Huisvesting ouderen rapportage def.pdf
Tekst van het document
Huisvestingsopgave ouderen Gemeente Papendrecht
November 2021 Definitief
DATUM
November 2021
TITEL
Huisvestingsopgave ouderen
OPDRACHTGEVER
Gemeente Papendrecht
AUTEUR(S)
Valentine Reijers Martin Bleijenburg
PROJECTNUMMER
590.100/G
STATUS
Definitief
Inhoud 1
Inleiding 1.1 Doestelling en onderzoeksvragen 1.2 Methodiek 1.3 Leeswijzer 1.4 Afbakening
4 4 5 5 6
Bijlage 1: Definities en afbakening
43
Bijlage 2: Toelichting vraaganalyse woonvormen
46
2
Samenvatting
7
Bijlage 4: Woonstijlen
48
3
Huidige samenstelling, woongedrag en woonstijlen 3.1 Samenstelling van de groep ouderen 3.2 Hoe wonen ouderen in Papendrecht nu? 3.3 Woonstijlen en gewenste woonconcepten
12 12 13 14
Bijlage 5: Voorzieningenkaarten
57
Bijlage 6: Uitsplitsing PG/SOM
59
4
Ontwikkeling vraag naar ouderenhuisvesting 4.1 Zorgvraag ouderen 4.2 Vraag naar woonvormen 4.3 Vraag naar woonconcepten binnen geclusterd wonen 4.4 Vraag naar ‘geschikte’ woningen 4.5 Woonbehoefte op wijk- en kernniveau 4.6 Wensbeelden ouderen
16 16 18 20 22 23 25
5
Aanbod aan ouderenhuisvesting 5.1 Aanbod aan woonvormen 5.2 Kenmerken van geclusterd corporatieaanbod 5.3 Aanbod aan geschikte woningen
28 28 29 30
6
Huisvestingsopgave 6.1 Conclusies 6.2 Aanbevelingen
33 33 37
Bijlage 3: Kengetallen voor de geschiktheid van de voorraad op kernniveau 47
1 Inleiding Het aantal ouderen in Papendrecht zal in de komende jaren sterk gaan groeien. Maar ook binnen de groep neemt de groep ‘oudere ouderen’ (75+) het sterkst in aantal toe, en daarmee stijgt ook het aantal mensen met een zorgvraag. We zien dat ouderen steeds vaker en steeds langer zelfstandig blijven wonen, ook als zij behoefte krijgen aan zorg. Dat vraagt om aanpassingen in het woningaanbod. Er zijn meer ‘geschikte’ woningen voor ouderen nodig, meer geclusterde woonvormen, meer plekken in woonzorgvoorzieningen. Om deze huisvesting mogelijk te maken is een sterk netwerk aan zorg en ondersteuning in de buurt gewenst. De gemeente Papendrecht wil weten wat de beschreven ontwikkelingen gaan betekenen voor de vraag naar levensloopgeschikte woningen en welke deel van de toekomstige woningbouwopgave moet landen in woonvormen waar wonen met zorg kan worden geboden. Onderdeel van deze verkenning is een analyse van vraag en aanbod in de gemeente. Op basis daarvan kan de gemeente stappen zetten in het samenwerkingsproces met corporatie Woonkracht10, ontwikkelaars en zorgpartijen om de huisvestingsopgave voor wonen met zorg te realiseren. De gemeente wil meer zicht op welke woonconcepten er voor ouderen ‘op de markt’ zijn en voor welke doelgroepen deze interessant kunnen zijn, om mede op basis daarvan in de komende jaren de juiste keuzes te kunnen maken.
Een vergelijking van vraag en aanbod is een belangrijke eerste stap om te komen tot een woonzorgvisie. Gemeenten worden geadviseerd naast de woonvisie een woonzorgvisie op te stellen en het is de ambitie van de Taskforce dat iedere gemeente deze in 2021 heeft 1. Een woonzorgvisie beschrijft de uitgangspunten op basis waarvan de gemeenten en andere betrokken partijen zoals woningcorporaties en zorgaanbieders willen samenwerken om wonen met zorg (beter) mogelijk te maken. Vaak wordt hieraan een uitvoeringsprogramma gekoppeld waarin de concrete acties beschreven staan die partijen in gezamenlijkheid willen oppakken. Naast deze rapportage is er nog een ander document dat als opzet dient voor een dergelijk uitvoeringsprogramma. Dit document heet het ‘Handelingsperspectief’. Het is ook mogelijk om een afwegingskader op te stellen voor nieuwe woonzorginitiatieven, gekoppeld aan de woonzorganalyse en aansluitend bij de uitgangspunten uit de visie.
1.1 Doestelling en onderzoeksvragen Het doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in de huisvestingsopgave voor ouderen met een (toekomstige) zorgvraag in de wijken van de gemeente Papendrecht (in kwantitatieve en kwalitatieve zin) en dit te relateren aan het huidige aanbod aan dergelijke woonvormen op gemeente en buurtniveau. De onderzoeksvragen zijn: • Hoe zal de vraag naar verschillende woonvormen voor ouderen zich in de komende jaren (2025 – 2030 – 2035 – 2040) ontwikkelen? o Hoe ontwikkelt het aantal ouderen in de gemeente zich in de komende jaren?
1 Bron: https://vng.nl/sites/default/files/2020-
11/brief_ministers_bzk_en_vws_mbt_opgave_wonen_en_zorg_en_adviesteam_ma ntelzorg1.pdf
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
4
o
• • •
Hoe ontwikkelt het aantal ouderen met een (lichte) zorgvraag zich in de komende jaren? o Hoe wonen ouderen met en zonder zorgvraag in Papendrecht momenteel op wijkniveau? o Wat zijn de specifieke woonwensen/ behoefte/ -eisen van ouderen met en zonder zorgvraag? o Welke trends en ontwikkelingen zijn van invloed op eventuele verschuivingen in de vraag naar verschillende woonvormen? Wat is het huidige aanbod aan geschikte (reguliere) woningen, geclusterde woonvormen en woonzorg voor ouderen in de gemeente? Wat is (dus) de huisvestingsopgave op korte en (middel)lange termijn (match vraag en aanbod)? Welke mogelijke knelpunten zijn er om te voorzien in de vraag op korte en langere termijn (2025, 2030, 2040) en welke aanvullende maatregelen zijn nodig om hierin te voorzien?
1.2 Methodiek Om de (toekomstige) vraag naar woningen onder ouderen te bepalen, maken wij gebruik van ons prognosemodel ‘Woonzorgweter’. Dit model gebruikt gegevens over het huidige zorggebruik, de leeftijdsopbouw en demografische ontwikkelingen om een inschatting te maken van de toekomstige vraag naar woonvormen voor ouderen. Onze prognose geven wij weer in bandbreedtes. We rekenen twee varianten door: een basisprognose waarin we de huidige vraag ‘demografisch doorvertalen’ richting de toekomst, en een ‘trendprognose’ waarin we ook rekening houden met maatschappelijke trends die kunnen zorgen voor verschuivingen in de zorg- en woonvraag.
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
1.3 Leeswijzer Dit rapport begint met een samenvatting van de belangrijkste bevindingen. In de volgende hoofdstukken (3 tot en met 7) behandelen we de kenmerken en woonwensen van ouderen in Papendrecht, de vraag naar en het aanbod aan ouderenhuisvesting, de huisvestingsopgave en tot slot het belang van ondersteuning, welzijn en zorg: • Hoofdstuk 3: Kenmerken en woonwensen • Hoofdstuk 4: Vraag naar ouderenhuisvesting • Hoofdstuk 5: Aanbod aan ouderenhuisvesting • Hoofdstuk 6: Huisvestingsopgave • Hoofdstuk 7: Ondersteuning, welzijn en zorg In de bijlage zijn overzichten opgenomen van de definities in dit onderzoek (bijlage 1), de gehanteerde aannames (bijlage 2), een overzicht van de geschikte woningvoorraad op buurtniveau (bijlage 3), een toelichting op de woonstijlen (bijlage 4), kaarten met voorzieningen en aanbod per buurt (bijlage 5) en een uitsplitsing van vraag/vraag-aanbodbalans SOM & PG (bijlage 6). Naast de uitgewerkte kaart die in bijlage 5 te vinden is, is er ook een interactieve kaart ontwikkeld van de voorzieningen, aanbodlocaties en de geschiktheid van woningen op buurtniveau. Deze kaart is te vinden via de volgende link: www.companen.nl/arcgis/woonzorgpapendrecht
5
1.4 Afbakening Om antwoord te kunnen geven op de onderzoeksvragen in paragraaf 1.1 is in dit rapport onderscheid gemaakt in vier buurten. In dit rapport wordt gewerkt met de volgende gebiedsindeling: • Westpolder • Molenvliet & Wilgendonk • Kraaihoek • Middenpolder & Oosteind Onder deze buurt vallen ook de buurten De Kooy en Oostpolder omdat we met een hoger aantal ouderen meer betrouwbare uitspraken kunnen doen.
