Perspectiefnota 2026-2031
Tekst van het document
Perspectiefnota 2026 2026 - 2031
PERSPECTIEFNOTA 2026
Inhoudsopgave Leeswijzer
4
1. Inleiding
6
2. Beleidsontwikkelingen
12
2.1 Trends en ontwikkelingen
13
2.2 Maatschappelijk en sociale ontwikkelingen
14
2.3 Fysieke leefomgeving
18
2.4 Duurzaamheid en energietransitie
25
2.5 Regio
26
2.6 Bedrijfsvoering
26
3. Financiële ontwikkelingen
30
3.1 Bijstelling begrotingsjaar 2026
31
3.2 Investeringsprogramma 2026
39
3.3 Financiële duiding meerjarenperspectief 2027-2031
42
3.4 Duiding financieel meerjarenperspectief
61
3.5 Administratieve wijzigingen
63
3.6 Duiding heroverwegingsvoorstellen
64
3.7 Procesaanpak heroverwegingen
69
Lijst van afkortingen
72
3
PERSPECTIEFNOTA 2026
Leeswijzer rr
ng eni ek
De Planning en Control cyclus De planning- en controlcyclus is een jaarlijks terugkerend proces waarin de gemeente vooruitkijkt en plannen maakt voor het komende jaar, de voortgang ban het lopende jaar monitort en waar nodig bijstuurt. Gemeente Papendrecht doet dit door elk jaar diverse stukken samen te stellen en te bespreken over de gemeentelijke plannen en financiën. Dit zijn: de Perspectiefnota, de begroting, de concernrapportage en de jaarrekening. Hierin wordt zowel naar de toekomst gekeken, als verantwoording afgelegd over het verleden.
Pe r
ti ec sp
Jaa
HUISHOUDBOEK JE GEMEENTE PAPENDRECHT
efn ota gr Be
ot
a nr cer Con
pp
ing
P&C cyclus or t ag e
Collegeprogramma Iedere vier jaar na de gemeenteraadsverkiezingen stelt het nieuwe college een collegeprogramma op. Hierin stelt het nieuwe college vast waar zij de komende periode zich op willen focussen. Strategie, beleid en belangrijke aandachtspunten met financiële vertaling daarvan zijn in het collegaprogramma verwoord. De raad neemt kennis van het collegeprogramma. Perspectiefnota De perspectiefnota en het beleid vanuit het collegeprogramma vormen samen de basis voor de plannen voor het nieuwe jaar. In juni /juli spreekt de gemeenteraad zich bij het voorjaarsdebat uit over deze plannen. In de perspectiefnota staan de aanpassingen in beleid en de financiële vertaling daarvan voor de komende vier jaar. Elk jaar wordt deze nota geactualiseerd. Begroting Op basis van de uitkomsten van de bespreking van de perspectiefnota wordt een begroting voor de komende vier jaar opgesteld. Deze begroting wordt in november door de gemeenteraad vastgesteld tijdens het begrotingsdebat. Het college voert daarna het beleid uit binnen de financiële grenzen die zijn aangegeven in de begroting.
Concernrapportage In de concernrapportage worden de laatste ontwikkelingen en bijstellingen van het lopende begrotingsjaar verwerkt. Deze concernrapportage wordt in december door de gemeenteraad vastgesteld.
Jaarrekening
De cyclus eindigt met het resultatendebat in juni. In dit debat legt het college verantwoording af aan de gemeenteraad over het gevoerde beleid van het afgelopen jaar met het financiële jaarverslag en de jaarrekening. 4
WAARUIT BESTAAT DE PERSPECTIEFNOTA? De Perspectiefnota 2026-2031 bestaat uit een aantal onderdelen: Inleiding In de inleiding geeft het College van Burgemeester en Wethouders een korte vooruitblik op 2027. Hierin worden belangrijke verwachtingen in het komende jaar toegelicht, inclusief een doorkijk van de financiële huishouding. Beleidsontwikkelingen In dit hoofdstuk worden op het gebied van sociaal domein, fysieke leefomgeving, duurzaamheid, regio en bedrijfsvoering een beleidsmatige doorkijk gegeven naar de komende jaren. Financiële ontwikkelingen In dit hoofdstuk wordt ingegaan op een aantal onderwerpen die de financiële ontwikkeling raken. Het betreft hier: 1. De verplichte financiële bijstelling van de lopende begroting 2026. 2. De bijstelling van het investeringsprogramma 2026. 3. Een duiding van de financiële ontwikkelingen en investeringsprogramma voor de jaren 2027-2031. 4. De duiding van het meerjarenperspectief 2027 en verder. 5. De administratieve begrotingswijziging. 6. De duiding van de heroverwegingsmogelijkheden o.b.v. de ombuigingscatalogus 2025. 7. Procesaanpak heroverwegingen.
5
VERKEER & VERVOER
Titel met onderwerp? Lopende tekst
1. Inleiding
6
1. INLEIDING
1. Inleiding Deze perspectiefnota heeft een bijzonder karakter. Zij vormt het startpunt voor de inrichting van de nieuwe bestuursperiode die volgt op de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart 2026. De raad is recent in nieuwe samenstelling aangetreden en de vorming van een nieuw college moet nog plaatsvinden. De uitgangspunten van een nieuw bestuursakkoord zijn ten tijde van het opstellen van deze perspectiefnota daarom nog niet bekend. Dit vraagt om bestuurlijke terughoudendheid en zorgvuldigheid in het doen van beleidsmatige en politiek richtinggevende voorstellen. De raad heeft het college met de motie “Beleidsarme Perspectiefnota 2026” van 13 april 2026 verzocht de perspectiefnota vooral terughoudend op te stellen ten aanzien van nieuwe beleidsintensiveringen en majeure ombuigingen, zodat beleidsrijke keuzes en richtinggevende financiële ingrepen in hoofdzaak kunnen worden gemaakt door het nieuw te vormen college en de raad bij de begroting 2027. Het college onderschrijft dit uitgangspunt en ziet de perspectiefnota in deze context primair als een informerend document dat inzicht geeft in de financiële positie en de inhoudelijke opgaven van de gemeente, zonder vooruit te lopen op definitieve politieke keuzes. Tegelijkertijd staat de gemeente Papendrecht voor structurele financiële uitdagingen.
In vergelijking met de meerjarenbegroting 2026–2030 en de raadsinformatiebrief over ontwikkelingen en het financieel perspectief van 10 maart 2026 wordt opnieuw duidelijk dat het financiële meerjarenperspectief onder druk staat. Deze druk wordt in belangrijke mate veroorzaakt door het uitblijven van toereikende rijksmiddelen, in combinatie met lokale en landelijke ontwikkelingen zoals zorg en onderhoud openbare ruimte. Dit maakt dat zorgvuldige keuzes noodzakelijk zijn over wat (nog) wel en niet (meer) kan. Momenteel wordt daarom een heroverwegingsaanpak uitgewerkt om het toekomstige perspectief nader te kunnen duiden. Bij de eerste heroverwegingen in 2021 lag de focus op o.a. een klein deel van de subsidies, beheer openbare ruimte, organisatiekosten, financieel technische maatregelen (herfinanciering) en lokale lastenstijging. Bij de Perspectiefnota 2025 is een tweede heroverweging doorgevoerd waarin voornamelijk een ombuiging heeft plaatsgevonden op de bedrijfsvoeringkosten en de financiële buffers in de begroting. Bij een eventueel volgende heroverweging zal vooral de focus liggen op inhoudelijke beleidsterreinen.
In deze perspectiefnota 2026–2031 worden daarom de noodzakelijke financiële bijstelling en beleidsmatige ontwikkelingen gepresenteerd voor het lopende begrotingsjaar 2026 en een duiding van het financieel meerjarenperspectief vanaf 2027, inclusief financiële risico’s en onzekerheden. Op deze wijze ontstaat samenhang tussen terugblik en vooruitblik, terwijl ruimte blijft voor het nieuw te vormen college en de raad om bij de begroting 2027 richtinggevende beleidskeuzes te maken.
