memo collegereactie op rapport ICS - haalbaarheidsstudie locatie VO-scholen.pdf
Tekst van het document
MEMO aan van datum betreft
De gemeenteraad Het college 7 oktober 2021 Reactie op het ICS–rapport over het haalbaarheidsonderzoek VO-scholen
Geachte leden van de raad,
Tijdens de commissievergadering van 28 september 2021 is een schriftelijke reactie van het college op het memo van de heer P.J. Bakker van ICS toegezegd. Voordat wij inhoudelijk ingaan op de 5 adviespunten van het memo, willen we graag enkele opmerkingen plaatsen bij het proces. In december 2019 stelde uw raad de visie en routekaart vast. De kern van die visie is dat we de kwaliteit en de continuïteit van het voortgezet onderwijs in Papendrecht willen versterken en waarborgen. Daarbij heeft uw raad gekozen voor nieuwbouw waarbij op voorhand duidelijk was dat daarmee grote bedragen gemoeid zouden zijn. De vernieuwing van de huisvesting van het voortgezet onderwijs is een groot en complex project. Voor een gemeente met een omvang als die van Papendrecht zijn de bedragen die worden genoemd hoog en de gevolgen voor de begroting op langere termijn zijn dan ook fors. Zowel raad als college hebben de verantwoordelijkheid om hier zorgvuldige en goed onderbouwde beslissingen over te nemen. Hoewel er op dit moment nog geen financiële beslissingen voorliggen, hebben wij als college zelf ook een second opinion gevraagd over het haalbaarheidsonderzoek en alle daarin opgenomen berekeningen. Hierover hebben wij vooraf duidelijke procesafspraken gemaakt met de heer Gerhard Jacobs van HEVO.
Advisering verliep op basis van aangeleverde conceptstukken die telkens in één of meer gesprekken werden toegelicht. Omgekeerd werden de adviezen van de heer Jacobs ook besproken voordat zij definitief werden gemaakt. Deze werkwijze zorgde ervoor dat we elkaars (onterechte) veronderstellingen tijdig konden bespreken en bijstellen. U heeft als gemeenteraad een externe adviseur in de arm genomen. Aangezien wij het belang van goede en onafhankelijke advisering onderkennen, denken wij dat dit het proces ten goede kan komen. In een proces als dit houdt een extra kritische blik ons allen scherp. Vooruitkijkend naar de advisering in de volgende projectfases, zien wij kansen om dit proces op een constructieve wijze verder vorm te geven. Met de hoor- en wederhoor procedure van de rekenkamercommissie in het achterhoofd, nodigen wij u uit om met ons periodiek in overleg te treden over externe advisering in de volgende projectfases zodat wij elkaar tijdig kunnen helpen veronderstellingen en tussentijdse conclusies te toetsen. ICS geeft u, op basis van de in het memo geconstateerde bevindingen, vijf adviezen en u heeft ons gevraagd om aan te geven welke van deze punten wij overnemen. 1)
Het college te vragen om een nadere onderbouwing van nieuwbouw van een PO-gymlokaal, de locatiekeuze en draagvlak daarvoor bij het PO-onderwijs en eventuele andere gebruikers. In het advies van ICS wordt op een aantal plaatsen gesproken over "impliciete keuzes" die onvoldoende zouden zijn onderbouwd. Gelet op onze publieke taak met betrekking tot de huisvesting van het voortgezet onderwijs is onderzocht hoe groot de nieuwe scholen zouden moeten zijn, wat dit zou kosten en of de nieuwe gebouwen passen op de locaties. Daarbij is gekozen voor een maximale benadering ("worst-case scenario"). Dat verklaart de afrondingen naar boven. Keuzes ten aanzien van sportvoorzieningen (voor po of vo), theater of verenigingen
1
in het gebied zijn niet gemaakt. Uiteraard zullen die in een later stadium expliciet moeten worden gemaakt. Het haalbaarheidsonderzoek laat alleen zien waar kansen liggen. De aanbeveling om nog te maken keuzes in de toekomst goed te onderbouwen en dit te doen in overleg met beoogde gebruikers om zo te zorgen voor voldoende draagvlak, nemen wij over. 2)
Het college te vragen om een nadere onderbouwing van de keuze ten aanzien van praktijkonderwijs in de regionale context. Voordat we op dit advies ingaan geven we in het onderstaande een korte toelichting op de regionale samenwerking op het gebied van het voortgezet onderwijs. De schoolbesturen in een regio zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het onderwijsaanbod. Dit betekent dat zij elke vijf jaar een Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen (RPO) moeten opstellen. Een RPO heeft als doel het onderwijsaanbod van twee of meer scholen(gemeenschappen) af te stemmen op de vraag van de leerlingen, ouders en andere belanghebbenden in de regio. Binnen de Noordelijke Drechtsteden vindt besluitvorming over het aanbod van de deelnemende scholen plaats op basis van unanimiteit. Over het concept RPO moet overleg worden gevoerd met de schoolbesturen in de regio die niet deelnemen in het RPO, de provincie, het bedrijfsleven en het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) in de regio. Daarnaast moet op overeenstemming gericht overleg worden gevoerd met alle gemeenten die in het gebied liggen waar het RPO betrekking op heeft. Het gemeentelijk belang bij een RPO houdt onder andere verband met de huisvestingseffecten die gepaard gaan met eventuele wijzingen in het aanbod van de scholen. De gemeente heeft een wettelijke zorgplicht voor de huisvesting van de scholen. Het huidige RPO geldt tot 2023.
