R230141EindrapPapendrechtDEF.pdf
Tekst van het document
Figuur 9: Huidige en toekomstige instandhoudingskosten gymzalen die kunnen worden afgestoten bij realisatie extra sporthal.
EINDRAPPORT
23 | 72
▪ De sporthal zal in de avonduren en weekenden gebruikt gaan worden door de sportverenigingen in Papendrecht. Wij verwachten een gebruik van circa 800 uren per jaar. Dat brengt circa € 40.000,-aan huurinkomsten met zich mee. OVERIGE ASPECTEN De volgende onderwerpen zijn nog van belang voor de extra sporthal: ▪ In het ruimteprogramma voor de nieuwe sporthal is een ontmoetingsruimte/horeca opgenomen bij de sporthal. Daarbij is geen voorschot genomen over het eventueel combineren van deze horeca met bijvoorbeeld Theater de Willem en/of Cultuurcluster. Indien een dergelijke koppeling mogelijk is, dan kan dat leiden tot lagere investeringen (maximaal € 430.000,-- lager). ▪ Het programma voor bewegingsonderwijs in Willem de Zwijger bestaat uit meer dan alleen een sporthal. Er wordt ook nog voorzien in een gymzaal. Wij stellen voor om geen traditionele gymzaal te realiseren, maar een eigentijdse beweegvoorziening (binnen en buiten). Een dergelijke voorziening is uitermate geschikt voor modern bewegingsonderwijs, maar ook multifunctioneel inzetbaar voor andere gebruikers, waaronder senioren en jeugd. Een dergelijke eigentijdse beweegvoorziening leidt niet noodzakelijkerwijs tot meerkosten. In de volgende figuur treft u enkele voorbeelden aan.
▪ Ook voor de sporthal geldt dat deze beheerd en geexploiteerd moet worden. Gegeven het feit dat de sporthal ook in de avonduren en weekenden gebruikt zal worden, ligt het niet voor de hand dat de school deze hal beheert en exploiteert. De Recreatie en Cultuur B.V. ligt meer voor de hand als beherende partij.
4.4
EÉN CENTRALE LOCATIE VOOR INFORMATIE EN MAATSCHAPPELIJKE HULP- EN DIENSTVERLENING
HET DOEL De maatschappelijke hulp- en dienstverlening (welzijn, werk, wonen en zorg) is op dit moment versnipperd over meerde loketten. Gezien de verhuizing van de bibliotheek doet zich de kans voor om meerdere van deze loketten te clusteren tot één samenhangend punt voor maatschappelijke informatie-, hulp- en dienstverlening. In dat geval zouden meerdere maatschappelijke instellingen gehuisvest kunnen worden, in samenhang met Sterk Papendrecht. EINDRAPPORT
24 | 72
DE ACCOMMODATIE De accommodatie aan de Veerweg 125-127 biedt momenteel huisvesting aan Sterk Papendrecht, Jong JGZ en Stichting Jeugdteams ZHZ. Sterk Papendrecht heeft de wens om uit te breiden aan de Veerweg en afstand te doen van de (vergader)ruimte in De Spil. Er is behoefte aan een multifunctionele ruimte voor vergaderingen en workshops/trainingen. Daarnaast ziet Sterk Papendrecht in Woonkracht10 een interessante partijen om aan te haken bij ‘de’ locatie voor informatie en maatschappelijke hulp- en dienstverlening. Voor Woonkracht10 is er behoefte aan flexplekken, waarbij er 1 dagdeel per week een vergadering met circa 6 personen plaatsvindt. Hiervoor lijkt de wenselijke multifunctionele ruimte al een uitkomst. In de volgende tabel is een globaal ruimteprogramma weergegeven met de vierkante meters per partij en de wensen/kansen om huidige leegstand met een maatschappelijke meerwaarde in te vullen. Tabel 7: Mogelijke uitbreiding voor het “informatiecluster maatschappelijke hulp- en dienstverlening”, uitgesplitst naar m2.
Organisatie
Bruto vloeroppervlak in m2
Gevestigd aan de Veerweg Sterk Papendrecht
411
Careyn (Jong JGZ)
333
Stichting Jeugdteams ZHZ
179
Optioneel / wens MF ruimte
60
Woonkracht10
10*
*flexplekken Met de verhuizing van de bibliotheek is er circa 750m² ruimte ‘vrijgespeeld’. Uit de vorige tabel blijkt dat er circa 70 m² extra vloeroppervlak nodig is. DE INVESTERING De realisatie van de uitbreiding naar één centrale locatie voor informatie en maatschappelijke hulp- en dienstverlening, vraagt nauwelijks investeringen, maar brengt wel kosten met zich mee. Er worden immers vierkante meters maatschappelijk verhuurd (waarvan de kosten uiteindelijk bij de gemeente terecht komen). Deze vierkante meters kunnen ook worden verhuurd aan commerciële- of zorgpartijen. In de volgende tabel is een overzicht van de huurkosten weergegeven op basis van de vierkante meters zoals in de vorige tabel. Tabel 8: Huurprijzen per jaar uitgesplitst naar maatschappelijk en (schatting) commercieel tarief.
Optioneel / wens
m2
maatschappelijk
Commercieel
MF ruimte
60
€ 8.500
€ 10.625
Woonkracht10
10
€ 1.500
€ 1.875
Uit de vorige tabel blijkt dat de jaarlijkse huurprijzen voor de multifunctionele ruimte en flexplekken op circa 10.000,-- uitkomen. Voor de multifunctionele ruimte zijn dit extra (nieuwe) kosten, voor Woonkracht10 kan de jaarlijkse huurprijs wel als extra inkomsten worden gezien. Wanneer de 70m2 commercieel wordt verhuurd levert dit jaarlijks ongeveer 12.500,-- aan huurinkomsten op.
EINDRAPPORT
25 | 72
KANTTEKENINGEN Het pand aan de Veerweg betreft een courant pand. Het is verstandig om snel keuzes te maken voor de invulling van de vrije vierkante meters. Geïnteresseerde partijen staan in de wacht en er kunnen geen huurinkomsten worden opgestreken.
4.5
GESPREIDE VOORZIENINGEN VOOR SENIOREN
Het is al vaker vermeld, maar ook Papendrecht krijgt te maken met een groeiende groep senioren. Naar verwachting zal het merendeel van de senioren vitaal zijn en blijven. Er mag echter ook worden uitgegaan van een groeiende groep minder vitale senioren in een kwetsbare positie. Voor deze laatste groep is het wenselijk dat – in de directe nabijheid van de woonomgeving – voorzieningen aanwezig zijn voor ontmoeten, bewegen en vitaliteit. Voorgesteld wordt om uit te gaan van dergelijke voorzieningen door middel van medegebruik van bestaande accommodaties, door hergebruik van leegstand in basisscholen, medegebruik van sportkantines of andere voorzieningen. SENIOREN PER WIJK We hebben een uitgebreide analyse op wijk en buurtniveau gedaan waar de senioren momenteel, en in de nabije toekomst, woonachtig zullen zijn. In zijn algemeenheid geldt dat in vrijwel alle wijken van Papendrecht op termijn grote groepen ouderen woonachtig zullen zijn, met uitzondering van de wijk Oostpolder. Vanzelfsprekend is het aandeel 65 plussers het hoogste in de wijken waar de seniorenwooncomplexen gevestigd zijn. In bijlage 5 is een gedetailleerd overzicht per wijk weergegeven. TYPE VOORZIENINGEN Verschillende type voorzieningen kunnen een functie vervullen voor de groeiende groep senioren. Denk hierbij aan laagdrempelige activiteiten voor bewegen en ontmoeten.
We hebben in kaart gebracht welke accommodaties – met behulp van een goede programmering – een brede maatschappelijke functie kunnen vervullen. In de volgende figuur is inzichtelijk gemaakt waar de verschillende type voorzieningen te vinden zijn. Figuur 10: Aanbod aan voorzieningen (na afstoten accommodaties volgens het accommodatiebeleid) die een breed maatschappelijke functie kunnen vervullen.
Uit de vorige figuur is op te maken dat er relatief veel voorzieningen zijn die kansen bieden om een maatschappelijke functie te vervullen specifiek voor (kwetsbare) senioren. De accommodaties met de functie ‘ontmoeten’ zijn hier expliciet op ingericht.
