5 – Treasury o.a. de baten geraamd voor de dividenduitkering van Stedin (groot, € 100.000) en vergoedingen uit projectfinanciering aan Fokker (groot, € 220.000). In de begroting 2025 is er voor de dividenduitkering van Stedin rekening gehouden met € 400.000 aan opbrengsten, terwijl de vergoedingen uit projectfinanciering Fokker vanaf 2025 verantwoord wordt op taakveld 3.1 – Economische ontwikkelingen. Ten opzichte van 2024 betekent dit per saldo op taakveld 0.5 een toename van de baten van € 80.000.
4
Programmabegroting Hoofdtaakveld 0 – Bestuur en Ondersteuning Wat mag het kosten? Pag.22 Vraag 12 Bij taakveld 0.61 stijgen de baten OZB-woningen en niet-woningen met respectievelijk 227.000 en 128.000 euro. Wat betekent dit voor onze inwoners en ondernemers qua gemiddelde lastenverzwaring in 2025? Antwoord vraag 12: Dit houdt een gemiddelde lastenverzwaring OZB in van 4%. Dit is de stijging van de OZB-baten die wij hebben ingecalculeerd in de begroting 2025.
Programmabegroting Hoofdtaakveld 1 - Veiligheid Wat mag het kosten? Pag. 28 Vraag 13 Het veiligheidsgevoel en de feedback van inwoners wijzen uit dat de zichtbaarheid van de handhaving als onvoldoende wordt ervaren. Opvallend is dat er in 2024 minder geld wordt uitgegeven aan openbare orde en veiligheid dan in 2025. Kan dit worden toegelicht? Antwoord vraag 13: Wij zien in deze tabel dat over 2025 ten opzichte van 2024 nagenoeg hetzelfde bedrag wordt uitgegeven. Wel is er een verschil tussen de begroting 2025 (en 2024) ten opzichte van de begroting 2023. De toename van de lasten vanaf 2024 (€ 0,9 mln.) wordt veroorzaakt door herziening van de interne doorbelasting van personeelskosten (€ 0,7 mln.) en de integrale wijkaanpak groot € 0,2 mln. afgerond.
Programmabegroting Hoofdtaakveld 1 - Veiligheid Pag. 25-28 Vraag 14 Is uitbreiding van de handhaving mogelijk? En als dat het geval is, kan dan worden aangegeven welke financiële kosten hiermee gepaard gaan voor de gemeente? Bijvoorbeeld door uitbreiding met één of meer handhavers die specifiek in de gemeente worden ingezet Antwoord vraag 14: Uitbreiding van een BOA met 1 FTE kost op jaarbasis € 70.000. Uitbreiding is slechts mogelijk mits er voldoende budget beschikbaar is. Alle BOA's die in dienst zijn van de gemeente Papendrecht en evt. inhuurkrachten worden exclusief ingezet voor Papendrecht.
5
Programmabegroting Hoofdtaakveld 1 - Veiligheid Pag. 25-28 Vraag 15 Klopt het dat er in 2025 geen extra budget is opgenomen om de zichtbaarheid van handhaving op straat, in de wijken en bij de Meent te verbeteren? Antwoord vraag 15: Ja, het klopt dat er voor 2025 geen extra budget is opgenomen.
Programmabegroting Hoofdtaakveld 1 - Veiligheid Wat mag het kosten? Pag. 28 Vraag 16 Wat is de reden dat de begroting in 2026 hoger is dan in 2025 en daarna in 2028 weer lager? In 2025 is 2.025.000 euro begroot en in 2026 is dat 2.045.000 euro. Wat verklaart dit verschil? Antwoord vraag 16: Het verschil in budget wordt veroorzaakt door het budget dat nodig is voor de tweejaarlijkse Veiligheidsdag. Dit is ook vermeld als een incidentele last op pag. 206.