7
1. INLEIDING
Een veranderende samenleving: lokale weerslag van nationale en mondiale ontwikkelingen Papendrecht bevindt zich in een regio waar economische vitaliteit, bedrijvigheid en demografische trends elkaar beïnvloeden. Maar tegelijk wordt onze gemeente, net als elders in Nederland, geraakt door: • Vergrijzing en toenemende zorgvraag, met oplopende druk op het sociaal domein. • Krapte op de arbeidsmarkt, die zowel de gemeentelijke organisatie als maatschappelijke partners treft. • Druk op de woningmarkt en de noodzaak van passende woningen voor diverse doelgroepen. • Klimaatopgaven, waaronder waterveiligheid, hittestress en verduurzaming van gemeentelijk vastgoed. • Geopolitieke spanningen, zoals de oorlog in het Midden-Oosten. Dit zorgt voor onrust en onzekerheid en daardoor spanningen. Deze trends worden in Papendrecht zichtbaar in concrete gebeurtenissen. Zo worden op diverse locaties woningen ontwikkeld, waarmee stappen worden gezet in uitbreiding van het woningaanbod. Daarnaast vraagt de versterking van de sociale basis om blijvende inzet. Ook op het gebied van veiligheid is inzet nodig. Ontwikkelingen en Opgaven De perspectiefnota markeert nadrukkelijk een nieuwe fase waarin lokale ambities opnieuw worden gewogen tegen een veranderende maatschappelijke en financiële realiteit. De dynamiek in Papendrecht is groot.
Zowel landelijke trends als lokale gebeurtenissen vragen om bestuurlijke alertheid en handelingsperspectief. Papendrecht wordt in toenemende mate geconfronteerd met o.a. een oplopende druk op het sociaal domein (participatie, jeugdzorg en Wmo), stijgende kosten voor het onderhoud van de openbare ruimte, het gemeentelijke vastgoed en veiligheid terwijl de bestuurlijke en financiële ruimte beperkt is. Daarnaast zijn er ook nog financiële risico’s zoals renterisico op de forse investeringen, voldoende volumegroei en loon- en prijscompensatie in de algemene uitkering en in welke mate het Rijk tegemoet komt aan voldoende financiële compensatie voor de medebewindstaken. Het Rijk biedt op dit moment nog onvoldoende duidelijkheid over een stabiel en structureel financieel kader voor gemeenten, ondanks eerdere signalen van bereidheid tot nauwer partnerschap met decentrale overheden. De cumulatie van deze factoren vraagt om een scherpe afweging van prioriteiten en een realistische blik op wat binnen de beschikbare middelen uitvoerbaar blijft. Deze perspectiefnota geeft duiding aan deze ontwikkelingen en vertaalt ze naar het financieel beleidsmatig kader voor de komende jaren. Papendrecht in de regio De komende jaren vraagt het regionale samenspel binnen Drechtsteden om verdere versterking. In lijn met de koers uit eerdere perspectiefnota’s blijven vijf regionale thema’s leidend: 1.
Wonen en ruimtelijke ontwikkeling, waaronder realisatie van projecten zoals de Zorgzame Buurt en woningbouwlocaties aan Poldermolen, Veerpromenade en P.C. Hooftlaan. 2. Bereikbaarheid en mobiliteit, in het licht van intensiverende verkeersstromen en noodzakelijke werkzaamheden aan bruggen en viaducten in de regio. 8
1. INLEIDING
3. Economie en vestigingsklimaat, met de ambitie om ontwikkeling, innovatie en samenwerking met lokale en regionale bedrijven te versterken. 4. Blauw-groene kwaliteit, waaronder waterveiligheid, biodiversiteit en klimaatadaptatie 5. Energietransitie en netcongestie, thema’s die de komende jaren een grote impact hebben op investeringskeuzes en ruimtelijke mogelijkheden. Visies als kompas De Toekomstvisie Papendrecht 2040, de Omgevingsvisie en de Samenlevingsvisie vormen tezamen het strategische kompas waartegen korte- en middellangetermijnkeuzes worden gemaakt. De visies schetsen een toekomst waarin Papendrecht een sterke, hechte en veilige gemeenschap blijft, met kwalitatieve voorzieningen, een toekomstbestendige leefomgeving en ruimte voor groei waar dat verantwoord kan. De documenten benadrukken het belang van samenhang tussen maatschappelijke opgaven, het versterken van de sociale basis, duurzaam gebruik van ruimte en het behoud van het karakter van Papendrecht. Daarnaast onderstrepen de visies het belang van wendbaarheid: het vermogen om te kunnen omgaan met veranderende omstandigheden, zonder de strategische koers uit het oog te verliezen. Financiële Verhouding Rijk en Gemeenten De financiële verhouding tussen het Rijk en de gemeenten staat al geruime tijd onder druk.
In de afgelopen jaren hebben gemeenten steeds meer taken gekregen, met name in het sociaal domein, terwijl de bijbehorende middelen onvoldoende structureel zijn meegegroeid. Een belangrijke inhoudelijke duiding van deze ontwikkeling is geleverd door de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB). In het advies ‘Raamwerk voor toekomstbestendige financiële verhoudingen’ (februari 2024) concludeert de ROB dat de verhouding tussen taken, bevoegdheden en middelen structureel uit balans is. De raad benadrukt dat decentralisatie alleen kan functioneren wanneer sprake is van rust, reinheid en regelmaat: stabiele taken, een heldere rolverdeling tussen Rijk en gemeenten en voorspelbare, structurele financiering. Het veelvuldig inzetten van incidentele middelen en specifieke uitkeringen ondermijnt deze principes en vergroot de bestuurlijke spanning. Deze analyse is verder verdiept in het ROB advies ‘Meters maken met medebewind’ (juli 2025). Daarin stelt de ROB vast dat het Rijk onvoldoende zicht heeft op welke medebewindstaken gemeenten uitvoeren en wat deze daadwerkelijk kosten. Daardoor kan het parlement niet goed beoordelen of gemeenten toereikend worden gecompenseerd. De kernboodschap van de ROB is dat de problematiek niet kan worden opgelost met technische bijstellingen of tijdelijke middelen, maar vraagt om expliciete politieke keuzes per taak.
Tegen deze achtergrond heeft het Rijk de afgelopen jaren wel incidentele financiële bewegingen gemaakt om de meest acute druk te verzachten. In de aanloop naar 2026 (Voorjaarsnota Rijk 2025) zijn tijdelijke middelen beschikbaar gesteld via incidentele toevoegingen aan het gemeentefonds en specifieke uitkeringen, met name gericht op de jeugdzorg. Deze maatregelen hebben het financiële “ravijn” tijdelijk afgevlakt en gemeenten
9
1. INLEIDING
op korte termijn lucht gegeven, maar het tijdelijke karakter ervan versterkt juist de onzekerheid in de meerjarige begrotingen en neemt de structurele disbalans niet weg. De Voorjaarsnota Rijk 2026, gepresenteerd op 27 maart 2026, past in dit beeld. De nota fungeert als startnota van het nieuwe kabinet en zet nadrukkelijk in op begrotingsdiscipline en stabiliteit. Grote nationale dossiers, zoals defensie, klimaat, woningbouw en economische weerbaarheid, krijgen prioriteit. Gemeenten worden in de Voorjaarsnota erkend als cruciale uitvoerende en regisserende bestuurslaag bij het realiseren van maatschappelijke opgaven, maar de financiële ruimte die daarvoor beschikbaar komt blijft beperkt. De structurele groei van het Gemeentefonds staat onder druk, het accres blijft kwetsbaar en er wordt door het Rijk vooralsnog geen structurele oplossing geboden voor de financiële situatie van gemeenten na 2027. Hoewel vaak wordt gesproken over het ‘ravijnjaar’, doet deze term geen recht aan de werkelijkheid omdat het om een structureel negatief financieel perspectief gaat, en niet om een tijdelijke dip waaruit herstel vanzelf volgt. Daarnaast blijven de grote tekorten in het sociaal domein, met name in de jeugdzorg en WMO, onverminderd aanwezig.
Ook de herijking van het Gemeentefonds wordt genoemd, maar zonder duidelijkheid over de uitkomsten, wat de onzekerheid voor gemeenten verder vergroot. Zonder oplossingen van het Rijk betekent dit dat de gemeenten genoodzaakt zijn om maatregelen te treffen om het financieel meerjarenperspectief in evenwicht te houden. Vanaf 2027 wordt de gemeente al geconfronteerd met een tekort wat al vraagt om maatregelen. Enkele maatregelen die op korte termijn ingezet kunnen worden zijn onder andere het doorschuiven dan wel schrappen van structurele keuzes in 2027, het opleggen van een ombuigingsopgave aan de GR Sociaal en de Dienst Gezondheid & Jeugd en het verhogen van de onroerende zaakbelasting. In hoofdstuk 3.4 zal verder hierop worden ingegaan. Gemeenten en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) reageren daarom kritisch op de Voorjaarsnota 2026 van het Rijk. Zij erkennen dat het Rijk incidenteel extra middelen heeft vrijgemaakt, maar constateren dat deze maatregelen onvoldoende zijn zolang structurele afspraken uitblijven. Tegelijkertijd blijven zij bereid tot overleg en samenwerking, mits taken en middelen beter in balans worden gebracht. Samenvattend De financiële verhouding tussen Rijk en gemeenten bevindt zich in april 2026 op een kantelpunt. Het ontstaan van de problematiek ligt in een jarenlang gegroeide disbalans.
