Perspectiefnota 2025-2030, versie 19052025.pdf
Tekst van het document
Perspectiefnota 2025 2025 - 2030
PERSPECTIEFNOTA 2025
Inhoudsopgave Leeswijzer
4
1. Inleiding
6
2. Beleidsontwikkelingen
14
2.1 Maatschappelijk en sociale ontwikkelingen
15
2.2 Fysieke leefomgeving
20
2.3 Duurzaamheid en energietransitie
24
2.4 Regio
25
2.5 Bedrijfsvoering
26
3. Financiële ontwikkelingen
30
3.1 Bijstelling meerjarenperspectief 2025-2030
31
Incidentele ontwikkelingen
31
Structurele ontwikkelingen
41
3.2 Bijstelling Investeringsprogramma 2025 – 2030
47
Administratieve wijzigingen
50
4. Ombuigingen
51
Lijst van afkortingen
59
3
PERSPECTIEFNOTA 2025
Leeswijzer rr
ng eni ek
De Planning en Control cyclus De planning- en controlcyclus is een jaarlijks terugkerend proces waarin de gemeente vooruitkijkt en plannen maakt voor het komende jaar, de voortgang ban het lopende jaar monitort en waar nodig bijstuurt. Gemeente Papendrecht doet dit door elk jaar diverse stukken samen te stellen en te bespreken over de gemeentelijke plannen en financiën. Dit zijn: de Perspectiefnota, de begroting, de concernrapportage en de jaarrekening. Hierin wordt zowel naar de toekomst gekeken, als verantwoording afgelegd over het verleden.
Pe r
ti ec sp
Jaa
HUISHOUDBOEK JE GEMEENTE PAPENDRECHT
efn ota gr Be
ot
a nr cer Con
pp
ing
P&C cyclus or t ag e
Collegeprogramma Iedere vier jaar na de gemeenteraadsverkiezingen stelt het nieuwe college een collegeprogramma op. Hierin stelt het nieuwe college vast waar zij de komende periode zich op willen focussen. Strategie, beleid en belangrijke aandachtspunten met financiële vertaling daarvan zijn in het collegaprogramma verwoord. De raad neemt kennis van het collegeprogramma. Perspectiefnota De perspectiefnota en het beleid vanuit het collegeprogramma vormen samen de basis voor de plannen voor het nieuwe jaar. In juni /juli spreekt de gemeenteraad zich bij het voorjaarsdebat uit over deze plannen. In de perspectiefnota staan de aanpassingen in beleid en de financiële vertaling daarvan voor de komende vier jaar. Elk jaar wordt deze nota geactualiseerd. Begroting Op basis van de uitkomsten van de bespreking van de perspectiefnota wordt een begroting voor de komende vier jaar opgesteld. Deze begroting wordt in november door de gemeenteraad vastgesteld tijdens het begrotingsdebat. Het college voert daarna het beleid uit binnen de financiële grenzen die zijn aangegeven in de begroting.
Concernrapportage In de concernrapportage worden de laatste ontwikkelingen en bijstellingen van het lopende begrotingsjaar verwerkt. Deze concernrapportage wordt in december door de gemeenteraad vastgesteld.
Jaarrekening
De cyclus eindigt met het resultatendebat in juni. In dit debat legt het college verantwoording af aan de gemeenteraad over het gevoerde beleid van het afgelopen jaar met het financiële jaarverslag en de jaarrekening. 4
WAARUIT BESTAAT DE PERSPECTIEFNOTA? De Perspectiefnota 2025-2030 bestaat uit een aantal onderdelen: Inleiding In de inleiding geeft het College van Burgemeester en Wethouders een korte vooruitblik op 2026. Hierin worden belangrijke verwachtingen in het komende jaar toegelicht, inclusief een doorkijk van de financiële huishouding. Beleidsontwikkelingen In dit hoofdstuk worden op het gebied van sociaal domein, fysieke leefomgeving, duurzaamheid, regio en bedrijfsvoering een beleidsmatige doorkijk gegeven naar de komende jaren. Financiële ontwikkelingen In dit hoofdstuk worden de incidentele en structurele beleidsontwikkelingen financieel vertaald en nader toegelicht. Daarnaast wordt een financieel meerjarenperspectief weergegeven na verwerking van de financieel vertaalde beleidsvoornemens. Ook worden de bijstellingen in het investeringsprogramma 2025-2030 voorgelegd om deze vast te stellen. Ombuigingen In dit hoofdstuk zijn de ombuigingsvoorstellen opgenomen inclusief toelichtingen. Met het doorvoeren van deze ombuigingen worden er maatregelen genomen om de begroting betaalbaar te houden.
5
VERKEER & VERVOER
Titel met onderwerp? Lopende tekst
1. Inleiding
6
1. INLEIDING
1. Inleiding In deze laatste perspectiefnota die in de huidige coalitieperiode wordt vastgesteld, kunnen we terugkijken naar grote en ook mooie besluiten die genomen zijn. Allemaal besluiten die belangrijk zijn voor de toekomst van Papendrecht. Laten we dat met elkaar koesteren en versterken. We leven in een complexe wereld met grote geopolitieke spanningen. Er zijn meerdere plekken waar oorlog aan de orde is, ook dicht bij huis. Dit zorgt voor onrust en onzekerheid en daardoor voor spanningen. Het wereld¬toneel valt echter buiten onze cirkel van invloed. Een belangrijk houvast is de voor ons niet te beïnvloeden ontwikkelingen vanuit een realistisch en nuchter perspectief te beschouwen. Er wordt zoveel als mogelijk gehandeld vanuit de opgaven die spelen in de samenleving. Deze opgaven bepalen de rol die onze gemeente daarin heeft of neemt. Soms is dat faciliterend, soms ook initiërend. Strategische visie 2025 - 2040 De gemeenteraad van Papendrecht werkt aan een strategische visie voor de gemeente om zo aan de toekomstige opgaven te kunnen voldoen en de dienstverlening aan inwoners, maatschappelijke instellingen en ondernemers verder te verbeteren. Er spelen grote vraagstukken in de samenleving. Denk aan klimaat, energie, wonen, ruimtelijke ontwikkeling, bestaanszekerheid, onderwijs en zorg. Stuk voor stuk thema’s die een grote inzet van de gemeente Papendrecht vragen.
Dat vraagt om een vergezicht, een strategische visie, te ontwikkelen voor de gemeente om de gezonde positie van Papendrecht te behouden en waar nodig te versterken en ook in de toekomst onze voorzieningen in stand te houden. Op 14 maart 2025 heeft er een heidag van de gemeenteraad plaatsgevonden. Er worden door de gemeente¬raad verschillende toekomstscenario’s ontwikkeld. Die scenario’s leiden tot een aantal mogelijke toekomstbeelden voor Papendrecht 2040. Deze scenario’s worden ook weer besproken met de gemeenteraad en het college. Rond de zomer worden de ondernemers, maatschappelijke organisaties en inwoners gevraagd weer mee te werken aan de strategische visie voor de gemeente. De al ontwikkelde visies, zoals Omgevingsvisie, Samenlevingsvisie en andere plannen worden in de analyses en uitwerking van de toekomstscenario’s meegenomen. Het streven is de Strategische visie eind 2025 door de gemeenteraad te laten vaststellen. Papendrecht in de regio De eerste drie jaren van de collegeperiode hebben duidelijk gemaakt wat goed loopt in Papendrecht en ook waar verbeteringen kunnen worden aangebracht. In deze perspectiefnota worden met name onderdelen beschreven die aandacht behoeven of een inhoudelijke versterking nodig hebben. 7
1. INLEIDING
Regionaal is afgesproken in te zetten op vijf inhoudelijke thema’s. Als college hechten wij ook grote waarde aan het versterken van deze thema’s, die de verbondenheid in de regio bevestigen. Het gaat om: 1. Wonen (in het bredere perspectief van volkshuisvesting en ruimtelijke ontwikkeling). 2. Bereikbaarheid en mobiliteit. 3. Economie (vestigingsklimaat – rol gemeente). 4. Blauw / groen (aandacht voor natuur en water en de verbinding daartussen). 5. Energie. 1. Wonen Met betrekking tot de woningbouw is afgesproken om voor zo veel mogelijk verschillende doelgroepen te bouwen. Ook wordt er gebouwd voor mensen die op de vlucht zijn voor oorlog en geweld. We werken aan het bouwen van woningen conform het Woonplan 2020-2030. In 2026 wordt onder andere de oplevering van 137 woningen gerealiseerd in het kader van de Zorgzame Buurt. Op de plek van Poldermolen 8 worden 65 woningen gebouwd. Op de plek van de voormalige Opel Centrale worden circa 82 appartementen gebouwd. Daarnaast is ook gestart met de projecten Veerpromenade (40 appartementen), Toren M (37 appartementen) en P.C. Hooftlaan (35 appartementen). Al deze projecten dragen substantieel bij aan de verscheidenheid in het woningaanbod en zijn afgestemd op de verschillende segmenten binnen de woningmarkt. 2.
