E01. 20230517 RIB Artikel 40 vragen OP 19 april 2023 mbt Rib beroep Van Herwijnen rentebeschikking.pdf
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad De T datum behandeld door ons kenmerk doorkiesnummer onderwerp
16-5-2023 NJW Visser 2023-0058825 078-7706232 Artikel 40 vragen OP 19 april 2023 mbt Rib beroep Van Herwijnen rentebeschikking
Geachte mevrouw, heer, De fractie van Onafhankelijk Papendrecht (hierna OP) heeft op 19 april 2023 artikel 40 vragen gesteld met als onderwerp: "Rib beroep Van Herwijnen rentebeschikking". De brief met vragen is bijgevoegd. Hieronder beantwoordt het college de vragen.
Vraag 1: is het college niet met onze fractie van mening dat dit mailtje niet uitmunt in optimale transparantie en duidelijkheid? Antwoord vraag 1 Het bericht is na kennisname van de rechterlijke uitspraak met spoed aan de raad verzonden, zodat de raadsleden direct geïnformeerd waren. Het bericht is met zorgvuldigheid geschreven. Aangezien hier tegelijkertijd zowel civiele als publiekrechtelijke rechtszaken spelen over hetzelfde onderwerp "onverschuldigde betaling aan Van Herwijnen Beheer/rentebeschikking" is een en ander juridisch complex. Getracht is juridisch bezien niet teveel in detail te treden. Vraag 2: geldt nog steeds dat het procesbelang zwaarder weegt dan het informatiebelang? Antwoord vraag 2 Na enkele rechtszaken de afgelopen jaren is meer inzicht rondom dit onderwerp ontstaan. Binnen de beperkingen van de procesgang wil het college openheid van zaken geven. Alhoewel zowel civiel- als publiekrechtelijk nog hoger beroep loopt en zaken dus niet uitgekristalliseerd zijn, wil het college nu de eerder gestelde vragen beantwoorden. Na afloop van de hoger beroepszaken zal het college u volledig informeren. Vraag 3: is het college het in deze eigenlijk niet helemaal met de fractie van OP eens?
Antwoord vraag 3 Het college heeft de intentie om compleet en transparant te zijn en wilde de raad, gezien het politieke en financiële belang, direct informeren, waarbij wordt opgemerkt dat het hier een collegebevoegdheid betreft. Na bestudering van de uitspraak heeft het college besloten in hoger beroep te gaan en is de raad hiervan op de hoogte gesteld, inclusief toezending van de rechterlijke uitspraak. Vraag 4: daarom vraagt de fractie van OP aan het college om de (5) gestelde vragen bij brief van 16 juni 2021 alsnog te willen beantwoorden. Antwoord vraag 4 Met de kennis van nu beantwoordt het college uw vragen van 16 juni 2021 als volgt.
Vraag 1 van 16 juni 2021 In het memo staat dat het College er destijds vanuit is gegaan, na diverse checks, dat het verplicht was de hogere wettelijke rente voor zakentransacties te moeten betalen. Waaruit bestonden deze “diverse checks”? Graag motiveren. Antwoord vraag 1 Er is onderzoek en gedaan over welk rentepercentage toegepast zou moeten worden. Dit leidde niet tot een duidelijk antwoord.
Vraag 2 van 16 juni 2021 2. Bij de beantwoording door het College van onze technische vraag op 14 oktober 2020 schreef het College het volgende: "De uitbetaling van het te hoge percentage is niet te wijten aan en de zaak is niet verloren door verkeerde adviezen van de advocaat." Wij hebben derhalve de landsadvocaat niet aansprakelijk gesteld. De landsadvocaat heeft dus geen rol gehad bij het berekenen van de rente? Antwoord vraag 2 Klopt. Vraag 3 van 16 juni 2021 3. De rechtbank is onder andere van mening dat de gemeente een beschikking had moeten nemen, ondanks het beroep van de gemeente op art 4:85 lid 3 Awb (waarin staat dat een beschikking niet meer nodig is als de bestuursrechter dit zelf al in de (planschade) uitspraak heeft opgelegd). Waarom heeft het College niet een beschikking genomen? Antwoord vraag 3 Omdat het college oordeelde dat artikel 4:85 lid 3 Algemene wet bestuursrecht van toepassing was. Dat artikel bepaalt o.a. dat de eis om een verplichting tot betaling van een geldsom bij beschikking vast te stellen, niet van toepassing is in de gevallen dat de betalingsverplichting bij uitspraak van de bestuursrechter is opgelegd.