De huidige stand van zaken wordt gekenmerkt door erkenning en incidentele verlichting, maar zonder structurele doorbraak. Zowel de ROB als gemeente, vertegenwoordigd door de VNG, benadrukken dat het vervolg vraagt om fundamentele politieke keuzes over taakverdeling, financiering en risicodeling. Zonder zulke keuzes blijft de financiële druk op gemeenten bestaan en komt de uitvoeringskracht van het lokaal bestuur ook op de langere termijn onder spanning te staan.
10
1. INLEIDING
Financiële status gemeente Papendrecht Gegeven de ontwikkelingen die hierboven zijn geschetst en rekening houdend met de aangenomen motie “Beleidsarme Perspectiefnota 2026” van 13 april 2026 wordt waar nodig in de Perspectiefnota alleen voorstellen gedaan om het lopende begrotingsjaar 2026 bij te stellen. De bijstelling van de begroting 2026 laat het volgende financiële beeld zien: BIJSTELLING BEGROTING 2026
2026
Begrotingssaldo na Begroting 2026
€ 1.634.000
Totaal saldo bijstelling begroting 2026
€ -1.054.822
Begrotingssaldo na Perspectiefnota 2026-2031
11
€ 579.178
VERKEER & VERVOER
Beleids Titel met2. onderwerp? Lopende tekst
ontwikkelingen
12
2. BELEIDSONTWIKKELINGEN
2. Beleidsontwikkelingen In dit hoofdstuk wordt een breder beeld gegeven van wat we het komende jaar zien aan beleidsontwikkelingen die op ons afkomen en waarop we ons moeten voorbereiden en waar keuzes te maken zijn. Het is geen limitatieve opsomming, maar het betreft wel de meest relevante ontwikkelingen die nu bekend zijn.
2.1 TRENDS EN ONTWIKKELINGEN De beleidsontwikkelingen die in dit hoofdstuk worden geschetst, staan niet op zichzelf. Zij zijn het lokale gevolg van bredere landelijke en maatschappelijke trends die ook de gemeente Papendrecht raken. Ontwikkelingen op het gebied van demografie, zorg, bestaanszekerheid, woningmarkt, klimaat, veiligheid en arbeidsmarkt voltrekken zich in een hoog tempo en versterken elkaar in toenemende mate. Dit brengt onzekerheden met zich mee, zowel inhoudelijk als financieel en vraagt om voortdurende afwegingen en keuzes. Kenmerkend voor deze periode is dat gemeenten geconfronteerd worden met een stapeling van opgaven, terwijl de bestuurlijke, financiële en uitvoeringsruimte beperkt is. De vraag naar ondersteuning binnen het sociaal domein neemt toe door vergrijzing en complexere zorgvragen, terwijl tegelijkertijd betaalbaarheid, arbeidscapaciteit en beschikbaarheid van voorzieningen onder druk staan. Ook in het fysieke domein is sprake van schaarste: woningbouw, mobiliteit, klimaatadaptatie, energietransitie en beheer van de openbare ruimte concurreren nadrukkelijk om dezelfde ruimte en middelen. Deze ontwikkelingen hebben voor Papendrecht een extra dimensie. Als compacte gemeente met een hoog voorzieningenniveau en een sterke sociale basis wordt veel gevraagd van de lokale overheid.
Tegelijkertijd is een groot deel van de taken wettelijk bepaald en wordt een aanzienlijk deel van het gemeentelijk handelen uitgevoerd in medebewind. De financiële ruimte om lokaal bij te sturen is beperkt en sterk afhankelijk van rijksmiddelen, waarvan de toereikendheid en stabiliteit onzeker blijven. Dat maakt dat niet alle ambities gelijktijdig realiseerbaar zijn en dat prioritering onvermijdelijk is. Dit brengt de gemeente in een spagaat: de noodzaak om te blijven investeren in leefbaarheid, ondersteuning en toekomstbestendigheid staat tegenover de verantwoordelijkheid om financieel beheerst en uitvoerbaar te blijven sturen. Dit vraagt om scherpe keuzes, fasering en soms ook het heroverwegen van bestaande inzet. Daarbij geldt dat het niet maken van keuzes ook gevolgen heeft, bijvoorbeeld door verdere kostenstijging of toenemende druk op uitvoering en organisatie. Het is belangrijk daarbij te benadrukken dat deze situatie geen teken is van gebrek aan grip of sturing. De gemeente Papendrecht is financieel op korte termijn in control. De onzekerheden waar we voor staan zijn grotendeels extern en structureel van aard. Voor college en raad ligt de opgave daarom niet in het vermijden van onzekerheid, maar in het bewust omgaan ermee: tijdig duiden, risico’s inzichtelijk maken en gezamenlijk bepalen waar de inzet in de komende jaren op wordt gericht. 13
2. BELEIDSONTWIKKELINGEN
De beleidsontwikkelingen die hierna worden beschreven, moeten in dat licht worden gelezen. Zij geven inzicht in de belangrijkste trends en opgaven die zich aandienen, zonder vooruit te lopen op definitieve beleidskeuzes. Deze perspectiefnota beoogt daarmee het gesprek te faciliteren over richting, prioriteiten en uitvoerbaarheid, als gezamenlijke opdracht van college en raad richting de nieuwe bestuursperiode.
2.2 MAATSCHAPPELIJK EN SOCIALE ONTWIKKELINGEN Binnen het sociaal en maatschappelijk domein komen meerdere (beleids)ontwikkelingen samen die van grote invloed zijn op het toekomstig samen leven in Papendrecht. Denk aan dubbele vergrijzing, stijgende zorgvragen, en spanningen in de samenleving. Deze ontwikkelingen zijn niet los te zien zijn van de demografische trends, landelijke vraagstukken, keuzes van de Rijksoverheid en de geopolitieke situatie. Samenlevingsvisie De Samenlevingsvisie (2025) is de basis voor wat we doen en de keuzes die we maken. We werken daarin nauw samen met inwoners, lokale partners en regionale samenwerkingen. Vanuit de Samenlevingsvisie is onze inzet de komende jaren gericht op drie ontwikkellijnen. 1. Inwoners vormen de samenleving: Mensen redden zich goed en helpen elkaar waar nodig. We zetten ons in om dat te behouden, versterken en vergroten. 2. We voorkomen problematiek: We richten ons op de kernproblemen van inwoners. Door onderliggende oorzaken aan te pakken, voorkomen we dat intensievere ondersteuningsvragen ontstaan en doorbreken we kansenongelijkheid. 3. We bieden ondersteuning zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig: We maken een omslag naar meer groepsgerichte, lichtere hulpverlening in plaats van intensieve specialistische inzet.
