CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

E05. 20260129 RIB Beantwoording art.40 vragen D66 - Vergunning verhoogde lozing zink en fosfor Fokker.pdf

Oordeelsvormende vergadering Papendrecht 12 februari 2026, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken875 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de gemeenteraad

datum

29-01-2026

behandeld door

R. Aarnoudse

ons kenmerk

2025-0130518

doorkiesnummer Onderwerp

14-078 Beantwoording artikel 40 vragen D66 inzake aanvraag verhoogde lozing zink en fosfor Fokker

Geachte mevrouw, heer, Op 15 december 2025 heeft de fractie van D66 schriftelijk vragen gesteld aan het college van B&W (ex artikel 40 van het reglement van orde). De vragen gaan over een aanvraag van Fokker voor het verhogen van de lozing van fosfor en zink via het gemeentelijk riool. Vraag 1: Is het college bekend met de aanvraag van Fokker voor het verhogen van de lozing van fosfor en zink via het gemeentelijk riool, zoals beschreven in het AD van 11 december 2025? Antwoord 1: Ja daar is het college bekend mee. Vraag 2: De provincie en Fokker geven aan geen negatieve gevolgen te verwachten voor milieu en rioolwaterzuivering. Deelt het college deze inschatting? Zo ja, waarop baseert het college dit oordeel? Zo nee, welke kanttekeningen plaatst het college hierbij? Antwoord 2: Fokker is een Seveso-inrichting. Onder de Omgevingswet zijn Seveso-inrichtingen bedrijven met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen, waarvoor de provincie vaak het bevoegd gezag is voor vergunningverlening en toezicht. De DCMR (Milieudienst Rijnmond) is hiertoe gemandateerd. Zij beschikken over de benodigde technische kennis om conclusies te trekken wat betreft eventuele gevolgen voor het milieu. Waterschap Rivierenland heeft in september 2023 aan de DCMR geadviseerd over de aanvraag.

In dit advies ging het Waterschap in op de gevolgen van een verhoging van deze debieten op de belasting van de rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s). Het Waterschap Rivierenland heeft toen de eis gesteld dat er een ABM (Algemene Beoordelingsmethodiek)- en een immissietoets uitgevoerd moest worden om te beoordelen of een verhoging van geloosde concentraties zink en fosfor negatieve gevolgen zou hebben voor het milieu. Deze toets is uitgevoerd en is beoordeeld door het waterschap. Op basis hiervan is geconcludeerd dat de voorgestelde verhogingen geen negatieve milieueffecten veroorzaken, noch negatieve gevolgen hebben op de werking van de RWZ’Is. Vraag 3: Heeft het college, al dan niet via de Omgevingsdienst of het waterschap, advies uitgebracht aan de provincie Zuid-Holland over deze vergunningaanvraag? Zo ja, kan het college aangeven wat de inhoud van dit advies was? Antwoord 3: De gemeente heeft inderdaad geadviseerd. Hierbij is gekeken naar de capaciteit van het gemeentelijke riool in relatie tot de verhoogde lozing. De conclusie daarvan luidde dat het

1

gemeentelijke riool voldoende capaciteit heeft om deze toenamen af te voeren. Respectievelijk de DCMR en waterschap Rivierenland oordeelden over de milieueffecten en gevolgen voor de RWZI’s. Vraag 4: Is bij de beoordeling van deze vergunning gekeken naar de cumulatieve milieubelasting (stapeling van stoffen), waarbij niet alleen de lozing van Fokker afzonderlijk wordt beschouwd, maar ook in samenhang met lozingen van andere bedrijven in Papendrecht en de regio? Antwoord 4: Jazeker, de waterschappen kijken naar de cumulatieve milieubelasting, met name bij het verlenen van vergunningen. Bij aanvragen voor lozingen beoordeelt het waterschap niet alleen de individuele lozing, maar ook de totale belasting op het watersysteem door alle aanwezige lozingen samen. Vraag 5: Heeft het college inzicht in hoe de provincie Zuid-Holland deze stapeling van stoffen meeweegt in haar vergunningverlening? Zo ja, kan het college toelichten op welke manier dit gebeurt? Antwoord 5: Nee, de provincie zelf kijkt hier niet naar. De DCMR is namelijk bevoegd om de vergunningen voor seveso-bedrijven te verlenen, en haalt in dit geval input op bij het waterschap omdat het gaat om een lozing op het RWZI. Het waterschap kijkt wel naar de cumulatieve milieubelasting op de RWZI’s en beoordelen op basis daarvan of er negatieve milieueffecten te verwachten zijn.

Vraag 6: Zijn bij het vergunningsproces milieuorganisaties, bewonersgroepen of andere maatschappelijke partijen betrokken of om input gevraagd? Zo ja, welke partijen waren dit en wat is met hun inbreng gedaan? Antwoord 6: Nee, bij het vergunningsproces is er geen contact geweest met milieuorganisaties, bewonersgroepen of andere maatschappelijke partijen. Wel is er advies gevraagd bij het waterschap en is de gemeente in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen. Vraag 7: Ziet het college aanleiding om, gezien eerdere ervaringen in de regio met milieudossiers, extra aandacht te vragen bij de provincie voor monitoring, evaluatie en eventuele bijstelling van de vergunning in de toekomst? Antwoord 7: Nee, het college ziet hier geen reden toe. Voorschrift 8 van de oorspronkelijke vergunning van 16 september 2014 bepaalt dat de hoeveelheid koelwaterspui, de concentraties van zink en totaal fosfor in die spui, en de op basis van deze parameters berekende vrachten van zink en fosfor per spui moeten worden geregistreerd. Daarmee heeft de DCMR een adequaat beeld van de geloosde vrachten zink en fosfor. Om die reden en de conclusies, zoals genoemd in de ontwerpbeschikking, betreffende dat er geen negatieve milieueffecten te verwachten zijn, ziet het college geen reden om hier extra aandacht voor te vragen.

Vraag 8: Op welke wijze wordt de gemeenteraad geïnformeerd over de definitieve besluitvorming en eventuele gevolgen voor de leefomgeving van Papendrecht? Antwoord 8: Na definitieve besluitvorming wordt de gemeenteraad geïnformeerd op een nader te bepalen wijze. Tot slot Wij gaan ervan uit dat uw vragen hiermee afdoende zijn beantwoord.

2

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Papendrecht, de secretaris,

de burgemeester,

J.M. Ansems

M.J.M. van Driel

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/1222/documents/17293