Aangezien de bestuursrechter in dit geval een betalingsverplichting aan de gemeente had opgelegd, nl het uitkeren van een planschadevergoeding met wettelijke rente, was het college van mening dat de uitzondering van artikel 4:85 lid 3 Algemene wet bestuursrecht van toepassing en dus een beschikking niet aan de orde was.
Vraag 4 van 16 juni 2021
2
4. De e-mail met daarin de renteberekeningstabel kan niet als zodanig worden aangemerkt omdat deze niet is ondertekend door of namens het college. Ook wordt in de begeleidende tekst niet naar de tabel verwezen als zijnde een beschikking. Dat in de besluitenlijst van het college is opgenomen dat er wettelijke rente is betaald kan evenmin aangemerkt worden als beschikking. Waarom heeft het College de renteberekeningstabel niet ondertekend? Antwoord vraag 4 Omdat de renteberekeningstabel aan het college is voorgelegd als onderbouwing voor het interne uitvoeringsbesluit om de planschadevergoeding met rente uit te betalen. Er is geen (rente)beschikking genomen, gericht aan Van Herwijnen Beheer BV. Een dergelijke beschikking zou ondertekend zijn. Vraag 5 van 16 juni 2021 5. gaat?
Is al bekend of de Rivierendriesprong tegen het vonnis in (hoger) beroep
Antwoord vraag 5 Ja Van Herwijnen Beheer BV is in hoger beroep gegaan tegen het vonnis van de civiele rechter d.d. 12 mei 2021, waarin de gemeente in het gelijk is gesteld. Het hoger beroep dient bij het Hof van Justitie te Den Haag op 1 juni 2023. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, Burgemeester en wethouder van Papendrecht, De secretaris, de burgemeester,
J.M. Ansems
M.J.M. van Driel
Bijlage: Artikel 40 vragen OP 19 april 2023 over de onverschuldigde betaling aan Rivierendriesprong.
3
Aan het College van B&W van de gemeente Papendrecht T.a.v. mevrouw Margreet van Driel Markt 22 3351 PB Papendrecht Papendrecht Onderwerp
woensdag 19 april 2023 RIB beroep van Herwijnen rentebeschikking
Geachte mevrouw van Driel, Namens onze fractie wordt hierbij een aantal vragen ex artikel 40 van het Reglement van Orde bij u ingediend met het verzoek deze ter beantwoording door te geleiden naar het College alsook om deze ter kennis te brengen van de overige leden van de Gemeenteraad. Op vrijdag 31 maart jl. aan het einde van de middag ontving de raad een mailtje van het college dat de gemeente kennelijk een juridische procedure bij het Hof had verloren. Het was een vaag mailtje en alleen als je van de voorgeschiedenis op de hoogte bent kun je begrijpen wat hiermee verdoezeld werd. Namelijk: de gemeente moet een bedrag van ± € 800.000,-- betalen. Bijlage 1 op pagina 3. Vraag 1: is het college niet met onze fractie van mening dat dit mailtje niet uitmunt in optimale transparantie en duidelijkheid? De fractie van OP heeft eerder, om precies de zijn op 16 juni 2021, vragen gesteld. Deze vragen werden NIET beantwoord door het (toenmalige) college. Het argument was dat het procesbelang zwaarder woog dan het informatiebelang. Bijlage 2 op pagina 4. Vraag 2: geldt nog steeds dat het procesbelang zwaarder weegt dan het informatiebelang? De fractie van OP is van mening dat transparantie, ook bij ingewikkelde of complexe zaken waarbij de gemeente fouten heeft gemaakt, wenselijk is. Niet zozeer om schuldigen aan te wijzen als wel om ervan te leren.
Openheid over het bestuurlijk handelen van het college is belangrijk voor het thans broze vertrouwen tussen de gemeenteraad als bestuursorgaan en het college als bestuursorgaan. Wij zijn als fractie OP sceptisch over het kwaliteitsniveau van het bestuur van het huidige college en een mailbericht als in Bijlage 1 maakt dat er niet minder op. Toen het (toenmalige) college melding maakte van het winnen van de juridische procedure bij de civiele rechtbank werd eerst nog geheimzinnig en daarna openlijk op de borst geroffeld. Dát had de gemeente toch maar mooi klaargespeeld! Maar nu de vlag er anders bijhangt, en de
gemeente de procedure heeft verloren, is er geen borstgeroffel meer te bespeuren en krijgt de gemeenteraad een nietszeggend mailberichtje van wethouder Arjan Kosten voor de kiezen. Wij kunnen als fractie OP niet beoordelen of dit een aangelegenheid is die onder de verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan College valt. Als dat zo is, waarom zou de gemeenteraad hierover dan geïnformeerd moeten worden? Maar als het wél een zaak van het bestuursorgaan gemeenteraad is, dan schijnt het ons toe dat het bestuursorgaan gemeenteraad dan ook daadwerkelijk compleet, volledig en met transparantie dient te worden geïnformeerd. Bijvoorbeeld door de toezending van het vonnis met een bijbehorende toelichting. Vraag 3: is het college het in deze eigenlijk niet helemaal met de fractie van OP eens? En dan tot slot onze vragen (artikel 40 Reglement van Orde) die door het (toenmalige) college terzijde werden geschoven met het argument dat het procesbelang boven het informatiebelang zou gaan. Dit is natuurlijk een vreemde zaak. Als het college immers besluit de gemeenteraad te informeren dan hoort daarbij dan toch ook dat lastige of onwelgevallige vragen van de kant van de gemeenteraad worden beantwoord? Anders neemt het college de gemeenteraad niet serieus. Bijlage 3 op paginae 5-7.