Bereikbaarheid en mobiliteit In de basis ligt Papendrecht gunstig met de snelwegen A15 en A16 dicht in de buurt (met de N3 als verbindende schakel) en het vervoer over water. De intensiteit van het verkeer neemt echter toe, waardoor een kleine verstoring tot extra verkeerscongestie leidt. Ook staat het openbaar vervoer onder druk. De komende periode wordt dit een grote uitdaging voor Papendrecht, vanwege het noodzakelijke onderhoud aan bruggen en viaducten in onze regio. Uiteraard wordt dit vraagstuk in regionaal verband opgepakt. 3. Economie Het college is van mening dat vanuit economisch perspectief een impuls nodig is. Of dat nu gaat om het vestigingsklimaat, OV, bereikbaarheid in algemene zin, arbeidspotentieel of onderwijs, we moeten meer in verbinding zijn met onze (grote) ondernemingen. We moeten samen met hen waar dit kan het initiatief nemen om provincie of rijksoverheid te bewegen de sociaaleconomische structuur van onze regio en met name ook onze gemeente te versterken. Het gaat daarbij niet alleen om faciliteren, maar juist ook om samen innoveren. Wij willen het economische vestigingsklimaat versterken. De wijze waarop is daarbij ondergeschikt. Dit kan lokaal extra formatieve inzet of impulsbudgetten vragen. 4. Blauw/groen In onze gemeente is behoud van natuur essentieel. Groen moet groen blijven. Het belang van water is door de ligging van onze gemeente evident.
De versterking van en aandacht voor natuur en water zijn essentieel. Denk bijvoorbeeld aan klimaatadaptatie, het opvangen van water in natte perioden, waterveiligheid en het voorkomen of beperken van hittestress. Ook bij het bouwen is verdichting met natuurinclusieve bebouwing belangrijk.
8
1. INLEIDING
5. Energie De energiestrategie is bij uitstek een regionaal thema. Het is van belang de regionale energiestrategie te borgen in ons lokaal beleid. Sinds 2024 is er veel aandacht voor een dreigende netcongestie en de noodzakelijke toename van het aantal trafo’s in onze gemeente. De komende jaren zal dit een blijvend punt van zorg en aandacht zijn. De komende jaren wordt de aandacht voor duurzaamheid en isolatie gecontinueerd. Duurzame woningen zijn noodzakelijk om van het gas af te kunnen gaan. Het verduurzamen van onze eigen gebouwen (een van de actiepunten van het collegeprogramma) heeft vertraging opgelopen en behoeft ook extra aandacht. Daarnaast zijn regionaal bestuursopdrachten verstrekt aan de verbonden partijen om mee te denken en bij te dragen aan de ombuigingsopgaven waar we als gemeenten voor staan. Er is een regionale regiegroep ingericht die toeziet op de uitvoering van de bestuursopdrachten. Andere inhoudelijke thema’s Naast de hierboven genoemde vijf inhoudelijke thema’s zijn er ook andere onderwerpen die wij als college de komende periode extra aandacht willen geven. Het gaat om de volgende aanvullende onderwerpen: • Versterken sociale basis Er is oog voor kwetsbare mensen, mensen die aan de kant staan. We bewegen daartoe van zorg naar het versterken van de sociale basis.
• Speelveldverkenning sociaal domein Tijdens de gesprekken over de ombuigingen binnen het sociaal domein is opnieuw bevestigd hoe uitgebreid en veelzijdig dit domein is. Het omvat een breed scala aan beleidsterreinen – van zorg en jeugd tot participatie en welzijn – waarbij veel partners en inwoners betrokken zijn. Juist deze rijkdom aan activiteiten en samenwerkingen maakt het soms lastig om het geheel goed te overzien. De situatie rondom de ombuigingen is momenteel stabiel en beheersbaar. Dat biedt ons een waardevol moment van rust en ruimte om gezamenlijk te reflecteren. We grijpen dit moment aan om via een gericht traject een nog scherper beeld te krijgen van het sociaal domein in Papendrecht. De uitkomsten van het rekenkameronderzoek op jeugd wordt hier ook in meegenomen. Met deze verkenning versterken we de basis voor toekomstgerichte keuzes en een duidelijke koers. Bij die speelveld¬verkenning zijn drie vragen belangrijk: Wat doen we? Wie doet wat? En wat levert het op? Daarbij worden de uitgaven in beeld gebracht (met aandacht voor de wettelijke en nietwettelijke taken). Ook is een schets van de structuur van het sociaal domein essentieel, waarbij vooral aandacht wordt gegeven aan de inrichting, rolverdeling en (eventuele) dubbelingen in taken. Zo ontstaat als het ware een kaart van het speelveld sociaal domein.
• Programma detailhandel, horeca & Terrassen Het terrassenbeleid behoeft actualisering. Dit wordt in een breder Programma detailhandel, horeca & Terrassen opgepakt. • Digitalisering / beveiliging gegevens Digitalisering wordt steeds belangrijker in ons dagelijks functioneren. De laatste jaren is de aandacht verlegd van techniek naar de meer ethische vraagstukken rondom de toepassing van ICT. De goede dialoog daaromtrent gaan we in Papendrecht nog voeren. De beveiliging van onze gegevens is een steeds groter wordend vraagstuk. De dreiging 9
1. INLEIDING
van cybercriminaliteit en het belang van het hebben van toegang tot gegevens is een aandachtspunt. De laatste tijd hebben we daar ook qua inzet in geïnvesteerd. Informatieveiligheid zal de komende jaren een nog prominentere rol gaan spelen. • Opvang van vluchtelingen Begin 2026 wordt aan de Weteringsingel een AMV-locatie gerealiseerd. Naast de aanpassingen aan het gebouw door het COA, bereiden wij ons voor op een goede opvang van deze AMV-jongeren in Papendrecht. Dit doen we onder andere door in gesprek te gaan met inwoners en ondernemers, en door het betrekken van het onderwijs, maatschappelijke organisaties, verenigingen en kerken. Zo zorgen we ervoor dat alleenstaande minderjarige vluchtelingen vanaf hun aankomst actief kunnen meedoen in onze samenleving. • Integrale wijkaanpak Met de integrale wijkaanpak wordt beoogd de leefbaarheid en veiligheid in de wijk te vergroten. De relevante actoren in de wijk zijn steeds meer betrokken. Zij vormen feitelijk samen de integrale wijkaanpak en waarborgen zo de samenwerking en daarmee de uitvoering van de wijkaanpak op langere termijn. De integrale wijkaanpak is nu voor tijdelijk 3 jaar gefinancierd. • Grotere rol technologie op (werkwijze) organisatie We zien een toenemende invloed van technologie op de werkvloer. Een bij iedereen bekende invloed is de toepassing van artificial intelligence (AI).
Het is onvermijdelijk dat de nieuwe technieken onze werkprocessen gaan beïnvloeden en functies gaan veranderen. Ook hier is de verwachting dat op korte termijn een investering noodzakelijk zal zijn om op de langere termijn efficiënter te kunnen werken. Ombuigingen In de vorige raad– en collegeperiode is een goede basis gelegd voor een gezonde financiële situatie. Daar plukken we nog steeds de vruchten van. Nu moeten we – met name door tegenvallende inkomsten vanuit het Rijk en de kostenontwikkelingen in het sociaal domein – opnieuw ombuigen en een nieuwe balans zoeken. Dit mede in het licht van de opgaven die wij zien voor de komende jaren die een forse inzet van de gemeente vragen. Het is verstandig om te denken en te handelen vanuit een lange termijn financieel meerjarenperspectief. De kern daarbij is realistisch en meer op risico begroten en het verbeteren van de efficiency. In 2023 speelde het vraagstuk of en hoe we ons konden voorbereiden op wat in heel Nederland het financiële ravijnjaar (2026) voor gemeenten werd genoemd. Op dat moment wisten we vanuit de financiële stand van zaken dat de financiële problemen voor ons in 2026 relatief gering waren ten opzichte van veel gemeenten in Nederland. Vanuit die kennis is in 2024 gestart met voorwerk dat heeft geleid tot een catalogus met ombuigingsmogelijkheden.
