E04. 20260129 RIB Beantwoording art.40 vragen OP - Vergunning verhoogde lozing zink en fosfor Fokker.pdf
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad
datum
29-01-2026
behandeld door
R. Aarnoudse
ons kenmerk
2026-0006452
doorkiesnummer Onderwerp
14-078 Beantwoording artikel 40 vragen OP inzake aanvraag verhoogde lozing zink en fosfor Fokker
Geachte mevrouw, heer, Op 16 december 2025 heeft de fractie Onafhankelijk Papendrecht (OP) schriftelijk vragen gesteld aan het college van B&W (ex artikel 40 van het reglement van orde). De vragen gaan over een aanvraag van Fokker voor het verhogen van de lozing van fosfor en zink via het gemeentelijk riool. Vraag 1: Komt de gemeente (alsnog) de gemaakte afspraken na? D.w.z. worden de stukken lokaal ook ter inzage gelegd en welk bewijs kunt u daarvan geven? Antwoord 1: Deze vergunningaanvraag dateert uit september 2023. De gemeente heeft deze ontwerpbeschikking fysiek ter inzage gelegd omdat er zoveel tijd zit tussen de aanvraag en de ontwerpbeschikking. Dit heeft te maken met de ABM (Algemene Beoordelingsmethodiek)- en immissietoets. Het heeft lang geduurd voordat deze waren aangeleverd en beoordeeld. In het algemeen geldt dat wanneer Fokker een aanvraag voor een vergunning indient, deze fysiek ter inzage wordt gelegd op het gemeentehuis in Papendrecht en gepubliceerd in de lokale krant. De fysieke stukken die ter inzage liggen kunnen bij de receptie van het gemeentehuis worden ingezien. Vraag 2: Wordt deze vergunningsaanvraag ook in de lokale krant gepubliceerd? En zo ja, wanneer? Antwoord 2: Ja, de ontwerpbeschikking ligt ter inzage en dit is gepubliceerd in de lokale krant op 14 januari 2026.
Vraag 3: Waarom staat dit nieuwsbericht eerder in de regionale krant, het Algemeen Dagblad, en niet in de lokale krant? Antwoord 3: De afspraken die gemaakt zijn met de DCMR gaan over het tijdig informeren wanneer er een aanvraag voor een vergunning binnenkomt. Dit was hier niet het geval, omdat de aanvraag dateert van 15 september 2023. Daarom was de gemeente niet op de hoogte van de ontwerpbeschikking. Vraag 4: Waarom is de gemeenteraad hiervan nog niet op de hoogte gebracht? Antwoord 4: Zie antwoord 3. Vraag 5: Wat is de mening van het College van B&W ter zake van de voorgenomen vergunningverlening? Antwoord 5: Fokker is een Seveso-inrichting. Onder de Omgevingswet zijn Seveso-inrichtingen bedrijven met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen, waarvoor de provincie vaak het bevoegd gezag is voor vergunningverlening en toezicht. De DCMR (Milieudienst Rijnmond) is hiertoe gemandateerd.
1
Zij beschikken over de benodigde technische kennis om conclusies te trekken wat betreft eventuele gevolgen voor het milieu. Waterschap Rivierenland heeft in september 2023 aan de DCMR geadviseerd over de aanvraag. In dit advies ging het Waterschap in op de gevolgen van een verhoging van deze debieten op de belasting van de rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s). Het Waterschap Rivierenland heeft toen de eis gesteld dat er een ABM (Algemene Beoordelingsmethodiek)- en een immissietoets uitgevoerd moest worden om te beoordelen of een verhoging van geloosde concentraties zink en fosfor negatieve gevolgen zou hebben voor het milieu. Deze toets is uitgevoerd en is beoordeeld door het waterschap. Op basis hiervan is geconcludeerd dat de voorgestelde verhogingen geen negatieve milieueffecten veroorzaken, noch negatieve gevolgen hebben op de werking van de RWZ’Is. Vraag 6: Is het College van B&W van mening, in lijn met de woordvoerder van de Provincie Zuid-Holland, dat het hier gaat om een stijging van de hoeveelheid zink van 10 naar 13 kilogram per jaar en van fosfor van 15 naar 21 kilogram per jaar? Antwoord 6: Ja, dit staat zowel in de aanvraag en de ontwerpbeschikking genoemd. Vraag 7: Is het College van B&W net als de Provincie Zuid-Holland van mening dat er geen negatieve gevolgen voor de leefomgeving te verwachten zijn? Antwoord 7: Zie antwoord 5.
Vraag 8: Kan de rioolwaterzuivering van Papendrecht deze verhoogde lozingen verwerken en wat is daarvan het effect op de leefomgeving? Antwoord 8: Ja, en op basis van de conclusies van waterschap Rivierenland en de DCMR zijn er geen negatieve milieugevolgen. Vraag 9: Waarom duurde het adviesproces langer en kostte het extra tijd? Antwoord 9: Dit heeft te maken met de ABM (Algemene Beoordelingsmethodiek)- en immissietoets. Het heeft lang geduurd voordat deze waren aangeleverd en beoordeeld. Vraag 10: Gaat het College van B&W nog een reactie geven in de richting van de Provincie Zuid-Holland en zo ja, wordt de gemeenteraad bij de formulering hiervan betrokken? En zo nee, waarom niet? Antwoord 10: Nee, het college ziet geen aanleiding om een zienswijze in te dienen op deze ontwerpbeschikking. Tot slot Wij gaan ervan uit dat uw vragen hiermee afdoende zijn beantwoord. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Papendrecht, de secretaris,
de burgemeester,
J.M. Ansems
M.J.M. van Driel
2