E07. 20250306 RIB Beantwoording art. 40 vragen VVD - Vrijheer van Eslaan.pdf
Tekst van het document
Aan de Gemeenteraad
datum behandeld door ons kenmerk doorkiesnummer onderwerp
6 maart 2025 M. van 't Verlaat 6358 Beantwoording artikel 40 vragen VVD inzake dakopbouw(en) Vrijheer van Eslaan
Geachte heer/ mevrouw,
De VVD heeft artikel 40 vragen gesteld naar aanleiding van het door het college afgewezen vooroverlegverzoek ten behoeve van de realisatie van een dakopbouw aan de Vrijheer van Eslaan. In deze brief worden de gestelde vragen door het college beantwoord. Artikel 40 vragen VVD betreffende woningen Vrijheer van Eslaan De fractie van de VVD Papendrecht is benaderd door een aantal bewoners van de Vrijheer van Eslaan die de wens hebben om hun woning uit te breiden door een opbouw te realiseren. Hiermee willen zij hun woning geschikt maken en houden voor hun gezin, zodat zij kunnen blijven wonen in hun huis, dit lijkt hen meer dan wenselijk gezien de drukte op de woningmarkt. Deze bewoners hebben echter tot nu toe geen groen licht van de gemeente ontvangen voor hun plannen. Na het inzien van de plannen en de briefwisselingen tussen de bewoners en de gemeente, rijmt de fractie van de VVD de afwijzing van de aanvraag niet met de bepalingen uit de Omgevingswet, noch met de ambitie die het college in het bestuursakkoord 20222026 heeft verwoord. In paragraaf 11.1 van dit akkoord wordt immers gesteld dat er ruimte moet zijn voor innovatieve oplossingen die tijdelijke huisvesting mogelijk maken in bestaande bebouwing. Algemeen Er is een verzoek voor vooroverleg ontvangen van één bewoner aan de Vrijheer van Eslaan voor het plaatsen van een dakopbouw (geen tijdelijk bouwwerk) en beantwoord.
Vervolgens heeft deze verzoeker na ontvangst van een negatief antwoord handtekeningen opgehaald bij buurtbewoners. Er is geen verzoek van meerdere bewoners ontvangen. De woning waar het hier om gaat is inmiddels verkocht en betreft een uit 3 bouwlagen bestaande splitlevel ééngezinswoning met een garage en 4 slaapkamers. De totale woonoppervlakte bedraagt 132 m2. De woning betreft een rijtjes woning. Het bouwblok waar de betreffende woning deel van uitmaakt is een zogenaamd "schoon" bouwblok. Er zijn tijdens de bouw of daarna geen dakopbouwen gerealiseerd. Het bouwblok maakt deel uit van een stedenbouwkundig geheel waarvan de Anne Frankschool als hoogteaccent deel
uitmaakt. Het totale bouwplan is ontworpen door de bekende architect Herzberger. Bij wijzigingen aan of rondom de bouwwerken dient rekening te worden gehouden met het auteursrecht van deze architect. De beantwoording van een verzoek tot vooroverleg is niet gericht op rechtsgevolg. Dit betekent dat verzoeker geen bezwaar kan indienen of beroep kan aantekenen tegen de beantwoording. Wanneer verzoeker dit wel wil, dient verzoeker een aanvraag omgevingsvergunning in te dienen waarbij de gemaakte kosten voor het vooroverleg worden verrekend. Tegen een weigering van een aanvraag staan de gebruikelijke rechtsmiddelen open zodat een onafhankelijke bezwaarschriftencommissie advies kan uitbrengen aan het college waarna een algehele heroverweging dient plaats te vinden. Dit juridische handvat is besproken en geadviseerd aan verzoeker en zijn adviseur. Tot op heden is door verzoeker geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid. Hierdoor ontstaat de ongemakkelijke situatie dat een (woning)initiatief waarop in een vooroverleg negatief is geadviseerd via het stellen van politieke vragen opnieuw (vooral technisch) aan de orde wordt gesteld. Terwijl de logische vervolgstap van initiatiefnemer om een vergunning traject in te gaan met de daarbij behorende mogelijkheid van bezwaar en beroep niet wordt doorlopen.
