E01. 20230323 - Antwoorden OZHZ namens GS op artikel 40 vragen OP.pdf
Tekst van het document
Het mengsel wordt daarom vlak voor het toepassen gecontroleerd op stabiliteit, zodat dit voorkomen wordt. De derde wijziging betref een aanvullende injectie aan de noordzijde van vlek II. De bodem ten noorden van vlek II is onderzocht. Hier blijkt sprake te zijn van relatief hoge gehalten aan PER (tetrachlooretheen) in de grond en het grondwater. Uit voorzorg worden hier 11 injecties uitgevoerd ter stimulering van natuurlijke afbraak. De locatie wordt tevens opgenomen in het monitoringsnetwerk, zodat kan worden gecontroleerd of de afbraak leidt tot een stabiele eindsituatie. Vierde wijziging: Het grondwater ter plaatse van vlek VI is onderzocht. De concentraties aan VOCl in het grondwater ter plaatse van vlek VI zijn aanzienlijk lager dan in de restverontreiniging van vlek II en het bron- en kerngebied van vlek V. Gezien de aangetoonde concentraties in vlek VI is het niet nodig om daar injecties uit te voeren. De locatie wordt wel opgenomen in het monitoringsnetwerk, zodat de stabiele eindsituatie kan worden bevestigd. Vijfde wijziging: Uitbreiding van het monitoringsnetwerk met de peilbuizen 301 tot en met 307 in verband met het recent aantreffen van hoge concentraties aan CIS (cis-1,2-dichlooretheen) en VC (vinylchloride) in enkele diepe filters (202, 203 en 207). In 2016 was hier nog geen sprake van.
Verspreiding richting het eerste watervoerend pakket kan niet worden uitgesloten. De uitbreiding van het netwerk is er op gericht om eventuele verticale verspreiding naar het eerste watervoerend pakket te controleren.
2
Z-21-388798
Beoordeling Wij stemmen, onder voorwaarde van het hieronder genoemd punt, in met de wijzigingen omdat zij het behalen van de saneringsdoelstelling niet in de weg staan (eerste en tweede wijziging) of nodig zijn om de doelstelling te behalen (derde, vierde en vijfde wijziging).
Wij merken ten aanzien van de tweede wijziging op dat, als de saneringsdoelstelling (stabiele eindsituatie) niet haalbaar blijkt met de huidige sanering, te zijner tijd een plan van aanpak aan ons voorgelegd dient te worden met daarin maatregelen om alsnog de saneringsdoelstelling te behalen.
Wij beschouwen deze wijziging als een zogenaamde matige wijziging conform de Beleidsregel Onderzoek en Sanering van Bodemverontreiniging uit de Nota vergunningverlening, toezicht en handhaving 2018 – 2021 van de provincie Zuid-Holland. Hiervoor hoeft geen nieuwe openbare besluitvormingsprocedure te worden gevolgd.
Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, namens dezen, A.D.L. Vink manager unit Juridisch Advies en Ondergrond van de Omgevingsdienst Zuid Holland Zuid
Deze brief is digitaal vastgesteld en is daarom niet ondertekend
Bijlage: Kopie:
VOF Merwehoofd/ Vorm Ontwikkeling BV BPD Ontwikkeling BV
3
MEMO aan van toestel bijlagen datum betreft
Gemeenteraad Ir. W. van den Bosch 0787706361 30 september 2022 Sanering Bolwerk
In de raadsvergadering van 29 september 2022 is door de wethouder aan de gemeenteraad toegezegd om inzicht te verschaffen in de wijze waarop de bodemsanering aan het Bolwerk wordt uitgevoerd. Achtergrond Uit de onderzoeksrapporten blijkt dat in zowel de grond als het grondwater van de locatie Merwehoofd vluchtige organische chloorverbindingen (VOCl) zijn aangetoond in concentraties die de interventiewaarden overschrijden. VOCl is een stoffengroep waarvan de stoffen tetrachlooretheen ("per"), trichlooretheen ("tri") en de afbraakproducten cis- en trans dichlooretheen ("cis-trans") en vinylchloride de meest voorkomende zijn. Dit zijn ook de stoffen die op de locatie Merwehoofd voorkomen. De verontreinigingen zijn een gevolg van de voormalige bedrijfsactiviteiten van de firma Fokker op deze locatie. Eerdere saneringsmaatregelen In de periode 2005-2007 heeft in de verontreinigingsvlek bij het Bolwerk zowel chemische oxidatie als injectie van substraat plaatsgevonden. Dit laatste met als doel de biologische afbraak zodanig te stimuleren dat de verontreiniging op termijn zijn worden afgebroken tot de tussenwaarde (grond en grondwater). Uit de nadien uitgevoerde onderzoeken blijkt dat deze werkzaamheden niet hebben geleid tot het beoogde doel.
Dit komt naar verwachting enerzijds doordat het bodemtraject tussen 6 en 11,5 m-mv niet voldoende effectief is behandeld met chemische oxidatie en anderzijds doordat de substraatinjectie te kort is gevolgd op de chemische oxidatie, waardoor biologische afbraak niet op gang is gekomen. Huidige saneringsmaatregelen In het saneringsplan van 2020 wordt voor de nieuwe saneringsdoelstelling voor de vlek bij het Bolwerk uitgegaan van het bereiken van een stabiele eindsituatie binnen 30 jaar op basis van een natuurlijke lozing van de verontreiniging op het oppervlaktewater. De sanering omvat een combinatie van directe injecties van substraat om natuurlijke afbraak van de verontreiniging in de bodem te stimuleren en beluchting van het oppervlaktewater van de Slobbegorsvijver om de verontreiniging in het oppervlaktewater met zuurstof af te breken. Ten behoeve van de aanpak van de bodemverontreiniging wordt substraat geïnjecteerd op ca. 100 punten, verspreid over het gehele landoppervlak van de vlek. De directe injecties hebben plaatsgevonden in de sterk verontreinigde zone tussen 4,5 en 14,5 m-mv. De verwachting is dat de concentratie aan VOCl in de bodem binnen 3 tot 5 jaar sterk zal afnemen. De doelstelling van de substraatinjectie is een zodanige concentratiereductie dat op termijn geen controle van de grondwater- en oppervlaktewaterkwaliteit meer nodig is.
Het concentratieverloop in het grondwater wordt gecontroleerd door een in het saneringsplan opgenomen monitoringsplan. De biologische afbraak van de verontreiniging in het oppervlaktewater zal worden gestimuleerd door beluchting van het vijverwater met behulp van twee te plaatsen fonteinen. Doelstelling van dit deel van de sanering is het treffen van maatregelen om concentraties aan cis-trans en vinylchloride in het oppervlaktewater in de toekomst niet te laten stijgen. Met de gemeente Papendrecht is afgesproken dat de fonteinen zullen worden onderhouden door de gemeente. In het saneringsplan is aandacht besteed aan mogelijke uitdamping van verontreiniging, de aanwezigheid van residuaal puur product en de risico’s op verticale verspreiding van verontreiniging. In aanvulling op het saneringsplan zijn in de beschikking een aantal voorschriften opgenomen. Nazorg Indien na een sanering ernstig verontreinigde grond achterblijft rust een nazorgverplichting op de saneerder. In het onderhavige geval houdt de nazorg in dat wordt gecontroleerd of de verwachte stabiele eindsituatie blijvend is. Dit zal gebeuren aan de hand van hetzelfde monitoringsprogramma dat geldt voor de controle van de saneringsmaatregel in de eerste 3-5 jaar na substraatinjectie.