CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

E02. 20250605 Bijlage A - Memo_GGD_ZHZ_fonteinen Slobbengorsvijver Papendrecht.pdf

Oordeelsvormende vergadering Papendrecht 18 september 2025, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken1.024 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verneveling Wat betreft de mogelijke orale inname van verneveling door de fontein zou een kind van 10 kg per dag 0,06 µg/dag VC binnen mogen krijgen (VR-niveau). Dit komt overeen met 10 mL per dag, wat gelijk staat aan een gemiddelde slok. Deze of een hogere orale belasting van passanten is zeer onwaarschijnlijk. Voor de beoordeling van het risico via andere blootstellingsroutes ontbreekt op dit moment informatie. Er is geen model dat blootstelling via verneveling kan berekenen. Normaliter zouden de concentraties VC en cis-DCE in het vijverwater waarschijnlijk toenemen na de start van de sanering. Echter geeft de OZHZ aan dat te verwachten is dat deze toename effectief teniet zal worden gedaan door het beluchten van het oppervlaktewater middels de fonteinen. Of de huidige concentraties van VC en cis-DCE in het oppervlaktewater inderdaad vergelijkbaar blijven is vooraf niet met zekerheid te zeggen. Uit het monitoringsprogramma heeft de GGD begrepen dat de concentraties van VC en cis-DCE in het oppervlaktewater gedurende de start van de sanering driemaandelijks gemonitord worden. Bij een duidelijke stijging van de concentraties in het oppervlaktewater zal opnieuw moeten worden beoordeeld of dit via verneveling tot gezondheidsrisico’s kan leiden. De GGD kan niet op voorhand aangeven bij welke concentraties in het oppervlaktewater gezondheidsrisico’s kunnen optreden.

Recreatie en visconsumptie De Slobbengorsvijver is niet specifiek bedoeld voor recreatie of als visvijver. Toch kan het incidenteel gebeuren dat bijvoorbeeld kinderen op of rond de vijver spelen of dat er gevist wordt. De gezondheidsrisico’s daarvan kunnen worden beoordeeld in het blootstellingsmodel Sedisoil. Om het model te kunnen gebruiken zijn de gehalten van VOCl in de waterbodem nodig. Het saneringsplan uit 2019 vermeldt dat er geen verhoogde concentraties aan VOCl meetbaar waren in slibmonsters in 2016. Ervan uitgaande dat de situatie vergelijkbaar is gebleven, bestaat er op dit moment geen extra gezondheidsrisico door recreatie in of visconsumptie uit de vijver op basis van waterbodemvervuiling. Wat betreft recreatie in het water blijkt uit een indicatieve beoordeling in het Sedisoil model wel dat bij de stoffen VC en cis-DCE huidopname een belangrijke blootstellingsroute is. Bij de gemeten concentraties VC en cis-DCE is echter niet te verwachten dat kinderen bij incidentele recreatie in of rond de vijver te veel van deze stoffen via de huid zullen binnenkrijgen. Dit geldt ook voor de blootstelling via verneveling. Uitdamping VC en cis-DCE zijn vluchtige stoffen en zullen uitdampen naar de buitenlucht. De OZHZ heeft de immissieconcentraties van VC en cis-DCE berekend op basis van de gemeten waardes in het oppervlaktewater van augustus 2016.

Deze berekeningen laten geen overschrijding van de grenswaardes zien (een factor 5-70 onder de MTR voor VC). Op basis van deze berekeningen is geen te hoge uitdamping van VC en cis-DCE te verwachten. In het saneringsplan staat dat in de eerste maand wekelijks de lucht boven het oppervlaktewater zal worden gecontroleerd (tabel 9.4, p.59). De GGD vraagt aandacht voor de gekozen meetmethode (PID-meter). PID-meters hebben een relatief hoge detectiegrens. Bovendien worden met een PID-meter geen individuele stoffen gemeten,

wat de methode ongeschikt maakt voor risicobeoordeling. Voor meer informatie over het meten van vinylchloride verwijst de GGD naar RIVM-rapport 607711013/2015. Het is mogelijk dat de concentraties VOCl in het oppervlaktewater toenemen door de sanering. In dat geval zal er ook meer uitdamping van VOCl plaatsvinden. Uit afstemming met het RIVM heeft de GGD informatie verkregen waaruit blijkt dat de uitdamping waarschijnlijk niet direct tot te hoge concentraties in de lucht zal leiden, maar dat het wel iets is om op te letten gezien de hoge toxiciteit van VC. Indien de concentraties van deze stoffen in het oppervlaktewater stabiel blijven wordt een stijging van de concentraties in de lucht niet verwacht. Indien de concentraties in water duidelijk stijgen (bijvoorbeeld met een factor 2 of meer), dan adviseert de GGD om uit voorzorg luchtmetingen te doen. Deze metingen moeten een voldoende lage detectielimiet hebben, zodat kan worden getoetst aan de gezondheidskundige toetsingswaarden (TCL). Conclusie Op basis van bovenstaande informatie ziet de GGD op dit moment geen gezondheidskundige bezwaren om de fonteinen te plaatsen. De inschatting is dat er sprake zal zijn van incidentele blootstelling aan het vernevelde water dat niet optelt tot reële gevaren voor de gezondheid. Er zijn daarom geen nadelige gevolgen voor de gezondheid van passanten te verwachten.

Wel adviseert de GGD goede monitoring van zowel het oppervlaktewater als de uitdamping naar de lucht. Zie daarvoor de volgende adviezen. Advies • De GGD adviseert om de metingen in het oppervlaktewater te herhalen voorafgaand aan de plaatsing van de fonteinen. Indien de gemeten concentraties hoger zijn dan de concentraties uit 2016 overlegt de GGD graag over eventuele aanvullende luchtmetingen, zodat kan worden uitgesloten dat te veel uitdamping van VC of cisDCE plaatsvindt. Een Tedlarbag of canister met aanvullende GC(MS)-analyse wordt hierbij aanbevolen gezien de tekortkomingen van de PID-meters voor het toetsen aan gezondheidskundige advieswaarden en de risicobeoordeling voor de algemene bevolking. • De GGD vraagt aandacht voor de gekozen meetmethode (PID-meter) bij de wekelijkse luchtmonitoring tijdens de eerste maand. De detectiegrens van de meetmethode moet laag genoeg zijn om te kunnen toetsen aan de gezondheidskundige advieswaarden voor de algemene bevolking. Zie bovenstaand advies voor de aanbevolen meetmethode. Voor meer informatie over het meten van vinylchloride verwijst de GGD naar RIVM-rapport 607711013/2015. • De beoogde saneringsmethode staat erom bekend dat het waardes van VC en cisDCE fors kan verhogen.

Om deze reden is het sterk aan te bevelen om regelmatige metingen uit te voeren in het oppervlaktewater en bij een duidelijke stijging hiervan (bijvoorbeeld VC boven 10 µg/L) ook weer in de buitenlucht. De GGD blijft graag op de hoogte van deze metingen. • Wanneer er een stevige wind staat waardoor toename van verneveling te verwachten is, wordt aanbevolen de fonteinen tijdelijk uit te zetten. • Mocht een sterke verhoging van VC of cis-DCE gemeten worden dan kunnen wellicht één of meerdere bellenscherm(en) als alternatief voor het beluchten van het water worden ingezet. • Het algemene advies om enkel in officieel zwemwater te recreëren en alleen in aangewezen viswater te vissen, geldt ook voor de Slobbengorsvijver

pagina 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/1090/documents/16174