EINDRAPPORT
26 | 72
De vorige figuur laat ook zien dat er in de wijk Wilgendonk een witte vlek zichtbaar is. De Espenhof is een relatief kleine ruimte binnen een seniorencomplex en biedt in de toekomst te weinig mogelijkheden voor de groeiende groep senioren. Opgemerkt dient te worden dat in Wilgendonk verreweg de meeste inwoners momenteel tussen de 45 en 65 jaar oud zijn. Aangenomen mag worden dat de grootste groep inwoners de komende jaren mobiel genoeg is om gebruik te maken van diverse voorzieningen. Papendrecht is immers een compacte gemeente. SAMENVATTEND Indien de gemeenteraad akkoord gaat met het accommodatiebeleid ontstaat er geen tekort aan voorzieningen voor (kwetsbare) senioren. Sterker nog er blijven veel voorzieningen over die een breed maatschappelijke functie kunnen vervullen. Op de lange termijn ontstaat er wel een uitdaging in de wijk Wilgendonk. Momenteel is het gros van de inwoners in deze wijk nog geen 65+, maar is er een tekort aan seniorenvoorzieningen voor bewegen en ontmoeten. PROGRAMMERING EN BEHEER De samenvattende opmerkingen laat onverlet dat er ‘werk aan de winkel’ is. Alhoewel er op termijn voldoende voorzieningen lijken te zijn, blijft er een uitdaging op het gebied van programmering en beheer. Voor de niet-vitale senioren zal – gespreid over de gemeente – een specifieke programmering van activiteiten nodig zijn.
Ook zullen op sommige locaties aanvullende oplossingen moeten worden aangeboden voor beheer.
4.6
JEUGD EN JONGEREN
Ondanks dat Papendrecht de komende jaren vergrijst en krimpt blijft de maatschappelijk opgave om jeugd en jongeren zo gezond, veilig en kansrijk mogelijk te laten opgroeien van kracht. Diverse partijen spelen hierin een belangrijke rol, denk aan: Sterk Papendrecht, Jong JGZ, Stichting Jeugdteams, Suppord jeugd- en jongerenwerk en Woonkracht10. Naast de bestaande voorzieningen voor Jeugd en Jongeren aan de Veerweg en de Boeieraak (Suppord) kan het totale aanbod aan voorzieningen (exclusief de buitenruimte), zoals in de vorige paragraaf weergegeven, in meer of mindere mate ook een rol spelen voor opgaves rondom jeugd en jongeren. De Boeieraak In het pand aan de Boeieraak 1-3 is Stichting Hart voor IQ (Haviq) tezamen met Suppord jeugd- en jongerenwerk gevestigd . Haviq is een stichting die zich richt op hoogbegaafde kinderen. De stichting huurt kantoor- en praktijkruimte van de gemeente Papendrecht en behoeft geen gemeentelijke subsidie voor de uitvoering van haar taken. Suppord jeugd en jongerenwerk zet zich in voor inwoners tussen 6 en 21 jaar. De jeugd- en jongerenwerkers geven gratis preventievoorlichting, advies en coaching/hulp op allerlei onderwerpen waar jeugd en jongeren mee (kunnen) worstelen. Momenteel is het jeugd- en jongerenwerk geaccommodeerd in een wijk waar de maatschappelijke opgave voor jeugd en jongeren in mindere mate van toepassing is.
Een centrale plek in Papendrecht zal de functie van het jeugd- en jongerenwerk beter passen. Met dit gedachtegoed is Suppord ook als optie opgenomen in het multifunctionele cultuurcluster, waarbij voorgesteld wordt om een klein gedeelte strikt voor Suppord te reserveren om een veilige omgeving te creëren voor jongeren met gedragsproblematiek. Bij een verplaatsing van Suppord geldt dat minder vierkante meters dan de huidige situatie leidt tot minder kosten. De huidige vierkante meters van Suppord aan De Boeieraak kunnen bij verhuizing (commercieel) verhuurd worden. Denk hierbij voor 286 m2 aan huurinkomsten van ruim 50.000,-- per jaar.
EINDRAPPORT
27 | 72
4.7
OVERIGE
In Papendrecht zijn ook accommodaties gevestigd die in meer of mindere mate een bijdrage leveren aan de sociaal maatschappelijke- en sportieve opgave. Het gaat hierbij om: RTV Papendrecht De redactie van RTV Papendrecht spant zich in om Papendrechters te voorzien van nieuws uit en over Papendrecht en omstreken. RTV Papendrecht wordt financieel gesteund door de gemeente, maar de hele organisatie bestaat uit vrijwilligers die onbetaald hun diensten verlenen. De huidige licentie van de omroep loopt tot 2025. Momenteel wordt een verhuizing intern verkend bij de gemeente Papendrecht. Wij hebben de huisvesting van RTV Papendrecht als optie meegenomen in het cultuurcluster. Door de diverse multifunctionele ruimtes zijn er minder vierkante meters nodig dan momenteel het geval is voor RTV Papendrecht. Dansscholen In Papendrecht zijn een tweetal dansscholen te weten: Sport- en dansstudio Bounce en Dans- en ontspanningsstudio 2MOVE. Sport- en dansstudio Bounce heeft inmiddels een nieuwe accommodatie gevonden. Dans- en ontspanningsstudio 2MOVE is momenteel nog gevestigd in een gemeentelijk pand die op korte termijn gesloopt wordt. Dans- en ontspanningsstudio 2MOVE is zelf aan zet voor adequate huisvesting. In het Sportcentrum is een danszaal aanwezig die gehuurd kan worden (waarbij het onderwijs en verenigingen voorrang krijgen).
Hetzelfde geldt voor de te verwachte beschikbare ruimte in het cultuurcluster, waar mogelijkerwijs ook gedanst kan worden. Herstructurering Kraaihoek Zoals eerder vermeld is in de wijk Kraaihoek onlangs een herstructureringsproject van start gegaan. Woonkracht10 geeft aan ruimte te reserveren voor het realiseren voor een- of meerdere ontmoetingsplekken in de wijk passend bij de sociaal maatschappelijke opgave voor Papendrecht. De realisatie van eventuele voorzieningenplekken moet nog wel handen en voeten krijgen in samenspraak met stakeholders zoals Sterk Papendrecht en de gemeente Papendrecht.
4.8
SAMENVATTEND
Als de gemeenteraad akkoord gaat met de voorstellen die in dit hoofdstuk zijn gedaan, mogen de volgende effecten worden verwacht: ▪ De samenhang en multifunctionaliteit van het accommodatieaanbod in Papendrecht wordt sterk verbeterd. Daarmee creëert de gemeente de randvoorwaarden voor samenwerking tussen de verenigingen en instellingen. ▪ De versnippering in het accommodatieaanbod wordt sterk teruggebracht. Een groot aantal, kleinere en nauwelijks functionele accommodaties wordt aan het gebruik onttrokken. ▪ De gemeente zet een stevige stap in de verduurzaming van het accommodatieaanbod. Een grote hoeveelheid niet duurzame accommodaties wordt vervangen door enkele nieuwe, duurzame accommodaties. In de volgende tabel zijn alle voorstellen nog eens samengevat weergegeven.
EINDRAPPORT
28 | 72
Tabel 9: De voorstellen samengevat.
Nieuw/toevoeging
Onttrekken/herontwikkelen
Accommodaties
m²
Accommodaties
m²
Cultuurcluster
1.500
2 Move
140
Opties
330
Bounce
450
Excelsior/To Be
710
Volksuniversiteit
420
Seniorenbond
180
De Kooy
160
RTV Papendrecht
250
CULTUUR EN WELZIJN Gemeentelijk
Subtotaal
1.830
Niet gemeentelijk
2.310
Denksport
650
De Palm
800
Subtotaal
1.450
TOTAAL
1.830
3.760
BINNENSPORT Gemeentelijk
Sporthal
Subtotaal
750*
GZ Molenvliet
510
GZ De Kooy
500
750
Niet gemeentelijk
Subtotaal
1.010
HV DES
160
Olympiaan
500 660
TOTAAL
750
1.670
70
0
TOTAAL
70
0
TOTAAL MAATSCHAPPELIJKE VOORZIENINGEN
2.650
5.430
HULP- EN DIENSTVERLENING Gemeentelijk
EINDRAPPORT
Cluster veerweg
29 | 72
5
INTEGRAAL HUISVESTINGSPLAN (IHP) PRIMAIR ONDERWIJS
5.1
INLEIDING
Dagelijks volgen rond de 2.700 kinderen (speciaal) basisonderwijs in de gemeente Papendrecht. Dat onderwijs wordt gegeven op 14 locaties, verspreid over de gehele gemeente. Een aantrekkelijk, veilig en gezond gebouw dat voldoende ruimte biedt, is daarbij een belangrijke randvoorwaarde. De instandhouding van de schoolgebouwen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de schoolbesturen en de gemeente. In een Integraal Huisvestingsplan (hierna: IHP) beschrijven de schoolbesturen en de gemeente het gezamenlijke perspectief voor de schoolgebouwen. In dit hoofdstuk is dat IHP beschreven. Dit IHP bevat scenario’s die de gemeente en de schoolbesturen in het (speciaal) basisonderwijs samen verder kunnen uitwerken opdat er sprake is van kwantitatief en kwalitatief goede onderwijshuisvesting voor alle scholen. Voor wat betreft de fasering wordt er een onderscheid gemaakt tussen scenario’s die op korte termijn zouden moeten worden uitgewerkt (2023 – 2026) en scenario’s voor de langere termijn (2027 – 2034). Voor alle scenario’s worden de financiële consequenties inzichtelijk gemaakt. Daarmee heeft dit IHP een scope van 12 jaren waarbij er eens in de vier jaar een herijking plaatsvindt.