Programmabegroting Hoofdtaakveld 1 - Veiligheid Pag. 25-28 Vraag 17 Is het, met de komst van de AMV-opvanglocatie in gedachten, gepast om meer budget te reserveren om de rust rond het winkelcentrum te verbeteren, in combinatie met de andere taken van handhaving in onze gemeente? Antwoord vraag 17: Zoals eerder aangegeven komen wij met een maatregelenpakket op het gebied van (sociale) veiligheid in en rond het winkelcentrum. Het streven is om de maatregelen al eerder in te laten gaan (ruim voor de komst van de AMV-opvanglocatie), omdat er nu reeds overlast en (een gevoel van) onveiligheid wordt ervaren bij inwoners en ondernemers. Als het maatregelenpakket en de kosten daarvan bekend zijn komt dat via het college naar de raad.
Programmabegroting Hoofdtaakveld 1 - Veiligheid Pag. 25-28 Vraag 18 Zijn er plannen om het aantal BOA’s uit te breiden of hun bevoegdheden te vergroten om beter in te spelen op de toenemende veiligheidsuitdagingen? Antwoord vraag 18: De BOA's in Papendrecht zijn al maximaal bevoegd in domein 1 (handhaving in openbare ruimte) en er zijn (nog) geen concrete plannen om de formatie uit te breiden.
6
Programmabegroting SDG-indicatoren SDG 16: Vrede, justitie en sterke publieke dienst Pag. 107 Vraag 19 Het aantal misdrijven (blz. 107) is gestegen volgens de grafiek (blz. 107). Wordt in de begroting rekening gehouden met deze stijging en welk bedrag wordt besteed om deze trend sinds 2020 te keren? Antwoord vraag 19: Nee hier wordt geen rekening mee gehouden in de begroting. Extra info Het totaalbeeld van het aantal misdrijven is dat er over de jaren geen al te grote afwijkingen zijn. Indien grote stijgingen, voor bepaalde categorieën, geconstateerd worden dan wordt daar projectmatig in dat jaar op ingespeeld met de partners. Dit geldt alleen voor misdrijven waar invloed op uit te oefenen is. Niet alle onderdelen van waaruit het cijfer 'misdrijven' is opgebouwd zijn te beïnvloeden. Een voorbeeld hiervan is moord en doodslag.
Programmabegroting Hoofdtaakveld 2 – Verkeer, Vervoer en Waterstaat 2.1 Verkeer en Vervoer – Wat gaan er ervoor doen? Pag. 30 Vraag 20 Op blz. 30 staat beschreven dat de gemeente projectmatig de openbare verlichting vervangt en conventionele verlichting aanpast naar duurzame LED-verlichting. Wordt er ook over nagedacht om accu’s in lantaarnpalen te plaatsen en bovenop zonnepanelen te monteren? Antwoord vraag 20: Vanwege de beschikbaarheid van een dekkend elektriciteitsnetwerk is het aanbrengen van accu´s of zonnepanelen op de bestaande verlichting niet aan de orde. Ook is de energievraag in de winterperiode hoger vanwege eerder vallende duisternis, waardoor relatief grote accu's nodig zijn en daardoor kostbaar en niet effectief.
Programmabegroting Hoofdtaakveld 3 – Economie Wat mag het kosten? Pag.38 Vraag 21 De lasten voor de gemeente voor Economische Ontwikkeling stijgen van 833.000 naar 1.191.000 euro. Waardoor wordt deze stijging van 358.000 euro veroorzaakt? Antwoord vraag 21: De verhoging van de lasten op taakveld 3.1 heeft betrekking op de te betalen rente voor het aangaan van de geldlening die verstrekt is aan Fokker. Daar staan wel een hogere baat tegenover met betrekking tot rentevergoeding van Fokker op de verstrekte geldlening door de gemeente Papendrecht (raadsbesluit 29 februari 2024).
7
Programmabegroting Hoofdtaakveld 3 – Economie Wat mag het kosten? Pag.38 Vraag 22 Voor 2024 was geen geld begroot voor de lasten van Fysieke Bedrijfsinfrastructuur. Voor 2025 is 35.000 euro begroot en ook voor de komende jaren. Waar is dit geld voor bestemd? Antwoord vraag 22: Dit betreft de interne doorbelasting van salarislasten naar het taakveld.