Daarna is eind januari 2025 het bestuurlijke proces gestart met de eerdergenoemde catalogus als uitgangspunt. De gemeenteraad heeft een kader meegegeven voor de ombuigingsmogelijkheden. De cruciale afweging in het proces om met de noodzakelijke ombuigingen om te gaan is de vraag tot welk jaar wij onze begroting financieel sluitend maken. De korte termijn verplichting is om het jaar 2026 sluitend te maken. We zijn in de positie om de begroting tot en met 2030 sluitend te maken zonder dat dit tot lokale grote maatschappelijk gevolgen leidt. In de perspectiefnota is deze langere termijn variant uitgewerkt. We zijn hierbij uitgegaan van de laatste financiële stand van zaken rondom de algemene uitkering. Uiteraard zal in de loop van de jaren meer inzicht in het verloop van de algemene uitkering ontstaan. 10
1. INLEIDING
Ontwikkelingen Arbeidsmarkt en Organisatieontwikkeling Vorig jaar schreven we over de onzekerheden met betrekking tot de arbeidsmarkt. De situatie blijft wankel. Het CPB geeft aan dat hoewel de groei van de werkgelegenheid terugloopt, de arbeidsmarkt krap is en blijft. Tegelijkertijd hebben we te maken met diverse uitdagingen, zoals de financiële verhouding tussen het Rijk en de gemeenten en de toegenomen gemeentelijke taken (bijvoorbeeld de implicaties van de invoering van de Omgevingswet). Verder zijn de laatste tijd veel jonge(re) mensen in dienst gekomen, hetgeen voor een nieuwe energie zorgt. Maar het duurt enige tijd om het verlies aan ervaring door natuurlijke uitstroom te compenseren. We zien in Papendrecht dat het ondanks de krappe arbeidsmarkt tot nu toe redelijk lukt, met onder andere uitvoering geven aan de motie “Anoniem solliciteren” en het amendement “Wijsheid van de grijsheid”, om personeel in vaste dienst te nemen. Dat draagt bij aan de afname van externe inhuur. Externe inhuur zal echter nodig blijven vanwege moeilijk vervulbare vacatures, en benodigde specialistische expertise. We merken dat de veranderde wetgeving (Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties) met gevolgen voor ZZP’ers ons helpt om vast personeel aan te trekken.
De ambitie en inzet om een toekomstgerichte en wendbare organisatie te zijn is essentieel om ons werk op een doeltreffende wijze te blijven doen. Wij willen daarom onze medewerkers breed inzetbaar maken en houden door te investeren in hun opleiding en doorstroom te bevorderen. Hierdoor kan flexibel ingespeeld worden op veranderende omstandigheden om ons heen, in onze organisatie en ten aanzien van de verschillende behoeften van onze inwoners, bedrijven en instellingen. We streven daarbij naar een goede bedrijfsvoering, die ons in staat stelt om snel te kunnen schakelen en te anticiperen op (toekomstige) veranderingen in onze omgeving. Financiële status op hoofdlijnen De financiële verhouding tussen Rijk en gemeente is door de afspraken die zijn gemaakt in de voorjaarsnota 2025 van het Rijk iets verbeterd. In de voorjaarsnota 2025 zijn extra middelen beschikbaar gesteld in het gemeentefonds. Het betreft op hoofdlijnen voor de duur van drie jaar (2025-2027) een compensatie voor de toegenomen jeugd¬zorg¬kosten, een gedeeltelijke reparatie van de structurele terugval van het gemeentefonds vanaf 2026 en heeft er een actualisatie plaatsgevonden van de loonprijs- en volumegroei op basis van de laatste Centraal Economisch Plan (CEP) cijfers. Het financiële effect hiervan op de algemene uitkering voor onze gemeente zal bij de meicirculaire 2025 duidelijk worden.
In de voorliggende perspectiefnota hebben wij een inschatting gemaakt en de financiële vertaling opgenomen. Bij de uitwerking van de meicirculaire 2025 komen wij hier via de raadsinformatiebrief op terug met tegelijkertijd een nieuw financieel beeld voor de komende jaren. Geconcludeerd kan worden dat de financiële situatie feitelijk naar 2028 wordt doorgeschoven, waarbij het Rijk wel heeft aangegeven zo snel als mogelijk met de VNG om de tafel te willen om ook naar de toekomst toe maatregelen te treffen. Dat is positief nieuws. Er blijven grote vraagstukken spelen voor zowel het Rijk als de gemeenten vanuit het medebewind. Denk daarbij o.a. aan bestaanszekerheid, onderwijs, zorg (ouderen en jeugd), 11
1. INLEIDING
asiel en migratie, veiligheid, strategische investeringsagenda voor de regio, kwaliteit van de leefomgeving, klimaat en energie en woningbouw. Om als gemeente te kunnen blijven voldoen aan de maatschappelijke opgaven die er liggen is er ruimte en vertrouwen nodig. Daarbij zijn stabiele, structurele en voorspelbare inkomsten om onze rol te vervullen noodzakelijk. Op dit moment zien we dat de financiële relatie tussen rijk en gemeenten, die al geruime tijd te wensen over laat, op dit moment structureel onderwerp van gesprek is.1 Uit de voorjaarsnota 2025 blijkt dat het overheidssaldo voor de komende jaren negatief is. Zo komt in 2025 het saldo naar verwachting uit op ‒ 2,6% bbp. Vanaf 2026 ligt het verwachte saldo op ‒ 3,0% bbp. Dit betekent dat parallel aan de gemeentelijke opgaven die er liggen er ook op Rijksniveau het nodige aan de hand is, wat ervoor zorgt dat de financiële ruimte niet onbeperkt is. Ondanks dat de Europese financiële regels wat zijn versoepeld vanwege de hoge investeringen in defensie wordt er op Rijksniveau wel gesproken over mogelijke bezuinigingen. Dit is een complicerende factor die gaat meespelen in de vervolggesprekken die met het Rijk plaatsvinden. We zien dat het Rijk veel incidenteel begroot en vaak onhaalbare taakstellingen (nog doelmatiger werken) in het meerjarenperspectief opneemt.23 Aspecten die spelen bij het Rijk zijn o.a.
de opgelopen rentekosten wat in het verleden heeft geleid tot onhaalbare ambities die nu gefinancierd moeten worden, het wegvallen van de gas-inkomsten, de stijgende kosten opvang asielzoekers, de toeslagenaffaire, de forse investeringen in defensie, nieuwe ambities op het gebied van klimaat en duurzaamheid, de bouwambities, belasting¬kortingen en verhoging minima, oplopende zorgkosten, vergrijzing en forse onderhoudsinvesteringen in het fysieke domein die noodzakelijk zijn. Andere manier van begroten tussen Rijk en gemeenten Gemeenten zijn financieel sterk afhankelijk van het Rijk, maar verkeren over de omvang van die middelen structureel in onzekerheid. Bij veel uitkeringen van het Rijk gaat het om incidenteel geld voor structurele taken, terwijl de wet voorschrijft dat gemeenten structurele taken uit structurele middelen moeten bekostigen. Vaak worden deze uitkeringen, met name de decembercirculaires, bovendien zo laat aangekondigd dat ze niet meer in de gemeentebegroting kunnen worden opgenomen en ook niet meer in het betreffende jaar worden besteed. Dit bemoeilijkt het voeren van een duurzaam begrotingsbeleid. Dit maakt het voor gemeenten bijzonder lastig, zo niet onmogelijk, financieel structureel evenwicht te realiseren.