5.2
TERUGBLIK IHP 2013 - 2022
Om een terugblik op het IHP 2013 – 2022 goed te kunnen duiden, is het goed om inzicht te geven in de algemene kenmerken van het scholenbestand in Papendrecht. Zoals eerder gesteld zijn de scholen verspreid over 14 locaties. Eén daarvan is de locatie Lindenzoom, waar enkele noodlokalen staan ten behoeve van basisschool Prins Floris. De overige 13 locaties zijn reguliere, permanente, schoolgebouwen. Van die 13 schoolgebouwen zijn er 4 in deze eeuw gerealiseerd. Deze vier schoolgebouwen (i.c. IKC Beatrix, OBS De Viermaster, ’t Kofschip en CKC Prins Floris locatie Zuidkil) komen logischerwijs niet in aanmerking voor renovatie of vervanging, niet in het huidige IHP maar ook niet in het vorige IHP. Op grond van het IHP 2013 – 2022 zijn 7 schoolgebouwen gerenoveerd. Dat is ook duidelijk zichtbaar geworden bij een eerste (virtuele) rondgang langs de scholen waaruit is gebleken dat de basis van de gebouwen, op een uitzondering na, op orde is.
5.3
VO-SCHOLEN PROJECT
Papendrecht beschikt over twee VO-scholen, te weten het Willem de Zwijger College en Christelijke Scholengemeenschap De Lage Waard. De gebouwen zijn verouderd en het leerlingaantal is de afgelopen jaren gedaald. Deze ontwikkelingen waren de aanleiding voor een haalbaarheidsstudie naar de (on)mogelijkheden van herontwikkeling op een tweetal locaties. De haalbaarheidsstudie is eind 2021 afgerond en eind 2022 is er een stedenbouwkundige visie opgesteld. Momenteel wordt op basis hiervan een stedenbouwkundig plan ontworpen. Het is goed te benoemen dat het voorliggende IHP louter betrekking heeft op het primair onderwijs. In die zin staat het VO-scholen project volledig los van het IHP.
5.4
LOKALE EN WETTELIJKE KADERS
5.4.1 WETGEVING De basis voor regelgeving over huisvesting van scholen in het primair en voortgezet onderwijs is vastgelegd in de Wet op het Primair Onderwijs (WPO) en de Wet Voortgezet Onderwijs 2020 (WVO 2020). Deze wetten verplichten de gemeente om te zorgen voor adequate huisvesting. De regels die in acht moeten worden genomen zijn uitgewerkt in de ‘verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Papendrecht (2015)’.
EINDRAPPORT
30 | 72
5.4.2 ZORGPLICHT GEMEENTE Volgens de wet heeft de gemeente een zorgplicht op het gebied van onderwijshuisvesting. In grote lijnen is het sinds 1 januari 2015 de verantwoordelijkheid van de gemeente om te voorzien in: ▪ ▪ ▪ ▪
bekostiging van uitbreiding bekostiging van (vervangende) nieuwbouw bekostiging van eerste inrichting (schoolmeubilair en onderwijsleerpakket); vergoeden van schade die het gevolg is van bijzondere omstandigheden (zoals brand, inbraak of vandalisme) ▪ bieden van voldoende ruimte voor bewegingsonderwijs Het aanbieden van ruimten voor bewegingsonderwijs (gymnastiekaccommodaties) valt buiten de scope van dit IHP, maar is meegenomen in het accommodatie- en vastgoedbeleid. 5.4.3 TAKEN, VERANTWOORDELIJKHEDEN EN BEVOEGDHEDEN VAN SCHOOLBESTUREN De schoolbesturen zijn in beginsel verantwoordelijk voor beheer, onderhoud en exploitatie van het schoolgebouw. Daarvoor ontvangt het schoolbestuur rechtstreeks van het ministerie van Onderwijs een vergoeding. Voor de bekostiging van onderwijshuisvestingsvoorzieningen heeft het schoolbestuur dus te maken met twee financieringsstromen: één vanuit de gemeente (voor de genoemde voorzieningen in de vorige paragraaf) en één vanuit de rijksoverheid. Schoolbesturen en gemeenten zijn dus ieder vanuit een eigen wettelijke taak en invalshoek gezamenlijk verantwoordelijk voor het investeren in de kwaliteit van onderwijshuisvesting. 5.4.4 GEZAMENLIJK PLAN PO-RAAD, VO-RAAD EN VNG OVER RENOVATIE De PO-raad, VO-raad (dat zijn de koepelorganisaties van de schoolbesturen) en de VNG delen het standpunt dat renovatie onvoldoende is geregeld in de onderwijswetten.
Daarom hebben zij in april 2018 een gezamenlijk plan opgesteld. Uitgangspunt hierbij is dat gemeenten en schoolbesturen een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor de (kwaliteit van de) huisvesting van scholen. De twee belangrijkste elementen uit dit plan zijn het opnemen van de voorziening ‘renovatie’ in de wet en het verplicht stellen van een IHP. Een IHP heeft onder meer als doel om te anticiperen op de toekomstige noodzakelijke investeringen op het gebied van onderwijshuisvesting. Strikt formeel heeft een IHP op dit moment géén juridische status omdat aanvragen voor (vervangende) nieuwbouw en/of uitbreiding conform de procedures zoals omschreven in de verordening moeten worden ingediend. Het IHP is in feite een beleidsdocument en in die zin niet vatbaar voor bezwaar en beroep. In het plan van de drie genoemde partijen wordt de gemeente verplicht om samen met de schoolbesturen een IHP voor ten minste 16 jaar vast te stellen. Voor de eerste vier jaren wordt daarbij een concreet uitvoeringsprogramma opgesteld. Het IHP wordt in de onderwijswetten opgenomen en is aanvullend op het systeem waarbij jaarlijks huisvestingsaanvragen kunnen worden ingediend. In het IHP wordt dus voor elk schoolgebouw aangegeven of en wanneer er renovatie of vervangende bouw is voorzien.
Daarnaast wordt het voor schoolbesturen gemakkelijker om zelf bij te dragen aan voorzieningen in de onderwijshuisvesting. De Minister voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft deze plannen omarmd en op dit moment wordt er gewerkt aan een wetsvoorstel. De verwachting is dat de wet begin 2025 in werking treedt. Zowel de gemaakte keuzes in het vorige IHP als de te maken keuzes in dit IHP sorteren voor een groot deel voor op deze wetswijziging.
EINDRAPPORT
31 | 72
5.4.5 DE VERORDENING ONDERWIJSHUISVESTING De basale uitwerking van het beleid inzake onderwijshuisvesting is vastgelegd in de ‘verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Papendrecht (2015)’ oftewel, de verordening. Hierin is opgenomen welke voorzieningen schoolbesturen kunnen aanvragen bij de gemeente en welke procedures en criteria daarbij gelden. De verordening is de uitwerking van een aantal wettelijke bepalingen. De belangrijkste daarvan is dat de verordening zodanig is opgezet dat kan worden voldaan aan de redelijke eisen die het onderwijs aan de huisvesting van scholen in de gemeente stelt. Over aanvragen voor onderwijshuisvestingsvoorzieningen die de gemeente in behandeling heeft genomen, wordt op overeenstemming gericht overleg (OOGO) met de schoolbesturen gevoerd. 5.4.6 OVERIGE LOKALE UITGANGSPUNTEN In januari 2023 heeft de gemeenteraad de ‘Uitgangspuntennotitie Accommodatie- en Vastgoedbeleid en IHP Papendrecht’ besproken. De behandeling in de gemeenteraad heeft aanleiding gegeven de specifieke uitgangspunten voor het IHP zoals opgenomen in de uitgangspuntennotitie verder uit te werken en te concretiseren. In de alinea’s hieronder worden de uitgangspunten benoemd die het kader vormen waarbinnen dit IHP is opgesteld.
INTEGRATIE KINDEROPVANGVOORZIENINGEN Verreweg de meeste scholen bieden ruimte aan kinderopvang, die in de meeste gevallen door stichting WASKO wordt aangeboden. Niet in alle gevallen is er sprake van een zelfstandige ruimte die is, of kan worden afgescheiden van het schoolgebouw. Bij de schoolbesturen bestaat behoefte aan duidelijkheid omtrent de gehanteerde capaciteit van het schoolgebouw indien een kinderopvangorganisatie gebruik maakt van het schoolgebouw. De verordening bevat een passage waarin wordt gesproken over de integratie van kinderopvangvoorzieningen in een school. In bijlage III van de verordening staat namelijk een artikel (A.1.1 lid 2) over specifieke ruimte voor kindvoorzieningen: " Wanneer binnen een schoolgebouw sprake is van leegstand, wordt de capaciteit van een schoolgebouw verminderd met 90 vierkante meter als een ruimte in het schoolgebouw is verhuurd voor het huisvesten van een peuterspeelzaal, buitenschoolse opvang of kinderopvang en het college voor deze verhuur vooraf toestemming heeft verleend.”