Programmabegroting Hoofdtaakveld 3 – Economie Wat mag het kosten? Pag.38 Vraag 23 De baten voor Economische Ontwikkelingen stijgen van 955.000 euro naar 1.555.000 euro. Waar komt de stijging van 600.000 euro vandaan en wat gaat er met dit geld gebeuren? Antwoord vraag 23: De verhoging van de baten op taakveld 3.1 heeft betrekking op de rentevergoeding van Fokker op de verstrekte geldlening door de gemeente Papendrecht (raadsbesluit 29 februari 2024). Daar staat wel een hogere last tegenover met betrekking tot de te betalen rente voor het aangaan van de geldlening. Zie ook vraag 21.
Programmabegroting Hoofdtaakveld 3 – Economie Pag.36-38 Vraag 24 Met betrekking tot vraag 12, op blz. 193 staat vermeld dat vanaf de begroting 2025 een actualisatie van de leges-inkomsten is becijferd op basis van voorgenomen bouwplannen en - projecten. Dit zou een extra inkomst van 550.000 euro opleveren. Waar komt de ontbrekende 50.000 euro vandaan? Antwoord vraag 24: Wij kunnen niet achterhalen wat u bedoelt met “waar komt de ontbrekende 50.000 euro vandaan”.
Programmabegroting Hoofdtaakveld 3 – Economie Wat mag het kosten? Pag.38 Vraag 25 Bij 3.4 Economische Promotie (wat mag het kosten) wordt bij de lasten een bedrag van 61.000 euro begroot en bij de baten 56.000 euro. Kan worden toegelicht hoe het kan dat het meer kost dan het opbrengt? Antwoord vraag 25: De lasten betreffen de interne doorbelasting van salarislasten wat wordt besteed aan de taakveld economische promotie. Aan de batenkant staan de baten van de toeristenbelasting verantwoord. Hier is geen sprake van een gesloten systeem zoals dit wel van toepassing is bij riool- en afvalstoffenheffing.
8
Programmabegroting Hoofdtaakveld 4 – Onderwijs Wat mag het kosten? Pag.42 Vraag 26 De lasten voor onderwijshuisvesting stijgen van 1.490.000 euro in 2024 naar 1.909.000 euro in 2025. Kan worden toegelicht waardoor deze stijging van 419.000 euro wordt veroorzaakt en waar het geld aan besteed zal worden? Antwoord vraag 26: De stijging wordt veroorzaakt door het opgenomen budget voor de dekking van de uitvoering van het IHP (Integraal Huisvesting Plan) en de kapitaallasten ten gevolge van de tijdelijke huisvesting van de Lage Waard.
Programmabegroting Hoofdtaakveld 4 – Onderwijs Wat mag het kosten? Pag.42 Vraag 27 De lasten voor onderwijsbeleid en leerlingenzaken stijgen van 1.964.000 euro in 2024 naar 2.266.000 euro in 2025. Kan worden toegelicht waardoor deze stijging van 302.000 euro wordt veroorzaakt en waar het geld aan besteed zal worden? Antwoord vraag 27: De stijging van € 302.000 wordt voornamelijk veroorzaakt door een hoger budget voor het onderwijsachterstandenbeleid (zie ook beantwoording op vraag 28).
Programmabegroting Hoofdtaakveld 4 – Onderwijs Wat mag het kosten? Pag.42 Vraag 28 De baten voor onderwijsbeleid en leerlingenzaken stijgen van 744.000 euro in 2024 naar 1.045.000 euro in 2025. Kan worden toegelicht waardoor deze stijging van 301.000 euro wordt veroorzaakt? Antwoord vraag 28: De stijging van € 301.000 wordt voornamelijk toegerekend aan een hogere uitkering van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen voor het onderwijsachterstandenbeleid.
Programmabegroting Hoofdtaakveld 5 – Sport, Cultuur & Recreatie Wat mag het kosten? Pag.49 Vraag 29 Wat is de reden dat er geen lasten zijn opgenomen voor het behoud van cultureel erfgoed in de gemeente? Antwoord vraag 29: Er zijn twee monumenten in Papendrecht, beiden in particulier bezit. Hierdoor is er geen rol voor de gemeente weggelegd ten aan zien van het behoud ervan.
