RB Regionale Energiestrategie Drechtsteden 1.0.pdf
Tekst van het document
(zoals aanleg van warmte-infrastructuur op gemeentegrond of afwijking van een omgevingsvergunning of bestemmingsplan).
Nieuwbouw
brugging in deze tussenfase. Bij inwerkingtreding van de Wet
Dat kan van zeer kleinschalig (enkele gebouwen), maar ook
Bij locatieontwikkelingen wordt in relevante documenten
Collectieve Warmtevoorziening zullen we het uitnodigingska-
grootschalig op bijvoorbeeld cluster- of wijkniveau. Als gebou-
(waaronder nieuwe bestemmingsplannen en de selectiepro-
der op de wet toetsen en eventuele aanpassingen doorvoeren.
weigenaren stappen willen zetten richting aardgasvrij, en die
cedure voor de ontwikkelaar) een verwijzing opgenomen naar
stappen passen binnen de kaders van de gemeentelijk transi-
de TVW en het hierboven beschreven uitnodigingskader voor
tievisie warmte, verlenen gemeenten medewerking om deze
collectieve warmte.
initiatieven uit te voeren.
25 Hierbij kan gedacht worden renovatiemomenten van woningcorporaties of andere grote eigenaren, vervanging of sanering van het huidige gasnet, rioolvervanging, werkzaamheden aan de openbare ruimte, verbouwingen of de vervanging van Cv-ketels en nieuwbouwwerkzaamheden.
57/314
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
56
verder bezit (zowel particulier, als van woningcorporaties) zijn
10.7 Vervolgstappen
aanvullende randvoorwaarden vanuit rijkswege nodig.
Ten behoeve van de warmtetransitie werken we aan zowel
Schaalbare en kopieerbare aanpak
collectieve aanpakken voor het realiseren van aansluitingen
De Drechtsteden werken nauw samen op dit thema om
op het warmtenet, als aan individuele maatregelen. Voor
capaciteit en middelen zo effectief mogelijk in te zetten én te
individuele maatregelen als isolatie, hybride warmtepompen
voorkomen dat binnen de regio steeds opnieuw het wiel wordt
of de overstap naar all-electric werken we per doelgroep een
uitgevonden.
aanpak uit om gebouweigenaren te ondersteunen. Om de warmtetransitie mogelijk te realiseren zetten wij daarVoor collectieve maatregelen gelden de gemeentelijke Tran-
om in op een regio brede schaalbare en kopieerbare aanpak.
sitievisies Warmte als kader voor het gesprek met initiatieven
We gebruiken hiervoor de lessen die zijn opgedaan in de ge-
van gebouweigenaren en marktpartijen. We noemen dit een
meente Dordrecht en nog worden opgedaan in de proeftuin in
uitnodigingskader, waarmee we houvast bieden in de ‘tussen-
Sliedrecht-Oost en andere gemeenten, om zoveel mogelijk tot
fase’ waarin randvoorwaarden als de Wet Collectieve Warmte-
een uniforme werkwijze te komen.
Wilt u meer weten over de Regionale Structuur Warmte? Ga naar bijlage I. Warmte
Wilt u meer weten over de Transitie Visies Warmte?
voorziening nog niet beschikbaar zijn. Versterken handelingsperspectief Focus op collectieve aanpak in warmtenetbuurten
Tot slot zetten wij in op het versterken van het handelingsper-
In warmtenetbuurten ligt de focus op de collectieve aanpak.
spectief én goed informeren van onze inwoners, bedrijven en
We zetten samen met onze maatschappelijke partners volop
maatschappelijke partners. Hierbij stimuleren wij bovendien
in op de doorontwikkeling van de warmtenetten.
isolatie en energiebesparende maatregelen, zodat CO2 -uit-
Hierbij bieden we ondersteuning voor inbreiding en uitbrei-
stoot direct wordt gereduceerd, comfort toeneemt, energielas-
ding van de bestaande warmtenetten in Dordrecht, Papend-
ten dalen én gebouwen reeds worden voorbereid op alterna-
recht en Sliedrecht. Dit geldt binnenkort eveneens voor de
tieve warmtevoorzieningen.
Ga naar de website
warmtenetten die momenteel in Hendrik-Ido-Ambacht en Zwijndrecht in ontwikkeling zijn. Gezamenlijke inzet startmotor In de komende jaren zetten we gezamenlijk met de corporaties en HVC in op de aansluiting van de 5.930 woningen waarvoor een Stimuleringsregeling Aardgasvrije Huurwoningen is verkregen. Parallel zoeken we naar de volgende kansrijke clusters van woningen die haalbaar en betaalbaar op een warmtenet kunnen worden aangesloten. Op de korte termijn zien de partners in de Drechtsteden nog mogelijkheden voor VvE’s en utiliteit, echter om de gecreëerde springplank te kunnen benutten voor
58/314
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
57
Deel III Energiesysteem 11
Energiesysteem 2030-2050
11.1 Leidende principes
11.2 Energiesysteem 2021-2030 11.3 Energiesysteem na 2030
11.4 Vervolgstappen energiesysteem
59/314
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
58
11 Energiesysteem 2030-2050
D
e energietransitie is in 2030 nog niet klaar.
Denk bijvoorbeeld aan energieopwekking, flexibili-
aan het wooncomfort en beperkt de kosten en de
Ook na deze belangrijke periode gaan we hier-
teit om verschillen tussen vraag en aanbod te over-
ruimtelijke impact van de energietransitie.
mee door. Het is belangrijk om nu al na te denken
bruggen, en energievraag. En ook aan de verschil-
over deze volgende periode, zodat we in de nabije
lende energie-infrastructuren: het elektriciteitsnet,
III.
toekomst de juiste keuzes maken. We geven in dit
het aardgasnet en de warmtenetten. Elke stap die
We zetten energiedragers en lokale bronnen slim
hoofdstuk inzicht in ons energiesysteem in 2030,
we zetten, beïnvloedt de andere onderdelen.
in. Zo is elektriciteit een energiedrager van hoge
Hoogwaardige benutting lokale bronnen
kwaliteit, maar is warmte van geothermie van
en een doorkijk naar 2050. Daarbij letten we goed op kansen voor koppelingen tussen verschillende
Het energiesysteem is één geheel: winsten in
lage kwaliteit. Het is inefficiënt om elektriciteit te
onderdelen van het energiesysteem.
een onderdeel kunnen elders ten koste gaan van
gebruiken voor warmte als er ook lokale geother-
ruimte, geld of energie. Het is daarom belangrijk
mische bronnen aanwezig zijn. Met oog hierop
om integraal te werk te gaan om te komen tot
zetten wij de lokale (warmtebronnen) zo efficiënt
een systeem met de hoogst haalbare maatschap-
mogelijk in.
11.1 Leidende principes
pelijke en ecologische baten en laagst mogelijke maatschappelijke en landschappelijke kosten. Een
Een ander voorbeeld is waterstof. In het geval dat
Ons energiesysteem verandert stap voor stap.
integrale aanpak is zeer complex. Op dit moment
blauwe of groene waterstof in de toekomst groot-
We schakelen over van fossiele brandstoffen naar
is er bovendien nog onvoldoende inzicht in de
schalig en goedkoop geproduceerd kan worden uit
duurzame energiebronnen, daarbij worden steeds
totale kosten en baten van de transitieopgave om
duurzame energiebronnen, moet er onthouden
meer decentrale energiebronnen ingezet en we
de afweging voor de volledige periode tot 2050
worden dat verbranding van waterstof gebeurt
zoeken naar slimme en efficiënte oplossingen om
integraal te maken.
bij hoge temperaturen. Het is energetisch onlo-
de pieken in vraag en aanbod op te vangen en te
gisch om hier woningen mee te verwarmen tot 20
overbruggen.
graden Celcius. Daarom willen we dit soort hoogWat is een integrale aanpak?
waardige energie eerst inzetten voor processen
We zetten samen met stakeholders in op een
Een integrale aanpak binnen de energietransitie
die hoge temperaturen vereisen. Blijft er warmte
duurzaam, betrouwbaar, betaalbaar, en efficiënt
betekent een aanpak waar alle effecten van ons
over, dan kan dat als restwarmte voor woningen
energiesysteem. Hierin staan de volgende princi-
energiesysteem – zoals het nu werkt én van veran-
worden gebruikt. In de energietransitie kijken we
pes centraal:
deringen – in beeld zijn en in overweging worden
altijd eerst naar de beschikbare lokale bronnen en
I.
Stapsgewijze en integrale aanpak;
genomen. Er is dan oog voor alle aspecten van
naar de kwaliteit van energiebronnen.
