E01. 20260108 RIB Beantwoording art. 40 vragen OP - Chemours over ChemScore & Supercritical Water Oxidization.pdf
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad
datum
06-01-2026
behandeld door
R. Aarnoudse
ons kenmerk
2025-0130515
doorkiesnummer Onderwerp
14-078 Beantwoording artikel 40 vragen OP _ Chemours over ChemScore & Supercritical Water Oxidization
Geachte mevrouw, heer, Op 5 december 2025 heeft de fractie Onafhankelijk Papendrecht (OP) schriftelijk vragen gesteld aan het college van B&W (ex artikel 40 van het reglement van orde). De vragen gaan over de positie van Chemours op de ranglijst ChemScore, en over ‘Supercriticial Water Oxidization’ (SCWO) Vraag 1: Is het College bekend met de onafhankelijke wereldwijde ranglijst ChemScore? Antwoord 1: Nee. Vraag 2: Wat kan het College doen om Chemours aan te sporen beter zijn best te doen en hoger op deze ranglijst te komen? Antwoord 2: De provincie Zuid-Holland is bevoegd gezag voor wat betreft de vergunning verlening voor Chemours. Dit is gemandateerd aan de DCMR. Bij vergunning aanvragen adviseert de gemeente Papendrecht, samen met de gemeenten Dordrecht, Molenlanden en Sliedrecht aan de DCMR. Uitgangspunt van deze adviezen is altijd om de impact op het milieu te verminderen, en zo snel mogelijk nul-uit-de-pijp te realiseren. Daarnaast vindt er twee keer per jaar een bestuurlijk overleg plaats tussen de gemeenten Dordrecht, Molenlande, Papendrecht, en Sliedrecht met het bestuur van Chemours. Tijdens deze overleggen wordt het reduceren van emissies vanuit de fabriek van Chemours herhaaldelijk besproken. In zelfde kader heeft het college op 5 juni jl. de motie ‘op weg naar een PFAS-vrije samenleving’ van de VNG medeondertekend.
Hierin roept het VNG bestuur op om: • Zich bij het Rijk in te zetten voor een landelijk verbod op de productie, import en het gebruik van niet-essentiële PFAS-houdende stoffen met een duidelijke definitie van wat ‘essentiële toepassingen’ van PFAS zijn; • Zich bij het Rijk in te zetten voor een interbestuurlijk samenwerkingsverband tussen ministeries, provincies, gemeenten, waterschappen, bedrijfsleven en kennisinstellingen, met als doel structurele en samenhangende oplossingen te ontwikkelen voor een PFAS-vrije samenleving; • Zich bij het Rijk in te zetten dat binnen een jaar duidelijkheid wordt gegeven over het samenhangende plan, dat de eerste stap is van deze interbestuurlijke samenwerking • Het gesprek aan te gaan met het Rijk om te pleiten voor structurele financiële ondersteuning voor gemeenten om PFAS-verontreiniging aan te pakken. Vraag 3: Is het college bereid om de provincie te informeren over deze Best Beschikbare Techniek (BBT) [= SCWO]? Antwoord 3: Deze techniek hebben we als gemeente eerder aan de provincie doorgeleid. De provincie en het DCMR zijn op de hoogte van de techniek en het is aan hen om te bepalen of deze veelbelovende
1
techniek ook daadwerkelijk als BBT beschouwd kan worden. Als de provincie en het DCMR beoordelen of een techniek daadwerkelijk beschouwd kan worden als een BBT wordt deze ongetwijfeld verplicht om in te zetten door Chemours. Daarnaast heeft OP ook direct contact gehad met de provincie zelf over deze techniek. De informatie over deze techniek is door OP via het contactcentrum binnengekomen bij de provincie op 12 september 2023. Deze informatie is toen beoordeeld door de provincie in afstemming met DCMR en het RIVM. De provincie heeft op 25 september 2023 aangegeven aan de vragenstellers dat de techniek Supercritical Water Oxidation een stap is die vergelijkbaar is met de door de provincie aangehaalde technieken uit het McDermott rapport in de revisievergunning van oktober 2022 voor het reduceren van emissies aan de bron. Sinds die tijd is de techniek nog niet dusdanig ontwikkeld dat het kan worden beschouwd als BBT. Tot slot wil het college wil in de beantwoording van deze vraag graag aandacht vragen voor een aantal onjuiste beweringen in de formulering van de vragen. 1. SCWO bevindt zich nog in een onderzoek- en pilotfase. Deze techniek wordt nog niet breed ingezet in de praktijk. 2. De Environmental Protection Agency (EPA) schrijft SCWO niet als verplichte (bron)aanpak voor. Het is enkel bestempeld als een potentieel veelbelovende techniek om PFAS af te breken.
Dit tezamen vormen de redenen waarom het college de provincie niet aandringt om deze techniek in dit stadium verplicht te stellen. Vraag 4: Is het college bereid zich in te spannen om ervoor te zorgen dat men daadwerkelijk deze techniek gaat inzetten (verplicht stellen) teneinde de vervuilende PFAS-emissies direct bij de bron (dus bij de fabriek in Dordrecht op het fabrieksterrein) te verwerken en de grond onder de fabriek te gaan saneren? Antwoord 4: Nee, zie antwoord 3. Tot slot Wij gaan ervan uit dat uw vragen hiermee afdoende zijn beantwoord.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Papendrecht, de secretaris,
de burgemeester,
J.M. Ansems
M.J.M. van Driel
2