CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

MEMO afbakening jeugdhulp - achtergrondinformatie.pdf

Commissie Samenleving Papendrecht 15 december 2021, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 2: Vervolg afbakening Jeugdhulp1.750 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Afbakening jeugdhulp

Inleiding In de Verordening Jeugdhulp gemeente Papendrecht is vastgesteld dat het college geen jeugdhulp toekent voor zover sprake is van gebruikelijk hulp. Gebruikelijke hulp is een invulling van de voorwaarde van "eigen kracht" die de Jeugdwet stelt (artikel 2.3 Jeugdwet). De vraag of en zo ja, welke onderdelen van de hulpvraag tot gebruikelijke hulp behoort, beoordeelt het college op grond van de beleidsregels. Nu moet de Verordening Jeugdhulp worden aangepast. Deze memo is bedoelt als ondersteuning voor het richting geven aan de nieuw vast te stellen kaders voor de afbakening jeugdhulp.

Hoofdstuk 1.

Verordening Jeugdhulp 2018

Jeugdhulp heft niet te worden ingezet wanneer de ouders of jeugdige zelf "het probleem" kunnen oplossen (artikel 2.3 Jeugdwet). Gelukkig kunnen de meeste ouders en jeugdigen dat. In de situaties waarin ouders aangeven hun kinderen niet te kunnen bijstaan in het oplossen van "het probleem" ontstaat vaak discussie over wat nu de "gebruikelijke hulp" is die je van ouders en hun sociaal netwerk mag verwachten. In de huidige Verordening Jeugdhulp 2018 en de daarbij behorende nadere regels in de regio ZuidHolland-Zuid (ZHZ) wordt nergens een nadere definitie of omschrijving gegeven van wat onder "gebruikelijke hulp" moet worden verstaan. In de nadere regels van de Verordening Jeugdhulp 2018 worden in artikel 8 (bijlage 1) een aantal vrij algemene voorwaarden gesteld waaraan voldaan moet worden voordat jeugdhulp kan worden toegekend. In dat artikel wordt met name teruggegrepen op het begrip "eigen kracht" en het overstijgen van "gebruikelijke zorg". Het is aan de jeugdhulpprofessionals een afweging te maken of de eigen kracht van ouders en/of jeugdige voldoende is om zelf "het probleem" op te lossen. Ook is het aan hen om te bepalen of wat nodig is "de gebruikelijke zorg" overstijgt. Een richtlijn waarop zij zich kunnen baseren ontbreekt. In de nadere regels is wel een bijlage opgenomen met daarin een groot aantal onderwerpen die niet onder jeugdhulp vallen.

Maar dan gaat het om vormen van hulp en niet om inzet van ouders of het netwerk. Hoewel in de nadere regels wel in een bepaalde mate wordt aangegeven van wat wel of niet tot jeugdhulp behoort is het verstandig om daar meer gewicht aan te geven. Door lokaal meer richting te geven aan de "afbakening Jeugdhulp" , kunnen we die opnemen in de nadere regels van de "Verordening Jeugdhulp".

Hoofdstuk 2.

Hoofdlijnen gebruikelijke zorg

Eigen kracht en het aanspreken van het eigen netwerk van inwoners is een belangrijk uitgangspunt binnen het beleid sociaal domein van de gemeente. Gebruikelijke zorg in het kader van de Jeugdwet is de hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van ouders en/of verzorgers of opvoeders. Ouders behoren de tot het gezin behorende minderjarige kinderen te verzorgen, op te voeden en toezicht aan het te bieden, ook als het kind een ziekte, aandoening of beperking heeft. Voor de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid van hun kind zijn ouder(s) verantwoordelijk voor: -

Een veilige en beschermende woonomgeving (hiermee bedoelen we fysieke en sociale veiligheid); Een passend pedagogisch klimaat en stimulans in de ontwikkeling van de jeugdige; Verzorging, begeleiding en opvoeding.