II.
Energie-efficiëntie en energiebesparing;
onderlinge afhankelijkheden.26
III.
Hoogwaardige benutting van lokale bronnen;
IV.
IV.
Flexibiliteit;
We streven naar een balans tussen energievraag
V.
Niet afwentelen.
Flexibiliteit
Energie-efficiëntie en energiebesparing
en -energieproductie. In het bestaande energie-
We gebruiken zo weinig mogelijk energie, onder
systeem draaien we door de afstemming tussen
meer door goed te isoleren en energiezuinige
die twee vooral aan de productieknop: bij meer
We kunnen het huidige energiesysteem niet van
apparaten te gebruiken. Dit wordt bereikt door
vraag, produceren we meer. In het toekomstige
de ene op de andere dag ingrijpend veranderen.
een combinatie van technische verbeteringen in
systeem is de energieproductie, door de inzet van
Het energiesysteem is complex en bestaat uit aller-
isolatie en elektronica én gedragsveranderingen
zonne- en windenergie, minder stuurbaar. Daarom
lei kleinere systemen.
in huis en op de werkvloer. Dit samen draagt bij
ontwikkelen we manieren om ook aan de vraag-
I.
II.
Stapsgewijze en integrale aanpak
26 De website http://www.ruimtevoorenergie.nl illustreert hoe veel daar bij komt kijken.
60/314
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
59
knop te draaien: bij minder productie verkleinen we de vraag.
gie en de ruimte die nodig is voor transport, conversie en
ten voor grootschalige opwekking van zonne-energie voor de
Binnen onze regio zal er overigens geen volledige balans tus-
opslag?
gebouwde omgeving, evenals een aantal kleine windmolens.
sen vraag en aanbod mogelijk zijn.
• Kunnen keuzes aan de kant van de gebruiker ook ruimtelij-
Energieuitwisseling met andere regio’s is daarom noodzakelijk. Duurzame energiebronnen zijn namelijk weersafhankelijk en daardoor minder stuurbaar dan fossiele bronnen. Restwarmte
ke gevolgen hebben?
Er zijn daarnaast 7.500 woningequivalenten aangesloten op een warmtenet.
• Hoeveel energie gaat er bij opslag en omzetting naar een Toekomstbeeld 2030
andere energiedrager verloren?
en geothermie zijn daarentegen continu beschikbaar, maar
• Op basis van een zorgvuldige afweging van deze vraagstuk-
In 2030 is dat veranderd. We gebruiken 20% minder energie in
bewegen niet mee met de vraag. Deze kunnen in combinatie
ken willen wij komen tot een eerlijke en realistische invulling
onze gebouwde omgeving. Een groter deel van de energie die
met opslag bijdragen aan de benodigde flexibiliteit.
van de energietransitie in onze regio. We willen hiermee
we nog gebruiken, is nu opgewekt middels lokale zon en wind
nadrukkelijk voorkomen dat we deze opgave onevenredig
en warmtebronnen. Daarnaast heeft 30% van de geschikte
Ook opslag en omzetting van energie spelen hierbij een
afwentelen op andere regio’s of landen of andere genera-
grote daken zonnepanelen en wekken een stuk meer huishou-
belangrijke rol om tot een betrouwbaar energiesysteem te
ties. Deze afweging
dens en MKB energie op middels zonnepanelen op hun dak.
kunnen komen. Dit is nodig om resterende verschillen tussen
• vraagt om een brede systeemblik. Keuzes hebben immers
vraag en aanbod (zowel in tijd als ruimte) te overbruggen.
onderlinge verbanden: iedere keuze kan een andere beïn-
Ondertussen is het aantal woningequivalenten aangesloten op
Opslag en omzetting kunnen de belasting op de energienet-
vloeden.
een warmtenet flink toegenomen. Ook in andere sectoren zijn
ten op piekmomenten verlagen. Hiermee kan een deel van de
er grote stappen gemaakt. Zo rijdt nu een beduidend deel van
verzwaring van deze netten en de daaraan gekoppelde kosten
de regio in elektrische auto’s.
worden voorkomen.
11.2 Energiesysteem 2021-2030
Opslag en omzetting kunnen echter ook veel geld kosten en
11.3 Energiesysteem na 2030
veel ruimte eisen. Bovendien kan er energie verloren gaan in
Ons doel voor 2030 is om tenminste 0,37 TWh bij te dragen
het proces. Het moet daarom niet de enige oplossing zijn maar
aan de nationale opgave van 35 TWh aan duurzame energie-
worden ingezet in combinatie met andere oplossingen. Met
opwekking op land én om 12.000 – 25.000 woningen te ver-
Ook na 2030 moeten er nog grote stappen gezet worden in de
een blik op integraliteit pleiten we daarom voor het instellen
duurzamen en op duurzame warmtebronnen aan de sluiten.
verduurzaming van ons energiesysteem.
van prijsprikkels om opslagsystemen rendabel te maken. Hier
Daarnaast willen we zo veel mogelijk energie besparen n 0,07
moet worden onthouden dat technologieën voor opslag en
TWh aan energie middels kleinschalig zon op dak realiseren.
Elektriciteit uit zon & wind & water
omzetting nog volop in ontwikkeling zijn.
In de komende paragrafen leggen we uit wat het verschil in
Voor de opwekking van elektriciteit uit zon, wind en water na
het energiesysteem zal zijn vergeleken met nu, gebaseerd op
2030 houden we technologische ontwikkelingen en innovaties
cijfers uit de nationale Klimaatmonitor.
nauwlettend in de gaten. We kunnen zo inspelen op belangrij-
V.
Niet afwentelen
Keuzes in de energietransitie hebben ruimtelijke consequen-
ke veranderingen.
ties. Dit leidt bij de energietransitie tot vragen zoals:
Op dit moment gebruikt de regio Drechtsteden ruim 5 TWh
• Wat is het ruimtebeslag van het totale energiesysteem?
aan energie per jaar (Klimaatmonitor 2018). Dit is de gehele
Warmtebronnen
• Wat zijn de onderlinge afhankelijkheden binnen het sys-
regio, inclusief landbouw en industrie. Mobiliteit is hierbij niet
Ook voor het benutten van lokale warmtebronnen zullen we
meegenomen omdat het vaak bovenregionaal is. Ongeveer de
inspelen op innovaties.
teem? • Wanneer kunnen functies als wonen, natuur, werken en
helft daarvan wordt gebruikt door de gebouwde omgeving. In
energieopwekking gecombineerd worden en wanneer slui-
2019 werd ongeveer 1,63 TWh aan energie gebruikt in wo-
Kernenergie
ten ze elkaar uit?
ningen. Een kleine 8% van de woningen in de regio wekken al
Kernenergie valt buiten de RES-opgave voor 2030. Vanwege
elektriciteit op middels zon op dak en er zijn meerdere projec-
de lange bouwtijden zal (extra) kernenergie voor 2030 ook
• Wat is de relatie tussen de keuze voor de opwek van ener-
61/314
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
60
geen bijdrage kunnen leveren aan de benodigde CO2 -reductie.
Gedurende het transport van afvalwater de verwerking in een
er een overschot is aan duurzame elektriciteit. Er gaat bij de
Kernenergie kan wel invloed hebben op het verloop van de
afvalwaterzuivering gaat energie verloren. Energieverlies kan
omzetting van elektriciteit naar waterstof en terug naar elek-
transitie in de elektriciteitssector in de periode ná 2030. Een
worden beperkt door afvalwater dichter bij de bron te behan-
triciteit echter veel energie verloren: de helft tot twee derde28.
groter aandeel van kernenergie in de elektriciteitsproductie
delen. Zo wordt voorkomen dat methaan prematuur wordt
Bij de inzet van waterstof als structurele energiedrager moet
kan dan leiden tot een afname van druk op uitrol van her-
gevormd, blijft de temperatuur van de afvalstromen zo hoog
er dus veel meer (duurzame) energie worden opgewekt. Ook
nieuwbaar (en de ruimte die daarvoor nodig is), infrastructuur
mogelijk (wat helpt met gisting) en wordt directe vergisting
is nog onderzoek gaande naar verschillende manieren waarop
en flexibiliteitsdiensten na 2030.
mogelijk doordat de organische stroom niet wordt gemengd
waterstof getransporteerd en opgeslagen kan worden.
met hemelwater. Kernenergie kent echter ook een aantal belangrijke nadelen.