In feite gaat deze bepaling ervan uit dat een school in ieder geval 90 m2 ruimte kan inzetten voor kindvoorzieningen zonder dat deze ruimte voor onderwijs moet worden ingezet. In de praktijk is 90 m2 niet voldoende om een volwaardige integratie van een kinderopvangvoorziening in een school te waarborgen. Daarom wordt het uitgangspunt om hier 200 m2 van te maken waarbij de voorwaardelijke leegstand wordt geschrapt. Feitelijk stelt de gemeente daarmee dat elk schoolgebouw in beginsel recht heeft op een kinderopvangvoorziening ter grootte van 200 m 2. De verordening wordt hier in de loop van 2023 op aangepast. In het geval deze bepaling ertoe leidt dat een bestaand gebouw moet worden uitgebreid, worden er afspraken gemaakt met het schoolbestuur en de kinderopvangorganisatie over het vergoeden van de extra kapitaallasten die zijn gemoeid met de investering. Dit is in lijn met het beleid ten aanzien van kostprijsdekkende huur in het vastgoedbeleid.
VENTILATIE EN BINNENKLIMAAT De Rijksoverheid heeft een zogenaamd ‘Programma van Eisen Frisse Scholen’ opgesteld. Daarin zijn criteria opgenomen voor onder meer de luchtkwaliteit en operationele temperatuur in schoolgebouwen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen een zogenaamde Frisse School Klasse A (uitmuntend), B (goed) en C (minimum-niveau). Landelijk geldt Klasse B als dé referentienorm voor Frisse Scholen. Bij nieuwbouw is het overigens al sinds 2015 verplicht om een Frisse School Klasse B te realiseren voor wat betreft de aspecten luchtkwaliteit en operationele temperatuur.
EINDRAPPORT
32 | 72
In dit IHP is het uitgangspunt dat alle scholen gedurende de looptijd worden opgewaardeerd naar Frisse School Klasse B voor wat betreft de thema’s luchtkwaliteit en operationele temperatuur. Een kengetal voor de opwaardering naar Frisse School Klasse B komt uit op € 375,- per m2 bvo.
DUURZAAMHEID Papendrecht wil vóór 2050 een energieneutrale gemeente zijn en de ambitie is om de gemeentelijke organisatie in 2030 klimaatneutraal te laten zijn. Alhoewel schoolgebouwen strikt genomen niet tot het maatschappelijk vastgoed van de gemeente behoren (de schoolbesturen zijn namelijk in beginsel eigenaar van de gebouwen), is de gemeente wel verantwoordelijk voor de bekostiging van nieuwbouw en uitbreiding van schoolgebouwen. In het maximale scenario worden de bestaande schoolgebouwen vóór het einde van de looptijd van het IHP getransformeerd naar minimaal BENG (= Bijna Energieneutraal). Daarmee voldoen de gebouwen aan de duurzaamheidseisen die ook aan nieuwbouw van scholen worden gesteld. Een kengetal voor de transformatie naar een BENG gebouw komt uit op € 1.150,- per m2 bvo. 5.4.7 CO-FINANCIERING De gemeente is verantwoordelijk voor nieuwbouw en uitbreiding van schoolgebouwen en de schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het onderhoud ervan. In die zin is het opwaarderen naar Frisse School Klasse B en de transformatie naar BENG een grijs gebied in de onderwijswetgeving. Het lijkt erop dat de onderwijswetgeving vanaf 2025 een bepaling zal bevatten waarin de zorgplicht voor een goed binnenklimaat expliciet bij het schoolbestuur komt te liggen. Het is niet de verwachting dat de schoolbesturen daarvoor ook extra middelen zullen ontvangen.
Daarom is het redelijk en billijk te noemen dat het grootste deel van de investering in een goed binnenklimaat door de gemeente wordt gedragen. De schoolbesturen dragen vanuit hun onderhouds- en exploitatiebudget een bedrag van € 50,- per m2 bvo bij aan de opwaardering van het binnenklimaat. Ook bij de transformatie van bestaande schoolgebouwen naar BENG is co-financiering aan de orde. In tegenstelling tot bij de verbetering van het binnenklimaat, is het hierbij redelijk om aan te nemen dat de exploitatielasten van de school zullen dalen. Met andere woorden; de investering verdient zich in zeker zin terug. Globaal zijn er drie varianten denkbaar voor wat betreft de wijze waarop schoolbesturen co-financieren: 1. Een eenmalig bedrag per m2 bvo bij aanvang van de investering; 2. Een eenmalig bedrag bij aanvang van de investering, gebaseerd op een vast percentage van de investering; 3. Gedurende 20 jaar een jaarlijks bedrag dat is gebaseerd op het te behalen exploitatievoordeel
Bij de uitwerking van dit IHP gaan we uit van de derde variant. Feitelijk is hierbij sprake van een winwin situatie. De transformatie naar BENG draagt bij aan de duurzaamheidsambities van de gemeente, de schoolbesturen betalen daaraan mee en per saldo zijn er geen meerkosten voor de schoolbesturen. Voor aanvang van een specifiek project zullen de huidige exploitatielasten van de school dan inzichtelijk moeten worden gemaakt en worden afgezet tegen de verwachte exploitatielasten. Daartoe zal dan een berekening moeten worden opgesteld. De schoolbesturen dragen jaarlijks 70% van het verwachte exploitatievoordeel bij als co-financiering. De evaluatie van deze systematiek maakt onderdeel uit van elke vierjaarlijkse herijking van het IHP.
EINDRAPPORT
33 | 72
Een voorbeeld: de huidige exploitatielasten van een school zijn € 75.000,-. Dit bedrag wordt besteed aan gas, water, licht en onder meer onderhoud aan installaties. Na transformatie naar BENG zullen de energiekosten dalen en de kosten voor het onderhoud aan installaties stijgen. Per saldo komen de verwachte exploitatielasten na de transformatie uit op € 45.000,-. Het schoolbestuur draagt dan gedurende 20 jaar elk jaar 70% van € 30.000,- (i.c. het verschil tussen € 75.000,- en € 45.000,-) bij als co-financiering, oftewel € 21.000,-. 5.4.8 MINIMAAL EN MAXIMAAL SCENARIO Op basis van de geschetste mogelijke ingrepen in de vorige paragrafen en de indicatie van de kosten die daarmee samenhangen, kan er een minimaal en een maximaal scenario uiteen worden gezet. Welk scenario er ook wordt gevolgd, bij álle scholen voor (speciaal) basisonderwijs wordt in ieder geval binnen 12 jaar het binnenklimaat in lijn gebracht met de landelijke standaard ‘Frisse Scholen Klasse B’.
5.5
HUIDIGE SITUATIE
Op de kaart hieronder staan alle scholen in de gemeente schematisch weergegeven.
5.5.1 ONDERZOEK BINNENKLIMAAT Voor alle scholen, op de noodlokalen op de Lindenzoom en de twee scholen op de Zuidkil na, is een quickscan uitgevoerd naar de toestand van het binnenklimaat. Meer specifiek zijn de thema’s luchtkwaliteit en temperatuur gescoord op de eerdergenoemde Frisse Scholen klasse. In de volgende tabel zijn de resultaten in één oogopslag te zien:
EINDRAPPORT
34 | 72
Luchtkwaliteit Temperatuur
School Augustinus IKC Beatrix KC Prins Constantijn KC Oranje Nassau Prins Floris (Lindenzoom) Prins Floris (Moerbeihof) Prins Floris (Zuidkil) IKC De Wielen t Kofschip Anne Frank Knotwilg Leilinde Viermaster SBO De Kameleon
C C C C
C C C C
C
C
B
C
C A B B B
C C C C C
Bron: Bremen Bouwadviseurs, januari 2023
De quickscans bevestigen het beeld dat uit de inventarisatie naar voren is gekomen. Op alle locaties is het binnenklimaat ondermaats, waarbij met name opvalt dat de temperatuur nergens hoger uitkomt dan klasse C. Enkele scholen scoren wel goed op het gebied van luchtkwaliteit, maar ook op die scholen is de temperatuur niet op orde. 5.5.2 LEERLINGENPROGNOSE De meest recente leerlingenprognose voor het regulier basisonderwijs is opgesteld in december 2022. De grafiek hieronder laat het verwacht verloop van het totaal aantal leerlingen in het regulier basisonderwijs zien: Totaal aantal leerlingen basisonderwijs 2022 - 2039 3000
2500
2000
1500
1000
500
0 2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
2036
2037
2038
2039
Bron: PVG, december 2022
Hieruit valt op te maken dat het aantal leerlingen in het regulier basisonderwijs naar verwachting met 119 kinderen afneemt gedurende de looptijd van het IHP (2023 – 2034). Dat komt overeen met een daling van 4,7%. Ook als we kijken naar de specifieke cijfers per school zien we dat elke school te maken krijgt met een (lichte) daling van het aantal leerlingen, met uitzondering van de Prins EINDRAPPORT
35 | 72
Constantijn (+14,3%). Een wat sterkere daling wordt verwacht bij OBS Anne Frank, OBS De Knotwilg en beide locaties van de Prins Floris (tussen de -10% en -13%). Logischerwijs wordt de ruimtebehoefte van een basisschool bepaald aan de hand van het aantal leerlingen. In het volgende hoofdstuk wordt voor elke school inzichtelijk gemaakt hoe de veranderende ruimtebehoefte zich verhoudt tot de capaciteit van het gebouw. De leerlingenprognose van SBO De Kameleon is niet opgenomen in bovenstaande grafiek. Anders dan bij een leerlingenprognose voor een reguliere basisschool, kan voor een speciale basisschool niet zonder meer een demografische trend worden doorgetrokken naar de toekomst. De omvang van een school voor speciaal basisonderwijs heeft namelijk ook te maken met het beleid van het samenwerkingsverband en de wijze waarop passend en inclusief onderwijs een plek krijgt in het regulier basisonderwijs.