Er wordt al door diverse organisaties (VNG, IPO, BDO, Deloitte, ROB, COELO, etc.) geadviseerd om het onderscheid in incidentele en structurele begrotingsruimte in te ruilen voor simpelweg gewoon het meerjaren begrotingssaldo. Ongeacht de uitkomst van de complexe omstandigheden waarin we met het Rijk zitten blijft de boodschap dat alleen met een goede (financiële) uitgangspositie de decentrale overheden kunnen bijdragen aan het oplossen van de grote maatschappelijke uitdagingen. Adviesrapport “Rust-Reinheid-Regelmaat. Evenwicht in de bestuurlijk-financiële verhoudingen” (Raad van Openbaar Bestuur, 11 maart 2021) 2 Briefadvies “Raamwerk toekomstbestendige financiële verhoudingen” (Raad van Openbaar Bestuur, 29 februari 2024) 3 Adviesrapport “Afrekenen met disbalans” (Raad van Openbaar Bestuur, 19 maart 2025) 1
12
1. INLEIDING
Het financieel toezicht door de provincie is gebaseerd op het structureel begrotingsevenwicht. Dat is de reden dat het begrotingssaldo gecorrigeerd moet worden met de incidentele baten en lasten om inzicht te krijgen in het structurele begrotingssaldo. De maatschappelijke, wettelijke en economische ontwikkelingen blijven in hoog tempo doorgaan. Daarnaast zijn er nog de ambities uit het collegeprogramma wat de druk op het financieel meerjarenperspectief doet toenemen. Na verwerking van de opgenomen financiële ontwikkelingen in de Perspectiefnota 2025-2030 ziet het meerjarenperspectief inclusief de verwerking van de ombuigingsvoorstellen er als volgt uit:
FINANCIEEL MEER JARENPERSPECTIEF 2025-2030
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Structureel begrotingssaldo na Begroting 2025
€ 1.699.500
€ -1.110.000
€ -1.962.000
€ -1.096.000
€ -808.000
€ -808.000
Begrotingssaldo na Begroting 2025
€ 1.387.000
€ -1.433.000
€ -1.965.000
€ -1.109.000
€ -686.000
€ -686.000
Saldo Perspectiefnota 20252030 Incidenteel
€ -709.000
€ 352.000
€ -44.000
€-
€-
€ -60.000
Saldo Perspectiefnota 20252030 Structureel
€ -344.000
€ -230.000
€ 177.000
€ -1.667.000
€ -1.744.000
€ -1.866.000
Totaal saldo Perspectiefnota 2025-2030
€ -1.053.000
€ 122.000
€ 133.000
€ -1.667.000
€ -1.744.000
€ -1.926.000
Structureel begrotingssaldo na Perspectiefnota 2025-2030
€ 1.355.500
€ -1.340.000
€ -1.785.000
€ -2.763.000
€ -2.552.000
€ -2.674.000
Begrotingssaldo na Perspectiefnota 2025-2030
€ 334.000
€ -1.311.000
€ -1.832.000
€ -2.776.000
€ -2.430.000
€ -2.612.000
Saldo Ombuigingen Incidenteel
€-
€ 75.000
€ 65.000
€ 50.000
€ 40.000
€ 50.000
Saldo Ombuigingen Structureel
€-
€ 2.666.700
€ 2.765.400
€ 2.882.100
€ 2.862.100
€ 2.817.100
Totaal saldo ombuigingen
€-
€ 2.741.700
€ 2.830.400
€ 2.932.100
€ 2.902.100
€ 2.867.100
Structureel begrotingssaldo na Ombuigingen
€ 1.355.500
€ 1.326.700
€ 980.400
€ 119.100
€ 310.100
€ 143.100
Begrotingssaldo na Ombuigingen
€ 334.000
€ 1.430.700
€ 998.400
€ 156.100
€ 472.100
€ 255.100
Rekening houdend met de financiële doorrekening van de voorjaarsnota 2025 van het Rijk in de algemene uitkering, de financiële vertaling van beleidsontwikkelingen en de resultaten vanuit het ombuigingsproces, zien we dat er tot en met 2030 een positief begrotingssaldo aanwezig is. Daarbij zien we wel vanaf 2028 een dip ontstaan in het financieel beeld als gevolg van het feit dat het Rijk maar voor drie jaar compensatie geeft voor de hoge jeugdzorgkosten en het ravijnjaar 2026 maar gedeeltelijk is gecompenseerd, zie ook de toelichting bij de algemene uitkering. Feitelijk wordt het ravijnjaar met twee jaar opgeschoven. De definitieve omvang van de algemene uitkering voor Papendrecht is pas bekend bij de meicirculaire 2025 (eind mei 2025). Voorop staat dat we blijven doen wat goed is voor Papendrecht en dat vraagt van ons allen ondanks de (financiële) onzekerheden die er zijn om niet op onze handen te blijven zitten en niks doen. Proces Door het vaststellen van deze Perspectiefnota 2025-2030 stemt de raad naast budgetaanpassingen en investeringsprogramma voor het lopende jaar 2025 ook in met de basisuitgangspunten voor de begroting 2026-2030. 13
VERKEER & VERVOER
Beleids Titel met2. onderwerp? Lopende tekst
ontwikkelingen
14
2. BELEIDSONTWIKKELINGEN
2. Beleidsontwikkelingen In dit hoofdstuk geven wij een breder beeld van wat we het komende jaar zien aan beleidsontwikkelingen die op ons afkomen en waarop we ons moeten voorbereiden. Het is geen limitatieve opsomming, maar het betreft wel de meest relevante ontwikkelingen die nu bekend zijn.
2.1 MAATSCHAPPELIJK EN SOCIALE ONTWIKKELINGEN Binnen het sociaalmaatschappelijk domein komen meerdere (beleids)ontwikkelingen samen die van grote invloed zijn op het toekomstig samen leven in Papendrecht. Ontwikkelingen die lokaal impact hebben, maar nooit los te zien zijn van de geopolitieke situatie, de demografische trends, landelijke vraagstukken en keuzes van de Rijksoverheid. Hieronder benoemen we de belangrijkste uitdagingen die we voor de nabije toekomst op ons af zien komen. Samenlevingsvisie Op het moment van samenstellen heeft het college aan uw raad de samenlevingsvisie Papendrecht aangeboden. Vanuit deze visie willen we werken met drie sporen: 1.
we faciliteren onze inwoners om meer naar elkaar om te zien;
2.
we zetten gericht in op groepen inwoners om te zorgen dat iedereen mee kan doen, over noodzakelijke vaardigheden kan beschikken en ongezonde verleidingen steeds meer kunnen vermijden; en
3.
we zorgen voor ondersteuning voor de meest kwetsbaren in de samenleving, met als uitgangspunt dat we steeds meer groepsgericht aanbieden in plaats van individueel.
Na de besluitvorming implementeren we stapsgewijs de uitgangspunten van de visie in onze uitvoering, waaronder subsidieregelingen en beleidsregels. Versterken sociale basis in de wijk Een project dat goed aansluit bij de sporen uit de Samenlevingsvisie, is de Integrale Wijkaanpak (Kraaihoek en Middenpolder). We werken samen met onze partners wijkgericht aan leefbaarheid, verbinding, bestaanszekerheid en veiligheid. Wel signaleren we dat we voor deze wijkaanpak een lange adem nodig hebben. Concreet betekent dit dat uw raad volgend jaar een afweging moet maken over het voortzetten van nu tijdelijke middelen voor de Integrale Wijkaanpak. We haken als gemeente daarnaast aan bij innovatieve projecten zoals “De Zorgzame Buurt” en “De Buurt als Ecosysteem”. Deze projecten, met als gemene deler het omzien naar elkaar in de sociale basis, worden nu incidenteel gefinancierd vanuit het Integraal Zorgakkoord of andere regionale of landelijke gelden. De baten landen echter niet alleen bij de gemeente maar ook bij andere partijen zoals zorgverzekeraars. Het blijft belangrijk om, onder meer via de VNG, aandacht te vragen bij het Rijk voor structurele financiële compensatie, al dan niet met cofinanciering vanuit de zorg. 15
2. BELEIDSONTWIKKELINGEN
Passende huisvesting voor iedereen We zetten in op passende huisvesting voor de verschillende doelgroepen op de woningmarkt. Zoals de doelgroep senioren, via de actieagenda Wonen en zorg voor senioren. De maatregelen die in de actieagenda staan voeren we uit, waarbij we zoeken naar mogelijkheden voor cofinanciering, subsidies en andere regelingen. We ondersteunen ook de doelgroep starters, onder meer met de Starterslening. Van deze starters¬leningen wordt veel gebruikt gemaakt waardoor de verwachting is dat het plafond in 2025 wordt bereikt. We onderzoeken hoe we in de toekomst geld beschikbaar kunnen houden voor het uitgeven van nieuwe startersleningen. Voor het huisvesten van statushouders lopen we aan tegen een krappe woningmarkt (en dus een achterstand op de taakstelling) en wisselende signalen van de Rijksoverheid. We blijven in nauw contact met de provincie als toezichthouder over het inlopen van onze achterstand. In regionaal verband bereiden we ons voor op de doordecentralisatie van beschermd wonen en blijven we bijdragen aan de agenda Huisvesting Kwetsbare Groepen (HKG). Voor de toekomst kijken we verder uit naar de extra mogelijkheden die de Wet versterking regie volkshuisvesting zou kunnen bieden, die recent door de minister is aangeboden aan de Tweede Kamer. Jeugdhulp naar voren Binnen de jeugdhulp zien we een toename van de complexiteit van hulpvragen.