Om bovenstaande redenen is brede toepassing van waterstof
Financieel is de bouw van een kerncentrale veel ongunstiger
Lokaal geproduceerd groen gas kan op verschillende manieren
pas wenselijk bij grootschalige en goedkope beschikbaarheid
dan installaties voor zonne- of windenergie. Dit leidt tot een
worden ingezet. Denk bijvoorbeeld aan de piekvoorziening van
van duurzame energiebronnen. Ook is waterstof een hoog-
hogere productieprijs van energie. Kernenergie kan ook niet
warmtenetten, wijken waar andere aardgasvrije opties moei-
waardige energiedrager die hoge temperaturen kan genere-
flexibel worden geproduceerd. Dat betekent dat het altijd de-
lijk toegepast kunnen worden of toevoeging aan het gasnet.
ren. Het is gewenst om waterstof (en groen gas) op een zo
zelfde hoeveelheid energie produceert. Dit maakt het slechter
Ook zijn er verschillende technieken waarbij groen gas kan
hoogwaardig mogelijke manier toe te passen als:
te combineren met de investeringen die gedaan zijn in meer
worden ingezet voor de flexibiliteit van ons energiesysteem,
• Grondstof en proceswarmte voor industrie;
flexibele vormen van energieopwekking zoals zon en wind.
door energieproductie en energievraag beter op elkaar aan te
• Brandstof voor zwaar transport (vrachtverkeer, zee- en
Ook kan de veilige berging van kernafval op lange termijn
laten sluiten. Meer informatie over groen gas staat in Bijlage J
niet worden gegarandeerd, wat ernstige problemen voor de
Potentie groen gas.
binnenvaart); • Opslag piekproductie en flexibiliteit elektriciteit;
toekomst creëert.
• Opslag voor piekproductie warmtenetten en bepaalde Flexibiliteit, waterstof en accu’s
delen van de gebouwde omgeving waarvoor elektriciteit en
Technisch zijn er ook nog veel vraagstukken. Nieuwe soorten
Met de opkomst van hernieuwbare energie groeit ook het aan-
warmtenetten geen uitkomst bieden (zoals de historische
kernreactoren, bijvoorbeeld met thorium als splijtstof, zijn
deel energie dat afkomstig is uit weersafhankelijke bronnen
binnenstad of dijklinten).
nog in ontwikkeling en is nog veel onderzoek nodig.27 Experts
zoals zon en wind. Flexibiliteit is nodig om energieproductie en
verwachten niet dat er voor 2050 in Europa een commerciële
-vraag op elkaar te laten aansluiten.
Wij zullen voor flexibiliteit naar de combinatie van technieken kijken: waterstof, accu’s en andere manieren om vraag en aan-
thoriumcentrale kan komen. Deze noodzakelijke flexibiliteit kan op diverse manieren worGroen gas
den gecreëerd: flexibele opwek, demand-response systemen,
Voor de RES 1.0 hebben we laten verkennen wat mogelijke
conversie naar andere energiedragers, opslag van energie en
kansen zijn voor productie van groen gas uit rioolwater en
de connecties met omringende landen. Technieken daarvoor
groente, fruit en tuin (GFT) afval. In de regio is de maximale
zijn echter nog volop in ontwikkeling. Iedere techniek heeft ei-
theoretisch haalbare groen gas productie vanuit rioolwater
genschappen voor specifieke toepassingen. Naar verwachting
en GFT 0,04 TWh. Indien andere reststromen ook omgezet
zal in de toekomst een combinatie het meest efficiënt zijn.
bod van energie op elkaar te laten aansluiten.
kunnen worden, kan dit aandeel met een factor 5-6 vergroot worden. Deze theoretische berekening is puur op energetische
Waterstof is een energiedrager die een rol kan spelen bij
basis gemaakt en zal in de praktijk lager uitvallen.
transport en opslag van energie, zeker in die gevallen waarbij
27 https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/duurzame-energie/opwekking-kernenergie 28 De omzetting van elektriciteit in waterstof met een elektrolyser heeft een efficiëntie tussen de 60% en de 80% (hydrogeneurope.eu). De omzetting van waterstof naar elektriciteit in een brandstofcel heeft een efficiëntie van maximaal 60% (SOFC-type) (energy.gov). De totale efficiëntie ligt dus indicatief tussen de 36% en 48%.
62/314
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
61
Netimpact warmte
11.4 Vervolgstappen energiesysteem
Het warmtenet is een belangrijk onderdeel van het energiesysteem in de Drechtsteden. Dankzij de sterke inzet op warm-
In het vervolg op de RES 1.0 maken we samen met onze stake-
tenetten kan de netimpact vanuit de warmtetransitie op het
holders een verdiepingsslag op het energiesysteem en daar-
elektriciteitsnet worden beperkt ten opzichte van de totale
voor benodigde infrastructuur. Belangrijke thema’s daarbij zijn:
benodigde netuitbreidingen. Net als voor elektriciteit, brengen we ook de netimpact voor warmtenetten in beeld.
Wilt u meer weten over groen gas?
Netimpact elektriciteit Onze elektriciteits- en gasnetten zullen door de energietransi-
Ga naar bijlage J. Kansen groen gas
tie ingrijpend moeten veranderen. Zo moet het elektriciteitsnet in hoog tempo worden verzwaard en uitgebreid en moeten er aanpassingen worden gemaakt in het gasnet. Niet alles is tegelijkertijd mogelijk. Het is een grote uitdaging om tijdig
Wilt u meer weten over het energiesysteem in onze provincie?
de benodigde aanpassingen en uitbreidingen te realiseren. Het is belangrijk dat we deze uitbreidingen slim en efficiënt ontwerpen. Systeemefficiëntie speelt hier een cruciale rol. Daarnaast moeten we rekening houden met ander ruimte-
Energiesysteemstudie Zuid-Holland
gebruik. Met Stedin vindt actieve afstemming en verdieping plaats op dit onderwerp. Hier kan meer over worden gelezen
Ga naar de website
in Bijlage F Netimpact elektriciteitsnet). Aandachtspunten daarbij zijn: • Concretisering van benodigde uitbreidingen voor bestaande
Wilt u meer weten over het nationaal Programma Energiehoofdstructuur?
en nieuwe elektriciteitsstations; • Zon op dak levert in alle scenario’s het grootste aandeel in opgesteld vermogen en dat leidt tot een groot aantal knelpunten op lagere netvlakken. In het vervolg van het RES-proces is het nodig om gezamenlijk met Stedin de vervolgstappen gedetailleerder in beeld te brengen om het
Nationaal Programma Energiehoofdstructuur
aantal knelpunten te verminderen. De planvorming van regionale ontwikkelingen op het vlak van warmtetransitie,
Ga naar de website
warmtebronnen, elektrisch vervoer en andere ontwikkelingen moeten worden samengebracht naar een integraal regionaal uitvoeringsplan voor de energie-infrastructuur; • Samenhang met de energievraag voor industrie en mobiliteit.
63/314
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
62
Vervolg 12
Het vervolg
12.1 Inleiding 12.2 Financiële consequenties 12.3 Borging lokaal beleid / Inpassing in de Omgevingswet
12.4 Afstemming buurregio’s en het Groene Hart
12.5 Draagvlak 12.6 Aansluiting nationale programma’s
12.7 Beperken van de opwarming van de aarde
64/314
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
63
12 Het vervolg
12.1 Inleiding
D
12.2 Financiële consequenties
Bestuur (ROB) is gepubliceerd geldt in dit organisatievraagstuk als belangrijke informatiebron. Het rapport is gebaseerd op een onderzoek naar de
eze RES 1.0 beschrijft de energiestrategie voor
Vaststelling van de RES 1.0 heeft op zichzelf geen
uitvoeringskosten van het Klimaatakkoord voor ge-
de regio Drechtsteden. Met de strategie bou-
directe financiële consequenties. De uitvoering van
meenten, provincie en waterschappen, dat de ROB
wen we voort op het Toekomstperspectief Drecht-
de RES 1.0 valt primair onder de regie en verant-
op verzoek van het kabinet heeft uitgevoerd.
steden Energieneutraal 2050, de Energiestrategie
woordelijkheid van de gemeenten. De uitvoering zal
Drechtsteden Energieneutraal en de concept-RES
vanwege de benodigde inzet, capaciteit en investe-
Het rapport sluit aan op een onderzoek van het
uit 2020. Met dit document zetten we een belang-
ringen wel aanvullende financiële middelen vergen.
onderzoeksbureau Andersson Elffers Felix (AEF) in opdracht van het ROB. Het geeft nader inzicht in
rijke stap in de beleidsontwikkeling. We omschrijven hier welke financiële consequen-
de benodigde financiën en de complexiteit rond
De ambities uit de RES 1.0 moeten voor 2030 in
ties er naar huidig inzicht worden voorzien om in
de sturing van de energietransitie. Het rapport
uitvoering worden gebracht en worden gereali-
de komende jaren uitvoering te kunnen geven aan
wordt als zwaarwegend advies meegenomen bij de
seerd door initiatiefnemers. De decentrale over-
de RES 1.0. Ook omschrijven we op welke wijze de
komende landelijke coalitieonderhandelingen.
heden zijn daarbij onder andere verantwoordelijk
financiële consequenties in de komende maanden
voor de planologische inpassing in het kader van
nader worden geconcretiseerd én op welke manier
Wat betreft de bekostiging, adviseert de ROB in het
lokale beleidskaders. Op dit moment staan deze
er bestuurlijke besluitvorming over de benodigde
rapport om de uitkomsten van het onderzoek van
regels onder andere in de Wet ruimtelijk ordening.
middelen plaats kan vinden.