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
6
2 Samenvatting In dit onderzoek geven wij inzicht in de huisvestingsopgave voor ouderen met een (toekomstige) zorgvraag in de gemeente Papendrecht. De groep ouderen is divers samengesteld en heeft diverse woonwensen. We kunnen ouderen onder andere onderverdelen in groepen zorgvragers (met bijbehorende gewenste woonvorm), inkomensklassen (met een bijbehorend marktsegment) en woonstijlen (met een bijbehorend woningtype en woonconcept). Dit rapport gaat in op de ontwikkeling van de vraag naar verschillende woonvormen en woonconcepten, en de mate waarin het huidige aanbod voorziet in deze vraag.
Huisvestingsopgave: woonvormen Een vergelijking van de (toekomstige) vraag naar woonvormen en het huidige aanbod leidt tot inzicht in de huisvestingsopgave voor ouderen: • Er is momenteel een tekort van 30 plekken voor mensen met een psychogeriatrische (PG) zorgvraag. Er is volgens onze berekeningen een behoefte aan 140 plekken, en er zijn momenteel ca 110 plekken in de gemeente. In de komende jaren zal het tekort groeien, zolang er geen aanbod bij komt. Zonder toevoeging verwachten wij dat er in 2040 een tekort zal zijn van 60 tot 130 plekken. • Op het moment is er een overschot van 5 plekken voor mensen met een somatische zorgvraag (SOM). Volgens onze berekeningen bestaat er een behoefte aan 80 plekken voor, en er zijn momenteel 85 plekken. In 2025 is er geen sprake meer van een overschot maar een tekort aan 5 plekken. Zonder toevoeging van aanbod verwachten wij dat er in 2040 een tekort zal zijn van 5 tot 45 plekken.
•
•
Voor geclusterd wonen geldt op dit moment dat het aanbod groter is dan de vraag. In 2030 zien we een tekort ontstaan van 138 plekken wanneer we uitgaan van de trendvariant van de vraagprognose. Zonder toevoegingen verwachten wij dat er in 2040 een tekort zal zijn van 58 tot 478 plekken. Wanneer we de relatie leggen tussen de in beeld gebrachte opgave en de opgave aan meergezinswoningen die in het woningmarktonderzoek Drechtsteden van RIGO naar voren komt, valt de in beeld gebrachte opgave in dit rapport binnen de opgave aan ca. 460 meergezinswoningen in de periode tot 2030 die naar voren komt in het woningmarktonderzoek 2. We kijken hierbij alleen naar de opgave van het geclusterd wonen. De opgave van 53 tot 203 geclusterde woningen in 2030 valt binnen de opgave van 460 meergezinswoningen. We geven hiermee een verfijning van de invulling van een deel van de opgave aan meergezinswoningen. De opgave aan 24-uurszorgplekken is een aparte opgave. Hierbij speelt nog mee dat het Zorgkantoor eerst een akkoord moet geven om de 24-uurszorgplekken erbij te bouwen.
Tabel: Vraag-aanbodbalans woonvormen (2021 - 2040)
Woonvorm 24-uurszorg PG 24-uurszorg SOM Geclusterd wonen Totaal
Balans 2021 -30 5 192 167
Balans 2025 -50 tot -60 -5 42 tot 122 -86 tot 57
Balans 2030 -60 tot -80 -5 tot -15 -138 tot 42 -53 tot -203
Balans 2040 -60 tot -130 -5 tot -45 -58 tot -478 -123 tot -653
Bron: Zorgkantoren Coöperatie VGZ, Woonzorgweter, Companen, bevolkings- en huishoudensprognose Papendrecht.
De huidige vraag naar geschikte woningen voor mensen met een mobiliteitsbeperking bedraagt 1.260 woningen. In 2040 zal deze behoefte, conform de
2 Woningmarktanalyse Drechtsteden – RIGO Research en Advies
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
7
trend van vergrijzing, gaan oplopen tot ca 1.810 woningen. Deze aantallen wegen in principe zwaar tegenover het huidige geschikte woningaanbod: momenteel kent Papendrecht, volgens de CBS-Microdata, slechts 3.310 geschikte woningen. Van deze woningen wordt 57% ook bewoond door een huishouden van 65 jaar of ouder. Hoeveel geschikte woningen uiteindelijk benodigd zijn om in de behoefte te voorzien zal altijd een samenspel zijn van voldoende aanbod en voldoende beschikbaar aanbod. Tabel: Toename in de vraag naar geschikt wonen (2021 – 2040; huishoudens afgerond op 10-tal)
Rolstoelgeschikte woning Rollatorgeschikte woning Totaal
2021 140 1.120 1.260
2030 180 1.410 1.590
2040 200 1.610 1.810
Toename 2021 - 2040 +60 +490 +550
Bron: Woonzorgweter, Companen.
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
8
Opgave per buurt In de tabel rechts geven wij een advies voor de huisvestingsopgave per buurt. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen de opgave op korte termijn (tot 2030) en lange termijn (na 2030). De opgave tussen 2030 en 2040 komt bovenop de opgave tot 2030. 24-uurszorg nodig in Molenvliet & Wilgendonk en Middenpolder & Oosteind In Middenpolder & Oosteind zijn relatief veel geschikte woningen aanwezig. Het aantal geschikte woningen weegt goed op tegen de vraag, ook naar de toekomst toe. In Molenvliet & Wilgendonk is er momenteel sprake van een tekort aan geschikte woningen en neemt het tekort toe tot 195 woningen in 2040. Tekorten zien wij voor de gebieden Molenvliet & Wilgendonk en Middenpolder & Oosteind. Als we naar de aantallen kijken is het mogelijk om in beide gebieden een grootschalige locatie te realiseren. Echter moet ook worden afgewogen of een dergelijke locatie past bij de buurt en de bouwlocatie. Een grotere locatie biedt kansen voor zorg in natura. Met een grotere schaal is het gemakkelijker om te voldoen aan het kwaliteitskader voor het leveren van zorg in natura. Eén of meerdere kleinere locaties bieden kansen voor het toepassen van scheiden wonen en zorg (VPT). VPT staat voor ‘Volledig Pakket Thuis’. Een complete verstrekking waarbij alle zorgonderdelen (naar behoefte) aan huis geleverd worden.
Geclusterd wonen in Molenvliet & Wilgendonk en Middenpolder & Oosteind. In Middenpolder & Oosteind zijn relatief gezien veel geschikte woningen aanwezig. Het aantal geschikte woningen weegt hier goed op tegen de vraag, maar dit geldt niet voor Molenvliet & Wilgendonk. Hier ligt een opgave voor meer geschikte woningen. In deze buurt zien we ook een opgave voor geclusterd wonen, en een kleinere opgave voor 24-uurszorg. Mogelijk valt hier een combinatie in te maken, door bijvoorbeeld VPT aan te bieden in een
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
geclusterde woonvorm. Wij adviseren om bij de realisatie te kijken naar hofjeswoningen, in een mix van gestapelde en grondgebonden bouw, en een seniorencomplex, met een mix aan services die ouderen kunnen afnemen. Betaalbare tot middeldure prijsklassen passen het best wanneer we kijken naar de meest voorkomende woonstijlen in Papendrecht. Geclusterd wonen in Kraaihoek en Westpolder In Kraaihoek zien we dat er vanaf 2025 een opgave ligt voor meer geclusterde woningen voor ouderen. Daarnaast zien we dat in Kraaihoek het aantal geschikte woningen goed opweegt tegen de vraag, ook naar de toekomst toe. Er zijn voor nu en in de toekomst voldoende 24-uurszorgplekken om in de vraag te voorzien. In de Westpolder zijn voldoende geschikte woningen en 24uurzorgplekken om in de (toekomstige) vraag te voorzien. In het jaar 2040 kan er een tekort ontstaan aan geclusterde woonplekken voor ouderen. Tabel: Huisvestingsopgave per buurt tot 2030 en tussen 2030 en 2040 Buurt
Westpolder Molenvliet & Wilgendonk
Kraaihoek Middenpolder & Oosteind
Opgave tot 2030 Geen Geschikte woningen (125 woningen) Geclusterde woningen (41 tot 91 woningen) 24-uurszorg (75 tot 85 plekken) Geclusterde woningen (28 tot 58 woningen) Geclusterde woningen (20 tot 65 woningen) 24-uurszorg (60 tot 65 plekken)
Opgave 2030 tot 2040 Geclusterde woningen (0 tot 19 woningen) Geschikte woningen (195 woningen) Geclusterde woningen (71 tot 191) 24-uurszorg (80 tot 110 plekken) Geschikte woningen (38 tot 123 woningen) Geclusterde woningen (45 tot 145 woningen) 24-uurszorg (60 tot 90 plekken)
Bron: Woonzorgweter, Companen.
