CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Notitie Werkafspraken college en raad bij bindend advies omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten.pdf

Oordeelsvormende vergadering Papendrecht 30 november 2023, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 9: Notitie Werkafspraken college en raad bij bindend advies omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten - Voorstel5.242 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Werkafspraken college en raad bij bindend advies omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten

November 2023

1. Inleiding Met de komst van de Omgevingswet worden 26 wetten met betrekking tot de fysieke leefomgeving gebundeld in één Omgevingswet. De Omgevingswet verandert de manier waarop de gemeente beleid maakt, samenwerkt met ketenpartners en initiatieven toetst. Ook heeft de wet gevolgen voor de wijze van vergunningverlening voor omgevingsplanactiviteiten. Omgevingsplanactiviteiten zijn in de Omgevingswet gedefinieerd als: a. een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan, b. een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, of c. een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan. De activiteiten onder b. en c. zijn in de Omgevingswet aangemerkt als buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Dit zijn dus activiteiten die niet passen in het omgevingsplan. Aan buitenplanse omgevingsplanactiviteiten kan op twee manieren medewerking worden verleend, te weten door: 1. Een herziening van het omgevingsplan (bevoegdheid raad). De procedure van de herziening van een omgevingsplan is vergelijkbaar met de huidige bestemmingsplanprocedure. 2. Het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse afwijking van het omgevingsplan.

Hiervoor is het college bevoegd. De verklaring van geen bedenkingen komt te vervallen. De raad moet zelf aangegeven voor welke gevallen hij betrokken wil worden. De raad wordt gevraagd op 14 december 2023 het overzicht van beeldbepalende locaties waarvoor bindend advies van de gemeenteraad nodig is in verband met buitenplanse omgevingsplanactiviteiten vast te stellen (zie bijlage 1). Dit betekent dat voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteiten die vermeld staan op dit overzicht, de gemeenteraad een bindend advies moet verlenen voordat het college de omgevingsvergunning kan verlenen. Als de raad niet instemt met de gevraagde omgevingsvergunning dan moet het college deze weigeren. De initiatiefnemer bepaalt de procedure. Voor bouwplannen wordt aangenomen dat door initiatiefnemer in de meeste gevallen gekozen zal worden voor een omgevingsvergunning in plaats van een herziening van het omgevingsplan. De Omgevingswet heeft vooral gevolgen voor de wijze waarop de raad bij de vergunningverlening wordt betrokken. Voordat ingegaan wordt op het nieuwe proces en de mogelijke werkafspraken die daarbij horen, wordt eerst ingegaan op het huidige proces.

1

2 Huidig proces Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en huidige werkafspraken

2.1 Proces Op grond van de huidige wetgeving is bepaald dat de raad om een verklaring van geen bedenkingen (hierna :vvgb) moet worden gevraagd voordat het college medewerking kan verlenen aan buitenplanse afwijkingen van het bestemmingsplan (uitzondering hierop vormt de kruimelgevallenlijst die is opgenomen in het Besluit omgevingsrecht (hierna: Bor). Voor activiteiten waarvoor een vvgb van de raad nodig is, geldt de uitgebreide procedure ingevolge de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo). De beslistermijn voor deze procedure is 26 weken ingevolge artikel 3:18 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Deze termijn is eenmaal te verlengen met 6 weken (artikel 3:12 Wabo). De termijn van 26 weken is een termijn van orde. Dit betekent dat na deze 26 weken de vergunning niet automatisch (van rechtswege) is verleend. In de praktijk blijkt dat zorgvuldigheid en het maken van een goede belangenafweging, redenen zijn waardoor meer dan 26 weken nodig kunnen zijn voor het nemen van een beslissing. De bevoegdheid van het verlenen van deze vergunning ligt bij het college. Echter, eerst moet de raad verklaren dat hij geen bedenkingen tegen het plan heeft (artikel 6:5 Bor). Deze vvgb kan alleen worden geweigerd in het belang van een goede ruimtelijke ordening. Als de vvgb door de raad wordt geweigerd, mag het college de omgevingsvergunning niet verlenen.