AEF over te nemen, met uitzondering van bepaalde door AEF meegerekende uitvoeringskosten
Vanaf 1 januari 2022 worden deze wetten en reBenodigde organisatie
voor provincies en gemeenten. In 2024 (het meest
Het uitvoeren van onze energiestrategie vergt inzet
‘gemiddelde’ jaar in de onderzochte periode) gaat
Op het regionale proces waarin de RES wordt
op energiebesparing, de opwekking van duurzame
het voor gemeenten om een bedrag van € 599,6
opgesteld, volgt dus nog een lokaal proces om de
energie, de verduurzaming van mobiliteit én de
miljoen ter compensatie van de uitvoeringslasten.
plannen in het lokale beleid vast te leggen. Pas
warmtetransitie. Om dit allemaal in goede banen
In dat jaar hebben gemeenten volgens het rapport
hierna kan door initiatiefnemers een vergunning
te leiden, is het belangrijk om in de komende jaren
gemiddeld 14 tot 17 extra fte nodig.29 Voor de
worden aangevraagd om uitvoering te geven aan
te zorgen voor een goede organisatie, aansturing
provincies gaat het om € 37,5 miljoen en voor de
een passend project.
en uitwerking. Het is van belang om te komen tot
waterschappen om € 22,6 miljoen. De investerings-
een organisatie die passend is voor de opgave en
kosten in onder andere eigen verduurzaming zijn
In dit laatste hoofdstuk gaan wij in op dit vervolg.
de te uitvoeren werkzaamheden. Tegelijk moet de
niet opgenomen in deze bedragen en zijn waar-
Ook geven we inzicht in de financiële consequen-
organisatie ook rekening houden met de financiële
schijnlijk ook zeer substantieel.
ties, de wijze waarop de RES 1.0 nader wordt
situatie waarin de decentrale overheden zich
geborgd en hoe wij in onze aanpak aansluiten bij
bevinden.
gels gebundeld in de Omgevingswet.
Het werkelijke bedrag dat de gemeenten, provin-
buurregio’s en nationale programma’s.
cies en waterschappen ter compensatie van de Rapport van de Raad voor het Openbaar Bestuur
uitvoeringslasten zullen ontvangen, zal door het
In dit hoofdstuk staan de algemene vervolgstap-
‘Van Parijs naar praktijk’
nieuwe kabinet worden bepaald en is daarmee nog
pen. Het is een verdieping op de concrete vervolg-
Het rapport ‘Van Parijs naar praktijk’, dat in janu-
onzeker. Het rapport van de ROB zien wij met oog
stappen besproken in voorgaande hoofdstukken.
ari van dit jaar door de Raad voor het Openbaar
op de status hiervan als een belangrijke indicatie.
29 Dit is een gewogen gemiddeld van 86 tot 100 fte extra voor G4 gemeenten, 39 tot 49 fte voor G40 gemeenten, 17 tot 19 fte voor middelgrote gemeenten en 8 tot 9 fte voor kleine gemeenten.
65/314
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
64
Concretiseren van de benodigde organisatie in de
dak) wordt toegepast. Zo vergen bestaande rijwoningen die na
De netimpact analyse (Bijlage F Netimpact elektriciteitsnet) die
Drechtsteden
2005 zijn gebouwd naar huidig inzicht tussen de € 16.500 en
ten behoeve van de RES 1.0 is uitgevoerd door netbeheerder
Momenteel werken de gemeenten en regio samen om de be-
€ 27.000 aan investeringen om deze volledig aardgasvrij te ma-
Stedin beschrijft de impact van de RES op de energie-infra-
nodigde organisatie verder te concretiseren en kwantificeren.
ken, terwijl dit voor rijwoningen van voor 1950 op kan lopen
structuur en geeft een eerste inzicht in de financiële investe-
Hierbij brengen we voor elke gemeente en de regio in beeld
tot € 71.000.30
ringen die hier voor Stedin mee samenhangen.
hoeve van de energieambities en welke capaciteit en middelen
Op dit moment is (landelijke) wet- en regelgeving nog in ont-
p basis van de analyse stelt Stedin dat zij tot 2030 tenminste €
hiervoor beschikbaar zijn.
wikkeling en zijn er onvoldoende subsidies en andersoortige
60 miljoen (scenario laag) en maximaal € 203 miljoen (scenario
(financiële) regelingen om dit soort benodigde investeringen
hoog) aan benodigde investeringen verwachten om hun ener-
voor alle gebouwen te realiseren.
gie-infrastructuur in de Drechtsteden voldoende te kunnen
welke activiteiten er momenteel worden uitgevoerd ten be-
De volgende stap bestaat uit het identificeren van de aanvullende activiteiten (vervolgstappen) die nodig zijn om de
verzwaren. Zeer relevant met betrekking tot deze getallen is
gestelde ambities te realiseren en om dit te kwantificeren naar
Zoals eerder is gezegd, betekent de urgentie van de energie-
dat de impact op het elektriciteitsnet vanuit de warmtetransi-
benodigde capaciteit en middelen. Nadat alles in kaart is ge-
transitie niet dat alles voor deze opgave kan wijken en streven
tie beperkt is ten opzichte van de totale netuitbreidingen. Dit
bracht, wordt gekeken waar er kansen zijn voor publiek-priva-
we nadrukkelijk naar een rechtvaardige energietransitie waar
komt door de inzet op warmtenetten.
te, meervoudig lokale, regionale en provinciale samenwerking
niemand achter blijft. De kosten die netbeheerders (binnen én buiten de Drecht-
om de strategie zo efficiënt en effectief mogelijk uit te voeren. Met oog hierop kiezen wij in deze tussenfase voor een aanpak
steden) ten behoeve van de energietransitie maken, worden
Deze uitwerking zal lokaal leiden tot een bestuurlijk voorstel
waar wij inwoners en bedrijven stimuleren en faciliteren om
doorberekend aan al hun eindgebruikers. Dit betekent dat
aan de gemeenteraad waarin wordt gevraagd om de aanvul-
stappen te zetten waar het nu wel kan of op basis van gelden-
inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties deze
lende middelen beschikbaar te stellen. Dit voorstel zal sterk
de wetgeving noodzakelijk is. Echter maken wij ook bewust
kosten uiteindelijk terugzien op hun energierekening. Dit zal
gerelateerd zijn aan de aanvullende middelen die het Rijk via
een pas op de plaats met betrekking tot stappen die nog niet
samen met de toenemende belasting op aardgas een structu-
het gemeentefonds beschikbaar stelt ten behoeve van de
haalbaar en betaalbaar gezet kunnen worden.
rele verhoging van (woon)lasten tot gevolg hebben. Dit geeft
uitvoeringskosten van het Klimaatakkoord.
de noodzaak voor systeemefficiëntie weer. Het stimuleren en faciliteren van energiebesparende en iso-
Benodigde investeringen
latiemaatregelen achten wij van groot belang, omdat ener-
Een tweede aandachtspunt voor de gemeenten die aandeel-
giearmoede door de stijgende energieprijzen juist ook op kan
houder zijn van Stedin is de aanwezigheid van voldoende
Investeringskosten gebouwen
treden op het moment dat deze maatregelen niet (kunnen)
investeringsruimte. Dit heeft Stedin nodig om zelf investe-
De energietransitie brengt ook de nodige investeringen aan
worden doorgevoerd.
ringen te doen. Vanwege deze randvoorwaarde hebben alle aandeelhoudende gemeenten eind maart een voorstel van
gebouwen met zich mee. Zo is er voor bedrijven veel verscheidenheid in mogelijkheden en verplichtingen op het gebied van
Investeringskosten netimpact
Stedin ontvangen om collectief een bedrag van € 200 miljoen
energiebesparing, geldt voor veel grote kantoren dat deze per
De elektriciteits- en gasnetten zijn door de energietransitie
aandelenvermogen te storten. De gemeenteraden van de
1 januari 2023 minimaal energielabel C moeten hebben én
ingrijpend aan het veranderen. Om alle ontwikkelingen als
aandeelhoudende gemeenten zullen over dit voorstel moeten
moeten alle gebouwen uiterlijk in 2050 aardgasvrij zijn.
gevolg van de energietransitie te faciliteren en betaalbaar te
besluiten. Relevant met betrekking tot dit voorstel is dat een
houden, is het noodzakelijk om naar het totale energiesysteem
groot deel van het verzorgingsgebied van Stedin buiten het
De investeringskosten per gebouw zijn zeer afhankelijk van de
te kijken. Door de systeemefficiëntie te vergroten, wordt de
gebied van aandeelhoudende gemeenten ligt.
specifieke situatie en zullen variëren op basis van de gekozen
gemiddelde benutting van het net verbeterd.
