E02. 20250220 RIB Beantwoording art 40 vragen OP - opvang asielzoekers en vreemdelingen.pdf
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad datum
20 februari 2025
behandeld door
M. van Rosmalen
ons kenmerk
2025-0015931
doorkiesnummer Onderwerp
14078 Beantwoording van vragen ex artikel 40 RvO over de opvang van asielzoekers en vreemdelingen
Geachte mevrouw, heer, Naar aanleiding van de vragen die door de fractie van Onafhankelijk Papendrecht zijn ingediend, willen wij graag de volgende antwoorden en toelichtingen geven. Hierbij baseren wij ons op de langetermijnvisie voor de huisvesting en integratie van asielzoekers en vluchtelingen, evenals op eerdere beantwoording van artikel 40 vragen omtrent dit onderwerp. 1. Waarom heeft de gemeente de communicatie met deze groep verontruste burgers stopgezet? De gemeente heeft de communicatie met de groep verontruste burgers niet stopgezet. Vragen die er zijn worden zo goed mogelijk beantwoord, maar wij begrijpen dat niet alle inwoners het eens zijn met de inhoud van de beantwoording. Wij erkennen het belang van voortdurende dialoog en zullen inspanningen leveren om de communicatie te blijven verbeteren. Dit omvat o.a. het organiseren van een klankbordgroep in samenwerking met de BIZ en het actief betrekken van alle belanghebbenden bij het vervolgproces. Iedereen die contact heeft opgenomen en een vraag heeft gesteld en contactgegevens heeft achtergelaten heeft een antwoord ontvangen. In de collegevergadering van 12 november j.l. is de petitie besproken. Het college begrijpt dat inwoners zorgen hebben over deze opvanglocatie. Tegelijkertijd is de petitie voor ons geen reden het besluit te herroepen.
De initiatiefnemer van de petitie heeft een brief ontvangen waarin het college dit standpunt toelicht. De gemeenteraad is hierover op 14 november 2024 geïnformeerd via een raadsinformatiebrief. 2. Het nastreven van het bijdragen op lokaal niveau aan het oplossen van de migratieproblematiek is een politiek-bestuurlijk doel. Maar tegen welke prijs willen wij hiermee doorgaan? Migratieproblematiek is een internationaal/landelijk onderwerp en het oplossen hiervan is dan ook een (inter-)nationale verantwoordelijkheid. Onze ambitie is geformuleerd in de vastgestelde langetermijnvisie (pagina 9), om vanuit verantwoordelijkheid en solidariteit evenredig bij te dragen aan de opvang en integratie van asielzoekers en vluchtelingen. Wij houden hierbij rekening met de bijbehorende voorzieningen, maatschappelijk draagvlak en financiën. Daarnaast geldt ook dat de Spreidingswet sinds vorig jaar van kracht is en ook door ons uitgevoerd moet worden. 3. Kan de gemeenteraad jaarlijks een overzicht ontvangen van de ontvangen bonussen, de totale kosten van de opvang en de aan de opvang gerelateerde kosten die door de gemeente dienen te worden bekostigd (waarvoor het COA geen vergoeding biedt)? Ja, via de P&C cyclus wordt de raad geïnformeerd. In beginsel zijn alle kosten (huur, exploitatie, personeel) voor de opvanglocatie voor rekening van COA.
De vergoeding voor het opvangen van vluchtelingen wordt via het Faciliteitenbesluit berekend en wordt via de gemeentefonds als algemene uitkering uitgekeerd en geldt alleen indien de vluchtelingen daadwerkelijk in de gemeente verblijven. De hoogte van de vergoeding wordt gebaseerd op basis van een aantal factoren. In de Spreidingswet zijn ook mogelijkheden opgenomen voor een extra specifieke uitkering. Bijvoorbeeld als
een gemeente meer vluchtelingen opvangt dan de indicatieve taakstelling en bij opvang van bijzondere doelgroepen, zoals AMV’ers. In 2024 is via de algemene uitkering € 32.000 ontvangen. Uit dit budget kunnen wij diverse zaken bekostigen, zoals onze personele (ambtelijke) inzet, maar ook bekostiging van bijvoorbeeld activiteiten die bijdragen aan de veiligheid en de participatie van de jongeren in onze samenleving. Ons uitgangspunt is dat onze uitgaven niet hoger zijn dan de vergoeding van het Rijk. De definitieve hoogte van de vergoedingen vanuit het Faciliteitenbesluit voor 2025 en verder zijn nog niet bekend. Bij de circulaires van de algemene uitkering worden de hoogtes bekend gemaakt. De raad zal via de P&C cyclus geïnformeerd worden. 4. Welke conclusies verbindt het College van B&W hieraan? Is het dan niet zaak om in gesprek te gaan in plaats van vast te houden aan de gemaakte keuzes? Het college hecht waarde aan participatie en dit maakt dan ook een belangrijk onderdeel uit van het proces voor de opening van de tweede opvanglocatie. Hiervoor heeft het college in september twee inloopbijeenkomsten gehouden voor ondernemers en inwoners. Het college heeft veel verschillende reacties gehad van zowel voor- als tegenstanders en daarop gereageerd. Voor het vervolgtraject gaan wij samen met COA de omgeving nadrukkelijk betrekken bij de daadwerkelijke realisering van de opvang.