Voordat tot vergunningverlening wordt overgegaan moet bij een uitgebreide procedure eerst de ontwerp-omgevingsvergunning met de eventuele vvgb 6 weken ter inzage worden gelegd (artikel 3.10 Wabo en artikel 3:11 Awb). Iedereen mag tegen de ontwerpvergunning en vvgb zijn zienswijze indienen (artikel 3.12 Wabo). Een verklaring van geen bedenkingen is niet nodig voor de door de raad aangewezen categorieën van gevallen. Wanneer de aanvraag past binnen deze categorieën kan het college de vergunning verlenen. In Papendrecht is deze lijst met categorieën dusdanig ruim dat zelden nog separaat aan de raad een vvgb behoeft te worden gevraagd. Moet toch een vvgb worden verleend dan kan pas nadat deze vvgb is verleend, het ontwerpbesluit met de ontwerp vvgb ter inzage worden gelegd voor zienswijzen. Degenen die een zienswijze hebben ingediend tegen het bouwplan, worden uitgenodigd voor een ambtelijke hoorzitting. Tijdens deze hoorzitting kunnen zij hun zienswijze mondeling toelichten. Als de zienswijzen ook betrekking hebben op de vvgb moet de raad besluiten of hij de vvgb intrekt, aanpast of handhaaft. Vervolgens besluit het college op de aanvraag omgevingsvergunning. Bij dit besluit worden de ingebrachte zienswijzen betrokken. Ze worden overgenomen of gemotiveerd weerlegd.

Tegen een besluit dat met de uitgebreide procedure is voorbereid, kan een beroepschrift worden ingediend bij de rechtbank (artikel 7:1 Awb). Daarna staat nog hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. 2.2 Informele werkafspraken bij een buitenplanse afwijking die valt onder de lijst waarvoor een vvgb wordt geacht te zijn verleend Hoewel nergens vastgelegd, is het nu zo dat de raad met behulp van een raadsinformatiebrief (hierna: rib) wordt geïnformeerd over het voornemen van het college om met behulp van een buitenplanse afwijking de gevraagde omgevingsvergunning te verlenen. Bovendien wordt in de rib opgenomen dat de raad de mogelijkheid heeft op- of aanmerkingen te plaatsen. Tegelijkertijd met het verzenden van de rib aan de gemeenteraad wordt de ontwerpprocedure voor de omgevingsvergunning met buitenplanse afwijking opgestart. 2

2.3 Informele werkafspraken bij een buitenplanse afwijking die niet valt onder de vvgb-lijst Valt een aanvraag omgevingsvergunning niet onder de vvgb-lijst dan wordt voor de vvgb het ontwerpbesluit met stukken voorgelegd aan de gemeenteraad met de vraag of de raad een verklaring wil verlenen. Hiervoor wordt via het college de raad gevraagd de vvgb te verlenen. Wenselijk is dat de raad dit voorstel direct geagendeerd. In perioden dat de raad met reces is, wordt de besluitvorming uitgesteld tot na het reces.

3

3 Nieuw proces Omgevingswet en mogelijke keuzes voor nieuwe werkafspraken

3.1 Nieuw proces Omgevingswet Het college is op grond van de Omgevingswet bevoegd vergunningen te verlenen voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, zonder dat de raad daarbij wordt betrokken. Wel kan de gemeenteraad bepalen voor welke afwijkingen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten hij bindend adviesrecht wil toepassen. De raad wordt gevraagd op 14 december 2023 een overzicht vast te stellen van beeldbepalende locaties, waarvoor bindend advies van de gemeenteraad nodig is in verband met buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (zie bijlage 1). Dit betekent dat voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteiten die vermeld staan op dit overzicht , de gemeenteraad bindend advies moet geven voordat het college de vergunning kan verlenen. Als een advies niet tijdig wordt uitgebracht door de gemeenteraad, dan staat het –enkel- ontbreken daarvan niet in de weg om het besluit te nemen (artikel 3:6 lid 2 Awb). Anders dan voorheen geldt voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten niet meer de uitgebreide procedure van 26 weken, maar de reguliere procedure van 8 weken. Deze termijn van 8 weken geldt dus ook voor die aanvragen waarvoor de raad aangeeft bindend advies te willen. Doet zich zo’n situatie voor, dan is de 8 weken termijn niet altijd te behalen, omdat dan ook een raadsbesluitvormingsproces moeten worden doorlopen.