Vraag 4: daarom vraagt de fractie van OP aan het college om de (5) gestelde vragen bij brief van 16 juni 2021 alsnog te willen beantwoorden. Wij zien de reactie van het college als vanzelfsprekend met belangstelling tegemoet, zij het dat het bijna twee jaar na dato is. Wij berusten in de overtuiging dat de aanhouder wint. En vrij naar Cato Maior (een klassiek Romijns politicus): “overigens zijn wij van mening1 dat OP als de grootste winnaar van de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2022 niet zomaar buiten spel gezet had mogen worden door de coalitiepartijen die nu samen het college vormen.” Met vriendelijke groet, Ruud Lammers.
1 Ceterum censeo Carthaginem esse delendam ('Overigens ben ik van mening dat Carthago vernietigd
moet worden') - Cato Maior (oud Romijns politicus)
. Pagina - 2 - van 7
Bijlage 1
Van: Griffie3 <griffie@Papendrecht.nl> Verzonden: vrijdag 31 maart 2023 17:23 Onderwerp: Raadsinformatie inzake beroep van Van Herwijnen rentebeschikking gegrond verklaard Geachte (duo)raadsleden, De gemeente heeft in 2019 aan Van Herwijnen Beheer BV (Rivierendriesprong) planschadevergoeding moeten betalen met wettelijke rente. Hierbij is een foute berekening gemaakt en is teveel rente betaald. De gemeente heeft in dit kader een zaak uit onverschuldigde betaling gestart en gewonnen bij de civiele rechtbank. Hiertegen dient nu hoger beroep bij het Hof. In dit kader heeft de civiele rechter bepaald dat de gemeente nog een rentebeschikking moest nemen. Dit heeft de gemeente gedaan en daartegen is Van Herwijnen Beheer BV in beroep gegaan bij de bestuursrechter. Gisteren heeft deze geoordeeld dat het beroep gegrond is en dat de gemeente het rentebedrag niet lager had mogen vaststellen. Wij betreuren de uitspraak van de rechtbank. Wij gaan de uitspraak van 30 maart jl., eerst goed bestuderen en zullen u op een later moment nader informeren. Met vriendelijk groet, Arjan Kosten Wethouder
Pagina - 3 - van 7
Bijlage 2
Pagina - 4 - van 7
Bijlage 3
Aan de voorzitter van de Gemeenteraad van de gemeente Papendrecht, mevrouw mr. drs. A.M.M. (Annemiek) Jetten Markt 22 3351 PB Papendrecht Papendrecht Onderwerp
16 juni 2021 Rivierendriesprong BV
Geachte mevrouw Jetten, Namens onze fractie wordt hierbij een aantal vragen ex artikel 40 van het Reglement van Orde bij u ingediend met het verzoek deze ter beantwoording door te geleiden naar het College alsook om deze ter kennis te brengen van de overige leden van de Gemeenteraad. Terzake van het dossier rondom de planschade en het verzoek destijds van Van Herwijnen Beheer BV en met verwijzing naar uw brief van 14 februari 2019, waarin het College melding maakt van betaling op 15 februari 2019 van de totale planschadevergoeding verhoogd met de wettelijke rente voor handelstransacties (ca. 8% per jaar) en de proceskosten ter grootte van € 2.122.660,80, neemt onze fractie graag de gelegenheid te baat nog een keer te kijken naar het informatiememo van 31 maart 2021. In dat memo staat te lezen: “Na de uitspraak m.b.t. de eerste claim zijn wij eind 2019 gewezen op recente jurisprudentie rond rentevergoeding bij planschade. In de uitspraak van de rechtbank m.b.t. de 1e planschadezaak staat dat de gemeente de planschade moet betalen plus de wettelijke rente vanaf de datum van de aanvraag. Niet aangegeven werd welk tarief van toepassing was. We zijn destijds, na diverse checks, er van uitgegaan dat wij verplicht waren de hogere wettelijke rente voor zakentransacties te moeten betalen. (Keuze was tussen handelstarief voor bedrijven, en niet-handelstarief voor particulieren).