Vraag 1 Meerdere stedenbouwkundige adviezen Gezien de veranderde omstandigheden op de woningmarkt en de wens van meerdere bewoners om hun woning uit te breiden, kan het college het standpunt dat eerdere stedenbouwkundige adviezen negatief waren, blijven handhaven? Is het niet een kans om in deze tijd flexibeler om te gaan met woninguitbreiding? Zeker als verschillende bewoners al hebben aangegeven voor deze uitbreiding in aanmerking te willen komen. Dit is doormiddel van een handtekeninglijst aan het college kenbaar gemaakt tijdens het vooroverleg. Beantwoording vraag 1 Het verzoek tot vooroverleg voor het plaatsen van een dakopbouw is conform de Omgevingswet getoetst aan het omgevingsplan, tijdelijk deel, Reparatie beheersverordening 2023. Dit deel is door de gemeenteraad vastgesteld. Ambtelijk is beoordeeld of het plaatsen van een opbouw op de woning aan de Vrijheer van Eslaan in strijd is met het omgevingsplan, tijdelijk deel. De hoofdregel ten behoeve van dit perceel is namelijk dat de maximale bouwhoogte 8 meter bedraagt en dat het hoofdgebouw niet mag worden uitgebreid. Vervolgens is gekeken of het onderdeel van het omgevingsplan, tijdelijk deel een afwijkingsmogelijkheid kent voor het plaatsen van een opbouw. Dit is het geval echter er wordt niet voldaan aan de voorwaarde dat de woning met dakopbouw niet hoger mag zijn dan 10 meter.
Hierdoor kan alleen medewerking worden verleend door middel van het toepassen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Het toepassen van deze bevoegdheid van het college is geen verplichting. Er is dus sprake van afwegingsruimte. Wanneer geen gebruik wordt gemaakt van de buitenplanse afwijkingsmogelijkheid dient het college dit goed te motiveren. Hierbij moet gekeken worden of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (voorheen een goede ruimtelijke onderbouwing). Belangrijk is dat de argumentatie gestoeld moet zijn op aspecten van de fysieke leefomgeving. Economische motieven die geen betrekking hebben op de fysieke leefomgeving mogen niet bij deze beoordeling worden betrokken.
Gelet op vorenstaande is het verzoek stedenbouwkundig beoordeeld. Hierbij is de conclusie getrokken dat het stedenbouwkundig niet aanvaardbaar is om een opbouw te plaatsen vanwege de verstoring van de stedenbouwkundige eenheid. Voor de totale onderbouwing wordt verwezen naar de afwijzingsbrief (zie bijlage 1). Vraag 2 Horizontale geleding en uitbreiding De horizontale geleding van het blok blijft intact wanneer er een extra laag wordt toegevoegd, aangezien de lengte altijd groter blijft dan de hoogte. Het college is echter van mening dat deze uitbreiding de verhoudingen van het blok verstoort. Op welke wijze kan er ruimte worden gegeven voor deze wijziging zonder afbreuk te doen aan de esthetiek van het gebied? Beantwoording vraag 2 Stedenbouwkunde is een vakgebied binnen de bouwkunde dat onderzoek doet naar wenselijke en mogelijke ontwikkelingen voor bestaande en nieuw in te richten gebouwde gebieden. Een stedenbouwkundige doet nadrukkelijk geen uitspraken over de esthetische waarde van een bouwwerk. Wel beoordeelt een stedenbouwkundige de massa en de vorm van een bouwwerk. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt wordt geen ruimte gezien tot uitbreiding van het hoofdgebouw met een dakopbouw. In casu is het verzoek tot vooroverleg niet voorgelegd aan de commissie Omgevingskwaliteit omdat er al sprake was van een negatief stedenbouwkundig advies.