Dit gaat van gedragsproblemen en leerproblemen tot mentale gezondheidskwesties. Door preventief te werken, vroeg te signaleren en de onderliggende kernproblemen aan te pakken, vermindert dit de kans op escalatie. Jeugdhulp naar voren speelt hierbij een belangrijke rol. We helpen jongeren om gezond en veilig op te groeien. Elke euro die we investeren in preventieprogramma’s bespaart geld door lagere zorgkosten en hogere productiviteit, zoals blijkt uit onderzoek van ZonMw. Als de nu incidenteel ingezette interventies succesvol blijken te zijn komen we bij uw raad terug met de vraag structureel te investeren. De andere kant van de medaille is dat we kijken naar het strakker inkaderen van jeugdhulp. Dit doen we, lokaal en regionaal, door aanpassingen in de werkwijze en het inkoopkader Jeugd. Ook wordt regionaal en lokaal in het programma “Betaalbare en beschikbare jeugdhulp” gewerkt aan het afbakenen van het recht op jeugdhulp. Hiervoor werken we de komende tijd voorstellen inclusief financiële consequenties verder uit. Waar nodig vullen we regionale keuzes aan met die onderdelen die we als Papendrecht belangrijk vinden. Wmo naar de voorkant Een preventieve beweging is ook nodig als het gaat om Wmo-maatwerkvoorzieningen. Net als elke gemeente worstelen wij met het beschikbaar houden van zorg en ondersteuning voor onze inwoners.
Enerzijds omdat de vraag het aanbod overstijgt door personeelstekorten, anderzijds de kosten door de groeiende aantallen en stijgende kostprijzen steeds hoger worden. Steeds meer maken we daarom de beweging naar mogelijkheden die preventieve of collectieve inzet kan bieden. Ook dit vraagt investeren om de stijging af te buigen. Om mensen toch te ondersteunen en zo lang mogelijk zelfredzaam te houden, zolang zij daar 16
2. BELEIDSONTWIKKELINGEN
zelf nog krachtig genoeg voor zijn. Zwaardere en duurdere zorg kan dan beschikbaar blijven als dat nodig is. Preventie, leefstijlprogramma’s en sport, aangepaste woonvormen en technologie bieden kansen voor de Wmo-doelgroep. Tegelijkertijd kijken we kritischer naar duurdere maatwerkvoorzieningen. De komende jaren werken we in de regio samen verder aan deze beweging. Waar nodig vullen we regionale keuzes aan met die onderdelen die we als Papendrecht belangrijk vinden. Regionale bestuursopdracht toekomstbestendig sociaal domein Naast het lokale ombuigingstraject gaven we regionaal ook een opdracht aan de GR Sociaal en de GR Dienst Gezondheid en Jeugd (DG&J) om te komen tot besparingsvoorstellen onder de noemer ‘een toekomstbestendig sociaal domein’. De GR DG&J kijkt onder meer naar het bundelen van Dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) en het actualiseren van het inkoopkader jeugd. De GR Sociaal onderzoekt, naast besparingen op de bedrijfsvoering en opties in het beleidsprogramma (lokaal mandaat), samen met gemeenten waar aanbod lokaal en regionaal mogelijk leidt tot dubbelingen. Beide GR’en onderzoeken daarnaast de voordelen en mogelijke besparingen van meer samenwerking en het anders inrichten van de toegang. Voor de specifieke onderzoeksopdrachten verwachten we dat de uitkomsten in de loop van dit jaar bekend worden. Als de uitkomsten bekend zijn kunnen die verwerkt worden.
Regionaal kijken we samen met de GR DG&J en GR Sociaal waar we meer scherp aan de wind kunnen zeilen. Regionaal kunnen keuzes gemaakt worden die niet afdoende zijn voor onze lokale vraagstukken. Het proces in de regio is op dit moment nog volop in beweging. Wanneer de uitkomsten bekend zijn, en we van mening zijn dat aanvulling lokaal nodig is, nemen we dit mee bij de zienswijze op de begrotingen van GR DG&J en/of GR Sociaal en doen we daartoe voorstellen in onze lokale begroting 2026. Aflopen specifieke uitkeringen Vanaf 2026 gaat het budget van de SPUK Gemeentelijk Onderwijsachterstandenbeleid (GOAB) met 10 procent omlaag. De SPUK GOAB blijft in 2026 nog bestaan en daarna gaan de middelen naar verwachting over naar het gemeentefonds. Mogelijk heeft dat nog verdere impact op de hoogte van het bedrag. In de herziening van het onderwijsachterstandenbeleid in 2025 houden we rekening met deze onzekerheid. Hetzelfde geldt voor het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA), waarvan de middelen tijdelijk zijn. We ontvangen geld via een SPUK voor interventies en buurtsportcoaches tot en met 2026. Het vervolg is onduidelijk. Sommige middelen vervallen of verminderen al in 2026. We voeren op dit moment analyses uit om te bepalen hoe we onze huidige inzet kunnen vertalen in duurzaam effect en wat daarvoor (blijvend) nodig is.
Uitgangspunt daarbij is wel dat bezuinigingen van het Rijk niet automatisch gecompenseerd worden door inzet van lokale middelen.
17
2. BELEIDSONTWIKKELINGEN
Verdere aandachtspunten sociaal-maatschappelijk domein Naast deze belangrijkste ontwikkelingen hebben we te maken met de volgende aandachtspunten als het gaat om het inhoudelijk en financieel meerjarenperspectief: • Door de toegenomen taken van Sterk Papendrecht, maar ook de samenwerking met andere organisaties zoals de Sociale Dienst Drechtsteden (integrale klantroute) is de huidige kantoorruimte aan de Veerweg te krap. In het “Vastgoed en Accommodatiebeleid Gemeente Papendrecht” is eerder opdracht gegeven onderzoek te verrichten om het vrijgekomen deel binnen de accommodatie Veerweg 125-127 (voormalige locatie bibliotheek) voornamelijk uit te werken als locatie voor maatschappelijke hulp- en dienstverlening. We werken aan een plan voor verbouwing en uitbreiding. De financiële consequenties van het plan (kosten en inkomsten) worden nog onderzocht. • We implementeren de ‘Aanpak Voorkomen Escalatie’(AVE) als gezamenlijke werkwijze voor complexe problematiek. We onderzoeken op dit moment wat er nodig is om het AVE-model te implementeren. De formatie die voor procesregie is vrijgemaakt is nu incidenteel. Om structureel te werken via het AVE-model is structurele formatie nodig. Hier komen we volgend jaar bij uw raad op terug.
• Als vervolg op het huidige actieplan armoede- en schuldenproblematiek (waarvan zowel het plan als de middelen daarvoor dit jaar aflopen) stellen we in 2025 een nieuw uitvoeringsplan op. We inventariseren inhoudelijk en financieel welk vervolg nodig is. • Naar verwachting geldt vanaf juni 2026 een wettelijke zorgplicht voor de bibliotheek. Vanaf 2027 wordt daarvoor een bijdrage per inwoner toegevoegd aan de algemene uitkering van de gemeenten. Die middelen zijn bedoeld als opvolger van de SPUK-bibliotheek uit 2024. Zo kan de bibliotheek hun kwaliteitsverbetering behouden, die zij met de SPUK-gelden uitvoeren. Voor 2025 en 2026 zijn de middelen via de Septembercirculaire 2024 toegekend vanuit het gemeentefonds. Dit heeft een budgetneutraal effect. • We verwachten in 2025 een wetsvoorstel met maatregelen om de Participatiewet te verbeteren en de balans tussen rechten en plichten te herstellen. Bij het doorvoeren van de wijzigingen in onze lokale verordening (waar nodig) nemen we gelijk de gelegenheid te baat om het lokale beleid tegen het licht te houden. We voorzien vooralsnog geen financiële consequenties. • We wachten nog altijd op de inwerkingtreding van de Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (Wams). Deze wet moet een stevige wettelijke basis bieden voor domein-overstijgende dienstverlening voor onze inwoners.