9
Programmabegroting Hoofdtaakveld 5 – Sport, Cultuur & Recreatie Wat mag het kosten? Pag.49 Vraag 30 De lasten voor openbaar groen en (openlucht) recreatie stijgen in de begroting van 3.938.000 naar 4.237.000 euro. Dit is 299.000 euro meer dan begroot voor 2025 en 347.000 euro meer dan gerealiseerd in 2023. Waar is dit extra geld voor bestemd of welke plannen zijn hiervoor opgesteld? Antwoord vraag 30: De lastenstijging kent meerdere componenten de belangrijkste zijn: een prijsindex 2024 op alle uitvoeringskosten groen, een tweede is een correctie met meerjarige indexering voor een nieuw meerjarig bestek en een gewijzigde interne doorbelasting van de uren/kosten.
Programmabegroting Hoofdtaakveld 5 – Sport, Cultuur & Recreatie 5.1 Sportbeleid en -accommodaties – Wat gaan we ervoor doen? Pag.44 Vraag 31 In de rubriek "Wat gaan we ervoor doen" op blz. 44 wordt het uitvoeren van de interventie 'Stapjefitter' genoemd: activering van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en statushouders door middel van sport en beweging, leefstijlcoaching, budgetcoaching en diëtetiek. Welk budget is hiervoor gereserveerd? Antwoord vraag 31: De interventie kost €12.000,- deels uit Rijksbudget en deels uit het sportbudget.
Programmabegroting Hoofdtaakveld 0 – Bestuur en Ondersteuning 0.2 Burgerzaken (Dienstverlening) – Wat gaan er ervoor doen? Pag.10 Vraag 32 Taakveld lasten 5.1 Sportbeleid en activering wordt voor 2025 68.000 euro meer begroot dan in 2024. Op blz. 208 en 209 worden deze uitgaven niet nader gespecificeerd, behalve de dekking coördinatie Brede Spuk met een bedrag van 60.000 euro. Kan worden toegelicht waar de resterende 68.000 euro aan wordt besteed? Antwoord vraag 32: Op taakveld 5.1 – Sportbeleid en Activering wordt voor 2025 € 68.000 meer begroot dan in 2024. Het resterende verschil kan voornamelijk worden toegerekend aan interne doorbelasting van loonkosten gemeentelijk personeel.
Programmabegroting Hoofdtaakveld 6 – Sociaal Domein 6.3 Werk en Inkomen Pag.53-54 Vraag 33 Worden er in 2025 nieuwe initiatieven gefinancierd die armoedebestrijding in Papendrecht bevorderen? Zo ja, welke initiatieven?
10
Antwoord vraag 33: We verwijzen u daarvoor naar de inzet en acties zoals die zijn opgenomen in het actieplan Armoede & Schuldenproblematiek 2021-2025.
Programmabegroting SDG-indicatoren SDG 8: Waardig werk en economische groei Pag. 93 Vraag 34 De werkloosheid onder jongeren zonder werk en onderwijs is sinds 2018 (676 jongeren) en 2022 (688 jongeren) stabiel gebleven (blz. 93). Wat is er in de begroting opgenomen om jongeren aan het werk te helpen, gezien de grote tekorten op de arbeidsmarkt? Antwoord vraag 34: Voor jongeren die een bijstandsuitkering hebben verloopt de financiering van de ontwikkeling naar werk via de GR Sociaal. Vanwege het stijgende aantal jongeren in de bijstand heeft de GR Sociaal de inzet hierop verstevigd. Deze lijn is binnen hun jaarplan, met bijbehorende begroting die daaronder ligt, als doelstelling voor 2025 doorgezet. Dit gebeurt in de vorm van extra gerichte doorontwikkeling van een passend aanbod voor deze doelgroep. Voor jongeren die zich niet melden bij de Sociale Dienst (geen uitkering) is inzet via matchmakers. Dit is onderdeel van de organisatie Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten Zuid-Holland Zuid (LVS) (op haar beurt weer onderdeel van de DG&J). Zij begeleiden jongeren op maat terug naar een opleiding of (leer-)werkplek, in samenwerking met de Sociale Dienst.
Programmabegroting SDG-indicatoren SDG 4: Kwaliteitsonderwijs Pag. 84 Vraag 35 Het aantal voortijdige schoolverlaters is de afgelopen jaren gestegen, zoals blijkt uit de grafiek (blz. 84). Wat is er in de begroting opgenomen om de stijgende trend van 46 in 2019 naar 78 in 2023 te keren? Antwoord vraag 35: In de begroting voor 2025 van de DG&J zijn aanvullende incidentele middelen voor het LVS opgenomen. Deze middelen worden in 2025 gedekt uit een bestemmingsreserve. Ook in 2024 zijn er al extra middelen voor dit doel ingezet.