Wel is het mogelijk voor het college de beslistermijn eenmalig te verlengen met 6 weken maar dit moet worden gemotiveerd vanuit de omstandigheden rond het individuele geval. Het mag geen automatische verlenging zijn, elke keer als er sprake is van bindend adviesrecht van de gemeenteraad. Het feit dat de gemeente onvoldoende tijd heeft, is dus geen grond voor verlenging. Dat maakt dat het gehele vergunningenproces, inclusief raadsafhandeling van het advies, in de basis binnen 8 weken moet plaatsvinden. Ook is het niet zomaar mogelijk voor het college om de uitgebreide procedure van toepassing te verklaren om daarmee meer tijd te hebben voor het verlenen van een vergunning. Zo lijkt het juridisch niet mogelijk om in alle gevallen waarin bindend adviesrecht nodig is, de gemeente de extra tijd van 26 weken te gunnen. In de wet staat een lijst van gevallen waarvoor de uitgebreide procedure van toepassing is. Daarnaast mag het college alleen maar de uitgebreide procedure van toepassing verklaren als: 1. De initiatiefnemer dit zelf wil (of ermee heeft ingestemd), of; 2. Het gaat om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: a. waarbij het gaat om een activiteit die aanzienlijke gevolgen heeft of kan hebben voor de fysieke leefomgeving, en b. waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben.

Navraag bij diverse experts bij de VNG en andere gemeenten leert ons dat enkel het doorlopen van het raadsproces ‘bindend adviesrecht’ geen reden is om de uitgebreide procedure van toepassing te verklaren. Gezien de doorlooptijd van de besluitvorming is de periode van 8 weken zeer kort. Dit betekent dat het advies van de raad zo snel als mogelijk gegeven moet worden. Wanneer door het college niet tijdig wordt beslist op de aanvraag bestaat de mogelijkheid dat de aanvrager het college in gebreke 4

stelt. Dit betekent dat het college vervolgens nog 2 weken de tijd heeft om een besluit te nemen. Na het verstrijken van deze twee weken worden van rechtswege dwangsommen verbeurd. Ook al ontstaat er na het verstrijken van de termijn geen vergunning van rechtswege meer, is dit wel een onwenselijke situatie. Met de huidige werkwijze zal het heel moeilijk zijn de aanvraag met bindend advies binnen de gestelde termijn te verlenen. De aanlevertermijn voor het college bedraagt 2 weken. Vervolgens volgt besluitvorming door het college waarna de stukken worden doorgezonden aan de griffie. Daarna worden de stukken toegezonden aan de raad. De agendacommissie bepaalt voor welke vergadering de stukken worden geagendeerd. Afhankelijk van de keuze van de agendacommissie worden de stukken geagendeerd in de beeldvormende raad of oordeelsvormende raad. Na deze vergadering worden de stukken geagendeerd voor de oordeelsvormende raad of besluitvormende raad. Worden de stukken geagendeerd voor de oordeelsvormende raad, dan zal de beslissing plaatsvinden in de daarop volgende besluitvormende raad. De doorlooptijd van raadsbesluiten bedraagt circa 9 tot 12 weken. Dit laatste hangt namelijk ook samen met de agendering van de onderwerpen door de agendacommissie van de raad. Daarnaast moeten vergunningen het gehele jaar door verleend kunnen worden.

Als een advies niet tijdig wordt uitgebracht door de gemeenteraad, dan staat het –enkel- ontbreken daarvan niet in de weg om het besluit te nemen. Het mag echter geen automatisme zijn dat na overschrijding van de termijn, het college zonder bindend advies besluit. Een afweging dient plaats te vinden tussen de noodzaak van snelle besluitvorming en het belang van het advies voor de besluitvorming. Het college moet dit van geval tot geval beoordelen en daarbij rekening houden met de aard van het gevraagde advies. Daarbij moet het college ook in overweging nemen hoe lang op het advies kan worden gewacht. De korte termijn van besluitvorming vraagt om het maken van de werkafspraken tussen college en raad. Het volgen van de gebruikelijke aanleverprocedure voor bestuurlijke voorstellen, betekent namelijk dat niet binnen de daarvoor gestelde maximale termijn van 8 weken beslist kan worden op de aanvraag van de vergunning.

3.2 Nieuwe werkafspraken De procedure kan opgesplitst worden in de informele procedure en formele procedure. De informele procedure omvat de stappen die een initiatiefnemer neemt voordat hij een formele aanvraag omgevingsvergunning indient. Onderdeel van de informele procedure kan zijn het vooroverleg (de intake- en omgevingstafel). Wanneer initiatiefnemer besluit de aanvraag omgevingsvergunning bij de gemeente in te dienen, start de formele procedure. De formele procedure kent verschillende fasen, te weten: ontvangen aanvraag, in behandeling nemen van de aanvraag, het nemen van een besluit op de aanvraag, de mogelijkheden van bezwaar, beroep en hoger beroep. De werkafspraken zijn gegroepeerd per fase. In totaal zijn 19 werkafspraken in het opgenomen. Sommige afspraken betreffen de ambtelijke organisatie (werkafspraken D,E en M).