9
Aanbevelingen/beleidsopgaven Tijdens het onderzoek en gesprekken met ketenpartners zijn er diverse opgaven voor beleid naar voren gekomen. Hieronder staat een puntsgewijze samenvatting van de belangrijkste opgaven. Een verdere uitwerking van deze opgaven kan worden gevonden in hoofdstuk 6.
6. Inzet op doorstroming verder verhogen De inzet van een seniorenmakelaar of een verhuisdienstservice kan helpen om meer ouderen te bewegen te verhuizen. Wij adviseren om dit ook beschikbaar te stellen voor mensen in de particuliere sector.
1. Programmatische aanpak en visievorming in brede samenwerking Stel een werkgroep in met partijen die een koploperfunctie willen vervullen. De werkgroep gaat aan de slag met uitvoeringsprogramma, wisselt signalen over benodigde zorginfrastructuur en vastgoed uit en monitort planontwikkeling.
Ondersteuning, welzijn en zorg
2. Geclusterd wonen clusteren in voorzieningenbuurten Realiseer geclusterde woonconcepten voor ouderen nabij voorzieningen (zorg, welzijn en sociaal). 3. Voorsorteren op de zorgvraag; voorlichting en preventie Investeer in voorlichting aan toekomstige ouderen over hoe ze hun woning geschikt kunnen maken voor de toekomst. Hierbij gaat het onder andere over mogelijkheden rondom woningaanpassingen en vergunningen voor een mantelzorgwoning. Werk daarnaast ook aan de bekendheid van de mogelijkheden in ondersteuning van mantelzorgers.
Ondersteuning, welzijn en zorg zijn belangrijke randvoorwaarden om lang(er) zelfstandig wonen van ouderen mogelijk te maken. Hieronder staat een puntsgewijze samenvatting van de belangrijkste aandachtspunten op het gebied van ondersteuning, welzijn en zorg. In hoofdstuk 7 staan de aandachtspunten in hun volledigheid. Personeelstekort en inzet domotica, E-health Het is van belang zorgpersoneel aan te blijven trekken door bijvoorbeeld een aantrekkelijk pakket aan te bieden voor omscholing. Daarnaast biedt domotica en E-health hulp wat betreft het personeelstekort. Bij de inzet van domotica en E-health is het van belang dat de zorgmedewerkers digitaal vaardig zijn zodat zij zelf domotica kunnen bedienen en het aan degene die zorg ontvangt kunnen uitleggen.
4. Nieuwbouw meer oriënteren op nieuwe woonconcepten Realiseer nieuwe woonconcepten voor een meer divers aanbod: hofjeswoningen, meergeneratiewoningen en serviceflats. Het is belangrijk huurprijzen betaalbaar te houden en variatie te bieden in kooprijzen.
Mantelzorg en respijtzorg Er komt steeds meer op de schouders van mantelzorgers terecht. Verken de mogelijkheden voor het realiseren van logeerplekken in de gemeente Papendrecht. Heb daarnaast oog voor voorlichting aan inwoners over het geschikt maken van hun woning om (mantel)zorg in te kunnen verlenen.
5. Richtlijn opstellen voor nieuwe geclusterde woonvormen voor ouderen Stel vereisten op voor geclusterde woonvormen voor ouderen, zodat ze beter aansluiten bij de behoeften van ouderen die beschutting en comfort zoeken.
Mobiliteit en contact Houd de kosten van het gebruik van de Wijkhopper en Valys betaalbaar en zorg ervoor dat ouderen bekend raken met de gebruikmaking van deze
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
10
voorzieningen. Breng ouderen op de hoogte van het bestaan van buurthuizen/ontmoetingsruimten en welke activiteiten of evenementen daar plaatvinden. Doorstroming stimuleren Stimuleer doorstroming door aandacht te hebben voor vijf verschillende categorieën van interventies: Passend aanbod, Op weg helpen, Ontzorgen, Prijsprikkel en Voorrang. Vernieuwende woonconcepten Bied ruimte voor vernieuwende woonconcepten die niet alleen voldoen aan de primaire behoefte van ‘een dak boven het hoofd’ maar meer kunnen bieden in de zin van welzijn, ondersteuning en zorg. Denk aan woonvormen als ecowijken- en- dorpen, ‘magic mix’ en hofjeswonen.
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
11
3 Huidige samenstelling, woongedrag en woonstijlen Woonwensen van ouderen worden bepaald door hun zorgvraag, maar ook door persoonlijke voorkeuren en financiële mogelijkheden. Een beter begrip van de verschillen in waardenoriëntatie en financiële mogelijkheden tussen de diverse groepen ouderen in de gemeente helpt om het (nieuwe) aanbod aan wonen met zorg passender te maken. In dit hoofdstuk gaan we in op de huidige samenstelling van de groep ‘ouderen’ in Papendrecht, hun huidige woonsituatie en op kenmerken van ouderen die bepalend zijn voor hun woonstijl3.
3.1 Samenstelling van de groep ouderen De groep ouderen in de gemeente Papendrecht zal in de komende jaren sterk gaan groeien: in 2021 zijn er ca 7.286 65-plussers, in 2040 zal dit aantal zijn opgelopen tot ca 8.905. Volgens de Primos prognose groeit het aantal oudere huishoudens van ruim 4.826 huishoudens nu tot ongeveer 6.032 huishoudens in 2040.
Figuur 3.1.: Aantal 65-plussers in 2021 en 2040 naar leeftijdsklasse
2021
3.969
2040
3.970 0
2.461
856
3.200
2.000
4.000
65-74 jaar
1.735
6.000 75-84 jaar
8.000
10.000
85+ jaar
Bron: Bevolkingsprognoses Primos 2020. Figuur 3.2: Aantal 65-plushuishoudens in 2020 en 2040 naar leeftijdsklasse
2021
2.445
2040
2.560 0
1.000
1.713
668
2.212 2.000
3.000
65-74 jaar
4.000
75-84 jaar
1.260 5.000
6.000
7.000
85+ jaar
Bron: Huishoudensprognose Primos 2020. Tabel 3.1: Oudere huishoudens uitgesplitst naar leeftijdsklasse op buurtniveau (2021)
Leeftijdsklasse 65-74 jaar 75-84 jaar 85+ jaar Huishoudens totaal
Westpolder 685 480 187 1.352
Molenvliet & Wilgendonk 709 497 194 1.400
Kraaihoek 465 325 127 917
Middenpolder & Oosteind 587 411 160 1.158
Bron: Huishoudensprognose Primos 2020.
3 De ‘woonstijl’ is
een adaptie van de sociologische term ‘leefstijl’. Via ‘woonstijlen’ worden sociologische inzichten gebruikt om woongedrag te classificeren.
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
12
Inkomens- en vermogenspositie De oudere huishoudens in Papendrecht zijn op dit moment redelijk gelijk gespreid over diverse inkomensklassen. Ongeveer de helft van de oudere huishoudens valt binnen de doelgroep sociale huur. Van de oudere huishoudens heeft 57% een relatief beperkt vermogen opgebouwd. De overige 43% heeft een redelijk tot hoog vermogen opgebouwd. Deze ouderen bezitten vaak een eigen woning en hebben nauwelijks of geen hypotheekschuld meer. In Nederland was het doorsnee vermogen van een 65-plusser in 2019 142,6 duizend euro (CBS, 2020). In de buurt Kraaihoek wonen in verhouding meer ouderen met een beperkt vermogen vergeleken met de andere buurten. Figuur 3.3: Aandeel 65-plushuishoudens per vermogensklasse (2020)
Westpolder
40%
16%
22%
22%
Molenvliet en Wilgendonk
35%
19%
25%
21%
€ 38.035’ behoren. In de buurt Molenvliet & Wilgendonk woont naar verhouding het grootste aandeel 65-plushuishoudens die behoren tot de groep met een inkomen hoger dan € 72.000. Figuur 3.4: Aandeel 65-plushuishoudens per inkomensklasse (2020)
Westpolder
24%
Molenvliet en Wilgendonk
20%
Kraaihoek
49%
Middenpolder, Oosteind en rest.
31%
19% 21%
17%
26%
15%
19%
30%
Middenpolder, Oosteind en rest.
16%
Gemeente Papendrecht
23% 0%
Kraaihoek
25%
23% 21%
28% 24%
20%
17%
23%
20%
12% 10%
28%
24% 40%
13% 15%
15%
17%
23%
14%
16%
60%
80%
< Huurtoeslaggrens
Huurtoeslaggrens - € 38.035
€ 38.035 - € 54.000
€ 54.000 - € 72.000
100%
> € 72.000
22%
Bron: CBS-Microdata (2020).
Gemeente Papendrecht
39% 0%
< € 50.000
€ 50.000 - € 150.000
20%
18% 40%
23% 60%
€ 150.000 - € 300.000
20% 80%
100%
> € 300.000
Bron: CBS-Microdata (2020).