5.6
SCENARIO’S 2023 - 2034
Dit hoofdstuk bevat de mogelijke scenario’s voor elke specifieke school die gedurende de looptijd van het IHP kunnen worden uitgevoerd. Het zwaartepunt van het minimale scenario (opwaardering naar Frisse School Klasse B en bij enkele locaties een beperkte uitbreiding) ligt in de eerste fase (2023 – 2026). Het maximale scenario (gelijk aan het minimale scenario + het transformeren van alle bestaande schoolgebouwen naar BENG) staat gepland voor de fase 2027 – 2034. In de volgende paragrafen wordt per schoolbestuur aangegeven hoe de scenario’s eruit komen te zien. Voor elke school zijn de volgende gegevens in een tabel gezet: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
bouwjaar capaciteit actuele ruimtebehoefte permanente ruimtebehoefte leegstand / ruimtegebrek leegstand / ruimtegebrek bij reductie 200 m2 bvo lucht temperatuur
Sommige gegevens behoeven een nadere duiding. Met ‘capaciteit’ wordt de omvang van het schoolgebouw, uitgedrukt in vierkante meters bruto vloeroppervlakte, bedoeld. Dit betreft de totale capaciteit van het gebouw, inclusief eventuele verhuurde ruimte aan een kinderopvangorganisatie. De actuele ruimtebehoefte is de ruimtebehoefte in vierkante meters gebaseerd op het huidige aantal leerlingen. De zogenaamde ‘permanente ruimtebehoefte’ is de ruimtebehoefte op lange termijn (gebaseerd op een structurele behoefte gedurende 15 jaren). Anders gezegd, stel dat het schoolgebouw zou worden vervangen door een nieuw gebouw, dan zou de omvang hiervan gelijk zijn aan de permanente ruimtebehoefte. Voor het bepalen van de permanente ruimtebehoefte is de leerlingenprognose dus van belang. Voor de volledigheid; een positief getal in deze kolom betekent ‘leegstand’ en een negatief getal betekent ‘ruimtegebrek’. Als de capaciteit en de permanente ruimtebehoefte tegen elkaar worden afgezet, wordt duidelijk welke structurele leegstand of welk structureel ruimtegebrek elke school heeft. Zoals eerder gesteld, gaan we in dit IHP uit van een reductie van 200 m2 bvo van de geregistreerde capaciteit indien de school een ruimte heeft verhuurd aan een kinderopvangpartner. In de tabel is ook te zien waar de leegstand of het ruimtegebrek op uitkomt als deze reductie wordt toegepast.
De gegevens bij ‘lucht’ en ‘temperatuur’ komen overeen met de tabel uit paragraaf 5.5.1.
EINDRAPPORT
36 | 72
5.6.1 STICHTING OPOPS Stichting Openbaar Primair Onderwijs Papendrecht Sliedrecht (OPOPS) is het schoolbestuur van de openbare basisscholen in de gemeente Papendrecht. OPOPS verzorgt het onderwijs op zes locaties in Papendrecht.
OBS ANNE FRANK
Bouwjaar Capaciteit 1994 1532
Leegstand / ruimtegebrek Actuele Permanente Leegstand / bij reductie ruimtebehoefte ruimtebehoefte ruimtegebrek 200 m2 bvo Lucht 1211
1055
477
277
Temperatuur
C
C
OBS Anne Frank is één van de scholen die niet is gerenoveerd naar aanleiding van het vorige IHP. Dat was op dat moment, gezien het bouwjaar, ook niet aan de orde. In het kader van inclusief onderwijs heeft het schoolbestuur de intentie om de mogelijkheden voor het op termijn clusteren van voorzieningen samen met SBO De Kameleon te verkennen. Daarom wordt voor deze school één scenario voorgesteld waarbij er wel sprake is van een beperkte renovatie en een opwaardering van het binnenklimaat, maar géén transformatie naar een BENG gebouw. Voor de beperkte renovatie wordt uitgegaan van een kengetal van € 750,- per m2 bvo waarbij ervan wordt uitgegaan dat het schoolbestuur een deel van de onderhoudsreserve inlegt. Immers, een renovatie gaat gepaard met ingrepen die normaliter tot het (planmatig) onderhoud van het schoolgebouw vallen.
OBS DE KNOTWILG
Bouwjaar Capaciteit 1982 1644
Leegstand / ruimtegebrek Actuele Permanente Leegstand / bij reductie ruimtebehoefte ruimtebehoefte ruimtegebrek 200 m2 bvo Lucht 1634
1352
292
92
Temperatuur
A
C
OBS De Knotwilg is gerenoveerd in de periode van het vorige IHP. Voor OBS De Knotwilg wordt in het minimale scenario een opwaardering van het binnenklimaat voorgesteld, waarbij in de uitvoering uiteraard moet worden aangesloten op het relatief goede vertrekpunt voor wat betreft de huidige status in het gebouw. In het maximale scenario wordt het gebouw getransformeerd naar een BENG gebouw.
DE LEILINDE
Bouwjaar Capaciteit 1974 1226
Leegstand / ruimtegebrek Actuele Permanente Leegstand / bij reductie ruimtebehoefte ruimtebehoefte ruimtegebrek 200 m2 bvo Lucht 1080
980
246
46
Temperatuur
B
C
De Leilinde is gerenoveerd in de periode van het vorige IHP. Voor de Leilinde wordt in het minimale scenario een opwaardering van het binnenklimaat voorgesteld, waarbij in de uitvoering uiteraard moet worden aangesloten op het relatief goede vertrekpunt voor wat betreft de huidige status in het gebouw. In het maximale scenario wordt het gebouw getransformeerd naar een BENG gebouw.
EINDRAPPORT
37 | 72
IKC DE WIELEN
Bouwjaar Capaciteit 1973 737
Leegstand / ruimtegebrek Actuele Permanente Leegstand / bij reductie ruimtebehoefte ruimtebehoefte ruimtegebrek 200 m2 bvo Lucht 463
428
309
109
Temperatuur
B
C
IKC De Wielen is zeer recent gerenoveerd. Voor IKC De Wielen worden in het minimale scenario geen maatregelen voorgesteld, ten eerste vanwege de zeer recente renovatiedatum en ten tweede omdat het binnenklimaat niet als knelpunt wordt ervaren. In het maximale scenario wordt het gebouw getransformeerd naar een BENG gebouw. N.B., de hierboven genoemde capaciteit is een aanname op basis van de bekende gegevens dat de ene helft van het oorspronkelijke gebouw zou worden gesloopt en de andere helft zou worden gerenoveerd.
OBS DE VIERMASTER
Bouwjaar Capaciteit 2001 1633
Leegstand / ruimtegebrek Actuele Permanente Leegstand / bij reductie ruimtebehoefte ruimtebehoefte ruimtegebrek 200 m2 bvo Lucht 1508
1427
206
6
Temperatuur
B
C
Voor OBS De Viermaster wordt in het minimale scenario een opwaardering van het binnenklimaat voorgesteld, waarbij in de uitvoering uiteraard moet worden aangesloten op het relatief goede vertrekpunt voor wat betreft de huidige status in het gebouw. In het maximale scenario wordt het gebouw getransformeerd naar een BENG gebouw.
‘T KOFSCHIP
Bouwjaar Capaciteit 2002 1931
Leegstand / ruimtegebrek Actuele Permanente Leegstand / bij reductie ruimtebehoefte ruimtebehoefte ruimtegebrek 200 m2 bvo Lucht 1276
1266
665
Temperatuur
465
Het pand waarin ’t Kofschip is gehuisvest is formeel nog eigendom van de gemeente. Ondanks het relatief recente bouwjaar zijn er verschillende gebreken en problemen bekend, waarbij het slechte binnenklimaat één van de meest urgente is. Voordat het pand wordt overgedragen aan het schoolbestuur, zal een onderzoek moeten uitwijzen in hoeverre er sprake is van ontwerp-, bouwen/of constructiefouten die moeten worden verholpen. Vooruitlopend daarop wordt in ieder geval het binnenklimaat opgewaardeerd. In het maximale scenario wordt het gebouw getransformeerd naar een BENG gebouw. 5.6.2 SCOPS Stichting Christelijk Onderwijs in Papendrecht en Sliedrecht (SCOPS) is het schoolbestuur van vijf christelijke basisscholen in de gemeente Papendrecht. SCOPS verzorgt het onderwijs op zes locaties in Papendrecht.