Het is gebruikelijk dat ouders hun kind de dagelijkse zorg, hulp en ondersteuning bieden die past bij de levensfase van het kind. Het kan ook gaan om activiteiten die niet standaard bij alle jeugdigen noodzakelijk zijn, maar die wel als gangbare hulp en zorg van ouders aan kinderen kunnen worden gezien. Bij kinderen met een chronische aandoening, ziekte , stoornis of beperking is het gebruikelijk dat ouders zo veel mogelijk de dagelijkse zorg leveren, ook als dat meer is dan gemiddeld bij gezonde kinderen van dezelfde leeftijd. Dit is een belangrijk uitgangspunt. Immers, ook bij gezonde kinderen van dezelfde leeftijd verschilt de inzet van de dagelijkse zorg van kind tot kind. Het ene kind ontwikkeld zich nu eenmaal anders dan het andere kind en heeft meer of minder begeleiding en zorg nodig. Uit een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB d.d. 17 juli 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2362) kan worden afgeleid dat boven gebruikelijke hulp onder bepaalde omstandigheden ook van ouders kan worden verwacht en dus onder "eigen kracht" kan vallen. Om dat vast te stellen moet goed onderzocht worden of er sprake is van voldoende eigen kracht van ouders. De onderzoek factoren zouden samengevat kunnen worden in de volgende vragen: 1. 2. 3. 4.

Is de ouder in staat de noodzakelijke hulp te bieden? Is de ouder beschikbaar om de noodzakelijke hulp te bieden? Levert het bieden van de hulp door de ouder geen overbelasting op? Ontstaan er geen financiële problemen in het gezin als de hulp door de ouder wordt geboden?

Als uit onderzoek naar deze factoren volgt dat de ouder(s) de benodigde hulp kunnen bieden zonder dat dit tot problemen leidt op een van deze terreinen, dan kan gesteld worden dat er voldoende eigen kracht is. Zo niet dan spreken we over "boven gebruikelijke zorg" en kan er een indicatie worden afgegeven om een maatwerkvoorziening in te zetten.

2.1 Afweging gebruikelijke en boven gebruikelijke zorg Om vast te stellen welke zorg boven gebruikelijk is, beoordeelt het college welke zorg uit gaat boven de zorg die een jeugdige van dezelfde leeftijd zonder beperkingen redelijkerwijs nodig heeft. In

bijlage 2 zijn richtlijnen opgenomen van gebruikelijke zorg van ouders voor jeugdigen zonder beperking. Bij de beoordeling welke hulp hier bovenuit gaat, betrekt het college de volgende factoren: a. b. c. d.

leeftijd van de jeugdige aard van de zorghandelingen frequentie en patroon van de zorghandelingen tijdsomvang van de zorghandelingen

Wat valt er onder gebruikelijke zorg: Voorbeeld bij ad a Veel kinderen van 4 jaar zijn overdag zindelijk en gaan zelf naar het toilet. Maar het is niet ongewoon dat een kind van deze leeftijd hier stimulans, hulp of toezicht bij nodig heeft. Deze stimulans en hulp mag je verwachten van ouders/verzorgers en is gebruikelijke hulp. Voorbeeld bij ad b Het legen van een katheterzakje is een handeling die het verschonen kan vervangen. Als dat het geval is, is sprake van gebruikelijke hulp. Oefenen met het gebruik van pictogrammen bij een jeugdige met een verstandelijke beperking is een handeling die oefenen met lezen of topografie kan vervangen. Dit is in dat geval gebruikelijke hulp. Voorbeeld bij ad c Als een kind bij het ontbijt en het naar bed gaan medicatie aangereikt moet krijgen, loopt dit mee in het normale patroon van dagelijkse zorg voor een kind en wordt dit als gebruikelijke hulp aangemerkt. Het aanreiken van spullen of speelgoed bij kinderen met een lichamelijke beperking na afloop van de maaltijd of na een drinkmoment, past in een normaal patroon van dagelijkse zorg voor een kind met een beperking en dit wordt als gebruikelijke zorg aangemerkt. Voorbeeld bij ad d Alle kinderen hebben tot een bepaalde leeftijd hulp nodig bij wassen en aankleden.

Als deze handelingen veel meer tijd kosten vanwege bijvoorbeeld spasticiteit, wordt deze extra tijd niet als gebruikelijke hulp gezien.