Wanneer deze wet in werking treedt en wat het voor ons als gemeente gaat betekenen is niet duidelijk. • De huidige aanbestedingsperiode voor de aanbieders die regionaal met de WEB-middelen (Wet educatie beroepsonderwijs) worden gefinancierd, loopt af. Naar verwachting worden de nieuwe aanbieders eind 2025 gecontracteerd vanuit de regionale middelen die de centrumgemeente beheert. • We onderzoeken in de regio naar een beheermaatschappij voor woonwagen-standplaatsen. Op dit moment beheert de gemeente woonwagenstandplaatsen, evenals Woonkracht10. De nieuwe constructie moet duidelijkheid geven over rollen, taken en financiën. • In regionaal verband kijken we naar een ander sturingsmodel voor Stroomlijn BV. Stroomlijn verzorgt leerlingen- en doelgroepenvervoer, maar wordt steeds vaker ook ingezet voor andere mobiliteitsvraagstukken. Dit maakt het niet langer passend dat de aandelen onder de GR Sociaal vallen. In de loop van 2025 verwachten we dat hier meer duidelijkheid over komt. 18
2. BELEIDSONTWIKKELINGEN
• De implementatie van het landelijke Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming vraagt regionaal en lokaal een andere manier van werken, die aansluit op ons plan van aanpak Huiselijk geweld en kindermishandeling. Het doel is onder meer om escalatie op het vlak van veiligheidscasuïstiek te voorkomen. Hieraan gekoppeld is de vraag welke (extra) inzet dit vraagt van het jeugdteam. We brengen de komende tijd in beeld wat dit concreet betekent. • We werken samen met cultuur- en sportorganisaties aan de plannen voor een MFA in het Van der Palmgebied. Dit gebeurt in samenhang met de ontwikkeling van de VO-scholen. We gaan gesprekken voeren over tarifering en brengen in beeld wat dit ook voor subsidies aan organisaties betekent. • Begin 2025 is een evaluatie afgerond naar de Recreatie en Cultuur Holding (RCH). Een extern bureau is tot de conclusie gekomen dat het huidige construct nog steeds het meest passende is voor de doelstellingen van de gemeente. Om de samenwerking effectiever te maken en RCH bedrijfsmatiger te laten functioneren doet het bureau diverse aanbevelingen. Deze worden in 2025 geïmplementeerd. • We onderzoeken hoe we toekomstbestendig vorm kunnen geven aan de kinderboerderij, en wat daarvoor nodig is. De financiële vertaalslag wordt nog in beeld gebracht. We informeren op een later moment verder over deze ontwikkeling.
• In de Perspectiefnota van 2023-2028 stelde uw raad incidenteel geld beschikbaar tot en met 2026 om de inzet op het vlak van Jeugd- en Onderwijsbeleid te versterken. De reden hiervoor was dat de minimale basis met de structurele capaciteit op deze twee beleidsterreinen niet bereikt kon worden. De raad heeft deze gelden ter beschikking gesteld om aan de wettelijke uitvoering te voldoen. Eind 2025 /begin 2026 wordt geëvalueerd of voortzetting hiervan nodig is. We komen in de Perspectiefnota van 2026-2031 hierop terug. • Dit geldt ook voor het versterken van onze inzet in het maatschappelijk domein. In de Perspectiefnota van 2023-2028 heeft de raad incidenteel geld ter beschikking gesteld voor een beleidsadviseur Sociaal Domein die als grootste taak heeft om te sturen op het account Sterk Papendrecht. De vraag was ook mede gevoed doordat de capaciteit in het Beleidsteam Maatschappelijk Ontwikkeling niet was meegegroeid met de ontwikkelingen op de taken die we in de afgelopen jaren als gemeente erbij hebben gekregen. Ook hier zullen we deze capaciteit tijdig evalueren, eind 2025 / begin 2026. Veiligheid In 2023 is het Integraal Veiligheidsplan (IVP) met daarin de prioriteiten verkeersveiligheid, ondermijning en de integrale wijkaanpak vastgesteld. Tot en met 2026 wordt er extra inzet gepleegd op deze prioriteiten en worden de opgestelde uitvoeringsplannen uitgevoerd.
Jaarlijks wordt er een Actieplan Ondermijning opgesteld aan de hand van het Plan van Aanpak Ondermijning 2024 -2026. Het jaar 2025 zal hierbij in het teken staan van verdere bewustwording en weerbaarheid van de eigen organisatie, ketenpartners, inwoners en ondernemers. Ook blijven we aandacht geven aan de bondgenoten en vroegsignalering. In voorgaande jaren lag de focus op het verbeteren van de informatiepositie door middel van integrale controles bij bedrijven. Naast de integrale controles bij bedrijven zullen er in 2025 ook meer controles plaatsvinden in het kader van de Basis Registratie Personen (BRP) in woningen waar signalen zijn van ondermijnende criminaliteit. Bij deze controles zal ook meer aansluiting gezocht worden bij de integrale wijkaanpak. Ook wordt er gekeken naar potentiële nieuwe ontwikkelingen en risico’s zoals jonge aanwas, vastgoedfraude en zorgfraude.
19
2. BELEIDSONTWIKKELINGEN
In 2025 zal opvolging worden gegeven aan de uitvoeringsplannen van de integrale wijk aanpak. Vanuit veiligheid zullen verschillende acties en projecten uitgevoerd worden, bijvoorbeeld het project Politiekids en Huiselijk Geluk. Verder zal uitvoering worden gegeven aan het oppakken van casuïstiek op het gebied van zorg en veiligheid en zal in samenwerking met het sociaal domein het AVE-model verder uitgewerkt en vormgegeven worden. Ook zal worden gewerkt aan preventieve programma’s op het gebied van jonge aanwas en criminele jeugdgroepen. Ook wordt 2025 gebruikt om werkprocessen in beeld te brengen en te optimaliseren. Op het gebied van rampenbestrijding en crisisbeheersing zal een bijdrage worden geleverd aan de werkgroep Evacuatie bij hoog water. Daarnaast wordt ingezet op het verhogen van de maatschappelijke weerbaarheid in relatie tot een crisis. Hierbij ligt het accent op niet- en/ of verminderde zelfredzame personen. Door nu te investeren op de veerkracht van de samenleving besparen we in de toekomst op de inzet die nodig is ten behoeve van de niet-en verminderde zelfredzame doelgroepen. Daarnaast worden op lokaal niveau diverse trainingen georganiseerd om de crisisfunctionarissen geoefend en getraind te houden.
2.2 FYSIEKE LEEFOMGEVING Nieuwe tariefstelling rioolheffing Op 6 juli 2023 heeft de gemeenteraad de motie “Eerlijke Tarieven Rioolheffing” aangenomen. Hierin wordt het college verzocht om een alternatieve tariefstelling voor de rioolheffing in Papendrecht te onderzoeken. Uit meerdere onderzoeken blijkt dat een tariefstelling op basis van het economisch verkeer (WOZ-waarde) het meest geschikt is voor Papendrecht, omdat hiermee het collectieve goed van de riool- en waterzorgheffing wordt meegenomen. Deze tariefstelling bevordert daarnaast ook de rechtvaardigheid, doordat grotere bedrijven meer moeten betalen dan bijvoorbeeld een eenpersoons¬huishouden. In de huidige situatie is dit niet het geval. Na besluitvorming zullen wij in samenwerking met Gemeente¬belastingen en Basisinformatie Drechtsteden (GBD) het nieuwe tarief uitwerken, met als doel de invoering per 1 januari 2026. Ontwikkelingen nieuwbouw voortgezet onderwijs In 2024 zijn de structuurontwerpen voor de vernieuwing van de onderwijsgebouwen voortgezet onderwijs (VO) aan de Van der Palmstraat (Willem de Zwijger College) en de Vijzellaan (CSG De Lage Waard) opgesteld. De nieuwbouw Willem de Zwijger College is onderdeel van de gebieds-ontwikkeling Van der Palmgebied. De integrale gebiedsontwikkeling biedt ruimte voor woningbouw, maatschappelijke voorzieningen zoals (recreatieve) sport en groen/water.