We zetten individuele specialistische hulpverlening alleen in als het eigen netwerk of alternatieve vormen van hulp niet mogelijk zijn. We geven via reguliere uitvoeringsplannen invulling aan de prioriteiten van de Samenlevingsvisie, zoals het uitvoeringsplan Aanpak onderwijsachterstanden en het uitvoeringsplan Armoede. We passen beleid stapsgewijs aan. Op dit moment treffen we voorbereidingen voor het uitvoeringsplan Gezondheid en een uitvoeringsplan Aanpak Preventie Veerkrachtige jeugd & Sterke gezinnen (besluitvorming door nieuw college). Niet alles kan (tegelijk). Samen met onze strategische partners maken we gezamenlijk uitgangspunten en een afwegingskader dat mede richting geeft aan de uitvoering. Het is aan een nieuw college om op specifieke prioriteiten extra nadruk te leggen in de komende bestuursperiode, om zo de uitdagingen van deze tijd het hoofd te bieden. Speelveldverkenning sociaal domein Voor de nieuwe bestuursperiode verkennen we dit jaar de huidige inrichting van het sociaal domein in het perspectief van de Samenlevingsvisie. De verkenning richt zich op het brede sociaal domein, met een primaire focus op de gemeentelijke taken. Hierbij worden de wettelijke taken en de niet-wettelijke taken afzonderlijk in beeld gebracht. Daarnaast brengen we belangrijke partners in de samenwerking in beeld, zoals het onderwijsveld,
14
2. BELEIDSONTWIKKELINGEN
de zorg enzovoorts. Door goed in beeld te hebben waar we nu staan (huidig speelveld) en waar we naartoe willen (speelveld Samenlevingsvisie) kunnen we de organisatie van taken optimaliseren (integrale en mogelijke financiële efficiëntie) en de strategische koers bepalen. . Versterken sociale basis in de wijk De verandering in het sociaal domein kan alleen slagen met een weerbare, zorgzame sociale basis. Daarom is het eerste spoor in de Samenlevingsvisie ‘Inwoners vormen de samenleving’. De prioriteiten hierbij zijn onder meer het stimuleren van inwoners om naar elkaar om te zien, het ondersteunen van gemeenschappen en initiatieven en als professionals nabij, laagdrempelig aanwezig zijn in de buurt. Binnen Papendrecht zijn in de afgelopen jaren diverse projecten gestart die hier invulling aan geven. Denk aan de Integrale Wijkaanpak (IWA, 2023), de Zorgzame Buurt (2024), Samen in de Buurt (voorheen: de Buurt als ecosysteem, 2025). Verder startte, op initiatief van het Rijk en de VNG, in 2025 in de diverse regio’s de verkenning naar maatschappelijke weerbaarheid (op grond van de Wet veiligheidsregio’s). Onze inzet voor de diverse projecten organiseren we grotendeels vanuit tijdelijke middelen zoals het Integraal Zorgakkoord en de SPUK Buurt als Ecosysteem. Deze beleidsontwikkelingen en het feit dat veel incidenteel gefinancierd is, vraagt van het nieuwe bestuur om keuzes t.a.v.
projectmatig en wijkgericht werken. Uiterlijk in 2027 komen we met een voorstel hiertoe. Op dit moment loopt er, in lijn met het accommodatiebeleid en de actieagenda wonen en zorg voor senioren, een behoefteonderzoek naar ontmoetingsruimtes, het mogelijk toevoegen van ruimtes die geschikt zijn voor ontmoeting en de spreiding hiervan over het dorp. De uitkomsten hiervan vragen om prioritering en opvolging in de komende bestuursperiode. Passende huisvesting voor iedereen De druk op de woningmarkt is groot. Ook bij het huisvesten van zogenoemde aandachtgroepen lopen we hier als gemeente tegenaan. Regionaal is de constatering dat de afgelopen jaren de realisatie van voorzieningen voor Beschermd Wonen & Opvang (BW&O) achterbleef. Als gemeente werken we aan projectvoorstellen op basis van de agenda Huisvesting Kwetsbare Groepen (HKG) die we kunnen indienen voor de investeringsagenda. Wat het meerjarig perspectief van BW&O, mede onder invloed van de doordecentralisatie gaat zijn, is nog niet te zeggen. Voor de huisvesting van statushouders voldoet de gemeente op dit moment niet aan haar taakstelling. De afgelopen jaren steeg de gemeente op de interventieladder van de provincie, vanwege de opgelopen achterstand. Om een inhaalslag te maken en bestuurlijke indeplaatsstelling te voorkomen, werken we nu aan maatregelen.
Niet alle kosten voor randvoorwaarden en beheer zijn vooraf volledig te voorzien, maar onze insteek is om dit zoveel mogelijk kostenneutraal te organiseren op basis van subsidieregelingen vanuit het Rijk. Recent is de tweede cyclus van de Spreidingswet ingegaan. De nieuw gepubliceerde indicatieve verdeling van de provincie laat voor onze gemeente een opgave zien van 165 plekken (was 183 opvangplekken). Op provinciaal niveau is er nog een aanzienlijk tekort, wat maakt dat dit ook de komende jaren een (regionaal gezamenlijke) opgave van aanzienlijke omvang is.
15
2. BELEIDSONTWIKKELINGEN
Lokale maatregelen jeugdhulp De maatregelen die regionaal en lokaal voortkomen uit de Hervormingsagenda Jeugd en het Verbeterprogramma ‘Beschikbare en Betaalbare Jeugdhulp’ worden geïmplementeerd. Doel hiervan is jeugdhulp beschikbaar te houden voor gezinnen die dit nodig hebben en de kosten te beperken. In lijn met de Hervormingsagenda worden de rijksbijdragen sterk afgebouwd. Als het niet lukt de kosten te laten dalen, ontstaat er een groot tekort tussen rijksbijdragen en kosten jeugdhulp. Leidend voor onze lokale aanpak is de Routekaart jeugd, waarin gewerkt aan maatschappelijke en organisatorische factoren van jeugdhulp. In 2025 is een analyse uitgevoerd naar de ontwikkeling van onze jeugdzorgkosten 2023-2024. Over de uitkomsten van dit onderzoek is de raad in oktober 2025 geïnformeerd, via de raadsinformatiebrief Voortgang routekaart jeugd. Gebaseerd op de uitkomsten van die analyse zijn in deze perspectiefnota voorstellen opgenomen voor meer collectief voorliggend aanbod en intensieve hulpverlening. Hiermee wordt ook geanticipeerd op het wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwet. In de perspectiefnota zijn maatregelen (met bandbreedtes) toegevoegd, waarvan deels incidenteel en deels structurele keuzes. Samen vormen de maatregelen een samenhangend pakket op het vlak van versterken preventie, grip en hulpverlening.
Dit betreffen: inzet op collectief voorliggend aanbod, uitbreiden POH Jeugd, voortzetten Autismepoli, pilot Samen Oplopen, Join-Us, intensieve hulpverlening, voortzetten gedragswetenschapper jeugd, uitvoeringskosten en bijdrage aan regionale maatregelen. GR Sociaal: Participatiewet, inkomensondersteuning en Wmo Binnen het taakveld Inkomensondersteuning nemen de lasten toe doordat de (te optimistische) uitstroomveronderstelling vanuit de GR Sociaal wordt losgelaten en de CPBprognose wordt gevolgd, gecombineerd met een hogere gemiddelde bijstandsuitkering. Ondanks extra inspanningen op gebied van de Participatiewet blijft de uitstroom uit de bijstand vergroten, een uitdaging. Op dit moment werken we aan bijstelling van beleid op gebied van (het in balans brengen van) de Participatiewet, in samenhang met het minimabeleid en inzet op arbeidsmarktparticipatie. Binnen de Wmo stijgen de kosten door contractuele prijsindexaties - met name bij Begeleiding (4,9%) en door een toenemende vraag vanwege de dubbele vergrijzing. Verder zien we een effect op de kosten vanwege het beëindigen van de pilot Herstelgerichte Ondersteuning. We werken op dit moment aan een voorstel tot nieuwe invulling van de herstelgerichte ondersteuning. Gezien de stijgende kosten van de GR Sociaal werken we in regionaal verband aan maatregelen om de begroting van de GR Sociaal te dempen.
Het doel is enerzijds behoud van voorzieningen voor inwoners die dat echt nodig hebben en tegelijk meer grip geven op de vraagontwikkeling en op de kosten. Samen met regiogemeenten werken we de businesscases uit en inventariseren we waar dat van toepassing is welke voorinvestering nodig. Over het
16
2. BELEIDSONTWIKKELINGEN
jaar 2026 geeft de voorjaarsnota (peilmoment maart 2026) een tekort aan van € 1,3 mln. De voorjaarsnota 2026 dient nog te worden vastgesteld door het algemeen bestuur in juni 2026. We zien dat o.b.v. verwachte afname een stijging in de lasten. Daarnaast vindt er een bijstelling plaats van de loon- en prijsontwikkeling. Op dit moment gaan we er nog vanuit dat het Rijk een compensatie biedt voor de bijgestelde loon- en prijsontwikkeling. Daarnaast ligt er nog een opdracht bij de GRS om ombuigingen door te voeren. Dus nu direct de begroting 2026 bijstellen vinden we op dit moment te voorbarig. Zorgakkoorden Op landelijk niveau zijn zorgakkoorden gesloten die werken aan de bewegingen ‘van zorg naar gezondheid’ en ‘een gezond en actief leven voor iedereen’. In dit perspectief zijn in 2025 het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) en het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg (HLO) gesloten. Deze zorgakkoorden sluiten aan bij de ontwikkeling die wij ook in Papendrecht beogen in de Samenlevingsvisie. Het HLO is vooral gericht op de langdurige zorg (Wet langdurige zorg) en beoogt diverse veranderingen in de langdurige zorg voor ouderen. Het AZWA is een aanvullend akkoord op het Integraal Zorg Akkoord (IZA). De afspraken uit IZA blijven dus bestaan en worden met de nieuwe afspraken versterkt en aangevuld. Het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) loopt tot en met 2026.