In de volgende figuur komt tevens naar voren dat in de buurt Kraaihoek relatief gezien meer 65-plushuishoudens wonen met een beperkt vermogen en daarmee tot de doelgroep ‘lager dan huurtoeslaggrens’ en ‘huurtoeslaggrens tot
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
3.2 Hoe wonen ouderen in Papendrecht nu? Van alle 65-plushuishoudens in Nederland woont 45% in een huurwoning en 55% in een koopwoning (WoON2018). Het bezit onder ouderen is de afgelopen jaren toegenomen en de verwachting is dat dit de komende jaren verder zal stijgen. Uit de CBS-microdata over de gemeente Papendrecht volgt dat 57% van de 65-plushuishoudens in een koopwoning woont en de resterende 43% in een huurwoning. Daarmee wonen ouderen in Papendrecht vaker dan gemiddeld
13
(Nederland) in een koopwoning. In de buurten Kraaihoek (56%) en Westpolder (46%) staat relatief gezien meer huurwoningen dan het gemeentelijke gemiddelde van 43%.
46%
Molenvliet en Wilgendonk
42%
29%
Gemeente Papendrecht
20% Huur
38%
Kraaihoek
47%
Middenpolder, Oosteind en rest.
49%
Gemeente Papendrecht
42% 0%
71%
43% 0%
19%
23%
25% 43%
20%
34% 51%
63% 58%
Middenpolder, Oosteind en rest.
51%
54%
37%
Kraaihoek
Westpolder Molenvliet & Wilgendonk
Figuur 3.5: Woonsituatie van oudere huishoudens (65-plus) naar eigendom (2020)
Westpolder
Figuur 3.6: Bewoning van (niet-) geschikte woningen leeftijdsgroep 65-plus
Geschikte woning
57% 40%
60%
80%
100%
Koop
20%
31% 40%
Potentieel geschikt
60%
27% 80%
100%
Niet geschikt
Bron: CBS-Microdata, 2021.
3.3 Woonstijlen en gewenste woonconcepten
Bron: CBS-Microdata, 2021.
Geschiktheid Niet elke oudere woont in een woning die ‘geschikt’ is voor mensen met een mobiliteitsbeperking. In de gemeente Papendrecht woont 42% van de huishoudens boven de 65 jaar in een woning die volgens de geschiktheidsanalyse geschikt is. Ca 31% van de ouderen woont in een geschikt te maken woning. In Middenpolder & Oosteind wonen alle 65-plushuishoudens in een geschikte woning of potentieel geschikte woning.
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
De laatste jaren is er steeds meer aandacht voor ‘vernieuwende woonconcepten’ voor ouderen. Ouderen met een lichte zorgvraag komen niet meer in aanmerking voor een plek in een verzorgingshuis, en veel ouderen willen dit ook niet meer. Een deel wil echter wel verhuizen naar een geschiktere woning, waar (op termijn) ook zorg geboden kan worden. Dit leidt tot een toenemende vraag naar geclusterd wonen voor ouderen als ‘tussenvorm’ tussen een reguliere woning en het verzorgingshuis. De woonvorm ‘geclusterd wonen’ is een verzamelnaam voor diverse woningtypes en woonconcepten die beschutting, comfort en ontmoeting bieden. Verschillende groepen ouderen zoeken daarbij verschillende type geclusterde woonvormen. Welke keuzes groepen ouderen hierin maken is onder meer afhankelijk van hun waardenprofiel en financiële mogelijkheden, die wij samenbrengen in zogeheten ‘woonstijlen’.
14
Wij zien negen dominante woonstijlen onder huidige en toekomstige generaties ouderen (50-plussers) (zie bijlage 4). De indeling naar woonstijlen is gebaseerd op analyses van feitelijke en subjectieve informatie (CBS-microdata, het WoON en sociologisch onderzoek naar generaties en waardepatronen) ten aanzien van het inkomen, leeftijd, huishoudenssamenstelling, stedelijkheid, opleiding en vermogen. In welke groep iemand is ingedeeld, is onder meer afhankelijk van het geboortejaar (generatie) en de financiële positie. Onderstaande figuur geeft weer welke woonstijlen we onderscheiden.
groep met een middel-financiële positie groter is dan de groep met een hoge financiële positie. Ook voor de oudere ouderen geldt dat de groep met de lage financiële positie de grootste groep vormt; de Kwetsbare Ouderen. Figuur 3.8: Verdeling woonstijlen onder 50+huishoudens in Papendrecht (2021)
2.500
2.030 2.000
Figuur 3.7: Indeling van woonstijlen naar generatie (geboortejaar) en financiële positie
Stille Generatie (1940 e.o.) Protestgeneratie (1940-1955) Generatie X (1955-1970)
Lagere financiële positie
Middel financiële positie
Hoge financiële positie
Kwetsbare Ouderen
Oudere comfortzoekers Vitale comfortzoekers Moderne hofjesbewoners
Welgestelde cultuurminnaars Welgestelde levensgenieters Ondernemende levensgenieters
Traditionele buurtbewoners Actieve buurtbewoners
1.580 1.500
1.160 1.000
500
820
800
260
940
820
210
0
Figuur 3.8 Laat zien hoe groot elk van de groepen is in de gemeente Papendrecht. In de huidige groep 65-plussers in Papendrecht zijn de groepen Traditionele buurtbewoners en Welgestelde levensgenieters de grootste groepen. De Welgestelde levensgenieters vormen een groep met een hoge financiële positie. De Traditionele Buurtbewoners hebben juist een lage financiële positie. In de groep ‘toekomstige ouderen’, die nu tussen de 50 en 65 jaar oud zijn, zien we dat de groep met een lage financiële positie veruit de grootste is. Onder de ‘toekomstige ouderen’ is, net zoals bij de huidige 65-plussers de groep met een middel-financiële positie de kleinste groep. Dit beeld is anders voor de ouderen die nu 80 jaar of ouder zijn. Voor deze generatie geldt dat de
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
Stille Generatie Protestgeneratie 1940 - 1955 Generatie X 1955 - 1970
Kwetsbare ouderen Oudere comfortzoekers Welgestelde cultuurminnaars Traditionele buurtbewoners Vitale comfortzoekers Welgestelde levensgenieters Actieve buurtbewoners Moderne hofjesbewoners Ondernemende levensgenieters
Bron: CBS-microdata, WoON2018 en bewerking Companen.
In hoofdstuk 4 gaan we dieper in op de becijfering van de kwalitatieve woonbehoefte per woonstijl, in termen van woonvormen, woningtype, woonconcept of marktsegment. In bijlage 4 staat de verdeling van de woonstijlen per buurt weergegeven.
15
4 Ontwikkeling vraag naar ouderenhuisvesting De groep ouderen is divers samengesteld. We kunnen ouderen onder andere onderverdelen in mensen met en zonder zorgvraag (dit is van invloed op de gewenste woonvorm), mensen met een hoog dan wel een laag inkomen (dit is van invloed op het gewenste marktsegment) en woonstijlen (dit is van invloed op het gewenste woningtype en woonconcept). In dit hoofdstuk gebruiken we deze classificering om de kwalitatieve woonbehoefte van ouderen steeds scherper in beeld te brengen. Het vertrekpunt voor de behoefte aan een bepaalde woonvorm is het zorggebruik. Voor veel ouderen is het zorggebruik bepalend voor de eerste keuzes op de woningmarkt: blijft de oudere wonen in een reguliere woning of verhuist het huishouden naar een woonvorm waarin het prettiger wonen is met een (oplopende) zorgvraag? Wij brengen deze behoefte in beeld op basis van het huidige en toekomstige zorggebruik van ouderen, en het woongedrag dat hiermee samenhangt. Met onze prognoses sluiten wij aan bij het Zorgtredenmodel van de NZa (zie grondkader op de volgende pagina). Als verdieping op de prognoses van de vraag naar woonvormen gaan we in op de behoefte aan woningtypes en woonconcepten die hieronder geschaard kunnen worden.
Hierbij richten wij ons met name op het geclusterd wonen voor ouderen, omdat dit een specifieke woonvorm betreft waarvoor de reguliere woningmarkt niet zonder meer aanbod verschaft. Tot slot geven we weer hoeveel vraag er onder ouderen bestaat naar woningen en woonvormen in diverse marktsegmenten.
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
4.1 Zorgvraag ouderen Huidig zorggebruik De Nederlandse zorgautoriteit heeft aan Companen gegevens beschikbaar gesteld over het zorggebruik van ouderen in Nederland, waarbij alle ouderen worden ingedeeld in één van de zes ‘zorgtreden’. Deze gegevens zijn uitgesplitst naar leeftijdscategorie (65-75 jaar; 75 - 85 jaar; 85 jaar en ouder). Van VGZ Zorgkantoor hebben we daarnaast cijfers ontvangen over het aandeel ouderen met een Wlz-indicatie in Papendrecht. Wanneer we de cijfers van de NZa en het Zorgkantoor doorrekenen met de bevolkingsprognose per leeftijdscategorie voor Papendrecht, kunnen we een gedegen inschatting maken van de huidige en toekomstige omvang van het aantal ouderen in de verschillende zorgtreden in de gemeente. Daarbij leiden veranderingen in de leeftijdsopbouw tot veranderingen in het zorggebruik. De omvang van zorgtrede 6 valt met gemeentelijke cijfers over het gebruik van Wlz-zorg preciezer te berekenen. De gemeente Papendrecht telt 281 personen die een Wlz-indicatie hebben. Van de 281 worden ca 50 indicaties niet verzilverd op dit moment. Deze indicaties worden op een later moment in zorg genomen (verzilverd worden). Wij beschouwen dit als een uitgestelde vraag naar Wlz-zorg. Dit houdt in dat 3,9% van alle ouderen (65-plussers) in Papendrecht een Wlz-indicatie heeft en in zorgtrede 6 valt, hetgeen onder het landelijk gemiddelde ligt (6%).