De beleidsdoelstellingen rond onder andere onderwijs, sport, cultuur en gezondheid komen hierin tezamen in nieuwe accommodaties. Het onderzoek naar de nieuwe multifunctionele accommodatie (MFA) in het gebied rond theater De Willem en het Willem de Zwijger College is in 2024 afgerond. Ook de stedenbouwkundige hoofdopzet Van der Palmgebied is uitgewerkt. Deze toont de ruimtelijke inpasbaarheid van de voorzieningen. Verder zijn de investeringen bepaald voor de nieuwbouw VO, de MFA en de gebiedsontwikkeling Van der Palmgebied (o.a. een parkeeroplossing en
20
2. BELEIDSONTWIKKELINGEN
inrichting openbare ruimte). Dit alles heeft geresulteerd in drie voorstellen: 1.
Investeringskredieten voor de nieuwbouw VO en een sportvoorziening in het Van der Palmgebied
2.
Scenariokeuze voor de verdere planuitwerking MFA
3.
Stedenbouwkundige hoofdopzet Van der Palmgebied met betrekking tot de fixatie bouw VO-scholen en sport.
Daarbij zijn ook de consequenties voor het financieel meerjarenperspectief uitgewerkt. De drie voorstellen zijn op 6 en 10 maart 2025 in de raad behandeld. Het onderzoek naar de nieuwe multifunctionele accommodatie is in 2025 vervolgd. Dit betreft inzicht verkrijgen in huurtarieven, horecaconcepten en beheer & exploitatie. Dit doen we samen met de beoogde gebruikers voor de MFA. Tezamen met het haalbaarheidsonderzoek (2024) leidt dit tot een voorstel voor een investeringskrediet MFA. Ook de stedenbouwkundige hoofdopzet werken we verder uit naar een stedenbouwkundige verkaveling en we stellen een beeldkwaliteitsplan op. Beide scholen gaan het proces inrichten voor uitwerking van het schetsontwerp naar voorlopig en definitief ontwerp. Daarna volgt de aanbestedingsprocedure voor realisatie van de nieuwe onderwijsgebouwen met bijbehorend bewegingsonderwijs. De gemeente organiseert dit voor de nieuwe sportvoorziening in het Van der Palmgebied. Over de uitwerking hiervan wordt u in 2025 op verschillende momenten nader betrokken en geïnformeerd. Tegelijkertijd bereiden we de planologische procedure voor. Mobiliteitsplan In 2023 is het Mobiliteitsplan Papendrecht 2035 vastgesteld. Hierin is opgenomen dat we een transitie nastreven naar een verkeersveiliger, leefbaarder en bereikbaar Papendrecht richting 2035.
Jaarlijks wordt door het college een uitvoeringsprogramma Mobiliteit opgesteld. Op basis van dit programma wordt bekeken of extra investeringen noodzakelijk zijn. Als extra investeringen noodzakelijk zijn dan wordt dit financieel voorgelegd aan de raad. Voor 2025 passen alle voorziene uitwerkingen van de diverse facetten binnen het beschikbare budget. IHP Het Integraal Huisvestingsplan (IHP) is in september 2023 vastgesteld en vormt de basis voor toekomstbestendige schoolgebouwen. Het plan richt zich op het verbeteren van de kwaliteit van onderwijshuisvesting en het oplossen van capaciteitsproblemen. Een belangrijk speerpunt is de verduurzaming van onderwijsvastgoed, met speciale aandacht voor binnenklimaat en functionaliteit. De uitvoering hiervan staat gepland voor 2025 en 2026. Gemeentelijk Vastgoed Door de maatschappelijke opgaven is het nodig om een professionaliseringsslag te maken met vastgoed. De vraagstukken rondom onderhoud (werken met MJOP’s), de vraag naar verduurzaming/vergroening, processen rondom verkoop en verhuur, wet- en regelgeving zoals
21
2. BELEIDSONTWIKKELINGEN
Didam-arrest en Bibob worden steeds complexer. Ook de samenwerking met partners zoals onderwijs, verenigingen en andere instellingen speelt hierin een rol. We ontwikkelen een compact strategisch vastgoedbeleid en strategisch grondbeleid, wat de lange termijn doelen en het algemene toekomst¬beeld van het vastgoed en grondbeleid omschrijft. Hiermee geeft het richting en duiding aan hoe wij onze vastgoedportefeuille zien, naar strategische grondposities kijken en welke maatschappelijke doelstellingen ermee worden nagestreefd. Chemours We werken nauw samen met Dordrecht, Molenlanden en Sliedrecht aan het dossier PFAS. Hierin is onze inzet gefocust op schaden uit het verleden te herstellen en toekomstige schade te voorkomen. Voor de schade uit het verleden gaan in 2025 letterlijk de scheppen de grond in: de pilots voor het saneren van de moestuinen is in het eerste kwartaal van start gegaan. Uit deze pilots zal blijken waar men in de praktijk tegen aanloopt met het uitvoeren van het Plan van Aanpak voor het saneren van de moestuinen. Voor het voorkomen van toekomstige schaden volgen we actief de vergunningverlening in samenwerking met de DCMR. In november zijn alle PFAS-stoffen als prioritaire stof opgenomen op de ‘List of Chemicals for Priority Action’ (LCPA) van OSPAR, een internationaal verdrag voor de bescherming van de Noordoost-Atlantische Oceaan.
Deze lijst is een van de wettelijke bronnen voor de identificatie van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) onder het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Hiermee zijn nu alle PFAS-stoffen aangemerkt als ZZS. In een brief aan de Tweede Kamer heeft de Staatssecretaris aangegeven dat bedrijven die PFAS emitteren per direct verplicht zijn plannen op te stellen om hun uitstoot te reduceren. Via diverse wegen (o.a. lobby naar provincie, Rijk en Europa) benadrukken we de noodzaak van het stoppen van de uitstoot (nul-uit-de-pijp). Door politici en Tweede Kamerleden uit te nodigen wordt het dossier op landelijk niveau actueel gehouden. In dit kader heeft het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) eind vorig jaar een Rijkscoördinator voor het PFAS-dossier aangesteld. Eind 2024 is de SPUK bodemsanering 2024-2030 voor het onderdeel buitenproportionele opgave PFAS toegekend aan de gemeenten. Deze subsidieaanvraag is bedoeld om de financiële middelen te verkrijgen die nodig zijn voor het uitvoeren van diverse activiteiten op het gebied van onderzoek, sanering, kennisdeling, innovatie, gezondheidszorg, communicatie, bestuurlijke samenwerking en juridische bijstand, middels een integrale aanpak en programma. Dit is exclusief de meerkosten op civiele werken vanwege PFAS en exclusief kosten van saneringen die niet op de vervuiler verhaald kunnen worden.
Omgevingswet In 2025 is de Omgevingsvisie 2.0 vastgesteld. In de afgelopen jaren is veel extra kennis opgedaan over de beleidscyclus van de Omgevingswet en de rol van de omgevingsvisie als kerninstrument daarbinnen. De belangrijkste verbeteringen die zijn doorgevoerd in de Omgevingsvisie 2.0 zijn:
22
2. BELEIDSONTWIKKELINGEN
• We voldoen aan de eisen vanuit wet- en regelgeving en het beleid van andere relevante overheden; • Er worden meer keuzes gemaakt, zodat in de beleidsdoorwerking en -uitvoeringsfase meer duidelijkheid ontstaat; • We zorgen voor goede doorwerking naar de overige instrumenten in de beleidscyclus onder de Omgevingswet, waaronder het programma en het omgevingsplan. Voor de verdere implementatie van de Omgevingswet volgen we een programmatische aanpak en sluiten we aan bij de opgave voor organisatieontwikkeling. Dit betekent dat ontwikkeling op het gebied van eigenaarschap, vakmanschap, samenwerking en integraliteit versterkend en stimulerend werkt in de realisatie van de verdere implementatie van de wet. Door de nieuwe instrumenten van de Omgevingswet in te zetten en in te richten wordt iedereen (organisatie, bestuur en inwoners) gestimuleerd anders naar hun rollen en verantwoordelijkheden te kijken. De focus zal liggen op het goed benutten van de beleidscyclus: beleidsontwikkeling (omgevingsvisie en programma’s), beleidsdoorwerking (omgevingsplan), uitvoering (activiteiten, vergunningverlening en toezicht) en terugkoppeling (handhaving, monitoring en evaluatie). Het instrumentarium van de Omgevingswet, waaronder de omgevingsvisie, het omgevingsplan en de programma’s, moet integraal worden ingericht en benut.