In het GALA is afgesproken dat een aantal onderdelen structureel gefinancierd wordt, zoals inzet op gezondheidsachterstanden en valpreventie. Deze onderdelen worden geborgd in het AZWA. Hoe deze akkoorden financieel voor Papendrecht uitwerken, is op dit moment onduidelijk. We verwachten hierover meer duidelijkheid te kunnen geven bij de begroting 2027. Op basis van de huidige beschikbare informatie is er nog geen goed inzicht in de financiële consequenties voor de uitvoering. Dit geldt zowel voor de middellange als kortere termijn. Mogen budgetten bijvoorbeeld flexibel ingezet worden tussen verschillende jaren en tussen thema’s? Dit is zeker voor een kleinere gemeente als Papendrecht van belang. Onder andere vinden we op dit moment onze cofinanciering voor de buurtsportcoaches voor een groot deel in de onderdelen van GALA/Brede SPUK. Onduidelijk is of dat in de toekomst ook kan. We voeren op dit moment analyses uit om te bepalen hoe we onze huidige inzet kunnen vertalen in duurzaam effect en wat daarvoor (blijvend) nodig is. Daarbij wegen we kritisch onze interventies af op effectiviteit en stoppen die wanneer deze onvoldoende meerwaarde hebben. Uitgangspunt is wel dat bezuinigingen van het Rijk niet automatisch gecompenseerd worden door inzet van lokale middelen.
Dierennoodopvang Gemeenten hebben een wettelijke zorgplicht voor het opvangen en verzorgen van zwervend aangetroffen dieren. De uitvoering van deze taak is specialistisch en gebonden aan wetten en regels. Het huidige contract met stichting Louterbloemen loopt af op 31 december 2026. Samen met andere gemeenten is het inkoopproces voor het aangaan van een nieuw contract per 1-1-2027 voor deze taak opgestart. Het jaarlijks budget per 1-1-2027 moet nog bepaald worden in de onderhandelingsfase van het proces.
17
2. BELEIDSONTWIKKELINGEN
Ontwerpbeleidsplan VRZHZ Het Rijk heeft een bezuiniging doorgevoerd op de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR). In reactie hierop is binnen de veiligheidsregio ingezet op voortzetting van de taken binnen de bestaande beleids- en begrotingskaders. De mate waarin dit op termijn haalbaar blijft, vormt een aandachtspunt binnen de regionale samenwerking. Maatschappelijke weerbaarheid De samenleving wordt steeds vaker geconfronteerd met langdurige en complexe crises, zoals klimaatverandering, cyberdreigingen en verstoringen van vitale processen. Deze ontwikkelingen vragen om een verschuiving van een uitsluitend reactieve crisisaanpak naar structurele versterking van maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht. Dit betekent het vergroten van het vermogen van inwoners, organisaties en overheden om risico’s te herkennen, zich aan te passen en gezamenlijk te herstellen na ontwrichtende gebeurtenissen. Over de rol van gemeenten en de structurele inbedding van deze opgave bestaat landelijk nog onzekerheid. Programma Weerbaarheid Papendrecht Om aan te sluiten bij de regionale ontwikkelingen binnen de veiligheidsregio is in Papendrecht het Programma Weerbaarheid opgestart. Dit programma vormt het lokale kader om aan te haken bij het regionale Programmaplan Maatschappelijke Weerbaarheid en om deelname aan de regionale uitvoering mogelijk te maken.
Daarmee wordt toegewerkt naar een samenhangende aanpak en een goede positionering van Papendrecht binnen de regionale veiligheidsstructuur. Integraal Veiligheidsplan 2023–2026 Het Integraal Veiligheidsplan 2023–2026 vormt het beleidskader voor de aanpak van veiligheid in Papendrecht en is opgebouwd rond de pijlers ondermijning, integrale wijkaanpak en verkeersveiligheid. De uitvoering richt zich op samenwerking tussen partners en het versterken van de veiligheid in wijken en de openbare ruimte. In 2026 vindt een evaluatie plaats om te bezien of voortzetting en aanpassing van het veiligheidsbeleid nodig is voor de periode daarna. BOA-capaciteit Naar aanleiding van de motie ‘Uitbreiding buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s)’ (6 november 2025) is een onderzoek uitgevoerd naar de benodigde capaciteit binnen Toezicht en Handhaving. In dit onderzoek zijn drie scenario’s uitgewerkt: het continueren van de huidige situatie met 7 fte BOA’s, een uitbreiding naar 9 fte BOA’s en een scenario waarin uitbreiding wordt gecombineerd met integratie van aanvullende toezichtstaken, zoals afvaltoezicht en suswachters, tot 10,5 fte BOA’s. De structurele jaarlijkse meerkosten van deze scenario’s liggen tussen € 0,65 mln. en € 0,95 mln., afhankelijk van de gekozen omvang en taakinvulling.
De scenario’s laten zien dat uitbreiding bijdraagt aan het duurzaam borgen van het gewenste kwaliteitsniveau, versterking van zichtbaar en wijkgericht toezicht en meer samenhang in de uitvoering. De uitkomsten van het onderzoek, inclusief de financiële doorrekening, zijn in deze Perspectiefnota niet verwerkt maar worden als beleidsontwikkeling meegegeven.
18
2. BELEIDSONTWIKKELINGEN
2.3 FYSIEKE LEEFOMGEVING Ontwikkeling nieuwbouw Voortgezet Onderwijs In 2025 heeft de raad het startsein gegeven voor de uitvoering van de nieuwbouw VOscholen, nieuwbouw Sportvoorziening Van der Palmgebied, nieuwbouw Multifunctionele Accommodatie en een parkeergebouw door investeringskredieten beschikbaar te stellen. Ook is de stedenbouwkundige verkaveling Van der Palmgebied, en zijn de beeldkwaliteitsplannen voor de nieuwbouwontwikkelingen, vastgesteld door de raad. Daarmee werd een belangrijke basis gelegd voor de verdere planvorming. Vooruitkijkend zien wij 2026 als een cruciale periode waarin belangrijke stappen worden voorbereid en uitgevoerd. Het gaat hierbij om het contracteren van het projectmanagement nieuwbouw VO-scholen en Sportvoorziening Van der Palmgebied. Daarna volgt de uitwerking naar voorlopig en definitief ontwerp en, in 2027, de aanbestedingsprocedure voor realisatie van de nieuwe gebouwen. Daarnaast bereiden we de planologische procedures voor om de nieuwbouwplannen mogelijk te maken, en wordt het schetsontwerp inrichting openbare ruimte Van der Palmgebied uitgewerkt. Samen met de beoogde gebruikers wordt de ontwerpfase Multifunctionele Accommodatie verder uitgewerkt. In 2027 volgt de aanbestedingsprocedure voor het contracteren van een marktpartij voor de realisatie.