16
Zorgtredenmodel van de NZa Het zorgtredenmodel van de Nederlandse Zorgautoriteit bevat zes treden. Alle Nederlandse ouderen (65-plus) zijn ingedeeld in één van deze treden op basis van de aard en mate van hun zorggebruik. De indeling gebeurt op basis van de zwaarste zorgvorm die ouderen in het afgelopen half jaar ontvingen: • Vitale ouderen zitten in zorgtrede 1. Zij wonen zelfstandig thuis en gaan slechts af en toe naar de huisarts of de apotheek voor medicatie. • Zorgtrede 2 omvat zelfstandig thuiswonende ouderen die gebruik maken van medisch-specialistische zorg vanwege een acute zorgvraag, chronische ziekte of specialistische geestelijke gezondheidszorg. • In zorgtrede 3 vallen ouderen die gebruik maken van Wmo-zorg en daarmee een lichte mate van afhankelijkheid van zorg of ondersteuning hebben. Deze zorg betreft hulpmiddelen, voorzieningen, huishoudelijke hulp of andere zorg waarvoor een eigen bijdrage verschuldigd is. • Bij zorgtrede 4 maakte de oudere tijdens de afgelopen zes maanden tijdelijk (niet meer dan 3 maanden) gebruik van professionele zorg: persoonlijke verzorging en kernverpleging uit de Zvw of mpt/pgb uit de Wlz, of revalidatiezorg, eerstelijnsverblijf of Wmo-verblijf of andere Wmozorg die in 2015 uit de AWBZ is overgeheveld. • In zorgtrede 5 maakt de oudere structureel (langer dan 3 maanden) gebruik van de zorg die onder zorgtrede 4 is beschreven.
• In zorgtrede 6 zitten ouderen die zijn opgenomen in een intramurale instelling of die een 'Volledig Pakket Thuis (VPT)' ontvangen via de Wlz. Hoe hoger de leeftijd, hoe vaker een oudere gebruik maakt van relatief zware zorg; de verdeling over de zorgtreden van 85-plussers ziet er dan ook heel anders uit dan van de groep 65-75-jarigen.
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
In figuur 4.1 geven we weer hoe ouderen in Papendrecht verdeeld zijn over de zorgtreden. De meeste ouderen hebben geen structurele zorg- of ondersteuningsvraag, en vallen dus in zorgtrede 1 en 2. Figuur 4.1: Inschatting van huidig zorggebruik ouderen in Papendrecht (personen)
1.770 3.770 260 400
2021
790 100 190 0
500
1.000
1.500
2.000
2.500
3.000
3.500
Zorgtrede 1
Zorgtrede 2
Zorgtrede 3
Zorgtrede 4
Zorgtrede 5
Zorgtrede 6 (SOM)
4.000
Zorgtrede 6 (PG) Bron: VGZ Zorgkantoor, NZa Monitor zorg voor ouderen, bevolkingsprognose Papendrecht
Toekomstige zorgvraag Aan de hand van de bevolkingsprognose kunnen we het huidige zorggebruik doorrekenen voor de toekomst (figuur 4.1). Het aantal ouderen neemt in de periode tot 2040 flink toe. Dit zal leiden tot een groei van alle zorgtreden. De sterkste groei zien we in zorgtrede 6.
17
Figuur 4.2: Prognose zorgvraag ouderen in Papendrecht naar zorgtrede (in personen)
100 190 790 400 260
140 260 1.020
120 230 920
500 320
460 300
170
160 300
310
1.140
1.190
530 340
550 360
grote afstanden afleggen, binnenshuis niet alle algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) kunnen ondernemen of dat zij minder sociale contacten hebben. Als een gevolg zien we dat deze ouderen vaker behoefte hebben aan een geclusterde woonvorm, die meer uitnodigt tot ontmoeting, meer beschutting biedt en waar voorzieningen aanwezig of dichtbij zijn. Figuur 4.3: Aannamestelsel voorvraag per zorgtrede
100% 90%
12%
12%
20%
80% 3.770
4.150
3.900
4.320
4.340
40%
70% 60% 50% 40%
1.770
30%
1.910
1.780
2.000
1.990
88%
88%
80%
30%
70%
2025
2030
2035
2040
Zorgtrede 1
Zorgtrede 2
Zorgtrede 3
Zorgtrede 4
Zorgtrede 5
Zorgtrede 6 (PG)
Zorgtrede 6 (SOM) Bron: VGZ Zorgkantoor, NZa Monitor Zorg voor ouderen, bevolkingsprognose Papendrecht en bewerking Companen.
4.2 Vraag naar woonvormen Een hogere zorgvraag gaat vaak samen met fysieke, psychosociale en/of mobiliteitsbeperkingen. Dit houdt bijvoorbeeld in dat zij buitenshuis minder
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
75%
16%
16%
9%
9%
60%
20% 10%
2021
75%
0%
Zorgtrede Zorgtrede Zorgtrede Zorgtrede Zorgtrede Zorgtrede Zorgtrede 1 2 3 4 5 6 (PG) 6 (SOM) Regulier wonen
Geclusterd wonen
24-uurszorg SOM
24-uurszorg PG
Bron: Aannamestelsel Companen.
Ouderen met de zwaarste zorgvraag (zorgrede 6) wonen in een verzorgings- of verpleeghuis (of ontvangen Wlz-zorg thuis via een Volledig of Modulair Pakket Thuis). Landelijk gaat het om 6% van de 65-plussers; in Papendrecht om 3,9% van deze leeftijdsgroep. De overige ouderen wonen volgens de definitie van de NZa ‘thuis’. Daarin geldt dat hoe hoger de zorgtrede, hoe groter de kans dat een oudere ervoor kiest om in een geclusterde woonvorm te gaan wonen. Om
18
de vraag naar zorg te vertalen in een vraag naar woonvormen, hebben we per zorgtrede aannames uitgewerkt over het aandeel ouderen dat in een bepaalde woonvorm woont (figuur 4.3).
Maatschappelijke trends Het is aannemelijk dat de keuzes die ouderen met een bepaalde zorgvraag maken ten aanzien van hun woonvorm, in de loop van de tijd gaan verschuiven. Daarom werken we twee varianten uit voor de vraagprognose naar woonvormen: naast een ‘basisvariant ’waarin we de aannames uit figuur 4.3 constant houden naar de toekomst toe, is er ook een ‘trendvariant’ waarin we uitgaan van verschuivingen in de toekomstige woonwensen van ouderen als gevolg van maatschappelijke trends. In de trendvariant houden we rekening met de ontwikkeling van de mogelijkheden voor extramuraal verzilveren. We zien dat veel in de groei van Wlz-indicaties opgevangen kan worden in tussenvormen of thuis. Daarbij zien we wel dat de vraag naar zorgzwaartepakket 7 tot en met 10 naar de toekomst toe zal stijgen en blijft verpleeghuiszorg nodig. Men verwacht dat het aantal verpleeghuisplekken naar de toekomst toe gelijk zal blijven. Echter is dit wel afhankelijk van wat er aan nieuwe woonvormvarianten ontwikkeld en gerealiseerd worden in de gemeenten Papendrecht. Effect: Meer ouderen met een langdurige zorgvraag (SOM en PG) zullen in de toekomst in een geclusterde of reguliere woonvorm wonen, en dus niet verhuizen naar een 24-uursinstelling. De bovenstaande trend zorg voor enige verschuiving van de vraag naar 24-uurszorg naar geclusterd en regulier wonen voor ouderen.
In bijlage 2 zijn de aannames van het basisscenario en het trendscenario uitgewerkt.