Een laatste aandachtspunt is dat de benodigde investeringen gevolgen hebben voor het uit te keren dividend. Met oog op
oplossing én de mate waarin ook opwek van energie (zon op
30 Dit is een gewogen gemiddeld van 86 tot 100 fte extra voor G4 gemeenten, 39 tot 49 fte voor G40 gemeenten, 17 tot 19 fte voor middelgrote gemeenten en 8 tot 9 fte voor kleine gemeenten.
66/314
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
65
het bovenstaande wordt duidelijk dat de eerste gevolgen van-
Stimuleringsmiddelen en fondsvorming
le proces waarin de RES 1.0 is opgesteld, volgt daarom nog
uit de netimpact zich inmiddels al voordoen voor de aandeel-
Met de realisatie van duurzame opwekking van energie en
een lokaal proces om de plannen in het lokale beleid vast te
houdende gemeenten.
isolatiemaatregelen kunnen aanzienlijke investeringen en
leggen. Pas hierna kan door initiatiefnemers een vergunning
werkzaamheden gepaard gaan. Zowel de plaatsing als de
worden aangevraagd om uitvoering te geven aan een passend
Met betrekking tot dit onderwerp roepen wij de Rijksoverheid
inkoop van benodigde materialen levert een bijdrage aan de
project.
op om een stevigere eigen verantwoordelijkheid te nemen in
werkgelegenheid. Daarnaast kunnen duurzame investeringen
dit financiële vraagstuk. Ook roepen we op om de regulering in
voor inwoners, bedrijven en maatschappelijke bedrijven een
De decentrale overheden zijn zelf verantwoordelijk voor deze
het belang van snelle transitie niet teveel over te laten aan de
flinke kostenbesparing opleveren, wat de toekomstbestendig-
borging in de eigen lokale beleidskaders. Die komen op dit
toezichthouder (Authoriteit Consument & Markt).
heid versterkt.
moment onder andere voort uit de Wet ruimtelijk ordening. De borging van de RES 1.0 in het lokale beleid is een proces
Een eigen substantiële bijdrage van het Rijk (al dan niet via
Met oog op het bovenstaande en om de gestelde duurzaam-
waar ruimte is voor lokale bestuurlijke afwegingen en zorgvul-
participatie) in regionale netbeheerders is noodzakelijk. De
heidsambities te realiseren, is het een overweging om vanuit
dige afstemming met ambities uit aangrenzende domeinen.
netbeheerders en het financiële reguleringssysteem dat op
de overheden stimuleringsmiddelen in te zetten, deel te ne-
hen van toepassing is, passen niet bij de opgave van de ener-
men in energiecoöperaties of fondsen vorm te geven. Dit om
Zo zal in de gemeente Papendrecht bij de borging van het uit-
gietransitie én is nu nog teveel geënt op zeer lage rente, net-
energieopwekking en andere duurzame investeringen aan te
werkingsgebied zon langs de Betuwelijn nadrukkelijk rekening
onderhoud en kleine netuitbreidingen. Ook is het van belang
jagen. Bijkomend voordeel is dat de lokale overheden hier-
worden gehouden met het amendement ‘niet bouwen boven
dat het Rijk op een gebalanceerde manier invulling geeft aan
mee meer regie kunnen pakken en er bijvoorbeeld op kunnen
de A15’ dat op 21 januari door de gemeenteraad is aangeno-
benodigde investeringen voor de verschillende energie-infra-
sturen dat zoveel mogelijk investeringen lokaal of regionaal
men.
structuren voor waterstof, elektriciteit en warmte.
bijdragen aan de economie en arbeidsmarkt. Omgevingswet
De transitie naar andere vormen van energiegebruik heeft ook
Besluitvorming over aanvullende financiële middelen
Met de invoering van de Omgevingswet wil de overheid de
desinvesteringen in gasnetten als gevolg. Dit vergt dan ook
Besluitvorming over aanvullende activiteiten en financiële
regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en sa-
adequate compensatie door het Rijk om te voorkomen dat de
middelen loopt altijd volledig via de lokale besturen en bij
menvoegen. Met de Omgevingswet komen alle onderwerpen
financiële gevolgen ervan onevenredig bij netbeheerders, hun
voorkeur via de reguliere planning & control cyclus. Financiële
uit de fysieke leefomgeving samen. Thema’s als gezondheid,
klanten en lokale overheden neer slaan.
consequenties kunnen bovendien per organisatie verschillen
veiligheid, geluid, natuur, bouw en water maken integraal
omdat ze afhankelijk zijn van de lokale bestuurlijke afwegingen
onderdeel uit van de Omgevingsvisies en beleid.
Aandeelhouderspositie HVC
en keuzes. Of en hoeveel middelen er ter beschikking worden
Ontwikkeling van warmtenetten is vanwege de aandeelhou-
gesteld, blijft dus nadrukkelijk een lokale bestuurlijke afweging.
De Omgevingswet biedt ook het kader om te sturen op de
derspositie van gemeenten in HVC ook een financieel aan-
maatschappelijke opgaven. De vier meest omvangrijke maat-
dachtspunt. HVC heeft namelijk een financieringsstructuur
schappelijke opgaven met een grote ruimtelijke impact zijn:
waarbij alle aandeelhoudende gemeenten tot dusver risicodrager zijn voor de financiering van de onderneming. Het gevolg van benodigde investeringen is dat de zelfstandige
12.3 Borging lokaal beleid / Inpassing in de Omgevingswet
financierbaarheid van HVC tenminste enkele jaren opschuift.
klimaatadaptatie, landbouwhervorming, de verstedelijkingsopgave en de energietransitie.31 De inzet van nieuwe energiesystemen zoals zonneweides,
Bovendien is nog niet bekend wat de effecten van de nieuwe
Huidige lokale regels en beleidskaders
windturbines op land, aardgasvrije wijken en bodemener-
Warmtewet en de daarbij horende regulering zullen zijn. Deze
De plannen uit de RES 1.0 kunnen pas worden uitgevoerd
gie heeft een impact op de fysieke, sociale en economische
ontwikkelingen worden nauwlettend gevolgd.
nadat ze zijn vastgelegd in het gemeentelijke en provinciale
leefomgeving. Dat vraagt om keuzes over hoe we die fysieke
beleid en de regels voor de leefomgeving. Op het regiona-
leefomgeving willen benutten of juist beschermen.
31 https://www.collegevanRijksadviseurs.nl/projecten/panorama-nederland
67/314
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
66
g in el Monitoring & evaluatie
Omgevingsvergunning / Projectbesluit
erk rw
Programmatische aanpak
oo
oe
welke wijze we elkaar ondersteunen en versterken.
gebouwen of een doelstelling voor te benutten dakoppervlak-
Het Groene Hart
te voor duurzame energieopwekking. Uiteindelijk zal in de
Het gebied aan de noordzijde van de Betuwelijn is onderdeel
omgevingsplannen de einddatum voor aardgas per gebied
van het Groene Hart. Dit is een internationaal uniek gebied,
worden opgenomen.
bestaande uit veel verschillende landschappen met bijzondere delen, drie provincies en zeven RES-regio’s. De aanwezigheid
Instructieregels
Ui
tv
Het omgevingsplan maakt maatwerkvoorschriften mogelijk.
kwaliteiten. Het Groene Hart strekt zich uit over twee lands-
Programma’s Algemene regels
in contact met onze buurregio’s om vast te stellen waar en op
Omgevingsvisie / Omgevingswaarden
in g
Toezicht & handhaving
• Omgevingsplannen Bijvoorbeeld via een strenge energieprestatie-eis voor nieuwe
ng eli kk
Ter ug ko pp
Bele ids on tw i
i
d ds
12.4 Afstemming buurregio’s en het Groene Hart
van dit gebied is belangrijk voor de leefbaarheid van de gehele Randstad. Zowel in het provinciale beleid als in het Rijksbeleid wordt het belang van dit gebied benadrukt. Het noordelijk deel van RES-regio Drechtsteden sluit aan op RES-regio Alblasserwaard en ligt in het Groene Hart.