Over de uitwerking hiervan wordt u in 2026 op verschillende momenten nader betrokken en geïnformeerd. Integraal huisvestingsplan Het Integraal Huisvestingsplan (IHP) dat in 2023 is vastgesteld, vormt de basis voor het realiseren van toekomstbestendige schoolgebouwen. Het plan richt zich op het verbeteren van de kwaliteit van de onderwijshuisvesting en het oplossen van capaciteitsproblemen. Een belangrijk speerpunt is de verduurzaming van het onderwijsvastgoed, met speciale aandacht voor binnenklimaat en functionaliteit. De planning voor de uitvoering van de projecten uit het IHP loopt tot en met 2027. Mobiliteitsplan In 2023 is het Mobiliteitsplan Papendrecht 2035 vastgesteld. Hierin is opgenomen dat we een transitie nastreven naar een verkeersveiliger, leefbaarder en bereikbaar Papendrecht richting 2035. Jaarlijks wordt door het college een uitvoeringsprogramma Mobiliteit opgesteld en vastgesteld. Op basis van dit programma wordt jaarlijks bekeken of extra investeringen noodzakelijk zijn. Als hiervan sprake is dan wordt dit financieel voorgelegd aan de raad. Voor 2026 passen voorziene uitwerkingen van de diverse facetten binnen het beschikbare budget. Smart Delta – Bereikbaar Zuid-Holland De regio Drechtsteden staat aan de vooravond van ingrijpende infrastructurele werkzaamheden met grote impact op bereikbaarheid, economie en leefbaarheid. De geplande
19
2. BELEIDSONTWIKKELINGEN
werkzaamheden aan de Papendrechtse brug (vanaf zomer 2026) vormen daarbij de eerste grote stresstest. In de jaren daarna volgt onder meer het groot onderhoud aan de Van Brienenoordbrug. Deze projecten raken niet alleen de Drechtsteden, maar de volledige corridor Rotterdam – Zuid-Holland-Zuid en verder. De opgave vraagt om intensieve samenwerking, gezamenlijke regie en een robuuste uitvoeringskracht om hinder te beperken en alternatieven te organiseren. Zuid-Holland Bereikbaar (ZHB) is ingericht om deze regionale samenwerking te organiseren. De Drechtsteden gemeenten, Molenlanden en Gorinchem zijn in 2026 toegetreden tot ZHB gezien de urgentie en schaal van de opgave. In 2027 maken we – op basis van de ervaringen in 2026 - de afweging of deze deelname aan ZHB wordt gecontinueerd. Atletiekbaan De atletiekbaan is in 2001 in een samenwerking met de gemeente Sliedrecht aangelegd, gedeeltelijk op een bestaand sportveld en gedeeltelijk op een voormalige parkeerplaats. In 2019 is de baan door de Atletiekunie (KNAU) afgekeurd in verband met scheurvorming en verzakkingen over een lengte van 20 tot 30 meter. In 2020 hebben er herstelwerkzaamheden plaatsgevonden. Uit recente keuringen en onderzoeken komt naar voren dat de atletiekbaan niet voldoet aan de eisen van KNAU en NOC*NSF en reparatie of uitstel geen optie is. Tussen AV Passaat en de gemeente bestaat een samenwerkingsovereenkomst.
Er is overleg gevoerd over wie juridisch verantwoordelijk is voor de atletiekbaan, dit heeft geresulteerd in een door beide partijen aanvaardbaar voorstel voor het vervangen van de baan. De kosten voor de fundering en constructie zijn hierbij voor rekening van de gemeente, kosten van de toplaag voor rekening van AV Passaat. De geraamde kosten voor vervanging bedragen in totaal € 3.080.000, waarvan AV Passaat € 564.000 bijdraagt voor de toplaag. Papendrecht is met gemeente Sliedrecht in overleg over een bijdrage voor de vervanging. Circa 20% van het ledenbestand is afkomstig uit Sliedrecht. De bijdrage van de gemeente Papendrecht komt, vooralsnog, uit op € 2.516.000. Als de baan in 2027 niet wordt vervangen, dan volgt definitieve afkeur. Dit houdt in dat er dan geen wedstrijden meer gehouden mogen worden. Hiermee komt de toekomst van AV Passaat in gevaar, wat een verlies betekent voor de breedtesport in Papendrecht. Daarnaast ontstaat er een moment dat het bestuur van AV Passaat de aansprakelijkheid voor de veiligheid van haar sporters als gevolg van oneffenheden, verzakkingen en scheuren niet meer kan accepteren. Gemeentelijke vastgoed Door de maatschappelijke opgaven is het nodig om een professionaliseringsslag te maken met vastgoed.
De vraagstukken rondom onderhoud (werken met MJOP’s), de vraag naar verduurzaming/vergroening, processen rondom verkoop en verhuur, wet- en regelgeving zoals Didam-arrest en Bibob worden steeds complexer. Ook de samenwerking met partners zoals onderwijs, verenigingen en andere instellingen speelt hierin een rol.
20
2. BELEIDSONTWIKKELINGEN
We ontwikkelen in 2026 een compact strategisch vastgoedbeleid en grondbeleid, wat de lange termijn doelen en het algemene toekomstbeeld van het vastgoed en grondbeleid omschrijft. Hiermee geeft het richting en duiding aan hoe wij onze vastgoedportefeuille zien, naar strategische grondposities kijken en welke maatschappelijke doelstellingen ermee worden nagestreefd. Veerweg Via de Perspectiefnota 2025 is uw gemeenteraad geïnformeerd over een onderzoek naar de mogelijkheid om maatschappelijke zorg en hulpverleningsloket in de accommodatie aan Veerweg 125-127 uit te breiden met een vrijgekomen deel binnen de accommodatie (na de verhuizing van de voormalige bibliotheek). Afgelopen periode is onderzocht welke aanpassingen nodig zijn in de huidige kantoorruimte van stichting Mooi Sociaal (Sterk Papendrecht) en de Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) in Veerweg en de voormalige locatie bibliotheek om een toekomstbestendig centraal loket te realiseren dat beter aansluit bij de ontwikkelingen in het sociaal domein en de gewenste transformatie vanuit de Samenlevingsvisie Papendrecht. Daarnaast zijn de financiële consequenties van de verbouwing en uitbreiding van maatschappelijk zorg- en hulpverleningsloket voor de meerjarenbegroting gemeente Papendrecht in kaart gebracht.
Uit onze eerste bevindingen is gebleken dat de investering voor het voorkeursscenario op dit moment niet opportuun is gezien de financiële omvang. Tegelijkertijd blijft er dringend behoefte aan extra werkruimte voor ons lokale loket, met name in het licht van de transformatie in de regio naar meer lokaal, voorliggend aanbod om dure zorg te voorkomen. Chemours We werken nauw samen met Dordrecht, Molenlanden en Sliedrecht aan het dossier PFAS. Hierin is onze inzet gefocust op schaden uit het verleden te herstellen en toekomstige schade te voorkomen. Voor de schade uit het verleden zijn in 2025 letterlijk de scheppen de grond ingegaan: de pilots voor het saneren van de moestuinen zijn in het eerste kwartaal van 2025 van start gegaan. Een van de pilots vond plaats in Papendrecht, en inmiddels zijn alle drie de pilots afgerond. Het evaluatierapport, waarin de stichting Moestuinherstel reflecteert op de knelpunten in de uitvoering van het Plan van Aanpak, wordt momenteel opgesteld. Voor het voorkomen van toekomstige schaden volgen we actief de vergunningverlening in samenwerking met de DCMR. In november 2024 zijn alle PFAS-stoffen aangemerkt als ZZS. In een brief aan de Tweede Kamer heeft de Staatssecretaris aangegeven dat bedrijven die PFAS emitteren per direct verplicht zijn plannen op te stellen om hun uitstoot te reduceren.
In het verlengde daarvan houden we het uitgangspunt zo snel mogelijk nul-uit-de-pijp aan wanneer we advies leveren aan de DCMR op vergunningaanvragen die zien op het lozen van PFAS. Via diverse wegen (o.a. lobby naar provincie, Rijk en Europa) benadrukken we de noodzaak van het stoppen van de uitstoot (nul-uit-de-pijp). Door politici en Tweede Kamerleden uit te nodigen wordt het dossier op landelijk niveau actueel gehouden. In dit kader organiseren wij samen met de gemeenten Dordrecht, Molenlanden en Sliedrecht jaarlijkse een netwerkbijeenkomst voor alle samenwerkingspartners binnen het dossier PFAS.
21
2. BELEIDSONTWIKKELINGEN
Begin 2025 is een beschikking voor de SPUK-bodemsanering 2024-2030 voor het onderdeel buitenproportionele opgave PFAS toegekend aan de gemeenten. Deze beschikking geldt voor de jaren 2025 en 2026. Deze subsidie is bedoeld om de financiële middelen te verkrijgen die nodig zijn voor het uitvoeren van diverse activiteiten op het gebied van onderzoek, sanering, kennisdeling, innovatie, gezondheidszorg, communicatie, bestuurlijke samenwerking en juridische bijstand, middels een integrale aanpak en programma. Dit is exclusief de meerkosten op civiele werken vanwege PFAS en exclusief kosten van saneringen die niet op de vervuiler verhaald kunnen worden. Eind 2025 hebben wij een aanvraag ingediend voor de jaren 2027 en 2028. De activiteiten die daarin zijn opgenomen zijn een vervolg op de activiteiten zoals opgegeven en beschikt voor de jaren 2025 en 2026. Deze aanvraag wordt begin 2026 beoordeeld. Omgevingswet Sinds de vaststelling van de Omgevingsvisie 2.0 in 2025 is veel aanvullende kennis opgedaan over de beleidscyclus van de Omgevingswet en de rol van de omgevingsvisie als strategisch kerninstrument.