Door het verzoek toch voor te leggen aan de commissie Omgevingskwaliteit zou verzoeker onnodig op kosten worden gejaagd. Immers de commissie mag alleen iets zeggen over de uiterlijke verschijningsvorm van een bouwwerk maar kan een bouwwerk niet verbieden of niet toestaan. Bij het toetsen van het uiterlijk van een bouwplan dient de commissie zich te houden aan de door de gemeenteraad vastgestelde welstandsnota. De welstandsnota is inmiddels opgegaan als beleidsregel in het omgevingsplan, tijdelijk deel. Vraag 3 Gevelbeëindiging en architectonische stijl Het college heeft aangegeven dat de gevelbeëindiging een bezwaar vormt, maar de architectuur van het blok betreft een zogenaamde "strengpers" stijl zonder veel architectonische verrijking. Naar aanleiding van eerder stedenbouwkundig advies is er gekozen voor een dakopbouw met een setback. Hiermee wordt de gevel beëindiging juist geaccentueerd. Zou het college kunnen overwegen de uitbreiding over het volledige blok door te trekken zonder een setback? Dit zou de strakke lijnen van de huidige architectuur behouden en wellicht zelfs versterken. Zo niet, wat is de reden dat dit voorstel als onwenselijk wordt beschouwd? Beantwoording vraag 3 Zoals onder beantwoording bij vraag 2 is aangegeven doet een stedenbouwkundige uitspraak over de massa maar niet over het uiterlijk van een bouwwerk.
Geoordeeld is dat een dakopbouw als vierde bouwlaag niet aanvaardbaar is. In de motivering is benadrukt waarom een vierde bouwlaag bij deze woning(en) niet aanvaardbaar is. Kortheidshalve verwijzen wij dan ook voor de nadere motivering naar de afwijzingsbrief in bijlage 1. Vraag 4 Sterke samenhang en uitbreiding op alle blokken Het college spreekt over de sterke samenhang tussen de blokken, maar wij begrijpen deze opmerking niet goed. Samenhang met wat? Moeten de uitbreidingen op alle blokken plaatsvinden om de samenhang te bewaren? In het vooroverleg is
aangegeven dat de voorgestelde uitbreiding op alle blokken mogelijk is en dat dit op termijn het geheel van de blokken kan versterken. Wat is de visie van het college hierover?
Beantwoording vraag 4 De blokken zijn door architect Herzberger als één stedenbouwkundige eenheid te samen met de Anne Frankschool ontworpen waarbij de Anne Frankschool het hoogte accent vormt. Door de woning(en) te verhogen van 3 bouwlagen naar 4 bouwlagen wordt de eenheid van het totale ensemble (woningen en Anne Franschool) teveel verstoord. Vraag 5 Verstoring van collectieve uitstraling door dakopbouw Het college merkt op dat de collectieve uitstraling van de blokken met hetzelfde aantal lagen verstoord wordt door één uitbreiding. Gezien de huidige woningnood en de wens van meerdere bewoners om uit te breiden, vindt de VVD-fractie dat de voordelen van de uitbreiding opwegen tegen dit bezwaar. Is het college bereid te onderzoeken of een gezamenlijke aanvraag en uitvoering, die de kosten zou verlagen en de uitstraling uniformer zou maken, een haalbare optie is? Beantwoording vraag 5 Een verzoek om vooroverleg of aanvraag omgevingsvergunning dient door het college te worden beoordeeld op fysieke leefomgevingsaspecten en niet op individuele belangen van verzoeker of aanvrager. Zie tevens de beantwoording onder vraag 1. Vraag 6 Set-back van de dakopbouw Het college stelt dat de dakopbouw te dicht op de voorgevel staat.
Wij stellen voor om de hoogte van de opbouw te gebruiken als set-back vanaf de voorgevel, met een afstand van circa 3,0 meter, en de opbouw volledig door te trekken tot de achtergevel. Is het college bereid om deze optie te overwegen? Wat is de reden dat de huidige set-back van 2,0 meter onvoldoende wordt geacht? NB. De raad heeft de welstandsnota vastgesteld. Hierin zijn criteria opgenomen voor dakopbouwen (Object 5). Het voorgestelde plan voldoet volledig aan de criteria uit de welstandsnota. Wat is de motivatie van het college om het plan stedenbouwkundig af te wijzen, terwijl het plan wel voldoet aan de vastgestelde welstandsnota? Door deze afwijzing handelt het college in strijd met het vastgestelde gemeentelijk beleid. Beantwoording vraag 6 Zoals onder beantwoording bij vraag 2 is aangegeven, wordt geen ruimte gezien voor het plaatsen van een opbouw. Bovendien is van belang dat het hier handelt om een prestigieus ontworpen 3 laagse woning en normaliter een dakopbouw wordt toegestaan op een 2 laagse woning en niet op een 3 laagse woning. De commissie Omgevingskwaliteit mag geen uitspraak doen over de gewenste massa wel over de uiterlijke verschijningsvorm van een bouwwerk (zie tevens de beantwoording bij vraag 2).