Inmiddels is duidelijk geworden dat voor de planschadezaak de wettelijke rente voor niet-handelstransacties van toepassing is. Dit betekent dat er plusminus 7 ton onverschuldigd is betaald.” Vragen 1. In het memo staat dat het College er destijds vanuit is gegaan, na diverse checks, dat het verplicht was de hogere wettelijke rente voor zakentransacties te moeten betalen. Waaruit bestonden deze “diverse checks”? Graag motiveren. 2. Bij de beantwoording door het College van onze technische vraag op 14 oktober 2020 schreef het College het volgende: "De uitbetaling van het te hoge percentage is niet te wijten aan en de zaak is niet verloren door verkeerde adviezen van de advocaat." Wij hebben derhalve de landsadvocaat niet aansprakelijk gesteld. De landsadvocaat heeft dus geen rol gehad bij het berekenen van de rente? In de brief van het College van 25 mei 2021 staat onder andere te lezen dat de gemeente een rechtszaak tegen het bedrijf had aangespannen om het teveel aan betaalde rente terug te vorderen. De rechtbank heeft de gemeente in het gelijk gesteld. Van Herwijnen Beheer BV dient aan de gemeente het bedrag van € 717.404,93 en de rente hierover, beslag- , na- en proceskosten te betalen. De landsadvocaat heeft van het vonnis van de rechtbank een samenvatting gemaakt.
Samenvatting uitspraak Rechtbank Rotterdam van 12 mei 2021 inzake Van Herwijnen Bij uitbetaling van een planschadevergoeding aan Van Herwijnen Beheer BV (hierna: Van Herwijnen) heeft de gemeente op 15 februari 2019 een bedrag van € 717.404,93 teveel aan Pagina - 5 - van 7
wettelijke rente betaald. De 'gewone' wettelijke rente had moeten worden uitgekeerd en niet de handelsrente. De gemeente heeft het teveel betaalde bedrag teruggevorderd op grond van onverschuldigde betaling, dan wel op grond van ongerechtvaardigde verrijking. De gemeente heeft voorts wettelijke rente over dit teveel betaalde bedrag gevorderd. Ook heeft de gemeente de kosten van het leggen van conservatoir beslag (ter veiligstelling van haar rechten) gevorderd. Oordeel van de rechtbank tegen de verweren van Van Herwijnen. Beschikking Van Herwijnen heeft als verweer tegen het bovenstaande in de eerste plaats aangevoerd dat de gemeente niet onverschuldigd heeft betaald, omdat zij daartoe een beschikking heeft genomen. Op grond van art. 4:99 Awb dient de gemeente het bedrag van de wettelijke rente bij beschikking vast te stellen en dat heeft de gemeente gedaan in de e-mail die zij aan Van Herwijnen zond met daarin de renteberekeningstabel. De rechtbank is voor dit eerste onderdeel van mening dat de gemeente een beschikking had moeten nemen, ondanks het beroep van de gemeente op art 4:85 lid 3 Awb (waarin staat dat een beschikking niet meer nodig is als de bestuursrechter dit zelf al in de (planschade) uitspraak heeft opgelegd). De e-mail met daarin de renteberekeningstabel kan niet als zodanig worden aangemerkt omdat deze niet is ondertekend door of namens het college.
Ook wordt in de begeleidende tekst niet naar de tabel verwezen als zijnde een beschikking. Dat in de besluitenlijst van het college is opgenomen dat er wettelijke rente is betaald kan evenmin aangemerkt worden als beschikking. De rechtbank verwerpt al met al de stelling van Van Herwijnen dat de gemeente een beschikking heeft genomen. Vaststellingsovereenkomst In de tweede plaats meent Van Herwijnen dat de gemeente en Van Herwijnen een vaststellingsovereenkomst hebben gesloten. De rechtbank gaat hierin niet mee, omdat een vaststellingsovereenkomst impliceert dat er dan eerst een verschil van inzicht zou moeten zijn. Een vaststellingsovereenkomst heeft dan tot doel om een verder geschil hierover te voorkomen, maar dit was niet aan de orde. De gemeente en van Herwijnen verschilden (destijds) niet van mening over de hoogte van het rentebedrag. De rechtbank merkt voorts nog ten overvloede op dat de Awb in art. 4:98 Awb expliciet voorschrijft dat de 'gewone' wettelijke rente moet worden betaald en dat om die reden een – door Van Herwijnen beweerde – vaststellingsovereenkomst in strijd is met de wet en daarmee nietig zou zijn. Een beroep op 7:902 BW, die dat weer uitzondert voor vermogensrechtelijke geschillen, zou dit niet anders maken omdat Van Herwijnen een geschil over de omvang slechts wilde voorkomen en niet wilde beëindigen.