Er zijn belangrijke verbeteringen doorgevoerd, zoals het voldoen aan de eisen vanuit wet- en regelgeving en het beleid van andere overheden, het maken van scherpere beleidskeuzes voor meer duidelijkheid in de uitvoering en het versterken van de doorwerking naar programma’s en het omgevingsplan. In 2026 werken we intensief aan het verder inrichten en structureren van ons beleidshuis. Dit is nodig om de doorwerking van beleid in de volledige beleidscyclus te borgen en om goed voorbereid te zijn op de ontwikkeling van de Omgevingsvisie 3.0 (verwachting 2027). Daarbij erkennen we dat de beleidscyclus geen statisch geheel is, maar een levend en adaptief kader dat voortdurend moet worden geactualiseerd. Monitoring, evaluatie, maatschappelijke ontwikkelingen, juridische wijzigingen en signalen uit de uitvoering bepalen steeds opnieuw of een herziening van de omgevingsvisie, programma’s of regels nodig is. De Omgevingswet vraagt om een cyclische en wendbare manier van werken, waarbij actualisatie structureel en systematisch wordt georganiseerd. Dit sluit aan bij onze programmatische aanpak, waarin eigenaarschap, vakmanschap, samenwerking en integraliteit centraal staan.
De komende periode richten we ons op het optimaal benutten van de volledige beleidscyclus: van beleidsontwikkeling via de omgevingsvisie en programma’s, naar beleidsdoorwerking in het omgevingsplan, tot uitvoering, toezicht, handhaving en de terugkoppeling via monitoring en evaluatie. Het instrumentarium van de Omgevingswet wordt daarbij integraal ingericht en toegepast. Dit vormt uiteindelijk het fundament van het Beleidshuis van Papendrecht, waarin al het gemeentelijk beleid voor de fysieke leefomgeving overzichtelijk, eenduidig en vindbaar wordt ondergebracht. Om dit te realiseren investeren we gericht in het opleiden van medewerkers, het inrichten van eenduidige werkprocessen, verdere digitalisering en het stimuleren van integraal samenwerken.
22
2. BELEIDSONTWIKKELINGEN
Wonen en ruimte De woningbouwopgave in Papendrecht staat de komende jaren voor belangrijke keuzes. Om goed voorbereid te blijven op de toekomstige woonbehoeften, wordt de woningbouwprogrammering en de uitvoering van het Woonplan 2020‑2030 continu gemonitord. Daarbij wordt gekeken naar trends, ruimtelijke mogelijkheden en de effecten van nieuwe wet- en regelgeving, zoals de Wet regie op de volkshuisvesting, die voorschrijft dat twee derde van de nieuwbouw betaalbaar moet zijn, waarvan de helft sociaal. Het RIGO‑onderzoek binnen het Drechtstedenverband is inmiddels afgerond en de resultaten zijn bekend. Deze vormen een belangrijk onderdeel van de evaluatie van het Woonplan 2020‑2030. De uitkomsten geven inzicht in de mate waarin vraag en aanbod in Papendrecht op elkaar aansluiten, of de doelstellingen worden behaald en waar bijsturing nodig is. Op basis hiervan wordt het beleid verder aangescherpt en wordt de woningvoorraad en toekomstige plannen beter afgestemd op de behoeften van de inwoners. De raad wordt in 2026 meegenomen in de resultaten van de evaluatie van het Woonplan 2020‑2030. Bij de evaluatie worden de bevindingen toegelicht, wordt geduid wat deze betekenen voor de huidige koers, welke beleidsaanpassingen nodig zijn en hoe de woningbouwopgave toekomstbestendig wordt uitgevoerd.
De komende jaren staan meerdere plannen op de agenda die naar verwachting zullen leiden tot een significante toename van betaalbare en sociale woningen ten opzichte van voorgaande jaren. Dit is een belangrijke stap in het aanpakken van de woningnood en het realiseren van de ambities binnen de woningbouwopgave. Het uiteindelijke doel is het realiseren van een gebalanceerde woningvoorraad. Dat betekent dat zowel de sociale woningvoorraad op peil wordt gehouden (circa 30%) als dat er gebouwd blijft worden in het midden- en hogere segment. Deze mix is essentieel voor het maken van een sociaaleconomische schaalsprong en het verder versterken van de regio. Uitvoeringsprogramma Centrum In de Omgevingsvisie 2.0 zijn verschillende prioriteiten opgenomen die verder moeten worden uitgewerkt in zogenaamde programma’s. Het Omgevingswetprogramma Centrum is daar een voorbeeld van. In dit programma wordt integraal gekeken naar de mogelijke en gewenste ontwikkeling tot 2040. Dit is een complexe opgave waarbij verschillende doelstellingen vanuit de omgevingsvisie met elkaar in evenwicht gebracht en gewogen moeten worden.
Verschillende vragen liggen aan de basis: hoe kunnen wij de komende jaren binnen het centrum om gaan met (nieuwe) woningbouw opgaven, welke (economische) ontwikkelingen zijn relevant voor Winkelpark De Meent, welke verschillende vormen van mobiliteit zijn passend, op welke wijze(n) het centrum kan worden vergroend, verduurzaamd en klimaatadaptief worden gemaakt? Ook de verbinding tussen het centrum, de Jachthaven en de waterkant zijn uitdrukkelijk een onderdeel van dit Programma Centrum. Stakeholders als bewoners, ondernemers en derden zijn in het participatieproces betrokken. Na het vaststellen van het omgevingswetprogramma Centrum is reeds gestart met het opstellen van het uitvoeringsprogramma Centrum.
23
2. BELEIDSONTWIKKELINGEN
Detailhandel Het beleid voor detailhandel en horeca in Papendrecht was voorheen vastgelegd in de ‘Koersnotitie Detailhandel’ (2014) en in de Horecanota Papendrecht (2003). Beide documenten zijn toe aan een actualisatie. Het detailhandels- en horecalandschap ziet er immers anders uit. Denk aan ontwikkelingen zoals toegenomen internetverkopen en de corona- en energiecrisis. De omgevingswet biedt een kans het horeca- en detailhandelsbeleid te bundelen en onder te brengen in gecombineerd beleid. Hiermee wordt uitwerking gegeven aan de vastgestelde ambities uit de omgevingsvisie. Het programma bundelt visie, ambitie en beleidsregels en zet deze om in activiteiten om de doelstellingen te realiseren. Het programma biedt ook een kapstok voor beleidsontwikkeling op deelonderwerpen, die ondersteunend zijn aan de detailhandel en horeca, zoals bijvoorbeeld het terrassenbeleid. Een concept beleidsstuk is momenteel in de afrondende fase. Deze wordt na eerste beoordeling door het college met betrokken ondernemers gedeeld. Eventuele feedback wordt verwerkt in een definitieve versie. Naast de afstemming met betrokken ondernemers geldt de gebruikelijke ter inzagelegging. Afvalinzameling HVC - Afsluiting Papendrechtse brug De afsluiting van de brug kan mogelijk leiden tot extra kosten voor de afvalinzameling.
Inzamelaar HVC moet in dat geval omrijden van en naar de afvalcentrale in Dordrecht, wat resulteert in langere rijtijden, extra brandstofverbruik en mogelijk hogere personeelskosten. Op dit moment worden alternatieve routes en oplossingen onderzocht om de impact zo beperkt mogelijk te houden daarbij is het uitgangspunt om eventuele meerkosten zoveel mogelijk te beperken. Afvalstoffenbelasting en CO2-heffing verbranden restafval Het Rijk heft verschillende belastingen op het verbranden van restafval. Dit betreft afvalstoffenbelasting in 2026 met € 41,- per ton verbrand restafval (excl. BTW) en CO2heffing met € 5,80 per ton verbrand restafval (excl. BTW). In het Belastingplan 2026 heeft het Rijk voor de komende jaren een aanzienlijke verhoging in het vooruitzicht gesteld. Voor de komende jaren 2027-2030 kan dit resulteren in een (indicatieve) verhoging van de gemeentelijke Afvalstoffenheffing van € 9 voor 2027 via € 20 in 2028, € 26 in 2029 naar € 32 in 2030 per huishouden. Dit gebaseerd op resultaat 2025, 90 kg restafval per inwoner. Baggeren havens Recent is het meerjarenplan baggeren havens geactualiseerd. Dit op basis van de peilgegevens van de afgelopen jaren en de verwachte slibaanwas in de havens. Met de huidige jaarlijkse storting van € 62.500 is de planning in de voorziening baggeren havens haalbaar tot 2031.