Vraag 7 Ruimtelijke impact van de dakopbouw op de naastgelegen school De twee volumes van de school van 3 en 4 lagen met een gebogen dak bevinden zich aan de straat zijdes (Rozenstraat en Vrijheer van Eslaan). De volumes bevinden zich op zo’n afstand dat de voorgestelde dakopbouw(en) niet zichtbaar zal/zullen zijn en in elk geval geen ruimtelijke impact zullen hebben vanuit de beleving vanaf openbare ruimte. Het lager volume van de school van 2 bouwlagen is van
ondergeschikte rol en niet maatgevend voor de beleving van de school als accent in de openbare ruimte. De huidige blokken van 3 bouwlagen zijn nu ook al hoger dan de ondergeschikte 2 bouwlagen van het schoolgebouw, dus daar komt met een dakopbouw geen verandering in. Doordat de bouwblokken ca. 15 meter achter de voorgevelrooilijn van de school zijn gesitueerd zal vanuit perspectivisch oogpunt ten allen tijde de basisschool als (hoogte) accent gezien en ervaren worden.. Aangezien de schoolgebouwen al hoger zijn dan de huidige blokken en de dakopbouw niet zichtbaar zal zijn vanuit de voorgevel, is het college op basis van voorgaande nog steeds van mening dat de dakopbouw vanuit de openbare ruimte alsnog een ruimtelijke impact op de school zal hebben? Zo niet, verzoeken wij het college dit aspect te heroverwegen? Beantwoording vraag 7 De vraag is gebaseerd op het zicht vanaf de Rozenstraat. Het verzoek handelt om een dakopbouw aan de Vrijheer van Eslaan. Het college is van mening dat de dakopbouw vanaf de straatzijde aan de Vrijheer van Eslaan zichtbaar zal zijn. Dat het college van mening is dat de dakopbouw ruimtelijk impact heeft vanuit de openbare ruimte aan de Vrijheer van Eslaan blijkt uit de motivering die is meegegeven aan verzoeker bij de beantwoording op het verzoek tot vooroverleg.
Dat de dakopbouw aan de Rozenstraat niet zichtbaar zal zijn, is voor het college geen reden om in te gaan op het verzoek vanuit de raad tot heroverweging. Vraag 8 Woning- en ruimte nood De aanvraag voor uitbreiding komt niet uit de lucht vallen, maar is een direct gevolg van de grote woning- en ruimtebehoefte die bewoners ervaren. In deze tijd van krapte op de woningmarkt is verhuizen voor veel gezinnen financieel en praktisch bijna niet haalbaar. Het verzoek om uitbreiding wordt gedaan uit de noodzaak om in de huidige woning te blijven, zonder de mogelijkheden om te verhuizen. De deskundigen zijn er ons inziens juist om binnen de kaders van de wet te zoeken naar oplossingen voor deze vraagstukken. Een reactie van het college als "wij hebben altijd negatief geadviseerd" komt daarom als een gemakkelijke weg. Wij vinden dat de veranderde omstandigheden, de wens van de bewoners en de bestaande wet- en regelgeving voldoende ruimte zou moeten bieden om constructief naar een oplossing te zoeken. Beantwoording vraag 8 Juist om binnen de kaders van de wet te blijven dient een verzoek tot vooroverleg door het college te worden getoetst aan de fysieke leefomgeving en niet aan economische belangen. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt vindt het college een opbouw onaanvaardbaar.