In paragraaf 4.1 laten we zien welke groei we in de komende jaren verwachten voor de verschillende zorgtreden. Deze ‘zorgprognose’ vertalen wij op basis van het huidige woongedrag en woonwensen tot een prognose voor de vraag naar woonvormen. De zorgprognose (personen) wordt hierbij eerst omgezet naar een huishoudensprognose. We werken hierbij twee varianten uit. In de basisvariant wordt de huidige woonzorgvraag per leeftijdscategorie constant gehouden, en bepalen de demografische ontwikkelingen de toekomstige vraag. In de trendvariant houden we ook rekening met verschuivingen in de vraag naar woonvormen als gevolg van de trend die genoemd is in paragraaf 4.2. Het vertrekpunt in beide prognoses is de vertaling van zorgvraag naar woonvraag (zie bijlage 2). Met de twee varianten creëren we een bandbreedte waarbinnen de werkelijke vraag zich waarschijnlijk zal voltrekken (tabel 4.1; figuur 4.4). Figuur 4.4: Vraag naar woonvormen voor ouderen volgens trendvariant (2021 - 2040)
7.000 6.000 5.000 4.000 3.000 2.000
3.650
3.740
3.950
4.110
4.140
2021
2025
2030
2035
2040
1.000 0
Regulier wonen
Geclusterd wonen
24-uurszorg SOM
24-uurszorg PG
Bron: Woonzorgweter, Companen .
Prognoses woonvormen
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
19
In de huidige situatie is er vanuit de groep 65-plushuishoudens in Papendrecht vraag naar ca 220 plekken in 24-uurszorglocaties en ca 980 woningen binnen geclusterde woonvormen voor ouderen. De vergrijzing zal naar verwachting leiden tot de volgende stijging in de woonvraag in de periode tot 2040: • Geclusterd wonen +250 tot +670 • 24-uurszorg SOM +10 tot +50 • 24-uurszorg PG +30 tot +100 Tabel 4.1: Vraagprognoses woonvormen voor ouderen, bandbreedte; basis- en trendvariant (2021 - 2040, afgerond op 10-tal)
2021 Regulier wonen Geclusterd wonen 24-uurszorg SOM 24-uurszorg PG Totaal
3.650 980 80 140 4.850
2025 3.740 3.820 1.050 1.130 90 160 - 170 5.120
2030 3.950 4.100 1.130 1.310 90 - 100 170 - 190 5.520
2035 4.110 4.340 1.210 1.510 100 - 120 180 - 230 5.900
2040 4.140 4.450 1.230 1.650 90 - 130 170 - 240 6.050
Bron: Woonzorgweter, Companen.
Marktsegment Op basis van het WoON2018, is achterhaald in welk marksegment mensen nu wonen en hoe zij graag willen wonen. Dat maakt het mogelijk om de prognose voor geclusterd wonen voor ouderen verder uit te splitsen 4. Wij verwachten dat 51% van de ouderen die geclusterd wil wonen in Papendrecht een sociale huurwoning wenst. 32% van de ouderen wenst een geclusterde koopwoning en ca 18% een geclusterde particuliere huurwoning. In 2040 stijgt het aandeel ouderen dat een koopwoning wenst tot 33% van het totaal; het aandeel
4 In onze behoefteberekening voor de marktsegmenten gaan wij primair uit van het gewenste
marktsegment onder deze groepen ouderen, die wij licht corrigeren voor onrealistische wensen,
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
sociale- en particuliere huur in de vraag naar geclusterd wonen voor ouderen bedraagt dan respectievelijk ca 49% en 18%. Tabel 4.2: Verwachte vraag naar geclusterd wonen, uitgesplitst naar marktsegmenten (2021 2040; huishoudens; afgerond op 10-tal)
Sociale huur Particuliere huur Koop Totaal
2021 500
2025 530 - 570
2030 560 - 650
2035 600 - 740
2040 610 - 810
170 180 - 200 200 - 230 210 - 270 310 340 - 360 370 - 430 400 - 500 980 1.050 - 1.130 1.130 - 1.310 1.210 - 1.510
220 - 290 410 - 550 1.230 - 1.650
Bron: Woonzorgweter, WoON2018 en CBS-Microdata.
4.3 Vraag naar woonconcepten binnen geclusterd wonen In de vorige paragraaf hebben we de huidige en toekomstige behoefte aan woonvormen weergegeven. In deze paragraaf gaan we dieper in op de behoefte aan geclusterd wonen: aan welke woningtypes en woonconcepten is nu en straks behoefte? Om deze behoefte in te schatten, maken we gebruik van de indeling naar woonstijlen zoals deze omschreven zijn in paragraaf 3.4.
Woonstijlen Per woonstijl is een inschatting gemaakt van de gewenste woonconcepten binnen het geclusterd wonen. De basis hiertoe ligt in antwoorden op vragen over woonwensen (WoOn2018), gecombineerd met informatie over waardepatronen (literatuurstudie) en achtergrondkenmerken van de woonstijlgroep waartoe iemand behoort (CBS-microdata). Wij maken een inschatting van de
zoals de wens om in een sociale huurwoning te wonen met een hoge financiële positie. Deze wens is door het invoeren van passend toewijzen inmiddels onmogelijk.
20
keuze die mensen gaan maken op het moment dat zij verhuizen naar een geclusterde woonvorm voor ouderen. Dit leidt tot een ‘woonmix’ per woonstijl (zie bijlage 4). In de woonmix maken wij primair het onderscheid tussen de voorkeur voor appartementen (afkorting app: weinig onderhoud, overzichtelijk en gezamenlijke voorzieningen) en grondgebonden woningen (afkorting ggb: groter woonoppervlak, buitenruimte en meer zelfstandigheid). Secundair geven we aan welke woonconcepten goed passen bij de waarden en de financiële positie van de woonstijlen.
Generatiewissel De ideale woonmix van de totale groep ouderen zal van jaar op jaar veranderen, omdat generaties elkaar opvolgen en de verhouding tussen de woonstijlen dus ook verandert. Figuur 4.5 geeft een beeld van deze generatiewissel: in deze grafiek is te zien hoe de totale groep 65-plushuishoudens op enig moment is samengesteld, uitgedrukt in woonstijlen. We zien dat de ‘stille generatie’ geleidelijk aan uit beeld verdwijnt, en Generatie X zijn opwachting maakt. Vanaf 2040 zien we dat een nieuwe generatie in beeld komt: de ‘Pragmatische generatie’ (nu 35 tot en met 50 jaar).
Woningtype en woonconcept Op basis van de woonwensen per woonstijl (bijlage 1; bijlage 4) en de prognose van woonstijlen (figuur 4.5) is het mogelijk om een prognose op te stellen van gewenste woningtypes en woonconcepten binnen het geclusterd wonen.
Figuur4.5: Verdeling 65-plushuishoudens naar woonstijl (2021 - 2040)
100% 90%
940 80%
340 240
720
600
510
1.100
620 770
70%
820
880
1.030
1.260
60%
720 760
50% 40%
350 250
750
1.920
1.580 650 1.470
30% 20%
210 260
10%
800
1.800 560 490
360 310
130 160 510
1.250
2025
2030 2035 2040 Pragmatische gen. - Hoog Pragmatische gen. - Midden Pragmatische gen. - Laag Ondernemende levensgenieters Moderne hofjesbewoners Actieve buurtbewoners Welgestelde levensgenieters Vitale comfortzoekers Traditionele buurtbewoners Welgestelde cultuurminnaars Oudere comfortzoekers Kwetsbare ouderen
940
600
0% 2021
Pragmatische Generatie 1970 - 1985 Generatie X 1955 - 1970 Protestgeneratie 1940 - 1955 Stille Generatie 1925 - 1940
Bron: CBS-microdata, Woonzorgweter, Companen, huishoudensprognose Papendrecht.
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
21
Figuur 4.6 geeft weer hoe de behoefte aan diverse woonconcepten binnen het geclusterd wonen zich door de tijd naar verwachting zal ontwikkelen (in aandelen). Tabel 4.3 geeft hierbij de benodigde aantallen woningen per woonconcept weer. We hanteren hierbij een bandbreedte, waarbij de ondergrens wordt bepaald door de totale behoefte aan geclusterd wonen volgens de basisvariant, en de bovengrens door de totale behoefte aan geclusterd wonen volgens de trendvariant. Figuur 4.6: Gewenste verdeling binnen geclusterd wonen, naar woonconcept
2021
35%
2025
33%
2030
30%
18%
2035
29%
17%
2040
28%
17%
0%
20% Seniorencomplex (app) Verzorgd wonen (app) Hofjeswonen (ggb) Zorgvilla (app)
19%
16%
19%
40%
15% 14%
8%
9% 5% 4% 5%
10%
11% 4% 4% 5%
12%
13%
3%4% 5%
14%
14%
14%
3%4% 5%
14%
15%
15%
3%4% 5%
60% 80% Serviceflat (app) Hofjeswonen (app) Grondgebonden woningen (ggb) Luxe appartementen (app)
100%
bestaan uit grondgebonden woningen en ruimte te zoeken voor hofjes die bestaan uit appartementen. Belangrijk is om hierbij oog te houden voor de betaalbaarheid van de woningen. Beide vormen van de hofjes nodigt uit tot onderlinge ontmoeting, steun en een gevoel van veiligheid. Tabel 4.3:
Verwachte vraag naar geclusterd wonen, uitgesplitst naar woonconcept (2021 - 2040; huishoudens; afgerond op 10-tal)
Seniorencomplex (app) Serviceflat (app) Verzorgd wonen (app) Hofjeswonen (app) Hofjeswonen (ggb) Grondgebonden woningen (ggb) Zorgvilla (app)* Luxe appartementen* Totaal
2021
2025
2030
2035
2040
340
340 – 370
340 - 400
350 – 440
350 – 460
180
190 – 210
200 – 240
200 - 260
210 – 280
160
160 - 170
160 - 180
170 – 210
170 – 220
80
110 – 110
140 – 160
160 - 200
170 – 240
80
110 – 120
140 – 170
170 – 210
180 – 250
50
50 – 50
50 – 50
40 – 50
30 – 50
40
40 – 40
40 – 50
50 – 60
50 – 60
50
60 - 70
60 - 70
70 – 80
70 - 90
980
1.0501.130
1.1301.310
1.2101.510
1.2301.650
*Kan ook de verschijningsvorm aannemen van woonboerderijen. Bron: CBS-microdata en WoON2018; bewerking Companen.
