OPLEGMEMO over samenhang voorstellen Omgevingswet.pdf
Tekst van het document
OPLEGMEMO Voor : Gemeenteraad Van : het college van B&W Datum : 7 november 2023 Betreft : Omgevingswet, beschrijving van de samenhang tussen de verschillende voorstellen __________________________________________________________________________________ Inleiding Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet naar verwachting in werking. Voor de invoeringen van de Omgevingswet heeft de VNG een overzicht 'Minimale acties Omgevingswet' opgesteld. Hierin wordt aangegeven welke voorbereidingen gemeenten minimaal moeten treffen vóór de inwerkingtredingsdatum om te kunnen starten met werken volgens de Omgevingswet. In deze memo wordt ingegaan op enkele juridische verplichtingen waar gemeenten aan moeten voldoen voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Inwerkingtreding van de Omgevingswet Om na de inwerkingtreding van de Omgevingswet operationeel te zijn, moet een aantal zaken zijn vastgesteld door de raad. Het betreft de volgende voorstellen: 1. Beleidskader participatie (voor omgevingsvisie en omgevingsplan) 2. Bindend adviesrecht 3. Verplichte participatie 4. Delegatiebesluit omgevingsplan 5. Technische aanpassing APV 6. Technische aanpassing erfgoedverordening 7. Technische aanpassing havenverordening 8. Technische aanpassing afvalstoffenverordening 9. Technische aanpassing aan Bomenverordening en verordening kwaliteit VTH 10. Intrekken Bouwverordening 11. Verordening adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit / omgevingskwaliteit 12. Planschade – Nadeelcompensatie 13. Legesverordening (dit voorstel zal in de raad van december 2022 behandeld worden) 14. Voorbereidingsbesluit bodem 15. RIB geanonimiseerde brief uitkomst intake- en omgevingstafel 16. RIB werkwijze informeren gemeenteraad inzake programma's De voorstellen zijn hieronder samengevat. Tevens wordt toegelicht waarom er is gekozen voor een neutrale overgang met aanbevelingen van de VNG. 1. Beleidskader participatie omgevingsvisie - omgevingsplan Participatie krijgt een grote rol onder de Omgevingswet. Er is een beleidskader participatie opgesteld dat zich richt op participatie door de gemeente zelf bij het maken van een omgevingsvisie of wijziging omgevingsplan.
Het kader is gericht op het proces dat zoveel als mogelijk wordt doorlopen
1
voorafgaand aan de formele wettelijke procedure. De formele procedure start na het opstellen en ter inzage leggen van een ontwerp omgevingsvisie of -plan. 2. Bindend adviesrecht Het college van burgemeester en wethouders is het bevoegd gezag om een beslissing te nemen op een aanvraag voor een omgevingsvergunning die niet in het omgevingsplan past. De Omgevingswet biedt de gemeenteraad de mogelijkheid om gevallen aan te wijzen waarbij een bindend advies nodig is van de gemeenteraad om af te wijken van het omgevingsplan. De bestaande ‘verklaring van geen bedenkingen’ vervalt automatisch op het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet. Op 2 december 2021 heeft de toenmalige gemeenteraad een lijst met gevallen voor bindend advies vastgesteld. Deze lijst is echter te globaal. Daarom is nadere precisering van de gevallen waarvoor bindend adviesrecht geldt, gewenst. 3. Verplichte participatie Het college van burgemeester en wethouders is het bevoegd gezag om een beslissing te nemen op een aanvraag voor een omgevingsvergunning die niet in het omgevingsplan past. De Omgevingswet biedt de gemeenteraad de mogelijkheid om voor deze gevallen participatie verplicht te stellen. Op 27 januari 2022 heeft de toenmalige gemeenteraad een lijst met gevallen waarvoor verplichte participatie geldt, vastgesteld. Deze lijst is echter te globaal.
Daarom is nadere precisering van de gevallen waarvoor verplichte participatie geldt, gewenst. 4. Delegatiebesluit omgevingsplan Met de Omgevingswet veranderen er een aantal taken en bevoegdheden van de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders. De gemeenteraad stuurt op hoofdlijnen en het college is verantwoordelijk voor de uitwerking. Hierdoor worden een aantal bevoegdheden gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders. De insteek is geweest om dit zoveel mogelijk beleidsneutraal vorm te geven, zodat de raad niet onnodig wordt belast met zaken die geen (aanzienlijke) effecten hebben op de fysieke leefomgeving. Op 2 december 2021 heeft de toenmalige gemeenteraad een delegatiebesluit genomen. Dit besluit is echter te globaal. Daarom is nadere precisering van het besluit, gewenst. 5. Technische aanpassing APV De Omgevingswet heeft gevolgen voor de Algemene plaatselijke verordening (APV). Tot 1 januari 2032 is er een overgangsfase waarin tijd is voor de benodigde inhoudelijke aanpassing. Echter moet de APV voor inwerkingtreding wel technisch zijn aangepast aan de vereisten van de Omgevingswet. Deze zijn overgenomen uit de model-APV van de VNG. 6. Technische aanpassing erfgoedverordening De Omgevingswet heeft gevolgen voor de erfgoedverordening. Tot 1 januari 2032 is er een overgangsfase waarin tijd is voor de benodigde inhoudelijke aanpassing.