Bevoordelingsmotief In de derde plaats meent Van Herwijnen dat de gemeente Van Herwijnen bewust heeft willen bevoordelen. De gemeente zou volgens Van Herwijnen bewust het risico hebben genomen voor betaling van de (hoge) handelsrente. De rechtbank concludeert echter dat het niet valt uit te sluiten dat de gemeente ten tijde van de betaling van overtuigd was dat zij het juiste bedrag betaalde, hoe onterecht die overtuiging ook was. De rechtbank concludeert dat Van Herwijnen er niet in is geslaagd aan te tonen dat een van de voornoemde grondslagen aan de orde was. De rechtbank meent daarom dat sprake is van onverschuldigde betaling. Tegenvordering van Van Herwijnen Daarnaast heeft Van Herwijnen een tegenvordering ingediend van € 518.840,00. Reden hiervan is dat de gemeente te laat op een ingediend bezwaar van 21 juni 2016 heeft beslist, waardoor Van Herwijnen naar haar mening minder planschadevergoeding heeft gekregen dan wanneer er wel tijdig op dat bezwaar zou zijn beslist. De rechtbank oordeelt dat de gemeente goed heeft gemotiveerd waarom hiervan géén sprake is. Uit de uitspraak van de ABRvS volgt op geen enkele wijze dat een tijdige beslissing van de gemeente tot het verlenen van een bouwvergunning zou hebben geleid. De tegenvordering van Van Herwijnen wordt afgewezen.
Uitspraak rechtbank De rechtbank veroordeelt Van Herwijnen tot: - terugbetaling aan de gemeente van het teveel aan rente ontvangen bedrag ad € 717.404,93; Pagina - 6 - van 7
- het betalen van rente hierover vanaf 15 februari 2019 (ongeveer € 32.000,00); - het betalen van de kosten die de gemeente heeft gemaakt voor het leggen van beslag: € 2.613,27 (te verhogen met wettelijke rente als niet binnen twee weken na betekening van het vonnis betaald wordt); - het betalen van proceskosten aan de gemeente voor een bedrag van € 9.990,99 voor de zaak die de gemeente is gestart (te verhogen met wettelijke rente als niet binnen twee weken na betekening van het vonnis betaald wordt); - het betalen van proceskosten aan de gemeente voor een bedrag van € 6.428,00 voor de tegenvordering die Van Herwijnen heeft ingediend; - betaling van de nakosten aan de gemeente voor een bedrag van € 255,00; Van Herwijnen kan tegen het vonnis binnen drie maanden hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Den Haag. Voor de invordering van het bovenstaande hoeft niet te worden gewacht of Van Herwijnen in beroep gaat, en evenmin tot in die eventuele zaak is beslist. Indien Van Herwijnen niet uit zichzelf betaalt nadat het vonnis aan haar betekend is, kan de gemeente het gelegde beslag ten uitvoer laten leggen ('executeren'). Tot zover de samenvatting. 3.
De rechtbank is onder andere van mening dat de gemeente een beschikking had moeten nemen, ondanks het beroep van de gemeente op art 4:85 lid 3 Awb (waarin staat dat een beschikking niet meer nodig is als de bestuursrechter dit zelf al in de (planschade) uitspraak heeft opgelegd). Waarom heeft het College niet een beschikking genomen? 4. De e-mail met daarin de renteberekeningstabel kan niet als zodanig worden aangemerkt omdat deze niet is ondertekend door of namens het college. Ook wordt in de begeleidende tekst niet naar de tabel verwezen als zijnde een beschikking. Dat in de besluitenlijst van het college is opgenomen dat er wettelijke rente is betaald kan evenmin aangemerkt worden als beschikking. Waarom heeft het College de renteberekeningstabel niet ondertekend? 5. Is al bekend of de Rivierendriesprong tegen het vonnis in (hoger) beroep gaat? Wij danken u voor de beantwoording. Hoogachtend, FRACTIE ONAFHANKELIJK PAPENDRECHT Ruud Lammers.
Pagina - 7 - van 7