Afstemming buurregio’s Onze regio grenst aan de RES-regio’s Alblasserwaard, Metropool Regio Rotterdam Den Haag en West-Brabant. Verschillen-
De energietransitie vraagt om een integrale benadering en
de waterwegen en de corridors A15 en A16 doorkruisen meer-
een passende weging van belangen. Dat speelt des te meer
dere van deze regio’s. Ten behoeve van de energiestrategie
in kwetsbare gebieden met een unieke ruimtelijke kwaliteit.
is afstemming met onze buurregio’s daarom van belang. Dit
Zonder passende afstemming kunnen veel gelijktijdige ontwik-
richt zich op het verkennen van de mogelijkheden van cluste-
kelingen leiden tot onsamenhangende keuzes. De energietran-
De RES 1.0 krijgt een plaats in de instrumenten van de
ring van grootschalig zon en wind én de zorgvuldige inpassing
sitie in het Groene Hart vraagt daarom om een zorgvuldige
beleidscyclus van de Omgevingswet waaronder:
hiervan. Dit is concreet aan de orde bij het uitwerkingsgebied
afweging. Als RES-regio hebben we een verantwoordelijkheid
zon langs de A15, het uitwerkingsgebied zon langs de Betu-
om keuzes met regio-overstijgende effecten af te stemmen
• Omgevingsvisies
welijn en het aan te houden onderzoeksgebied voor wind bij
met omliggende RES-regio’s. Deze afstemming is gericht op
In de omgevingsvisie leggen de gemeenten, provincie en
Avelingen.
een goede kwaliteit van de leefomgeving en op het voorkomen
rin
le Be
g
Afbeelding 34: Beleidscyclus van de Omgevingswet
van afwenteling.
waterschappen hun ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn vast. Door als overheden
Ook heeft afstemming betrekking op het efficiënt benutten
gezamenlijk met elkaar te praten en kennis te bundelen, ont-
van de netcapaciteit. Waar er uitbreiding noodzakelijk is, zullen
Het bestuurlijk Platform Groene Hart heeft de drie Provinciaal
staat een overzicht van de risico’s, kansen, belangen en afwe-
we kijken of we samen met de buurregio’s kunnen optrekken.
Adviseurs Ruimtelijke Kwaliteit (PARK’s) gevraagd om op basis
gingen per gebied. Voor energie staan er strategische keuzes
Op deze wijze gaan we zorgvuldig om met ons landschap en
van de concept-RES’en van de zeven regio’s die (deels) in het
in voor de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen
zetten we in op lage maatschappelijke kosten voor de investe-
Groene Hart liggen aan te geven hoe de zoekgebieden zich
op hun grondgebied.
ringen in netcapaciteit.
verhouden tot de kwaliteiten van het gebied en waar kansen liggen om de verschillende RES-plannen op elkaar af te stemmen, zodat deze elkaar versterken.
• Programma’s
Een ander punt waarover we afstemming zoeken, is de we-
In programma’s krijgt de omgevingsvisie een concrete uit-
derzijdse maatschappelijke participatie. Met onze buurregio’s
werking met een samenhang aan projecten en initiatieven.
hebben we contact over het betrekken van elkaars inwoners
Het advies bevat vijf hoofdpunten, die zijn gebruikt in het con-
Bijvoorbeeld voor het stoppen met aardgas (‘uitfaseren’ van
bij locaties die gevolgen hebben voor de leefomgeving buiten
cretiseringsproces van de zoekgebieden:
aardgas; aardgasvrije wijken).
de eigen RES-regio. Bij het vervolg van de RES 1.0 blijven we
1.
Kijk over grenzen, zie het Groene Hart als geheel;
68/314
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
67
2. 3. 4. 5.
Respecteer de verscheidenheid; investeer in ruimtelijke
“Een burgerberaad laat inwoners politici helpen om beslissin-
namelijk investeringen in de infrastructuur voor elektriciteit,
kwaliteit;
gen te nemen over complexe - vaak polariserende - onderwer-
(hernieuwbaar) gas en warmte nodig. De huidige systematiek
Verbind de energie-opgave aan andere grote opgaven en
pen. Een groep gelote burgers doet, op basis van uitgebreide
gaat uit van reguliere vervanging van bestaande kabels en
kom zo tot integrale gebiedsperspectieven;
informatie en overleg, aanbevelingen over beleid.”
leidingen en de gebruikelijke uitbreidingen. Dit systeem heeft
Een goed georganiseerd energienetwerk helpt heldere
meerdere decennia goed gewerkt, maar is niet meer toerei-
ruimtelijke ontwikkeling – en omgekeerd;
In het proces naar de RES 2.0 en 2030 blijven we in de Drecht-
kend. Er moeten voortijdig investeringen worden gedaan in de
Gebruikmakend van de RES-documenten is een poging ge-
steden realistisch en nuchter in onze energietoekomst die
verzwaring van kabels, opslag en aanleg van warmtenetten.
daan zoekgebieden te vinden in de vorm van een serie van
aansluit bij de mogelijkheden van onze regio, maar ook bij de
testbeelden en afwegingsprincipes. De testbeelden zijn
wensen en ideeën van onze inwoners. Een brede campagne
De ontoereikende financieringssystematiek raakt ons direct
bedoeld om grip te krijgen op de opgave op de bovenregi-
maakt onderdeel uit van de participatie én bewustwording
vanuit onze deelnemingen in de netbeheerder voor gas en
onale schaal en om te laten zien dat een samenhangend
over het belang van de energietransitie.
elektriciteit en in het warmtebedrijf. Om de infrastructuur
beeld kán ontstaan en er dus iets te kiezen valt.
tijdig en betaalbaar te realiseren, zijn er nieuwe financieringsvormen nodig om de oplopende investeringen te bekostigen.
Dit advies geeft voeding voor het verder concretiseren en uitwerken van de zoekgebieden én het vasthouden van de
12.6 Aansluiting nationale programma’s
Het gaat om een nationaal vraagstuk dat in het verlengde ligt van de aansluiting van nationale programma’s op de RES’en.
samenwerking met de andere omliggende energieregio’s en het Groene Hart.
Energie-infrastructuur: investeringsruimte en integrale doorkijk 2050 We verwachten van het Rijk dat de RES’en en de nationale programma’s goed op elkaar aansluiten en op elkaar invoeren. Wij
12.5 Draagvlak
12.7 Beperken van de opwarming van de aarde
willen daar actief aan bijdragen. We willen zicht krijgen op de hoogte van de benodigde investeringen, de beschikbare inves-
Deze RES 1.0 geeft invulling aan de afspraken in het Klimaa-
Om te komen tot de RES 1.0 hebben we een intensief partici-
teringsruimte en de wijze waarop deze investeringsruimte kan
takkoord, waarbij de RES-regio’s samen 35 TWh elektriciteit
patietraject doorlopen en met veel stakeholders gesproken.
worden vergroot. Ook willen we bekijken welke geldstromen
grootschalig opwekken en 1,5 miljoen woningen verduur-
Uitgangspunt was dat we stappen nemen die draagvlak heb-
(zoals SDE+, MIRT, woningimpuls, etc.) naar ons gebied gaan,
zaamd hebben in 2030. Tegelijkertijd komt de realisatie van
ben en niet dat we slechts draagvlak creëren. Ook naar 2030
en die waar mogelijk met elkaar verbinden.
het Klimaatakkoord langzaam op gang en zijn we daarmee niet op schema om de gewenste CO2-reductie te halen.34 Ook zal
blijft dit een belangrijk uitgangspunt. De RES is een belangrijke schakel om toe te werken naar een
een nieuw kabinet besluiten of en hoe Nederland het doel van
De eerste stappen die we hebben gezet in de participatie krij-
integraal energiesysteem, dit in samenhang en interactie met
49% minder CO2-uitstoot in 2030 bijstelt naar 55%.