Verder werkt het college aan een communicatie- en participatie aanpak en maakt tijd voor inwoners, ondernemers en organisaties die hierover in gesprek willen, middels het organiseren van klankbordgroep. Zie hierover meer in de raadsinformatiebrief van 14 november 2024.Het college hecht er belang bij ook vrijwilligers, maatschappelijke-, kerkelijke- en onderwijsinstellingen en verenigingen te betrekken, om gezamenlijk te bouwen aan een volwaardig activiteitenprogramma voor de AMV-jongeren. 5. In hoeverre is de gemeenteraad dan nog aanspreekbaar op het beleid van het College van B&W? In algemene zin is de raad aanspreekbaar op de eigen besluitvorming en keuzes en het college op haar eigen besluitvorming en uitvoering van het beleid. In dit specifieke geval geldt dat het college uitvoering geeft aan de door de raad unaniem vastgestelde langetermijnvisie, waarmee de raad de kaderstellende rol heeft vervuld. Daarnaast is de raad betrokken geweest bij de besluitvorming over deze specifieke locatie via de wensen en bedenkingenprocedure. De ontvangen reacties vanuit de gemeenteraad zijn door het college betrokken bij de besluitvorming. 6. Wie nemen zitting in de zogenaamde programma-commissie die ‘de strategie’ gaat uitwerken (pagina 17)? Dat betreffen medewerkers van onze organisatie. Naast een programmamanager is dat per spoor een inhoudelijk betrokken beleidsadviseur. Dat zijn ca.
vijf medewerkers. Daarnaast rapporteert deze groep aan de stuurgroep, waar betrokken portefeuillehouders in zitten. Eventuele besluitvorming vindt plaats in het college en zo nodig doet het college voorstellen aan de raad als een raadsbesluit noodzakelijk is. 7. Hoe kijken we hier als gemeente met elkaar tegenaan? Als gemeente hebben we eerder gesteld dat we vanuit verantwoordelijkheid en solidariteit naar vermogen een bijdrage willen leveren. Dit staat los van onze indicatieve taakstelling vanuit de Spreidingswet, te weten 183 vluchtelingen. Als de locatie aan de Weteringsingel operationeel is bieden wij maximaal 130 opvangplaatsen. De aantallen uit de Spreidingswet halen wij dus niet en zijn dus niet leidend. Onze langetermijnvisie is niet opgesteld vanwege de Spreidingswet, maar om conform de wens van de raad met een lokaal beleidskader te komen. Het eventueel in de toekomst intrekken van de Spreidingswet heeft dan ook geen direct gevolg voor de lokale Langetermijnvisie huisvesting en integratie asielzoekers gemeente Papendrecht. Zo lang de Spreidingswet nog van kracht is heeft de Minister Van Asiel en Migratie de
bevoegdheid om in een verdeelbesluit extra opvangplaatsen op te leggen aan gemeenten die nog niet aan de indicatieve taakstelling hebben voldaan. Voor onze gemeente geldt dat Minister Faber in het verdeelbesluit voor de provincie Zuid-Holland ons 130 AMV opvangplaatsen en 30 reguliere opvangplaatsen heeft toegekend. Het college is van mening dat wij met 130 AMV opvangplaatsen reeds een voldoende bijdrage leveren binnen onze mogelijkheden. Wij zien op dit moment ook geen directe mogelijkheid om aanvullend nog 30 reguliere asielopvangplaatsen te realiseren en hebben dit ook kenbaar gemaakt bij de minister. Wij zijn in afwachting van de reactie van het ministerie en zullen uw raad informeren als hierover meer bekend is.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Papendrecht, de secretaris, de burgemeester,
J.M. Ansems
M.J.M. van Driel