5

3.2.1 Informele procedure: Vooroverleg (intake- en omgevingstafel) Zoals gezegd bepaalt de initiatiefnemer welke procedure hij wil volgen voor zijn initiatief. Voor de grotere afwijkingen van het omgevingsplan vindt meestal vooraf overleg plaats met de gemeente. Voor die gevallen die afwijken van het omgevingsplan en waarvoor bindend advies is vereist, zal altijd de initiatiefnemer geadviseerd worden vooroverleg aan te vragen voordat de vergunning echt wordt aangevraagd. De gemeente kan de initiatiefnemer niet dwingen tot het voeren van vooroverleg. De initiatiefnemer kan dus het advies naast zich leerleggen en direct een formele aanvraag indienen. Als de initiatiefnemer het vooroverleg aanvraagt, wordt het initiatief getoetst door alle vakdisciplines en zo nodig door de ketenpartners, denk hierbij aan: Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid, cie. Omgevingskwaliteit, Dienst Gezondheid en Jeugd, Waterschap Rivierenland, Rijkswaterstaat, Provincie etc. Uiteindelijk krijgt de initiatiefnemer een schriftelijke reactie van het college op zijn voornemen. Deze uitkomst kan zijn dat het college geen medewerking wil verlenen aan het initiatief. Dit betekent dat de aanvrager te kennen wordt gegeven dat het aanvragen van een omgevingsvergunning hoogstwaarschijnlijk zal leiden tot een weigering.

Gezien de positieve grondhouding die het college inneemt aangaande nieuwe initiatieven zal in de meeste gevallen het college wel medewerking willen verlenen aan het initiatief. Daarbij worden vaak in de schriftelijke reactie van het college op het voorgelegde plan nog aandachtspunten meegegeven aan de initiatiefnemer, zodat zijn aanvraag meer kans maakt op een positief besluit. Voor de laatstgenoemde gevallen waar het college medewerking wil verlenen en ook bindend advies van de raad nodig is, kan de raad bij het vooroverleg betrokken worden. Op basis van de Omgevingswet en het omgevingsbesluit bestaat veel vrijheid bij het vaststellen van het adviesrecht door de gemeenteraad. In het raadsbesluit tot bindend adviesrecht is de navolgende uitzondering opgenomen op het adviesrecht: "Geen gebruik te maken van het bindend adviesrecht in de vergunningprocedure als voorafgaand aan de aanvraag omgevingsvergunning al een positief advies is afgegeven door de gemeenteraad;". Hiermee heeft de gemeenteraad dus de mogelijkheid om in het voortraject al advies te geven en is het knelpunt rond de 8 weken termijn opgelost. Immers het vooroverleg traject is niet aan termijnen gebonden. Om gevolg te geven aan voornoemd raadsbesluit wordt voorgesteld, dat het college door middel van een raadsvoorstel de gemeenteraad verzoekt het initiatief te voorzien van bindend advies.

De collegebehandeling zal plaatsvinden conform de werkwijze zoals deze geldt voor alle raadsvoorstellen. Werkafspraak A Wanneer het college medewerking wil verlenen aan een initiatief in de vooroverlegfase voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarvoor bindend advies van de raad nodig is, zal het college de raad door middel van een raadsvoorstel verzoeken bindend advies af te geven. De agendacommissie bepaalt vervolgens wanneer het raadsvoorstel wordt geagendeerd en voor welke vergadering (beeldvormend of oordeelsvormend). Vervolgens kan de raad een besluit nemen over het bindend adviesrecht in een besluitvormende raadsvergadering. Omdat het hier gaat over een initiatief in de vooroverlegfase, is de besluitvorming niet aan wettelijke termijnen gebonden. Al is het natuurlijk richting initiatiefnemer wenselijk als zo snel als mogelijk duidelijkheid kan worden geboden over het al dan niet medewerken van de gemeente aan het initiatief.

6

Werkafspraak B De agendacommissie bepaalt wanneer het raadsvoorstel, zoals verwoord onder werkafspraak A, wordt geagendeerd en voor welke vergadering (beeldvormend of oordeelsvormend). Vervolgens kan de raad een besluit nemen over het bindend adviesrecht in een besluitvormende raadsvergadering. Gestreefd wordt naar een zo spoedig mogelijke afhandeling. 3.2.2 Formele procedure De formele procedure bestaat uit vier stadia: 1. ontvangen van de aanvraag; 2. behandelen van de aanvraag; 3. besluit college op de aanvraag; 4. bezwaar, beroep en hoger beroep.