Vanaf 2032 is het noodzakelijk om de jaarlijkse storting te verhogen naar € 70.000 om deze baggerwerkzaamheden uit te voeren. Prijsstijgingen openbare ruimte De afgelopen periode zijn de brandstofprijzen aanzienlijk gestegen. Deze ontwikkeling heeft directe invloed op de kosten van transport en de inzet van materieel binnen onze werkzaamheden. Er is inmiddels van diverse leveranciers en aannemers bericht ontvangen dat 24
2. BELEIDSONTWIKKELINGEN
zij, als gevolg van de stijgende brandstofprijzen, een brandstoftoeslag zullen gaan toepassen op hun leveringen en diensten. De exacte hoogte van deze toeslag is op dit moment nog niet bekend. In het BW en regelgeving GGW zijn los van reguliere prijsindex verschillende regelingen voor extreme prijsstijgingen voorzien waarbij de extreme prijsstijgingen gerelateerd worden aan o.a. het geldende ondernemersrisico en de projectomvang.
2.4 DUURZAAMHEID EN ENERGIETRANSITIE In 2024 is het ‘Versnellingsprogramma Drechtsteden 100% aardgasvrij’ bestuurlijk ondertekend door gemeenten, provincie Zuid-Holland, Stedin, HVC, de waterschappen en de woningcorporaties. We spraken samen af meer tempo te maken en op basis van solidariteit te streven naar een robuust en betaalbaar regionaal warmtenet. De belangrijkste niet ingevulde randvoorwaarden die ons belemmeren hierbij zijn wet- en regelgeving en het uitblijven van financiële oplossingen voor de stijgende kosten voor elke gebouweigenaar en de infrastructuur. Dit zijn onderwerpen waarvoor wij nu met name inzetten op een stevige lobby. Daarnaast vraagt netcongestie aandacht om anders naar het energiesysteem en -gebruik te kijken. Een stabiel en betrouwbaar energiesysteem zorgt er voor dat we een aantrekkelijk gemeente blijven voor ondernemers en dat inwoners kunnen verduurzamen. Om te kunnen versnellen is extra formatie en middelen beschikbaar. Het Rijk heeft hiervoor de regeling Capaciteit Decentrale Overheden voor Klimaat- en Energiebeleid (hierna CDOKE) in het leven geroepen, waarmee gelden beschikbaar zijn (en worden ingezet) voor de inzet van capaciteit voor Klimaat en Energie. Deze gelden worden tot en met 2030 uitgekeerd. De huidige regeling loopt tot en met 2025. Voor de jaren 2026 tot en met 2030 wordt een nieuwe regeling opgesteld.
De middelen voor 2026 zijn inmiddels via het gemeentefonds vrijgegeven. De middelen worden ingezet middels het programmateam Energietransitie. Het programmateam is onderdeel van het programma Duurzaamheid en wordt afhankelijk van het thema aangevuld met collega’s vanuit verschillende disciplines. Regionaal wordt ingezet op delen van beschikbare capaciteit. In 2025 het Warmteprogramma Papendrecht 2025-2030 vastgesteld. We zijn ook in 2025 gestart met het opstellen van buurtuitvoeringsplannen om buurten op een duurzame manier te verwarmen. De regio Drechtsteden biedt hierbij ondersteuning. In het Warmteprogramma staat in welke buurten we de komende tien jaar willen beginnen met een warmtenet. Dat zijn: de Erasmusbuurt, Den Briel, Centrum, Kraaihoek-Zuid en de Schrijversbuurt. In elke buurt maken we een plan op maat. Dat doen we samen met inwoners en partners. En we starten pas als het kan. Ook is in 2025 het MCO-programma gestart, waarmee woningeigenaren van grondgebonden woningen ondersteund worden in het verduurzamen van hun woning. Ook in 2026 gaan we door met dit programma. De ontwikkelingen op de Energietransitie en op Duurzaamheid zorgen ervoor dat lokaal de vraag naar nieuwe medewerkers voor de energie- en warmtetransitie actueel blijft.
Het programma Klimaatadaptatie 2025-2029 is opgesteld om invulling te geven aan de landelijke doelstellingen en om het thema klimaatadaptatie te borgen in de gemeentelijk organisatie. Deze actualisatie loopt parallel met het opstellen van het Water- en Rioleringsprogramma. Hierdoor zijn zij goed met elkaar verbonden. 25
2. BELEIDSONTWIKKELINGEN
2.5 REGIO Regio Deal In februari 2024 heeft het Rijk € 25 miljoen toegewezen aan de Smart Delta Drechtsteden Regio Deal. In september 2024 is deze definitief beklonken. Deze financiering ondersteunt projecten die gericht zijn op het verbeteren van de levenskwaliteit, het woon- en werkklimaat in de betrokken gemeenten. Deze deal richt zich op drie hoofdthema’s: Bestaanszekerheid, gezonde en verbonden oevers en inwoners en toegepaste innovatie voor een duurzame delta. In de Regio Deal zitten twee projecten waaraan gemeente Papendrecht deelneemt. Dit betreft “Impuls gezonde wijken en inwoners in de Drechtsteden en Gorinchem” (regiopartner Dordrecht) en “Groenblauwe verbindingen en rivieroever ontwikkeling in de Alblasserwaard” (regiopartner Sliedrecht). Specifiek voor Papendrecht betekent dit investeren in gezonde buurten vergroening en recreatieontwikkeling.
2.6 BEDRIJFSVOERING Organisatieontwikkeling De dynamiek en complexiteit van de omgeving waar de gemeente zich toe moet verhouden, vereist wendbaarheid en weerbaarheid van de ambtelijke organisatie. Daarvoor is blijvende aandacht voor de organisatieontwikkeling noodzakelijk. Organisatieontwikkeling is niet alleen een kwestie van structuur maar ook van inhoud en cultuur. Noodzakelijke veranderingen in organisaties gaan altijd langs die drie nauw verweven invalshoeken. Voor de cultuurkant van organisatieontwikkeling is een duidelijke focus nodig op onze kernwaarden en kenmerken van de hedendaagse professional in een gemeentelijke organisatie. Met een programmatische aandacht wordt prioriteit gegeven aan de thema’s opdrachtgever-/nemerschap, ambtelijk vakmanschap en elkaar (beter) leren kennen. Binnen het spoor opdrachtgeverschap/opdrachtnemerschap wordt geïnvesteerd in rolduidelijkheid, heldere opdrachtformulering, prioritering en het organiseren van professionele tegenspraak. Hiermee wordt een versterking van de interne sturing en uitvoeringskracht beoogd. Het spoor van ambtelijk vakmanschap is gericht op het verhogen van het bestendigen en vergroten van de kwaliteit van de dienstverlening. De activiteiten worden gekoppeld aan onboarding en leerlijnen, zodat borging binnen de organisatie plaatsvindt. Het derde spoor wordt in 2026 gericht op elkaar (beter) leren kennen.
De dynamiek in de samenstelling van de organisatie vraagt nadrukkelijk om aandacht voor elkaar en elkaars talenten. Daarmee wordt de samenwerking versterkt en de integraliteit en kwaliteit van dienstverlening vergroot.
26
2. BELEIDSONTWIKKELINGEN
Informatiemanagement Het regionale programma ICT Beweegt eindigt formeel per april. Er zijn nog enkele restpunten die in de lijn worden belegd. Denk hierbij aan het afscheid van de huidige virtuele werkplek (GRID) en het onderzoek naar een toekomstbestendige grafische werkomgeving. Na afronding hiervan beschikken we over een toekomstbestendige, flexibele, en vooral veilige werkomgeving die voldoet aan wet- en regelgeving. Verdere ontwikkeling en innovatie blijft noodzakelijk. Een professionele en efficiënte regionale informatievoorzieningsketen met duidelijke taken, verantwoordelijkheden en slagkracht is van groot belang. Dit wordt in de komende jaren gerealiseerd via een regionaal transitieprogramma. Dit programma omvat onder andere het opstellen van een regionale i-visie die leidend is voor de uit te voeren projecten. Wij zullen hier actief met de regio in samenwerken. De verwachting is dat de komende jaren extra middelen nodig zijn om de uitvoering van dit programma te bekostigen. We verwachten dat we in de loop van 2026 meer duidelijkheid kunnen verschaffen omtrent de inzet van extra middelen. Gemeente Papendrecht zoekt nadrukkelijk de samenwerking op om de toegevoegde waarde van AI (artificial intelligence) op de dienstverlening te onderzoeken. Aandachtspunten zijn de techniek, de benodigde kennisopbouw in de organisatie, de ethische vraagstukken en de privacy.