Echter moet de erfgoedverordening voor inwerkingtreding wel technisch zijn aangepast aan de vereisten van de Omgevingswet. Deze zijn overgenomen uit de model-erfgoedverordening van de VNG. Daarnaast zijn er bepalingen over archeologie in de huidige erfgoedverordening die niet meer mogen worden opgenomen in de erfgoedverordening onder de Omgevingswet. Deze bepalingen moeten worden opgenomen in het omgevingsplan. Omdat dit nog niet realiseerbaar is op 1 januari 2024 hebben wij de bepalingen aangaande archeologie nog wel nodig in de erfgoedverordening. De VNG adviseert 2
gemeenten de bepaling tekstueel aan te passen op de Omgevingswet en één dag voor inwerkingtreding van de Omgevingswet in werking te laten treden. 7. Technische aanpassing havenbeheersverordening Dit voorstel is op 12 oktober 2023 behandeld in de oordeelsvormende raad. Het betreft de 2e wijziging Havenbeheersverordening. In deze 2e wijziging zijn teksten opgenomen die de verordening Omgevingswet proef maken met andere woorden er wordt verwezen naar de correcte artikelen. Hierbij zijn de voorstellen van het Havenbedrijf Rotterdam gevolgd. 8. Technische aanpassing afvalstoffenverordening Dit voorstel zal worden behandeld in de raad van 7 december 2023. In de wijziging van de afvalstoffenverordening zijn ook de benodigde technische aanpassingen als gevolg van de Omgevingswet opgenomen. Hiermee is deze verordening Omgevingswet proef. 9. Technische aanpassing aan Bomenverordening en verordening kwaliteit VTH Voor een aantal verordeningen geldt dat zij technisch moeten zijn aangepast op de dag dat de Omgevingswet in werking treedt. Zo moeten verwijzingen naar wet- en regelgeving die vervalt met de invoering van de Omgevingswet worden aangepast. Daarnaast zijn definities en begrippen waar nodig aangepast.
Voornoemde technische wijzigingen zijn doorgevoerd in de Bomenverordening gemeente Papendrecht 2017 en de Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht Papendrecht. 10. Intrekken Bouwverordening Omdat de wettelijke grondslag voor de Bouwverordening Papendrecht 2018 vervalt, moet deze verordening worden ingetrokken. 11. Verordening adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit / omgevingskwaliteit Onder de Omgevingswet dient door gemeenten een verordening te worden opgesteld voor wat nu de welstandscommissie is. Op 2 februari 2023 is daartoe de verordening op de commissie ruimtelijke kwaliteit door de gemeenteraad vastgesteld. Naderhand is ontdekt dat er in de tekst van de verordening tekstueel een paar fouten zitten. Deze zijn hersteld en de verordening wordt nu opnieuw ter vaststelling aangeboden. Tegelijk met het herstel van deze tekstuele fouten wordt voorgesteld om de naam van de commissie te wijzigen van commissie ruimtelijke kwaliteit naar commissie omgevingskwaliteit. Deze naam past beter bij de geest van de Omgevingswet en wordt ook door stichting Dorp Stad en Land gehanteerd. 12. Planschade – Nadeelcompensatie De huidige planschade (bij planologische besluiten) komt met de inwerkingtreding van de Omgevingswet te vervallen. Hiervoor komt nadeelcompensatie in de plaats.
De nadeelcompensatieregeling van de Omgevingswet sluit aan op de algemene regeling uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en geeft een afbakening van schadeoorzaken. De procedure en bijbehorende beslistermijnen zijn geregeld in de Awb. 13. Legesverordening De legesverordening is onder meer aangepast aan de nieuwe werkprocessen onder de Omgevingswet. Deze verordening wordt u aangeboden voor de behandeling in de raad van 7 december 2023. 3
14. Voorbereidingsbesluit bodem Met dit voorbereidingsbesluit wordt voorkomen dat in de overgangsperiode tussen inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 tot wijziging van het omgevingsplan ongewenste bodemactiviteiten moeten worden toegestaan. Het gaat hierbij om bodemactiviteiten waarvan we weten dat deze schadelijk kunnen zijn voor mens of natuur. Dit voorbereidingsbesluit met voorbeschermingsregels zorgt ervoor dat na inwerkingtreding van de Omgevingswet het beschermingsniveau voor mens en milieu gelijk blijft en wordt geborgd. 15. RIB geanonimiseerde brief uitkomst intake- en omgevingstafel Een van de nieuwe onderdelen van de Omgevingswet is invoering van een intake- en omgevingstafel. Door middel van een raadsinformatiebrief wordt u geïnformeerd over de keuze die het college heeft gemaakt op welke wijze het college de gemeenteraad zal adviseren over de uitkomst van initiatieven die behandeld worden op de intake- en omgevingstafel.
16. RIB werkwijze informeren gemeenteraad inzake programma's Op dit moment worden alle voorbereidingen getroffen om de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024 goed te laten verlopen. Onderdeel van deze voorbereiding is het formaliseren van een werkwijze inzake het communiceren met de gemeenteraad bij het instrument programma's. Deze raadsinformatiebrief is bedoeld om de raad te informeren over de nieuwe werkwijze.
Conclusie Het is van belang dat alle voorstellen voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn vastgesteld, zodat we met de nieuwe wet kunnen werken.
4