Bron: CBS-microdata en WoON2018; bewerking Companen.
Zie bijlage 1 voor de definities van de verschillende woonconcepten. Figuur 4.6 laat zien dat de behoefte aan traditionele vormen van geclusterd wonen, zoals seniorencomplexen en grondgebonden seniorenwoningen, met de komst van nieuwe generaties geleidelijk zal gaan afnemen. Een deel van de oudere bevolking zal hier echter wel behoefte aan houden. Het hofjeswonen zal aan populariteit winnen. De gemeente Papendrecht heeft een landelijk maar ook stedelijk karakter. Wij raden aan om ruimte te zoeken voor hofjes die
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
4.4 Vraag naar ‘geschikte’ woningen Een deel van de zelfstandig wonende ouderen en mensen met een lichamelijke beperking, heeft behoefte aan een ‘toegankelijke’ of ‘geschikte’ woning. Zij ervaren mobiliteitsbeperkingen binnen en/of buiten de woning. Om de vraag
22
naar geschikte woningen te bepalen, maken we onderscheid tussen ouderen die een rollator gebruiken en ouderen die een rolstoel gebruiken. Mensen in een rolstoel hebben immers aanvullende eisen ten aanzien van toegankelijkheid in de woning, om bijvoorbeeld huishoudelijke taken te kunnen uitvoeren of zich vrij te bewegen door het huis.
mensen met een mobiliteitsbeperking in 2021. De overige mensen met een mobiliteitsbeperking hebben behoefte aan een rollatorgeschikte woning.
De indeling naar geschikte woningen op basis van mobiliteitsbeperkingen doorkruist de indeling naar woonvormen die we eerder maakten op basis van zorgvraag (‘zorgtreden’). Zowel rollator- als rolstoelgeschikte woningen komen voor in geclusterde woonvormen, maar ook in reguliere, al dan niet geclusterde woningen.
Bron: Woonzorgweter, Companen.
Het aantal mensen met een mobiliteitsbeperking in Papendrecht ontlenen wij aan onderzoeksgegevens van ABF (2020). Zij ramen het aantal huishoudens met een ADL-beperking op ca 1.260 huishoudens in 2021. Om een inschatting te maken van het toekomstige aantal mensen met een mobiliteitsbeperking, kijken we naar de verwachte ontwikkeling van de groep ouderen met een licht tot middelzware zorgvraag (zorgtrede 3 tot en met 5). Wij gaan ervan uit dat de ontwikkeling van het aantal mensen met een mobiliteitsbeperking hier gelijke tred mee houdt. Op basis van (schaarse) landelijke data weten we dat ca 1% van alle huishoudens een bewoner heeft die gebruik maakt van een rolstoel. Dit houdt in dat 1% van alle woningen rolstoelgeschikt zou moeten zijn. In de praktijk blijkt een deel van de mensen die gebruik maakt van een rolstoel ook uit de voeten kan met een rollatorgeschikte woning, bijvoorbeeld omdat zij de rolstoel alleen buitenshuis gebruiken. Voor de beperkingen in dit hoofdstuk gaan wij er echter van uit dat ieder persoon in een rolstoel ook daadwerkelijk behoefte heeft aan een rolstoelgeschikte woning. Deze groep valt binnen het totaal van 1.260
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
Tabel 4.4: Vraagprognose ‘geschikte’ woningen (2021 - 2040; huishoudens)
Rolstoelgeschikte woning Rollatorgeschikte woning Totaal
2021 140 1.120 1.260
2025 160 1.290 1.450
2030 180 1.410 1.590
2035 190 1.540 1.730
2040 200 1.610 1.810
Bovenstaande tabel laat zien dat in de huidige situatie ca 140 huishoudens in Papendrecht behoefte hebben aan een rolstoelgeschikte woning en ca 1.120 huishoudens aan een rollatorgeschikte woning. Op basis hiervan schatten wij in dat de totale behoefte aan ‘geschikte’ woningen groeit van ca 1.260 woningen nu naar 1.810 woningen in 2040.
4.5 Woonbehoefte op buurtniveau Op de volgende pagina is een tabel (4.5) opgenomen met de verwachte ontwikkeling van de vraag naar verschillende woonvormen op buurtniveau. We zien daarbij het volgende: • Er is genoeg (toekomstige) vraag naar geclusterde woonvormen om meerdere geclusterde woonvormen te realiseren. Wanneer we de buurten met elkaar vergelijken bestaat er een grotere behoefte aan geclusterde woonvormen in Westpolder en Molenvliet & Wilgendonk, omdat deze buurten groter zijn. • Voor de vier buurten geldt dat de huidige vraag naar 24-uurszorg groot genoeg is voor ten minste één grootschalige 24-uurszorglocatie (minimaal 40 tot 50 wooneenheden) per buurt. • Het kan lastig zijn om in iedere buurt wonen met 24-uurszorg te realiseren. Dit is ook geen noodzakelijkheid; wel is het belangrijk dat de geclusterde woonvormen, met of zonder 24-uurzorg aanwezig, goed gespreid zijn over
23
•
de gemeente. Zoveel mogelijk ouderen moeten de kans hebben om in hun eigen omgeving te kunnen blijven wonen als zij verhuizen. De vraag naar geschikte woningen betreft een totaalsom van iedereen die geschikt wil wonen. Dat kan in een geclusterde woonvorm voor ouderen, maar dit kan ook kleinschalige locaties (< 10 eenheden) of individuele woningen betreffen. Als geclusterde woonvormen voor ouderen geschikte woningen bevatten, dat wordt hiermee ook in de behoefte aan geschikt wonen voorzien.
Tabel 4.5: Vraagprognose geschikte woningen en geclusterde woonvormen op buurtniveau (2021 - 2040; huishoudens; afgerond op 10-tal)
Geschikte woningen
buurtindeling
Geclusterd wonen voor ouderen
2021
2025
2030
2040
2021
Westpolder
350
410
450
510
275
Molenvliet & Wilgendonk
370
420
460
530
Kraaihoek
240
270
300
Middenpolder & Oosteind
300
350
Totaal
1.260
1.450
2025
2030
2021
2025
2030
2040
295 – 315 310 – 365 345 – 460
60
70
75 – 80
75 – 100
285
300 – 330 330 – 380 360 – 480
60
75 – 80
75 – 85
80 – 110
340
190
200 – 215 220 – 250 230 – 315
45
45 – 50
50 – 60
50 – 70
380
430
230
255 – 270 270 – 315 295 – 395
55
60
60 – 65
60 - 90
1.590
1.810
980
1.050 – 1.130
220
250 - 260
260 - 290
260 - 370
1.130 – 1.310
2040
24-uurszorg (SOM/PG) *
1.230 – 1.650
*uitsplitsing vraagprognose 24-uurszorg in PG en SOM te vinden in bijlage 6. Bron: Woonzorgweter, Companen.
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
24
4.6 Wensbeelden ouderen De woonvraag van de groep ouderen valt uiteen in diverse woonvormen, waaronder het zelfstandig wonen, het (kleinschalig) geclusterd wonen en wonen in een aanleunwoning. Tijdens een klantenpanel is er gesproken met een groep van vier ouderen. In het klantenpanel zijn wij het gesprek aangegaan met de deelnemers over hun woonbehoefte. We benoemen per woononderdeel wat er uit het klantenpanel naar voren is gekomen.
Woning •
•
•
De deelnemers aan het klantenpanel wonen allemaal zelfstandig. De ouderen geven aan tevreden te zijn over hoe ze nu wonen. De meeste deelnemers wonen in appartementen zonder drempels en met brede deuren. Dit maakt de appartementen rollator- en rolstoeltoegankelijk en -doorgankelijk en daarmee geschikt voor de toekomst. Eén deelnemer woont nu in een hoekwoning en denkt na over hoe de ideale toekomstige woonsituatie eruit ziet. De voorkeur gaat uit naar een ruim huurappartement in Papendrecht. De huurprijs mag dan ook iets boven de € 1.000 uitkomen. Uit landelijk onderzoek komt naar voren dat hoe ouder, hoe vaker ouderen verhuizen vanuit een koopwoning naar een huurwoning; meestal een appartement 5 Men ziet dat veel ouderen alleen wonen in vrij grote appartementen. Met het oog op de vergrijzing zal er meer behoefte zijn aan goede appartementen voor ouderen. Wanneer er goede appartementen zijn voor ouderen kan er doorstroming op gang komen en heeft dat weer een positief effect op de woningnood. Landelijk onderzoek toont aan dat wanneer de leeftijd toeneemt ook het aandeel dat naar een kleinere
•
•
•
•
woning verhuist sterk toeneemt en de wens toeneemt om in een speciaal voor ouderen bestemde woning te wonen3. Er zijn in het verleden verschillende aanpassingen en renovaties gedaan aan de complexen waar de deelnemers wonen. Zo wordt er gesproken over het creëren van een ruimte voor scootmobielen, een nieuw ventilatiesysteem, de voordeur die met een druk op de knop kan worden geopend en ophoging van de galerijvloer. Eén deelnemer geeft aan nog behoefte te hebben aan een videofoon in het appartement naast de intercom om te kunnen zien wie er voor de voordeur staat. Er is behoefte aan een contactpersoon die voor allerlei zaken kan worden ingeschakeld zoals het uitvoeren van klussen aan de complexen/woningen en advies geven over woon- en ondersteuningsdiensten. Wat betreft de duurzaamheid van de woning horen we verschillende geluiden. Een deelnemer geeft aan een koud huis te hebben dat niet optimaal geïsoleerd is ondanks dat de woning ramen heeft met dubbel glas. Ook geeft een deelnemer aan dat de centraal gestookte verwarmingsinstallatie moet worden vervangen. We horen ook een tegenovergesteld geluid dat de woning up to date is wat betreft duurzaamheid. De woning heeft zonnepanelen of is van energielabel G naar A gegaan. Dit komt mede doordat de woning nu een eigen stookgelegenheid heeft en de ramen zijn vernieuwd.
Dit heeft geleid tot een aanzienlijke verbetering van de energielasten. Er wordt verschillend gedacht over het wonen met jongeren/gezinnen in de complexen. Sommige deelnemers wonen samen in één complex met jongeren/gezinnen en ervaren dit als iets positiefs. Meer verbinding tussen ouderen en jongeren zou goed zijn. De deelnemers die er minder over te spreken zijn, geven aan dat dat komt doordat ze voor rommel zorgen wanneer ze vuil dumpen in de containerruimte beneden in het complex.
5 Bron: Monitor Ouderenhuisvesting 2020 – ABF Research
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
25
Daarnaast wordt genoemd dat de verschillende levensritmes van ouderen en jongeren/gezinnen niet goed met elkaar matchen en zorgen voor weerstand tegen de mix van jong en oud in één complex.
Woonomgeving De behoefte omtrent de woonomgeving valt uiteen in zowel de fysieke woonomgeving als de sociale woonomgeving. Beide zijn van belang om het langer thuiswonen mogelijk te maken. Fysieke woonomgeving • Een deelnemer geeft het volgende aan over wandelen in Papendrecht: ‘het is geen wandeltocht maar een overlevingstocht’. De trottoirs zijn verzakt of lopen scheef waardoor je soms genoodzaakt bent om op straat te lopen. Het is belangrijk dat de stoepen weer begaanbaar worden gemaakt. • De deelnemers wonen dichtbij supermarkten, winkels en andere voorzieningen of zitten tussen verschillende winkelcentra in. Voorzieningen als de huisarts of apotheek liggen iets verder van huis maar dat wordt niet als een probleem ervaren. • De deelnemers zijn nog goed mobiel of maken gebruik van de Hopper of Valys. Men is tevreden over het vervoer met de Hopper of Valys doordat de ritjes niet veel kosten en je vanaf huis wordt opgehaald en weer wordt thuisgebracht. Ook wordt aangegeven gebruik te gaan maken van de fiets of een brommobiel als het autorijden op den duur niet meer kan. • In de ‘Monitor Ouderenhuisvesting’ komt een belangrijke bevinding naar voren dat de geschiktheid van de woonomgeving wordt bepaald aan de hand van de nabijheid van belangrijke voorzieningen 6.
• De deelnemers geven aan dat het voor ouderen vaak lastig is om hun eigen woonomgeving achter te laten bij verhuizing. Uit landelijk onderzoek blijkt
tevens dat de gehechtheid aan de vertrouwde woonomgeving een belangrijke rol speelt in de verhuiswens en het daadwerkelijke verhuisgedrag3 De stap om van een reguliere woning naar een kamer in een zorgcomplex te gaan is een grote en heeft veel impact. Er wordt aangegeven situaties te zien waarin ouderen zo lang mogelijk thuis blijven wonen terwijl dat eigenlijk niet meer kan. Sociale woonomgeving • Uit het gesprek komt het belang van een gemeenschappelijke ruimte waar ouderen elkaar kunnen ontmoeten naar voren. Mensen zouden elkaar kunnen ontmoeten in bijvoorbeeld een buurthuis in de buurt maar de voorkeur gaat uit naar een gemeenschappelijke ruimte in de complexen zelf. De deelnemers geven een aantal voorbeelden van gemeenschappelijke ruimtes in complexen. Suggesties die worden aangereikt zijn om op iedere etage een gemeenschappelijk ruimte te realiseren of dat een appartement in het complex kan worden ingezet als gemeenschappelijke ruimte. Er zal moeten worden geïnventariseerd of de bewoners bereid zijn om hiervoor een kostendekkende bijdrage te betalen. • De deelnemers geven aan dat er in de buurt wel mogelijkheden zijn voor ontmoeting. Er zijn mogelijkheden om zaaltjes te huren, alleen zijn de bedragen voor het huren erg hoog. Wanneer je gebruik kan maken van subsidies is het huren van een dergelijke zaal nog te doen.
De deelnemers geven aan dat het ontzettend jammer is als de bibliotheek er straks niet meer is. De bieb vervult een mooie buurtfunctie. Deelnemers pleiten ervoor het bibliotheekaanbod niet te verschralen. • Er is behoefte aan een digitale gids voor 65-plussers waarin staat wat er allemaal te doen is in Papendrecht. Er gebeurt namelijk van alles maar daar
6 Bron: Monitor Ouderenhuisvesting 2020 – ABF Research
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
26
is men niet van op de hoogte. Met behulp van een gids kunnen ouderen op de hoogte worden gebracht van wat er allemaal plaatsvindt.
Zorg en ondersteuning •
•
De deelnemers geven aan alleen uit noodzaak naar een verpleeghuis te willen gaan. Allen willen zo lang mogelijk in de eigen woning blijven wonen. Uit de ‘Monitor Ouderenhuisvesting’ 3 komt het beeld naar voren dat gezondheid de meest voorkomende verhuisreden is onder 75-plussers. Dit komt overeen met het beeld dat men meestal pas verhuist als het echt moet. Het is belangrijk dat ouderen goed worden geïnformeerd over wat er allemaal kan, welke voorzieningen je in kan schakelen om langer zelfstandig te wonen. Ook is het van belang dat instellingen onderling van elkaar weten wat ze doen. Gebruik van een gids voor 65-plussers en de inzet van eerder genoemde contactpersoon zijn van belang bij het goed informeren van ouderen. De deelnemers willen hun kinderen niet te veel belasten wat betreft het verlenen van mantelzorg. Als het erg intensief wordt en veel vraagt van de kinderen gaat men liever naar een verzorgingstehuis. Als er geen plek is in de gemeente Papendrecht staat men nog wel open voor een plek in een andere gemeente maar liever niet te ver van Papendrecht af.
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
27
5 Aanbod aan ouderenhuisvesting
Tabel 5.1: Aantal wooneenheden naar aanbieder/eigenaar en type woonvorm
In dit hoofdstuk zetten we het huidige aanbod aan ouderenhuisvesting in Papendrecht en haar buurten op een rij. We geven weer hoeveel woonvormen voor ouderen er nu in Papendrecht zijn, uitgesplitst naar type woonvorm en buurt. Daarnaast brengen we de (potentiële) geschiktheid van de huidige woningvoorraad voor mensen met een mobiliteitsbeperking waaronder ook ouderen vallen in beeld.
Aanbieder/eigenaar Westpolder Rivas zorggroep Rivas zorggroep Woonkracht10 Molenvliet & Wilgendonk Woonkracht10 Kraaihoek Rivas zorggroep Woonkracht10 Middenpolder & Oosteind Woonkracht10 Gemeente Papendrecht Totaal
5.1 Aanbod aan woonvormen Uit een inventarisatie onder zorgaanbieders en corporatie komt naar voren dat Papendrecht momenteel beschikt over ca 1.172 woningen in geclusterde woonvormen voor ouderen (tabel 5.1). Het gaat hier om woningen in complexen die hoofdzakelijk door ouderen worden bewoond én toegankelijk zijn zonder Wlz-indicatie.