Programmabegroting Hoofdtaakveld 7 Volksgezondheid en Milieu Wat mag het kosten? Pag.68 Vraag 36 De kosten voor afvalverwerking stijgen van 4.459.000 euro in 2024 naar 4.777.000 euro in de begroting van 2025. Kan worden toegelicht waardoor deze stijging van 318.000 euro wordt veroorzaakt en waaraan dit bedrag besteed zal worden? Antwoord vraag 36: De kostenstijging bestaat in hoofdzaak uit een correctie van de algemene prijsindex afvalinzameling HVC en een toename in de verwerkingskosten van enkele stromen op het Afval Brengstation (ABS).
11
Programmabegroting Hoofdtaakveld 7 Volksgezondheid en Milieu 7.1 Volksgezondheid – Wat gaan we ervoor doen? Pag. 62 Vraag 37 Op blz. 62 wordt beschreven dat de nieuwe wettelijke taak suïcidepreventie zal worden uitgevoerd. Welk bedrag is hiervoor gereserveerd in de begroting voor 2025, en wat is de verwachting voor de komende begrotingsjaren? Antwoord vraag 37: Er wordt uitvoering gegeven aan deze taak, maar er is hiervoor in de begroting 2025 nog geen specifiek bedrag gereserveerd. Het wachten is nog op berichten van het Rijk hoeveel hiervoor (via het gemeentefonds) beschikbaar komt voor gemeenten.
Programmabegroting Hoofdtaakveld 7 Volksgezondheid en Milieu 7.2 Riolering – Wat gaan we ervoor doen? Pag. 63 Vraag 38 Op blz. 63 wordt vermeld dat bij nieuwbouwprojecten een eis wordt gesteld dat minimaal 40 mm regenwater op eigen terrein wordt opgevangen om klimaatbestendig te bouwen. Kan dit worden opgenomen in koop- of huurcontracten van woningen? Antwoord vraag 38: Dit is niet wenselijk, omdat dit gaat leiden tot forse investeringen van de bewoners of woningbouwcoöperatie en het niet altijd binnen het bestaande perceel mogelijk is. Bij nieuwbouw is dit eenvoudiger te implementeren in de gebiedsontwikkeling.
Programmabegroting Hoofdtaakveld 7 Volksgezondheid en Milieu 7.2 Riolering – Wat gaan we ervoor doen? Pag. 64 Vraag 39 Op blz. 64 wordt in samenwerking met Sportvisserij Zuidwest Nederland verbetering van de visstand beoogd om de ervaring van sportvissers te verrijken. Wordt er ook geld gereserveerd voor de verbetering van de visvijver in het Oostpolderpark? Antwoord vraag 39: Hier is nog geen besluit over genomen. N.a.v. de aangenomen motie over de visfunctie in Papendrecht (6 juli 2023) is het plan u uiterlijk in het eerste kwartaal van 2025 via een RIB te informeren hoe omgegaan wordt met de visfunctie en welk proces n.a.v. de motie is doorlopen. Daarbij zal ook worden in gegaan op de schaatsvijver in het Oostpolderpark.
Programmabegroting Hoofdtaakveld 8 – Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening & Stedelijke Vernieuwing Wat mag het kosten? Pag.74 Vraag 40 De totale lasten voor het taakveld dalen met 304.000 euro in de begroting van 2025 ten opzichte van 2024. Kan worden toegelicht waardoor deze daling wordt veroorzaakt?
12
Antwoord vraag 40: De daling van de kosten worden veroorzaakt door de aflopende kosten van de grondexploitatie.