gen komende jaren een vervolg. Het online energie-participa-
het Nationale Programma Energiehoofdstructuur, de Integrale
tieplatform wordt een structureel kanaal waar we met elkaar
Verkenning Energie-infrastructuur 2030-205032 en de Energie-
Ten slotte laten nieuwe metingen zien dat de opwarming
in gesprek blijven gaan. Ieder vanuit zijn of haar expertise ván
systeemstudie Zuid-Holland.33 Deze samenhang heeft voor de
van de aarde sneller gaat dan verwacht. Het is dan ook waar-
en betrokkenheid mét onze regio. Jongeren – degenen die er
RES niet alleen betrekking op de netimpact elektriciteit, maar
schijnlijk dat er aanvullende stappen nodig gaan zijn om de
in de toekomst het meest zullen merken van de energietransi-
ook op de Regionale Structuur Warmte.
opwarming van de aarde te beperken tot 1,5, maar maximaal
tie – krijgen een prominente rol in het participatieproces naar
2, graden Celsius.
de naar de RES 2.0 en daar voorbij. Ook is een mogelijkheid
Financiering energie-infrastructuur
om een gelote groep inwoners uit de Drechtsteden uit te nodi-
De huidige wet- en regelgeving is onvoldoende toegesneden
gen om deel te nemen aan een burgerberaad.
op de gevolgen van een versnelde energietransitie. Dit heeft
32 https://www.netbeheernederland.nl/nieuws/integrale-scenarios-voor-klimaatneutraal-nederland-2050-basis-voor-toekomstige-infrastructuur-1359 33 https://systeemstudie-pzh.hub.arcgis.com/ 34 https://www.pbl.nl/publicaties/klimaat-en-energieverkenning-2020
69/314
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
68
Colofon Deze Regionale Energiestrategie is tot stand gekomen in samenwerking met de gemeenten Alblasserdam, Dordrecht, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht, de provincie Zuid-Holland, de waterschappen Hollandse Delta en Rivierenland en ruim duizend betrokkenen uit de regio.
Gemeente
Hardinxveld-Giessendam
Regionale Energiestrategie Drechtsteden 1.0 Opdrachtgever Bestuurlijk Overleg RES Drechtsteden Beeldverantwoording Fotografie
Clim Sorée, Royal HaskoningDHV
Kaarten
Royal HaskoningDHV
Afbeeldingen 11 - 17 Royal HaskoningDHV Afbeelding 32
KYNDA | creative digital agency, gebaseerd op afbeelding van NP RES
Afbeelding 34
KYNDA | creative digital agency, gebaseerd op afbeelding van Aan de slag met de Omgevingswet
Vormgeving KYNDA | creative digital agency
17 mei 2021
70/314
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
69
71/314
Bijlage A
Onderbouwing bod
Energieregio Drechtsteden doet in de RES 1.0 een bod om 0,37 TWh van de nationale opgave van 35 TWh aan duurzame energie op land op te wekken in 2030. Een gedeelte hiervan wekken we nu al op, middels grootschalig zon op dak, zonnevelden en onze (kleine) windmolens. Daarbij willen we in de komende jaren meer duurzame energieopwekking realiseren door:
Groot in te zetten op grootschalig zon op dak; Zonnevelden in uitwerkingsgebieden in restruimten; Zonnevelden (en windmolens) in uitwerkingsgebieden bij Kijfhoek, langs de A15, langs de Betuwelijn en aan de westzijde van de A16.
Ons bod is als volgt opgebouwd: 1 2 3 4 5 6 7
Zon op dak grootschalig (gerealiseerd) Zon op dak grootschalig (in de pijplijn) Zon op dak grootschalig (aanvullend) Zon en wind (gerealiseerd) Zon en wind (in de pijplijn) Zon in restruimten (aanvullend) Zon en wind uitwerkingsgebieden grootschalig (aanvullend) Ons bod Tabel 1: Ons bod
TWh 0,02 0,04 0,15 0,03 0,004 0,02 0,11 0,37
Voor de berekeningen met zon is de NP RES methodiek van het PBL gebruikt. Deze gaat uit van 950 vollasturen/jaar. 1. Zon op dak gerealiseerd Gerealiseerd grootschalig zon op dak (> 15 kWp) is 21.681 0,85 MWh volgens Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (april 2021). Dat is 0,02 TWh. 2.
Zon op dak in de pijplijn
Cijfers voor de pijplijn komen van het NP RES. Op hun factsheet uit oktober 2019 worden zon-PV, wind op land en de laatste status van SDE-subsidies in kaart gebracht. Hieruit wordt opgemaakt dat er op dat moment 38,412 kWp in de pijplijn zat (uitgaande van een realisatiefactor van 50%). Rekenend met 950 vollasturen komt dit neer op 36.491 MWh, wat 0,04 TWh is. 3. Zon op dak aanvullend Er zijn verschillende scenario's voor zon op dak. Wij hebben drie scenario's tussen 30% en 70% benutting in beeld gebracht. De berekeningen zijn in tabel 2 te zien. 30% Benutting is de laagste. Hier is voor gekozen omdat het percentage te beschikken dak gegeven vanuit NP RES (70%) in onze ogen onrealistisch hoog is.
1 72/314
Toepassing
Opwek laag (30%)
Opwek midden (50%)
Opwek hoog (70%)
Zon op grote daken
218,6 x 950 = 207.670 MWh = 0,21 TWh
364,4 x 950 = 346.180 MWh = 0,35 TWh
510,1 x 950 = 484.595 MWh = 048 TWh
Tabel 2: Scenario's laag, midden, hoog opwek middels grootschalig zon op dak Het 30% scenario verwijst naar het percentage beschikbare daken waar we in 2030 zon willen hebben gerealiseerd. Dit is inclusief gerealiseerde projecten en projecten in de pijplijn. De berekening voor het bod wordt: 218,6– 22,8 (gerealiseerd) – 38,4 (pijplijn) = 157,4 MWp. 157,4 x 950 vollasturen = 149.530 MWh = 0,15 TWh 4, 5. Zon en wind gerealiseerd en in de pijpl ijn Zon en wind (gerealiseerd) Zon en wind (in de pijplijn) Tabel 3: Zon en wind gerealiseerd en in de pijplijn
0,03 TWh 0,004 TWh
6. Zon en wind in restruimten In de regio Drechtsteden is in de verschillende typen restruimten een maximaal potentieel geïdentificeerd van 85,1 hectare. Voor dit (theoretische) potentieel van circa 85 hectare is een opwekpotentieel berekend van maximaal 0,07 TWh. Op basis van verschillende benuttingspercentages (%) zijn drie scenario’s realistisch geacht: Totaal pot.
laag
ha TWh % Restruimten totaal 85,1 0,007 10% Tabel 4: Laag, midden en hoog scenario restruimten
midden
Hoog
TWh 0,021
% TWh % 30% 0,035 50%
In het bod is uitgegaan van het scenario midden, dat is 0,02 TWh. 7. Zon en wind gerealiseerd Het participatief ontwerpend onderzoek heeft de drie zoekgebieden teruggebracht tot vier uitwerkingsgebieden voor zon en wind. Bij zon en wind grootschalig gaat het alleen om potentie in de uitwerkingsgebieden, onderzoeksgebieden zijn niet meegerekend. De potentie is weergegeven in onderstaande tabellen: Totaal pot. ha Kijfhoek
108
laag Ha zon 25
midden %
23%
Ha zon 30
% 28%
Hoog Ha zon 35
% 32%
2 73/314
Zoekgebied wind en zon A16 Zoekgebied zon Betuwelijn
31
5
16%
8
26%
11
35%
220
50
23%
55
25%
60
27%
Zoekgebied zon A15
27
5
19%
10
37%
15
56%
Tabel 5: Laag, midden en hoog scenario uitwerkingsgebieden zon– in hectare Totaal pot. ha
laag
midden
Hoog
TWh
%
TWh
%
TWh
%
Kijfhoek
108
0,02375
23%
0,03040
28%
0,03325
32%
Zoekgebied wind en zon A16 Zoekgebied zon Betuwelijn
31
0,0048
16%
0,00760
26%
0,01045
35%
220
0,0475
23%
0,05225
25%
0,05700
27%
Zoekgebied zon A15
27
0,0048
19%
0,00950
37%
0,01425
56%
Tabel 6: Laag, midden en hoog scenario uitwerkingsgebieden zon – in TWh Er is in de berekeningen voor grootschalige energieopwekking in de uitwerkingsgebieden ook uitgegaan van wind in het ‘middenscenario’ in de vorm van één windturbine (WGT) ten westen van de A16. Totaal pot.
laag
WTG’s 3
WTG’s 0
Totaal pot.
laag
WTG’s 3
TWh 0
midden % 0%
Hoog
WTG’s % WTG’s 1 33% 3
Zoekgebied wind en zon A16 Tabel 7: Laag, midden en hoog scenario uitwerkingsgebieden zon – in aantallen midden % 0%
% 100%
Hoog
TWh % TWh % 0.01089 33% 0,03267 100%
Zoekgebied wind en zon A16 Tabel 8: Laag, midden en hoog scenario uitwerkingsgebieden zon – in TWh
De bijdrage van uitwerkingsgebieden aan het bod komt dan uit op 0,11 TWh.