Stadium 1: Ontvangen van de aanvraag Wanneer de vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt aangevraagd dan wordt deze eerst ambtelijk getoetst. Hieruit blijkt of voor het verlenen van de vergunning bindend advies van de raad nodig is. Is reeds in de vooroverlegfase bindend advies afgegeven door de raad EN wijkt de definitieve aanvraag niet in betekenende mate af van de aanvraag dan wordt de aanvraag niet meer doorgezonden aan de gemeenteraad voor bindend advies. Werkafspraak C Is reeds in de vooroverlegfase bindend advies afgegeven door de raad EN wijkt de definitieve aanvraag niet in betekenende mate af van de aanvraag dan wordt de aanvraag niet meer doorgezonden aan de gemeenteraad voor bindend advies.

Is er nog geen bindend advies gegeven dan neemt de behandelend ambtenaar namens het college contact op met de griffie om de planning van het dossier te bespreken. Werkafspraak D De behandelend ambtenaar neemt contact op met de griffie voor planning van de behandeling van de aanvraag voor bindend advies.

Mocht de eerder afgesproken planning niet haalbaar zijn, dan zal de behandelend ambtenaar direct contact opnemen met de griffie om de planning nogmaals door te spreken. Werkafspraak E De behandelend ambtenaar neemt direct contact op met de griffie als de eerder afgesproken planning niet haalbaar blijkt. Er wordt dan een nieuwe planning afgesproken.

7

Daarnaast zal de raad door het college, via de griffie, geïnformeerd worden over het ingekomen initiatief. Bij deze melding zullen de relevante stukken uit het dossier meegestuurd worden, zodat de raad al kennis kan nemen van het initiatief. Het betreft in de basis alleen een mededeling om de raad in kennis te stellen. Deze mededeling wordt geplaatst in GO (gemeente oplossingen). Werkafspraak F Het college informeert de raad, via de griffie, dat een vergunning is aangevraagd voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarvoor bindend advies van de gemeenteraad nodig is. De relevante stukken worden bijgevoegd.

Er wordt nog geen bindend advies aan de raad gevraagd, omdat eerst het college een standpunt moet innemen of hij medewerking kan verlenen aan het initiatief. Als het college op juridische gronden geen medewerking kan verlenen, zal de raad ook niet formeel worden gevraagd om een advies. De raad wordt daarom pas gevraagd wanneer het college wel medewerking kan verlenen. In de gevallen dat het college besloten heeft, dat geen medewerking kan worden verleend aan het initiatief, zal de raad hiervan via de griffie per raadsinformatiebrief op de hoogte worden gesteld. Werkafspraak G Het college stelt de raad via de griffie per raadsinformatiebrief op de hoogte als juridisch geen medewerking kan worden verleend aan een aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarvoor bindend advies van de gemeenteraad nodig is.

Stadium 2: Behandeling van de aanvraag De aanvraag om een vergunning wordt ambtelijk getoetst. Ook wordt in deze fase advies gevraagd bij de ketenpartners. Wanneer het college voornemens is de vergunning te verlenen zal dit voornemen door middel van een raadsvoorstel worden voorgelegd aan de raad voor bindend advies. Om spoed te betrachten en de raad maximaal in de gelegenheid te stellen om binnen de wettelijke beslistermijn van 8 weken een bindend advies te geven, wordt het raadsvoorstel, in afwijking van de reguliere collegeprocedure, door middel van een bindend parafenvoorstel vastgesteld door het college. Werkafspraak H Het raadsvoorstel ten behoeve van het bindend advies zal, in afwijking van de reguliere collegeprocedure, door middel van een bindend parafenvoorstel worden vastgesteld door het college.

Gezien de korte tijd voor besluitvorming, moet er ruimte zijn op de agenda van de raad om dit voorstel te bespreken. Dit betekent dat deze voorstellen met voorrang behandeld worden.

8

Werkafspraak I De raad maakt ruimte in de agenda voor behandeling van voorstellen voor bindend advies en houdt hierbij rekening met de wettelijke beslistermijn van 8 weken. Indien nodig wordt door middel van herpublicatie van de agenda een agendapunt toegevoegd. Hierbij wordt door het college rekening gehouden met werkafspraak K.