Programmabegroting Hoofdtaakveld 8 – Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening & Stedelijke Vernieuwing Wat mag het kosten? Pag.74 Vraag 41 Op blz. 73 staat vermeld dat samen met WK10, HVC en Stedin wijkuitvoeringsplannen voor een warmtenet worden opgestart in wijken met huurwoningen die met SAH-gelden (Subsidie Aardgasvrije Huurwoningen) voor 2026 worden aangesloten. Welke kosten zijn hiervoor begroot voor 2025 en de daaropvolgende jaren? Antwoord vraag 41: De kosten voor de wijkuitvoeringsplannen betreffen de ambtelijke inzet voor het opstellen van de plannen en het begeleiden hiervan. Deze kosten worden gedekt door subsidie CDOKE (Capaciteit Decentrale Overheid Klimaat en Energie). Verder zijn geen specifieke budgetten opgenomen.
Programmabegroting Hoofdtaakveld 8 – Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening & Stedelijke Vernieuwing Wat mag het kosten? Pag.74 Vraag 42 De baten voor grondexploitatie (niet bedrijventerreinen) waren in 2024 begroot op 2.845.000 euro en zijn voor 2025 begroot op 2.397.000 euro. Kan worden toegelicht waardoor deze baten met 448.000 euro lager worden begroot? Antwoord vraag 42: Bij jaarrekening 2023 is gebleken dat de taxatie voor de opbrengst van het complex aan de Veerpromenade te optimistisch was. In overleg met de accountant is daarom de opbrengsten raming neerwaarts bijgesteld, hierdoor zijn de baten gedaald.
Programmabegroting Hoofdtaakveld 8 – Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening & Stedelijke Vernieuwing Wat mag het kosten? Pag.74 Vraag 43 De baten voor wonen en bouwen zijn begroot op 2.239.000 euro, wat 703.000 euro hoger is dan in 2024. Kan worden toegelicht waardoor deze stijging wordt veroorzaakt? Antwoord vraag 43: Dit betreft de verwachte hogere inkomsten uit omgevingsvergunningen.
Programmabegroting Hoofdtaakveld 8 – Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening & Stedelijke Vernieuwing Pag.69-74 Vraag 44 Hoeveel is er begroot voor de ontwikkeling van betaalbare woningen in Papendrecht in 2025, met name voor starters en ouderen?
13
Antwoord vraag 44: Bij alle projecten, zowel bij eigen ontwikkelingen als bij initiatieven van derden is aandacht voor betaalbare woningen en woningen voor starters en gezinnen. Dit geldt daarmee ook voor de genoemde projecten: Rembrandtlaan, Douwes Dekkerlaan, Kraaihoek en Flexwonen. Er is een standaard grondwaarde voor de gemeenten per nieuw te bouwen type woning. Op dit moment zijn er geen budgetten opgenomen. Rijkssubsidies met betrekking tot stimulering van woningbouw worden, indien mogelijk, aangevraagd.
Programmabegroting Hoofdtaakveld 8 – Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening & Stedelijke Vernieuwing Pag.69-74 Vraag 45 Welke plannen zijn er om de woningnood onder starters en jonge gezinnen aan te pakken? Hoeveel geld wordt hiervoor gereserveerd om deze plannen te realiseren? Antwoord vraag 45: Zie antwoord op vraag 44. Op dit moment zijn er geen budgetten opgenomen. Aanvullend kan de P.C. Hooftlaan worden genoemd als woningbouw voor starters.
Financiële begroting 5. Opgenomen stelposten Pag.199 Vraag 46 Op blz. 199 wordt de stelpost geraamde indexatie percentages van verbonden partijen toegelicht. Kan worden aangegeven welk percentage is toegepast? Antwoord vraag 46: Voor de prijsindexaties van de verbonden partijen wordt gerekend met 2%.
Financiële begroting 5. Opgenomen stelposten Pag.199 Vraag 47 Op blz. 200 staat dat er financiële ruimte wordt gecreëerd om in de toekomst noodzakelijke investeringen te kunnen waarborgen en uitvoeren. Kan worden aangegeven aan welke toekomstige investeringen wordt gedacht? Antwoord vraag 47: Dit budget kan voor elke investering worden ingezet. Denk daarbij aan o.a. de huisvesting VOscholen, uitvoering mobiliteitsplan etc. Het is uiteindelijk aan de raad om hierover een besluit te nemen.
Financiële begroting 5. Opgenomen stelposten Pag.199 Vraag 48 In aansluiting op de vorige vraag: wat gebeurt er met deze reservering als toekomstige investeringen niet nodig blijken te zijn?