Indien een meerderheid van de gemeenteraad van mening is dat, ondanks het negatieve stedenbouwkundig advies, toch medewerking moet worden verleend aan de realisatie van een opbouw dan is een wijziging van het omgevingsplan wellicht een optie. De gemeenteraad heeft namelijk de mogelijkheid de bouwhoogte aan te passen en kan daarbij een werkingsgebied aangeven zodat een dakopbouw ter plaatse sowieso mogelijk is. De afwegingsruimte voor het college komt daarmee te vervallen. De kosten van de planwijziging en de eventuele nadeelcompensatie zijn voor rekening van de gemeente. Vraag 9 Bezonning Het college heeft in haar beoordeling geen aandacht besteed aan de bezonning van de woningen. Wij willen benadrukken dat de voorgestelde uitbreiding geen negatieve impact zal hebben op de bezonning van de omliggende panden. Het is belangrijk dat dit aspect serieus wordt meegenomen in de beoordeling, aangezien de bezonning
van de woningen door de uitbreiding niet in gevaar komt. Wij verzoeken het college om deze factor opnieuw te overwegen en mee te nemen in de uiteindelijke afweging. Beantwoording vraag 9 Stedenbouwkundig is geoordeeld dat een vierde bouwlaag niet wenselijk is bezien vanuit het grotere geheel. Dat mogelijk wel wordt voldaan aan het aspect bezonning weegt niet op tegen het argument om een vierde bouwlaag niet toe te staan. Vraag 10 Wens van het overgrote deel van de bewoners De wens van het overgrote deel van de bewoners van de panden is niet meegenomen in de besluitvorming. Gezien de grote vraag naar woninguitbreiding en de steun vanuit de bewoners, zou het college rekening moeten houden met deze wens. Wat gebeurt er bijvoorbeeld als alle bewoners van het blok gezamenlijk een omgevingsvergunning aanvragen? Het college zou moeten overwegen of dit niet een meer eenduidige en efficiënte oplossing zou zijn, die de zorgen over de uitstraling en samenhang met de omgeving kan wegnemen. Beantwoording vraag 10 Een vierde bouwlaag is niet wenselijk. Ook niet als alle bewoners een verzoek tot vooroverleg indienen. Overigens blijkt uit de handtekeningenlijst dat niet alle bewoners een dakopbouw wensen.
Vraag 11 Voorstel van 3,0 meter set-back Om tegemoet te komen aan de bezwaren van de gemeente stellen de bewoners zelfs voor om de set-back te vergroten tot minimaal 3,0 meter (terwijl de minimale afstand vanuit de voorgevel niet in de welstandsnota is opgenomen). Hierdoor wordt de opbouw visueel minder aanwezig vanaf de openbare ruimte (op ooghoogte), wat de impact op de directe omgeving zal verminderen. Deze aanpassing kan het visuele effect van de opbouw aanzienlijk verlichten en zou een redelijke middenweg kunnen zijn om zowel de wens van de bewoners als de bezorgdheden van het college tegemoet te komen. Beantwoording vraag 11 Omdat de afstand tot aan de voorgevel van een eventuele opbouw dient te worden gereguleerd in een omgevingsplan vindt u een dergelijke maatvoering niet terug in de welstandsnota. Voor wat betreft de beantwoording op uw vraag of een kleinere opbouw tot de mogelijkheden behoort, blijft het stedenbouwkundig aspect van het niet willen toestaan van een vierde bouwlaag voor het college steekhoudend. Mogelijkheid tot nadere informatie Het college kan zich voorstellen dat de beantwoording van sommige vragen erg wetstechnisch van aard is. Mocht u hier nog vragen of nadere uitleg over willen hebben dan kunt u contact opnemen met de behandeld ambtenaar voor een nadere wetstechnische toelichting.
De contactgegevens van de behandelend ambtenaar vindt u bovenaan deze brief.
Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Papendrecht, de secretaris, de burgemeester,
J.M. Ansems
M.J.M. van Driel
DAR Bouwadvies B.V. Veersedijk 87 3341 LL HENDRIK-IDO-AMBACHT
Datum Zaakbehandelaar Ons kenmerk Doorkiesnummer Onderwerp
Geachte heer/mevrouw, Op 25 juni 2024 hebben van u als gemachtigde een aanvraag vooroverleg omgevingsvergunning ontvangen. Het gaat over “het realiseren van een extra bouwlaag ” op het perceel Vrijheer van Eslaan 30. Wij hebben uw gegevens geregistreerd onder zaaknummer Z2024-00000187. Over de voortgang van de behandeling hebben wij de volgende informatie voor u. Uit de beoordeling van het aangepaste bouwplan is gebleken dat wij geen reden zien om van het eerdere stedenbouwkundig advies af te wijken. Dit betekent dat wij op basis van het stedenbouwkundig advies niet mee kunnen werken aan een afwijking van het omgevingsplan voor het plaatsen van de dakopbouw op de woningen aan de Vrijheer van Eslaan. Dit betekent dat wij de omgevingsvergunning moeten weigeren, als u die voor dit plan of project aanvraagt. Hieronder een aanvullende motivering vanuit onze stedenbouwkundige: In het verleden is er al meerdere keren geadviseerd voor een dakopbouw op de woningentypes aan de Vrijheer van Eslaan. Iedere keer is er door verschillende stedenbouwkundigen negatief geadviseerd. De belangrijkste hoofdredenen hiervoor zijn: Het bouwblok aan de Vrijheer van Eslaan is een heel horizontaal geleed bouwblok, met een duidelijke gevelbeëindiging en een heel sterke samenhang.