EINDRAPPORT
38 | 72
KC PRINS CONSTANTIJN
Bouwjaar Capaciteit 1973 1268
Leegstand / ruimtegebrek Actuele Permanente Leegstand / bij reductie ruimtebehoefte ruimtebehoefte ruimtegebrek 200 m2 bvo Lucht 1120
1176
92
-108
Temperatuur
C
C
KC Prins Constantijn is gerenoveerd in de periode van het vorige IHP. Voor KC Prins Constantijn wordt in het minimale scenario een opwaardering van het binnenklimaat voorgesteld én een uitbreiding van het gebouw met 108 m2. Bij deze school wordt voor het eerst in dit IHP expliciet duidelijk waar de beleidslijn inzake ruimte voor kinderopvang toe kan leiden. Alhoewel het gebouw strikt genomen groot genoeg is om de leerlingen in te huisvesten, is het gebouw niet geschikt voor een volwaardige integratie van kinderopvangvoorzieningen. Met een relatief kleine uitbreiding van 108 m 2 wordt dit gefaciliteerd. Voor een dergelijke uitbreiding wordt een kengetal van € 4.500 per m 2 gehanteerd. In het maximale scenario wordt het gebouw daarnaast getransformeerd naar een BENG gebouw.
KC ORANJE NASSAU
Bouwjaar Capaciteit 1976 947
Leegstand / ruimtegebrek Actuele Permanente Leegstand / bij reductie ruimtebehoefte ruimtebehoefte ruimtegebrek 200 m2 bvo Lucht 1196
1131
-184
-384
Temperatuur
C
C
KC Oranje Nassau is gerenoveerd in de periode van het vorige IHP. Voor KC Oranje Nassau wordt in het minimale scenario een opwaardering van het binnenklimaat voorgesteld én een uitbreiding van het gebouw met 384m2. Deze voorgestelde uitbreiding is niet nieuw. SCOPS heeft reeds een beschikking ontvangen voor een uitbreiding van 362 m2 waarvan de helft is bedoeld voor kinderopvang. Het is echter gebleken dat het verstrekte budget onvoldoende is om de ontworpen uitbreiding te realiseren. SCOPS en de gemeente zijn hierover reeds in gesprek; de noodzaak voor aanvullende ruimte blijft namelijk wel bestaan. Op dit moment wordt dit opgelost door het gebruik van een voormalig schoolgebouw aan de andere zijde van het schoolplein. In overleg met het schoolbestuur zal de meest optimale en wenselijke wijze van het uitbreiden van de capaciteit moeten worden verkend. In de financiële paragraaf wordt in ieder geval rekening gehouden met het verhogen van het bestaande krediet op basis van een kengetal van € 4.500 per m2 bvo. In het maximale scenario wordt het gebouw daarnaast getransformeerd naar een BENG gebouw.
CKC PRINS FLORIS LOCATIE MOERBEIHOF
Bouwjaar Capaciteit 1983 1109
Leegstand / ruimtegebrek Actuele Permanente Leegstand / bij reductie ruimtebehoefte ruimtebehoefte ruimtegebrek 200 m2 bvo Lucht 1246
1040
69
-131
Temperatuur
C
C
Christelijk Kindcentrum (CKC) Prins Floris is op deze locatie gehuisvest in twee gebouwen. Het hoofdgebouw aan de Moerbeihof is gerenoveerd in de periode van het vorige IHP. Naast het hoofdgebouw beschikt de school ook nog over vier noodlokalen aan de Lindenzoom, op zo’n 100 meter afstand van het hoofdgebouw. De omvang hiervan (452 m2) maakt geen onderdeel uit van de hierboven genoemde capaciteit. Gezien de ruimtebehoefte en de capaciteit van het hoofdgebouw is het de verwachting dat de noodlokalen vanaf het schooljaar 2026 – 2027 niet meer nodig zijn om alle leerlingen te huisvesten. Om recht te doen aan het principe om onderwijs en kinderopvang te
EINDRAPPORT
39 | 72
integreren, zal het hoofdgebouw wel met 131 m2 moeten worden uitgebreid. Voor een dergelijke uitbreiding wordt een kengetal van € 4.500 per m2 bvo gehanteerd. Dat, samen met een opwaardering van het binnenklimaat, is het minimale scenario. In het maximale scenario wordt het gebouw daarnaast getransformeerd naar een BENG gebouw.
IKC BEATRIX
Bouwjaar Capaciteit 2004 2331
Leegstand / ruimtegebrek Actuele Permanente Leegstand / bij reductie ruimtebehoefte ruimtebehoefte ruimtegebrek 200 m2 bvo Lucht 2066
2046
285
85
Temperatuur
C
C
Voor IKC Beatrix wordt in het minimale scenario een opwaardering van het binnenklimaat voorgesteld. In het maximale scenario wordt het gebouw getransformeerd naar een BENG gebouw.
CKC PRINS FLORIS LOCATIE ZUIDKIL
Bouwjaar Capaciteit 2002 1743
Leegstand / ruimtegebrek Actuele Permanente Leegstand / bij reductie ruimtebehoefte ruimtebehoefte ruimtegebrek 200 m2 bvo Lucht 1097
926
817
Temperatuur
617
Net als bij het pand waarin ’t Kofschip is gehuisvest is het schoolgebouw voor CKC Prins Floris formeel nog eigendom van de gemeente. Ondanks het relatief recente bouwjaar zijn er verschillende gebreken en problemen bekend, waarbij het slechte binnenklimaat één van de meest urgente is. Voordat het pand wordt overgedragen aan het schoolbestuur, zal een onderzoek moeten uitwijzen in hoeverre er sprake is van ontwerp-, bouw- en/of constructiefouten die moeten worden verholpen. Vooruitlopend daarop wordt in ieder geval het binnenklimaat opgewaardeerd. In het maximale scenario wordt het gebouw getransformeerd naar een BENG gebouw. 5.6.3 STICHTING SPON Stichting Specialisten in Passend Onderwijs (SPON) is het schoolbestuur van SBO De Kameleon. SPON verzorgt ook speciaal basisonderwijs in Zwijndrecht en Gorinchem en daarnaast onder meer (voortgezet) speciaal onderwijs in Dordrecht, Gorinchem en Sliedrecht. SPON is dus sterk regionaal georiënteerd.
SBO DE KAMELEON
Bouwjaar Capaciteit 1978 1991
Leegstand / ruimtegebrek Actuele Permanente Leegstand / bij reductie ruimtebehoefte ruimtebehoefte ruimtegebrek 200 m2 bvo Lucht 1538
1523
468
268
Temperatuur
B
C
De scenario’s voor SBO De Kameleon zijn in een bepaalde mate gespiegeld aan die van OBS Anne Frank. Ook SBO De Kameleon is één van de scholen die niet is gerenoveerd naar aanleiding van het vorige IHP. In het kader van inclusief onderwijs heeft het schoolbestuur de intentie om de mogelijkheden voor het op termijn clusteren van voorzieningen samen met OBS Anne Frank te verkennen. Daarom wordt voor deze school één scenario voorgesteld waarbij er wel sprake is van een beperkte renovatie en een opwaardering van het binnenklimaat, maar géén transformatie naar een BENG gebouw. Voor de beperkte renovatie wordt uitgegaan van een kengetal van € 750,- per m2 bvo waarbij ervan wordt uitgegaan dat het schoolbestuur een deel van de onderhoudsreserve inlegt.
EINDRAPPORT
40 | 72
Immers, een renovatie gaat gepaard met ingrepen die normaliter tot het (planmatig) onderhoud van het schoolgebouw vallen. Overigens wordt de leegstand, ook na reductie van de 200 m2 t.b.v. kinderopvang, voor een groot deel opgevuld door het bestuurskantoor van SPON. 5.6.4 VERENIGING VOOR REFORMATORISCH ONDERWIJS TE PAPENDRECHT Deze vereniging is het schoolbestuur van basisschool Augustinus. De vereniging bestuurt verder géén andere scholen.
AUGUSTINUSSCHOOL
Bouwjaar Capaciteit 1978 1130
Leegstand / ruimtegebrek Actuele Permanente Leegstand / bij reductie ruimtebehoefte ruimtebehoefte ruimtegebrek 200 m2 bvo Lucht 965
924
206
6
Temperatuur
C
C
De Augustinusschool is gerenoveerd in de periode van het vorige IHP. Voor de Augustinusschool wordt in het minimale scenario een opwaardering van het binnenklimaat voorgesteld. In het maximale scenario wordt het gebouw getransformeerd naar een BENG gebouw.