14
Antwoord vraag 48: Wanneer er echt geen toekomstige investeringen nodig zijn, dan zal dit budget ook niet meer nodig zijn en kan dit budget structureel vrijvallen.
Financiële begroting 5. Opgenomen stelposten Pag.199 Vraag 49 In aansluiting op vraag 47: hoe komt het genoemde bedrag van 978.000 euro voor 2025 tot stand? Antwoord vraag 49: Dit bestaat uit een basisbudget van € 600.000 met vanaf 2023 de stijgingen van 1,5% OZB boven op de inflatie. Vanaf 2026 komt nog een jaarlijkse claim op de ontwikkelingen van de algemene uitkering erbij.
Financiële begroting 5. Opgenomen stelposten Pag.199 Vraag 50 Wat is de oorzaak van de stijging van de bedragen voor structureel budget voor toekomstige investeringen, die oplopen van 978.000 euro in 2025 naar 1.993.000 euro in 2029? Wat is hiervan de reden? Antwoord vraag 50: Zie antwoord vraag op vraag 49.
Paragrafen Grondbeleid Meerjarenperspectief Grondexploitaties Pag. 156 Vraag 51 Op blz. 156, in het meerjarenperspectief van grondexploitaties, staat dat vanaf 2025 wordt uitgegaan van een omslagrentepercentage van 0,5% bij zowel een positieve boekwaarde (inkomsten groter dan uitgaven) als bij een negatieve boekwaarde (uitgaven groter dan inkomsten). Wat betekent dit en wat zijn de mogelijke gevolgen voor de begroting in verhouding tot de realisatie? Antwoord vraag 51: Vanaf 2025 zal de grondexploitatie de renteberekening volgen die toegepast wordt voor de investeringen in de begroting. Voorheen werd een andere systematiek toegepast. Het rentepercentage is daardoor vanaf 2025 lager waardoor minder rente aan de grondexploitaties wordt toegerekend. Doordat de grondexploitatie aflopend is zijn de gevolgen beperkt.
15
Financiële begroting 5. Opgenomen stelposten Pag. 200 Vraag 52 Op blz. 200, onder "Dekking projecten energietransitie", wordt vermeld dat vanaf 2026 baten zijn opgenomen uit projecten met betrekking tot de uitwerking van de energietransitie door deelnemende partijen. Voor 2025 staat geen bedrag vermeld, terwijl voor de jaren 2026-2029 een bedrag van 100.000 euro is opgenomen. Is dit een vast overeengekomen bedrag (structureel voor de genoemde jaren). Antwoord vraag 52: Het genoemde bedrag betreft de interne doorbelasting van de extra loonkosten van de personele inzet op de (eigen) projecten van de energietransitie. Die was aanvankelijk gepland vanaf 2026. Omdat inmiddels de subsidie CDOKE (Capaciteit Decentrale Overheid Klimaat en Energie) verkregen is kan de uitvoering met de personele inzet budget neutraal verlopen. Vanwege de subsidie is het de vraag of de voorgenomen lijn nog gevolgd zal worden, dit zal later in 2025 bepaald worden.
Financiële begroting 5. Opgenomen stelposten Pag. 200 Vraag 53 Aansluitend op vraag 52: kan de vermelde bijdrage van 100.000 euro in de komende jaren zowel positief als negatief worden bijgesteld? Antwoord vraag 53: Zie antwoord bij vraag 52
Financiële begroting 5. Opgenomen stelposten Pag. 200 Vraag 54 In aansluiting op vragen 52 en 53: bestaat het risico dat deze bijdrage niet wordt gerealiseerd? Antwoord vraag 54: Zie antwoord bij vraag 52
Financiële begroting 5. Opgenomen stelposten Pag. 200 Vraag 55 Op blz. 200, in het integraal huisvestingsplan onderwijs, wordt vermeld dat hiermee het financiële effect van de concrete investering op de meerjarenbegroting wordt gepresenteerd. Wat wordt hiermee bedoeld? Antwoord vraag 55: Dit betreft de kapitaallasten van de investering in het Integraal Huisvestingsplan (raadsbesluit 23 april 2024) wat nog niet in de begroting is verwerkt en als stelpost is opgenomen.