Om tijd te besparen worden voorstellen voor bindend advies direct door de agendacommissie geagendeerd voor een oordeelsvormende vergadering. Werkafspraak J Om tijd te besparen worden voorstellen voor bindend advies door de agendacommissie direct geagendeerd voor een oordeelsvormende vergadering.

Wanneer agendering van een bindend advies betekent, dat andere raadsvoorstellen doorgeschoven moeten worden, besluit de agendacommissie welk raadsvoorstel de hoogste prioriteit heeft. Dit zal zich vooral voordoen als sprake is van toevoeging van een agendapunt bij herpublicatie van de agenda. Werkafspraak K Wanneer agendering van het raadsvoorstel voor bindend advies betekent dat andere raadsvoorstellen doorgeschoven moeten worden, besluit de agendacommissie welk raadsvoorstel de hoogste prioriteit moet krijgen. Daarnaast bepaalt de agendacommissie welk agendapunt bij gebrek aan tijd zou moeten komen te vervallen.

Het kan zijn dat, gelet op de wettelijke beslistermijn, het nodig is de oordeelvormende raadvergadering over te slaan en direct de stukken te agenderen voor de besluitvormende raad. Uiteraard zal dit echt gaan om uitzonderlijke situaties. Werkafspraak L In uitzonderlijke situaties, wanneer niet gewacht kan worden op de eerstvolgende oordeelsvormende vergadering, kan de agendacommissie besluiten om de stukken direct te agenderen voor de besluitvormende raadsvergadering.

Als het college altijd tijdig een besluit wil nemen over een aanvraag voor een vergunning waarvoor bindend advies nodig is, dan moet de raad in perioden van reces (gemiddeld is dit 3 maanden per jaar) ook beschikbaar zijn voor besluitvorming. De ambtelijke organisatie probeert echter zoveel mogelijk te voorkomen dat behandeling in het reces moet plaatsvinden. Dit kan door proactief met de initiatiefnemer te kijken naar de planning van de aanvraag. De behandelend ambtenaar kan de initiatiefnemer adviseren op welk moment hij het beste zijn aanvraag kan indienen. Dit kan niet meer dan een inspanningsverplichting zijn. Het is immers aan de initiatiefnemer zelf om te bepalen wanneer hij zijn aanvraag indient. Daarnaast is het belangrijk dat de gemeenteraad ruim van te voren zijn jaarplanning beschikbaar stelt aan de ambtelijke organisatie.

9

Werkafspraak M De behandelend ambtenaar zal proactief met initiatiefnemer overleggen over de planning van zijn aanvraag zodat zoveel mogelijk wordt voorkomen dat de raad in het reces om een besluit gevraagd moet worden.

Wanneer het onverhoopt toch niet is gelukt de planning af te stemmen op het reces van de raad of om een andere reden wordt de wettelijke beslistermijn van 8 weken niet gehaald dan zal het college bij het raadsvoorstel aangeven wat de consequenties zullen zijn wanneer de raad niet tijdig het besluit zal nemen. Om duidelijkheid te verschaffen aan de raad over de wettelijke beslistermijn zal tevens de uiterlijke beslisdatum worden aangegeven. Werkafspraak N Het college geeft aan wat de consequenties zijn, van het niet tijdig afgeven van een bindend advies door de gemeenteraad. Daarnaast geeft het college in het raadsvoorstel aan, VOOR welke datum de gemeenteraad moet hebben beslist over het bindend advies.

Mocht er meer tijd nodig zijn voor de behandeling van de aanvraag door de gemeenteraad waardoor de beslistermijn van 8 weken niet wordt gehaald, dan zal de behandelend ambtenaar in overleg treden met de initiatiefnemer om te vragen of de initiatiefnemer instemt met het verlengen van de beslistermijn. De initiatiefnemer hoeft hier echter geen medewerking aan te verlenen. Werkafspraak O De behandelend ambtenaar zal met initiatiefnemer overleg voeren wanneer de inschatting is dat de beslistermijn van 8 weken niet wordt gehaald.