5.7
FASERING EN FINANCIËN
5.7.1 DEMARCATIE INBEGREPEN EN NIET-INBEGREPEN KOSTEN In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de mogelijke fasering van de verschillende projecten en de financiële gevolgen ervan. In dit IHP komt het fenomeen co-financiering in verschillende vormen aan de orde. Omwille van duidelijkheid over de omvang van de investering, wordt de co-financiering in het financiële overzicht nog buiten beschouwing gelaten. Dat geldt óók voor de investering in uitbreiding van schoolgebouwen waarvan de kapitaallasten zullen worden verwerkt in de huur die in rekening wordt gebracht bij de kinderopvangorganisaties. Als laatste wordt er op voorhand géén rekening gehouden met mogelijke aanspraak op subsidies voor verbetering van het binnenklimaat. Het is de verwachting dat een dergelijke subsidie vanaf 2024 beschikbaar zal zijn, maar daarover bestaat geen zekerheid. Indien er subsidie zou kunnen worden verkregen, waarbij de voorwaarden gelijk zijn aan een eerdere subsidieregeling voor het binnenklimaat in scholen (de zogenaamde SUVIS-regeling), dan zou er in theorie in totaal maximaal om en nabij de € 2 mln aan subsidie kunnen worden toegekend. In geval van het opwaarderen van het binnenklimaat, de transformatie naar BENG, de beperkte renovatie en de uitbreidingen zijn de genoemde bedragen gebaseerd op de verwachte stichtingskosten, dus inclusief kosten voor advies en projectmanagement.
Ambtelijke inzet en eventuele plankosten zijn niet inbegrepen. Voor de beperkte renovatie wordt uitgegaan van een gefaseerde aanpak in schoolvakanties zodat er geen tijdelijke huisvesting nodig is. 5.7.2 KANTTEKENING BIJ RAMINGEN In de scenario’s wordt gewerkt met kengetallen en vuistregels. Het prijspeil is januari 2023. Daarbij moet worden aangetekend dat de bouw- en installatiekosten de afgelopen jaren exorbitant zijn gestegen. Dat heeft te maken met zowel de ernstig verstoorde toeleveringsketen als gevolg van het coronavirus als met de oorlog in Oekraïne én met het personeelstekort. In het afgelopen jaar zijn in heel Nederland diverse aanbestedingen van scholenbouwprojecten mislukt omdat de inschrijvingen tussen de 30% en 50% boven het budget lagen. De genoemde bedragen in de scenario’s zijn nadrukkelijk een indicatie van de te verwachten investeringen en dus niet noodzakelijkerwijs taakstellend. Per situatie kan er maatwerk van toepassing zijn die samenhangt met de projectspecifieke context. Daarnaast is er géén indexatie op voorhand toegepast op de bedragen van
EINDRAPPORT
41 | 72
projecten die in latere jaren worden gerealiseerd. Dat laatste heeft met name betrekking op de transformatie naar BENG die in het maximale scenario is voorzien in de periode 2027 – 2034. Zoals eerder gesteld, wordt dit IHP voor het eerst in 2027 herijkt. Daarmee is dus ook een moment aangebroken om te bepalen op welke wijze de transformatie naar BENG onderdeel zal maken van een concreet uitvoeringsprogramma. Door de transformatie naar BENG wél op te nemen in het maximale scenario, wordt echter het specifieke uitgangspunt en de ambitie inzake verduurzaming van alle schoolgebouwen uitgedrukt. Met het vaststellen van het IHP wordt er géén ‘bestemde reserve IHP’ aangelegd. Het IHP is een leidraad voor de te verwachten investeringen in onderwijshuisvesting. Per project wordt een separaat kredietvoorstel ter besluitvorming aan de gemeenteraad voorgelegd. 5.7.3
MINIMAAL SCENARIO
Schoolbestuur en school
Bouwjaar: Type ingreep:
2023 - 2026
2027 - 2034
€ 1.723.500
-
€ 616.500 € 459.750 € 612.375 € 724.125
-
€ 961.500
-
€ 2.083.125
-
€ 1.005.375
-
€ 874.125 € 653.625
-
OPOPS Beperkte renovatie + OBS Anne Frank OBS De Knotwilg De Leilinde IKC De Wielen OBS De Viermaster t Kofschip
1994 opwaardering binnenklimaat 1982 Opwaardering binnenklimaat 1974 Opwaardering binnenklimaat 1973 2001 Opwaardering binnenklimaat 2002 Opwaardering binnenklimaat
SCOPS KC Prins Constantijn KC Oranje Nassau CKC Prins Floris locatie Moerbeihof IKC Beatrix CKC Prins Floris locatie Zuidkil
Uitbreiding + opwaardering 1973 binnenklimaat Uitbreiding + opwaardering 1976 binnenklimaat Uitbreiding + opwaardering 1983 binnenklimaat 2004 Opwaardering binnenklimaat 2002 Opwaardering binnenklimaat
SPON SBO De Kameleon
Beperkte renovatie + 1978 opwaardering binnenklimaat
€ 2.239.875
-
Vereniging Reformatorisch Onderwijs Papendrecht Augustinusschool
1978 Opwaardering binnenklimaat
€ 423.750
-
SUBTOTAAL 2023 - 2026 SUBTOTAAL 2027 - 2034
TOTALE INVESTERINGSKOSTEN
EINDRAPPORT
€ 12.377.625 €0
€ 12.377.625
42 | 72
5.7.4
MAXIMAAL SCENARIO
Schoolbestuur en school
Bouwjaar: Type ingreep:
2023 - 2026
2027 - 2034
€ 1.723.500
-
€ 616.500
€ 1.890.600
€ 459.750
€ 1.409.900
-
€ 847.550
€ 612.375
€ 1.877.950
€ 724.125
€ 2.220.650
€ 961.500
€ 1.458.200
KC Prins Constantijn
Uitbreiding + opwaardering binnenklimaat + 1973 transformatie naar BENG
€ 2.083.125
€ 1.089.050
KC Oranje Nassau
Uitbreiding + opwaardering binnenklimaat + 1976 transformatie naar BENG
€ 1.005.375
€ 1.275.350
CKC Prins Floris locatie Moerbeihof
Uitbreiding + opwaardering binnenklimaat + 1983 transformatie naar BENG
€ 874.125
€ 2.680.650
€ 653.625
€ 2.004.450
Beperkte renovatie + 1978 opwaardering binnenklimaat
€ 2.239.875
-
Opwaardering binnenklimaat 1978 + transformatie naar BENG
€ 423.750
€ 1.299.500
OPOPS Beperkte renovatie + OBS Anne Frank OBS De Knotwilg De Leilinde IKC De Wielen OBS De Viermaster t Kofschip
1994 opwaardering binnenklimaat Opwaardering binnenklimaat 1982 + transformatie naar BENG Opwaardering binnenklimaat 1974 + transformatie naar BENG 1973 Transformatie naar BENG Opwaardering binnenklimaat 2001 + transformatie naar BENG Opwaardering binnenklimaat 2002 + transformatie naar BENG
SCOPS
IKC Beatrix CKC Prins Floris locatie Zuidkil
Opwaardering binnenklimaat 2004 + transformatie naar BENG Opwaardering binnenklimaat 2002 + transformatie naar BENG
SPON SBO De Kameleon Vereniging Reformatorisch Onderwijs Papendrecht Augustinusschool
SUBTOTAAL 2023 - 2026 SUBTOTAAL 2027 - 2034
TOTALE INVESTERINGSKOSTEN
€ 12.377.625 € 18.053.850
€ 30.431.475
5.7.5 FASERING EN PRIORITERING Vanwege de bijzondere omstandigheden bij ’t Kofschip en CKC Prins Floris, beide op de Zuidkil, wordt voorgesteld deze twee scholen voorrang te geven op de andere projecten voor wat betreft het onderzoek naar ontwerp-, bouw- en constructiefouten en het herstel van deze gebreken. Voor beide scholen wordt daarbij óók het binnenklimaat worden opgewaardeerd. Feitelijk zouden deze ingrepen in een relatief nieuw gebouw buiten het IHP moeten worden gehouden omdat hier strikt genomen sprake is van herstel van gebreken na oplevering, ook al is dat inmiddels zo’n 20 jaar geleden.
EINDRAPPORT
43 | 72
Daarna is het van belang de projecten op te pakken waarbij ruimtelijke knelpunten worden opgelost. Dat is ook in lijn met de zogenaamde urgentiecriteria zoals opgenomen in de verordening. Het oplossen van het ruimtegebrek bij KC Oranje Nassau is het meest urgent. Dat is ook de school met het grootste ruimtegebrek. Ook het ruimtegebrek bij KC Prins Constantijn en CKC Prins Floris op de locatie Moerbeihof moet worden aangepakt. Bij de laatste is het doel om met ingang van schooljaar 2026 – 2027 de noodlokalen te kunnen verlaten. Naast het oplossen van de ruimtelijke knelpunten wordt in overleg met de schoolbesturen bepaald wanneer er kan worden aangevangen met de beperkte renovatie van OBS Anne Frank en SBO De Kameleon. We spannen ons in de opwaardering van het binnenklimaat van de overige scholen parallel te laten lopen met bovengenoemde ingrepen. Bij de volgende scholen wordt, in het minimale scenario, louter het binnenklimaat opgewaardeerd. Zoals gesteld, willen we dat zoveel mogelijk parallel aan elkaar laten lopen. Voor deze scholen is geen prioritering opgesteld. Onderstaande opsomming is dan ook op alfabetische volgorde.