16
Financiële begroting 6. Stand en verloop van de reserves Pag. 201 Vraag 56 Op blz. 201, onder algemene reserve, staat dat er 100.000 euro is onttrokken aan de ENECO-gelden in de algemene reserve voor 2024. Waar is dit geld voor bestemd? Antwoord vraag 56: Dit geld was gereserveerd voor intensivering van de energietransitie (Perspectiefnota 2022).
Paragrafen Lokale heffingen Pag. 140-154 Vraag 57 Op blz. 140 wordt beschreven dat de ongebonden lokale heffingen zogenaamde zuivere belastingen zijn, waarvan de opbrengsten vrijelijk door de gemeenteraad kunnen worden ingezet. De totale belastingopbrengst stijgt van 18.151.000 euro in 2023 naar 20.353.000 euro in de begroting van 2025. Dit resulteert, zoals gesteld op blz. 143, in een stijging van de gemiddelde woonlasten in Papendrecht tussen de 9,6% en 13,6% ten opzichte van 2024. Is deze conclusie correct? Wat zal het effect op de begroting voor 2025 en de jaren daarna zijn als de lastenverhoging voor onze inwoners in 2025 wordt beperkt tot een stijging op basis van inflatiecorrectie? Antwoord vraag 57: De totale belastingopbrengsten van respectievelijk € 18.151.000 in 2023 en € 20.353.000 bestaan uit verschillende heffingen. Niet alle heffingen (zoals bouwleges) behoren tot woonlasten waardoor de gestelde conclusie onjuist is. Tot de woonlasten behoort de OZB, de afvalstoffen – en rioolheffing. Wanneer de stijging van de gemeentelijke belastingopbrengsten wordt beperkt tot de inflatiecorrectie dan zal dit het begrotingssaldo nadelig beïnvloeden en de tekorten nog meer doen toenemen. Bijvoorbeeld de dekking van de kosten van riolering en afval kent een gesloten financieringssysteem.
Wanneer de stijging van de lasten hoger zijn dan de gemiddelde inflatie op de opbrengsten (2,5%) dan zal dit een tekort opleveren in de begroting. Wat het exacte effect is op de begroting 2025 is lastig in te schatten maar uitgaande van de OZB, afval- en rioolheffing bedraagt dit een nadeel op de begroting van ongeveer € 1,1 mln. (verschil aan baten tussen 9,6% gemiddelde lastenstijging woonlasten en 2,5% gehanteerde prijsinflatie).
Paragrafen Verbonden Partijen 12. Recreatie & Cultuur Holding Pag. 178-179 Vraag 58 Op blz. 178-179 staat beschreven dat er voor 2025 een risico (rood) is door een gebrek aan personeel. Het wordt al krap wanneer drie medewerkers van het zwembad in de zomer van 2024 met pensioen gaan. Dit kan leiden tot het niet kunnen aanbieden van zwemlessen of het sluiten van het recreatie bad, wat de exploitatie van het Sportcentrum verder onder druk zet. Wat kunnen de financiële consequenties zijn voor de gemeente, en wat kan de gemeente doen om te voorkomen dat zwemlessen niet meer aangeboden kunnen worden? Antwoord vraag 58: Op dit moment loopt een evaluatie met het Sportcentrum en zoals toegezegd wordt hierop door middel van een raadsinformatiebrief op teruggekomen.
17
PvdA II. Bij de oordeelsvormende raadsvergadering van 10 oktober jl. heeft de fractie van PvdA een technische vraag gesteld over de Begroting 2025. Hier werd aangegeven dat deze schriftelijk wordt afgedaan.PAB Vraag 1 Maakt externe inhuur onderdeel uit van de Strategisch Personeelsplanning (SPP)? Hoe is dit geregeld? Antwoord vraag 1: Inhuur is geen onderdeel van SPP. Het kan wel een maatwerk maatregel zijn om invulling te geven (tijdelijk) ter overbrugging van de uitvoering van de SPP-plannen. Zo kan inhuur vanuit de optiek van duurzame inzetbaarheid wel een rol spelen in het kader van SPP. In de praktijk komt dit niet vaak voor, SPP-plannen kunnen ook zonder inhuur uitgevoerd worden. Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend,
J.M. Ansems Algemeen directeur
18