Stadium 3: Besluit college op de aanvraag Het college beslist na het verkrijgen van het bindend advies van de gemeenteraad. Als een advies niet tijdig wordt uitgebracht door de gemeenteraad, dan staat het –enkel- ontbreken daarvan niet in de weg om het besluit te nemen. Het mag echter geen automatisme zijn dat na overschrijding van de van de termijn het college zonder bindend advies besluit. Een afweging dient plaats te vinden tussen de noodzaak van snelle besluitvorming en het belang van het advies voor de besluitvorming. Het college moet dit van geval tot geval beoordelen en daarbij rekening houden met de aard van het gevraagde advies. Daarbij moet het college ook in overweging nemen hoe lang op het advies kan worden gewacht. Deze werkafspraken zullen er niet voor zorgdragen dat in alle gevallen tijdig kan worden beslist. Wanneer niet tijdig wordt beslist, moet worden geaccepteerd dat niet in alle gevallen binnen de wettelijke beslistermijn een vergunning wordt verleend. Gelet op voorgaande moet worden geconcludeerd dat moet worden afgeweken van de huidige aanlevertermijnen en de routing. Wordt de omgevingsvergunning op een gunstig moment tijdens de raadscyclus ingediend, dan is het haalbaar het raadsproces binnen de wettelijke beslistermijn te doorlopen.

Wordt de aanvraag echter op een ongunstig moment ingediend, dan overschrijden we de wettelijke termijnen voor het verlenen van de vergunning.

10

De vergunning wordt onder de Omgevingswet niet meer van rechtswege verleend, maar initiatiefnemers kunnen zich wel beroepen op de Wet Dwangsom. Werkafspraak P Wanneer niet tijdig wordt beslist, wordt geaccepteerd dat niet in alle gevallen binnen de wettelijke beslistermijn een vergunning wordt verleend.

Stadium 4: Bezwaar, beroep en hoger beroep Tegen het besluit van het college om de vergunning te verlenen dan wel te weigeren, kan door belanghebbenden bezwaar worden gemaakt. Het college beslist op dit bezwaar na het inwinnen van advies bij de Regionale Commissie Bezwaarschriften. Tegen de beslissing op bezwaar kan men in beroep gaan bij de rechtbank. Tegen de uitspraak van de rechtbank staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het college zal de raad informeren indien er bezwaar, beroep en hoger beroep wordt ingediend tegen het verlenen van een omgevingsvergunning waarvoor de raad bindend advies heeft gegeven. Werkafspraak Q Het college zal de raad, via de griffie, informeren wanneer er bezwaar, beroep of hoger beroep is ingediend tegen het besluit van het college inzake de aanvraag omgevingsvergunning waarvoor bindend advies is afgegeven. De griffie zal de memo met relevante stukken vervolgens delen met de raad.

Ook zal het college de raad informeren over de uitkomst van de behandeling van het bezwaar, beroep en hoger beroep. Werkafspraak R Het college zal de raad, via de griffie, informeren over de uitkomsten van het bezwaar, beroep of hoger beroep tegen het besluit van het college inzake de aanvraag omgevingsvergunning.

Deze werkafspraken zijn tot stand gekomen na overleg met de griffie en ambtelijke organisatie. De Omgevingswet brengt met zich mee dat nog veel onduidelijk is. Gaandeweg zal duidelijk worden of de gemaakte werkafspraken duidelijk genoeg en ook realistisch zijn. Daarom wordt voorgesteld om de werkafspraken na 1 jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet te evalueren en zo nodig aan te passen. Werkafspraak S Op voordracht van de griffie zullen de werkafspraken na 1 jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet worden geëvalueerd en zo nodig worden aangepast.

11

BIJLAGE 1: Overzicht van beeldbepalende locaties waarvoor bindend advies van de gemeenteraad nodig is in verband met buitenplanse omgevingsplanactiviteiten.

12

LIJST MET GEVALLEN DIE WORDEN UITGESLOTEN VAN HET BINDEND ADVIESRECHT EN VERPLICHTE PARTICIPATIE Ondanks dat deze gevallen zijn gelegen op een locatie die is aangewezen als locatie waarvoor bindend adviesrecht en verplichte participatie geldt.

A. Woningbouwprojecten Geen advies van de gemeenteraad is nodig en geen participatie is verplicht voor woningbouwprojecten met minder dan 20 woningen. B. Zonneparken Geen advies van de gemeenteraad is nodig en geen participatie is verplicht voor zonneparken met een oppervlakte minder dan 10 hectare. C. 'kruimelgevallen' De onderstaande lijst sluit qua terminologie en qua typologie grotendeels aan bij de omschrijvingen van het huidige artikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht, de zogenaamde kruimellijst. Op deze manier blijft de toelichting op die regeling én de daarop gebaseerde jurisprudentie een leidraad bij het gebruiken van de lijst.