Bij het opstellen van het haalbaarheidsonderzoek is uitgegaan van het huidige aanbod aan onderwijsprofielen zoals dit dus tot 2023 vaststaat. Op dit ogenblik is het niet de verwachting dat in het nieuwe RPO vanaf 2023 ingrijpende wijzigingen worden voorgestaan. Uiteraard zullen de ontwikkelingen hieromtrent worden gevolgd. De gemeente heeft echter niet de bevoegdheid om in te grijpen in de verdeling van de onderwijsprofielen en ook niet om samenvoeging tussen scholen af te dwingen. Wij gaan ervan uit dat met deze toelichting op de regionale context van het praktijkonderwijs de uitgangspunten van het haalbaarheidsonderzoek voldoende zijn onderbouwd. Wij zullen hier geen afzonderlijk beleid op formuleren. In het kader van het project Sterk techniekonderwijs zijn de scholen in gesprek met het mbo over het aanbieden van doorlopende leerlijnen. Ook hierin hebben wij als gemeente geen rol. Het gaat daarbij om geringe aantallen leerlingen waarvoor mogelijk binnen de scholen voldoende ruimte beschikbaar zal zijn. De gemeente is niet verantwoordelijk voor de huisvesting van het mbo. Deze instellingen ontvangen voor hun huisvesting namelijk een bijdrage van het Rijk. Wij zullen hier geen afzonderlijk beleid op formuleren.
3)
Het college te vragen om een visie op de sportvoorzieningen en onderbouwing van de behoefte aan sportvoorzieningen vanuit concreet gebruik van de scholen, maar vooral ook vanuit een visie op toekomstbestendig bewegingsonderwijs. De gemeente heeft bij het vaststellen van een visie op bewegingsonderwijs geen taken of bevoegdheden. Dat is aan de scholen zelf. Zij hebben elk hun eigen onderwijsvisie en het sportaanbod maakt daar deel van uit. Beide scholen bieden, naast het vaste curriculum, extra sportlessen aan. Zij geven daarom aan meer ruimte voor sportvoorzieningen nodig te hebben dan op grond van de VNG-normen zou worden toegekend. In deze verkennende fase is het aantal zalen daarom naar boven afgerond. De door de scholen aangeboden extra sportmogelijkheden sluiten aan bij het gemeentelijk beleid zoals dat is verwoord in het Sportakkoord en het nieuwe sportbeleid (nota Verbinding door sport en bewegen, juli 2021). Bij het opstellen van het haalbaarheidsonderzoek is gekeken naar de bezettingsgraad van de bestaande voorzieningen in Papendrecht. Daarbij bleek dat het Sportcentrum overdag nagenoeg volledig in gebruik is bij het primair onderwijs. Onbenutte uren zijn te zien na schooltijden tussen ongeveer 15.30 en 18.00 uur. De bestaande zalen in de Stellingmolen en aan de Pieter Zeemanlaan (De Kooy) zijn verouderd en aan het einde van hun levensduur.
2
Het college neemt de aanbeveling om een visie op de sportvoorzieningen te formuleren niet over. Gelet op de beschikbare zaalcapaciteit in Papendrecht is voldoende duidelijk dat bij de nieuwe schoolgebouwen ook in nieuwe sportvoorzieningen moet worden voorzien. Gebruik van bestaande, deels verouderde, zalen is niet mogelijk. Het nieuwe sportbeleid en het Sportakkoord bieden bouwstenen voor de onderbouwing van de daarbij nog te maken keuzes. 4)
Het college te vragen om een visie op de woningbouwkansen op de betrokken locaties, waarbij een passende inbedding in de omgeving het uitgangspunt is. Het college stelt in beslispunt 4 van het raadsvoorstel voor ter verdere uitwerking van scenario 2 een ruimtelijk programma van eisen op te stellen waarin keuzes worden gemaakt ten aanzien van de ruimtelijke kwaliteit. Dit betekent voor de beide schoollocaties dat er gekeken zal worden of er woningen kunnen worden toegevoegd. Bij het gebied aan de Douwes Dekkerlaan wordt onderzocht welk woningbouwprogramma hier gerealiseerd kan worden. Daarmee wordt volledig tegemoetgekomen aan dit advies.
5)
Het college te vragen om een financierings-en dekkingsplan op te stellen voor de vernieuwingsopgave van de VO-scholen, gebaseerd op de uitwerking van scenario 2. Overigens zonder daarmee vast te leggen dat er al sprake is van een scenariokeuze. Bij dit dekkingsplan dienen ook een risico inventarisatie en de besluitvorming met betrekking tot de impliciete keuzes te worden betrokken: - ruimtelijk kader voor scholen (norm 2015 of norm 2021) - toekenning van aantal gymzalen aan scholen in relatie tot afronding individuele behoeften (7, 8 of 9) - toekenning extragymzaal voor Willem de Zwijger Het college is van mening dat de besluitvorming in dit dossier gericht moet zijn op het maken van onderbouwde financiële keuzes in de toekomst. Hiervoor is het nodig om een scenario te kiezen op basis waarvan een dekkingsplan kan worden uitgewerkt. Het college stelt voor om een dekkingsplan te maken op basis van scenario 2 omdat dit scenario de beste koppelkansen biedt voor maatschappelijke partijen en woningbouw. Wij nemen deze aanbeveling dus over.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Papendrecht, de secretaris, de waarnemend burgemeester,
J.M. Ansems, MSc
mr. drs. A.M.M. Jetten
3