School: Augustinusschool De Leilinde IKC Beatrix OBS De Knotwilg OBS De Viermaster 5.7.6 VERVOLG Zodra de gemeenteraad het IHP heeft vastgesteld en duidelijk is geworden welk scenario er kan worden gevolgd, wordt er een meer gedetailleerd uitvoeringsplan voor de eerstkomende vier jaren opgesteld, waarin ook de concrete financiële consequenties inzichtelijk worden gemaakt. Dit is ook in lijn met de kanttekening in paragraaf 5.2 voor wat betreft het karakter van dit IHP.
EINDRAPPORT
44 | 72
6
VASTGOEDBELEID
6.1
INLEIDING
Het Accommodatiebeleid en het IHP, zoals in de vorige hoofdstukken beschreven, geven de kaders voor het voorzieningenniveau dat aan de inwoners van Papendrecht wordt geboden. In de vorige hoofdstukken zijn voorstellen gedaan over de toekomstige capaciteit, de kwaliteit, de spreiding en de samenhang. In die zin raken accommodatiebeleid en IHP direct het voorzieningenniveau voor de inwoners. Het Vastgoedbeleid, dat in dit hoofdstuk op hoofdlijnen wordt beschreven, geeft meer een technische vertaling van de wijze waarop de gemeente omgaat met de voorzieningen. Het vastgoedbeleid geeft kaders en richtlijnen voor onderwerpen zoals het eigendom, de uitvoering van groot onderhoud, huur, contracten en de positie van strategisch vastgoed. Dit hoofdstuk beperkt zich tot de belangrijkste voorstellen voor het nieuwe vastgoedbeleid. Het volledige, voorgestelde vastgoedbeleid is opgenomen in bijlage 6.
6.2
EIGENDOM
HUIDIGE SITUATIE De meeste bestaande maatschappelijke accommodaties in Papendrecht zijn in eigendom van de gemeente. Enkele accommodaties die een bijdrage leveren aan de sociaal maatschappelijke- en sportieve opgave zijn niet in eigendom van de gemeente. Daarnaast is de gemeente Papendrecht ook eigenaar van vastgoed dat niet direct bijdraagt aan de sociaal maatschappelijke- en sportieve opgave. Denk aan accommodatie voor eigen bedrijfsvoering, politie, brandweer, Drechtwerk groen, begraafplaats, enkele huurwoningen en enkele kinderdagverblijven. Ook is de gemeente eigenaar van parkeergarages, roltrappen en een overdekte fietsenstalling. Voor het onderwijs geldt momenteel dat de schoolbesturen eigenaar zijn. De basis voor regelgeving over huisvesting van scholen voor primair en voortgezet onderwijs is vastgelegd in de Wet op het Primair Onderwijs (WPO) en in de Wet Voortgezet Onderwijs 2020 (WVO 2020). Deze wetten verplichten de gemeente om te zorgen voor adequate huisvesting. De regels die in acht moeten worden genomen zijn uitgewerkt in de ‘Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Papendrecht (2015)'. In de volgende tabel is de huidige eigendomssituatie samengevat weergegeven uitgesplitst naar sociaal-, maatschappelijk-, onderwijs en overig vastgoed. Zoals eerder gemeld vallen de buitensportaccommodaties buiten de scope van het accommodatie- en vastgoedbeleid.
EINDRAPPORT
45 | 72
Tabel 10: Eigendomssituatie maatschappelijke infrastructuur
Gemeentelijk eigendom
Eigendom derden
Binnensport
gymzaal Molenvliet, sportcentrum, dansschool 2move, dansstudio Bounce, gymzaal De Kooy, oostpolderhal PKC
Gymzaal De Olympiaan, PKC Hal, gymzalen VO, gymzaal SBO de Kameleon, Clubgebouw DES’72
Cultureel
Theater De Willem, Excelsior & ToBe, Volksuniversiteit, Denksportcentrum Bibliotheek, De Spil
Zorg
De Schoorsteegt (dagopvang ouderen), Haviq, Suppord, 2x gemiva, Sterk Papendrecht, Jong JGZ (Careyn), Stichting jeugdteams
Overige maatschappelijk
Kinderboerderij, Seniorenbond, Zalencentrum De Palm Wijkgebouw De Kooyker,
Schoolbesturen
Sociaal maatschappelijk en sportieve opgave
Odensehuis,
Onderwijs Primair Onderwijs Openbaar
‘t Kofschip
Anne Frankschool, De Knotwilg, De Leilinde, De Viermaster, IKC de Wielen
Prins Floris (locatie Zuidkil)
IKC Beatrix, KC OranjeNassau, KC Prins Constantijn, Prins Florisschool (2x),
-
Christelijk
-
Reformatorisch
Augustinusschool
-
Speciaal
De Kameleon Willem de Zwijger, CSG De Lage Waard (2x)
Voortgezet Onderwijs Overig vastgoed
Maatschappelijk
Vereniging samenwerkingsverband VO, Kinderopvang Papendrecht (3X), huurwoningen (3x), standplaats woonwagens (1X), RTV Papendrecht, Drechtwerk groen, Begraafplaats, Wijkverwarming
Stallingen en parkeren
Parkeergarages (5x) Overdekte fietsenstalling (1x) Roltrappen (1x)
Commercieel
EINDRAPPORT
Waltmann & Co Papendrecht BV,
46 | 72
NIEUWE SITUATIE Indien de gemeenteraad akkoord gaat met het accommodatiebeleid ontstaat er een nieuwe samenstelling van maatschappelijke voorzieningen. Er verdwijnen gemeentelijke accommodaties en mogelijk ook accommodaties die momenteel geen eigendom van de gemeente zijn. De nieuwe ontwikkelingen rondom de VO-scholen, biedt kansen voor partijen die accommodaties in eigen beheer hebben, maar niet meer van deze tijd zijn. Het betreft hier het Denksportcentrum, clubgebouw DES’72, gymzaal De Olympiaan en zalencentrum De Palm. Voorgesteld wordt dat: ▪ De gemeente Papendrecht eigenaar wordt/blijft voor de accommodaties die cruciaal zijn voor het bereiken van de inhoudelijke doelstellingen van de gemeente Papendrecht. ▪ Voor de bestaande accommodaties, die niet aan het gebruik onttrokken worden, de bestaande situatie van eigendom het uitgangspunt is. ▪ Voor nieuw te realiseren accommodaties, die een bijdrage leveren aan de sociaal-maatschappelijke opgave, is het uitgangspunt dat de gemeente eigenaar is (de gemeente investeert immers). IKC ontwikkelingen De ontwikkeling van het IHP Primair Onderwijs zal waarschijnlijk leiden tot investeringen in schoolgebouwen, waarbij tegelijkertijd wordt gekeken naar een verbreding van de functie van die gebouwen om tot een IKC te transformeren.
Gezien de sterk dalende trend van de leerlingenprognoses mag verwacht worden dat er op relatief korte termijn overcapaciteit ontstaat in de onderwijsgebouwen. Naast het toevoegen van kinderopvang en/of peuterspeelzaalwerk kan ook gedacht worden aan verenigingen en stichtingen die bijvoorbeeld activiteiten voor ouderen organiseren. Ondanks de kans om (op termijn) functies binnen de scholen uit te breiden resulteert dit niet in andere eigendomssituaties. Het schoolaandeel binnen de onderwijsgebouwen blijft het grootste.
6.3
BEHEER EN EXPLOITATIE
Verschillende type accommodaties en haar taken hebben effect op beheer en exploitatie. Denk aan fysiek beheer, wel of geen horeca, maar ook aan verhuurtarieven en prioritering. In deze paragraaf worden uitgangspunten over onderhoud, beheer, zeggenschap en duurzaamheid samengevat beschreven voor de verschillende type accommodaties. UITGANGSPUNT De gemeente Papendrecht ziet voor zichzelf geen eigen rol weggelegd in het beheer en exploitatie van maatschappelijke accommodaties. Beheer en exploitatie is eerst en vooral een verantwoordelijkheid van de stichtingen, verenigingen, de Recreatie- en Cultuur B.V. en schoolbesturen. De gemeente voelt zich wel verantwoordelijk voor het opstellen van uitgangspunten en randvoorwaarden voor beheer en exploitatie (tarieven, onderhoud, maatschappelijke functie, et cetera). Prioritering verhuur/waarborgen maatschappelijke functie Voor de verhuur van accommodaties of ruimtes die een bijdrage leveren aan de sociaal maatschappelijke- en sportieve opgave stellen wij voor om uit te gaan van de volgende prioritering: