E08. 20250708 RIB Beantwoording Artikel 40 vragen OP - Zendmast Parkweg 7a.pdf
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad
datum
08-07-2025
behandeld door
R. Aarnoudse
ons kenmerk
2025- 0065448
doorkiesnummer Onderwerp
14-078 Reactie artikel 40 vragen fractie OP zendmast Parkweg 7a
Geachte mevrouw, heer,
Op 10 juni 2025 heeft de fractie Onafhankelijk Papendrecht schriftelijk vragen gesteld aan het college van B&W (ex artikel 40 van het reglement van orde). De vragen hebben betrekking op de zendmast aan de Parkweg 7a. Op 14 oktober 2022, 23 november 2022 en 11 maart 2024 zijn eerder vragen gesteld over deze zendmast, de vergunning die daarvoor is verleend en de bezwaren op het verlenen van deze vergunning. Via deze raadsinformatiebrief ontvangt u nogmaals de reactie van het college op deze vragen. Vraag 1: Ons kwam ter ore dat de gemeente kennelijk heeft meegewerkt aan het doen plaatsen van de zendmast bij de Parkweg 7-A? Klopt dit? Antwoord 1: Ja, zoals bekend is de omgevingsvergunning verleend, maar de zendmast is nog niet geplaatst. Het plaatsen van de zendmast is aan de uitvoerende partij, de gemeente heeft hier geen rol in. Vraag 2: Wij hebben op 22 november 2022 aan het College van B&W aangegeven dat een dergelijke zendmast minimaal 650 meter verwijderd dient te staan van omliggende woningen. Zie de bijlage (op pagina 3) van deze brief. Is hiermee rekening gehouden en zo nee, waarom niet? Antwoord 2: Er geldt geen minimale afstand voor antennes ten opzichte van woningen. De volksgezondheid wordt beschermd, doordat frequentiegebruikers de ICNIRP 2020 blootstellingslimieten niet mogen overschrijden. Deze eis geldt ongeacht de afstand ten opzichte van een woning.
Overal in Nederland waar metingen zijn uitgevoerd liggen de veldsterktes vele malen onder deze blootstellingslimieten. De aangehaalde jurisprudentie gaat over de afstand (straal) tot de antennemast waarbinnen iemand als belanghebbend kan worden gezien. En dus niet over welke veilige afstand zou gelden. De rechter heeft in die zaak geen inhoudelijke toetsing gedaan van de aangevoerde gezondheidsbezwaren door de bezwaarmaker omdat de bestuursrechter niet de aangewezen instantie is om te bepalen of en zo ja, bij welke veldsterkte, eventuele gezondheidseffecten optreden. Vraag 3: Wij zijn ervan op de hoogte dat er bezwaar werd gemaakt omdat woningen op ongeveer 300 meter afstand van de nog te bouwen zendmast staan. Is er rekening mee
gehouden dat er elektro hypersensitieve inwoners zijn die binnen deze straal vanaf de nieuw te bouwen zendmast wonen? Antwoord 3: De maximaal veilige afstand vanaf de antennes ligt op 40 meter horizontaal en 14 meter verticaal gemeten vanaf direct voor de antenne (dus niet gemeten vanaf de mast). Antennes worden door de operators altijd op een hoogte geplaatst zodanig dat het algemene publiek buiten deze veilige afstand blijft. In het onderhavige geval is sprake van een mast van 40 meter hoogte, waarbij de onderkant van de antennes hangt op circa 37 meter. Op een afstand van 10 meter horizontaal en 14 meter verticaal vanaf de antennes bevindt zich geen ruimte waar publiek aanwezig is. De woning van bezwaarmaker ligt op een afstand van ongeveer 280 meter van de locatie aan de Parkweg 7a. Op deze wijze is geborgd dat de blootstellingslimieten niet worden overschreden bij de aangevraagde mast. Vraag 4: Is er rekening gehouden met de inwoners die hier last van kunnen gaan ondervinden? En wat is daaraan tot nu toe gedaan? Antwoord 4: Zie antwoord 3. Vraag 5: Op 7 maart 2024 heeft op initiatief van onze fractie een beeldvormende vergadering plaatsgevonden1 . Het onderwerp was ‘De andere feiten over EMV en 5G’. In de presentatie kwam naar voren dat het voorzorgsbeginsel vaak niet wordt toegepast. Dat is hier ook het geval.
Waarom is het voorzorgsbeginsel hier niet toegepast? Antwoord 5 Het voorzorgsbeginsel is juist wel toegepast! Gezien de blootstellingslimieten rekening houden met kinderen, ouderen en zwangere vrouwen; deze blootstellingslimieten een factor 50 lager liggen dan de grenswaarde (de waarde waarboven gezondheidseffecten op treden); en de straling waaraan men in het dagelijks leven aan blootgesteld wordt ver onder de blootstellingslimieten ligt, wordt het voorzorgbeginsel al toegepast. Vraag 6: Kunt u motiveren waarom niet? Antwoord 6: Zie antwoord 5. Vraag 7: De gemeente heeft kennelijk of waarschijnlijk voor deze mast een stukje gemeentegrond verkocht, verhuurd of verpacht. Heeft de gemeenteraad (eventueel achteraf nog) invloed op die 'privaatrechtelijke rechtshandeling'? Antwoord 7: Op de locatie is opstalrecht gevestigd. Dit is een bevoegdheid van het college. Vraag 8: Wij nemen aan dat bij deze rechtshandeling ook de algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn toegepast. De gemeente heeft er, getuige onze eerdere brieven en het bezwaar van een van de omwonenden, kennis van dat die zendmast ten minste hinder zal (gaan) veroorzaken. Zijn de algemene beginselen van behoorlijk bestuur toegepast? Kunt u dat toelichten? Antwoord 8: Uw aanname dat de algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn toegepast is juist.
Het ingediende bezwaar spitste zich toe op de vraag of het college de omgevingsvergunning had kunnen verlenen voor deze locatie. Het college is van mening dat de verleende omgevingsvergunning op juiste gronden is verleend. De overwegingen en de afweging om de omgevingsvergunningen te verlenen zijn opgenomen in het besluit. De gekozen locatie is, rekening houdend met de verschillende belangen, de meest geschikte plek. Het college is daarom van mening dat de algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn toegepast. Vraag 9: Waarom heeft de gemeente tot nu toe nog geen contact opgenomen met de omwonenden binnen een straal van 650 meter? Antwoord 9: De aanvraag is op deugdelijke wijze gepubliceerd en hiermee is voldaan aan de wettelijke vereisten. Ook de verleende omgevingsvergunning is gepubliceerd en hiertegen is de
mogelijkheid om bezwaar te maken. Van deze mogelijkheid is gebruik gemaakt en is het bezwaar behandeld door de Regionale Commissie voor de behandeling van bezwaarschriften. Na behandeling door de commissie is het advies om de bezwaren ongegrond te verklaren overgenomen op de beslissing op bezwaar. Daarnaast is er voorafgaand aan de behandeling van het bezwaar een informatie bijeenkomst georganiseerd waarbij informatie verstrekt werd door de vergunninghouder, T-mobile, de GGD en de vertegenwoordiger van het Antennebureau. Op grond van de verstrekte informatie hebben 2 van de 3 bezwaarmakers hun bezwaarschrift ingetrokken. Vraag 10: Wij vragen ons af of de gemeente medeplichtig is aan het veroorzaken van eventuele geluids- en stralingshinder. Kunt u hierop reflecteren? Is de gemeente aansprakelijk? Antwoord 10: Wij snappen niet goed waarom u zich dit afvraagt. Het is aan de telecommunicatie aanbieders om ervoor te zorgen dat de antenne-installaties die zij realiseren voldoen aan de in de Telecommunicatiewet vastgelegde blootstellingslimieten. Het college ziet dan ook geen reden waarom de gemeente aansprakelijk kan worden gehouden. Vraag 11: Vorig jaar heeft de gemeente naar het schijnt de tijdelijke vergunning voor de zendmast aan de Griendweg 1 verlengd. De instandhoudingstermijn zou doorlopen tot 1 juli 2025.
Waarom heeft de gemeente de instandhoudingstermijn niet gewoon met een jaar verlengd? Antwoord 11: De tijdelijke mast aan de Griendweg is van Vodafone en niet geschikt voor T-Mobile, de gekozen locatie aan de Parkweg was voor beide providers het beste alternatief. De aanvraag van T-Mobile voor een nieuwe zendmast (medegebruik Vodafone) aan de Parkweg is bedoeld om mobiele dekking te leveren voor een groot deel van de nieuwbouwwijk (Oostpolder) en het bedrijventerrein Oosteind. Vraag 12: Is het College het met ons eens dat er dan meer tijd en ruimte zou zijn geweest om met elkaar te overleggen? Antwoord 12: Wij begrijpen niet goed wie u bedoeld met wie het gesprek had moeten plaatsvinden. Wij hebben alle belanghebbende bij het verstrekken van de omgevingsvergunning destijds betrokken. Nee, het college deelt de mening niet dat de raad betrokken had moeten worden in de overweging om deze omgevingsvergunning te verlenen. Het verlenen van een omgevingsvergunning is een bevoegdheid van het college. Vraag 13: Gelet op de gevoeligheid van dit dossier zou het toch voor de hand hebben gelegen eerst de gemeenteraad te consulteren en eventueel in een oordeelsvormende vergadering te vragen of er bezwaren bestaan bij de raad tegen het niet verlengen van de instandhoudingstermijn.
Waarom heeft het College er niet voor gekozen de gemeenteraad erbij te betrekken? Antwoord 13: Het verlenen van een omgevingsvergunning is een bevoegdheid van het college. Het college deelt overigens uw mening niet dat dit een gevoelig dossier is. Vraag 14: De acute noodzaak om de nieuwe zendmast te bouwen aan de Parkweg 7-A zou komen te vervallen op het moment dat de instandhoudingstermijn zou worden verlengd. Dan was er nog voldoende tijd geweest om de gemeenteraad bij deze afweging te betrekken. Waarom heeft het College ervoor gekozen de gemeenteraad niet te informeren? Antwoord 14: Zie antwoord 13.
Wij gaan ervan uit de vragen hiermee afdoende te hebben beantwoord.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Papendrecht, de secretaris,
de burgemeester,
J.M. Ansems
M.J.M. van Driel