Samenhangende beoordeling De hiervoor genoemde criteria moeten telkens in samenhang met elkaar worden beoordeeld. En steeds moet gekeken worden naar de individuele omstandigheden van de jeugdige en het gezin. Zo kan een zorghandeling die naar zijn aard en omvang voor een kind van een bepaalde leeftijd gebruikelijk is, in een individuele situatie veel vaker voorkomen (frequentie). Of veel meer tijd kosten (tijdsomvang). Waardoor deze zorg niet geheel als gebruikelijk kan worden aangemerkt. Voorbeeld Alle kinderen hebben tot een bepaalde leeftijd hulp nodig bij wassen en aankleden. Als deze handelingen veel meer tijd kosten vanwege bijvoorbeeld spasticiteit, wordt deze extra tijd niet als gebruikelijke hulp gezien.

Voorbeeld Het geven van medicatie (aard) bij een kind van 9 jaar (leeftijd) is gebruikelijk. Het geven van medicatie (aard) bij een kind van 9 jaar (leeftijd) is gebruikelijke hulp. Als de medicatie elke nacht (meerdere malen) moet worden toegediend, loopt dit niet mee in het dagelijkse patroon. Dan moet beoordeeld worden of ouders hierdoor zodanig belast worden dat het niet meer redelijk is dit als gebruikelijke zorg te beschouwen. Het geven van sondevoeding aan een kind van 2 jaar vervangt het geven van eten of drinken en is daarom gebruikelijke hulp. Als het voeden via de sonde meer tijd kost, of vaker moet gebeuren dan de normale dagelijkse eet- en drinkmomenten (frequentie) kan sprake zijn van boven gebruikelijke zorg.

Hoofdstuk 3 Persoonlijke verzorging Jeugdhulp in de zin van de Jeugdwet omvat onder andere het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van persoonlijke verzorging. De hulp is gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij de jeugdige (definitie van het begrip "jeugdhulp" in artikel 1.1 van de jeugdwet ). Persoonlijke verzorging betreft hulp en zorg bij algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL). Het gaat dan onder andere om de volgende activiteiten (niet uitputtend): • wassen • aankleden en uitkleden • aanbrengen of aantrekken van hulpmiddelen, prothesen, elastische kousen • eten en drinken • toedienen van sondevoeding • zich verplaatsen (in/uit bed, in/uit bad, van bed naar stoel) • naar het toilet gaan (aanleggen van een urinaal, verwisselen van incontinentiemateriaal) • wisselen van lig- of zithouding • medicijnen innemen • opmaken van het bed van een bedlegerig kind • reguliere huidverzorging, mond- en gebitsverzorging, scheren, hand- en voetverzorging • schoonhouden en verzorgen van stoma en andere onnatuurlijke lichaamsopeningen Een jeugdige kan ondersteuning krijgen bij deze ADL-activiteiten, maar de handelingen kunnen ook worden overgenomen. Het stimuleren van de jeugdige om de persoonlijke verzorging uit te voeren of aan te leren, kan ook onderdeel zijn van de in te zetten hulp.

Hoofdstuk 4 Begeleiding Wat valt onder begeleiding? Jeugdhulp omvat het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijk verkeer en van het zelfstandig functioneren van jeugdigen met een beperking. Zodat ze in staat worden gesteld voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren, rekening houdend met hun leeftijd en ontwikkelingsniveau. Om dit te bereiken, kan het college begeleiding inzetten. Bij begeleiding gaat het om het bevorderen, behouden of compenseren van de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. Bij jeugdigen wordt (een beperking in de ) zelfredzaamheid en participatie vergeleken met de mate van zelfredzaamheid en participatie van een ‘gezond’ kind van dezelfde leeftijd. Zie hiervoor ook de richtlijnen in bijlage 1. Begeleidingsactiviteiten kunnen onder andere bestaan uit: • het ondersteunen bij of oefenen met vaardigheden of handelingen, zoals leren om dagelijkse handelingen als wassen en aankleden zelfstandig te kunnen doen. • het oefenen met aanbrengen van structuur, bijvoorbeeld hulp bij plannen van activiteiten en dag structureren • ondersteuning bij het sociaal functioneren en maatschappelijk participeren (psychosociale zelfredzaamheid), zoals thuis, bij winkelen of vrijetijdsbesteding. • het overnemen van toezicht op de jeugdige

Hoofdstuk 5 afbakening Jeugdwet en andere wetten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/448/documents/7337