Dat leidt uiteindelijk tot het Beleidshuis van Papendrecht, waarin het gemeentelijk beleid voor de fysieke leefomgeving overzichtelijk, eenduidig en vindbaar wordt ondergebracht. Ten behoeve daarvan wordt ingezet op het gericht opleiden van medewerkers, het inrichten van een eenduidig werkproces, de gedegen digitalisering en het stimuleren van integraal samenwerken. Wonen en ruimte Tijdens de raadsvergadering van 9 januari 2025 zijn de laatste cijfers over onze woningbouwprogrammering, trends en toekomstperspectief voor Papendrecht besproken. Door trends en toekomstperspectieven in kaart te brengen, kunnen we samen met onze partners, bouwers en de woningbouwcorporaties onze woningbouwprogrammering strategisch afstemmen op de toekomstige vraag, ruimtelijke mogelijkheden en duurzame ontwikkelingsdoelen. Verder wordt het Woonplan 2020-2030 continue gemonitord om zo een goed beeld te hebben van de gerealiseerde en nog te plannen woningen tot 2030. Ook wordt er gezocht naar kansen voor versnelling van de woningbouwopgave. In Drechtstedenverband wordt samen met woonbouw¬corporaties door RIGO een onderzoek uitgevoerd gericht op het bereiken van een betere leef- en woonomgeving. Daarnaast wordt in Drechtstedenverband gemonitord hoe de voortgang van de woningbouwontwikkeling in verschillende gemeenten ervoor staat.
Ook wordt er gekeken hoe er een versnelling van de opgave kan worden bereikt. De komende jaren staan er meerdere plannen op de agenda die naar verwachting zullen leiden tot een significante toename van betaalbare en sociale woningen, in vergelijking met voorgaande jaren. Dit vormt een belangrijke stap in het aanpakken van de woningnood en het realiseren van de ambities van de woningbouwopgave.
23
2. BELEIDSONTWIKKELINGEN
Het uiteindelijke doel is om een gebalanceerde woningvoorraad te realiseren, waarbij we zowel onze sociale woningvoorraad op peil houden (circa 30%) als blijven bouwen in het midden- en hogere segment, wat essentieel is voor het maken van een sociaaleconomische schaalsprong en het verder versterken van de regio. Omgevingswetprogramma Centrum In de Omgevingsvisie 2.0 zijn verschillende prioriteiten opgenomen die verder moeten worden uitgewerkt in zogenaamde programma’s. Het Omgevingswetprogramma Centrum is daar een voorbeeld van. In dit programma wordt integraal gekeken naar de mogelijke en gewenste ontwikkeling voor de komende 20 jaar. Dit is een complexe opgave waarbij verschillende doelstellingen vanuit de Omgevingswet met elkaar in evenwicht gebracht en gewogen moeten worden. Verschillende vragen liggen aan de basis: hoe kunnen wij de komende jaren binnen het centrum om gaan met (nieuwe) woningbouw opgaven, welke (economische) ontwikkelingen zijn relevant voor Winkelpark De Meent, welke verschillende vormen van mobiliteit zijn passend, op welke wijze(n) het centrum kan worden vergroend, verduurzaamd en klimaatadaptief worden gemaakt? Ook de verbinding tussen de Jachthaven en de waterkant zijn uitdrukkelijk een onderdeel van dit Programma Centrum. Stakeholders als bewoners, ondernemers en derden zijn in het participatieproces betrokken.
Na het vaststellen van het Programma Centrum wordt gestart met het opstellen van het Uitvoeringsprogramma Centrum. Detailhandel Het beleid voor detailhandel en horeca in Papendrecht was voorheen vastgelegd in de ‘Koersnotitie Detailhandel’ (2014) en in de Horecanota Papendrecht (2003). Beide documenten zijn toe aan een actualisatie. Het detailhandels- en horecalandschap ziet er immers anders uit. Denk aan ontwikkelingen zoals toegenomen internetverkopen en de corona- en energiecrisis. De omgevingswet biedt een kans het horeca- en detailhandelsbeleid te bundelen en onder te brengen in een programma. Met het programma detailhandel en horeca wordt uitwerking gegeven aan de vastgestelde ambities uit de omgevingsvisie. Het programma bundelt visie, ambitie en beleidsregels en zet deze om in activiteiten om de doelstellingen te realiseren. Het programma biedt ook een kapstok voor beleidsontwikkeling op deelonderwerpen, die ondersteunend zijn aan de detailhandel en horeca, zoals bijvoorbeeld het terrassenbeleid.
2.3 DUURZAAMHEID EN ENERGIETRANSITIE In 2024 is het ‘Versnellingsprogramma Drechtsteden 100% aardgasvrij’ bestuurlijk ondertekend door gemeenten, provincie Zuid-Holland, Stedin, HVC, de waterschappen en de woningcorporaties. We spraken samen af meer tempo te maken. Daarbij is netcongestie een belangrijk thema dat ons vraagt nog meer gebiedsgericht te werken. Een stabiel en betrouwbaar energiesysteem zorgt er voor dat we aantrekkelijk blijven voor ondernemers en dat inwoners kunnen verduurzamen.
24
2. BELEIDSONTWIKKELINGEN
Om te kunnen versnellen is extra formatie en middelen beschikbaar. Het Rijk heeft hiervoor de regeling Capaciteit Decentrale Overheden voor Klimaat- en Energiebeleid (hierna CDOKE) in het leven geroepen, waarmee gelden beschikbaar zijn (en worden ingezet) voor de inzet van capaciteit voor Klimaat en Energie. Deze gelden worden tot en met 2030 uitgekeerd. De huidige regeling loopt tot en met 2025. Voor de jaren 2026 tot en met 2030 wordt een nieuwe regeling opgesteld. De middelen worden ingezet middels het programmateam Energietransitie. Het programmateam is onderdeel van het programma Duurzaamheid en wordt afhankelijk van het thema aangevuld met collega’s vanuit verschillende disciplines. Regionaal wordt ingezet op delen van beschikbare capaciteit. Daardoor zijn we onlangs gestart met het opstellen van de wijkuitvoeringsplannen (WUP) aardgasvrij die eind 2025 klaar moeten zijn en met het herijken van de transitievisie warmte naar een concreter Warmteprogramma. Ook is in 2025 het MCO-programma gestart, waarmee woningeigenaren ondersteund worden in het verduurzamen van hun woning. De ontwikkelingen op Energietransitie en Duurzaamheid zorgen ervoor dat lokaal de vraag naar nieuwe medewerkers voor de energie- en warmtetransitie actueel blijft.
Het programma Klimaatadaptatie 2025-2029 is opgesteld om invulling te geven aan de landelijke doelstellingen en om het thema klimaatadaptatie te borgen in de gemeentelijk organisatie. Deze actualisatie loopt parallel met het opstellen van het Water- en Rioleringsprogramma. Hierdoor zijn zij goed met elkaar verbonden. Verduurzaming wagenpark Voor het verduurzamen van het wagenpark heeft een aanbesteding plaatsgevonden. Van de 8 aan te schaffen voertuigen is er inmiddels voor 7 voertuigen positief beslist op de offertes. Met de afronding van bovengenoemde vervanging van de lichtere voertuigen in de 1e fase gaan we dit jaar voorbereiden op de 2e fase. In de 2e fase komt de vervanging van alle zware voertuigen aan de orde, welke – op 1 voertuig na – allemaal geleased worden en waarvan de leasetermijn vanaf 2026 gaat aflopen. Voor deze 2e fase wordt een afzonderlijk investeringskrediet aangevraagd.
2.4 REGIO Groeiagenda De regionale groeiagenda maakt een sterke ontwikkeling door. In 2024 is een transitieplan opgeleverd. Dit transitieplan biedt een concreet stappenplan om de samen¬werking tussen gemeenten, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties te versterken en te verduurzamen, met als doel een wendbare en robuuste regio die klaar is voor de toekomst. Het jaar 2025 staat in het teken van het implementeren van onderstaande concrete acties: • Hercontractering van samenwerking en projectportfolio om focus en prioriteiten te bepalen. • Oprichting bestuurlijke en ambtelijke regiekamer om regie te versterken. • Doorontwikkeling als leerproces: Continue monitoring en bijsturing op basis van ervaringen.