Markt 22, 3351 PB Papendrecht | Postbus 11, 3350 AA Papendrecht Telefoon 14 078 | www.papendrecht.nl | IBAN: NL13 BNGH 0285 0068 78
25 oktober 2024 R. Steenhoek Z2024-00000187 078-7706367 Brief aanvulling op beoordeling vooroverleg negatief
Het gehele woningbouwproject vormt een sterke eenheid, met een collectieve uitstraling. Een dakopbouw, zeker wanneer deze zo dicht op de voorgevel staat, verstoort die eenheid sterk. De beoogde opbouw(en) zal/zullen zichtbaar blijven vanuit de Vrijheer van Eslaan, ongeacht de afstand van terugspringing vanuit de voorgevel. Dit is stedenbouwkundig niet wenselijk. Vanuit stedenbouw blijft het een negatief advies om een dakopbouw in iedere vorm te realiseren. De reactie op de recent ingediende motivering is hieronder beschreven als een toevoeging op de hoofdredenen: Over de nieuwe bouwhoogte (van 3 bouwlagen naar 4 bouwlagen) Het beoogde stedenbouwkundig architectonisch geheel omvat een voorzieningsstrook met gemengde functies tussen Rozenstraat en de Seringenstraat. Binnen dit geheel wordt de basisschool Anne Frank (OBSAF) als een (hoogte) accent gezien. De OBSAF heeft een hoog volume aan de Vrijheer van Eslaan van 3 bouwlagen (gedeeltelijk 4 bouwlagen) met een speciaal (gebogen) dak. Daarachter ligt er een lager volume van 2 bouwlagen, ook met een bijzonder (gebogen) dak. In dit geheel zijn de naastliggende woningbouwblokken qua bouwhoogte ondergeschikt aan het accent. Een dakopbouw verhoogt de bouwhoogte van het bestaande bouwblok (hoger dan het lagere volume van OBSAF) en zal daarmee afbreuk doen aan de eenheid van het stedenbouwkundig en architectonisch geheel..
Over de hoogte-breedte-verhouding vuistregel Dit is het belangrijkste argument voor de dakopbouw in de onderbouwing. Daarin staat dat aan de brede Vrijheer van Eslaan een hogere bouwhoogte zou kunnen worden toegelaten. Echter, de bouwhoogte is vooral bepaald door de factoren binnen het stedenbouwkundig geheel. Zie het punt hierboven. Deze vuistregel zal niet leiden tot het toelaten van de verhoging. Over de benoemde casussen van enkele opbouwen in de omgeving De casussen van opbouwen waar naar verwezen wordt, worden gebruikt als een aanleiding voor dit initiatief. Die casussen worden echter niet als relevant beschouwd. Ze liggen midden in een buurt zonder begrenzende gebiedsontsluitingsweg. In alle gevallen past de verhoging (van 2 lagen naar 3 lagen) bij de directe omgeving (bouwvolume van 2 tot 3 bouwlagen). U kunt tegen dit beoordelingsresultaat geen bezwaar maken Als u een voor bezwaar of beroep vatbare beslissing wilt, dan kunt u bij ons een omgevingsvergunning aanvragen. Bij die aanvraag dient u alle stukken in die nodig zijn voor uw aanvraag. U ontvangt onze brieven en besluiten per e-mail Tijdens de behandeling van uw vooroverleg omgevingsvergunning ontvangt u onze post op het door u opgegeven e-mailadres. Indien u nog vragen heeft Uw zaak is behandeld door de heer R. Steenhoek.
Wanneer u vragen heeft kunt u bellen naar 078-7706367 of mailen naar r.steenhoek@papendrecht.nl
2
Met vriendelijke groet, Namens burgemeester en wethouders van Papendrecht, ing. R. Steenhoek Vergunningverlening WABO/OW | Vergunningverlener Dit document is digitaal aangemaakt en daarom niet van een handtekening voorzien.
3