1. Bijbehorende bouwwerken Voor de bouw/uitbreiding van een bijbehorend bouwwerk binnen de bebouwde kom is geen advies van de gemeenteraad nodig en is participatie niet verplicht. Voor de bouw/uitbreiding van een bijbehorend bouwwerk buiten de bebouwde kom is geen advies van de gemeenteraad nodig en is participatie niet verplicht mits het bijbehorende bouwwerk - niet hoger is dan 5 m, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf, - de oppervlakte niet meer is dan 150 m2; Het gaat om bouwwerken als: bijgebouwen, aanbouwen, uitbouwen, maar ook bedrijfsgebouwen die bij een bestaand hoofdgebouw worden geplaatst. Bijbehorende bouwwerken zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw.

2. Bouwwerken van openbaar nut Geen advies van de gemeenteraad is nodig en geen participatie is verplicht voor het bouwen van een gebouw ten behoeve van een nutsvoorziening, de waterhuishouding, het meten van de luchtkwaliteit, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer of het weg-, spoorweg-, water- of luchtverkeer dat niet voldoet aan de eisen van artikel 2.29 onder p. Bbl en; - niet hoger is dan 5 meter en - de oppervlakte niet meer dan 50 m2 bedraagt.

13

3. Bouwwerk geen gebouw zijnde Geen advies van de gemeenteraad is nodig en geen participatie is verplicht voor het bouwen van een bouwwerk geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk mits het niet hoger is dan 10 meter en de oppervlakte niet meer dan 50 m2 bedraagt.

4. Overige uitbreidingen van gebouwen Geen advies van de gemeenteraad is nodig en geen participatie is verplicht voor het bouwen van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte aan of op een gebouw, een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw, de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard dan wel voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw. 5. Antenne-installaties Geen advies van de gemeenteraad is nodig en geen participatie is verplicht voor de bouw van een antenne-installatie, mits niet hoger dan 40 m.

6. Warmtekrachtkoppeling Geen advies van de gemeenteraad is nodig en geen participatie is verplicht voor het bouwen van een installatie bij een glastuinbouwbedrijf voor warmtekrachtkoppeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder w, van de Elektriciteitswet 1998;

7. Installatie voor duurzame energie vergisting agrarisch bedrijf Geen advies van de gemeenteraad is nodig en geen participatie is verplicht voor het bouwen van een installatie bij een agrarisch bedrijf waarmee duurzame energie wordt geproduceerd door het bewerken van uitwerpselen van dieren tot krachtens artikel 5, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet aangewezen eindproducten van een krachtens dat artikellid omschreven bewerkingsprocedé dat ziet op het vergisten van ten minste 50 gewichtsprocenten uitwerpselen van dieren met in de omschrijving van dat procedé genoemde nevenbestanddelen.

8. Herinrichting openbaar gebied Geen advies van de gemeenteraad is nodig en geen participatie is verplicht voor het gebruiken van gronden voor een niet ingrijpende herinrichting van openbaar gebied.

9. Gebruik bouwwerken en gronden Geen advies van de gemeenteraad is nodig en geen participatie is verplicht voor het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, het uitsluitend betreft een logiesfunctie voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen; 14

10. Bewonen recreatiewoning Geen advies van de gemeenteraad is nodig en geen participatie is verplicht voor het gebruiken van een recreatiewoning voor bewoning, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a.de recreatiewoning voldoet aan de bij of krachtens de Woningwet aan een bestaande woning gestelde eisen; b.de bewoning niet in strijd is met de bij of krachtens de Wet milieubeheer, de Wet geluidhinder, de Wet ammoniak en veehouderij en de Wet geurhinder en veehouderij gestelde regels of de Reconstructiewet concentratiegebieden, c.de bewoner op 31 oktober 2003 de recreatiewoning als woning in gebruik had en deze sedertdien onafgebroken bewoont, en d.de bewoner op 31 oktober 2003 meerderjarig was;

11. Tijdelijk gebruik/tijdelijke bouwwerken Geen advies van de gemeenteraad is nodig en geen participatie is verplicht voor ander gebruik van gronden of bouwwerken dan bedoeld in de hiervoor genoemde opsomming, voor een termijn van ten hoogste 10 jaar. Voorbehouden bij categorie C. 'kruimelgevallen' a). Initiatieven vallen alleen onder deze uitzonderingslijst als het aantal woningen gelijk blijft bij het initiatief tenzij sprake is van een geval als bedoeld in; - onderdeel 1, voor zover het betreft huisvesting in verband met mantelzorg, - onderdelen 9 en 11. b). Een initiatief valt niet onder deze uitzonderingenlijst onderdelen 9 en 11 als sprake is van een activiteit als bedoeld in onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage.

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/851/documents/11913