3 74/314
Participatiestrategie voor de totstandkoming van de RES 1.0 Drechtsteden & Transitievisies Warmte 2021
75/314
Inhoudsopgave 1. Hoe is de participatiestrategie tot stand gekomen? 2. Waarom willen we de omgeving betrekken? 3. Hoe gaan we omgeving betrekken? 4. Hoe gaan we de participatie organiseren?
76/314
1. Hoe is de participatiestrategie tot stand gekomen?
77/314
Het proces 25 beleids-en communicatieadviseurs hebben samen, onder begeleiding van SIR communicatie & participatie, deze participatiestrategie ontwikkeld.
78/314
2. Waarom willen we de omgeving betrekken?
79/314
Waarom willen we de omgeving betrekken? We creëren wederzijds begrip over de energietransitie door inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties in de regio Drechtsteden te informeren, laten meedenken en/of deelnemen. Wij begrijpen de inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. En zij begrijpen ons.
80/314
3. Hoe gaan we de omgeving betrekken?
81/314
Participatiestrategie We informeren en betrekken inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties grotendeels online op onderwerpen die voor de deelnemers relevant zijn en de benodigde input geven voor besluitvorming. We voeren de gesprekken lokaal en faciliteren het regionaal. Dit draagt, samen met heldere en transparante communicatie, bij aan het creëren van wederzijds begrip voor de energietransitie. 82/314
Participatiepijlers
Onderstaande participatiepijlers werken we uit: 1. Lokale gesprekken regionaal faciliteren 2. Relevante onderwerpen 3. Online gespreksvormen 4. Heldere en transparante communicatie
83/314
Participatiepijler 1 Lokale gesprekken regionaal faciliteren
84/314
Lokale gesprekken regionaal faciliteren We kiezen ervoor om de gesprekken lokaal te voeren en regionaal te faciliteren. Door lokaal uit te nodigen, zijn we herkenbaar en relevant voor de deelnemers. Door regionaal te faciliteren kunnen we efficiënt werken binnen de beschikbare tijd.
85/314
Hoe werkt dat?
Lokale gesprekken regionaal faciliteren ziet er als volgt uit:
1. Broninformatie op drechtstedenenergie.nl. 2. Regionaal (online) gespreksvormen faciliteren en zorgen voor zoveel mogelijk eenduidigheid in tools en vraagstelling. 3. Gezamenlijke planning maken en afstemmen op bestuurlijke besluitvorming. 4. Lokaal uitnodigen, regionaal aanmeldingen verwerken en bevestigen. 5. Lokaal gesprek voeren en uitwerken resultaten. 6. Regionaal resultaten bij elkaar brengen en delen via drechtstedenenergie.nl. 7. Lokaal delen en verwijzen naar drechtstedenenergie.nl. 86/314
Participatiepijler 2 Relevante onderwerpen
87/314
We kiezen relevante onderwerpen Deelnemers doen pas mee als het onderwerp voor hen relevant is. Tegelijkertijd is er input nodig voor de besluitvorming. Het formuleren van de participatievraag is de sleutel. We formuleren voor elk onderwerp de participatievraag. Dit is de vraag waar we aan het einde van het participatieproces antwoord op willen hebben. Per vraag bepalen we of het een lokaal of gezamenlijk gesprek is.
88/314
In gesprek over 6 onderwerpen We gaan in gesprek over 6 onderwerpen binnen de energietransitie. Voor elk onderwerp formuleren we een eigen participatievraag: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Zon op dak grootschalig Zon in restruimten Energiebesparing Warmtetransitie Zon en wind in zoekgebieden Energiesysteem 89/314
Participatievragen per onderwerp (1/3) Onderwerp
In gesprek over
Participatievraag
Lokaal of gezamenlijk
1. Zon op dak grootschalig
Informeren en meedenken over maatregelen om het plaatsen van zonnepanelen op grote daken te ondersteunen.
Wat helpt u om grote daken te voorzien van zonnepanelen?
Gezamenlijk
2. Zon in restruimten
Informeren en meedenken over geschikte restruimten voor zonneenergie.
Onder welke technische en sociale randvoorwaarden is een restruimte geschikt voor zonne-energie?
Gezamenlijk
Welke restruimten (locaties) zijn met oog op deze randvoorwaarden geschikt? Wat zijn mogelijke aanvullingen?
Lokaal
Kloppen de geformuleerde randvoorwaarden nog?
Gezamenlijk
Wat helpt u om thuis of op de werkvloer (meer) energie te besparen?
Gezamenlijk
3. Energiebesparing
Informeren en meedenken over het verminderen van energieverbruik.
90/314
Participatievragen per onderwerp (2/3) Onderwerp
In gesprek over
Participatievraag
Lokaal of gezamenlijk
4. Warmtetransitie
Informeren en meedenken over de technische en sociale consequenties bij het overschakelen van aardgas naar een nieuwe warmtevoorziening.
Wanneer is voor u de overstap naar aardgasvrij reëel en behapbaar?
Lokaal
Wat zijn de criteria die bepalen welke warmtevoorziening voor welke wijk de voorkeur heeft? In welke wijken en met welke tussenstappen zouden we moeten starten? Hoe wilt u worden betrokken bij verdere planvorming per wijk?
91/314
Lokaal
Participatievragen per onderwerp (3/3) Onderwerp
In gesprek over
Participatievraag
Lokaal of gezamenlijk
5. Zon en wind in zoekgebieden
Informeren en meedenken over de randvoorwaarden en criteria die bepalen op welke locaties zon- en windenergie wordt opgewekt.
Welke randvoorwaarden en criteria bepalen welke locaties binnen de zoekgebieden geschikt kunnen zijn voor het opwekken van energie met zonnepanelen en/of windturbines?
Lokaal (per zoekgebied)
6. Energiesysteem
Onderzoek over scenario’s energiesysteem doorkijk 2050.
Wat kan de energietransitie voor u in de toekomst betekenen?
Gezamenlijk
92/314
We managen de verwachtingen aan de voorkant Het is belangrijk om deelnemers aan de voorkant mee te geven waarover ze kunnen meedenken en wat er met hun input wordt gedaan. Bij de uitnodiging voor de participatiegesprekken geven we deze informatie mee, samen met een procesplanning, zodat duidelijk is wat de vervolgstappen zijn.
93/314
Participatiepijler 3 Online gespreksvormen
94/314
We kiezen online gespreksvormen De meerderheid van de gesprekken zullen we online voeren, aangevuld met fysieke gesprekken daar waar mogelijk. We kiezen voor online gesprekken, omdat we dat efficiënter kunnen organiseren in de beschikbare tijd. Tevens is het toegankelijker waardoor meer deelnemers kunnen meedoen. Bovendien zorgt het voor continuïteit gezien de ontwikkelingen van corona.
95/314
Drechtstedenenergie.nl als kanaal voor participatie Op basis van de participatievraag kiezen we voor passende online gespreksvormen: online enquête, versnellingskamer, virtual tour, Zoom meetings, webcasting, e-Partcipatieplatform enz. Op behoefte kiezen we aanvullende fysieke gespreksvormen, zoals een excursie in de omgeving.
96/314
Participatiepijler 4 Duidelijke en heldere communicatie
97/314
We zorgen voor duidelijke en heldere communicatie Voorwaarde voor succesvolle participatie is duidelijke en heldere informatie. We onderscheiden verschillende soorten informatie: • Procesinformatie over voortgang en besluitvorming van de RES. • Energiemix Drechtsteden zoals verwoord in de concept RES. • Inhoudelijke informatie over de zes onderwerpen. • Samenhang met andere beleidsprocessen.
98/314
We faciliteren de informatie regionaal, en delen lokaal Aansluitend op participatie, faciliteren we de informatie regionaal en delen we het lokaal. Dat betekent dat we de afzender drechtstedenenergie.nl gebruiken als bronbestand. Gemeenten, waterschappen en de provincie kunnen de informatie overnemen en/of ernaar verwijzen in de lokale communicatie.